Ferm MM-960 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ferm MM-960 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Ferm MM-960 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ferm |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | MM-960 |
Handleiding Ferm MM-960 – volledige tekst
op alle optredende materiaal- en fabricagefouten. Verdere aanspraken op schadevergoeding, vanwelke aard dan ook, direct of indirect aan perso-nen en/of materialen, zijn niet mogelijk. 2. Raadpleeg eerst uw Ferm-dealer. In de meestegevallen kan uw dealer het probleem of defect ver-helpen. 3. Door een reparatie of vervanging van onderdelenbinnen de garantietermijn, wordt de garantieter-mijn niet verlengd. 4. Normale slijtage valt niet onder de garantie. Buitende garantie vallen bijvoorbeeld schakelaars. Ookschade ten gevolge van meting op een verkeerdbereik valt niet onder de garantie5. UW RECHT OP GARANTIE GELDTALLÉÉN INDIEN:- een bewijs van aankoopdatum in de vorm vaneen AANKOOPBON getoond kan worden.
- de bijbehorende garantiekaart volledig inge-vuld en ondertekend is;- aan het apparaat geen reparaties of veranderin-gen door derden zijn aangebracht, of niet-origi-nele onderdelen zijn gemonteerd;- het apparaat volgens de bedieningsvoorschrif-ten is behandeld;- er geen sprake is van overmacht van onze kant. 6. De garantiebepalingen gelden in combinatie metonze leverings- en verkoopsvoorwaarden. 7. Alle kosten voor transport van te reparerengereedschap komen voor rekening van de koper. Slecht verpakte artikelen worden geweigerd. 8. De garantiekaart bevindt zich achterin dezegebruiksaanwijzing. 7. MILIEUBESCHERMINGTerugwinnen van grondstoffen is beter dan het weg-gooien van afval. Om transportbeschadiging te voor-komen moet het apparaat in een stevige verpakkingworden geleverd. Deze is zoveel mogelijk van recycle-baar materiaal gemaakt zoals papier, karton en hout.
Daarom raden wij aan om zoveel mogelijk gebruik temaken van de mogelijkheid om de verpakking te recy-clen. Voor vervanging van de batterij zie hoofdstuk 13 “Ver-vangen van de batterij”8. DE FERM SERVICE NA AANKOOPBewaar de originele verpakking. Mocht het apparaatalsnog vervoerd moeten worden dan zal de kans optransportschade het kleinst zijn bij gebruik van de ori-ginele verpakking.
In geval van een garantieclaim dienthet apparaat aangeboden te worden in een zo stevigmogelijke verpakking, bij voorkeur de originele. AlleFerm produkten worden nauwkeurig getest, alvorensze de fabriek verlaten, Indien uw apparaat toch defectraakt, neem dan contact op met uw Ferm-dealer. 9. VOOR INGEBRUIKNAME1. Indien de te meten spanning en/of stroom onbe-kend is, stel dan de draaiknop in op het hoogstebereik. Bij onvoldoende nauwkeurigheid de draai-knop één meetbereik lager instellen, enz. 2. Als het apparaat niet in gebruik is, moet de draai-knop in de “OFF”-stand worden gezet. 3. Het verschil in het meten van een spanning ofstroom zit dus in het schakelen van de multimeter. Parallel voor spannings-, in serie voor stroomme-ting. In het laatste geval moet een geleider onder-broken worden. 4.
Sluit nooit een bron of spanning aan op de multi-meter wanneer de functieschakelaar in “ ”Ωofpositie staat. 5. Sluit nooit een hogere spanning dan 1000 VDCof 700 VAC rms aan op de meter. 10. GEBRUIK (ZIE FIG. 1. )A. LCD display. Groot 3 1/2 digit display met maxi-maal 1999 uitlezing. Aanduidingen voor decimalepunt, polariteit, overbelasting en lege batterij. B. Aan/Uit schakelaar. C. Bereik schakelaar. Roterende schakelaar voor hetinstellen van het bereik. D. hFE-transistormetingE. 20A max. Positieve aansluiting voor stroommetin-gen boven de 200 mA tot een maximum van 20 A. F. mA. Positieve aansluiting voor stroommetingenonder de 200 mA. G. COM. Negatieve aansluitingH. V/Ω. Positieve aansluiting voor spanning en weer-stand metingen. 11. HET METEN11. 1 Gelijkspanning meten (VDC)1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt en het RODE snoer op het “V/Ω”-aansluitpunt.
Indien het spanningsbereik vooraf niet bekend is,zet de FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogstebereik en vervolgens zonodig steeds lager. 2. Verschijnt alleen het cijfer ”1” op het display, danvalt de meting buiten het ingestelde bereik enmoet de FUNCTIE-schakelaar op een hogerbereik worden gezet. 3. De maximale ingangsspanning is 1000V. Hogerespanningen kunnen niet gemeten worden. 4. Wees uiterst voorzichtig bij het meten van hogespanningen. 11. 2 Meten van wisselspanning (VAC). 1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt en het snoer op het RODE “V/Ω”-aansluitpunt. 2. Zet de FUNCTIE-schakelaar op de gewenste V~stand en sluit de snoeren aan over de te metenbron of lading. De polariteit van de meetpennen isniet van belang. 3. Lees de waarde af in Volt. BEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIENB:1.
Indien het spanningsbereik vooraf niet bekend is,zet de FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogstebereik en vervolgens zonodig steeds lager. 2. Verschijnt alleen het cijfer ”1” op het display, danvalt de meting buiten het ingestelde bereik enmoet de FUNCTIE-schakelaar op een hogerbereik worden gezet. 3. De maximale ingangsspanning is 700V. Hogerespanningen kunnen niet gemeten worden. 4. Wees uiterst voorzichtig bij het meten van hogespanningen. 11. 3 Meten van gelijkstroom (ADC). 1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt. Sluit het RODE snoer aan op het “mA”-aansluit-punt voor het meten van maximaal 2A. Voor hetmeten van een hoger stroombereik tot maximaal20 A moet het RODE snoer op het “20A max”-aansluitpunt aangesloten worden. 2. Zet de FUNCTIE-schakelaar op de gewenste“A ” stand en sluit de snoeren in serie met dete meten lading.
Indien het stroombereik vooraf niet bekend is, zetde FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogstebereik en vervolgens zonodig steeds lager. 2. Verschijnt alleen het cijfer ”1” op het display, danvalt de meting buiten het ingestelde bereik enmoet de FUNCTIE-schakelaar op een hogerbereik worden gezet. 3. Het 20A-bereik is niet beveiligd d. m. v. een zeke-ring. Meet daarom nooit langer dan 15 sec. 11. 4 Meten van wisselstroom (AAC). 1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt. Sluit het RODE snoer aan op het “mA”-aansluit-punt voor het meten van maximaal 2A. Voor hetmeten van een hoger stroombereik tot maximaal20 A moet het RODE “A”snoer op het -aansluit-punt aangesloten worden. 2. Zet de FUNCTIE-schakelaar op de gewensteOverbelastingbeveiliging:: 2A/250V zekering, 20 A bereik nietgezekerdmax. ingangsstroom, 20 A, 15 secmax.
“A~” stand en sluit de snoeren en sluit de snoe-ren aan over de te meten bron of lading. Denk aande juiste polariteit (rood is +, zwart is -), andersgeeft het display een min-teken voor de waardeaan. De polariteit van het RODE snoer wordtgelijktijdig met de stroomsterkte weergegeven. 3. Lees de waarde af in (milli)Ampère. BEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIENB:1. Indien het stroombereik vooraf niet bekend is, zetde FUNCTIE-schakelaar dan op het hoogstebereik en vervolgens zonodig steeds lager. 2. Verschijnt alleen het cijfer ”1” op het display, danvalt de meting buiten het ingestelde bereik enmoet de FUNCTIE-schakelaar op een hogerbereik worden gezet. 3. Het 20A-bereik is niet beveiligd d. m. v. een zeke-ring. Meet daarom nooit langer dan 15 sec. 11. 5 Weerstand meten (ΩOHM)1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt en het RODE V/snoer op het “ Ω”-aansluitpunt, (NB.
De polariteit van het rodesnoer is “+”). 2. Zet de FUNCTIE-schakelaar op het gewenste“ ”Ω-bereik. BEREIK NAUWKEURIGHEID RESOLUTIE3. Plaats de meetpennen over de te meten compo-nent. Zorg ervoor dat de component niet is ver-bonden met andere componenten en raak de pun-ten van de meetpennen niet aan om de weer-standswaarde niet te beïnvloeden. 4. Lees de waarde af in Ω(Ohm). 5. Bij het meten van weerstanden wordt stroom ver-bruikt uit de interne batterij. Dit stroomverbruikvarieert voor het ingestelde bereik. NB:1. Indien de gemeten weerstandswaarde de maxima-le waarde in het geselecteerde bereik overschrijdt,wordt dit aangegeven op het display (“1”). Kieseen hoger bereik. Bij een weerstand van circa 1mega-ohm of hoger, kan het een paar secondenduren voor de meter zich gestabiliseerd heeft. Ditis normaal bij het meten van hoge weerstanden. 2. Als de ingang niet is aangesloten, bijv.
Als de door te meten weerstand is aangeslotenop een circuit, schakel de spanning dan af enzorg dat alle condensatoren ontladen zijnalvorens met meten te beginnen. 11. 6 Diode meten1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt en het RODE snoer op het “V/Ω”-aansluitpunt. (NB. De polariteit van het rode snoeris “+”). 2. Zet de FUNCTIE-schakelaar op het -bereiken plaats de meetpennen over de door te metendiode. De polariteit van de meetpennen bepaaldbij het meten van dioden of transistoren of dedoorlaatrichting of de sperrichting wordt geme-ten. De teststroom in doorlaatrichting is 1 mA, detestspanning in sperrichting is 2,8 V. Overspan-ningsbeveiliging: 250V DC of AC (minder dan 15seconden).
N’exposez pas l’appareil à des températures ouhumidités élevées. 5. Maintenez le multimètre à distance des champs+FFrançaisFerm ________ 17- Wanneer de meetsnoeren niet, of verkeerd, op dediode worden aangesloten, dus in sperrichting,dan verschijnt de “1” in het display. 11. 7 Continuïteitstest1. Sluit het ZWARTE snoer aan op het “COM”-aansluitpunt en het RODE snoer op het “V/Ω”-aansluitpunt. (NB. De polariteit van het rodesnoer is “+”). 2. Zet de FUNCTIE-schakelaar op het -bereiken plaats de meetpennen over de door te metencircuit. 3. Is de weerstand minder dan 30 , dan zal de zoemerΩklinken. 4. Open circuit voltage: 2,8V, overspanningsbeveili-ging: 250V DC of AC (m inder dan 15 seconden). 11. 8 hFE-transistormeting1. Zet de schakelaar op de “hFE”-stand. 2.
Bepaal of de transistor van het type NPN of PNP isen sluit de emitter-, basis- en collectorsnoeren aanop de goede opening in het paneel aan de voorkant. 3. Op het display wordt de hFE-waarde (bij benade-ring) aangegeven bij een basisstroom van 10µA,Vce 2,8V. 12. ONDERHOUDLET OP: Bij onderhoud en schoonmaak van demultimeter altijd de batterij uit de multimeter halen. Gebruik nooit water of andere vloeistoffen bij hetschoonmaken van het apparaat. Houdt de meetsnoeren en uw multimeter schoon. Sommige reinigings- en oplosmiddelen (benzine,thinner) kunnen kunststof onderdelen aantasten ofoplossen. Deze produkten bevatten o. a. benzeen,trichloorethyleen, chloride en amonia. 13. STORINGENIn het geval de multimeter niet naar behoren func-tioneert, kan dat de volgende oorzaken hebben:De multimeter geeft niets aan op het display. De batterij is leeg. - Vervang de batterij.
Er is een te grote stroom of spanning gemeten en demultimeter is ondanks de beveiligingen beschadigd. - Bied uw multimeter aan bij uw Ferm-dealer voor repa-ratie. VERVANGEN VAN DE ZEKERING. 1. Schakel de meter uit en verwijder de meetsnoeren. 2. U dient eerst de achterzijde van de multimeter teverwijderen, door de schroeven los te draaien. LET OP. Vóór het openen van de behuizingvan de multimeter eerst de meter uitschakelenen de meetsnoeren verwijderen. 3. De defecte zekering dient verwijderd en vervan-gen te worden door een zekering van dezelfdestroomsterkte en snelheid (0,2A/250V). VERVANGEN VAN DE BATTERIJ. 1. Het display zal een batterij teken aangeven wan-neer de batterij leeg raakt. 2. Schakel de meter uit en verwijder de meetsnoeren. 3. U dient eerst de achterzijde van de multimeter teverwijderen, door de schroeven los te draaien. LET OP.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ferm MM-960 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Ferm
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter