GasGas MC 65 (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van GasGas MC 65 (2025) (130 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over GasGas MC 65 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | GasGas |
| Categorie: | Motor |
| Model: | MC 65 (2025) |
Handleiding GasGas MC 65 (2025) – volledige tekst
BESTE GASGAS KLANT,*3215215nl*3215215nl14.05.2024BESTE GASGAS KLANT,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportief voer-tuig dat, mits goed onderhouden, u en uw kind lang plezier zal schenken.We wensen uw kind altijd een goede en veilige rit!Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen.Voertuigidentificatiennummer ( pag. 12)Stempel van dealerMotornummer ( pag. 12)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van deze modelserie.Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten.Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
GASGAS GmbH houdt zich het recht voor om technische gegevens, prijzen,kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaandeaankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aande plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GASGASGmbH is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten envergissingen.
Een aantal van de afgebeelde modellen zijn voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij de lever-omvang horen.© 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schriftelijke toe-stemming van de auteur.ISO 9001(12 100 6061)GASGAS past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagementnormISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.Afgegeven door: TÜV SÜD Management Service GmbHGASGAS GmbHStallhofnerstraße 35230 Mattighofen, OostenrijkDit document is geldig voor de volgende modellen:MC 65 (F0001Y6)
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat de werkzaamhe-den voor de veiligheid van uw kind uitvoeren in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage.
Daarwordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde specialegereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen diein de begrippenlijst worden uitgelegd.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan. Dit voertuigvoldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbonden. InfoGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties voorhet toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te worden genomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvuldig door. De veiligheids-aanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in de tekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwingsstickersaangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbreken kunt u of anderepersonen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg heeft als uniet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de juistevoorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelenneemt.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgende maatregelenof de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluidsdempingdienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van het voertuig voorandere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten werking isgesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage wordenverholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenenalsmede broek en jas met bescherming draagt.
– Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aande wettelijke eisen. – Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-mende kleding draagt tijdens het rijden. Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermende kleding.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist. Indien dit speciale gereedschap niet bij de levering van hetvoertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikelnummer. Voorbeeld:lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1.
013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroeven,afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikantbij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen. Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen. Binnendringend vuil kanleiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade.
Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en conflic-ten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebruiken, dient u mili-eubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer is u graag van dienst. 2. 10 BedieningshandleidingLees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat uw kind voor het eerst gaat rijden. In de bedienings-handleiding vinden u en uw kind veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zokomt u te weten hoe u het voertuig het beste afstemt op uw kind en hoe u en uw kind zich kunnen beschermen tegen let-sel. TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.
Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wilt weten of als tijdenshet lezen iets niet duidelijk is. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload. De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer en op de GAS-GAS Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde GASGAS Motorcycles‑dealer kan ook een afgedrukt exem-plaar worden besteld. Internationale GASGAS‑website: http://www. gasgas. com.
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 393. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerdeGASGAS Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdatanders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig isveroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, toebehorenGebruik voor de veiligheid van uw kind alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS zijn vrijgegeven en/ofaanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage monteren. Voor andere producten endaardoor veroorzaakte schade is GASGAS niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uw geautori-seerde GASGAS Motorcycles-dealer adviseert u graag. De actuele GASGAS Technical Accessories voor uw voertuig vindt u op de GASGAS Motorcycles-website. Internationale GASGAS‑website: http://www. gasgas. com3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis.
Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken. Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat, stoffig of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen, luchtfilters of veringscomponenten duidelijk snellerverslijten.
Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende service-interval te controlerenof te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor de betref-fende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u zich aan deaanwijzingen in de tekst. 3.
6 BEDIENINGSELEMENTEN146.1 KoppelingshendelV02820-10De koppelingshendel1is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelV02821-10De remhendel1is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelV02821-11De gashendel1is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.6.4 UitschakelknopV02820-11De uitschakelknop1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Uitschakelknop in de uitgangspositie – In deze stand is het ont-stekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.• Uitschakelknop ingedrukt – In deze stand is het ontstekingscir-cuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uit en een stil-staande motor schakelt niet in.
BEDIENINGSELEMENTEN 6156.5 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als brandstof inde ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.S05995-10–Tankdop1tegen de klok in draaien en naar boven toe verwijde-ren.6.6 Tankdop sluitenS05995-11–Tankdop1plaatsen en met de klok mee draaien tot de brandstof-tank goed gesloten is.InfoSlang van de brandstoftankontluchting2zonder knikkenleggen.
Er kan brandstof uit de brandstoftank stromen.6.8 ChokeS05997-10De chokehendel1is aan de linkerkant van de carburateur aange-bracht.Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een ope-ning vrijgegeven waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen.Daardoor ontstaat een rijker brandstof-luchtmengsel dat voor de koudestart nodig is.InfoBij een warme motor moet de chokefunctie gedeactiveerd zijn.Mogelijke toestanden• Chokefunctie geactiveerd – Chokehendel is helemaal omlaaggedrukt.• Chokefunctie gedeactiveerd – Chokehendel is helemaal omhooggedrukt.6.9 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.401950-11De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van de afbeelding.De neutrale of vrije standNbevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.10 Kickstarterhendel401954-10De kickstarterhendel1is rechts aan de motor aangebracht.De kickstarterhendel kan worden gezwenkt.InfoVoor het rijden eerst de kickstarterhendel naar de motor zwen-ken.6.11 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.12 Plug-in standaard402581-10De bevestiging van de plug-in standaard1bevindt zich aan het frameaan de linkerkant van het voertuig.De plug-in standaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoDe plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.6.13 BedrijfsurentellerS06000-10De bedrijfsurenteller1is voor het stuur aangebracht.Hij geeft het totaal aantal bedrijfsuren van de motor aan.De bedrijfsurenteller begint te tellen als de motor wordt gestart en hijstopt als de motor wordt uitgeschakeld.InfoOp de bedrijfsurenteller kan niets worden gewist of ingesteld.
7 INBEDRIJFSTELLING187. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingWaarschuwingGevaar voor ongevallen Ontbrekende fysieke of psychische geschiktheid van het kind vormt een groot risico. Kinderen kunnen gevaren vaak onderschatten of geheel niet herkennen. – Uw kind moet al zelf kunnen fietsen. – Uw kind moet het voertuig na vallen zelf weer rechtop kunnen zetten. – Bovendien moet uw kind begrijpen dat voorschriften en aanwijzingen van u of van een andere toezichthou-dende persoon opgevolgd moeten worden. – Vertel uw kind dat het in geen geval zonder toezichthoudende persoon met het voertuig mag rijden. – Vertel uw kind dat het niet sneller mag rijden dan voor uw kind beheersbaar. – Vraag niet teveel van uw kind. Let erop dat conditie, rijtechniek en motivatie passen.
– Laat uw kind uitsluitend met het voertuig rijden, als uw kind zowel lichamelijk als geestelijk in staat is een voer-tuig te rijden. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenenalsmede broek en jas met bescherming draagt. – Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aande wettelijke eisen. – Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-mende kleding draagt tijdens het rijden. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag. Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken.
WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. – Vertel uw kind dat het geen bijrijder mag meenemen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken. – Let erop dat uw kind de voet van het rempedaal neemt als hij of zij niet wil afremmen. WaarschuwingGevaar voor ongevallen De rijwerkcomponenten worden door overbelasting beschadigd of onbruikbaar. – Overschrijd het hoogst toegelaten bestuurdersgewicht niet.
INBEDRIJFSTELLING 719WaarschuwingGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd. – Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. – Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. InfoHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatiglawaai. – Ervoor zorgen dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS Motorcycles-garage. U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig. – Voor de eerste rit samen met uw kind de volledige bedieningshandleiding aandachtig doorlezen. InfoDaarbij vooral ingaan op de veiligheidsaanwijzingen en het risico op letsel. Uw kind uitleg geven over de rij- en valtechnieken, zoals de effecten van gewichtsverschuivingen op het rijge-drag.
– Ervoor zorgen dat uw kind vertrouwd raakt met de bedieningselementen. –Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. ( pag. 71)–Uitgangspositie van de remhendel instellen. ( pag. 75)–Uitgangspositie van het rempedaal instellen. ( pag. 82)– Voor de eerste inbedrijfstelling controleren of de basisinstelling van het chassis geschikt is voor het gewicht van uwkind. – Laat uw kind op een geschikt terrein wennen aan het rijgedrag van de motorfiets, bij voorkeur op een groot open veld. InfoOm ervoor te zorgen dat uw kind een gevoel krijgt voor de werking van de rem, moet u uw kind eerst aandu-wen. Pas als uw kind de voorwielrem kan doseren, kan de motor worden gestart. Laat uw kind eerst naar een andere persoon rijden, die uw kind helpt bij het stoppen en draaien. – Obstakels neerzetten waar uw kind omheen moet rijden, zodat uw kind kan wennen aan het rijgedrag van het voertuig.
– Uw kind mag niet over een terrein rijden dat te veel vergt van de capaciteiten en de ervaring van uw kind. – Uw kind moet tijdens het rijden het stuur met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten. – Ervoor zorgen dat het hoogst toelaatbare bestuurdersgewicht niet wordt overschreden. Voorgeschreven waardeMaximaal bestuurdersgewicht 50 kg–Spaakspanning controleren. ( pag. 92)InfoDe spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd. –Motor inrijden. ( pag. 20).
RIJ-INSTRUCTIES 8218.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingInfoTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan worden gere-den.Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.H02217-01–Cardanoliepeil controleren. ( pag. 102)–Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 76)–Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. ( pag. 83)– Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controle-ren. ( pag. 78)– Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem contro-leren. ( pag. 85)– Controleren of het remsysteem goed werkt.–Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 94)–Kettingvervuiling controleren. ( pag. 65)– Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding contro-leren. ( pag. 68)–Kettingspanning controleren. ( pag. 66)–Bandentoestand controleren. ( pag.
91)–Bandenspanning controleren. ( pag. 92)–Spaakspanning controleren. ( pag. 92)InfoDe spaakspanning moet regelmatig worden gecontroleerd,omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveiligheid ernstignadelig wordt beïnvloed.–Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. ( pag. 44)–Vorkpoten ontluchten. ( pag.
43)– Luchtfilter controleren.– Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld en soe-pel bewegen.– Alle schroeven, moeren en slangklemmen regelmatig op goed vast-zitten controleren.– Brandstofvoorraad controleren.8.2 Voertuig startenGevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.– Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.– Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.AanwijzingMotorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.– Zorg ervoor dat de motor met een laag toerental wordt warm gereden.
8 RIJ-INSTRUCTIES22InfoAls de motorfiets niet goed start kan dat worden veroorzaakt door oude brandstof in de vlotterkamer. De licht ont-vlambare stoffen in de brandstof vervluchtigen als de motorfiets langere tijd stilstaat. Als de vlotterkamer met verse ontsteekbare brandstof is gevuld zal de motor meteen starten. Motorfiets staat meer dan 1 week stil–Vlotterkamer van de carburateur aftappen. ( pag. 101)– Kartelschroef op de brandstofkraan tegen de klok in draaien tot de aanslag. Er kan brandstof van de brandstoftank naar de carburateur stromen. – Motorfiets van de standaard nemen. – Versnelling in stationair schakelen. Motor koud– Chokehendel helemaal omlaag drukken. – Kickstarterhendel krachtig en volledig intrappen. InfoGeen gas geven. 8. 3 Beginnen met rijdenInfoVoordat u gaat rijden moet de plug-in standaard worden verwijderd.
– Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdig voorzichtiggas geven. 8. 4 Schakelen, rijdenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbelast demotor. –Vertel uw kind dat het bij een hoog toerental niet naar een lagere versnelling mag terugschakelen. InfoAls u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen meteen geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage. De 1e versnelling is de start- of bergversnelling. – Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie etc. ) kan uw kind naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoorgas loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel trekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppelingshendel vrijge-ven en gas geven.
– Als de chokefunctie is geactiveerd, moet deze worden gedeactiveerd als de motor warm is. – Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pasuw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan.
De snelheid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijkminder brandstof verbruikt. – Uw kind mag altijd slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment kan verwerken – abrupt opendraaien van degashendel verhoogt het verbruik. – Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen.
RIJ-INSTRUCTIES 823– Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gasgeven resp. nog een keer schakelen. – Uw kind moet de motor uitzetten, als de motorfiets langere tijd stationair draait of stilstaat. Voorgeschreven waarde≥ 2 min– Uw kind moet frequent of lang laten slippen van de koppeling vermijden. Hierdoor wordt de motorolie verwarmd endus ook de motor en het koelsysteem. – Leg uw kind uit dat het beter is met een lager toerental dan met een hoog toerental en slippende koppeling te rijden. 8. 5 AfremmenWaarschuwingGevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen. – Vertel uw kind dat het de manier van remmen moet aanpassen aan de rijsituatie en de toestand van de weg. WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een poreus drukpunt van voor- en/of achterwielrem vermindert de remwerking.
– Controleer het remsysteem en laat het kind pas verder rijden, als het probleem is opgelost. (Uw geautori-seerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst. )WaarschuwingGevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig. – Vertel uw kind om meerdere keren voorzichtig te remmen, om de remplaketten en remschijven te drogen envuil te verwijderen. – Op zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt. – Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Uw kind moet daarbij afhankelijk van de snelheidnaar een lagere versnelling schakelen. – Spoor uw kind aan om bij langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor te gebruiken. Daarvoor een of twee ver-snellingen terugschakelen, maar daarbij de motor niet overbelasten. Zo hoeft uw kind veel minder te remmen en raakthet remsysteem niet oververhit. 8.
6 Stoppen, parkerenWaarschuwingGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd. – Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait.
– Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. WaarschuwingGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. – Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. AanwijzingMateriaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. – Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond. – Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
8 RIJ-INSTRUCTIES24AanwijzingGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.– Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.– Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.– Motorfiets afremmen.– Versnelling in stationair schakelen.– Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat.– Kartelschroef op de brandstofkraan met de klok mee draaien tot de aanslag.– Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.8.7 TransporterenAanwijzingMateriaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.– Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.AanwijzingGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.– Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.– Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.401475-01– Motor uitzetten.– Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmidde-len borgen tegen omvallen en wegrollen.8.8 Brandstof tankenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
RIJ-INSTRUCTIES 825WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als brandstof inde ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.– Motor uitzetten.–Tankdop openen. ( pag.
9 SERVICESCHEMA269. 1 Extra informatieVoor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de servicewerkzaamheden, moet een extra opdracht wordenverstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht. Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden. In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten veranderen. Het laatst geldige serviceschema is beschikbaar bij geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealers voor de elektronischeonderhoudsgegevens. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het gebruik van een bedrijfsurenteller wordt aanbevolen om de kilometerstand steeds te kunnen controleren. Bedrijfsurenteller (A54012920000)9.
(veer van de uitlaatbesturing vervangen, zuiger vervangen.Naaldsproeier vervangen.)● ●Groot motoronderhoud uitvoeren, inclusief demontage en montage van de motor. (Drijfstang,drijfstanglager en kruktap vervangen. Krukaslager vervangen. Transmissie en versnelling contro-leren. Aanzuigflens vervangen. Alle motorlagers vervangen.)●Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken. ○ ● ● ● ●Elektronische onderhoudsgegevens in het dealerportaal invoeren. ○ ● ● ● ●○Eenmalig interval● Periodiek interval
10 CHASSIS AFSTELLEN2810. 1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controlerenInfoVoor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen. 401030-01– Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en ombeschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame tevoorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bijhet gewicht van de bestuurder passen. – Dit voertuig is in de leveringstoestand ingesteld op het standaardge-wicht van een bestuurder (met complete beschermende kleding). Voorgeschreven waardeStandaard bestuurdersgewicht 35 … 45 kg– Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet debasisinstelling van de veringscomponenten worden aangepast.
– Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van deveervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingenmoet een aangepaste vering worden gemonteerd. 10. 2 LuchtveringIn deze voorvork wordt een luchtvering gebruikt. Bij dit systeem bevindt de vering zich in de linker voorvorkpoot en de demping in de rechter voorvorkpoot. Aangezien de voorvorkveren niet nodig zijn, wordt een aanzienlijk gewichtsvoordeel bereikt ten opzichte van conventionelevoorvorken. Ook het reageren op kleine oneffenheden wordt aanzienlijk verbeterd. Onder normale rij-omstandigheden zorgt alleen een luchtkussen voor de vering. Als eindslag bevindt zich een stalen veer inde linkervorkpoot. InfoAls de voorvork regelmatig doorslaat, moet de luchtdruk in de voorvork worden verhoogd om beschadiging van devoorvork en het frame te voorkomen.
De luchtdruk in de voorvork kan met een voorvorkpomp snel worden aangepast aan het bestuurdersgewicht, de omstan-digheden van het terrein en de wens van de bestuurder. De voorvork hoeft niet te worden gedemonteerd. De ingewikkeldemontage van hardere of zachtere vorkveren kan achterwege blijven.
Als de luchtkamer als gevolg van een beschadigde pakking lucht zou verliezen, zakt de voorvork desondanks toch niet door. De lucht wordt in dit geval in de vork tegengehouden. De veerweg blijft grotendeels behouden. De demping wordt harderen het rijcomfort neemt af. De demping kan in de uitgaande demping worden ingesteld. De instelling uitgaande demping bevindt zich aan de bovenzijde van de rechter vorkpoot.
CHASSIS AFSTELLEN 102910. 3 Ingaande demping schokdemperDe ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed. High- en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid. De highspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het achterwielveert daarbij snel in. De lowspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels op de onder-grond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in. Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high- en lowspeed is echter vloeiend. Daarom zijn wijzi-gingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het lowspeedbereik en omgekeerd. 10.
4 Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellenVoorzichtigGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uitelkaar wordt genomen. De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. – Let op de aangegeven beschrijving. (Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst. )InfoDe lowspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper langzaam tot normaalinveert. F02172-10–Stelschroef1met een schroevendraaier met de klok mee draaientot de laatste voelbare klik. InfoSchroef2niet losdraaien. – Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen deklok in draaien. Voorgeschreven waardeIngaande demping lowspeedComfort 18 klikkenStandaard 15 klikkenSport 12 klikkenInfoDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping. 10.
10 CHASSIS AFSTELLEN30InfoDe highspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper snel inveert.F02172-11–Stelschroef1met een dopsleutel tot de aanslag met de klok meedraaien.InfoSchroef2niet losdraaien!– Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen deklok in draaien.Voorgeschreven waardeIngaande demping highspeedComfort 2 omwStandaard 1,5 omwSport 1 omwInfoDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping.10.6 Uitgaande demping van de schokdemper instellenVoorzichtigGevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uitelkaar wordt genomen.De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.– Let op de aangegeven beschrijving.
(Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)F02173-10–Stelschroef1met de klok mee draaien tot de laatste voelbare klik.– Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen deklok in draaien.Voorgeschreven waardeUitgaande dempingComfort 18 klikkenStandaard 15 klikkenSport 12 klikkenInfoDraaien met de klok mee verhoogt de demping, draaientegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
CHASSIS AFSTELLEN 103110.7 Maat achterwiel zonder belasting bepalenVoorwerk–Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 43)402415-10Hoofdwerk– Veerwegmal in de achterwielas positioneren en de afstand tot demarkering SAG op het achterspatbord meten.Veerwegmal (00029090200)–Waarde als maatAnoteren.Nawerk–Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 43)10.8 Statische veerweg schokdemper controleren402416-10–MaatAachterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 31)– De motorfiets met behulp van iemand die assisteert rechtop hou-den.– Opnieuw met de veerwegmal de afstand tussen de achterwielas ende markering SAG op het achterspatbord meten.–Waarde als maatBnoteren.InfoDe statische veerweg is het verschil tussen maatAenB.– Statische veerweg controleren.Statische veerweg 30 mm» Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aangegevenmaat:– Veervoorspanning van de schokdemper instellen.( pag. 32)
10 CHASSIS AFSTELLEN3210.9 Dynamische veerweg van de schokdemper controleren402417-10–MaatAachterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 31)– Met behulp van een persoon die de motorfiets vasthoudt, gaat debestuurder met volledige beschermende kleding in een normalezitpositie (voeten op de voetsteunen) op de motorfiets zitten enbeweegt enkele keren op en neer.De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.– Een tweede persoon meet nu opnieuw met de veerwegmal deafstand tussen de achterwielas en de markering SAG op hetachterspatbord.–Waarde als maatCnoteren.InfoDe dynamische veerweg is het verschil tussen maatAenC.–Dynamische veerweg controleren.Voorgeschreven waardeDynamische veerweg 80 mm» Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven maat:–Dynamische veerweg instellen. ( pag.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met GasGas MC 65 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor GasGas
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor