GasGas MC 450F Factory Edition (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van GasGas MC 450F Factory Edition (2025) (174 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over GasGas MC 450F Factory Edition (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | GasGas |
| Categorie: | Motor |
| Model: | MC 450F Factory Edition (2025) |
Handleiding GasGas MC 450F Factory Edition (2025) – volledige tekst
Beste GASGAS-klant,*3215223nl*3215223nl12/11/2024Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern, sportief voertuigdat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer (pag. 17)Stempel dealerMotornummer (pag. 17)De bedieningshandleiding kwam op het tijdstip van publicatie overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleineafwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleu-ren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankon-diging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaat-selijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GASGAS is nietaansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Deafgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsomvang beho-ren. © 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden. Afbeeldingen: Mitterbauer / Visus Studios / KISKA / GASGASVoor elke kopie of reproductie is schriftelijke toestemming van de auteur vereist.
Symbolen en formateringen 191.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.
Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geau-toriseerde GASGAS-werkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2-dlg. 2-deligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr. Nummerz.
2 Veiligheid102. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.
WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 ManupilatieverbodAan systemen en geluiddempende onderdelen mogen geen wijzigingen worden aangebracht. Verboden manupilaties● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voordat hetnieuwe voertuig wordt verkocht of afgeleverd aan de eindklant. ● Verwijderen of uitschakelen van apparatuur of componenten die worden gebruikt om geluid te dempen voor anderedoeleinden dan service, reparatie of vervanging tijdens de levensduur van het voertuig.
Voorbeelden van verboden manipulaties● Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. ● Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. ● Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Veiligheid 211GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt.
Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage wordenverholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte beschermende kledingte gebruiken. 2.
5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel). Voor sommige werkzaamheden zijn speciale gereedschappen vereist.
Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, O-ringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.
2 Veiligheid122. 6 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan, kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en conflic-ten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen gebruiken waar en wanneerdat wettelijk is toegestaan, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer is u graag van dienst. 2. 7 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaat rijden.
In debedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zo komtu te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen. TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen. Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wilt weten of als tijdenshet lezen iets niet duidelijk is. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload.
U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer enop de GASGAS Motorcycles-website. Via uw gecertificeerde GASGAS Motorcycles-dealer kan ook een afgedrukt exemplaarworden besteld. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/2.
8 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik(alle MC-F-modellen)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij reguliere races kan weerstaan. Dit voer-tuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbon-den. AanwijzingGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet. (EX-F)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij reguliere races kan weerstaan. Dit voer-tuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbon-den. AanwijzingGebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet. Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegende gebruikin de motocross.
Veiligheid 2132.9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt.Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.
3 Belangrijke aanwijzingen143. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS Motorcy-cles-garage worden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de ga-rantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt,bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, technisch toebehoren GASGASGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS Motorcycles zijn vrijgegevenen/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage monteren.
Voor andere productenen daardoor veroorzaakte schade is GASGAS Motorcycles niet aansprakelijk. De artikelnummers van sommige reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjesaangegeven. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het actuele GASGAS technisch toebehoren voor uw voertuig vindt u bij uw erkende GASGAS Motorcycles-dealer en op deGASGAS Motorcycles-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over GASGAS Motorcy-cles.
Bedieningselementen 6196.1 KoppelingshendelJ00075-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelJ00077-10De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelJ00076-10De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.6.4 UitschakelknopF03650-11De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.
6 Bedieningselementen206.5 StartknopF03650-10De startknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisStartknop in de uitgangsposi-tieGeen functie.Startknop ingedruktIn deze stand wordt de startmo-tor geactiveerd.6.6 Combinatieschakelaar (PRADO Edition)F03761-10De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.Met de knop1en knop2van de combinatieschakelaar kan de mo-torkarakteristiek worden gewijzigd.Met de TC-knop3van de combinatieschakelaar kan de tractiecontroleworden geactiveerd.Bovendien kunnen via de combinatieschakelaar de Launch Control ende Quickshifter worden geactiveerd.Toestand BetekenisSTANDARD1Bij brandend controlelampjeAis STANDARD Mapping geacti-veerdSTANDARD1met TC Bij brandend controlelampjeAen brandend TC-controlelampjeis STANDARD Mapping met detractiecontrole geactiveerd.ADVANCED2Bij brandend controlelampjeBis ADVANCED Mapping geacti-veerd.ADVANCED2met TC Bij brandend controlelampjeBen brandend TC-controlelampjeis ADVANCED Mapping met detractiecontrole geactiveerd.6.7 Overzicht controlelampjes (PRADO Edition)A01223-11
Bedieningselementen 621Toestand BetekenisControlelampje storing brandt/knippertoranje ‒ De OBD heeft een fout in devoertuigelektronica geconstateerd. Hetcontrolelampje storing brandt ook, alsde tractiecontrole is geactiveerd en detoerentalbegrenzer ingrijpt. De OBD heeft een fout in de voertuigelektronica geconsta-teerd. ControlelampjeAbrandt wit‒ STANDARD Mapping is geactiveerd. Magere Mapping is geactiveerd. Deze mapping wordt aan-bevolen voor vaste/harde ondergrond. ControlelampjeBbrandt groen ‒ AD-VANCED Mapping is geactiveerd. Vette Mapping is geactiveerd. Deze mapping wordt aanbe-volen voor zandige/losse ondergrond. TC-controlelampje brandt oranje TC is actief of is bezig met regelen. Het TC-controlelampjeknippert als de Launch Control is geactiveerd. Controlelampje brandt blauw De Quickshifter is geactiveerd. Het QS-controlelampjeknippert als de Quickshifter wordt geprogrammeerd.
6. 8 Gecombineerd instrumentF03765-10Het gecombineerde instrument1is voor het stuur aangebracht. Het gecombineerde instrument toont het totaal aantal bedrijfsuren vande motor. De bedrijfsuren worden geteld als de motor wordt gestart en stopgezetals de motor wordt uitgeschakeld. AanwijzingOp het gecombineerde instrument kan niets worden gewist ofingesteld. Zodra de diagnosetool is aangesloten, loopt de bedrijfsurenteller. Voor langere diagnosesessies de bedrijfsurenteller achter hetstartnummerbord loskoppelen. 6. 9 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar. Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt. ‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen. ‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.
‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt. ‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig. ‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.
‒ Tank de brandstoftank niet te vol. WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid. ‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding. ‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt. ‒ Adem geen brandstofdampen in. ‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen. ‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen. ‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen. ‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.
6 Bedieningselementen22AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.(alle MC-F-modellen)W00205-10‒ Tankdop1tegen de klok in draaien en naar boven toe verwij-deren.(EX-F)A01217-10‒ Ontgrendelknop1indrukken, tankdop tegen de klok indraaien en naar boven toe verwijderen.6.10 Tankdop sluiten(alle MC-F-modellen)W00206-10‒ Tankdop1plaatsen en met de klok mee draaien tot de brand-stoftank goed gesloten is.AanwijzingSlang van de brandstoftankontluchting2zonderknikken leggen.(EX-F)A01217-11‒ Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de ontgren-delknop1vergrendelt.AanwijzingSlang van de brandstoftankontluchting2zonderknikken leggen.
Om de grotere hoeveelheidbrandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan de motor toege-voerd door de koude-startknop uit te trekken.Als er kort gas wordt gegeven en de gashendel wordt losgelaten of degashendel naar voren wordt gedraaid, springt de koude-startknop terugin de uitgangspositie.AanwijzingControleer of de koude-startknop is teruggekeerd naar deuitgangspositie.De koude-startknop1is onder aan het smoorklephuis aangebracht.Toestand BetekenisKoude-startknop geactiveerd Koude-startknop is tot de aanslagingedruktKoude-startknop gedeactiveerd Koude-startknop staat in de uit-gangspositie6.12 Regelschroef stationair toerentalW00243-10De stationaire afstelling van de smoorklepeenheid is van grote invloedop het startgedrag, een stabiel stationair toerental en de respons bij hetgasgeven.Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start makkelij-ker dan een motor met een verkeerd ingesteld stationair toerental.Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toeren-tal1afgesteld.Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental hoger.Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental lager.
6 Bedieningselementen246.13 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.6.14 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.15 Plug-in-standaard (alle MC-F-modellen)H02629-10De plug-in-standaard dient om de motorfiets te parkeren.Bij het transporteren van de motorfiets wordt de plug-in-standaard alsvorkblokkering gebruikt.AanwijzingDe plug-in-standaard verwijderen voordat u gaat rijden.Aan de opnamen van de plug-in-standaard kan gereedschapworden bevestigd.De opname voor de plug-in-standaard1is de linkerzijde van de stee-kas.6.16 Zijstandaard (EX-F)401943-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.
Bedieningselementen 625401944-10De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.AanwijzingTijdens het rijden moet de zijstandaard1worden opgeklapt enmet de rubberband2zijn vastgezet.6.17 Factory-Start (PRADO Edition)H04998-10De Factory-Start1is aan de rechter voorvork-protector aangebracht.Door het activeren van de Factory-Start wordt de voorkant van de motorfiets verlaagd, waardoor het voorwiel bij het ver-snellen later loskomt van de bodem.Bij het eerste inveren komt de vergrendelknop van de Factory-Start automatisch los. De voorvork werkt vanaf dat momentals bij een gedeactiveerde of niet-gemonteerde Factory-Start.
7 Inbedrijfstelling267. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor- en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken.
‒ Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Neem geen bijrijder mee. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Neem de voet van het rempedaal, als u niet wilt afremmen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Totaalgewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. ‒ Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
AanwijzingHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatiglawaai. ‒ Ervoor zorgen dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerdeGASGAS Motorcycles-garage. ✓ U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig. ‒ Voor de eerste rit de gehele bedieningshandleiding doorlezen. ‒ Met de bedieningselementen vertrouwd maken. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 95)‒ Uitgangspositie van de remhendel instellen. (pag. 98)‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag. 104).
Inbedrijfstelling 727‒ Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen. (pag. 136)‒ Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende rit maakt. AanwijzingDit voertuig is niet goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen. Bij terreinrijden is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren. ‒ Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt. ‒ Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan. ‒ Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten. (alle MC-F-modellen)‒ Geen bagage meenemen.
(EX-F)‒ Wanneer bagage wordt meegenomen, moet deze zo veel mogelijk in het midden van het voertuig veilig wordenvastgezet en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel. AanwijzingMotorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling. ‒ Houd u aan het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten. Maximaal toegestaan totaalgewicht 335 kgMaximale aslast voor 145 kgMaximale aslast achter 190 kg‒ Motor inrijden. (pag. 27)7. 2 Motor inrijden‒ Tijdens de inrijperiode het aangegeven motortoerental en motorvermogen niet overschrijden. Maximaal motortoerentalTijdens het eerste rij-uur 7. 000 omw/minmaximaal motorvermogentijdens de eerste 3 rij-uren ≤ 75 %‒ Volgas geven vermijden. 7.
De onderbrekingen zijn noodzakelijk zodat de ontstane warmte zich kanverdelen over de lithium-ion-accu en de lithium-ion-accu niet bescha-digd raakt. Het startvermogen neemt toe met de opwarming. Let er steeds op dat de lithium-ion-accu opgeladen is zodat bij lage tem-peraturen voldoende reserves voor de eerste start voorhanden zijn. Na 6 mislukte startpogingen niet meer verder starten, maar het voertuigop andere defecten controleren.
7 Inbedrijfstelling287.4 Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandighedenAanwijzingWanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat of modderigtraject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk snellerverslijten. Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval tecontroleren of te vervangen.‒ Luchtfilter en luchtfilterhuis reinigen. (pag. 82)AanwijzingLuchtfilter ca. om de 30 minuten controleren.‒ Elektrische stekkers controleren op vocht en corrosie. Controleren of ze goed vastzitten.» Als ze vochtig, gecorrodeerd of beschadigd zijn:‒ Stekker reinigen en drogen, indien nodig vervangen.‒ Rijden op droog zand. (pag. 28)‒ Rijden op nat zand. (pag. 29)‒ Rijden op nat en modderig circuit. (pag.
7 Inbedrijfstelling30600868-01‒ Staalkettingwiel monteren.‒ Motorfiets reinigen. (pag. 143)‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.7.8 Voertuig op hoge temperaturen of langzaam rijden voorbereiden600868-01‒ Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.AanwijzingDe motorolie wordt snel heet als de koppeling wegens een telange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.‒ Ketting reinigen.Kettingreinigingsmiddel (pag. 169)‒ Radiateurlamellen reinigen.‒ Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 127)7.9 Voertuig voor lage temperaturen of sneeuw voorbereidenF03668-01‒ Luchtfilter-waterbescherming monteren.Luchtfilter-waterbescherming (A46006921000)AanwijzingMontagehandleiding voor technisch toebehoren van GASGASin acht nemen.
Rij-instructies 8318. 1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstellingAanwijzingTelkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan wordengereden. Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn. H02217-01‒ Werking van de elektrische installatie controleren. ‒ Motoroliepeil controleren. (pag. 138)‒ Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (pag. 99)‒ Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (pag. 105)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de voorwielrem controle-ren. (pag. 100)‒ Remvoeringen en remvoeringborging van de achterwielrem contro-leren. (pag. 107)‒ Functie, toestand en vrije slagen van het remsysteem controleren. ‒ Koelvloeistofpeil controleren. (pag. 127)‒ Kettingvervuiling controleren. (pag. 88)‒ Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding contro-leren.
(pag. 90)‒ Kettingspanning controleren. (pag. 89)‒ Toestand van de banden controleren. (pag. 115)‒ Bandenspanning controleren. (pag. 116)‒ Spaakspanning controleren. (pag. 116)AanwijzingDe spaakspanning moet regelmatig worden gecontroleerd,omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveiligheid ernstignadelig wordt beïnvloed. ‒ Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (pag. 60)‒ Vorkpoten ontluchten. (pag. 59)‒ Luchtfilter controleren en indien nodig reinigen. ‒ Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld ensoepel bewegen. ‒ Regelmatig controleren of alle bouten, moeren en slangklemmengoed vastzitten. ‒ Brandstofvoorraad controleren. 8. 2 Voertuig startenGEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
Rij-instructies 833F03760-13‒ TC-knop1en QS-knop2gelijktijdig ingedrukt houden.✓ Het TC-controlelampje en het QS-controlelampje knipperen, alsde Launch Control is geactiveerd.AanwijzingEnkele seconden na de start wordt de Launch Controlautomatisch gedeactiveerd.De Launch Control wordt ook in de volgende gevallengedeactiveerd: na vol gas is de smoorklep meer dan 1/3 vande totale weg gesloten en/of binnen 3 minuten is de motorniet gestart.Om de Launch Control opnieuw te activeren, moet de motorom veiligheidsredenen minstens 10 seconden uitgeschakeldzijn geweest.
Dit geldt zowel met als zonder uitgevoerdestart.Als de motor al enige tijd heeft gedraaid, moet de motoreerst opnieuw worden gestart voordat de Launch Control kanworden geactiveerd.8.4 Tractiecontrole activeren (PRADO Edition)AanwijzingDe tractiecontrole reduceert overmatige slip van het achterwiel voor meer controle en tractie, vooral bij natteomstandigheden.Als de tractiecontrole uitgeschakeld is, kan het achterwiel bij sterke acceleratie of op oppervlakken met een lagehechting doordraaien.De tractiecontrole kan ook tijdens het rijden worden in- en uitgeschakeld.De laatst geselecteerde instelling is na opnieuw starten weer actief.F03760-11‒ TC-knop1indrukken om de tractiecontrole in of uit te schakelen.Motortoerental ≤ 4.000 omw/min✓ Het TC-controlelampje brandt, als de tractiecontrole is geacti-veerd.8.5 Factory-Start activeren (PRADO Edition)WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Bij vorst kan de bediening van de Factory-Start bevriezen.Als de bediening bij geactiveerde Factory-Start vastvriest, veert de voorvork niet compleet uit.De sterk gereduceerde veerweg heeft invloed op het rijgedrag.‒ Controleer of de bediening soepel beweegt, alvorens de Factory-Start te activeren.‒ Activeer de Factory-Start pas kort voor de start.
Vergrendelknop1indrukken, lang-zaam uitveren, totdat de vergrendelknop op de vergrendelring2vergrendelt.✓ Bij het eerste inveren ontgrendelt de vergrendelknop automa-tisch.8.6 Beginnen met rijden‒ Aan de koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam op laten komen en gelijktijdigvoorzichtig gas geven.8.7 Quickshifter (PRADO Edition)T04415-10Als de Quickshifter is geactiveerd, kan zonder bediening van de koppe-ling worden opgeschakeld.AanwijzingDe Quickshifter is bij het opschakelen van versnelling 1 naarversnelling 2 niet geactiveerd, maar moet bij het opschakelen vande koppelingshendel worden bediend.Ook als de Quickshifter is geactiveerd, moet de koppelingshendelvoor het terugschakelen worden bediend.Omdat de gashendel niet moet worden gesloten, kan zonder onderbre-kingen worden geschakeld.De Quickshifter herkent aan de hand van de schakelaspositie of er moetworden geschakeld en zendt een overeenkomstig signaal naar de motor-besturing.Als de Quickshifter is gedeactiveerd, moet bij elke keer schakelen zoalsgebruikelijk de koppeling worden bediend.8.8 Quickshifter activeren (PRADO Edition)F03760-12‒ QS-knop1indrukken om de Quickshifter in of uit te schakelen.✓ Het QS-controlelampje brandt, als de Quickshifter is geacti-veerd.AanwijzingDe Quickshifter is bij het opschakelen van versnelling 1 naarversnelling 2 niet geactiveerd, maar moet bij het opschakelenvan de koppelingshendel worden bediend.Ook als de Quickshifter is geactiveerd, moet de koppelings-hendel voor het terugschakelen worden bediend.
Rij-instructies 8358. 9 Schakelen, rijden. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbelast demotor. ‒ Schakel bij een hoog toerental niet terug naar een lagere versnelling. AanwijzingAls u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met eengeautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage. De 1e versnelling is de wegrijd- of bergversnelling. ‒ Als de omstandigheden het toestaan (helling, rijsituatie etc. ) kunt unaar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor gas loslaten, tege-lijkertijd koppelingshendel intrekken, naar de volgende versnellingschakelen, koppelingshendel loslaten en gas geven. ‒ Als u bij het starten de koude-startknop hebt bediend, kort gas ge-ven en de gashendel loslaten of de gashendel naar voren draaien. ✓ Koude-startknop staat in de uitgangspositie.
‒ Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snel-heid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pas uw snelheid aan deweggesteldheid en weersituatie aan. De snelheid verlaagt nauwe-lijks, maar er wordt aanmerkelijk minder brandstof verbruikt. ‒ Slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment aankan - ab-rupt opentrekken van de gashendel verhoogt het verbruik. ‒ Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijdgas terugnemen. ‒ Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnellingschakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gas geven resp. nog een keer schakelen. ‒ Motor uitschakelen als u een langdurig stationair toerental of lan-gere stilstand verwacht. ≥ 1 min‒ Regelmatig of langdurig slippen van de koppeling vermijden. Daar-door verhit de motorolie, de motor en het koelsysteem.
T04421-01‒ Als de Quickshifter is geactiveerd, kan binnen het aangege-ven toerentalbereik worden opgeschakeld zonder de koppe-lingshendel in te trekken. AanwijzingDe Quickshifter is bij het opschakelen van versnel-ling 1 naar versnelling 2 niet geactiveerd, maar moetbij het opschakelen van de koppelingshendel wordenbediend. Het minimale motortoerental voor het opschakelenin omwentelingen per minuut is weergegeven in deafbeelding. Trek de versnellingspook snel tot aan de aanslagzonder de positie van de gashendel te veranderen. Ook als de Quickshifter is geactiveerd, moet dekoppelingshendel voor het terugschakelen wordenbediend.
8 Rij-instructies36Als het schakelvermogen van de Quickshifter minderwordt, moet de Quickshifter opnieuw wordengeprogrammeerd. 8. 10 AfremmenWAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen. ‒ Pas de manier van remmen aan op de rijsituatie en de toestand van het wegdek. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Een sponzig aanvoelend drukpunt van de voor- en/of achterrem vermindert deremwerking. ‒ Rijd niet met het voertuig als het remsysteem een sponzig aanvoelend drukpunt heeft. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig. ‒ Rem meerdere keren voorzichtig om de remblokken en remschijven te drogen en van vuil te ontdoen. ‒ Op een zandige, natte of gladde ondergrond zo veel mogelijk de achterwielrem gebruiken. ‒ Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond.
Afhankelijk van de snelheid naar een lagere versnel-ling schakelen. ‒ Tijdens langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor gebruiken. Hiervoor een of twee versnellingen terugscha-kelen, maar hierbij de motor niet met een te hoog toerental laten draaien. Zo hoeft er aanzienlijk minder te wordengeremd en raakt het remsysteem niet oververhit. 8. 11 Stoppen, parkerenWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen. ‒ Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait. ‒ Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden. AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig. Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan. De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht. ‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat. AANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen. ‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. ‒ Motorfiets afremmen. ‒ Transmissie in stationaire stand schakelen.
Rij-instructies 837‒ Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat.‒ Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.8.12 TransporterenAANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.AANWIJZINGGevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.‒ Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.‒ Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.(alle MC-F-modellen)H02628-01‒ Motor uitzetten.‒ Plug-in-standaard aan de vorkpoten monteren.Plug-in-standaard (A46029094000)AanwijzingDe plug-in-standaard maakt deel uit van de levering.Zorg ervoor dat de remleiding voor de plug-in-standaardverloopt en niet wordt ingeklemd.401475-01‒ Voertuig met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmid-delen borgen tegen omvallen en wegrollen.AanwijzingSpanriemen samentrekken tot plug-in-standaard stevigtegen het spatbord en de banden ligt.Op uitlijning van de plug-in-standaard ten opzichte vande spatbord-onderzijde letten.(EX-F)401475-01‒ Motor uitzetten.‒ Voertuig met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmid-delen borgen tegen omvallen en wegrollen.
8 Rij-instructies388.13 Brandstof tankenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.AANWIJZINGMateriële schade Bij ontoerijkende brandstofkwaliteit zijn verminderde prestaties en schade aan componentenmogelijk.‒ Tank uitsluitend schone brandstof die aan de aangegeven norm voldoet.‒ Motor uitzetten.‒ Tankdop openen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met GasGas MC 450F Factory Edition (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor GasGas
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor