FireX I240C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van FireX I240C (8 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over FireX I240C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | FireX |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | I240C |
Handleiding FireX I240C – volledige tekst
• Een multifunctionele groene en rode LED melden dat het rookmelder met wisselstroom wordt gevoed, in de normale functie, in de alarmstand of in de stand False Alarm Control staat. • Het geluidssignaal - 85 decibel op 3 meter afstand - waarschuwt u innoodgevallen. • Met de testknop kan de werking van het rookmelder worden gecontroleerd. • De rookmelders van de types GC240, I240C, PADC240, PAR230C, PG240C en IAR230C beschikken over een False Alarm Control die in geactiveerde toestand een vals alarm tot maximaal 15 minuten uitschakelt. • De rookmelders van de types I240C, PAD240 en PADC240 passen niet in de montagesokkel als er geen batterij in het apparaat is geplaatst. Bovendien zenden deze rookmelders met tussenpozen van een minuut een korte pieptoon uit als de batterij bijna leeg of niet goed geplaatst is. • De rookmelders van de types IAR230C en PAR230C bevatten lithiumbatterijen.
De ionisatierookmelder bevatten een radioactief element AM 241 < 1µC. Bij nor- maal gebruik levert het radioactief element geen gevaar voor de gezondheid op.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Z O R G V U L D I G L E Z E N E N B E W A R E N • Beschilder deze rookmelder niet en bedek het niet met tape. • Deze rookmelder dient buiten het bereik van kinderen te wordengeïnstalleerd. • Op wisselstroom werkende rookmelders moeten constant worden gevoed met 230 V AC bij 50 Hz om goed te kunnen functioneren. Op het stroomnet aangesloten rookmelders functioneren NIET als de wisselstroom niet aangesloten of om welke reden dan ook uitgevallen of onderbroken is. De rookmelders van de types I240C en PADC240 hebben bovendien een 9V-batterij nodig om ondanks stroomuitval te kunnen functioneren. De rookmelders van de types IAR230C en PAR230C moeten ten minste 2 hele dagen op het stroomnet worden aangesloten om de maximale capaciteit van de noodbatterij te waarborgen. Gebruik NOOIT andere batterijen dan de types die in deze gebruiksaanwijzing staan aangegeven.
Deze rookmelders NIET op rookmelders of andere apparatuur aansluiten die niet in deze gebruiksaanwijzing genoemd worden. • Om een vals alarm uit te schakelen, mag u NOOIT de batterij verwijderen, van de aansluiting scheiden of de stroomtoevoer onderbreken. Als dat gebeurt, is de beveiliging niet meer actief. Open een raam of verspreid de rook rond het rookmelder tot deze wordt uitgeschakeld. De Rookmelders van de types GC240, I240C, IAR230C, PADC240, PG240C en PAR230C zijn uitgerust met een knop voor False Alarm Control. Als deze knop wordt ingedrukt, wordt het alarm gedurende maximaal 15 minutenuitgeschakeld. 1GEBRUIKSAANWIJZING ZORGVULDIG LEZEN EN OP EEN VEILIGE PLAATS BEWAREN AAN DE MONTAGEVAKMAN: Deze gebruiksaanwijzing a. u. b. samen met het product overhandigen110-1196CModel I240C, GC240IAR230CIonisatie-rookmeldersModellen PG240C, PADC240,PAR230C Optische rookmelders.
• Met de testknop kunnen alle functies van het rookmelder precies worden gecontroleerd. GEEN andere testmethode toepassen. De rook- melders wekelijks controleren om een optimale werking te waarborgen. • Het rookmelder mag alleen door een vakman worden geïnstalleerd. • Het rookmelder is uitsluitend bedoeld voor toepassing in ééngezinswoningen. In gebouwen met meerdere woningen moeten in elke woning afzonderlijke rookmelders worden aangebracht. Het rookmelder niet monteren in niet-residentiële (utilitaire) gebouwen of op plaatsen waar zich veel mensen bevinden zoals hotels, motels, studentenhuizen, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen of andere wooncombinaties. Het rookmelder is geen vervanging voor een complete alarminstallatie. • Installeer een rookmelder in elk vertrek en op iedere etage van het huis. Er kunnen veel redenen zijn waarom de rook een rookmelder niet bereikt.
Als een brand zich bijvoorbeeld uitbreidt in een afgelegen gedeelte van het huis, op een andere etage, in de schoorsteen, in een muur, op het dak of aan de andere kant van een gesloten deur, bestaat de mogelijkheid dat de rook het rookmelder niet op tijd bereikt om de bewoners te alarmeren. Een rookmelder registreert een brand ALLEEN in het gebied of het vertrek waarin hij geïnstalleerd is. • Met elkaar verbonden rookmelders in elk vertrek en op iedere etage van het huis bieden een maximale bescherming. Wij adviseren een aaneen- schakeling van alle rookmelders, zodat bij de detectie van rook door één van de rookmelders ook alle andere rookmelders het alarm activeren. Nooit rook- melders van één wooneenheid aaneenschakelen met rookmelders van een andere wooneenheid. Deze rookmelders niet aansluiten op een andere dan de beschreven alarminstallaties of extra apparatuur van een andere type.
• Het is mogelijk dat het alarm van de rookmelders niet altijd door alle personen wordt gehoord. Het alarmsignaal klinkt hard genoeg om alle bewoners voor een mogelijk gevaar te waarschuwen.
Toch zijn er situaties waarin een persoon een alarm niet hoort (lawaai buiten of binnen, diepe slaap, invloed van verdovende middelen of alcohol, doofheid enz. ). Zodra de mogelijkheid bestaat dat een bewoner het alarm niet kan horen, moeten extra rookmelders worden geïnstalleerd. Alle personen moeten het alarm kunnen horen en snel kunnen reageren om gevaar voor schade, verwondin- gen of dodelijk letsel door een brand zo klein mogelijk te houden. Voor slechthorenden moeten speciale rookmelders worden geïnstalleerd die de bewoners waarschuwen door middel van licht of trillingen. • Rookmelders kunnen het alarm alleen activeren als zij rook registreren. Rookmelders reageren op verbrandingsdeeltjes in de lucht, dus niet op hitte, vlammen of gas. Dit rookmelder is zodanig ontworpen dat het bij een zich verspreidend vuur een duidelijk hoorbaar alarmsignaal geeft.
Veel branden ontwikkelen zich echter heel snel, leiden tot explosies of worden aangestoken. Branden kunnen ook ontstaan door nalatigheid of zorgeloosheid. Het is mogelijk dat de rook het rookmelder NIET SNEL GENOEG bereikt om de bewoners de kans te geven de woning op tijd te verlaten. • Rookmelders bieden geen onbeperkte bescherming. Dit rookmelder is geen brandbestrijder en beschermt mensen of materiaal niet tegen vuur. Rookmelders zijn ook geen vervanging voor de brandverzekering. Huiseigenaars en huurders moeten verzekeringen tegen persoonlijke en materiële schade afsluiten. Bovendien bestaat altijd de mogelijkheid dat een rookmelder uitvalt. Daarom moeten de rookmelders wekelijks gecontroleerd en na 10 jaar vervangen worden. KEUZE VAN DE BESTE PLAATS VOOR DE ROOKMELDERS De maximale bescherming wordt bereikt als in elk vertrek van het huis een rookmelder wordt geïnstalleerd.
Daartoe behoort ook de kelder, maar niet de kruipkelder of niet bewoonbare zolders. Voor elk huis zijn minimaal twee rookmelders nodig. VOOR EEN OPTIMALE BESCHERMING ADVISEREN WIJ OM IN ELK VERTREK EEN ROOK- MELDER TE INSTALLEREN. Bovendien moeten de rookmelders met elkaar verbonden worden. De éénkamerwoning • Een rookmelder aan het plafond of aan de muur zo dicht mogelijk bij de slaapruimte aanbrengen. In de keuken- /woonruimte een rookmelder met False Alarm Control aanbrengen. De etagewoning • Een rookmelder in elke slaapkamer en in de gang buiten elk slaapvertrek aan het plafond of de muur installeren. Als de gang in de slaapruimte langer is dan 9 m, moet aan elk uiteinde van de gang een rookmelder wordenaangebracht.
Het huis met twee verdiepingen •Een rookmelde elk slaapkar in e mer en in de gan buite slaapg n de vertrekke aa hen n t plafond of de r sta ren. Als de ngmuu in lle ga op de r rslaapkame ve diepin lag nge dar is n 9 m, t n k umoe aa el iteinde van de ggan een rookmelde wor rde aa gebn n racht. •In t s n rhe trappenhui ee ookmelder aanbrenge aa he plafonn n t d tussen benedenverdiepin eeg en rst etagee. BELANGRIJKE AANWIJZINGEN VOOR DE KEUZE VAN DE JUISTE MONTAGEPLAATS VOOR DE ROOKMELDERS EN VOORUITZONDERINGEN •Het rookmelder zo dicht m k bij hetogelij mi en van het p d nbrendd lafon aa ge Aln. s dit niet mogelijk is, or de mvo onta eege n a and n n min e 10 cm n muur offst va te st va p nd nhouden.
Al ar ng delafo aa na gela p ala tsel e orsijk vo chriften kunnen rook- me ers ook n muren worden n-ld aa geï stalleerd, op n stand n 10 t 30 cmee af va to ten o ipz chte n de hoeken en de p ds. va lafon •In elk is en in dere ning n, on-hu ie wo moete geacht hoe groot of hoe kle woin de ning is, te inn m ste twee ro meok lder wos rde gen - pl t. k is en ke woning m t vaats El hu el oe oor- zien zij va ten n n m te twee r elins ookm ders. •In n n j n m -gescheide woonruimte (bi ee in ste vana plafo aa bens 20 cm f het nd n r ne- de uitste end bal booggewel bin k e k of f of j ee scheidings uu di van m r e naf de r isvloe opgetrok en moe el dele eek ) t in k van de n n rookmelde wor rde geplaatn st. •Aan , - en e s nschuine kerk gev lplafond moete rookmelde ee afsta va te inrs op n nd n n m ste 1 m n het e nt (horva hoogst pu izontaa ge etel m n) worde aangebrachtn.
de zones m ten r koe oo melders t n e Al m rol r nme ee Fals ar Cont wo degeïnstalleerd. In ruimten met n h g gehee oo vocht a e zoals r of rlt badkame di ect n st n twa er of wasm ne. De rookaa ee vaa ss achi me derl s moe nte hi aner op een afst d van te instnm e 3 m r worden a cht. ete an brage Naast luchts acch hten of verwarmings- en elve iko nt latoren. De lucht u de rzo oo vak n t rookme r kunhe lde ne we blan g zen en zo het m on ralar derb eken. In r m n waarin de eratuur neden C n nui te temp be 5° ka dale of n 4 C n. bove 5° ka stijgen In reem ffext sto ig ui pla tse ee insektee r mten of op a n met v l n. Kl in de ltj to we kin va ooe e e es s ren de r g n t rhe kmelder. INSTALLATIE VAN HET ROOKMELDER GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKEN. De zekering uit de zekeringenkast verwijderen of de hoofdschakelaar uitschakelen en blokkeren.
OPGELET: Op het stroomnet aangesloten rookmelders moeten volgens de van toepassing zijnde elektrotechnische voorschriften worden geïnstalleerd door een vakman. Door een onjuist gemonteerd rookmelder loopt de gebruiker gevaar voor elektrische schokken of brand. OPGELET: De rookmelder, bijbehorende voeding en onderling verbonden bedrading moeten in overeenstemming met de door het Amerikaanse Institution of Electrical Engineers (instituut van elektrische technici) gepubliceerde BS 7671 worden geïnstalleerd. •Het rookme de aa ee uul r n n m r, het , n aarplafond ee stand daansluitdoos aanslui doo ee ver oogd so ke pleist laat s of op n h e k l op de er g installe enr. Installee her t rookmelde ee plaat aa inder op n s w r k ren n t j kunn. ie bi en 1. De rstandaa dsokke richte aa hal n n de nd van de e n n demontag boringe va sta daan rdaansluitdoo er oogd so els of de v h e kk.
2. De standaardsokkel aan aansluitdoos, verhoogde sokkel, muur of plafond bevestigen. (Op de afbeelding ziet u hoe de standaardsokkel aan de aansluitdoos wordt bevestigd). 3. De blauwe geleider van de stekker van het rookmelder verbinden met de nulleider (zwart of blauw) van het stroomnet. 4. De bruine geleider van de stekker van het rookmelder verbinden met de spanningvoerende geleider (rood of bruin) van het stroomnet. 5. Voor de aaneenschakeling van meerdere rookmelders wordt de oranjekleurige geleider van de rookmelderstekker gebruikt. Zie daartoe "Aaneenschakeling van rookmelders". BELANGRIJK: Als het rookmelder niet met andere rookmelders wordt ver- bonden, moet de oranjekleurige geleider met isolatieband aan plafond, muur of verhoogde sokkel worden bevestigd. De stappen 6 t/m 9 gelden uitsluitend voor de types I240C enPADC240: 6. Het deksel van het batterijvakje openen. 7.
Plaats een nieuwe 9V-batterij met de polen correct in het batterijvak. Bij het plaatsen van de batterij kan het rookmelder eventueel een korte pieptoongeven. 8. Het batterijvakje sluiten (kliksluiting). 9. De knop aan de voorzijde van het rookmelder drie seconden lang ingedrukt houden. Als de batterij correct is geplaatst, klinkt het alarmsignaal van hetrookmelder. 10. De stekker op de achterzijde van het rookmelder aansluiten. De stekker past slechts in één richting en klikt dan in. 11. Voorzichtig aan de stekker trekken om te controleren of hij goed vastzit. 12. Het rookmelder zodanig in de standaardsokkel plaatsen dat de sleuf aan de zijkant van het rookmelder zich links naast de blokkeerpal van de standaardsokkel bevindt. Met de klok meedraaien en laten inklikken.
BELANGRIJK (alleen voor de types I240C en PADC240): Als geen batterij is aangebracht, kan het rookmelder niet aan de standaardsokkel wordenbevestigd. 13. De stroom in de zekeringenkast of de hoofdschakelaar weer inschakelen. Nu moet de groene LED op het rookmelder gaan branden. 14. Het rookmelder testen.
Zie daartoe "ROOKMELDERTEST". AANEENSCHAKELING VAN ROOKMELDERS • Ronde of platte draad van ten minste 1,0 mm2 voor 230 V gebruiken. Bij de aaneenschakeling bedraagt de maximale lengte tussen twee rookmelders bij 1,0 mm2 450 m of bij 2,5 mm2 1200 m (20 Ohm lusweerstand). • Dit rookmelder kan met maximaal 35 andere rookmelders van de types GC240, I240C, PG240C, PADC240, IAR230C en PAR230C aaneengeschakeld worden. NIET aansluiten op rookmelders van een ander type of model. • De rookmelders aansluiten op één wisselstroom-verbindingsleiding. Als dit volgens de plaatselijke voorschriften niet is toegestaan, moet u erop letten dat de nulleider voor beide fasen geldt. De bedrading moet voldoen aan de IEE-voorschriften voor elektrische installaties. VOOR DE AANEENSCHAKELING 1,0 MM2 STANDAARDDRAAD GEBRUIKEN.
RODE EN GROENE LED Deze rookmelder is voorzien van rode en groene LED-verklikkers die gezien kunnen worden door de testknop of het LED-venster boven de testknop: GROENE LED AAN — wisselstroom aanwezig UIT — geen wisselstroom4BLAUWORANJEBRUINGELEIDERVERBINDINGSGELEIDERNULLEIDERPLAFONDBLAUWBLAUWORANJEBRUINGELEIDERNULLEIDERVERBINDINGSGELEIDERPLAFONDAANSLUITDOOSOFMONTAGERINGAANSLUITDOOSOFMONTAGERING Types GC240, I240C, PG240C, PADC240 Types IAR230C, PAR230CZWART OF BLAUW ORANJE ORANJEROOD OF BRUINNULLEIDERGELEIDER.
RODE LED Knippert 1 maal per minuut — normale werking Knippert 1 maal per seconde — het rookmelder registreert rook en activeert onmiddellijk eengeluidssignaal. Knippert 1 maal per 10 seconden — Het rookmelder schakelt een vals alarm uit (alleen bij de types GC240, I240C, PADC240, PG240C, PAR230C en IAR230C). (Alleen bij aaneengeschakelde installaties): UIT — Een ander rookmelder in het netwerk heeft rook gedetecteerd en signaleert het alarm. FALSE ALARM CONTROL(Vals-alarmregeling) De rookmelders van de types GC240, I240C, PADC240, PAR230C, PG240C en IAR230C beschikken over een False Alarm Control. Hiermee wordt een vals alarm in de geactiveerde toestand gedurende maximaal 15 minutenuitgeschakeld. Gebruik van de False Alarm Control Druk tijdens een vals alarm de testknop in en laat deze weer los. Nu moet het alarm binnen enkele seconden stoppen.
Als dit zo is, is het rookmelder in de False Alarm Control-stand geschakeld. Als de rookmelder niet in de vals-alarmregeling gaat en de luide alarmtoeter blijft klinken, of als hij eerst in de vals-alarmregeling gaat en daarna weer alarm geeft, is de rook te zwaar en kan er een gevaarlijke situatie zijn. ROOKMELDERTEST O P G E L E T • Ieder rookmelder zorgvuldig controleren om er zeker van te zijn dat hij correct functioneert en goed gemonteerd is. • Na de installatie alle rookmelders in een aaneengeschakelde installatiecontroleren. • Met de testknop kunnen alle functies nauwkeurig worden getest. Dit rook- melder NIET testen met een open vlam. Het rookmelder of het huis zouden vlam kunnen vatten en beschadigd kunnen raken. • Wekelijks en na terugkeer van vakantie de rookmelders controleren, ook wanneer het huis enkele dagen heeft leeggestaan.
• Hou tijdens de test een armlengte afstand van de rookmelders. Het alarmsignaal klinkt zo hard dat daardoor het gehoor beschadigd kan raken. Alle rookmelders wekelijks als volgt controleren: 1. De testknop controleren.
Een constant brandende groene LED geeft aan dat het rookmelder wordt gevoed met 230 V (50 Hz) wisselstroom. Als de rode LED met tussenpozen van een minuut knippert, wordt de werking gecontroleerd. Bij de rookmelders van de types I240C, PADC240, IAR230C, en PAR230C wordt bij een knipperende rode LED bovendien gecontroleerd of de batterij nog voldoende opgeladen is. 2. De testknop ten minste 5 seconden lang ingedrukt houden. Het rookmelder geeft viermaal per seconde een luide pieptoon. Het is mogelijk dat dit signaal na het loslaten van de testknop nog 10 seconden te horen is. BELANGRIJK: Bij aaneengeschakelde rookmelders moeten alle rookmelders binnen drie seconden na het indrukken van de testknop en na het signaal van het geteste rookmelder een alarmsignaal geven. 3.
Als geen alarmsignaal klinkt, moet de stroom aan de zekeringenkast of de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld en de bedrading worden gecontroleerd. Daarna moet het rookmelder opnieuw getest worden. GEVAAR: Als het alarmsignaal klinkt terwijl het rookmelder niet wordt getest, meldt het rookmelder rook. HET KLINKEN VAN HET ALARMSIGNAAL VEREIST UW ONMIDDELLIJKE AANDACHT EN REACTIE. ONDERHOUD Naast de wekelijkse tests moeten de batterijen van de types I240C en PADC240 regelmatig worden vervangen. De rookmelders moeten regelmatig worden gereinigd om stof, vuil en kleine deeltjes te verwijderen. OPGELET: Het rookmelder is voorzien van een stofafdekking die bij verbouwing of renovatie beschadiging van het apparaat door stof en andere deeltjes moet voorkomen. Verwijder deze stofafdekking vóór de inge- bruikname omdat het rookmelder anders niet function-eert.
He oot r kmel altij eers itder d t u schakel da paen en n s de batterij vervangen. De t j n e maal per ar van n of m lba teri te minst een ja ver ge on idde lij alk seen pe minumaal r ut t naal r t rij eg" t. Dit m t khe sig voo "ba te le klink oe ooge eub ren s t r kme r met wisal he oo lde sel oo wostr m rdt vge oed. In e r kmeld s n een de nde 9V 22) ba sdez oo er moge all ond staaer (6F tterijtypeworde gen bruikt: E ready 522 of 1222; Durave cell MN 1604 of r ifeUlt alU -J of k r9VL gelij waa dig. A een n r t en van hell verv gean doo ba terij tzelfd typ ee doo fabrikae e of n r de ntaanbe ole Oud batt ijev n t e. yp e er n inleveren j een r e nt of v renbi ve zam lpu af oeal chem sc afs i h val. ELKE KEER DAT DE BATTERIJ WORDT VERVANGEN, DIEN TET U TESTEN OF DE ROOKMELDER NAAR BEHOREN WERKT DOOR OP DE TESTKNOP TE DRUKKEN.
O E T:PG LE GE IK T END DE IN DEZEBRU UI SLUIT G R WIJZING E BATTER. EB UI ANKSA VERMELD IJEN (Alleen voor de types IAR230C en PAR230C): BE AN IJL GR K: Lit iuh mbatte ijr en z n st in t en me eij va he teg va alisnd beveiligdba te ijt r vak in uwd. j z n on en v r n regebo Zi ij tworp oo ee langeleven duu da dis r n e van het r eookm lder. 1. t rHe ookmelder op t hhe oofdbedie ing pan s neel n het t sva ne cheiden. 2. n e rEe klein sch oevendraaie sler in de uf van de n rsta daa dso ke stekek l n. De blokkeerpa (lipjel ) met n schroevenee draaie indrukr ken en t rhe oo meldek r in tegen ijw zerzi draaien n om het t de r kel te w rui standaa dsok ver ijde en. 3. t rHe ookmelde voorzichti houder g uit de r trek n en erop n t nke lette da gee leidingv rbindinge lo rae n s ken. 4. De rst oomstekke ui achte zijd va her t de r e n t rookm r ren. elde ve ijderw 5.
REINIGING Het rookmeld te eeer nm nsi te nmaal r nd hpe maa sc oonmaken om stof vui, l en andere e s te verwde ltje ijderen. Voor de reiniging jd t de roomalti eers st toe oev rond reken. erb •A e n en t l van het rll kante he dekse oo melde schoon ake me ee zachtk r m n t n e borstel of t n f r met t rme ee sto zuige he daa voo geschi ulpstukr kt h. Erop nlette da all openinget e n stofvri ijnj z. •Indie nodig hen , t rookmelde va ne afr n het t koppele he dekn en t sel met nee voc tig doe schooh e k nmaken. BE AN IJL GR K: Pr eer t het el te eren of de b nk t nob nooi deks ve ijdrw inne an vahe apt pa at sch n te maken. IN D L E GEVALLENra oo ERGE IJKK T DE A E TE VERVALLEN. OM GAR NTIHERSTELLING VO RZO ICHTIG: et pr erNi ob en he kme, t roo lder te reparer. en In rge ke g en komt de e tede lij evall garantiverva enll.
t r m r d hermd in n osaa di rist ut He ook elde goe besc ee dov pakk , de s a eren en ren r het res t v elder en doo fr nk opstu naa ad da ermstaat op de atla st nwe pa a n e r kgin va dez geb ui saa ijzing. Als de r tga an ieperiod voo ook lde r t rhe me er is e n, kunt u tafg lope her koo melder t st r n oe we n vakhe be doo ee daart aange ze bedrijf nlatev v en r n r aar reX-r ker ang doo ee ve gelijkb Fi oo melder. Elektrische producten die het einde van hun levensduur hebben bereikt, mogen niet worden weggegooid met het gewone huisvuil. Lever ze in als Klein Chemisch Afval (KCA) om te worden gerecycled. VEILIGHEIDSOEFENINGEN VOOR BRANDGEVALLENAls het r km er n l eft zon r t de nop werdoo eld ee signaa ge de da testkin rukt, rdt aged wo gewa rsc oo ee gevahuwd v r n rensituatie geva. In dit lm t er mid k rden roe on dellij wo ge eageerd.
7 PROBLEEM OPLOSSING Bij de test klinkt geen signaal BELANGRIJK: De testknop tijdens de test ten minste vijf (5) seconden ingedrukt houden. 1. Controleren of de wisselstroom is ingeschakeld. De groene LED moet branden. 2. Stroom uitschakelen. het rook- melder uit de standaardsokkel nemen en a. controleren of de stekker goed is aangesloten. b. controleren of de batterij goed op de stekker isaangesloten. 3. Het rookmelder schoonmaken. Het rookmelder geeft eenmaal per minuut een pieptoon. (Alleen bij de types I240C en PADC240) (Types IAR230C en PAR230C) 1. Stroom uitschakelen en batterij vervangen. Zie "Batterij vervan- gen" onder "ONDERHOUD". 2. Rookmelder schoonmaken. 3. Controleren of het rookmelder minimaal 2 volle dagen op het net aangesloten is geweest. Als de pieptoon na de vereiste laadtijd opnieuw klinkt, het apparaat terugzenden voorcontrole.
Het rookmelder geeft vals alarm als de bewoners koken, douchenenz. 1. Een vakman laten komen om het rookmelder op een andere plaats te monteren. Zie "KEUZE VAN DE JUISTE MONTAGE- PLAATS VOOR HET ROOK-MELDER". Aaneengeschakelde rookmelders geven geen signaal als de installatie getest wordt. 1. De testknop na het signaal van het eerste rookmelder minimaal 3 seconden ingedrukt houden. 2. Een vakman laten komen om te controleren of de rookmelders correct zijn aangesloten. • Alle leden van het huis moeten erop worden gewezen dat zij eerst de deuren moeten aanraken en dat zij - als deze heet zijn - een andere uitgang moeten gebruiken. ER MET NADRUK OP WIJZEN DAT EEN HETE DEUR NIET MAG WORDEN GEOPEND. • De huisbewoners erop wijzen dat zij over de grond moeten kruipen om onder gevaarlijke rook, dampen of gassen te blijven. • Een veilig trefpunt buiten het gebouw bepalen voor alle huisbewoners.
HOE REAGEREN BIJ BRAND 1. Niet in paniek raken, rustig blijven. 2. Het gebouw zo snel mogelijk verlaten. De deuren vóór het openen aanraken om vast te stellen of deze heet zijn. Indien nodig, een andere uitgang kiezen.
Over de grond kruipen en NIET stoppen om nog iets mee te nemen. 3. Buiten het gebouw naar het afgesproken trefpunt gaan. 4. De brandweer opbellen vanaf een plaats BUITEN het gebouw. 5. NOOIT IN BRANDENDE HUIZEN TERUGKEREN. Wacht op debrandweer. Deze regels zijn nuttig in geval van brand. Om het brandrisico te verminderen, moeten echter preventieve voorschriften opgevolgd en gevaarlijke situaties vermeden worden. Aanvullende informatie kunt u verkrijgen bij uw plaatselijke brandweer. ZOEKEN NAAR FOUTEN GEVAAR: Altijd eerst het rookmelder in de zekeringenkast uitschakelen of de stroomtoevoer via de hoofd- schakelaar onderbreken, voordat u gaat zoeken naar de oorzaak van een storing. OPGELET: Verwijder NOOIT de batterij om een vals alarm uit te schakelen en onderbreek NOOIT de stroom- toevoer naar het rookmelder om te vermijden dat de beveiliging buiten werking wordt gesteld.
Open een raam of zorg voor ventilatie rond het rook- melder om rook en stof te verwijderen. De rook- melders van de types GC240, I240C, PADC240, PAR230C en IAR230C zijn uitgerust met een False Alarm Control waarmee u een vals alarm kuntuitschakelen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met FireX I240C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder FireX
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder