Fiat Ulysse (2002) Handleiding


Pagina's 246 Nederlands Auto

Bekijk de handleiding van Fiat Ulysse (2002) gratis online of download de PDF. 40 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

FIAT
ULYSSE
603.45.458 NL
INSTRUCTIEBOEK

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Fiat
Categorie: Auto
Model: Ulysse (2002)

Handleiding Fiat Ulysse (2002) – volledige tekst

126Tanken met de Ulysse. 126Bescherming van het milieu. 129CORRECT GEBRUIK VAN DE AUTO Motor starten. 130Parkeren. 133Veilig rijden. 133Kostenbesparing en beperking van de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. 139Economisch en milieubewust rijden. 141Trekken van aanhangers. 142Winterbanden. 143Sneeuwkettingen. 144Auto langere tijd stallen. 145Nuttige accessoires. 146NOODGEVALLEN Starten met een hulpaccu. 147Rollend starten. 148Een lekke band. 148Een gloeilamp vervangen. 153Defecte buitenverlichting. 156Defecte interieurverlichting. 162Een doorgebrande zekering. 164Een lege accu. 172Het opkrikken van de auto. 173Het slepen van de auto. 174Bij een ongeval. 176ONDERHOUD VAN DE AUTOGeprogrammeerd onderhoud. 178Onderhoudsschema. 179Jaarlijks inspectieschema. 183Aanvullende werkzaamheden. 183Niveaus controleren. 185Luchtfilter. 193Pollenfilter. 194Dieselfilter. 195Accu.

ABSOLUUT LEZEN!BRANDSTOF TANKENBenzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON.JTD-motoren: tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590.MOTOR STARTENBenzinemotoren met handgeschakelde versnellingsbak: controleer of de handrem is aangetrok-ken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelingspedaal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in;draai vervolgens de start-/contactsleutel in stand en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.DBenzinemotoren met automatische versnellingsbak: controleer of de handrem is aangetrokkenen de versnellingspook in stand P Nof staat; draai de start-/contactsleutel in stand , maar trap het gas-Dpedaal niet in en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.JTD-motoren: controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het kop-pelingspedaal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in; draai de start-/contactsleutel in stand en wachtM tot het waarschuwingslampje mdooft; draai vervolgens de contactsleutel in stand en laat de sleutel losD zodra de motor aanslaat.PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALENOmdat tijdens de werking de katalysator zeer warm wordt, verdient het aanbeveling niet te parkerenboven brandbare materialen (gras, droge bladeren, dennennaalden, enz.): brandgevaar.K

ELEKTRISCHE APPARATUURAls u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu lang-zaam kan ontladen), dient u contact op te nemen met de . Deze kan controleren of de elek-Fiat-dealertrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accumet een grotere capaciteit te monterenCODE-CARDBewaar de CODE-card op een veilige plaats, niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code vande CODE-card altijd bij u te hebben omdat deze onmisbaar is voor het uitvoeren van een noodstart.GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDBedenk dat een goed onderhoud van de auto de beste manier is om de prestaties en de veiligheid van deauto gedurende langere tijd te garanderen.

Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijven de exploitatie-kosten laag.IN HET INSTRUCTIEBOEKJE……vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onder-houd van uw auto. Let vooral op de symbolen (veiligheid van de inzittenden), #(bescherming van hetmilieu) en â(conditie van de auto).BESCHERMING VAN HET MILIEUDe auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die vaninvloed zijn op de uitlaatgasemissie zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.U

Bovendien zult u belangrijke aanwijzingen vinden voor uw veiligheid, het in con-ditie houden van de auto en milieubewust autorijden.In de SERVICE- EN GARANTIEHANDLEIDING vindt u naast het schema voor het geprogrammeerd onderhoud:• het garantiecertificaat en de bijbehorende voorwaarden• een overzicht van de speciale aanvullende service voor cliënten.Veel leesplezier en goede reis!1Hoewel in dit instructieboekje alle uitvoeringen van de Fiat Ulysse beschreven worden, dient u zich aande informatie te houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en het model van deauto die u gekocht hebt.

WELKOM AAN BOORD VAN DE Fiat Ulysse2De Fiat Ulysse is een compacte auto met een originele vormgeving, waarmee u bent verzekerd van perfectrijplezier en een maximum aan veiligheid. Bovendien is de Fiat Ulysse een auto met respect voor het milieu.Zowel de nieuwe motoren, de aandacht voor de details en het grote comfort voor de bestuurder en zijnmede-inzittenden, als het grote gebruiksgemak dragen ertoe bij om de persoonlijkheid van uw Fiat Ulysse tewaarderen.En ook daarna, want u zult ontdekken dat naast de karakteristieke stijl en het temperament, door nieuweproductietechnieken de onderhoudskosten laag zullen blijven.Zo is de eerste onderhoudsbeurt van de Fiat Ulysse niet na de gebruikelijke 1.500 km maar pas bij 20.000 km.Wij herinneren u er bovendien aan dat Fiat hard heeft gewerkt een zeer ambitieus doel te bereiken: 100%recycling.

Als uw Fiat Ulysse buiten gebruik wordt gesteld, dan kan deze vrijwel geheel worden gerecycled,omdat voldaan wordt aan de voorwaarden van het F.A.RE.-project. Dankzij dit project kunnen de Fiat-dealers uw voertuig milieuvriendelijk (en geheel volgens de wettelijke nor-men) buiten gebruik stellen, als u tot de aanschaf van een nieuwe auto overgaat. Voor het milieu heeft dat eengroot voordeel: niets gaat verloren, niets wordt gestort en er zijn minder nieuwe grondstoffen nodig.

SIGNALEN VOOR EEN CORRECT GEBRUIK VAN UW AUTODe signalen die u op deze pagina ziet, zijn zeer belangrijk. Zij staan bij onderdelen in dit boekje waar we extraaandacht voor vragen.Zoals u ziet, bestaat elk signaal uit een verschillend symbool. Zo wordt direct duidelijk om welk onderwerphet gaat:3Veiligheid van de inzittenden.Let op: Het niet of gedeeltelijkopvolgen van deze instructies kangevaar opleveren voor de inzitten-den.Bescherming van het milieu.Aanwijzing voor het juiste gedrag, zodat het gebruik van de auto zo minmogelijk schade aan het milieu op-levert.Conditie van de auto.Let op: Het niet of gedeeltelijkopvolgen van deze instructiesschaadt de conditie van de auto enzal in veel gevallen ook de garantiedoen vervallen.

5VERBODSSYMBOLENAccuNiet dichtbij komen metopen vuur.AccuHoud kinderen opafstand.Hitteschilden - rie-men - poelies - venti-lateurNiet aanraken.WAARSCHUWINGSSYMBOLENKatalysatorParkeer niet bovenbrandbare materialen.Raadpleeg het hoofdstuk“Voorzorgsmaatregelen voor hetbehoud van de emissiereductiesyste-men”.StuurbekrachtigingHet vloeistofniveau inhet reservoir mag hetmaximum niveau niet overschrijden.Gebruik uitsluitend de vloeistof die isaangegeven in de “Vullingstabel”.RemcircuitHet vloeistofniveau in hetreservoir mag het maxi-mum niveau niet overschrijden.Gebruik uitsluitend de vloeistof die isaangegeven in de “Vullingstabel”.RuitenwissersGebruik uitsluitend devloeistof die is aangege-ven in de “Vullingstabel”.MotorGebruik uitsluitend desmeermiddelen die zijnaangegeven in de “Vullingstabel”.Auto rijdt op milieu-vriendelijke benzineTank uitsluitend lood-vrije benzine met een minimumoctaangetal van 95 RON.

WEGWIJS IN UW AUTO7fig. 1F0B0001bFiat-CODEVoor een nog betere beschermingtegen diefstal is de auto uitgerustmet een elektronische startblokke-ring (Fiat-CODE). Het systeem scha-kelt automatisch in als de start-/con-tactsleutel wordt uitgenomen. In dehandgreep van de sleutels zit eenelektronisch component gemon-teerd dat bij het starten van demotor een signaal ontvangt via eenspeciale antenne die in het start-/contactslot is ingebouwd. Dit signaalwordt omgezet in een gecodeerdsignaal en vervolgens aan de rege-leenheid van de Fiat-CODE gezon-den, die, als de code wordt herkend,het starten van de motor mogelijkmaakt.DE SLEUTELS fig.

1Bij de auto worden geleverd:– twee sleutels als de auto is uit-A gerust met centrale portiervergren-deling met afstandsbediening en dief-stalalarm.– twee sleutels als de auto is uit-B gerust met centrale portiervergren-deling met afstandsbediening, diefstal-alarm en elektrisch bedienbare zij-schuifdeuren.WWWWWWWWWWEEEEEEEEEEGGGGGGGGGGWWWWWWWWWWIIIIIIIIIIJJJJJJJJJJSSSSSSSSSS IIIIIIIIIINNNNNNNNNN UUUUUUUUUUWWWWWWWWWW AAAAAAAAAAUUUUUUUUUUTTTTTTTTTTOOOOOOOOOODe sleutels dienen voor:– het start-/contactslot– het portierslot aan bestuurders-en passagierszijde– de afstandsbediening van de cen-trale portiervergrendeling– het diefstalalarm (indien aanwe-zig)– de uitschakeling van de airbag aanpassagierszijde– het slot van de tankdop– het slot van het dashboardkastje.

WEGWIJS IN UW AUTO8De sleutel heeft twee druk-fig. 2 knoppen:A - voor het centraal vergrendelenvan de portieren, het inschakelen vanhet diefstalalarm en voor de lokalisa-tiefunctie;B - voor het centraal ontgrendelenvan de portieren en het uitschakelenvan het diefstalalarm.Als u knopje even ingedruktAhoudt, wordt de “lokalisatie”-functieingeschakeld: alle plafondlampjes inhet interieur gaan samen met derichtingaanwijzers branden. Dezefunctie wordt door het systeem her-kend als de afstandsbediening binneneen afstand van 30 meter van deauto wordt bediend.

Als u nogmaals op knopje Bdrukt,wordt de functie “interieurventila-tie” ingeschakeld: de zijruiten vooren achter worden volledig geopendvoor toevoer van buitenlucht in hetinterieur.De sleutel is ook uitgerust met eenmetalen baard Ddie in de handgreepvan de sleutel kan worden opgebor-gen door het indrukken van knopjeC.Druk nogmaals op knopje Cvoorhet uitklappen van de metalen baard.Wees zeer voorzichtigbij het indrukken vanknopje C, zodat bij hetuitklappen van de metalenbaard geen verwondingen ofbeschadigingen ontstaan. Drukhet knopje alleen in als de sleu-tel ver genoeg van het lichaam(speciaal de ogen) en van voor-werpen die snel beschadigen(bijvoorbeeld kledingstukken) isverwijderd. Laat de sleutelnooit onbeheerd achter.Hiermee voorkomt u datiemand (dit geldt in het bijzon-der voor kinderen) per ongelukop knop C drukt.fig. 2F0B0005b

WEGWIJS IN UW AUTO9Samen met de sleutels hebt u eenCODE-card fig. 4 ontvangen, waar-op de elektronische code staat aan-gegeven. De heeft dezeFiat-dealercode nodig voor het uitvoeren vaneen noodstart. De sleutel fig. 3 is uitgerust met 4drukknoppen: A - voor het centraal vergrendelenvan de portieren, het inschakelen vanhet diefstalalarm en voor de lokalisa-tiefunctie;B - voor het centraal ontgrendelenvan de portieren en het uitschakelenvan het diefstalalarm;C - voor het ont-/vergrendelen vande rechter zijschuifdeur;D - voor het ont-/vergrendelen vande linker zijschuifdeur. Als u knopje even ingedruktAhoudt, wordt de “lokalisatie”-functieingeschakeld: alle plafondlampjes inhet interieur gaan samen met derichtingaanwijzers branden. Dezefunctie wordt door het systeem her-kend als de afstandsbediening binneneen afstand van 30 meter van deauto wordt bediend.

Als u nogmaals op knopje Bdrukt,wordt de functie “interieur-ventilatie” ingeschakeld: de zijruitenvoor en achter worden volledig geo-pend voor toevoer van buitenluchtin het interieur. De sleutel is ook uitgerust met eenmetalen baard F die in de handgreepvan de sleutel kan worden opgebor-gen door het indrukken van knopjeE. De afstandsbediening is in de con-tactsleutel ingebouwd en werkt opradiogolven. BELANGRIJK Om schade aan deelektronische schakelingen in desleutels te voorkomen, mogen desleutels niet aan directe zonnestra-ling worden blootgesteld. Wees zeer voorzichtigbij het indrukken vanknopje E, zodat bij hetuitklappen van de metalenbaard geen verwondingen ofbeschadigingen ontstaan. Drukhet knopje alleen in als de sleu-tel ver genoeg van het lichaam(speciaal de ogen) en van voor-werpen die snel beschadigen(bijvoorbeeld kledingstukken) isverwijderd.

WEGWIJS IN UW AUTO10BATTERIJ VAN DE SLEUTEL VERVANGEN fig. 5 - 6Als u op knopje Avan de afstands-bediening drukt en de portierenworden niet vergrendeld en de rich-tingaanwijzers gaan niet knipperen,dan moet u de batterij vervangendoor een batterij van hetzelfde type:– klap de metalen baard uit;– open het plastic dekseltje Abijinkeping B;– verwijder de batterijhouder C;– verwijder de batterij Den plaatsde nieuwe batterij volgens de aange-geven polariteit;– plaats de houder in de sleutelCmet de batterij naar binnen gericht; – sluit het plastic dekseltje A.Omdat het diefstalalarm stroomverbruikt, raden wij u aan het dief-stalalarm niet in te schakelen doorde auto alleen met de sleutel af tesluiten als u de auto langer dan eenmaand niet denkt te gebruiken.

Zovoorkomt u dat de accu ontlaadt.Als de auto wordt ver-kocht, moeten alle sleu-tels en de CODE-cardoverhandigd worden aan denieuwe eigenaar.fig. 4F0B0002bfig. 5F0B0007bfig. 6F0B0216bDeze code wordt bedekt door eenspeciale laklaag die verwijderd moetworden bij gebruik van de CODE-card. Wij raden u aan de CODE-cardop een veilige plaats te bewaren; zomogelijk niet in de auto.Lege batterijen zijnschadelijk voor hetmilieu. Ze moeten ineen daarvoor bestemde chemo-box of afvalbak worden gedepo-neerd. Ze kunnen ook ingele-verd worden bij de Fiat-dealer.Die zorgt vervolgens voor deafvoer. Stel de batterijen nietbloot aan open vuur of hogetemperaturen. Houd batterijenbuiten het bereik van kinderen.

WEGWIJS IN UW AUTO11DUPLICAATSLEUTELSWendt u voor duplicaatsleutelsrechtstreeks tot de Fiat-dealer enneemt u de CODE-card en alle in uwbezit zijnde sleutels mee.Als tijdens het opslaan van eennieuwe sleutelcode de reeds opge-slagen sleutelcodes niet opnieuwworden ingevoerd, worden ze uithet geheugen gewist, zodat eventu-eel verloren sleutels niet meergebruikt kunnen worden voor hetstarten van de motor.Als de auto wordt verkocht, moe-ten alle sleutels en de CODE-cardoverhandigd worden aan de nieuweeigenaar.WERKINGIedere keer als u de contactsleutelin stand draait, schakelt de Fiat-SCODE de functies van de regeleen-heid van de motor uit.Als u bij het starten van de motorde sleutel in stand draait, danMstuurt de regeleenheid van de Fiat-CODE een code naar de regeleen-heid van de motor die, als de codewordt herkend, de blokkering van defuncties opheft.

De geheime ensteeds wisselende code wordt alleenverzonden als de regeleenheid vanhet systeem de code heeft herkendvia een in het start-/contactslot inge-bouwde antenne.Als de code niet herkend wordt,raden wij u aan de sleutel in stand Sen vervolgens opnieuw in stand M tedraaien; als de motor geblokkeerdblijft, probeer het dan opnieuw metde andere geleverde sleutels.Wendt u, als de motor nog nietaanslaat, tot de Fiat-dealer.BELANGRIJK Elke sleutel heefteen eigen code die verschillend is vanalle andere codes, en die moet wor-den opgeslagen in de regeleenheidvan het systeem. Voor het opslaanvan nieuwe sleutels moet u zich totde Fiat-dealer wenden.

Hierbijmoeten alle in uw bezit zijnde sleu-tels, de CODE-card, een identiteits-bewijs en het kentekenbewijs wor-den meegenomen.Als tijdens het opslaanvan een nieuwe sleutel-code de reeds opgesla-gen sleutelcodes niet opnieuwworden ingevoerd, worden zeuit het geheugen gewist, zodateventueel verloren of gestolensleutels niet meer gebruikt kun-nen worden voor het startenvan de motor.

WEGWIJS IN UW AUTO12DIEFSTALALARMDe auto is uitgerust met een dief-stalalarm met omtrekbeveiliging (bui-ten) en volumetrische beveiliging(binnen). Druk voor inschakeling opknopje A-fig. 7 van de sleutel metingebouwde afstandsbediening. Het systeem is ingeschakeld als derichtingaanwijzers gaan knipperen envervolgens lampje A-fig. 8 op hetdashboard gaat knipperen.Het diefstalalarm wordt nietingeschakeld als de portierenmet de sleutel worden vergren-deld.

Wanneer gaat het alarm afHet alarm treedt in werking en derichtingaanwijzers knipperen onge-veer 30 seconden als:– één van de portieren, de motor-kap of de achterklep wordt geopend;– er iets in het interieur beweegt(laat de ruiten niet open staan en laatgeen dieren in het interieur als hetdiefstalalarm is ingeschakeld);– geprobeerd wordt het diefstal-alarm uit te schakelen zonder deafstandsbediening te gebruiken.Diefstalalarm uitschakelenHet systeem schakelt uit als uknopje B-fig. 7 op de afstandbedie-ning indrukt,De richtingaanwijzers knipperenenkele seconden snel.Als het diefstalalarm geactiveerd isgeweest, dan knippert lampje A-fig.8snel. Draai om het knipperen tebeëindigen, de start-/contactsleutelin stand M.fig. 7F0B0217bfig. 8F0B0003b

WEGWIJS IN UW AUTO13Volumetrische beveiliging uit-schakelenVoordat het diefstalalarm wordtingeschakeld, moet u knopje A-fig. 9indrukken (dit knopje is bereikbaarbij geopend portier); lampje A-fig. 8op het dashboard gaat branden.Op deze manier werkt bij inschake-ling van het diefstalalarm alleen deomtrekbeveiliging (buiten).Als knopje A-fig. 9 nogmaalswordt ingedrukt, werkt het systeemnormaal met omtrek- en volumetri-sche beveiliging.Uitschakelen zonder gebruikvan de afstandsbedieningGa als volgt te werk:– open het portier met de sleutel(de sirene treedt in werking);– draai binnen 10 seconden decontactsleutel in stand Men drukvervolgens op knopje A-fig. 9. Desirene schakelt uit.Herhaal, indien nodig, de handelingnadat de sirene voor de laatste keeris ingeschakeld.PROGRAMMEREN VAN HET SYSTEEMBij aflevering van de nieuwe auto ishet diefstalalarm al geprogrammeerddoor de Fiat-dealer.

Het verdientaanbeveling eventuele nieuwe pro-grammeerprocedures door de Fiat-dealer te laten uitvoeren.EXTRA AFSTANDSBEDIE-NINGEN BESTELLENAls u na verloop van tijd een nieu-we sleutel met afstandsbedieningnodig hebt, wendt u dan tot de Fiat-dealer. Hierbij moeten alle in uwbezit zijnde sleutels, de CODE-card,een identiteitsbewijs en het kente-kenbewijs worden meegenomen.fig. 9F0B0218b

WEGWIJS IN UW AUTO14PORTIERENfig. 11F0B0012bSTART-/CONTACT-SLOT fig. 10De sleutel kan in 4 standen wordengedraaid:S - motor uit, sleutel uitneembaaren stuurslot vergrendeld;A - enkele elektrische installatieswerken;M - contact aan;D - onvergrendelde stand voor hetstarten van de motor.Verwijder de sleutelaltijd uit het start-/con-tactslot als u de autoverlaat, om onvoorzichtiggebruik van de bedienings-knoppen te voorkomen.Vergeet niet de auto op dehandrem te zetten. Schakel deeerste versnelling in als de autoop een helling omhoog staat.Schakel de achteruit in als deauto op een helling omlaagstaat.

Laat kinderen nooitalleen achter in de auto.STUURSLOTInschakelen: zet de sleutel instand S, trek de sleutel uit het start-/contactslot en draai het stuur totdathet vergrendelt.Uitschakelen: draai het stuur ietsheen en weer, terwijl u de sleutel instand draait.MVerwijder de sleutelnooit uit het contactslotals de auto nog in bewe-ging is. Bij de eerste stuuruitslagblokkeert het stuur automa-tisch. Dit geldt in alle gevallen,ook als de auto gesleept wordt.fig. 10F0B0004bControleer voordat ueen portier opent of udit op een veilige manierkunt doen.Bij het openen van één van de por-tieren en bij uitgenomen sleutel,hoort u een geluidssignaal als de bui-tenverlichting nog is ingeschakeld.Het geluidssignaal stopt als u de ver-lichting uitschakelt, de portieren sluitof als u de motor start. De auto isuitgerust met knop , die bijA-fig.

WEGWIJS IN UW AUTO15BEDIENINGSKNOPPENTWEEDE RIJ ELEKTRISCHUITSCHAKELEN fig. 12Bij de bedieningsknoppen aanbestuurderszijde voor de elektrischeruitbediening bevindt zich knop A.Met deze knop kunnen de bedie-ningsknoppen van de rijen achterworden uitgeschakeld, waardoor dezijruiten, de opendaken (indien aan-wezig) en de zijschuifdeuren van detweede rij niet kunnen worden geo-pend.VOORPORTIERENVan buitenaf openen/vergren-delen, met de hand fig. 13Openen: draai de contactsleutel instand 1en trek de handgreep in derichting van de pijl.Vergrendelen: sluit het portieren draai de sleutel in stand 2.BELANGRIJK Voordat de sleutelwordt gedraaid, moet deze volledigin het slot zijn gestoken.fig. 12F0B0013bfig. 13F0B0008bSchakel dit systeemaltijd in als u kinderenvervoert.De auto wordt geleverd met inge-schakeld “autoclose”-systeem.

Alsde snelheid van de auto boven de 10km/h komt, worden de portieren ende achterklep automatisch vergren-deld. Iedere keer als u de contact-sleutel in stand draait, wordt deMinschakeling van de functie aangege-ven door een geluidssignaal (“biep”).Om deze functie uit te schakelen,moet u knop langer danA – fig.11 drie seconden indrukken.

WEGWIJS IN UW AUTO16Van binnenuit openen/vergren-delen, met de hand fig. 14Openen: trek aan hendel A.Vergrendelen: sluit het portieren druk knopje naar bene-A-fig. 12 den.SCHUIFDEURENVan buitenaf openen, met dehand fig. 15Trek handgreep Ain de richtingvan de pijl. De zijschuifdeuren wor-den in geheel geopende stand dooreen blokkeermechanisme openge-houden.Van buitenaf vergrendelen, metde hand fig. 16Druk bij geopend portier knopje Anaar beneden, en sluit het portier.Van binnenuit openen/vergren-delen, met de hand fig. 16De achterportierenkunnen alleen van bin-nenuit worden geopend,als het “kinderveiligheidsslot” isuitgeschakeld.Openen: controleer of het kinder-veiligheidsslot is uitgeschakeld.

Trekhendel Bin de richting van de pijl.Vergrendelen: druk knopje Anaar beneden, dit kan ook bij eengeopend portier.Een automatischblokkeermechanisme zorgt ervoordat de linker zijschuifdeur niet geo-pend kan worden als het tankklepjegeopend is.fig. 14F0B0010bfig. 15F0B0009bfig. 16F0B0011b

WEGWIJS IN UW AUTO17Van buitenaf openen/vergren-delen met afstandsbediening (indien aanwezig) fig. 17Rechter deur: druk op knopje Avan de sleutel met afstandsbediening.Linker deur: druk op knopje Bvan de sleutel met afstandsbediening.Elektrisch openen/vergrendelenvan binnenuit (indien aanwezig) fig. 18-19Vanaf de eerste rij:– druk voor het openen van de lin-ker schuifdeur op knopje A; het slotontgrendelt en de schuifdeur wordtgeopend;– druk voor het sluiten van de lin-ker schuifdeur op knopje A; de deursluit maar het slot vergrendelt niet;druk voor het vergrendelen opknopje . C– druk voor het openen van de rech-ter schuifdeur op knopje B; het slotontgrendelt en de deur wordt geo-pend;– druk voor het sluiten van de rech-ter schuifdeur op knopje B; de deursluit maar het slot vergrendelt niet;druk voor het vergrendelen opknopje .

CVanaf de tweede rij:– druk voor het openen/sluiten opknopje Dbij de betreffende schuif-deur.Beide deuren zijn voorzien van eenantiletsel-veiligheidssysteem dat alsvolgt werkt:– tijdens het openen: als er eenobstakel aanwezig is, stopt het ope-nen van de deur automatisch;– tijdens het sluiten: als er eenobstakel aanwezig is, stopt het sluitenvan de deur en wordt de deur auto-matisch geopend totdat de deur vol-ledig geopend is; voor het herstellenvan de juiste werking moet een elek-trisch commando worden gegevenmet de betreffende knoppen op deafstandsbediening, bij het plafond-lampje voor of op de deurstijl.fig. 17F0B0219bfig. 18F0B0220bfig. 19F0B0221b

WEGWIJS IN UW AUTO18CENTRALE PORTIERVER-GRENDELINGVan buitenafBij gesloten portieren: steek desleutel in het slot van het bestuur-dersportier, en draai de sleutel.Van binnenuitBij gesloten portieren: druk opknopje C-fig. 18 bij het plafond-lampje voor.Met de knopjes aan de binnenzijdevan de achterportieren ver- of ont-grendelt u uitsluitend het betreffen-de portier.BELANGRIJK De centrale por-tiervergrendeling werkt niet als éénvan de portieren niet goed geslotenis of als er een storing in het systeemis. Na enkele pogingen schakelt hetsysteem ongeveer 20 seconden uit.In deze 20 seconden kunt u de por-tieren met de hand ver- en ontgren-delen, zonder dat het elektrischesysteem werkt. Na de 20 secondenis het systeem weer gereed.Als de oorzaak van de storing isopgelost, werkt het systeem weernormaal.

Anders schakelt het sys-teem na enkele pogingen opnieuwuit.EXTRA VERGRENDELINGVAN DE PORTIEREN (indienaanwezig)Voor het inschakelen van de extravergrendeling van de portieren metbehulp van de afstandsbediening,moet u eerst knopje A-fig. 7 indruk-ken en vervolgens binnen 5 secon-den het knopje nog een keer in druk-ken. Na de eerste klik van de sloten,hoort u een tweede klik. Dit bete-kent dat de extra vergrendeling isingeschakeld.De extra vergrendelingkan ook met de sleutel worden inge-schakeld. Steek de sleutel in het sloten houd hem enkele seconden in devergrendelstand, totdat u de tweedeklik hoort. Dit betekent dat de por-tieren extra vergrendeld zijn.Opdeze manier kunt u de extra ver-grendeling inschakelen zonder hetdiefstalalarm in werking te stellen.Als de extra vergrende-ling is ingeschakeld, ishet niet meer mogelijkde portieren te openen, ookniet van binnenuit.

WEGWIJS IN UW AUTO19KINDERVEILIG-HEIDSSLOTELEKTRISCHE BEVEILIGING fig. 20Bij de bedieningsknoppen aanbestuurderszijde voor de elektrischeruitbediening bevindt zich de knopA. Met deze knop kunnen de bedie-ningsknoppen van de rijen achterworden uitgeschakeld, waardoor dezijruiten, de opendaken (indien aan-wezig) en de zijschuifdeuren van detweede rij niet kunnen worden geo-pend.Het systeem magalleen worden in-/uitge-schakeld als de auto stil-staat.Schakel dit systeemaltijd in als u kinderenvervoert.fig. 21F0B0014bfig. 20F0B0014bMECHANISCHE BEVEILI-GING fig.

21De schuifdeuren achter zijn uitge-rust met een beveiligingssysteemwaardoor de deuren niet van bin-nenuit kunnen worden geopend:stand 1 - systeem uitgeschakeld(deur kan van binnenuit worden geo-pend);stand 2 - systeem ingeschakeld(deur vergrendeld);Het systeem blijft ook ingeschakeldna het elektrisch ontgrendelen vande portieren.Controleer na hetinschakelen van het vei-ligheidssysteem op beideschuifdeuren of het daadwerke-lijk is ingeschakeld door aan deinterne ontgrendelhendel tetrekken.Schakel dit systeemaltijd in als u kinderenvervoert.BELANGRIJK Het systeem werktalleen op de betreffende deur.

WEGWIJS IN UW AUTO20Laat de hendel los encontroleer of de stoelgoed geblokkeerd isdoor naar voren en naar achte-ren te schuiven. Als de stoel nietgoed geblokkeerd is, kan dezeonverwachts verschuiven, waar-door u de controle over de autokunt verliezen.RUGLEUNING VERSTELLENfig. 23Trek hendel Aomhoog totdat derugleuning in de gewenste stand staaten laat de hendel los.HOOGTEVERSTELLING (BESTUURDERSSTOEL) fig. 23Trek, voor het omhoog verplaatsenvan de stoel, de hendel Bomhoog.Beweeg de hendel vervolgens (op enneer), totdat de gewenste zithoogteis bereikt. Duw, voor het omlaagverplaatsen van de stoel, hendel Bomlaag. Beweeg de hendel vervol-gens (op en neer) totdat de gewens-te zithoogte is bereikt.BELANGRIJK De hoogte kanalleen worden ingesteld als u op debestuurdersstoel zit.

26Er kunnen 4 verschillende standenvan de bestuurdersstoel wordenopgeslagen:– twee met de afstandsbedieningenvoor het openen/sluiten van de por-tieren;– twee met de knoppen 1en 2.Als de portieren met de afstandsbe-diening worden vergrendeld, wordt destand van de stoel en de buitenspiegelsdoor de afstandsbediening opgeslagen.Als de portieren met de afstandsbedie-ning worden ontgrendeld, worden destoel en de buitenspiegels in de daar-voor opgeslagen stand gezet.Iedere afstandsbediening kan eenspecifieke instelling opslaan.Ga voor het opslaan met de knop-pen 1en 2, met de contactsleutel instand M, als volgt te werk:– zet de stoel en de buitenspiegelsin de gewenste stand;– druk op knop en vervolgensMbinnen 4 seconden op knop 1 om deinstelling op te slaan in “geheugen 1”of op knop om de instelling op te2slaan in “geheugen 2”.Als de instelling is opgeslagen,klinkt er een geluidssignaal.Oproepen van een opgeslageninstellingBij uitgezette motor: druk kort opknop of 1 2.BELANGRIJK Als 5 keer naelkaar een instelling wordt opgeroe-pen, wordt het betreffende comman-fig.

WEGWIJS IN UW AUTO22do geblokkeerd en pas weer hersteldna het starten van de motor.Bij draaiende motor: druk op knop1 2of en houd de knop ingedrukt,totdat de opgeslagen instelling isbereikt.DRAAIBARE VOORSTOELENfig. 27-28-29De stoelen van de zitplaatsen voor(bestuurder en passagier) kunnen180° naar binnen worden gedraaid,waardoor een “zitkamer” wordtgevormd.Deze procedure moet van buitenafworden uitgevoerd. Ga als volgt tewerk:– zet de rugleuning van de stoelrechtop;– plaats de stoel bijna geheel naarvoren;– voor de bestuurdersstoel: zet destoel in de hoogste stand en plaatshet stuur geheel naar voren.

Bij aan-getrokken handrem is het niet moge-lijk de stoel 180° te draaien; trekknop B uit en duw de hendel omlaag;in deze stand blijft de auto tochgeremd;– trek hendel omhoog en draaiAgelijktijdig de stoel 180° naar binnen,totdat de “zitkamer”-opstelling isbereikt; tijdens het draaien van destoel kan hendel worden losgela-Aten;Om de stoel weer in de rijrichtingte plaatsen, moet de beschrevenprocedure in omgekeerde volgordeworden uitgevoerd.Controleer voordat uwegrijdt of alle stoelenin de rijrichting van deauto staan en goed geblokkeerdzijn. Alleen deze opstelling staateen doelmatig gebruik van deveiligheidsgordels toe.fig. 28 - Uitvoeringen met automatische bedieningF0B0223bfig. 27 - Uitvoeringen met mechanische bedieningF0B0290bfig. 29F0B0224b

WEGWIJS IN UW AUTO23ZITPLAATSEN ACH-TERAls bij geopende achterklep opdezelfde wijze aan de handgreep Bvan de stoelen van de derde rijwordt getrokken, kan de inhoud vande bagageruimte worden vergroot.RUGLEUNING VERSTELLENfig. 32Voor het verstellen van de rugleu-ning moet u op de stoel zitten enhendel C omhoog trekken en derugleuning in de gewenste stand zet-ten. Laat vervolgens de hendel los.“TAFEL”-OPSTELLING Om het steunvlak in de rugleuningvan de stoelen aan de zijkant tegebruiken (“tafel”-opstelling), moet uhendel C-fig. 32 omhoog trekkenen de rugleuning op de zitting klap-pen.Om het steunvlak in de rugleuningvan de middelste stoel te gebruiken(“tafel”-opstelling), moet u hendelA-fig. 33 omhoog trekken en derugleuning op de zitting klappen.fig. 30F0B0203b fig. 31F0B0025bfig. 32F0B0019bVerstel de stoelenalleen als de auto stil-staat.VERSTELLEN IN LENGTE-RICHTING fig.

WEGWIJS IN UW AUTO24Om de rugleuning weer rechtop tezetten, hoeft u de rugleuning slechtsomhoog te duwen totdat deze hoor-baar blokkeert.OPSTELLING “AKTETAS”ZijstoelenDuw hendel C-fig. 32 omhoog enklap de rugleuning op de zitting(“tafel”-stand); draai de opgeklaptestoel totdat de opstelling “aktetas” isbereikt, zoals afgebeeld in fig. 35.Om de stoel weer in de normalestand te zetten, moet u de opgeklap-te stoel begeleiden totdat deze vast-haakt in de schuifrails op de vloer.Zet de rugleuning vervolgens recht-op totdat hij hoorbaar blokkeert.GEBRUIK VAN DE ZIT-PLAATSEN ACHTER VAN DEDERDE RIJDeze zijn bereikbaar door hendelC-fig. 32 vanaf de buitenzijdeomhoog te trekken en de gehelestoel naar voren te kantelen.Om uit te stappen, moet u hendelD-fig.

WEGWIJS IN UW AUTO25STOELEN VAN DE TWEEDEEN DERDE RIJ VERWIJDERENGa voor het verwijderen van destoel als volgt te werk:– duw hendel C-fig. 32 omhoog enklap de rugleuning op de zitting(“tafel”-stand); draai de opgeklaptestoel totdat de opstelling “aktetas” isbereikt, zoals afgebeeld in fig. 35;– plaats hendel E bij de dwarsstangF, pak vervolgens beiden vast en ver-wijder de gehele stoel uit de openin-gen in de schuifrails op de vloer.Voor het monteren van de stoelmoeten de handelingen voor hetverwijderen van de stoel in omge-keerde volgorde worden uitgevoerd.Zorg ervoor dat devoorbereide openingenin de vloer altijd goedschoon zijn; de aanwezigheidvan vuil kan de correcte blokke-ring van de stoelen belemme-ren.BANK OP DE DERDE RIJVerstellen in lengterichting fig.

36Trek hendel A omhoog en ver-plaats de bank naar voren of achte-ren.U kunt van buitenaf de bagageruim-te vergroten door aan handgreep Bte trekken en de bank naar voren teverplaatsen.fig. 35F0B0226bControleer voordat uwegrijdt of alle stoelenin de rijrichting van deauto staan en goed geblokkeerdzijn. Alleen deze opstelling staateen doelmatig gebruik van deveiligheidsgordels toe.fig. 36F0B0286b

WEGWIJS IN UW AUTO26– trek aan handgreep om deDbank los te haken uit de voorbereideopeningen in de vloer en klap debank op tot een “aktetas”.Om de bank weer in de normalestand te zetten, moet u de opgeklap-te bank begeleiden totdat deze vast-haakt in de schuifrails op de vloer.Zet de rugleuning vervolgens recht-op totdat hij hoorbaar blokkeert.Bank verwijderen fig. 37Ga voor het verwijderen van debank als volgt te werk:– klap de bank op tot “aktetas”,zoals hiervoor beschreven;– plaats hendel E bij de dwarsstangF, pak vervolgens beiden vast en ver-wijder de bank uit de openingen inde schuifrails op de vloer.fig. 37Opstelling “tafel” fig.

Alleen deze opstelling staateen doelmatig gebruik van deveiligheidsgordels toe.Om de bank te verwij-deren en vervolgensweer te monteren, moetde rugleuning goed tegen de zit-ting worden gehouden, om elkrisico op contact met de bewe-gende delen van de opgeklaptebank te voorkomen.Zorg ervoor dat devoorbereide openingenin de vloer altijd goedschoon zijn; de aanwezigheidvan vuil kan de correcte blokke-ring van de stoelen belemme-ren.

WEGWIJS IN UW AUTO28Zorg ervoor dat devoorbereide openingenin de vloer altijd goedschoon zijn; de aanwezigheidvan vuil kan de correcte blokke-ring van de stoelen belemme-ren.Controleer voordat uwegrijdt of alle stoelenin de rijrichting van deauto staan en goed geblokkeerdzijn. Alleen deze opstelling staateen doelmatig gebruik van deveiligheidsgordels toe.Andere opstellingen van de stoelenkunnen worden verkregen door demiddelste rij stoelen weg te nemen,waardoor de ruimte tussen de eer-ste en de derde rij wordt vergroot.fig. 46F0B0025bfig. 44F0B0032bfig. 45F0B0033bHOOFDSTEUNENLet erop dat de hoofd-steunen zo zijn ingestelddat ze het hoofd steunenen niet de nek. Alleen in dezepositie bieden ze bescherming,wanneer de auto van achterenwordt aangereden.Zitplaatsen voor fig.

WEGWIJS IN UW AUTO29fig. 47fig. 48F0B0024bfig. 49F0B0017bZitplaatsen achter fig. 47 - 48Deze kunnen in hoogte wordenversteld. Verplaats de hoofdsteunomhoog of omlaag totdat degewenste stand is bereikt.Voor het verwijderen van de hoofd-steunen achter moeten deze in dehoogste stand worden gezet. Drukvervolgens knop in en trekA-fig. 48 de hoofdsteun omhoog uit de zitting.ARMSTEUN fig. 49Ga voor het verstellen van de arm-steun als volgt te werk:– plaats de armsteun omhoog instand 1;– klap de armsteun volledig neer,stand 2;– plaats de armsteun omhoog in degewenste stand 3.F0B0227b

WEGWIJS IN UW AUTO30ZITPOSITIE INSTEL-LENSTUURWIEL fig. 50ACHTERUITKIJKSPIEGEL fig. 51De spiegel is verstelbaar met dehendel:A - anti-verblindingsstand;B - normale stand.ELEKTROCHROMATISCHEACHTERUITKIJKSPIEGEL fig. 52De auto is uitgerust met een elek-trochromatische spiegel die zichautomatisch aanpast aan de licht-sterkte voor het gebruik overdag en‘s nachts.Voor de automatische werkingmoet u, met de contactsleutel instand M, op knop A drukken; als hetlampje B brandt, is de automatischewerking ingeschakeld.Iedere keer als de achteruit wordtingeschakeld, past de spiegel zichautomatisch aan. Hierdoor wordteen optimaal zicht tijdens de hande-lingen in het verkeer gegarandeerd.fig. 50F0B0037bfig. 51F0B0038bfig. 52F0B0039bVerstel het stuurwielalleen als de auto stilstaat.Het stuurwiel kan horizontaal enverticaal versteld worden.

WEGWIJS IN UW AUTO31SPIEGEL VOOR BEWAKENVAN KINDEREN fig. 53Deze spiegel bevindt zich bij de pla-fondverlichting voor. Via deze spie-gel hebben de bestuurder en de pas-sagier van de eerste rij een goedzicht op de zitplaatsen achter enkunnen zo de passagiers die op detweede of derde rij zitten, in degaten houden.Om deze spiegel te gebruiken,moet u de spiegel van stand Ainstand Bzetten, zoals aangegeven inde afbeelding.BUITENSPIEGELS Als u rijdt, moeten despiegels altijd in geopen-de stand staan.Elektrische verstelling fig. 54De elektrische bediening werktalleen als de contactsleutel in standMstaat.U kunt de spiegel in 4 richtingenafstellen met schakelaar A.Met schakelaar kiest u welkeBspiegel u wilt verstellen ( links of¯rechts ˙).Deze spiegels zijn voorzien van ver-warmingselementen voor het ontwa-semen, die worden ingeschakeld alsde knop van de achterruitverwar-ming wordt ingedrukt.

De functie isvoorzien van een tijdschakeling,waardoor de functie na enige minu-ten automatisch wordt uitgescha-keld.fig. 53F0B0185bfig. 54F0B0040bDe spiegel aan debestuurderszijde is bol,waardoor de afstands-waarneming wordt beïnvloed.

WEGWIJS IN UW AUTO32Handmatig inklappen fig. 51Als de breedte van de buitenspiegelproblemen oplevert in een nauwedoorgang, dan kunt u de spiegel vanstand 1in stand 2klappen.Elektrisch inklappen (indienaanwezig) fig.51De spiegels kunnen alleen elek-trisch worden ingeklapt als de con-tactsleutel in stand Aof staat.MDruk voor het inklappen van despiegels op knop ter hoogte vanAde pijl O.VEILIGHEIDS-GORDELSGEBRUIK VAN DE VEILIG-HEIDSGORDELS VOOR EN ACHTER (TWEEDE RIJ)Ga goed rechtop zitten, steuntegen de rugleuning en leg dan degordel om.Maak de gordels vast door de gespA-fig. 52 in de sluiting Bte drukken,totdat hij hoorbaar blokkeert.Als degordel tijdens het uittrekken blok-keert, laat dan de veiligheidsgordeleen stukje teruglopen en trek hemvervolgens weer rustig uit.Druk op knop Com de gordel loste maken.

Begeleid de gordel tijdenshet uittrekken om te voorkomen datde gordelband draait.Druk tijdens het rijdenniet op knop C.Via de rolautomaat wordt de leng-te van de gordel automatisch aange-past aan het postuur van de drager,waarbij er voldoende bewegings-ruimte overblijft.Als de auto op eensteile helling staat, kan de rolauto-maat blokkeren; dit is een normaalverschijnsel. Bovendien blokkeert de rolauto-maat als u de gordel snel uittrekt. Hijblokkeert ook bij hard remmen,botsingen en bij hoge snelheden inbochten.fig. 55F0B0229bTijdens de bewegingvan de spiegels moetieder mogelijk contactmet de spiegel en de bijbeho-rende steun voorkomen wordenom verwondingen te voorko-men.

WEGWIJS IN UW AUTO33Bedenk dat achterpas-sagiers die geen gordeldragen tijdens een ern-stig ongeval, ook gevaar opleve-ren voor de voorpassagiers.De veiligheidsgordelsmogen alleen wordenversteld als de auto stil-staat.HOOGTEVERSTELLING VANDE VEILIGHEIDSGORDELSfig. 56De hoogte van de gordel moetaltijd worden aangepast aan het pos-tuur van de inzittende. Zo wordt dekans op letsel bij een ongeval aan-zienlijk verkleind.

WEGWIJS IN UW AUTO34GRBRUIK VAN DE ZIJGOR-DELS ACHTER (DERDE RIJ)Ga goed rechtop zitten, steuntegen de rugleuning en leg dan degordel om.De gordels hebben dubbele gespen.Gordel vastmaken: trek de veilig-heidsgordel geleidelijk uit de rolauto-maat en voorkom dat de gordelbanddraait; bevestig vervolgens de gespA B -fig. 57 in de sluiting (door mid-del van het musketon). Controleerof de gordel goed vastzit. Laat degordel verder lopen en druk gesp Cin sluiting D.Gordel losmaken: druk op knop Een begeleid de gordel tot aan de slui-ting Ben maak de gesp Alos doorhet musketon los te haken. Plaats degordel op de juiste wijze op de daar-voor bestemde haak zoals is afge-beeld in fig. 58.Als de auto op een steile hellingstaat, kan de rolautomaat blokkeren;dit is een normaal verschijnsel.

Derolautomaat blokkeert ook als u degordel snel losmaakt, bij hard rem-men, botsingen en bij hoge snelhedenin bochten.Druk tijdens het rijdenniet op knop E.Via de rolautomaat wordt de leng-te van de gordel automatisch aange-past aan het postuur van de drager,waarbij voldoende bewegingsruimteoverblijft.Bedenk dat achterpas-sagiers die geen gordeldragen tijdens een ern-stig ongeval, ook gevaar opleve-ren voor de voorpassagiers.fig. 57F0B0231bfig. 58F0B0232b

WEGWIJS IN UW AUTO35GEBRUIK VAN DE VEILIG-HEIDSGORDEL VAN DE ZIT-PLAATS MIDDENACHTERDe zitplaatsen middenachter(afzonderlijke zitplaats en zitplaatsop bank) zijn voorzien van driepunts-veiligheidsgordels met rolautomaatA-fig. 59. Deze veiligheidsgordel moet opdezelfde wijze worden omgelegd alsde veiligheidsgordels voor. Bedenk dat achterpas-sagiers die geen gordeldragen tijdens een ern-stig ongeval, ook gevaar opleve-ren voor de voorpassagiers.GORDELSPANNERSVoor een nog effectievere bescher-ming zijn de veiligheidsgordels vooren achter (indien aanwezig) van deauto voorzien van gordelspanners. Dit systeem wordt bij een heftigebotsing door een sensor in werkinggesteld en trekt de gordel enige cen-timeters aan. Op deze wijze wordende inzittenden veel beter op hunplaats gehouden en wordt de voor-waartse beweging beperkt.

Het blokkeren van de veiligheids-gordel geeft aan dat de gordelspan-ner in werking is geweest; de gordelwordt niet meer opgerold, ook nietals hij wordt begeleid.BELANGRIJK Voor een maxima-le bescherming door de gordelspan-ners moet de veiligheidsgordel zoworden omgelegd dat hij goed aan-sluit op borst en bekken. De gordel-spanners van de veiligheidsgordelstreden alleen in werking als de veilig-heidsgordels goed in de sluitingenvergrendeld zijn.Er kan een beetjerook ontsnappen. Deze rook is nietschadelijk en duidt niet op brand.De gordelspanner behoeft geenenkel onderhoud of smering. Elkeverandering van de oorspronkelijkestaat zal de doelmatigheid verminde-ren. Als de gordelspanner doorextreme natuurlijke omstandigheden(overstromingen, zeestormen) metwater en modder in contact isgeweest, dan moet de spanner wor-den vervangen.fig. 59F0B0234b

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fiat Ulysse (2002) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden