FireX KF20x6 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van FireX KF20x6 (22 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over FireX KF20x6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/22
Rookmelder
Gebruikershandleiding
Modellen: KF20 & KF20R
0086-CPD-535595
15
EN14604:2005
KF20:Optische rookmelders op netvoeding met 9V alkaline back-up batterij en
onderdrukkingsknop (hush).
KF20R:Optische rookmelderop netvoeding met ingebouwde, oplaadbareback-up
batterijen onderdrukkingsknop (hush).
1373-7204-00 NL
EN14604: 2005
Licentienr. KM524754

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: FireX
Categorie: Rookmelder
Model: KF20x6

Handleiding FireX KF20x6 – volledige tekst

Rookmelders op netvoeding moeten geïnstalleerd worden door eengekwalificeerde installateur conform de geldende voorschriften voor elektrische installaties.U kunt erop vertrouwen dat dit product een veiligheidsbescherming van de hoogste kwaliteit biedt.Wij weten dat u niets minder verwacht als het leven van uw gezin op het spel staat.In deze gebruikershandleiding vindt u installatie-instructies en productinformatie.De Firex-modellen KF20 en KF20R zijn rookmelders die uitsluitend bestemd zijn voor thuisgebruik.De rookmelder is een apparaat dat vroegtijdig kan waarschuwen voor mogelijke brand.Optische rookmelders kunnen zichtbare rookdeeltjes (die ontstaan bij traag smeulende vuren)detecteren.

3B. Rookmelders installeren (aanbevolen en/of te vermijden plaatsen)Plaats de eerste rookmelder in de onmiddellijke omgeving van de slaapkamers. Probeer de vluchtroute vrij tehouden omdat de slaapkamers meestal het verst van de uitgang liggen. Als er meer dan één slaapvertrek is,moet er voor elk slaapvertrek één rookmelder zijn. Plaats verdere rookmelders bij trapgaten omdat die als een schoorsteen rook en warmte kunnen geleiden. Plaats minstens één rookmelder op elke verdieping. Plaats in elke slaapkamer een rookmelder. Plaats een rookmelder in elke kamer waar elektrische apparaten (d. w. z. draagbare verwarming ofluchtbevochtigers) gebruikt worden. Plaats een rookmelder in elke kamer waar met de deur dicht geslapen wordt. Degene die slaapt kanmisschien door de dichte deur de melder niet horen.

Rook, warmte en verbrandingsproducten stijgen naar het plafond en verspreiden zich horizontaal. In hetmidden van de kamer op het plafond is de rookmelder het dichtst bij alle hoeken van de kamer. Bij normalewoningen gaat de voorkeur uit naar installatie op het plafond. Raadpleeg bij twijfel over de juiste positie van de rookmelder de NEN 2555:2008. Bij installatie tegen het plafond moet de rookmelder minstens 50 cm van de zijmuur geplaatst worden en 61cm van een hoek (zie DIAGRAM A). Installeer rookmelders op hellende plafonds, puntplafonds of hoge gewelven op of binnen een afstandvan 0,9 m van het hoogste punt (horizontaal gemeten). Rookmelders in kamers met plafondhellingen diehorizontaal groter zijn dan 30 cm. bij 2,4 m moeten aan de hoge kant van de kamer geplaatst worden.

Voor een rij melders moet tussenruimte voorzien worden en ze moeten geplaatst worden op eenmaximale afstand van 0,9 m van de horizontaal gemeten piek van het plafond (zieDIAGRAMC). Installeer rookmelders bij voorkeur horizontaal op 50cm. vanaf de wand. Gebruik waar nodig onzerookmelderpendel.

Bij kamers of gangen van meer dan 9,1 m lengte, moet er aan beide uiteinden een rookmelder geplaatstworden. In niet goed geïsoleerde woningen kunnen de slecht geïsoleerde wanden en daken extreme warmte ofkou geleiden. Hierdoor kan een thermische barrière ontstaan, waardoor de rook de melder op het plafondniet kan bereiken.

keuken/badkamer of garage.•binnen een afstand van 1 m van bekabeling voor dimmers of de melder langs dergelijkebekabeling aanleggen.•in de buurt van een warmtebron.•binnen een afstand van 3 m van verlichting en minder dan 50 cm van muren.•in de buurt van TL-lampen, elektronische ruis kan ongewenste alarmen veroorzaken.•in ruimtes waar de temperatuur lager wordt dan 0 °C of hoger dan 40 °C.•in heel stoffige/vuile/door insecten geplaagde ruimtes.•elke locatie waar vrije luchtstroom van rook naar de melder onderbroken kan worden(bijvoorbeeld naast/boven een deur/luchtrooster/verwarming/airconditioning).•plaatsen waar het uitvoeren van routinematig onderhoud of de bediening van de hush-/testknopmoeilijk is (bijvoorbeeld boven in het trappenhuis).De installatie moet met inachtneming van de huidige Bouwvoorschriften en/of BS5839 Pt6/actueleIEE-regelgeving plaatsvinden.In vochtige ruimtes met een RLV (relatieve luchtvochtigheid) hoger dan 93%, niet condenserend.Vocht of stoom kunnen ongewenst alarm veroorzaken.Te vermijden plaatsen

7Deze rookmelder installerenGEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKSchakel de stroom uit in de meterkast of via de stroomonderbreker door de zekering teverwijderen of de stroomonderbreker uit te schakelen en te vergrendelen.Rookmelders op netvoeding moeten geïnstalleerd worden door een gekwalificeerde installateurconform de geldende voorschriften voor elektrische installaties (NEN 1010). Als deze rookmelderniet correct geïnstalleerd wordt, loopt de gebruiker risico op schokken of brandgevaar.De installatie van de rookmelder, bijbehorende voeding en onderling koppelbare bedrading moet conformNEN 1010 en BS 7671 zijn.Als een oplaadbare melder van Firex (KF20R) ter vervanging van een ouder niet oplaadbaarmodel (type KF20 of 4973) geïnstalleerd wordt, moet de nieuwe 4-aderige connector gebruiktworden.

Bij gebruik van de oude 3-aderige connector kan de nieuwe oplaadbare melder debatterijen niet opladen.Installeer de rookmelder op het plafond, een centraaldoos of op de opbouw montagevoet typeSMK23U.Lijn de montageplaat uit op de montage openingen van de standaard elektrische aansluitdoos ofde opbouw montagevoet. Gebruik de montageplaat als sjabloon op het plafond om aan te duidenwaar de gaten moeten komen. Boor de gaten en duw de meegeleverde pluggen in de gaten tot zegelijk zijn met het plafond.Bevestig de montageplaat op de centraaldoos, de opbouw montagevoet of het plafond (hetdiagram toont hoe de montageplaat op de centraaldoos bevestigd wordt).Verbind de blauwe kabel van de connector van de rookmelder met de nul van denetvoedingskabel.Verbind de bruine kabel van de connector van de rookmelder met de fase van denetvoedingskabel.

Als onderlinge doorkoppeling gewenst is, verbindt u de oranje of witte kabel vande connector met de bij voorkeur oranje doorkoppeldraad van uw installatie. Zie hoofdstuk:"Doorkoppeling van rookmelders".OPMERKING: Als dit een autonome rookmelder is, isoleer dan de oranje of witte kabel met isolatietapeen duw deze in het opvulstuk.!

8BLAUWORANJE OF WITBRUIN LEIDINGKOPPELINGNEUTRAALPLAF ONDCENT RAALD OOS OF OPBOUWMONTAGEVOETBLAUWBLAUWORANJE OF WITBRUIN LEIDINGAARD EKOPPELINGPLAF ONDCENT RAALD OOS OF OPBOUWMONTAGEVOETMODEL KF20 MODEL KF20RALLEEN model KF20:Open het klepje van het batterijcompartiment.Sluit een nieuwe 9V batterij aan. ZORG ERVOOR DAT DE BATTERIJ GOED AANGESLOTEN IS. Derookmelder kan kort piepen als de batterij geplaatst wordt.Sluit het klepje van het batterijcompartiment door deze dicht te klikken.Druk de knop op de bovenkant van de rookmelder in en houd deze gedurende drie (3) secondeningedrukt. De rookmelder moet een alarmsignaal geven als de batterij correct geplaatst is.Bevestig de connector op de pennen aan de achterkant van de rookmelder.

De connector past slechts opeen manier en zal vastklikken.Trek voorzichtig aan de connector om na te gaan of deze stevig bevestigd is.Plaats de rookmelder zo op de montageplaat dat de gleuf aan de zijkant van de rookmelder zich links vanhet lipje op de montageplaat bevindt. Draai het geheel rechtsom om de rookmelder te vergrendelen.De rookmelder kan niet op de plaat bevestigd worden als er geen batterij geplaatst is.Schakel de stroom in van de groepenkast of stroomonderbreker. De groene led op de rookmelder moetbranden.Test de rookmelder. Zie: Hoofstuk D: "De werking van de rookmelder controleren en testen".

9BatterijtypeDe KF20R heeft geen batterijen die door de gebruiker vervangen kunnen worden. De rookmelder isvoorzien van ingebouwde, niet vervangbare lithium batterijen. Batterijtype: VL2330De levensduur van deze batterij bedraagt 10 jaar. De rookmelder KF20R dient minstens 2 dagenstroom te hebben gehad voor het volledig opladen van de ingebouwde back-up. We bevelen het gebruik van een 9V (6F22) alkaline batterij aan als back-up batterij voor de KF20rookmelder. Als de melder gebruikmaakt van vervangbare batterijen moeten deze jaarlijks vervangen worden. Vervang uw batterijen direct wanneer het lege batterijsignaal klinkt en de melder om de 40seconden piept. Aanbevolen batterijen: Duracell MN1604; Duracell Ultra MX1604; FDK CP-V9Ju; Ultralife U9VL-J-P;Energizer 522. OPMERKING: TEST DE MELDER MET DE TESTKNOP NA VERVANGING VAN DE BATTERIJ.

Gebruik na het plaatsen van een nieuwe batterij de testknop; als u het alarmsignaal hoort, voert uhet bovenstaande proces in omgekeerde volgorde uit. Sluit de melder weer aan op het lichtnet enschakel de stroom weer aan in de meterkast. Neem bij twijfel contact op met een gekwalificeerde elektricien omdat netspanning gevaarlijk kan zijn. Maximaal 24 rookmelders kunnen doorgekoppeld worden in een systeem. Bij een gecombineerdsysteem van rook-, hitte- en CO-melders kunnen in totaal 24 melders doorgekoppeld worden. Detotale kabellengte tussen de melders mag niet langer zijn dan 250 meter. De diameter van dedrieaderige kabel moet in een woonhuis minimaal 2,5 mm2 bedragen (NEN 1010). De bedradingmoet voldoen aan de IEE-regelgeving (BS7671) of de nieuwste versie. Het gebruik van meerdere rookmelders (bij voorkeur onderling koppelbaar) zal de waarschuwingstijd ingeval van brand verkorten.

WAARSCHUWING: De rookmelder is voorzien van een stofkap die voorkomt dat stof envuil de unit beschadigen tijdens bouwwerkzaamheden of het opnieuw inrichten van dewoning. Verwijder de stofkap voordat u de melder in gebruik neemt.

10C. Doorkoppeling van rookmeldersGebruik in een woonhuis een massieve koperen draad van 2,5 mm2 geclassificeerd voor 230V. Demaximale kabellengte bij het koppelen van rookmelders is 250 meter.Deze rookmelder is niet ontworpen voor onderlinge koppeling met producten van andere fabrikantentenzij anders vermeld. Geschikt voor de doorkoppeling tot en met 24 apparaten. De volgende modellenkunnen met elkaar worden doorgekoppeld: 2SFW, 2SFWR, 3SFW, 3SFWR, 4973, 4985, KF20,KF20R, KF30 en de CO-melders 4MCO en 4MDCO.Sluit rookmelders aan op één circuit. De bedrading moet conform de IEE-regelgeving en NEN 1010voor elektrische installaties zijn.BLAUWORANJE OF WIT ORANJE OF WITBRUINNEUTRAALFASE

11D. De werking van de rookmelder controleren en testenOpmerking: Test uw melders onmiddellijk na de installatie en zorg er indien nodig voor dat allegekoppelde melders correct werken.Het gebruik van meerdere rookmelders (bij voorkeur onderling koppelbaar) zal dewaarschuwingstijd in geval van brand verkorten. Test elke rookmelder om na te gaan of dezecorrect geïnstalleerd is en goed werkt.Test wekelijks alle rookmelders op de volgende manier:Druk de testknop stevig in gedurende minstens vijf (5) seconden. De rookmelder zal een luidepieptoon maken die ongeveer drie (3) keer per seconde wordt herhaald. Nadat u de testknophebt losgelaten, kan het alarm tot 10 seconden lang blijven klinken.Controleer de testknop. Een continu groen brandende led wijst erop dat de rookmelder stroomkrijgt (230V AC, 50Hz). Een rode led die ongeveer eenmaal per 5 minuten knippert, wijst erop datde melder werkt.

Voor de modellen KF20 en KF20R wijst de rode knipperende led er ook op datde batterij werkt.led status: Knippert elke seconde - rookmelder signaleert rook en gaat af. Knippert elke 10seconden- rookmelder is in hush. Knippert 3 keer per 40 seconden- deze melder is als eerste inalarm gegaan.OPMERKING: Bij verbonden rookmelders moeten alle rookmelders binnen drie seconden na hetindrukken van een testknop (als het geteste rookalarm piept) een alarmsignaal laten horen.Als de rookmelder niet piept, schakel dan de stroom uit in de groepenkast of stroomonderbrekeren controleer de bedrading. Test de rookmelder opnieuw.Test de rookmelders wekelijks en nadat u op vakantie bent geweest of als er gedurendemeerdere dagen niemand in de woning is geweest.Bij het indrukken van de testknop worden alle functies getest. Test de rookmelder niet metbrandende kaarsen, open vuur, sigaretten/tabak, etc.

12Onderdrukkingsknop (hush)Deze functie neutraliseert het alarm gedurende 9 minuten. Deze functie mag alleen gebruiktworden als een bekend alarmmelding, zoals damp die ontwikkeld wordt bij het koken, de meldergeactiveerd heeft. De rookmelder wordt geneutraliseerd door de hush-knop op de rookmelder inte drukken. Als de rook niet te dik is, zal het alarm onmiddellijk ophouden en zal de rode led elke10 seconden knipperen gedurende 9 minuten. Dit signaal wijst erop dat de melder tijdelijkgeneutraliseerd is. De rookmelder wordt na 9 minuten automatisch gereset. Het alarm gaatopnieuw als er nog steeds verbrandingsdeeltjes aanwezig zijn. De onderdrukkingsfunctie (hush)kan herhaaldelijk gebruikt worden tot de lucht gezuiverd is van de oorzaak die het alarmveroorzaakt heeft. De melder waarvan het alarm afgaat, is zichtbaar door de snel knipperenderode led.

Om veiligheidsredenen kan het alarmsignaal alleen met de Hush-knop op deze melderworden uitgezet.Opmerking: Bij dichte rook wordt de onderdrukkingsfunctie (hush) uitgeschakeld en klinktconstant het alarm.Voorzichtig: Stel voor het gebruik van de onderdrukkingsfunctie (hush) vast waar de rookvandaan komt en verzeker u ervan dat u de functie gebruikt onder veilige omstandigheden.Loos alarmWaarschuwing: Geregeld ongewenste (loos) alarmmeldingen wijzen op een verkeerd typemelder en/of een onjuiste plaatsing van de melder. Evalueer de situatie met uw installateur ofverhuurder na reiniging van de melder zoals beschreven in Hoofdstuk G (Onderhoud).!

13E. (Back-up) batterij controleren/vervangenDe KF20R heeft geen batterijen die door de gebruiker vervangen kunnen worden. De rookmelder isvoorzien van een ingebouwde niet vervangbare, oplaadbare lithium batterij.Batterijtype: VL2330De levensduur van deze batterij bedraagt 10 jaar. Gebruik de testknop om de melder te testen.

Gebruikgeen open vlam aangezien dit geen rook produceert en fysieke schade kan toebrengen aan de melderof brandbare materialen kan ontsteken, waardoor brand ontstaat.MILIEUBESCHERMINGAfgedankte elektrische producten mogen niet worden meegegeven met het huishoudelijke afval.Lever het product in als KCA (Klein Chemisch Afval) Raadpleeg de plaatselijke overheid of hetverkooppunt over recyclingmogelijkheden en inleverpunten (www.wecycle.nl).BATTERIJ VERVANGENVoor model KF20R:OPMERKING: Oplaadbare lithium batterijen zijn niet verwijderbaar uit de sabotageveilige behuizing.Deze batterijen zijn ontworpen om mee te gaan gedurende de levensduur van de rookmelder.Voor model KF20:LET OP: Explosiegevaar als de batterij niet juist is teruggeplaatst.Schakel altijd de stroom naar de rookmelder uit voordat u de batterij vervangt.

Vervang de batterij minstensjaarlijks of onmiddellijk als u eenmaal per 40 seconden het signaal voor lage batterijspanning hoort, zelfs alsde rookmelder netvoeding krijgt. Gebruik in deze rookmelder alleen de volgende 9V/(6F22) batterijen tervervanging: zie pagina 9 batterijtypen.OPMERKING: Gebruik geen oplaadbare lithium batterijen in deze unit.Vervang de batterijen alleen door batterijen van hetzelfde type of een gelijkwaardig type zoalsaanbevolen door de fabrikant. Werp gebruikte batterijen veilig weg volgens de instructies van defabrikant.ELKE KEER DAT U DE BATTERIJ VERVANGT, DIENT U TE TESTEN OF HETALARM CORRECTWERKT DOOR DE TESTKNOP IN TE DRUKKEN.!!

14WAARSCHUWING: GEBRUIK GEEN ANDER BATTERIJTYPE DAN HET TYPE DAT IN DEZEHANDLEIDING VERMELD WORDT. GEBRUIK GEEN OPLAADBARE BATTERIJEN.Schakel de stroom naar de rookmelder uit in de meterkast.Steek een kleine schroevendraaier in de sleuf op de montageplaat. Druk het vergrendelingslipje in metde schroevendraaier en draai de rookmelder linksom om deze los te maken van de montageplaat.Trek de rookmelder voorzichtig omlaag. Zorg ervoor dat u de kabelverbindingen niet losmaakt.Trek de stroomkabel uit de achterkant van de rookmelder.Duw het klepje van het batterijcompartiment omhoog (achterkant van de rookmelder).Verwijder de batterij uit het batterijcompartiment.Plaats een nieuwe 9V batterij . De batterij past slechts op één manier. De rookmelder kan kort piepenals de batterij geplaatst wordt.

Dit is normaal en het betekent dat de batterij correct geplaatst is.Sluit het klepje van het batterijcompartiment. Druk op het klepje tot deze op zijn plaats klikt.Druk op de testknop en houd deze ingedrukt. Het alarmsignaal klinkt als de batterij correct verbondenis en werkt.Breng de connector weer aan. De connector zal op zijn plaats vastklikken. Trek voorzichtig aan deconnector om na te gaan of deze stevig bevestigd is.Bevestig de rookmelder weer op de montageplaat door de rookmelder rechtsom te draaien tot dezevastklikt.Schakel de stroom in en test de rookmelder met de testknop.!

15F. Problemen oplossenGEVAAR: Schakel altijd de stroom uit in de groepenkastkast of zekeringkast voordat stappen genomenworden om problemen op te lossen. WAARSCHUWING: Koppel de batterij NIET los en schakel de netvoeding niet uit om een ongewenstalarm te stoppen. U bent dan niet langer beschermd. Gebruik een ventilator of open een raam om de rook of het stof teverwijderen. Bij de modellen KF20 en KF20R kunt u ook de hush-functie gebruiken om loze alarmen teonderdrukken. PROBLEEM OPLOSSINGDe rookmelder produceert geenpieptoon bij het testen. OPMERKING: Houd detestknop gedurende minstensvijf (5) seconden ingedrukttijdens het testen. 1. Controleer of de netvoeding ingeschakeld is. De groene led moet branden. 2. Schakel de stroom uit. Verwijder de rookmelder van de montageplaat en:a. controleer of de connector stevig bevestigd is. b.

controleer of de batterij goed op de connector aangesloten is. 3. Maak de rookmelder schoon. De rookmelder piept om de 40seconden. 1. Schakel de stroom uit. Vervang bij model KF20 de batterij. 2. Maak de rookmelder schoon. 3. Voor model KF20R controleer of de unit gedurende minstens 2 volledige dagenop de netvoeding is aangesloten. Als het alarm blijft piepen na de vereisteoplaadperiode, retourneert u de unit voor service. De rookmelder geeftongewenste alarmen terwijl debewoners koken, een douchenemen, etc. 1. Vraag een elektricien om de rookmelder op een nieuwe plaats teinstalleren. Monteer in de keuken een hittemelder model KF30. 2. Druk de testknop in en houd deze minstens drie seconden ingedrukt nadatde eerste melder een alarmsignaal geeft. Verbonden rookmelders gevengeen alarmsignaal tijdens hettesten van het systeem. 1.

16G. Preventief onderhoud van de rookmelderOpmerking: voer altijd correct onderhoud uit van uw rookmelder, waaronder het testen volgens deinstructies in de gebruikershandleiding en het vervangen van de batterij (indien van toepassing).Uw rookmelder is een levensreddend apparaat. Maandelijks enkele minutenstofzuigen om overmatig stof te verwijderen, zal de werking verbeteren en dekans op valse alarmmeldingen verkleinen.Stofzuig tot op het rooster en de uitsparingen waar stof/kalk etc. kanbinnendringen. Veeg de rookmelder schoon met een ietwat vochtige doek.Gebruik nooit schoonmaakmiddelen/schuurmiddelen, etc.Maak uw rookmelder minstens eenmaal per maand schoon.Rookmelders zijn gevoelige, elektrische apparaten.

De testknop moet wekelijks ingedrukt(gehouden) worden om de werking te controleren.Tijdens verf- en behangwerkzaamheden of werkzaamheden waarbij stof kan vrijkomen, moetenalle melders afgedekt worden met de meegeleverde stofkap of een plastic zak om vervuiling doordampen of stof te voorkomen. Deze kunnen de melder permanent beschadigen. Verwijder destofkap pas als de ruimte stofvij is en het schilderwerk droog is.

De melder zal niet werken terwijldeze is afgedekt.Probeer nooit het binnenste van de rookmelder open te maken: hierdoor vervalt de garantie.Waarschuwing: Zorg ervoor dat de voeding is uitgeschakeld voordat onderhoud uitgevoerdwordt.Vergeet niet om de voeding weer in te schakelen zodra het onderhoud uitgevoerd is.De rookmelder mag niet geschilderd worden.De rookmelder mag niet afgeplakt worden.Test de rookmelder niet met brandende kaarsen, open vuur, sigaretten/tabak, etc.UNCLIPANDSLIDE

18I. Wat te doen in geval van een brandmeldingONTWIKKEL EN OEFEN EEN VLUCHTROUTE• Installeer en onderhoud brandblusapparaten op elke verdieping van de woning en in de keuken,de kelder en de garage. Leer vóór u een noodsituatie meemaakt hoe een brandblusapparaatwerkt. • Maak een plattegrond van het huis met alle deuren en ramen en minstens twee (2) vluchtroutesvoor elke kamer. Ramen op de tweede verdieping moeten mogelijk van een touw- ofkettingladder voorzien worden. • Bespreek de vluchtroute met uw gezin en laat iedereen zien wat hij/zij in geval van brand moetdoen. • Spreek een verzamelplaats af buiten het huis in geval van een brand. • Laat iedereen wennen aan het geluid van de rookmelder en train ze erin om het huis te verlatenwanneer de melder afgaat. • Voer minstens elke zes maanden een brandoefening uit, en voer ook nachtelijkebrandoefeningen uit.

Verzeker u ervan dat kleine kinderen de melder horen en wakker wordenvan het alarmgeluid. Ze moeten wakker worden om de vluchtroute te nemen. Door te oefenenkunnen alle bewoners de route testen vóór er zich een noodgeval voordoet. Het kan zijn dat uuw kinderen niet kunt bereiken. Het is belangrijk dat zij weten wat ze moeten doen. WAT MOET U DOEN WANNEER DE MELDER AFGAAT• Waarschuw de kleine kinderen in het huis. • Verlaat het huis onmiddellijk via de vluchtroute. Elke seconde telt, dus verlies geen tijd door ueerst aan te kleden of waardevolle spullen te verzamelen. • Open bij het verlaten van de de woning geen binnendeuren zonder er eerst aan te voelen. Alseen deur heet is, of als er rook langs naar binnen komt, open die deur dan niet. Gebruik in ditgeval uw tweede uitgang.

19Er zijn bepaalde situaties waarin een rookmelder mogelijk niet doeltreffend is ombescherming te bieden tegen brand. Bijvoorbeeld:a) roken in bedb) kinderen alleen thuis latenc) schoonmaken met brandbare vloeistoffen, zoals benzineVoor meer informatie over de juiste handelingen bij een woningbrand kunt u terecht op:www.chubbfs.nl.

20ZES JAAR GARANTIEDe fabrikant garandeert de oorspronkelijke koper dat de bijgesloten rookmelder onder normalegebruiks- en onderhoudsomstandigheden voor een periode van zes (6) jaar (vanaf deaankoopdatum) vrij zal zijn van afwijkingen op het gebied van materiaal, productie of ontwerp. De verplichting van Kidde Safety onder deze garantie is beperkt tot het repareren of vervangenvan de rookmelder die of enig onderdeel daarvan dat volgens ons afwijkt op het gebied vanmateriaal, uitvoering of ontwerp, zonder kosten voor de klant, indien deze de rookmelder samenmet het aankoopbewijs voldoende gefrankeerd wordt opgestuurd naar: Garantieservice, ChubbFire & Security, Cruquiusweg 118 1019 AK Amsterdam.

De garantie is niet geldig als de rookmelder na de aankoopdatum is beschadigd, aangepast,misbruikt of gewijzigd of indien deze niet goed werkt ten gevolge van slecht onderhoud ofverkeerde plaatsing. DE AANSPRAKELIJKHEID VAN KIDDE SAFETY OF EEN VAN ZIJN MOEDER- OFDOCHTERMAATSCHAPPIJEN DIE VOORTKOMT UIT DE VERKOOP VAN DEZEROOKMELDER OF ONDER DE VOORWAARDEN VAN DEZE BEPERKTE GARANTIE ZAL INGEEN GEVAL HOGER ZIJN DAN DE VERVANGINGSKOSTEN VAN DE ROOKMELDER ENKIDDE SAFETY OF EEN VAN ZIJN MOEDER- OF DOCHTERMAATSCHAPPIJEN ZAL INGEEN GEVAL AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR INDIRECTE GEVOLGSCHADE ALS GEVOLGVAN STORING VAN DE ROOKMELDER OF DOOR SCHENDING VAN DEZE OF EEN ANDEREGARANTIE, EXPLICIET OF IMPLICIET VERMELD, ZELFS INDIEN DE GEVOLGSCHADEVOORTVLOEIT UIT DE NALATIGHEID OF SCHULD VAN HET BEDRIJF ZELF. Deze garantie laat uw overige wettelijke rechten onverlet.

Opmerking: de rookmelder en alle accessoires moeten vervangen worden na de"Vervangdatum" vermeldt door de fabrikant. MILIEUBESCHERMINGAfgedankte elektrische producten mogen niet worden meegegeven met het huishoudelijke afval. Lever het product in als KCA (Klein Chemisch Afval). Raadpleeg uw lokale overheid of hetverkooppunt over recyclingmogelijkheden en inleverpunten.

Als de melder gebruik maakt van een vervangbare 9V batterij (model KF20), moet deze jaarlijksvervangen worden. Onder normale omstandigheden bedraagt de levensduur voor de oplaadbare lithium batterij 10jaar. Bij het afvoeren van lithium batterijen moeten deze als KCA beschouwd worden. Vraag bijuw lokale overheid waar u deze correct kunt inleveren. Geproduceerd in ChinaJ. Garantie en milieu.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met FireX KF20x6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden