GasGas EC 500F (2025) Handleiding

GasGas Motor EC 500F (2025)

Bekijk gratis de handleiding van GasGas EC 500F (2025) (172 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over GasGas EC 500F (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/172
Bedieningshandleiding2025
EC450F
EC500F
Artikelnr.3215229nl

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: GasGas
Categorie: Motor
Model: EC 500F (2025)

Handleiding GasGas EC 500F (2025) – volledige tekst

Beste GASGAS-klant,*3215229nl*3215229nl12/11/2024Beste GASGAS-klant,Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern, sportief voertuigdat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken.We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe!Hieronder kunt u de serienummers van uw voertuig invoeren om de serienummers sneller te vinden als dat nodig is:Voertuigidentificatiennummer (pag. 17)Stempel dealerMotornummer (pag. 18)De bedieningshandleiding kwam op het tijdstip van publicatie overeen met de nieuwste stand van deze modelserie. Kleineafwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling van de motorfietsen kunnen echter niet worden uitge-sloten.Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

GASGAS GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen, kleu-ren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankon-diging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaat-selijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. De afgebeeldemodellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard tot de leveringsomvang behoren.© 2024 GASGAS GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehouden.

Symbolen en formateringen 191.1 Conventies1.1.1 SymbolenKenmerkt een gewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Kenmerkt een ongewenst resultaat (bijv. van een werkstap of functie).Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip.

Zorg ervoordat deze werkzaamheden worden uitgevoerd door of onder toezicht staan van opgeleid personeel van een geau-toriseerde GASGAS-werkplaats met indien nodig vereist speciaal gereedschap.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina.Kenmerkt een vermelding met aanvullende informatie.Kenmerkt een tip bijvoorbeeld om het werk gemakkelijker te maken.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een taak, inclusief eventuele nabewerkingen.1.1.2 FormatteringenEigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.MerkTMKenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte benamingenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die in debegrippenlijst worden uitgelegd.1.1.3 Afkortingen2-dlg. 2-deligArtikelnr. Artikelnummerresp. respectievelijkca. circaetc. et ceteraevt. eventueelevt. eventueelcpl. compleetmin. minimaalNr. Nummerz.

2 Veiligheid102. 1 VeiligheidsaanwijzingenFunctie van waarschuwingsberichtenWaarschuwingsberichten waarschuwen voor gevaren bij de omgang met het product. De gevaren worden geclassificeerd,benoemd, beschreven en aangevuld met instructies om gevaar te vermijden. ● Wanneer een waarschuwing voorafgaat aan een lijst met instructies, bestaat er gedurende de hele activiteit gevaar. ● Als er vlak voor een instructie een waarschuwing verschijnt, is er gevaar bij de volgende handeling. Uiterlijk van waarschuwingsberichtenAlle waarschuwingsberichten worden gekenmerkt door een signaalwoord en een waarschuwingssymbool. De combinatievan het signaalwoord en waarschuwingssymbool bepaalt de mate van het gevaar. GEVAARGeeft een onmiddellijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg heeft.

WAARSCHUWINGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIGGeeft een mogelijk dreigend gevaar aan dat lichte of geringe verwondingen tot gevolg kan hebben. AANWIJZINGGeeft een situatie aan die kan leiden tot schade aan het product of de omgeving van het product. AANWIJZINGBeschrijft een situatie die tot schade aan het milieu kan leiden. 2. 2 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgende maatregelenof de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1.

Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluidsdempingdienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van het voertuig voor an-dere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2. Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten werking isgesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1.

Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassengeleiden. 2. Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem. 3. Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4. Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van hetinlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 3 Veilig gebruikGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.

Veiligheid 211GEVAARGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben. ‒ Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. ‒ Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien. WAARSCHUWINGGevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig heet. ‒ Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voer-tuigcomponenten zijn afgekoeld. ‒ Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist.

Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen. 2. 4 Beschermende kledingWAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. 2. 5 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel).

Voor sommige werkzaamheden zijn speciale gereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de tussen haakjes aangegeven nummers. Voorbeeld: lagertrekker(15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen.

Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ±5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijv. zelfborgende bouten en moeren, expansieschroeven, afdichtingen,dichtringen, O-ringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijv. Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant bij hetgebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel al schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen. Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde ofversleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.

2 Veiligheid122. 6 MilieuEen verantwoorde omgang met het voertuig beperkt potentiële conflicten met andere verkeersdeelnemers en personendie zich in de buurt van het voertuig bevinden. De toekomst van het motorrijden is afhankelijk van of de motorfiets legaalwordt gebruikt, zich bewijst als een milieubewust transportmiddel en de rechten van anderen worden gerespecteerd. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- enregelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijkeregeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Meer informatie is beschikbaar bij geautoriseerde GASGAS-dealers. 2. 7 BedieningshandleidingVóór de eerste rit de deze bedieningshandleiding volledig en aandachtig doorlezen.

De bedieningshandleiding bevat infor-matie en tips voor bediening, hantering en service, alsmede aanwijzingen voor optimale afstemming en vermijding van let-sel. TipSla deze bedieningshandleiding op op bijvoorbeeld uw smartphone, zodat u deze altijd bij de hand hebt. Bij onduidelijkheden kunt u altijd terecht bij een geautoriseerde GASGAS-dealer. De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door denieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload. De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload. U kunt de bedieningshandleiding ook downloaden op de website van geautoriseerde GASGAS-dealers en op de GASGAS-website. Via gecertificeerde GASGAS-dealers kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/2.

Dit voer-tuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbon-den. AanwijzingDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering (beperkt vermogen) toegelaten voor het rijden op deopenbare weg. In de niet-gehomologeerde uitvoering mag dit voertuig uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajectenbuiten het openbare wegennet. Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegende gebruikin de motocross. (EC 450F US)Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij recreatief offroad-gebruik kan weer-staan. AanwijzingDit voertuig is niet gehomologeerd en goedgekeurd voor het rijden op openbare wegen. Er mogen geen voor de homologatie relevante componenten worden verwijderd of gewijzigd.

Veiligheid 2132.9 Onjuist gebruikHet voertuig mag alleen voor het beoogde doel worden gebruikt.Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.

3 Belangrijke aanwijzingen143. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde GASGAS-garage wor-den uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden bevestigd, omdat anders de garantie volledig ver-valt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geenaanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenBedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3. 3 Reserveonderdelen, toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS GmbH zijn vrijgegeven en/ofaanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS-garage monteren. Voor andere producten en daardoor ver-oorzaakte schade is GASGAS GmbH niet aansprakelijk.

De artikelnummers van sommige reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjesaangegeven. Uw geautoriseerde GASGAS-dealer adviseert u graag. Het actuele GASGAS technisch toebehoren voor uw voertuig vindt u bij uw erkende GASGAS-dealer en op deGASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/3. 4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuistafgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, stoffige of zanderige omge-ving, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsysteem, luchtfilter of verings-componenten duidelijk sneller slijten. Daarom kan het nodig zijn om onderdelen al voor het bereiken van het volgendeservice-interval te controleren of te vervangen.

Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvandraagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe illustraties in dit document bevatten deels speciale uitvoeringen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Demontage isniet altijd absoluut noodzakelijk om de beschreven handelingen uit te voeren. De informatie in de tekst heeft voorrang. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde GASGAS-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig en over GASGAS GmbH. De lijst met geautoriseerde GASGAS-dealers vindt u op de GASGAS-website. Internationale GASGAS-website: https://www. gasgas. com/.

Serienummers 5175.1 Voertuigidentificatiennummer401945-10Het voertuigidentificatienummer1is in het frame achter de bedie-ningskop rechtsonder in reliëf aangebracht.5.2 Typeplaatje (alle EU-modellen)401946-10Het typeplaatje1is op het balhoofd vooraan aangebracht.5.3 Frame-etiket (EC 450F US)401946-10Het frame-etiket1is op het balhoofd aangebracht.5.4 Sleutelnummer(alle EU-modellen)H02475-10Het sleutelnummer1voor het stuurslot is ingefreesd in de sleutelhan-ger.

Bedieningselementen 6196.1 KoppelingshendelA01314-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.6.2 RemhendelF03161-10De remhendel1is rechts op het stuur aangebracht.Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.6.3 GashendelF03162-10De gashendel1is rechts op het stuur aangebracht.6.4 Claxonknop (alle EU-modellen)A01316-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisClaxonknop in de uitgangspo-sitieGeen functieClaxonknop ingedrukt ‒ Indeze stand wordt de claxon be-diend.In deze stand wordt de claxonbediend.

6 Bedieningselementen206.5 Lichtschakelaar (alle EU-modellen)A01315-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDimlicht aan. In deze stand zijn het dimlicht enhet achterlicht ingeschakeld.Groot lichtaan.In deze stand zijn het groot lichten het achterlicht ingeschakeld.6.6 Lichtschakelaar (EC 450F US)W00419-10De knop1bevindt zich links naast het gecombineerde instrument.Toestand BetekenisLichtschakelaar tot de aanslaguitgetrokken. In deze stand zijnhet dimlicht en het achterlichtingeschakeld.Licht aanLichtschakelaar is tot de aanslagingedrukt.

In deze stand is hetlicht uitgeschakeld.Licht uit6.7 Richtingaanwijzerschakelaar (alle EU-modellen)A01317-10De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.Toestand BetekenisRichtingaan-wijzerschake-laar naar linksgeschakeldRichtingaanwijzer links aan.Richtingaan-wijzerscha-kelaar naarrechts ge-schakeld.Richtingaanwijzer rechts aan.6.8 StartknopW00296-11De startknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisStartknop in de uitgangsposi-tieGeen functie.Startknop ingedrukt ‒ in dezestand wordt de startmotor geac-tiveerd.In deze stand wordt de startmo-tor geactiveerd.

Bedieningselementen 6216.9 UitschakelknopW00296-10De uitschakelknop1is rechts op het stuur aangebracht.Toestand BetekenisDe uitschakelknop is niet inge-drukt.In deze stand is het ontstekings-circuit gesloten en kan de motorworden gestart.De uitschakelknop wordt inge-drukt gehouden.In deze stand is het ontstekings-circuit onderbroken.

Een draai-ende motor schakelt uit en eenstilstaande motor schakelt niet in.6.10 Combischakelaar (optioneel)F03761-10De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.Met de knop1en knop2van de combinatieschakelaar kan de mo-torkarakteristiek worden gewijzigd.Met de TC-knop3van de combinatieschakelaar kan de tractiecontroleworden geactiveerd.Bovendien kunnen via de combinatieschakelaar de Launch Control ende Quickshifter worden geactiveerd.Toestand BetekenisSTANDARD1Bij brandend controlelampjeAis STANDARD Mapping geacti-veerdSTANDARD1met TC Bij brandend controlelampjeAen brandend TC-controlelampjeis STANDARD Mapping met detractiecontrole geactiveerd.ADVANCED2Bij brandend controlelampjeBis ADVANCED Mapping geacti-veerd.ADVANCED2met TC Bij brandend controlelampjeBen brandend TC-controlelampjeis ADVANCED Mapping met detractiecontrole geactiveerd.6.11 Overzicht controlelampjes(alle EU-modellen)A01319-10

6 Bedieningselementen22Toestand BetekenisControlelampje groot licht brandtblauw ‒ Groot licht is ingeschakeld.Groot licht is ingeschakeld.Controlelampje storingbrandt/knippert.De OBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-stateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde GASGAS-garage.Waarschuwingslampje brandstofpeilbrandt geelBrandstofpeil heeft de reservemarkering bereikt.Controlelampje richtingaanwijzer knip-pert groen ‒ Richtingaanwijzer is inge-schakeld.Richtingaanwijzer is ingeschakeld.6.12 Overzicht controlelampjes (EC 450F US)T04628-01Toestand BetekenisControlelampje storingbrandt/knippert.De OBD heeft een fout in de voertuigelektronica gecon-stateerd.

Volgens de verkeersregels stoppen en contactopnemen met een geautoriseerde GASGAS-garage.Waarschuwingslampje brandstofpeilbrandt geelBrandstofpeil heeft de reservemarkering bereikt.6.13 Tankdop openenGEVAARGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.Brandstof zet uit als deze wordt verwarmd en kan uit de brandstoftank stromen als deze te vol wordt getankt.‒ Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of gloeiende of smeulende voorwerpen.‒ Zorg ervoor dat er tijdens het tanken niemand in de buurt van het voertuig rookt.‒ Zet de motor uit, als u brandstof tankt.‒ Voorkom dat er brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.‒ Veeg gemorste brandstof onmiddellijk af.‒ Tank de brandstoftank niet te vol.WAARSCHUWINGGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.‒ Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.‒ Raadpleeg onmiddellijk een arts als er brandstof is ingeslikt.‒ Adem geen brandstofdampen in.‒ Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.‒ De ogen onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts raadplegen als er remvloeistof in de ogen isgekomen.‒ Wissel uw kleding als er brandstof op is gekomen.

Bedieningselementen 623‒ Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en houd brandstof buiten het bereik van kinderen.AANWIJZINGGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof vormt een gevaar voor het milieu.‒ Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.A01320-20‒ Ontgrendelknop1indrukken, tankdop tegen de klok in draaien ennaar boven toe verwijderen.6.14 Tankdop sluitenA01320-10‒ Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de ontgrendel-knop1vergrendelt.Slang van de brandstoftankontluchting2zonder knikken leg-gen.6.15 Koude-startknopBij koude motor en lage omgevingstemperatuur verlengt de elektronische brandstofinspuiting de inspuittijd.

Om de groterehoeveelheid brandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan de motor toegevoerd door de koude-startknop uit tetrekken.Als er kort gas wordt gegeven en de gashendel wordt losgelaten of de gashendel naar voren wordt gedraaid, springt dekoude-startknop terug in de uitgangspositie.AanwijzingControleer of de koude-startknop is teruggekeerd naar de uitgangspositie.

Koude-startknop staat in de uit-gangspositie6.16 Regelschroef stationair toerentalDe stationaire afstelling van de smoorklepeenheid is van grote invloed op het startgedrag, een stabiel stationair toerentalen de respons bij het gasgeven.Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start makkelijker dan een motor met een verkeerd ingesteld stati-onair toerental.R06539-10Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toeren-tal1afgesteld.Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental hoger.Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordt gedraaid,wordt het stationaire toerental lager.

Bedieningselementen 6256.17 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor gemon-teerd.401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen van de afbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-ling.6.18 Rempedaal401956-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.19 Zijstandaard401943-10De zijstandaard1is aan de linker voertuigzijde aangebracht.

6 Bedieningselementen26401944-10De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.AanwijzingTijdens het rijden moet de zijstandaard1worden opgeklapt enmet de rubberband2zijn vastgezet.6.20 Stuurslot (alle EU-modellen)W00352-10Het stuurslot1is aan de linkerkant van het balhoofd aangebracht.Met het stuurslot kan het stuur worden geblokkeerd.

Sturen en rijden isdan niet meer mogelijk.6.21 Stuur vergrendelen (alle EU-modellen)AANWIJZINGMateriële schade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan schade ontstaan.De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.‒ Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.‒ Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.400732-01‒ Voertuig parkeren.‒ Het stuur volledig naar rechts draaien.‒ Stuurslot regelmatig smeren.Universele oliespray (pag. 165)‒ Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot (pag. 26) steken, naarlinks draaien, indrukken en naar rechts draaien. Sleutel voor hetstuurslot verwijderen.✓ Het stuur kan niet meer worden bewogen.AanwijzingSleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.

Bedieningselementen 6276.22 Stuur ontgrendelen (alle EU-modellen)400731-01‒ Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot (pag. 26) steken, naarlinks draaien, uittrekken en naar rechts draaien. Sleutel voor hetstuurslot verwijderen.✓ Het stuur kan weer worden bewogen.AanwijzingSleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten zitten.

7 Gecombineerd instrument287.1 Gecombineerd instrument-overzichtV00799-01● Met de knop worden verschillende functies aangestuurd.● Met de knop worden verschillende functies aangestuurd.AanwijzingIn de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.7.2 activering en test7.2.1 Gecombineerd instrument activeren400313-01Het gecombineerde instrument wordt geactiveerd als u op een van deknoppen drukt of als het instrument van de wieltoerentalsensor eenimpuls ontvangt.7.2.2 Displaytest400313-01Voor de functiecontrole van het display lichten kort alle indicatieseg-menten op.

Gecombineerd instrument 7297.2.3 WS (wheel size)400314-01Na de functiecontrole van het display wordt kort de wielomtrek WS(wheel size) weergegeven.AanwijzingHet cijfer 2205 komt overeen met de omtrek van een 21"-voorwielmet standaardbanden.Daarna wisselt de weergave naar de laatst geselecteerde modus.7.3 Kilometer of mijl instellenAanwijzingAls de eenheid wordt gewisseld, blijft de waarde ODO bewaard en wordt omgerekend naar de geselecteerde eenheid.De waarden TR1, TR2, A1, A2 en S1 worden bij het omstellen gewist.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400329-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies wordenweergegeven.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mphknippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Km/h Instellen‒ Knop indrukken.Mph Instellen‒ Knop indrukken.‒ 3 - 5 seconden wachten.✓ De instellingen worden opgeslagen.AanwijzingIndien er gedurende 10 - 12 seconden geen knopwordt ingedrukt of geen impuls wordt ontvangen vande wieltoerentalsensor, worden de instellingen automatischopgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.

7 Gecombineerd instrument307.4 Gecombineerd instrument instellenAanwijzingIn de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400318-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies wordenweergegeven.AanwijzingAls er 10 -12 seconden geen knop is ingedrukt, worden deinstellingen automatisch opgeslagen.Indien er gedurende 20 seconden geen knop wordt ingedruktof er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor,worden de instellingen automatisch opgeslagen en hetsetupmenu wordt gesloten.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de gewenste functie knip-pert.✓ De geselecteerde functie knippert.‒ Selecteer een van volgende alternatieven.Functie activeren‒ Knop indrukken.✓ Pictogram blijft op het display staan en de weergave wisseltnaar de volgende functie.Functie deactiveren‒ Knop indrukken.✓ Pictogram op het display verdwijnt en de weergave wisseltnaar de volgende functie.7.5 Tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil400330-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.✓ Uurweergave knippert.‒ Uurweergave met de knop resp.

knop instellen.‒ 3 - 5 seconden wachten.✓ Het volgende segment van de weergave knippert en kan wordeningesteld.‒ Door de knop en knop in te drukken kunnen de volgendesegmenten op dezelfde wijze als de uurweergave worden ingesteld.AanwijzingDe seconden kunnen alleen op nul worden gezet.Indien er gedurende 15-20 seconden geen knop wordtingedrukt of er een impuls wordt ontvangen van dewieltoerentalsensor, worden de instellingen automatischopgeslagen en wordt het setupmenu gesloten.

Gecombineerd instrument 7317.6 Rondetijd opvragenAanwijzingDeze functie kan alleen worden opgeroepen, als de rondetijden zijn gemeten.Voorwaarde: Motorfiets staat stil400321-01‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop kort indrukken.✓ Op de linkerkant van het display wordt LAP 1 weergegeven.‒ De ronden 1 - 10 kunnen met de knop worden opgeroepen.‒ De knop 3 - 5 seconden ingedrukt houden.✓ De rondetijden worden gewist.‒ Knop kort indrukken.✓ Volgende weergavemodusAanwijzingAls er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerental-sensor, schakelt de linkerkant van het display terug naar deSPEED-modus.7.7 Weergavemodus SPEED (snelheid)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie SPEED links ophet display verschijnt.In de weergavemodus SPEED wordt de actuele snelheid weergegeven.De actuele snelheid kan in Km/h of in Mph worden weergegeven.AanwijzingLandspecifieke instelling aanpassen.Zodra er een impuls van het voorwiel komt, schakelt de linkerkantvan het display naar de SPEED-modus en wordt de actuelesnelheid weergegeven.7.8 Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren)Voorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus H worden de bedrijfsuren van de motor weerge-geven.De bedrijfsurenteller slaat de totale rijtijd op.AanwijzingDe bedrijfsurenteller is nodig om te kunnen voldoen aan deservicewerkzaamheden.Als het gecombineerde instrument zich bij het starten in deweergavemodus H bevindt, wisselt het automatisch naar deweergavemodus ODO.De weergavemodus H wordt tijdens het rijden onderdrukt.

7 Gecombineerd instrument32‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergave wisselt naar het setupmenu voor defuncties.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.9 SetupmenuVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.Het setupmenu geeft de geactiveerde functies weer.AanwijzingDe knop zo vaak kort indrukken totdat de gewenste functiebereikt is.Als er 20 seconden geen knop is ingedrukt, worden de instellingenautomatisch opgeslagen.‒ Knopkort in-drukken.Activeert de knipperende indicatie en gaat naar devolgende indicatie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Deactiveert de knipperende indicatie en gaat naarde volgende indicatie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende weergave zonder wijzigin-gen‒10-12 se-condenwachten.Setupmenu start, slaat de instellingen op en wisseltnaar H of ODO.

Gecombineerd instrument 7337.10 Meeteenheid instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mphknippert.In de meeteenheden-modus kan de meeteenheid worden gewijzigd.AanwijzingAls er 5 seconden geen knop is ingedrukt, worden de instellingenautomatisch opgeslagen.‒ Knopkort in-drukken.Start van de selectie, activeert de Km/h weergave‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Activeert Mph weergave‒Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende weergave, wisselt van deselectie naar het setupmenu‒10-12 se-condenwachten.Slaat het setupmenu op en sluit dit menu7.11 Weergavemodus SPEED/CLK (tijd)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus CLK wordt de tijd weergegeven.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergave wisselt naar het setupmenu voor de klok.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie

7 Gecombineerd instrument34‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.12 Tijd instellenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop 2 - 3 seconden indrukken.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verhoogt de waarde‒ Knopkort in-drukken.Verhoogt de waarde‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Verlaagt de waarde‒ Knopkort in-drukken.Verlaagt de waarde‒3 - 5 se-condenwachten.Wisselt naar de volgende waarde‒10-12 se-condenwachten.Verlaten van het set-upmenu7.13 Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.In de weergavemodus LAP kan met de chronometer maximaal 10 ronde-tijden worden gemeten.AanwijzingAls de rondetijd na het indrukken van de knop doorloopt, zijn9 geheugenplaatsen gebruikt.De ronde 10 moet met de knop worden gestopt.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.De chronometer en rondetijd worden teruggezet.

Gecombineerd instrument 735‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Stopt de klok.‒ Knopkort in-drukken.Start de klok of stopt de lopende rondetijd, slaatdeze op en de chronometer start de volgenderonde.7.14 Rondetijd opvragenVoorwaarde: Motorfiets staat stil‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechtsonderop het display verschijnt.‒ Knop kort indrukken.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.De chronometer en rondetijd worden teruggezet.‒ Knopkort in-drukken.Ronden van 1-10 selecteren‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Volgende rondetijd oproepen.7.15 Weergavemodus SPEED/ODO (odometer)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie ODO rechtson-der op het display verschijnt.In de weergavemodus ODO wordt de totale gereden afstand weergege-ven.‒Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie

7 Gecombineerd instrument367.16 Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR1 rechtsbovenop het display verschijnt.De TR1 (tripmaster 1) loopt altijd mee en telt tot 999,9.Hiermee kan de lengte van het traject tijdens ritten of de afstand tussentwee tankstops worden gemeten.TR1 is aan A1 (gemiddelde snelheid 1) en S1 (chronometer 1) gekop-peld.AanwijzingAls 999,9 wordt overschreden, worden de waarden TR1, A1 enS1 automatisch teruggezet op 0,0.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.17 Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR2 rechtsbovenop het display verschijnt.De TR2 (tripmaster 2) loopt altijd mee en telt tot 999,9.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.wist waarden TR2 en A2.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.verlaagt waarde TR2.‒ Knopkort in-drukken.verlaagt waarde TR2.

Deze functie is praktisch bij ritten op basis van hetroadbook.AanwijzingDe waarde TR2 kan ook tijdens het rijden handmatig wordengecorrigeerd met de knop en de knop .Als 999,9 wordt overschreden, wordt de waarde TR2 automatischteruggezet op 0,0.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.verhoogt waarde TR2.‒ Knopkort in-drukken.verhoogt waarde TR2.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.verlaagt waarde TR2.‒ Knopkort in-drukken.verlaagt waarde TR2.‒10-12 se-condenwachten.slaat het setupmenu op en sluit het.7.19 Weergavemodus SPEED/A1 (gemiddelde snelheid 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie A1 rechtsbovenop het display verschijnt.A1 (gemiddelde snelheid 1) geeft de gemiddelde snelheid weer op basisvan de berekening van TR1 (tripmaster 1) en S1 (chronometer 1) aan.De berekening van deze waarde wordt geactiveerd met de eerste impulsvan de wieltoerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie

7 Gecombineerd instrument38‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.20 Weergavemodus SPEED/A2 (gemiddelde snelheid 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie A2 rechtsbovenop het display verschijnt.A2 (gemiddelde snelheid 2) geeft de gemiddelde snelheid aan op basisvan de actuele snelheid als de chronometer S2 (chronometer 2) loopt.AanwijzingDe weergegeven waarde kan afwijken van de daadwerkelijkegemiddelde snelheid als S2 na het rijden niet is gestopt.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.21 Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie S1 rechtsbovenop het display verschijnt.S1 (chronometer 1) geeft de rijtijd weer op basis van TR1 en loopt doorals een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor.De berekening van deze waarde start met de eerste impuls van de wiel-toerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus

Gecombineerd instrument 739‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Geen functie7.22 Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2)‒ Knop zo vaak kort indrukken totdat de indicatie S2 rechtsbovenop het display verschijnt.S2 (chronometer 2) is een met de hand te bedienen chronometer.Als S2 op de achtergrond loopt, knippert de weergave S2 op het display.‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Weergaven van S2 en A2 worden op 0,0 gezet.‒ Knopkort in-drukken.Volgende weergavemodus‒ Knop2 - 3 se-condenindrukken.Geen functie‒ Knopkort in-drukken.Start of stopt S2.7.23 FunctieoverzichtWeergaveKnop 2 -3 secondenindrukken.Knop kortindrukken.Knop 2 -3 secondenindrukken.Knop kortindrukken.3 - 5 secondenwachten.10-12 secon-den wachten.WeergavemodusSPEED/S2 (chro-nometer 2)Weergavenvan S2 en A2worden op 0,0gezet.Volgendeweergave-modusGeen functie Start of stoptS2.WeergavemodusSPEED/S1 (chro-nometer 1)IndicatiesTR1, A1 enS1 worden op0,0 gezet.Volgendeweergave-modusGeen functie Geen functieWeergavemo-dus SPEED/A2(gemiddeldesnelheid 2)Geen functie Volgendeweergave-modusGeen functie Geen functieWeergavemo-dus SPEED/A1(gemiddeldesnelheid 1)IndicatiesTR1, A1 enS1 worden op0,0 gezet.Volgendeweergave-modusGeen functie Geen functieTR2 (tripmas-ter 2) instellenverhoogtwaarde TR2.verhoogtwaarde TR2.verlaagtwaarde TR2.verlaagtwaarde TR2.slaat hetsetupmenu open sluit het.

8 Inbedrijfstelling428. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGEVAARGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf envoor anderen. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. ‒ Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Ontbrekende of onvoldoende beschermende kleding verhoogt het risico op letsel. ‒ Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede broek enjas met bescherming. ‒ Draag uitsluitend beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voor-schriften. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Verschillende profielen van de voor- en achterband kunnen de controle over het voertuigmoeilijker maken.

‒ Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico. ‒ Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. ‒ Neem geen bijrijder mee. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting. Als het rempedaal niet wordt losgelaten, slijten de remblokken continu. ‒ Neem de voet van het rempedaal, als u niet wilt afremmen. WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen Totaalgewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag. ‒ Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.

AanwijzingHoud er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatiglawaai. ‒ Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerde GAS-GAS-garage. ✓ Het leveringsdocument wordt bij de overdracht van het voertuig overhandigd. ‒ Voor de eerste rit de gehele bedieningshandleiding doorlezen. ‒ Met de bedieningselementen vertrouwd maken. ‒ Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 100)‒ Uitgangspositie van de remhendel instellen. ‒ Uitgangspositie van het rempedaal instellen. (pag. 109).

Inbedrijfstelling 843‒ Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen. (pag. 141)‒ Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende rit maakt. AanwijzingBij terreinrijden is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren. ‒ Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt. ‒ Maak geen ritten die te hoge eisen stellen aan uw eigen vaardigheden en ervaring. ‒ Het stuur tijdens het rijden met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten. ‒ Wanneer bagage wordt meegenomen, moet deze zo veel mogelijk in het midden van het voertuig veilig worden vastge-zet en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel. AanwijzingMotorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met GasGas EC 500F (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden