FireX IAR230C Handleiding

FireX Rookmelder IAR230C

Bekijk gratis de handleiding van FireX IAR230C (8 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 77 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over FireX IAR230C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/8
BESCHRIJVING VAN DE ROOKMELDERS
Type GC240230 V- ionisatierookmelder metFalse Alarm Control
Type I240C230 V - ionisatierookmelder met 9V-noodbatterij en
False Alarm Control
Type IAR230C230 V - ionisatierookmelder met noodbatterij en
False Alarm Control
Type PG240C230 V - rookmelder met optische rookdetectie
Types PADC240230 V -rookmelder met optischerookdetectie,
9V-noodbatterijen False Alarm Control
Type PAR230C230V-rookmelder metoptischerookdetectie, met
noodbatterij en False Alarm Control
EIGENSCHAPPEN VAN DE ROOKMELDERS
• Mogelijkheidvoordeaaneenschakelingvanmaximaal36rookmeldersvan
de typesGC240, I240C,PG240C,PADC240, IAR230C,PAR230C. Een
unieke steekverbindingverhindertde aansluiting op niet-compatibele
rookmeldersof veiligheidsinstallaties.
• Debeveiligdemontagesokkelmetblokkeerpalkliktsnelenisbedoeldals
bescherming tegen vandalisme.
• EenmultifunctionelegroeneenrodeLEDmeldendathetrookmeldermet
wisselstroom wordtgevoed, in de normalefunctie,in de alarmstandof in de
stand FalseAlarm Control staat.
• Hetgeluidssignaal-85decibelop3meterafstand-waarschuwtuin
noodgevallen.
• Metdetestknopkandewerkingvanhetrookmelderwordengecontroleerd.
• DerookmeldersvandetypesGC240,I240C,PADC240,PAR230C,PG240C
enIAR230C beschikken over een FalseAlarm Controldie in geactiveerde
toestandeen valsalarm totmaximaal15minutenuitschakelt.
• DerookmeldersvandetypesI240C,PAD240enPADC240passennietinde
montagesokkel alser geen batterijin hetapparaatis geplaatst. Bovendien
zenden deze rookmelders mettussenpozen van eenminuut een korte
pieptoon uit alsdebatterijbijna leeg of niet goed geplaatst is.
• DerookmeldersvandetypesIAR230CenPAR230Cbevattenlithiumbatterijen.
De ionisatierookmelder bevatten een radioactief element AM 241 < 1µC. Bijnor-
maal gebruik levert het radioactief element geen gevaar voor de gezondheid op.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
ZORGVULDIG LEZEN EN BEWAREN
Beschilder dezerookmelderniet enbedek het niet met tape.
Dezerookmelder dient buiten hetbereik vankinderen te worden
geïnstalleerd.
Opwisselstroom werkenderookmeldersmoeten constantworden
gevoedmet230VACbij50Hzomgoedte kunnen functioneren. Op het
stroomnetaangesloten rookmeldersfunctioneren NIETals de wisselstroom
nietaangesloten of om welke reden danookuitgevallen of onderbroken is.
Derookmelders van de typesI240CenPADC240 hebben bovendieneen
9V-batterijnodigom ondanksstroomuitvaltekunnen functioneren. De
rookmelders van de typesIAR230C enPAR230C moeten ten minste 2 hele
dagen ophet stroomnet wordenaangeslotenomdemaximale capaciteit
van denoodbatterijte waarborgen.GebruikNOOIT andere batterijen dan de
typesdiein deze gebruiksaanwijzing staan aangegeven. Deze rookmelders
NIETop rookmeldersof andere apparatuuraansluiten dienietin deze
gebruiksaanwijzing genoemdworden.
Om een vals alarm uitteschakelen, mag u NOOIT debatterij
verwijderen, van de aansluiting scheiden of de stroomtoevoer
onderbreken. Als datgebeurt, is de beveiliging nietmeer actief. Open een
raamofverspreid derookrondhetrookmelder tot dezewordt uitgeschakeld.
De Rookmeldersvande typesGC240, I240C,IAR230C, PADC240, PG240C
enPAR230Czijn uitgerustmet een knop voor False Alarm Control.Als deze
knopwordt ingedrukt,wordt het alarmgedurende maximaal15minuten
uitgeschakeld.
1
GEBRUIKSAANWIJZING
ZORGVULDIG LEZEN EN OP EEN VEILIGEPLAATSBEWAREN
AANDEMONTAGEVAKMAN: Dezegebruiksaanwijzing
a.u.b. samenmet het product overhandigen
110-1196C
Model
I240C, GC240
IAR230C
Ionisatie-
rookmelders
Modellen
PG240C, PADC240,
PAR230C
Optische rookmelders
!

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: FireX
Categorie: Rookmelder
Model: IAR230C

Handleiding FireX IAR230C – volledige tekst

• Een multifunctionele groene en rode LED melden dat het rookmelder metwisselstroom wordt gevoed, in de normale functie, in de alarmstand of in destand False Alarm Control staat. • Het geluidssignaal - 85 decibel op 3 meter afstand - waarschuwt u innoodgevallen. • Met de testknop kan de werking van het rookmelder worden gecontroleerd. • De rookmelders van de types GC240, I240C, PADC240, PAR230C, PG240Cen IAR230C beschikken over een False Alarm Control die in geactiveerdetoestand een vals alarm tot maximaal 15 minuten uitschakelt. • De rookmelders van de types I240C, PAD240 en PADC240 passen niet in demontagesokkel als er geen batterij in het apparaat is geplaatst. Bovendienzenden deze rookmelders met tussenpozen van een minuut een kortepieptoon uit als de batterij bijna leeg of niet goed geplaatst is. • De rookmelders van de types IAR230C en PAR230C bevatten lithiumbatterijen.

De ionisatierookmelder bevatten een radioactief element AM 241 < 1µC. Bij nor-maal gebruik levert het radioactief element geen gevaar voor de gezondheid op.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESZ O R G V U L D I G L E Z E N E N B E W A R E N• Beschilder deze rookmelder niet en bedek het niet met tape. • Deze rookmelder dient buiten het bereik van kinderen te wordengeïnstalleerd. • Op wisselstroom werkende rookmelders moeten constant wordengevoed met 230 V AC bij 50 Hz om goed te kunnen functioneren. Op hetstroomnet aangesloten rookmelders functioneren NIET als de wisselstroomniet aangesloten of om welke reden dan ook uitgevallen of onderbroken is. De rookmelders van de types I240C en PADC240 hebben bovendien een9V-batterij nodig om ondanks stroomuitval te kunnen functioneren. Derookmelders van de types IAR230C en PAR230C moeten ten minste 2 heledagen op het stroomnet worden aangesloten om de maximale capaciteitvan de noodbatterij te waarborgen. Gebruik NOOIT andere batterijen dan detypes die in deze gebruiksaanwijzing staan aangegeven.

Deze rookmeldersNIET op rookmelders of andere apparatuur aansluiten die niet in dezegebruiksaanwijzing genoemd worden. • Om een vals alarm uit te schakelen, mag u NOOIT de batterijverwijderen, van de aansluiting scheiden of de stroomtoevoeronderbreken. Als dat gebeurt, is de beveiliging niet meer actief. Open eenraam of verspreid de rook rond het rookmelder tot deze wordt uitgeschakeld. De Rookmelders van de types GC240, I240C, IAR230C, PADC240, PG240Cen PAR230C zijn uitgerust met een knop voor False Alarm Control. Als dezeknop wordt ingedrukt, wordt het alarm gedurende maximaal 15 minutenuitgeschakeld. 1GEBRUIKSAANWIJZINGZORGVULDIG LEZEN EN OP EEN VEILIGE PLAATS BEWARENAAN DE MONTAGEVAKMAN: Deze gebruiksaanwijzinga. u. b. samen met het product overhandigen110-1196CModelI240C, GC240IAR230CIonisatie-rookmeldersModellenPG240C, PADC240,PAR230COptische rookmelders.

• Met de testknop kunnen alle functies van het rookmelder preciesworden gecontroleerd. GEEN andere testmethode toepassen. De rook-melders wekelijks controleren om een optimale werking te waarborgen. • Het rookmelder mag alleen door een vakman worden geïnstalleerd. • Het rookmelder is uitsluitend bedoeld voor toepassing inééngezinswoningen. In gebouwen met meerdere woningen moeten in elkewoning afzonderlijke rookmelders worden aangebracht. Het rookmelder nietmonteren in niet-residentiële (utilitaire) gebouwen of op plaatsen waar zichveel mensen bevinden zoals hotels, motels, studentenhuizen, ziekenhuizen,verzorgingstehuizen of andere wooncombinaties. Het rookmelder is geenvervanging voor een complete alarminstallatie. • Installeer een rookmelder in elk vertrek en op iedere etage van het huis. Er kunnen veel redenen zijn waarom de rook een rookmelder niet bereikt.

Alseen brand zich bijvoorbeeld uitbreidt in een afgelegen gedeelte van het huis,op een andere etage, in de schoorsteen, in een muur, op het dak of aan deandere kant van een gesloten deur, bestaat de mogelijkheid dat de rookhet rookmelder niet op tijd bereikt om de bewoners te alarmeren. Eenrookmelder registreert een brand ALLEEN in het gebied of het vertrekwaarin hij geïnstalleerd is. • Met elkaar verbonden rookmelders in elk vertrek en op iedere etage vanhet huis bieden een maximale bescherming. Wij adviseren een aaneen-schakeling van alle rookmelders, zodat bij de detectie van rook door één vande rookmelders ook alle andere rookmelders het alarm activeren. Nooit rook-melders van één wooneenheid aaneenschakelen met rookmelders van eenandere wooneenheid. Deze rookmelders niet aansluiten op een andere dande beschreven alarminstallaties of extra apparatuur van een andere type.

• Het is mogelijk dat het alarm van de rookmelders niet altijd door allepersonen wordt gehoord. Het alarmsignaal klinkt hard genoeg om allebewoners voor een mogelijk gevaar te waarschuwen.

Toch zijn er situatieswaarin een persoon een alarm niet hoort (lawaai buiten of binnen, diepeslaap, invloed van verdovende middelen of alcohol, doofheid enz. ). Zodrade mogelijkheid bestaat dat een bewoner het alarm niet kan horen, moetenextra rookmelders worden geïnstalleerd. Alle personen moeten het alarmkunnen horen en snel kunnen reageren om gevaar voor schade, verwondin-gen of dodelijk letsel door een brand zo klein mogelijk te houden. Voorslechthorenden moeten speciale rookmelders worden geïnstalleerd diede bewoners waarschuwen door middel van licht of trillingen. •Rookmelders kunnen het alarm alleen activeren als zij rook registreren. Rookmelders reageren op verbrandingsdeeltjes in de lucht, dus niet op hitte,vlammen of gas. Dit rookmelder is zodanig ontworpen dat het bij een zichverspreidend vuur een duidelijk hoorbaar alarmsignaal geeft.

Veel brandenontwikkelen zich echter heel snel, leiden tot explosies of worden aangestoken. Branden kunnen ook ontstaan door nalatigheid of zorgeloosheid. Het ismogelijk dat de rook het rookmelder NIET SNEL GENOEG bereikt om debewoners de kans te geven de woning op tijd te verlaten. • Rookmelders bieden geen onbeperkte bescherming. Dit rookmelder isgeen brandbestrijder en beschermt mensen of materiaal niet tegen vuur. Rookmelders zijn ook geen vervanging voor de brandverzekering. Huiseigenaars en huurders moeten verzekeringen tegen persoonlijke enmateriële schade afsluiten. Bovendien bestaat altijd de mogelijkheid dateen rookmelder uitvalt. Daarom moeten de rookmelders wekelijksgecontroleerd en na 10 jaar vervangen worden. KEUZE VAN DE BESTE PLAATSVOOR DE ROOKMELDERSDe maximale bescherming wordt bereikt als in elk vertrek van het huis eenrookmelder wordt geïnstalleerd.

Daartoe behoort ook de kelder, maarniet de kruipkelder of niet bewoonbare zolders. Voor elk huis zijn minimaaltwee rookmelders nodig. VOOR EEN OPTIMALE BESCHERMING ADVISEREN WIJ OM INELK VERTREK EEN ROOK-MELDER TE INSTALLEREN. Bovendien moeten de rookmeldersmet elkaar verbonden worden. De éénkamerwoning• Een rookmelder aan het plafond ofaan de muur zo dicht mogelijk bij deslaapruimte aanbrengen. In de keuken-/woonruimte een rookmelder met FalseAlarm Control aanbrengen. De etagewoning• Een rookmelder in elke slaapkamer en in degang buiten elk slaapvertrek aan het plafondof de muur installeren. Als de gang in deslaapruimte langer is dan 9 m, moet aan elkuiteinde van de gang een rookmelder wordenaangebracht.

Het huis met twee verdiepingen•Een rookmelde elk slaapkar in e mer en in degan buite slaapg n de vertrekke aa hen n tplafond of de r sta ren. Als de ngmuu in lle gaop de r rslaapkame ve diepin lag nge dar is n9 m, t n k umoe aa el iteinde van de gganeen rookmelde wor rde aa gebn n racht. •In t s n rhe trappenhui ee ookmelderaanbrenge aa he plafonn n t d tussenbenedenverdiepin eeg en rst etagee. BELANGRIJKE AANWIJZINGEN VOORDE KEUZE VAN DE JUISTE MONTAGEPLAATSVOOR DE ROOKMELDERS EN VOORUITZONDERINGEN•Het rookmelder zo dicht m k bij hetogelijmi en van het p d nbrendd lafon aa ge Aln. sdit niet mogelijk is, or de mvo onta eege na and n n min e 10 cm n muur offst va te st vap nd nhouden. Al ar ng delafo aa na gelap ala tsel e orsijk vo chriften kunnen rook-me ers ook n muren worden n-ld aa geïstalleerd, op n stand n 10 t 30 cmee af va toten o ipzchte n de hoeken en de p ds.

In ruimten met n h g gehee oo vocht a e zoals r of rlt badkame di ectn st n twa er of wasm ne. De rookaa ee vaa ss achi me derl s moe ntehi aner op een afst d van te instnm e 3 m r worden a cht. ete an brageNaast luchts acch hten of verwarmings- en elve iko nt latoren. De lucht u de rzo oo vak n t rookme r kunhe lde ne we blan g zenen zo het m on ralar derb eken. In r m n waarin de eratuur neden C n nui te temp be 5° ka daleof n 4 C n. bove 5° ka stijgenIn reem ffext sto ig ui pla tse ee insektee r mten of op a n met v l n. Kl in de ltj to we kin va ooe e e es s ren de r g n t rhe kmelder. INSTALLATIE VAN HET ROOKMELDERGEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN. De zekering uit de zekeringenkast verwijderen of dehoofdschakelaar uitschakelen en blokkeren.

OPGELET: Op het stroomnet aangesloten rookmeldersmoeten volgens de van toepassing zijnde elektrotechnischevoorschriften worden geïnstalleerd door een vakman. Dooreen onjuist gemonteerd rookmelder loopt de gebruikergevaar voor elektrische schokken of brand. OPGELET: De rookmelder, bijbehorende voeding enonderling verbonden bedrading moeten in overeenstemmingmet de door het Amerikaanse Institution of ElectricalEngineers (instituut van elektrische technici) gepubliceerdeBS 7671 worden geïnstalleerd. •Het rookme de aa ee uul r n n m r, het , n aarplafond ee stand daansluitdoosaanslui doo ee ver oogd so ke pleist laat s of op n h e k l op de er g installe enr. Installee her t rookmelde ee plaat aa inder op n s w r k ren n t j kunn. ie bi en1. De rstandaa dsokke richte aa hal n n de nd van de e n n demontag boringe vasta daan rdaansluitdoo er oogd so els of de v h e kk.

2. De standaardsokkel aan aansluitdoos, verhoogde sokkel, muur of plafondbevestigen. (Op de afbeelding ziet u hoe de standaardsokkel aan deaansluitdoos wordt bevestigd). 3. De blauwe geleider van de stekker van het rookmelder verbinden metde nulleider (zwart of blauw) van het stroomnet. 4. De bruine geleider van de stekker van het rookmelder verbinden metde spanningvoerende geleider (rood of bruin) van het stroomnet. 5. Voor de aaneenschakeling van meerdere rookmelders wordt deoranjekleurige geleider van de rookmelderstekker gebruikt. Zie daartoe"Aaneenschakeling van rookmelders". BELANGRIJK: Als het rookmelder niet met andere rookmelders wordt ver-bonden, moet de oranjekleurige geleider met isolatiebandaan plafond, muur of verhoogde sokkel worden bevestigd. De stappen 6 t/m 9 gelden uitsluitend voor de types I240C enPADC240:6. Het deksel van het batterijvakje openen. 7.

Plaats een nieuwe 9V-batterij met de polen correct in het batterijvak. Bij hetplaatsen van de batterij kan het rookmelder eventueel een korte pieptoongeven. 8. Het batterijvakje sluiten (kliksluiting). 9. De knop aan de voorzijde van het rookmelder drie seconden lang ingedrukthouden. Als de batterij correct is geplaatst, klinkt het alarmsignaal van hetrookmelder. 10. De stekker op de achterzijde van het rookmelder aansluiten. De stekkerpast slechts in één richting en klikt dan in. 11. Voorzichtig aan de stekker trekken om te controleren of hij goed vastzit. 12. Het rookmelder zodanig in de standaardsokkel plaatsen dat de sleuf aande zijkant van het rookmelder zich links naast de blokkeerpal van destandaardsokkel bevindt. Met de klok meedraaien en laten inklikken.

BELANGRIJK (alleen voor de types I240C en PADC240): Als geen batterijis aangebracht, kan het rookmelder niet aan de standaardsokkel wordenbevestigd. 13. De stroom in de zekeringenkast of de hoofdschakelaar weer inschakelen. Nu moet de groene LED op het rookmelder gaan branden. 14. Het rookmelder testen. Zie daartoe "ROOKMELDERTEST".

AANEENSCHAKELING VAN ROOKMELDERS• Ronde of platte draad van ten minste 1,0 mm2voor 230 V gebruiken. Bij deaaneenschakeling bedraagt de maximale lengte tussen twee rookmelders bij1,0 mm2450 m of bij 2,5 mm21200 m (20 Ohm lusweerstand). • Dit rookmelder kan met maximaal 35 andere rookmelders van detypes GC240, I240C, PG240C, PADC240, IAR230C en PAR230Caaneengeschakeld worden. NIET aansluiten op rookmelders van eenander type of model. • De rookmelders aansluiten op één wisselstroom-verbindingsleiding. Als ditvolgens de plaatselijke voorschriften niet is toegestaan, moet u erop lettendat de nulleider voor beide fasen geldt. De bedrading moet voldoen aan deIEE-voorschriften voor elektrische installaties. VOOR DE AANEENSCHAKELING 1,0 MM2STANDAARDDRAAD GEBRUIKEN.

RODE LEDKnippert 1 maal per minuut — normale werkingKnippert 1 maal per seconde — het rookmelder registreert rooken activeert onmiddellijk eengeluidssignaal. Knippert 1 maal per 10 seconden — Het rookmelder schakelt een valsalarm uit (alleen bij de types GC240,I240C, PADC240, PG240C, PAR230Cen IAR230C). (Alleen bij aaneengeschakelde installaties):UIT — Een ander rookmelder in het netwerk heeft rook gedetecteerd ensignaleert het alarm. FALSE ALARM CONTROL(Vals-alarmregeling)De rookmelders van de types GC240, I240C, PADC240, PAR230C, PG240Cen IAR230C beschikken over een False Alarm Control. Hiermee wordt eenvals alarm in de geactiveerde toestand gedurende maximaal 15 minutenuitgeschakeld. Gebruik van de False Alarm ControlDruk tijdens een vals alarm de testknop in en laat deze weer los. Nu moethet alarm binnen enkele seconden stoppen.

Als dit zo is, is het rookmelderin de False Alarm Control-stand geschakeld. Als de rookmelder niet in devals-alarmregeling gaat en de luide alarmtoeter blijft klinken, of als hij eerstin de vals-alarmregeling gaat en daarna weer alarm geeft, is de rook tezwaar en kan er een gevaarlijke situatie zijn. ROOKMELDERTESTO P G E L E T• Ieder rookmelder zorgvuldig controleren om er zeker van te zijn dat hijcorrect functioneert en goed gemonteerd is. • Na de installatie alle rookmelders in een aaneengeschakelde installatiecontroleren. • Met de testknop kunnen alle functies nauwkeurig worden getest. Dit rook-melder NIET testen met een open vlam. Het rookmelder of het huis zoudenvlam kunnen vatten en beschadigd kunnen raken. • Wekelijks en na terugkeer van vakantie de rookmelders controleren, ookwanneer het huis enkele dagen heeft leeggestaan.

Een constant brandende groene LED geeft aandat het rookmelder wordt gevoed met 230 V (50 Hz) wisselstroom. Als derode LED met tussenpozen van een minuut knippert, wordt de werkinggecontroleerd. Bij de rookmelders van de types I240C, PADC240,IAR230C, en PAR230C wordt bij een knipperende rode LED bovendiengecontroleerd of de batterij nog voldoende opgeladen is. 2. De testknop ten minste 5 seconden lang ingedrukt houden. Het rookmeldergeeft viermaal per seconde een luide pieptoon. Het is mogelijk dat ditsignaal na het loslaten van de testknop nog 10 seconden te horen is. BELANGRIJK: Bij aaneengeschakelde rookmelders moeten allerookmelders binnen drie seconden na het indrukken vande testknop en na het signaal van het geteste rookmeldereen alarmsignaal geven. 3.

Als geen alarmsignaal klinkt, moet de stroom aan de zekeringenkast ofde hoofdschakelaar worden uitgeschakeld en de bedrading wordengecontroleerd. Daarna moet het rookmelder opnieuw getest worden. GEVAAR: Als het alarmsignaal klinkt terwijl het rookmelderniet wordt getest, meldt het rookmelder rook. HETKLINKEN VAN HET ALARMSIGNAAL VEREIST UWONMIDDELLIJKE AANDACHT EN REACTIE. ONDERHOUDNaast de wekelijkse tests moeten de batterijen van de types I240C enPADC240 regelmatig worden vervangen. De rookmelders moeten regelmatigworden gereinigd om stof, vuil en kleine deeltjes te verwijderen. OPGELET: Het rookmelder is voorzien van een stofafdekking diebij verbouwing of renovatie beschadiging van hetapparaat door stof en andere deeltjes moetvoorkomen. Verwijder deze stofafdekking vóór de inge-bruikname omdat het rookmelder anders niet function-eert. GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN.

He oot r kmel altij eers itder d t u schakel da paen en n s de batterij vervangen. De t j n e maal per ar van n of m lba teri te minst een ja ver ge on idde lij alk seen pe minumaal r ut t naal r t rij eg" t. Dit m t khe sig voo "ba te le klink oe ooge eub ren s t r kme r met wisal he oo lde sel oo wostr m rdt vge oed. In e r kmeld s n een de nde 9V 22) ba sdez oo er moge all ond staaer (6F tterijtypeworde gen bruikt: E ready 522 of 1222; Durave cell MN 1604 of r ifeUlt alU -J of k r9VL gelij waa dig. A een n r t en van hell verv gean doo ba terij tzelfd typ ee doo fabrikae e of n r de ntaanbe ole Oud batt ijev n t e. yp e er n inleveren j een r e nt of v renbi ve zam lpu af oeal chem sc afs i h val. ELKE KEER DAT DE BATTERIJ WORDT VERVANGEN, DIEN TET UTESTEN OF DE ROOKMELDER NAAR BEHOREN WERKT DOOR OPDE TESTKNOP TE DRUKKEN.

O E T:PG LE GE IK T END DE IN DEZEBRU UI SLUITG R WIJZING E BATTER. EB UI ANKSA VERMELD IJEN(Alleen voor de types IAR230C en PAR230C):BE AN IJL GR K: Lit iuh mbatte ijr en z n st in t en me eij va he teg va alisnd beveiligdba te ijt r vak in uwd. j z n on en v r n regebo Zi ij tworp oo ee langeleven duu da dis r n e van het r eookm lder. 1. t rHe ookmelder op t hhe oofdbedie ing pan s neel n het t sva ne cheiden. 2. n e rEe klein sch oevendraaie sler in de uf van de n rsta daa dso ke stekek l n. Deblokkeerpa (lipjel ) met n schroevenee draaie indrukr ken en t rhe oo meldek r integen ijw zerzi draaien n om het t de r kel te w rui standaa dsok ver ijde en. 3. t rHe ookmelde voorzichti houder g uit de r trek n en erop n t nke lette da geeleidingv rbindinge lo rae n s ken. 4. De rst oomstekke ui achte zijd va her t de r e n t rookm r ren. elde ve ijderw5.

REINIGINGHet rookmeld te eeer nm nsi te nmaal r nd hpe maa sc oonmaken om stof vui, l enandere e s te verwde ltje ijderen. Voor de reiniging jd t de roomalti eers st toe oev rond reken. erb•A e n en t l van het rll kante he dekse oo melde schoon ake me ee zachtk r m n t n eborstel of t n f r met t rme ee sto zuige he daa voo geschi ulpstukr kt h. Erop nletteda all openinget e n stofvri ijnj z. •Indie nodig hen , t rookmelde va ne afr n het t koppele he dekn en t sel met neevoc tig doe schooh e k nmaken. BE AN IJL GR K: Pr eer t het el te eren of de b nk t nob nooi deks ve ijdrw inne an vahe apt pa at sch n te maken. IN D L E GEVALLENra oo ERGE IJKK T DE A E TE VERVALLEN. OM GAR NTIHERSTELLINGVO RZO ICHTIG: et pr erNi ob en he kme, t roo lder te reparer. enIn rge ke g en komt de e tede lij evall garantiverva enll.

t r m r d hermd in n osaa di rist ut He ook elde goe besc ee dov pakk , de s a eren en ren r het res t v elder en doo fr nk opstu naa ad da ermstaat op de atla st nwe pa a n e r kgin va dez geb ui saa ijzing. Als de r tga an ieperiod voo ook lde r t rhe me er is e n, kunt u tafg lope her koo melder t st r n oe we n vakhe be doo ee daart aange ze bedrijf nlatev v en r n r aar reX-r ker ang doo ee ve gelijkb Fi oo melder. Elektrische producten die het einde van hun levensduur hebben bereikt, mogen niet worden weggegooid met het gewone huisvuil. Lever ze in als Klein Chemisch Afval (KCA) om te worden gerecycled. VEILIGHEIDSOEFENINGENVOOR BRANDGEVALLENAls het r km er n l eft zon r t de nop werdoo eld ee signaa ge de da testkin rukt, rdt aged wo gewa rsc oo ee gevahuwd v r n rensituatie geva. In dit lm t er mid k rden roe on dellij wo ge eageerd.

7PROBLEEM OPLOSSINGBij de test klinkt geen signaalBELANGRIJK: De testknoptijdens de test ten minste vijf(5) seconden ingedrukt houden. 1. Controleren of de wisselstroomis ingeschakeld. De groene LEDmoet branden. 2. Stroom uitschakelen. het rook-melder uit de standaardsokkelnemen ena. controleren of de stekkergoed is aangesloten. b. controleren of de batterijgoed op de stekker isaangesloten. 3. Het rookmelder schoonmaken. Het rookmelder geeft eenmaalper minuut een pieptoon. (Alleen bij de types I240Cen PADC240)(Types IAR230C en PAR230C)1. Stroom uitschakelen en batterijvervangen. Zie "Batterij vervan-gen" onder "ONDERHOUD". 2. Rookmelder schoonmaken. 3. Controleren of het rookmelderminimaal 2 volle dagen op hetnet aangesloten is geweest. Als de pieptoon na de vereistelaadtijd opnieuw klinkt, hetapparaat terugzenden voorcontrole.

Het rookmelder geeft vals alarmals de bewoners koken, douchenenz. 1. Een vakman laten komen omhet rookmelder op een andereplaats te monteren. Zie "KEUZEVAN DE JUISTE MONTAGE-PLAATS VOOR HET ROOK-MELDER". Aaneengeschakelde rookmeldersgeven geen signaal als deinstallatie getest wordt. 1. De testknop na het signaal vanhet eerste rookmelder minimaal3 seconden ingedrukt houden. 2. Een vakman laten komen om tecontroleren of de rookmelderscorrect zijn aangesloten. • Alle leden van het huis moeten erop worden gewezen dat zij eerst de deurenmoeten aanraken en dat zij - als deze heet zijn - een andere uitgang moetengebruiken. ER MET NADRUK OP WIJZEN DAT EEN HETE DEUR NIET MAGWORDEN GEOPEND. • De huisbewoners erop wijzen dat zij over de grond moeten kruipen omonder gevaarlijke rook, dampen of gassen te blijven. • Een veilig trefpunt buiten het gebouw bepalen voor alle huisbewoners.

HOE REAGEREN BIJ BRAND1. Niet in paniek raken, rustig blijven. 2. Het gebouw zo snel mogelijk verlaten. De deuren vóór het openenaanraken om vast te stellen of deze heet zijn. Indien nodig, een andereuitgang kiezen.

Over de grond kruipen en NIET stoppen om nog ietsmee te nemen. 3. Buiten het gebouw naar het afgesproken trefpunt gaan. 4. De brandweer opbellen vanaf een plaats BUITEN het gebouw. 5. NOOIT IN BRANDENDE HUIZEN TERUGKEREN. Wacht op debrandweer. Deze regels zijn nuttig in geval van brand. Om het brandrisico teverminderen, moeten echter preventieve voorschriften opgevolgd engevaarlijke situaties vermeden worden. Aanvullende informatie kuntu verkrijgen bij uw plaatselijke brandweer. ZOEKEN NAAR FOUTENGEVAAR: Altijd eerst het rookmelder in de zekeringenkastuitschakelen of de stroomtoevoer via de hoofd-schakelaar onderbreken, voordat u gaat zoekennaar de oorzaak van een storing. OPGELET: Verwijder NOOIT de batterij om een vals alarm uitte schakelen en onderbreek NOOIT de stroom-toevoer naar het rookmelder om te vermijden datde beveiliging buiten werking wordt gesteld.

Openeen raam of zorg voor ventilatie rond het rook-melder om rook en stof te verwijderen. De rook-melders van de types GC240, I240C, PADC240,PAR230C en IAR230C zijn uitgerust met een FalseAlarm Control waarmee u een vals alarm kuntuitschakelen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met FireX IAR230C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden