GasGas MC-E 2 (2025) Handleiding

GasGas Motor MC-E 2 (2025)

Bekijk gratis de handleiding van GasGas MC-E 2 (2025) (80 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 151 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over GasGas MC-E 2 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
BEDIENINGSHANDLEIDING2025
MCE2
Artikelnr.3215217nl

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: GasGas
Categorie: Motor
Model: MC-E 2 (2025)

Foutcodes GasGas MC-E 2 (2025)

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
01 Rijmodusindicate knippert rood/groen - Accufout 1. Controleer de LV-tractieaccu op beschadigingen of slechte contacten. 2. Verwijder de LV-tractieaccu uit het accuvak. 3. Reinig de aansluitingen van de accu en het accuvak. 4. Plaats de LV-tractieaccu opnieuw in het accuvak tot deze vastklikt. 5. Controleer of de fout verdwenen is. 6. Laad de LV-tractieaccu op als deze leeg is. 7. Indien het probleem aanhoudt, contacteer een geautoriseerde GasGas Motorcycles-garage.
02 Rijmodusindicate knippert rood/wit - Geen antwoord van besturingsunit 1. Controleer alle elektrische aansluitingen. 2. Schakel de motorfiets uit en wacht 30 seconden. 3. Schakel de motorfiets opnieuw in. 4. Controleer of de fout verdwenen is. 5. Indien het probleem aanhoudt, contacteer een geautoriseerde GasGas Motorcycles-garage voor elektronische diagnostiek.
03 Rijmodusindicate knippert rood/blauw - Voertuig ligt op zijkant 1. Zet de motorfiets rechtop met behulp van de standaard. 2. Controleer of het voertuig stabiel staat. 3. Controleer of alle onderdelen intact zijn na het omvallen. 4. Start de motorfiets opnieuw op. 5. Controleer of de fout verdwenen is.
04 Rijmodusindicate knippert rood - Besturingsunit herkent positie van de gashendel niet 1. Controleer of de gashendel vrij kan bewegen zonder wrijving. 2. Controleer de aansluiting van de gashendelschakelaar. 3. Reinig de gashendelschakelaar voorzichtig. 4. Controleer op beschadigingen van de gashendel of de bedrading. 5. Bedien de gashendel enkele keren voorzichtig heen en weer. 6. Start de motorfiets opnieuw op. 7. Indien het probleem aanhoudt, contacteer een geautoriseerde GasGas Motorcycles-garage.
05 Rijmodusindicate knippert rood - Fout motorbesturingsunit 1. Schakel de motorfiets uit en wacht 30 seconden. 2. Schakel de motorfiets opnieuw in. 3. Controleer of de fout verdwenen is. 4. Controleer alle elektrische aansluitingen naar de motorbesturingsunit. 5. Indien het probleem aanhoudt, contacteer onmiddellijk een geautoriseerde GasGas Motorcycles-garage voor vervanging of reparatie van de besturingsunit.
06 Rijmodusindicate knippert rood/paars - Inschakelknop te lang ingedrukt 1. Laat de inschakelknop los. 2. Wacht enkele seconden. 3. Druk de inschakelknop kort in voor het starten. 4. Laat de knop onmiddellijk los na het starten. 5. Controleer of de motorfiets correct start.
07 Rijmodusindicate knippert rood/geel - Motor te heet 1. Stop onmiddellijk met rijden. 2. Zet de motorfiets uit. 3. Laat de motor afkoelen gedurende minstens 15-20 minuten. 4. Controleer of de luchtopening van de motor niet verstopt is met vuil. 5. Reinig de motor voorzichtig met een zachte doek. 6. Controleer of de motor niet overbelast is geweest. 7. Start de motorfiets opnieuw op en controleer of de fout verdwenen is. 8. Vermijd zware belasting totdat de motor volledig afgekoeld is. 9. Indien het probleem aanhoudt, contacteer een geautoriseerde GasGas Motorcycles-garage.

Handleiding GasGas MC-E 2 (2025) – volledige tekst

BESTE GASGAS KLANT,*3215217nl*3215217nl08. 04. 2024BESTE GASGAS KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportief voer-tuig dat, mits goed onderhouden, u en uw kind lang plezier zal schenken. We wensen uw kind altijd een goede en veilige rit. Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13)Stempel van dealerMotornummer ( pag. 13)LET OP - Lees deze bedieningshandleiding zorgvuldig door, wees altijd voorzichtig in de omgang met het voertuig en neembij twijfel contact op met een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage. Deze bedieningshandleiding is bedoeld als technische handleiding, geeft een toelichting op belangrijke veiligheidsaspectenen een overzicht van de belangrijkste functies. Deze bedieningshandleiding is uitsluitend bedoeld voor particuliere klanten.

Deze bedieningshandleiding geldt niet voor personen die het voertuig zakelijk gebruiken. De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend. GASGAS GmbH houdt zich het recht voor om technische gegevens, prijzen,kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaandeaankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aande plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen.

GAS-GAS GmbH is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfoutenen vergissingen. Een aantal van de afgebeelde modellen zijn voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij deleveromvang horen.

© 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schriftelijke toe-stemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)GASGAS past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagementnormISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken. Afgegeven door: TÜV Management ServiceGASGAS GmbHStallhofnerstraße 35230 Mattighofen, OostenrijkDit document is geldig voor de volgende modellen:MC-E 2 (F3001Y3, F3075Y3).

1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN41.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat de werkzaamhe-den voor de veiligheid van uw kind uitvoeren in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage.

Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde specialegereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen diein de begrippenlijst worden uitgelegd.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 252.1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij gebruik in de vrije tijd kan weerstaan, mitshet maximale bestuurdersgewicht wordt aangehouden.Dit voertuig dient om de jonge generatie kennis te laten maken met de offroadsport.InfoGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.Gebruik de lithium-ionaccu uitsluitend in het voertuig.LET OP– Een deelname aan een rijtechniekcursus is aan te raden om het eerste contact met de offroadsport zo veilig en motive-rend mogelijk te maken.2.2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze.Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties voorhet toepassingsgebied.2.3 Aanwijzing/waarschuwingenU moet beslist de aangegeven aanwijzingen/waarschuwingen in acht nemen.InfoOp uw voertuig zijn verschillende stickers met aanwijzingen/waarschuwingen aangebracht.

Deze stickers nooit ver-wijderen. Als deze ontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.2.4 GevarenniveausWaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de juistevoorzorgsmaatregelen neemt.VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelenneemt.AanwijzingWaarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet de juistevoorzorgsmaatregelen neemt.WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelenneemt.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 5 Waarschuwing voor manipulatiesAan het voertuig mogen geen mechanische, elektrische of elektronische wijzigingen worden uitgevoerd, omdat anders hetveilige bedrijf niet kan worden gewaarborgd. Voorbeelden voor niet-toegestane manipulaties en wijzigingen:1 Openen van de lithium-ionaccu (LV-tractieaccu) of de motor. 2 Gebruik van het voertuig of de lithium-ion-accu in een niet correct onderhouden staat. 3 Gebruik van het voertuig of de lithium-ion-accu buiten de gebruiksdefinitie. 4 Gebruik van een beschadigde lithium-ionaccu. 2. 6 Veilig gebruikWaarschuwingGevaar voor ongevallen Ontbrekende fysieke of psychische geschiktheid van het kind vormt een groot risico. Kinderen kunnen gevaren vaak onderschatten of geheel niet herkennen. – Uw kind moet al zelf kunnen fietsen. – Uw kind moet het voertuig na vallen zelf weer rechtop kunnen zetten.

– Bovendien moet uw kind begrijpen dat voorschriften en aanwijzingen van u of van een andere toezichthou-dende persoon opgevolgd moeten worden. – Vertel uw kind dat het in geen geval zonder toezichthoudende volwassen persoon met het voertuig mag rijden. – Zorg ervoor dat de rijmodus aan het rijvermogen van uw kind en aan de verhoudingen is aangepast. – Vraag niet teveel van uw kind. Let op conditie, rijtechniek en motivatie. Laat uw kind een training volgen. – Laat uw kind uitsluitend met het voertuig rijden, als uw kind zowel lichamelijk als geestelijk in staat is een voer-tuig te rijden en alle bedieningselementen op een veilige manier kan bereiken. WaarschuwingGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet.

Daarom dient u zich te houden aan enkele veiligheids- en onder-houdsaanwijzingen die voortvloeien uit het gebruik van een elektrische motor. Als de gashendel wordt gesloten, rolt het voertuig zonder grote vertraging door. De snelheid verlaagt afhankelijk van derolweerstand en de luchtweerstand. Omdat dit voertuig geen versnellingsbak heeft, is er ook geen koppeling. Net als bij een conventionele aandrijving met verbrandingsmotor stijgt de temperatuur tijdens het rijden afhankelijk van hetgebruik, de omgevingstemperatuur en de mate waarin de koelvlakken vervuild zijn. Als de temperatuur van de motor, delithium-ion-accu of de elektronica de toegestane rijtemperatuur overschrijdt, wordt het vermogen duidelijk gereduceerd. Het systeem beschermt zich zo tegen beschadiging door oververhitting.

Als alle componenten weer de normale rijtempera-tuur hebben bereikt, is na een nieuwe start het volledige systeemvermogen weer beschikbaar. Gebruik het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de beoogde wijze, en veiligheids- en milieubewust. Laat storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage verhelpen. Neem de aan het voertuig aangebrachte aanwijzings-/waarschuwingsstickers in acht en leg ze uit (zie beschrijving in hetvolgende hoofdstuk).

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 7 Vallen of ongevalAls het voertuig op zijn kant ligt, schakelt het voertuig van de toestand rijklaar naar de toestand startklaar. Om het voertuigin de toestand rijklaar te schakelen, het voertuig rechtop zetten en de gashendel over de uitgangspositie heen sluiten. Als u met het voertuig bent gevallen of een ongeval heeft gehad, moet hij daarna worden gecontroleerd, zoals voor iedereinbedrijfstelling. 2. 8 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenenalsmede broek en jas met bescherming draagt. – Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aande wettelijke eisen.

– Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-mende kleding draagt tijdens het rijden. 2. 9 Werkzaamheden aan het voertuig, de motor en de lithium-ion-accuWaarschuwingGevaar voor letsel Bij werkzaamheden aan onder spanning staande delen bestaat gevaar voor een elektrischeschok. Werkzaamheden aan onder spanning staande delen vereisen bijzondere scholingen, kwalificaties en gereedschap-pen. – Laat alle werkzaamheden die niet beschreven en uitgelegd zijn, uitsluitend door geschooldeGASGAS Motorcycles-specialisten uitvoeren. – Open noch de elektrische motor, noch de lithium-ionaccu (LV-tractieaccu). WaarschuwingGevaar voor letsel Het voertuig is ook in de rijklare toestand geruisarm. Het voertuig zet zich ongecontroleerd in beweging als tijdens werkzaamheden aan het voertuig per ongeluk degashendel wordt aangeraakt.

– Zorg ervoor dat het voertuig met de aan-uitknop is uitgeschakeld en uitgeschakeld blijft voordat met de werk-zaamheden aan het voertuig wordt begonnen.

– Verwijder de LV-tractieaccu van het voertuig en de magneetschakelaar uit de opname alvorens met de werk-zaamheden aan het voertuig te beginnen. – Beveilig het voertuig tegen manipulatie door onbevoegde personen terwijl u aan het voertuig werkt. 2. 10 MilieuAls u de rechten van anderen respecteert en het voertuig verantwoordelijk en legaal gebruikt, stelt u de toekomst van demotorsport veilig en voorkomt u de meeste conflicten en problemen. Houdt u zich bij het afvoeren van verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- en regelgeving in uwland. Houdt u zich bij het afvoeren van de lithium-ion-accu (LV-tractieaccu) aan de geldende wet- en regelgeving in uw land. U kunt de LV-tractieaccu gratis en milieuvriendelijk door een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer laten afvoeren.

Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer is u graag van dienst. Elektrische apparaten zoals laders mogen niet bij het huisvuil worden gegooid. Elektrische apparaten moeten naarde daarvoor bestemde verzamelpunten worden gebracht. Wendt u zich tot uw gemeente of tot uw geautoriseerdeGASGAS Motorcycles-dealer.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82.11 BedieningshandleidingLET OP– Lees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat uw kind voor het eerst gaat rijden. In de bedie-ningshandleiding vinden u en uw kind veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken.Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstemt op uw kind en hoe u en uw kind zich kunnen bescher-men tegen letsel.– Bewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.– Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wilt weten of alstijdens het lezen iets niet duidelijk is.– De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.

Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.– De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedown-load.– De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer en op de GAS-GAS Motorcycles-website www.gasgas.com beschikbaar.

Via uw gecertificeerde GASGAS Motorcycles‑dealer kan ookeen afgedrukt exemplaar worden besteld.2.12 Gevaar voor brandWaarschuwingGevaar voor brand Beschadigde lithium-ionaccu's vormen een brandgevaar.Door een ernstige mechanische beschadiging kan er een celinterne kortsluiting en daardoor zelfontbranding ont-staan.– Neem meteen contact op met de GASGAS Motorcycles-klantenservice als de lithium-ion-accu ernstig bescha-digd is.Als de lithium-ionaccu (LV-tractieaccu) intact is, bestaat voor dit voertuig geen bijzonder brandrisico.Als het voertuig toch brandt, de brandweer inlichten dat een elektrisch voertuig met lithium-ion-accu brandt.

BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 393. 1 WaarschuwingsstickerM02200-10InfoDe beschreven sticker bevindt zich aan de achterbrug en magniet worden verwijderd. Als de sticker beschadigd of niet meer aanwezig is, met eengeautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage contact opnemen. Aanwijzingen die uw kind betreffen moeten voor het begin vande rit worden uitgelegd. 1Bedieningshandleiding lezen en in acht nemen2QR-code voor het downloadportaal voor handleidingen3Minimumleeftijd 6 jaar4Beschermende kleding dragen5Kinderen in het oog houden6Kinderen niet zonder toezicht laten rijden7Niet op de weg rijden8Geen bijrijder meenemen9Niet in het donker of in de schemering rijden3.

2 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerdeGASGAS Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdatanders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig isveroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 3 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenGebruik de in de bedieningshandleiding gespecificeerde verbruiks- en hulpstoffen (bijvoorbeeld olie en smeerstoffen). 3. 4 Reserveonderdelen, toebehorenGebruik voor de veiligheid van uw kind alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS Motorcycles zijn vrijge-geven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage monteren.

5 ServiceDe voorwaarde voor storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden. Door een onjuist afgesteld chassis kunnenchassiscomponenten beschadigen of afbreken. Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren of tevervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven service-intervallen. De inachtneming daarvan draagt inbelangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.

3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103.6 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor de betref-fende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd.

Houdt u zich aan deaanwijzingen in de tekst.3.7 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over GASGAS Motorcy-cles.De lijst met geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealers vindt u op de GASGAS Motorcycles-website.Internationale GASGAS‑website: http://www.gasgas.com3.8 VoedingsspanningW00484-10In het voertuig is een accuvak voor een lithiumionaccu1(LV-tractieaccu) ingebouwd.De LV-tractieaccu voorziet de elektromotor2en het multifunctionele element3van stroom.De LV-tractieaccu moet voor het laden uit de houder worden genomen.3.9 Rijden bij lage temperaturenOm de LV-tractieaccu te ontzien, reduceert de motorbesturing bij lage temperaturen van de componenten het vermogen.Het voertuig kan zonder problemen worden gereden.

De LV-tractieaccu loopt geen schade op door de vermogensreductie.De LV-tractieaccu wordt tijdens het rijden van het voertuig warm. Als de temperatuur van de LV-tractieaccu een drempel-waarde heeft overschreden, is na een herstart van het voertuig weer het volledige vermogen beschikbaar.

6 BEDIENINGSELEMENTEN146.1 Hendel voorwielremW00472-11De hendel voor de voorwielrem1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Met de hendel voorwielrem wordt de voorwielrem bediend.6.2 GashendelW00472-10De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.Na de activering reageert het voertuig eerst niet op de gashendel omonbedoeld accelereren te voorkomen.De gashendel moet over de uitgangspositie heen worden gesloten omde gasaanname te activeren.Pas daarna schakelt het voertuig in de toestand rijklaar.6.3 Hendel achterwielremW00473-10De hendel voor de achterwielrem1is aan de linkerkant van het stuuraangebracht.Met de hendel achterwielrem wordt de achterwielrem bediend.6.4 Aan-uitknopW00473-11De aan-uitknop1is links aan het stuur aangebracht.InfoMet de aan-uitknop kan ook de rijmodus ( pag.

16) wordengewijzigd.Mogelijke toestanden• Voertuig uitgeschakeld – In deze bedrijfstoestand is het voertuiggedeactiveerd.• Voertuig startklaar – In deze bedrijfstoestand is het voertuig geacti-veerd.

BEDIENINGSELEMENTEN 6156.5 Magneetschakelaar op het stuurW00473-12De opname voor de rode magneetschakelaar1is op het stuur linksaangebracht.Mogelijke toestanden• Magneetschakelaar op het stuur gemonteerd – Als de magneet-schakelaar op het stuur is gemonteerd, kan het voertuig wordengeactiveerd en kan ermee worden gereden.• Magneetschakelaar van het stuur verwijderd – Als de magneet-schakelaar van het stuur is verwijderd, kan het voertuig niet wor-den geactiveerd en kan er niet mee worden gereden.WaarschuwingGevaar voor letsel Als de magneetschakelaar bij een val in deopname blijft, wordt het voertuig niet onmiddellijk geactiveerd.– Zorg ervoor dat de lus van de magneetschakelaar veilig aande beschermende kleding of aan de pols is bevestigd zodatde magneetschakelaar bij een val van de opname wordtgescheiden.Als de rode magneetschakelaar op het stuur bijvoorbeeld bij een val vande opname losraakt, wordt het voertuig gedeactiveerd.Door verwijderen van de rode magneetschakelaar op het stuur kan hetvoertuig in elke bedrijfstoestand snel worden gedeactiveerd.6.6 Plug-in standaard402001-10De bevestiging van de plug-in standaard1bevindt zich aan de achter-brug aan de linkerkant van het voertuig.De plug-in standaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoDe plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.

7 MULTIFUNCTIONEEL ELEMENT167.1 Multifunctioneel elementDe multifunctionele element is links op het stuur aangebracht.W00474-10Overzicht multifunctioneel element1Aan-uitknop ( pag. 14)2Magneetschakelaar op het stuur ( pag. 15)3Rijmodusindicatie ( pag. 16)3Laadtoestandindicatie ( pag. 17)7.2 RijmodusindicatieW00476-10De rijmodusindicatie1is links aan het stuur aangebracht.De led geeft de verschillende rijmodi weer.RijmodusindicatieWit Rijmodus 1Blauw Rijmodus 2Groen Rijmodus 3Rood (knipperend) Laadtoestand laagRood/blauw (knippe-rend)Voertuig ligt op zijkantTheoretische hoogste snelheid (onbelast)Rijmodus 1 7 km/hRijmodus 2 20 km/hRijmodus 3 33 km/h

8 INBEDRIJFSTELLING188. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingWaarschuwingGevaar voor ongevallen Ontbrekende fysieke of psychische geschiktheid van het kind vormt een groot risico. Kinderen kunnen gevaren vaak onderschatten of geheel niet herkennen. – Uw kind moet al zelf kunnen fietsen. – Uw kind moet het voertuig na vallen zelf weer rechtop kunnen zetten. – Bovendien moet uw kind begrijpen dat voorschriften en aanwijzingen van u of van een andere toezichthou-dende persoon opgevolgd moeten worden. – Vertel uw kind dat het in geen geval zonder toezichthoudende volwassen persoon met het voertuig mag rijden. – Zorg ervoor dat de rijmodus aan het rijvermogen van uw kind en aan de verhoudingen is aangepast. – Vraag niet teveel van uw kind. Let op conditie, rijtechniek en motivatie. Laat uw kind een training volgen.

– Laat uw kind uitsluitend met het voertuig rijden, als uw kind zowel lichamelijk als geestelijk in staat is een voer-tuig te rijden en alle bedieningselementen op een veilige manier kan bereiken. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenenalsmede broek en jas met bescherming draagt. – Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aande wettelijke eisen. – Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-mende kleding draagt tijdens het rijden. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.

Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken. – Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder.

– Vertel uw kind dat het geen bijrijder mag meenemen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als de remhendels niet worden vrijgegeven, slijten de remplaketten ononderbroken. – Let erop dat uw kind de handen van de remhendels neemt als hij of zij niet wil afremmen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen De rijwerkcomponenten worden door overbelasting beschadigd of onbruikbaar. – Overschrijd het hoogst toegelaten bestuurdersgewicht niet.

INBEDRIJFSTELLING 819WaarschuwingGevaar voor letsel Het voertuig is ook in de rijklare toestand geruisarm. Het voertuig zet zich ongecontroleerd in beweging als tijdens werkzaamheden aan het voertuig per ongeluk degashendel wordt aangeraakt. – Zorg ervoor dat het voertuig met de aan-uitknop is uitgeschakeld en uitgeschakeld blijft voordat met de werk-zaamheden aan het voertuig wordt begonnen. – Verwijder de LV-tractieaccu van het voertuig en de magneetschakelaar uit de opname alvorens met de werk-zaamheden aan het voertuig te beginnen. – Beveilig het voertuig tegen manipulatie door onbevoegde personen terwijl u aan het voertuig werkt. – Ervoor zorgen dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS Motorcycles-garage. Het leveringsdocument wordt bij de overdracht van het voertuig overhandigd.

– Om letsels te vermijden, is het buitengewoon belangrijk dat uw kind vóór het gebruik van het voertuig een trainingvolgt. – Voor de eerste rit samen met uw kind de volledige bedieningshandleiding aandachtig doorlezen. InfoDaarbij vooral ingaan op de veiligheidsaanwijzingen en het risico op letsel. Uw kind uitleg geven over de rij- en valtechnieken, zoals de effecten van gewichtsverschuivingen op het rijge-drag. – Altijd magneet aan het stuur lostrekken om tegen inbedrijfstelling door onbevoegden te beveiligen. – Ervoor zorgen dat uw kind vertrouwd raakt met de bedieningselementen. –Uitgangspositie hendel voorwielrem instellen. ( pag. 42)–Uitgangspositie hendel achterwielrem instellen. ( pag. 48)–Voor de eerste inbedrijfstelling controleren of de basisinstelling van het chassis geschikt is voor het gewicht van uwkind.

– Laat uw kind op een geschikt terrein wennen aan het rijgedrag van de motorfiets, bij voorkeur op een groot open veld. InfoOm uw kind een gevoel te geven voor de bediening van het remsysteem kunt u uw kind het beste eerst duwen.

Pas als uw kind de voorrem kan doseren, mag het voertuig worden gestart. Uw kind kan het beste eerst naar een andere persoon rijden, die uw kind helpt bij het stoppen en draaien. – Obstakels neerzetten waar uw kind omheen moet rijden, zodat uw kind kan wennen aan het rijgedrag van het voertuig. – Uw kind moet ook proberen om zo langzaam mogelijk en staand te rijden om een beter gevoel voor de motorfiets tekrijgen. – Uw kind mag niet over een terrein rijden dat te veel vergt van de capaciteiten en de ervaring van uw kind. – Uw kind moet tijdens het rijden het stuur met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten. – Ervoor zorgen dat het hoogst toelaatbare bestuurdersgewicht niet wordt overschreden. Voorgeschreven waardeMaximaal bestuurdersgewicht 35 kgMaximale grootte van de bestuurder 130 cm.

9 RIJ-INSTRUCTIES209.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingInfoTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan worden gere-den.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.Als het voertuig op de zijkant lag, beide remhendels op licht lopen en vast drukpunt controleren.H03808-01– Gashendel, magneetschakelaar, LV-tractieaccu, multifunctioneelelement en elektromotor op externe beschadiging controleren.–LV-tractieaccu monteren. ( pag. 61)–Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 43)–Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. ( pag. 49)– Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controle-ren. ( pag. 45)– Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem contro-leren. ( pag. 51)– Controleren of het remsysteem goed werkt.–Bandentoestand controleren. ( pag.

58)–Bandenspanning controleren. ( pag. 59)– Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld en soe-pel bewegen.– Controleren of makkelijk toegankelijke, veiligheidsrelevante schroe-ven en moeren goed vastzitten.– Laadtoestand van de LV-tractieaccu controleren.9.2 Voertuig starten402001-10–Plug-in-standaard1verwijderen.– De magneetschakelaar aan de opname van het stuur monteren.Voorgeschreven waardeOm een onbedoeld activeren te voorkomen, de magneetschake-laar pas direct voor het rijden monteren.H06030-01– Aan-uit-knop ingedrukt houden tot het multifunctionele elementgaat branden.Het voertuig is startklaar.– Gashendel over de uitgangspositie heen sluiten.Het voertuig trilt.Het voertuig is rijklaar en reageert op de gashendel.

RIJ-INSTRUCTIES 9219.3 Rijmodus wijzigenInfoDe rijmodus mag pas stapsgewijs worden gewijzigd als het kind met alle bedieningselementen vertrouwd is.W00474-10–Het voertuig met de aan-uitknop1( pag. 14) inschakelen.–De magneetschakelaar2( pag. 15) van het stuur verwijde-ren.– Gashendel over de uitgangspositie heen sluiten en vasthouden.– Wachten tot het lampje knippert (3 seconden) en de gashendel ver-der vasthouden.–De aan-uitknop1( pag. 14) 3 seconden lang ingedrukt houdenom van rijmodus ( pag.

16) te wisselen.Voorgeschreven waardeRijmodusindicatieWit Rijmodus 1Blauw Rijmodus 2Groen Rijmodus 3Rood (knipperend) Laadtoestand laagRood/blauw (knippe-rend)Voertuig ligt op zijkantDe kleur van de rijmodusindicatie3wisselt naar de nieuwerijmodus.– Gashendel loslaten.Het voertuig kan worden gestart.9.4 Beginnen met rijdenInfoVoor het rijden moet de plug-in standaard worden verwijderd.– Voorzichtig gas geven.9.5 AfremmenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen.– Vertel uw kind dat het de manier van remmen moet aanpassen aan de rijsituatie en de toestand van de weg.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een poreus drukpunt van voor- en/of achterwielrem vermindert de remwerking.– Controleer het remsysteem en laat het kind pas verder rijden, als het probleem is opgelost.

9 RIJ-INSTRUCTIES22– Indien mogelijk ophouden met remmen voordat u een bocht inrijdt.9.6 Stoppen, parkerenWaarschuwingGevaar voor diefstal Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.– Laat het voertuig nooit onbeheerd.– Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.WaarschuwingGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet.– Raak onderdelen zoals motor, lithium-ion-accu, schokdemper en remsysteem pas aan, nadat deze voertuig-componenten zijn afgekoeld.– Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.AanwijzingMateriaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.– Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.– Motorfiets afremmen.– Aan-uit-knop ingedrukt houden tot het multifunctionele element uitgaat.– De magneetschakelaar uit de opname van het stuur verwijderen.– Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.9.7 TransporterenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.AanwijzingGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.– Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.– Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.401475-01– Aan-uit-knop ingedrukt houden tot het multifunctionele elementuitgaat.– De magneetschakelaar uit de opname van het stuur verwijderen.– Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmidde-len borgen tegen omvallen en wegrollen.

SERVICESCHEMA 102310. 1 Extra informatieVoor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdracht wordenverstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht. Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden. In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten veranderen. Het laatst geldige serviceschema is beschikbaar bij geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealers voor de elektronischeonderhoudsgegevens. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer adviseert u graag. Naar de servicebeurt altijd de acculader en de LV-tractieaccu meebrengen. 10. 2 Serviceschemaom de 12 maandenom de 20 bedrijfsurenna 10 bedrijfsurenAcculader op beschadiging en vervuiling controleren. ○ ●Werking van de elektrische installatie controleren.

11 CHASSIS AFSTELLEN2411.1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren401030-01– Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en ombeschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame tevoorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bijhet gewicht van de bestuurder passen.– Dit voertuig is in de leveringstoestand ingesteld op het minimalegewicht van een bestuurder (met complete beschermende kleding).Voorgeschreven waardeMaximaal bestuurdersgewicht 35 kg11.2 Veervoorspanning schokdemper instellenVoorzichtigGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uitelkaar wordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.– Let op de aangegeven beschrijving. (Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)Voorwerk–Zadel verwijderen. ( pag.

CHASSIS AFSTELLEN 112511.3 Stuurpositie instellenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Een gerepareerd stuur vormt een veiligheidsrisico.Als het stuur werd verbogen of uitgelijnd, treedt materiaalmoeheid op. Hierdoor kan het stuur breken.– Vervang het stuur, als het stuur is verbogen of beschadigd.W00492-11–Schroeven1verwijderen. Stuurklem demonteren. Stuur verwijde-ren en opzij leggen.InfoComponenten door afdekken tegen beschadiging bescher-men.Kabels en leidingen niet knikken.– Stuur in het midden positioneren.Voorgeschreven waardeMet de hulplijnen op het stuur rekening houden.InfoErop letten dat de kabels en leidingen correct wordengelegd.–Stuurklem positioneren. Schroeven1monteren en gelijkmatigvastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef stuurklem M8 15 NmInfoOp gelijkmatige spleetmaten letten.

12 ZADELHOOGTE2612.1 Instelmogelijkheden van de zadelhoogteH03605-01De zadelhoogte kan met de montagepositie van de voorvork en deschokdemper worden gewijzigd.Er wordt aangeraden om het voertuig pas vanaf een minimale opstap-hoogte van het kind op de hoge positie in te stellen.Opstaphoogte voorhoge positie≥ 50 cmInfoAls de zadelhoogte aan voorvork en schokdemper wordt inge-steld, moet erop worden gelet dat het voertuig na afsluiten vande werkzaamheden zo recht mogelijk staat.Bij laag ingestelde zadelhoogte aan de schokdemper moet devoorvork overeenkomstig worden doorgestoken en omgekeerd.12.2 Zadelhoogte op de schokdemper instellenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Wijzigingen aan de instelling van het chassis kunnen het rijgedag sterk beïnvloeden.– Laat uw kind na wijzigingen eerst langzaam rijden, om het rijgedrag te kunnen inschatten.InfoAls de zadelhoogte op de schokdemper wordt ingesteld, moet ook de zadelhoogte op de schokdemper wordeningesteld.Voorwerk–Motorfiets met hefbok opkrikken.

ZADELHOOGTE 1227Nawerk–Zijbekleding rechts monteren. ( pag. 37)–Zijbekleding links monteren. ( pag. 37)–Zadel monteren. ( pag. 40)–Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 29)12.3 Zadelhoogte aan de voorvork instellenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Wijzigingen aan de instelling van het chassis kunnen het rijgedag sterk beïnvloeden.– Laat uw kind na wijzigingen eerst langzaam rijden, om het rijgedrag te kunnen inschatten.InfoDe zadelhoogte kan door doorsteken van de vorkpoten traploos worden gewijzigd.Als de zadelhoogte aan de voorvork wordt ingesteld, moet ook de zadelhoogte aan de schokdemper worden inge-steld.Voorwerk–Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 29)–Voorwiel demonteren. ( pag.

SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 132913.1 Motorfiets met hefbok opkrikkenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.401942-01– Motorfiets met een geschikte hefbok aan de onderbumper optillen.Beide wielen hebben geen contact met de grond.– Motorfiets borgen tegen omvallen.13.2 Motorfiets van hefbok nemenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.402001-10– Motorfiets van hefbok nemen.– Hefbok verwijderen.–Voor het neerzetten van de motorfiets de plug-in standaard1in de adapter voor de plug-in standaard aan de linkerzijde van deachterbrug plaatsen.InfoDe plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.13.3 Vorkpoten demonterenVoorwerk–Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 29)–Voorwiel demonteren.

54)W00554-10–Remzadel positioneren, schroef4en schroef5monteren, maarnog niet vastdraaien.– Remhendel meerdere keren bedienen tot de remplaketten tegen deremschijf liggen, een drukpunt aanwezig is en het remzadel uitge-lijnd is.– Remhendel vasthouden.–Schroef4vastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef remzadelvoorM6x20 10 NmLoctite®243™–Schroef5vastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef remzadelvoorM6x20 10 NmLoctite®243™– Remhendel loslaten.–Remkabel en klem positioneren. Schroef6monteren en vast-draaien.

SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 1333W00502-10–Stuuradapter monteren, schroeven7monteren en vastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef stuur-adapterM10 40 NmLoctite®243™– Stuur met stuuradapter positioneren.–Schroeven8monteren en vastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef stuurklem M8 15 Nm– Stuurbescherming monteren.–Voorwiel monteren. ( pag. 54)W00554-11–Remzadel positioneren, schroef9en schroefbkmonteren, maarnog niet vastdraaien.– Remhendel meerdere keren bedienen tot de remplaketten tegen deremschijf liggen, een drukpunt aanwezig is en het remzadel uitge-lijnd is.– Remhendel vasthouden.–Schroef9vastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef remzadelvoorM6x20 10 NmLoctite®243™–Schroefbkvastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef remzadelvoorM6x20 10 NmLoctite®243™– Remhendel loslaten.–Remkabel en klem positioneren.

Schroefblmonteren en vast-draaien.Voorgeschreven waardeSchroef remkabelhou-der aan voorvorkM5 2 NmNawerk–Spatbord met startnummerbord monteren. ( pag. 36)– Controleren of kabel en remkabel correct gelegd zijn.–Speling balhoofdlager controleren. ( pag. 33)–Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 29)13.7 Speling balhoofdlager controlerenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Verkeerde speling van het balhoofdlager beïnvloedt het rijgedrag negatief en beschadigtcomponenten.– Corrigeer verkeerde speling van het balhoofdlager onmiddellijk. (Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)InfoAls er gedurende langere tijd wordt gereden met speling in de balhoofdlagers, beschadigen de lagers en daardoorook de lagerzittingen in het frame.

13 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS34Voorwerk–Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 29)H01167-01Hoofdwerk– Stuur in de rechtuitstand zetten. Vorkpoten in rijrichting voor- enachteruit bewegen.Er mag geen speling in de balhoofdlager te voelen zijn.» Als er speling voelbaar is:–Speling balhoofdlager instellen. ( pag. 34)–Stuur over het gehele stuurbereik heen en weer bewegen.Het stuur moet eenvoudig kunnen worden bewogen over hetgehele stuurbereik. Er mogen geen blokkeringen te voelen zijn.» Als er blokkeringen voelbaar zijn:–Speling balhoofdlager instellen. ( pag. 34)– Balhoofdlager controleren en indien nodig vervangen.Nawerk–Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 29)13.8 Speling balhoofdlager instellenVoorwerk–Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag.

SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 133913.17 Schokdemper monterenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Wijzigingen aan de instelling van het chassis kunnen het rijgedag sterk beïnvloeden.– Laat uw kind na wijzigingen eerst langzaam rijden, om het rijgedrag te kunnen inschatten.M02136-10Hoofdwerk–Schokdemper van achteren in het voertuig positioneren, schroef1monteren en aantrekken.Voorgeschreven waardeSchokdemper zodanig plaatsen dat de schroef aan het bovenstedeel van de schokdemper naar boven is gepositioneerd.Schroef schok-demper onderM8x45 25 NmLoctite®243™–Achterbrug optillen, schroef2met ring monteren en vastdraaien.Voorgeschreven waardeEventueel bij demontage genoteerde inbouwpositie in achtnemen.Schroef schokdemperbovenM8x65 20 NmM02134-11–Beschermkap3monteren.M02133-11–Spatbescherming positioneren, schroeven4monteren en vast-draaien.Voorgeschreven waardeSchroef spatbescher-mingM6 7 NmNawerk–Zijbekleding rechts monteren.

13 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS4013.18 Rubberen buffer en lagerpunten van schokdemper controlerenVoorwaardenSchokdemper is gedemonteerd.W00553-10–De rubberen buffer1en de lagerpunten2van de schokdempercontroleren op beschadiging en slijtage.» Bij beschadiging of slijtage:– Schokdemper vervangen.13.19 Zadel verwijderenW00493-10–Schroef1losdraaien en het zadel achter optillen.– Zadel terugtrekken en afnemen.13.20 Zadel monterenW00494-10– Het zadel aan het uitsteeksel vasthaken, achter neerlaten en naarvoren schuiven.W00493-10–Schroef1monteren en vastdraaien.Voorgeschreven waardeSchroef zadelbevesti-gingM6 6 Nm

SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 134113.21 Frame controlerenW00489-10– Frame op beschadiging, scheurvorming en vervorming controleren.» Als het frame beschadigd, gescheurd of vervormd is:– Frame vervangen.Voorgeschreven waardeReparaties aan het frame zijn niet toegestaan.13.22 Achterbrug controlerenW00490-10– Achterbrug op beschadiging, scheurvorming en vervorming contro-leren.» Als de achterbrug beschadigd, gescheurd of vervormd is:– Achterbrug vervangen.Voorgeschreven waardeReparaties van de achterbrug zijn niet toegestaan.13.23 Rubberen stuurcovers controleren401197-01– Rubberen stuurcovers aan stuur controleren op beschadiging enslijtage. Controleren of de stuurcovers goed vastzitten.InfoDe rubberen stuurcovers zijn links op een huls en rechts opde handgreep van de gashendel gevulkaniseerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met GasGas MC-E 2 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden