Epson LX-300+ II Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Epson LX-300+ II (168 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Epson LX-300+ II of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Epson |
| Categorie: | Printer |
| Model: | LX-300+ II |
| Gewicht: | 4400 g |
| Kleur: | Nee |
| Duurzaamheidscertificaten: | ENERGY STAR |
| Aansluitingen: | USB 2.0\nIEEE 1284 |
| Aanbevolen mediagewicht: | 52-85 g/m² |
| Geluidsdrukniveau (afdrukken): | 49 dB |
| Afmetingen (B x D x H): | 366 x 275 x 159 mm |
| Inclusief lettertypes: | Epson DRAFT; 2 NLQs: Epson NLQ Roman, Epson NLQ Sans Serif; 8 Barcode: EAN-13, EAN-8, Interleaved 2 of 5, UPC-A, UPC-E, Code 39, Code 128, POSTNET |
| Buffergrootte: | 64 KB |
| Maximum printsnelheid: | 337 tekens per seconde |
| Ribbon life: | 1000000 miljoen tekens |
Handleiding Epson LX-300+ II – volledige tekst
3Copyright en handelsmerkenCopyrightGeen enkel deel van deze publicatie mag worden gereproduceerd, worden opgeslagen in een gegevensopzoeksysteem of worden overgedragen in welke vorm of op welke wijze dan ook, hetzij elektronisch, mechanisch, via fotokopie of opname, of anderszins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Seiko Epson Corporation. De informatie in dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik met deze Epson-printer.
Epson is niet aansprakelijk voor het gebruik van deze informatie voor andere printers.Seiko Epson Corporation noch diens dochterondernemingen kunnen door de koper van dit product of door derden aansprakelijk worden gesteld voor schade, verlies, kosten of uitgaven voor de koper of een derde partij ten gevolge van een ongeluk, verkeerd gebruik of misbruik van dit product of ongeoorloofde wijzigingen, reparaties of aanpassingen aan dit product of (met uitzondering van de VS) het niet strikt naleven van de bedienings- en onderhoudsinstructies van Seiko Epson Corporation.Seiko Epson Corporation is niet aansprakelijk voor schade of problemen die het gevolg zijn van het gebruik van opties of verbruiksartikelen anders dan die door Seiko Epson Corporation worden aangeduid als originele Epson-producten of door Epson goedgekeurde producten.HandelsmerkenEPSON® en EPSON ESC/P® zijn gedeponeerde handelsmerken van Seiko Epson Corporation.
4Microsoft®, Windows® en Windows NT® zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.IBM® is een gedeponeerd handelsmerk van International Business Machines Corporation.Algemene opmerking: Andere productnamen die in deze documentatie worden gebruikt, worden uitsluitend ter identificatie gebruikt en zijn mogelijk handelsmerken van hun respectieve eigenaars. Epson maakt geen enkele aanspraak op deze merken.Copyright © 2007 Seiko Epson Corporation. All rights reserved.
5VeiligheidsinstructiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingenwWaarschuwingenWaarschuwingen moeten zorgvuldig worden opgevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.cVoorzorgsmaatregelenDeze voorzorgsmaatregelen moeten worden nageleefd om schade aan de apparatuur te voorkomen.OpmerkingenOpmerkingen bevatten belangrijke informatie en nuttige tips over het gebruik van uw printer.Waarschuwingssymbool voor hete onderdelenK Dit symbool staat op de printerkop en op andere onderdelen om aan te geven dat deze heet kunnen worden. Raak deze onderdelen nooit aan vlak nadat de printer is gebruikt. Laat ze gedurende enkele minuten afkoelen voordat u ze aanraakt.Belangrijke veiligheidsinstructiesLees al deze veiligheidsinstructies voordat u de printer gebruikt.
Daarnaast dient u alle waarschuwingen en instructies op de printer zelf op te volgen.Tijdens het installeren van de printer❏ Plaats de printer niet op een onstabiel oppervlak of in de buurt van een radiator of warmtebron.
6❏ Plaats de printer op een vlak, stabiel oppervlak. De printer werkt niet goed als deze schuin of in een hoek is geplaatst.❏ Plaats dit product niet op een zacht, onstabiel oppervlak, zoals een bed of bank of in een kleine, afgesloten ruimte, aangezien de ventilatie hierdoor wordt belemmerd.❏ Blokkeer of bedek de sleuven en openingen in de behuizing niet en duw geen voorwerpen in de sleuven.❏ Gebruik alleen het type stroombron dat wordt aangegeven op het label van de printer. Als u de elektriciteitsspecificaties in uw regio niet kent, neem dan contact op met plaatselijke energiebedrijf of raadpleeg de leverancier.❏ Sluit alle apparatuur aan op correct geaarde stopcontacten.
Gebruik geen stopcontacten in dezelfde stroomgroep als kopieerapparaten of klimaatregelingssystemen die regelmatig worden in- en uitgeschakeld.❏ Gebruik geen beschadigde of gerafelde voedingskabel.❏ De voedingskabel moet zo worden neergelegd dat schade door afschuren, snijden, rafelen, plooien en knikken en andere schade wordt voorkomen.❏ Als u de printer aansluit op een stekkerdoos, mag het totale amperage van alle apparaten die op de stekkerdoos zijn aangesloten niet hoger zijn dan het amperage van de doos. Zorg er ook voor dat het totale amperage van alle apparaten die op de stekkerdoos zijn aangesloten niet hoger is dan het amperage van het stopcontact.❏ Gebruik alleen de voedingskabel die bij dit product wordt geleverd. Gebruik van een andere kabel kan brand of een elektrische schok veroorzaken. ❏ De voedingskabel van dit product is alleen bedoeld voor gebruik met dit product.
7Tijdens het onderhoud van de printer❏ Verwijder de printerkabel uit het stopcontact voordat u de printer reinigt en reinig de printer uitsluitend met een vochtige doek.❏ Mors geen vloeistoffen op de printer.❏ Behalve zoals specifiek in deze handleiding wordt beschreven mag u zelf geen onderhoud aan de printer plegen.❏ Verwijder de printerkabel uit het stopcontact en neem voor onderhoud contact op met bevoegd onderhoudspersoneel in de volgende gevallen:i. Als de stroomkabel of stekker is beschadigd.ii. Als een vloeistof in de printer is terechtgekomen.iii. Als de printer is gevallen of als de behuizing is beschadigd.iv. Als de printer niet normaal werkt of als de prestaties merkbaar veranderen.❏ Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare gassen in of in de buurt van dit product.
Dit kan brand veroorzaken.❏ Gebruik alleen de bedieningselementen die in de bedieningsinstructies worden beschreven.❏ Als u van plan bent de printer in Duitsland te gebruiken, let dan op het volgende:Voor een adequate beveiliging tegen kortsluiting en oververhitting van deze printer moet het gebouw zijn voorzien van een stroomonderbreker van 16 ampère.Bei Anschluss des Druckers an die Stromversorgung muss sichergestellt werden, dass die Gebaudeinstallation mit einer 16 A-Sicherung abgesichert ist.
8Met betrekking tot papiergebruik❏ De afdrukkwaliteit van etiketten hangt af van de temperatuur en de luchtvochtigheid. Gebruik etiketten daarom alleen onder de normale gebruiksomstandigheden die hierna worden beschreven:Temperatuur: 15 tot 25 °C (59 tot 77 °F)Luchtvochtigheid: 30 to 60% RH❏ Laat geen etiketten in de printer achter tussen afdruktaken; ze kunnen om de plaat krullen en vastlopen wanneer het afdrukken wordt hervat.❏ Plaats geen papier dat is omgekruld of gevouwen.Tijdens het gebruik van de printer❏ Gebruik alleen de bedieningselementen die worden beschreven in de gebruikersdocumentatie. Een onjuiste afstelling van andere bedieningselementen kan leiden tot schade die reparatie door een bevoegde technicus vereist.❏ Nadat u de printer hebt uitgezet, dient u altijd minstens vijf seconden te wachten voordat u de printer weer aanzet.
Als u dit niet doet, kan de printer beschadigd raken.❏ Zet de printer niet uit wanneer de zelftest wordt afgedrukt. Druk altijd op de knop Pause als u het afdrukken wilt stoppen en zet daarna de printer uit.❏ Sluit de voedingskabel niet aan op een stopcontact met het verkeerde voltage voor uw printer.❏ Vervang de printerkop nooit zelf aangezien u daarbij de printer kunt beschadigen. Andere onderdelen van de printer moeten eveneens worden gecontroleerd als de printerkop wordt vervangen.❏ U moet de printerkop met de hand verplaatsen als u de lintcassette wilt vervangen. Als u de printer zojuist hebt gebruikt, kan de printerkop heet zijn; laat de printerkop enkele minuten afkoelen voordat u deze aanraakt.
9Voor gebruikers in het Verenigd KoninkrijkGebruik van optiesEpson (UK) Limited is niet aansprakelijk voor schade of problemen die het gevolg zijn van het gebruik van opties of verbruiksartikelen anders dan die door Epson (UK) Limited worden aangeduid als originele Epson-producten of door Epson goedgekeurde producten.VeiligheidsinformatiewWaarschuwing:Dit apparaat moet worden geaard.
Raadpleeg het op de printer vermelde voltage en controleer of het voltage van het apparaat overeenkomt met het voltage van het stopcontact.Belangrijk:De draden in de voedingskabel van dit apparaat hebben verschillende kleuren met de volgende code:Groen en geel — AardeBlauw — NeutraalBruin — Onder spanningAls u een stekker moet aansluiten:Aangezien de kleuren van de voedingskabel van dit apparaat mogelijk niet overeenkomen met de gekleurde aanduidingen die de aansluitpunten van de stekker aangeven, dient u als volgt te werk te gaan:De groene en gele draad moeten worden verbonden met het aansluitpunt in de stekker met de letter E of het symbool voor aarde (G).De blauwe draad moet worden verbonden met het aansluitpunt in de stekker met de letter N.
10De bruine draad moet worden verbonden met het aansluitpunt in de stekker met de letter L.Als de stekker is beschadigd, dient u de kabel te vervangen of een bevoegd elektricien te raadplegen.Vervang zekeringen alleen door een zekering met het juiste formaat en vermogen.Voor gebruikers in het Verenigd Koninkrijk, Singapore en HongkongVervang zekeringen alleen door zekeringen met het juiste formaat en vermogen.VeiligheidsvereistenStekker:Gebruik een 3-pins stekker die is geregistreerd bij de juiste veiligheidsinstantie.Flexibele kabel:Gebruik een dubbel geïsoleerde flexibele kabel die is gecertificeerd* volgens de relevante IEC- of BS-normen.Connector op het apparaat:Gebruik een connector die is gecertificeerd* volgens de relevante IEC- of BS-normen.* Gecertificeerd door een lid van het IECEE CB Scheme.
11InhoudCopyright en handelsmerken. 3Copyright. 3Handelsmerken. 3Veiligheidsinstructies. 5Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen. 5Waarschuwingssymbool voor hete onderdelen. 5Belangrijke veiligheidsinstructies. 5Voor gebruikers in het Verenigd Koninkrijk. 9Voor gebruikers in het Verenigd Koninkrijk, Singapore en Hongkong. 10Hoofdstuk 1 Leren werken met uw printerFuncties. 15Hoofdstuk 2 PapierverwerkingAfdrukken op kettingpapier. 17Afdrukken met de push-tractor. 17Een afgedrukt document verwijderen uit de push-tractor. 21Overschakelen op losse vellen. 22Afdrukken met de pull-tractor. 22De positie voor de bovenkant van het formulier aanpassen. 27Het papier doorvoeren naar de afscheurrand. 29Afdrukken op losse vellen. 32Losse vellen laden. 33Afdrukken op speciaal papier. 34De papierdiktehendel aanpassen. 35Meervoudige formulieren. 36Etiketten. 36Enveloppen. 37.
12Hoofdstuk 3 PrintersoftwareDe printersoftware. 39De printerdriver gebruiken met Windows Me en 98. 39De printerdriver openen vanuit Windows-toepassingen. 40De printerdriver openen via het menu Start. 42De instellingen voor de printerdriver wijzigen. 43De printerdriver gebruiken met Windows Vista, XP, 2000 en Windows NT 4. 44De printerdriver openen vanuit Windows-toepassingen. 45De printerdriver openen via het menu Start. 47De instellingen voor de printerdriver wijzigen. 49Overzicht van instellingen voor de printerdriver. 50EPSON Status Monitor 3 gebruiken. 55EPSON Status Monitor 3 instellen. 56EPSON Status Monitor 3 openen. 58EPSON Status Monitor 3 installeren. 59De printer instellen in een netwerk. 60De printer delen. 60De printer instellen als een gedeelde printer. 61Instellen van de clients. 65De printerdriver installeren vanaf de cd-rom. 77Afdrukken annuleren.
Leren werken met uw printer 15111111111111Hoofdstuk 1Leren werken met uw printerFunctiesUw EPSON® LX-300+II/LX-1170II 9-pins dot-matrixprinter biedt afdrukken van hoge kwaliteit en superieure prestaties in een compacte eenheid. Tot de functies van de printer behoren:❏ Verschillende papierbanen die precies aansluiten op uw wensen.❏ De mogelijkheid om een groot aantal verschillende papiersoorten te verwerken, waaronder kettingpapier, meervoudige formulieren (met één origineel en maximaal vier kopieën), etiketten, losse vellen en enveloppen.❏ Hoge afdruksnelheden van maximaal 300 cps (tekens per seconde) bij 10 cpi (tekens per inch).De printer wordt geleverd met de printerdriver en andere software, waaronder EPSON Status Monitor 3 voor Microsoft® Windows® Vista, XP, Me, 98, 2000, of NT 4.0.
Met het hulpprogramma EPSON Status Monitor 3 kunt u de status van de printer snel en gemakkelijk controleren.Opmerking:De afbeeldingen in deze handleiding zijn afkomstig van de LX-300+II. De LX-1170II is breder dan de LX-300+II. De uitleg is voor beide apparaten echter hetzelfde.
Papierverwerking 17222222222222Hoofdstuk 2PapierverwerkingAfdrukken op kettingpapierUw printer kan kettingpapier met de tractor verwerken. Afhankelijk van de positie van de tractor, kunt u deze gebruiken als pull-tractor of als push-tractor. De volgende richtlijnen kunnen handig zijn bij het bepalen van de positie van de tractor:❏ Wilt u overschakelen van afdrukken op losse vellen naar afdrukken op kettingpapier en vice versa zonder dat u de papiertoevoer hoeft te verwijderen? Wilt u kettingpapier vel voor vel afscheuren? Gebruik de tractor in de push-tractor-positie. (Bij levering is de printer op deze tractorpositie ingesteld.) Zie het volgende gedeelte.❏ Wilt u afdrukken op etiketten, meervoudige formulieren of andere documenten waarvoor een nauwkeurige afdrukpositie vereist is? Gebruik de tractor dan als pull-tractor. Zie “Afdrukken met de pull-tractor” op pagina 22 voor instructies.
Afdrukken met de push-tractorAls u de push-tractor gebruikt, is het raadzaam om in de modus Standaardinstellingen voor de functie Automatisch afscheuren Aan te selecteren. Zie “Standaardinstellingen van de printer” op pagina 88.Opmerking:De afbeeldingen in deze handleiding zijn afkomstig van de LX-300+II. De LX-1170II is breder dan de LX-300+II. De uitleg is voor beide apparaten echter hetzelfde. Volg de onderstaande stappen om kettingpapier te laden met gebruik van de push-tractor:
Papierverwerking 192222222222223. Verschuif de linkergeleide-eenheid en gebruik hierbij de schaal op de printer als richtlijn. De printer drukt rechts van de positie met de markering 0 af. Druk de vergrendelingshendel van de geleide-eenheid terug om de eenheid te vergrendelen. Verschuif vervolgens de rechtergeleide-eenheid om deze in te stellen op de breedte van het papier, maar vergrendel deze niet. Verplaats de papiersteun totdat deze zich halverwege de geleide-eenheden bevindt.4. Zorg ervoor dat het papier een scherpe, rechte invoerrand heeft. Open de afdekkingen van de geleide-eenheden. Plaats de eerste gaten in het papier over de pinnen van de geleide-eenheden en sluit de afdekkingen van de eenheden. Verschuif de rechtergeleide-eenheid om eventuele speling in het papier te verwijderen en vergrendel de eenheid.
Het papier bevindt zich nu in de geladen positie.cLet op:Gebruik de knop voor de papierinvoer aan de rechterkant van de printer alleen om vastgelopen papier te verwijderen en alleen als de printer is uitgezet. Op die manier voorkomt u dat de printer beschadigd raakt of de positie voor de bovenkant van het formulier wordt verwijderd.
20 Papierverwerking5. Om onbedrukt papier te scheiden van bedrukt papier, brengt u de papiergeleider aan en maakt u deze vast door de inkepingen ervan in de geleider over de nokjes van de printer te drukken (zie afbeelding). Schuif de papiergeleider naar de voorzijde van de printer totdat u voelt dat deze vastklikt en stel daarna de randgeleiders in op de breedte van het papier.6. Zet de printer aan.7. Zorg ervoor dat het printerdeksel gesloten is. Druk op de knop LF/FF om het papier in de invoerpositie te plaatsen. Het afdrukken wordt gestart zodra de printer gegevens heeft ontvangen.8. Nadat het afdrukken is voltooid, voert u de stappen in het volgende gedeelte uit om het afgedrukte document af te scheuren. Als de eerste afgedrukte regel op de pagina te hoog of te laag wordt weergegeven, kunt u de positie hiervan wijzigen met de functie Nauwkeurig aanpassen.
Zie “De positie voor de bovenkant van het formulier aanpassen” op pagina 27.cLet op:Gebruik de knop voor papierinvoer nooit om de positie voor de bovenkant van het formulier te wijzigen. Hierdoor kan de printer beschadigd raken of de positie voor de bovenkant van het formulier worden verwijderd.Als u meer gegevens verzendt, wordt het papier automatisch teruggevoerd naar de laadpositie.
Papierverwerking 21222222222222Een afgedrukt document verwijderen uit de push-tractorVoer de volgende stappen uit om het afgedrukte document te verwijderen:1. Druk op de knop Tear Off (Font). Controleer of de lampjes Tear Off (Font) knipperen. (Hiermee wordt aangegeven dat het papier zich in de afscheurpositie bevindt.)2. Open de afdekking van de papiergeleider en scheur het afgedrukte document af langs de daarvoor bestemde rand van de papierspanningseenheid.Opmerking:Als de perforatie van het papier niet correct op de afscheurrand is uitgelijnd, kunt u de afscheurpositie aanpassen met de functie Nauwkeurig aanpassen. Zie “De afscheurpositie aanpassen” op pagina 30.cLet op:Gebruik de knop voor papierinvoer nooit om de positie voor de bovenkant van het formulier te wijzigen. Hierdoor kan de printer beschadigd raken of de positie voor de bovenkant van het formulier worden verwijderd.3.
Sluit de afdekking van de papiergeleider.Wanneer u doorgaat met afdrukken, wordt het papier automatisch teruggevoerd naar de positie voor de bovenkant van het formulier en wordt het afdrukken gestart.
22 PapierverwerkingAls u kettingpapier naar de stand-bypositie wilt voeren, waar u het papier kunt verwijderen, drukt u op de knop Load/Eject. Open vervolgens de afdekkingen van de geleide-eenheden van de tractor en verwijder het papier.cLet op:Scheur het afgedrukte document altijd af voordat u op de knop Load/Eject drukt. Als meerdere pagina's tegelijk in omgekeerde volgorde worden ingevoerd, kan het papier vastlopen.Overschakelen op losse vellenAls u wilt overschakelen op losse vellen, drukt u op de knop Load/Eject. De printer voert het papier nu achterwaarts in de stand-bypositie. Voer daarna de stappen in “Losse vellen laden” op pagina 33 uit.cLet op:Scheur het afgedrukte document altijd af voordat u op de knop Load/Eject drukt.
Als meerdere pagina's tegelijk in omgekeerde volgorde worden ingevoerd, kan het papier vastlopen.Afdrukken met de pull-tractorAls u kettingpapier wilt laden met gebruik van de pull-tractor, dient u de tractor in de pull-tractor-positie zetten aan de hand van stap 1 t/m 3 van deze procedure. Als de tractor zich al in deze positie bevindt, zorgt u ervoor dat de printer is uitgeschakeld en gaat u verder met stap 6.cLet op:❏ Gebruik de knop voor de papierinvoer aan de rechterkant van de printer alleen om vastgelopen papier te verwijderen en alleen als de printer is uitgezet. Op die manier voorkomt u dat de printer beschadigd raakt of de positie voor de bovenkant van het formulier wordt verwijderd.❏ Als u de pull-tractor gebruikt, is het raadzaam de functie voor automatisch afscheuren in de modus Standaardinstellingen uit te schakelen om te voorkomen dat het papier vastloopt.
Papierverwerking 252222222222225. Plaats het papier in de onderste papiersleuf of in de achterste papiersleuf (zie hieronder) en trek het omhoog. Positioneer het papier en gebruik hierbij de schaal op de printer als richtlijn. De printer drukt rechts van de positie met de markering 0 af.6. Verschuif de linkergeleide-eenheid zodat de geleiders ervan overeenkomen met de positie van de gaten in het papier en vergrendel de eenheid. Verschuif vervolgens de rechtergeleide-eenheid om deze in te stellen op de breedte van het papier, maar vergrendel deze niet. Verplaats de papiersteun totdat deze zich halverwege de twee geleide-eenheden bevindt. 7. Zorg ervoor dat het papier een scherpe, rechte invoerrand heeft. Open de afdekkingen van de geleide-eenheden. Plaats de eerste gaten in het papier over de pinnen van de geleide-eenheden en sluit de afdekkingen van de eenheden.
26 PapierverwerkingOpmerking:Verwijder eventuele speling door voorzichtig vanaf de achter- of onderzijde aan het papier te trekken.8. Als u het binnenkomende papier wilt scheiden van het afgedrukte papier, gebruikt u de papiergeleider. Houd de geleider horizontaal vast en plaats de inkepingen ervan over de bevestigingsnokjes van de printer. Schuif vervolgens de papiergeleider naar de achterzijde van de printer totdat u voelt dat deze vastklikt en stel daarna de randgeleiders in op de breedte van het papier.9. Breng het printerdeksel aan en pas de papierpositie aan met de knop voor de papierinvoer. Verdraai de knop totdat de perforatie tussen pagina's zich net boven de printerkop bevindt. Zet vervolgens de printer aan.10. Zorg ervoor dat het printerdeksel gesloten is, met de afdekking van de papiergeleider open.
Het afdrukken wordt gestart zodra de printer gegevens heeft ontvangen.Als u de positie wilt wijzigen waarop het afdrukken op een pagina begint, drukt u op LF/FF om de pagina naar de volgende positie voor de bovenkant van het formulier te verplaatsen; vervolgens raadpleegt u De positie voor de bovenkant van het formulier aanpassen in het volgende gedeelte om de laadpositie te wijzigen.Werp het papier uit door het papier dat in de printer wordt ingevoerd af te scheuren en druk vervolgens op de knop LF/FF om het papier door te voeren.
Papierverwerking 27222222222222De positie voor de bovenkant van het formulier aanpassenDe positie voor de bovenkant van het formulier is de positie op de pagina waarop het afdrukken wordt gestart. Als de afdruk te hoog of te laag op de pagina wordt weergegeven, kunt u de positie voor de bovenkant van het formulier wijzigen met de functie Nauwkeurig aanpassen. Voer de onderstaande stappen uit.cLet op:Gebruik de knop voor papierinvoer nooit om de positie voor de bovenkant van het formulier te wijzigen.
Hierdoor kan de printer beschadigd raken of de positie voor de bovenkant van het formulier worden verwijderd.Opmerking:❏ De instelling voor de positie voor de bovenkant van het formulier blijft van kracht totdat u de positie wijzigt, zelfs als u de printer uitzet.❏ De instelling voor de bovenste marge in bepaalde toepassingssoftware overschrijft de instelling voor de positie voor de bovenkant van het formulier die u opgeeft met de functie Nauwkeurig aanpassen. Pas indien nodig de positie voor de bovenkant van het formulier aan in de software.1. Zorg ervoor de printer is aangezet.2. Laad indien nodig papier aan de hand van de instructies in dit hoofdstuk.3. Verwijder het printerdeksel.4. Houd de knop Pause gedurende drie seconden ingedrukt. Het lampje Pause begint te knipperen en de printer gaat over op de modus Nauwkeurig aanpassen.
28 Papierverwerking5. Druk op de knop LF/FF D als u de positie voor de bovenkant van het formulier hoger op de pagina wilt plaatsen, of druk op de knop Load/Eject U als u de positie voor de bovenkant van het formulier lager op de pagina wilt plaatsen.* plastic lintafdekkingOpmerking:❏ De printer heeft een minimum- en een maximumpositie voor de bovenkant van het formulier. Als u probeert een positie in te stellen die boven of onder deze grenzen ligt, klinkt een pieptoon en wordt de verplaatsing van het papier stopgezet.❏ Als het papier de standaardpositie voor de bovenkant van het formulier bereikt, klinkt eveneens een pieptoon en wordt de verplaatsing van het papier korte tijd stopgezet.
U kunt de standaardpositie gebruiken als referentiepunt bij het aanpassen van de positie voor de bovenkant van het formulier.Zie het onderstaande voorbeeld als u de positie voor de bovenkant van het formulier wilt wijzigen voor kettingpapier dat is geplaatst op de pull-tractor:*
Papierverwerking 29222222222222Markeer een punt op 2,5 mm (0,1 inch) boven de perforatie van het papier; positioneer het papier vervolgens zo dat de markering op gelijke hoogte komt met de bovenrand van de plastic lintafdekking. Hierdoor ontstaat een marge van 8,5 mm (0, 33 inch) op de volgende pagina. Dit betekent dat de printer 8,5 mm (0, 33 inch) onder de perforatie begint met afdrukken. Als u een punt markeert dat 2,5 mm (0,1 inch) boven de perforatie ligt, ontstaat een marge van 8,5 mm (0, 33 inch) op de volgende pagina.6. Nadat u de positie voor de bovenkant van het formulier hebt ingesteld, drukt u op de knop Pause om de modus Nauwkeurig aanpassen te verlaten.Het papier doorvoeren naar de afscheurrandAls u de push-tractor gebruikt, kunt u de afscheurfunctie gebruiken om na het afdrukken het kettingpapier door te voeren naar de afscheurrand van de printer.
U kunt het afgedrukte document dan gemakkelijk afscheuren. Wanneer u doorgaat met afdrukken, wordt het papier automatisch teruggevoerd naar de positie voor de bovenkant van het formulier, zodat het papier tussen documenten dat normaal gesproken verloren gaat, kan worden gebruikt.A 2,5 mm (0,1 inch)B 8,5 mm (0,33 inch)
30 PapierverwerkingU kunt de afscheurfunctie op twee manieren gebruiken: handmatig, door op de knop Tear Off (Font) van de printer te drukken, of automatisch door de modus voor automatisch afscheuren in te schakelen.cLet op:Gebruik de hierboven beschreven afscheurfunctie nooit om kettingpapier met etiketten achterwaarts in te voeren; de etiketten kunnen dan losraken en vastlopen in de printer. De knop Tear Off (Afscheuren) gebruikenControleer nadat de printer het document heeft afgedrukt, of de lampjes Tear Off (Font) niet knipperen. Druk vervolgens op de knop Tear Off (Font). Het papier wordt doorgevoerd naar de afscheurrand.Opmerking:Als de lampjes Tear Off (Font) knipperen, bevindt het papier zich in de afscheurpositie.
Als u nogmaals op de knop Tear Off (Font) drukt, wordt het papier doorgevoerd naar de volgende positie voor de bovenkant van het formulier.Het papier automatisch doorvoeren naar de afscheurpositieAls u uw afgedrukte documenten automatisch wilt doorvoeren naar de afscheurpositie, dient u de modus voor automatisch afscheuren in te schakelen en de juiste paginalengte voor kettingpapier te selecteren in de modus Standaardinstellingen.
Zie “De standaardinstellingen wijzigen” op pagina 95 voor instructies.Als automatisch afscheuren is ingeschakeld, voert de printer het papier automatisch door naar de afscheurpositie wanneer een volledige pagina met gegevens of een opdracht voor formulierinvoer wordt ontvangen die niet wordt gevolgd door meer gegevens.De afscheurpositie aanpassenAls de perforatie van het papier niet op de afscheurrand is uitgelijnd, kunt u met de functie Nauwkeurig aanpassen de perforatie naar de afscheurpositie verplaatsen.Voer de onderstaande stappen uit om de afscheurpositie aan te passen:
Papierverwerking 31222222222222cLet op:Gebruik de knop voor papierinvoer nooit om de positie voor de bovenkant van het formulier te wijzigen. Hierdoor kan de printer beschadigd raken of de positie voor de bovenkant van het formulier worden verwijderd.Opmerking:De afscheurpositie blijft van kracht totdat u de positie wijzigt, zelfs als u de printer uitzet.1. Controleer of de lampjes Tear Off (Font) knipperen (het papier bevindt zich in de afscheurpositie). U dient wellicht nogmaals op de knop Tear Off (Font) te drukken om het papier door te voeren naar de afscheurpositie.2. Open de afdekking van de papiergeleider.3. Houd de knop Pause gedurende drie seconden ingedrukt. Het lampje Pause begint te knipperen en de printer schakelt over op de modus Nauwkeurig aanpassen.4.
32 PapierverwerkingOpmerking:De printer heeft een minimum- en een maximumafscheurpositie. Als u probeert een afscheurpositie in te stellen die boven of onder deze grenzen ligt, klinkt een pieptoon en wordt de verplaatsing van het papier gestopt.5. Druk op de knop Pause nadat u de afscheurpositie hebt ingesteld om de modus Nauwkeurig aanpassen af te sluiten.6. Scheur de afgedrukte pagina's af.Wanneer u doorgaat met afdrukken, wordt het papier automatisch teruggevoerd naar de positie voor de bovenkant van het formulier en wordt het afdrukken gestart.Afdrukken op losse vellenU kunt losse vellen papier een voor een in de printer plaatsen met de papiergeleider van de printer.
Zie Bijlage, “Papier,” voor specificaties voor de soorten losse vellen die u kunt gebruiken.Voordat u afdrukt op losse vellen van meervoudige formulieren, enveloppen of ander speciaal papier, dient u de papierdiktehendel in te stellen op de juiste positie. Zie “Afdrukken op speciaal papier” op pagina 34 voor meer informatie.Opmerking:❏Gebruik de optionele invoer voor losse vellen als u een stapel losse vellen wilt laden. Zie “Opties installeren en gebruiken” op pagina 121.❏ Zie “Printerspecificaties” op pagina 141 voor uitgebreide specificaties voor de soorten losse vellen die u kunt gebruiken.❏ U kunt de papiergeleider gebruiken om losbladige meervoudige formulieren zonder doorslag te laden die aan de bovenzijde zijn gehecht via een lijmrand.❏ Plaats meervoudige formulieren in de papiergeleider, met de inbindrand eerst en de bedrukbare zijde omlaag.
Papierverwerking 33222222222222❏ De afbeeldingen in deze handleiding zijn afkomstig van de LX-300+II. De LX-1170II is breder dan de LX-300+II. De uitleg is voor beide apparaten echter hetzelfde.Losse vellen ladenVoer de volgende stappen uit om losse vellen te laden:1. Zorg ervoor de printer uitstaat. Controleer ook of de papierontgrendelingshendel naar achteren is gedrukt in de positie voor losse vellen en of de papiergeleider zich in de verticale positie bevindt (zie onderstaande afbeelding).2. Verschuif de linkergeleider totdat deze wordt vergrendeld bij de geleidemarkering. Stel vervolgens de geleider voor de rechterrand in op de breedte van het papier dat u gebruikt.
34 Papierverwerking3. Schuif een vel papier in de printer tussen de randgeleiders. Druk het papier goed aan tot u het niet verder kunt invoeren.Bij normaal gebruik zet u de printer aan zonder op andere knoppen te drukken. Het afdrukken wordt gestart zodra de printer gegevens heeft ontvangen.cLet op:Gebruik de knop voor de papierinvoer aan de rechterkant van de printer alleen om vastgelopen papier te verwijderen en alleen als de printer is uitgezet. Op die manier voorkomt u dat de printer beschadigd raakt of de positie voor de bovenkant van het formulier wordt verwijderd.Afdrukken op speciaal papierDe printer kan ook afdrukken op een groot aantal verschillende papiersoorten, waaronder meervoudige formulieren, etiketten en enveloppen.Als u meervoudige formulieren afdrukt, kunt u op maximaal 13 mm (0,5 inch) van de randen van het papier afdrukken.
Zie “Printerspecificaties” op pagina 141 voor aanbevelingen over het afdrukbare gebied van enveloppen.cLet op:Als u afdrukt op meervoudige formulieren, papier dikker dan normaal papier, etiketten of enveloppen, dient u de toepassingssoftware zo in te stellen dat alleen binnen het aanbevolen afdrukbare gebied wordt afgedrukt. Wanneer verder dan de rand van deze papiersoorten wordt afgedrukt, kan de printerkop beschadigd raken.
Papierverwerking 35222222222222De papierdiktehendel aanpassenVoordat u op speciaal papier kunt afdrukken, dient u de instelling van de papierdikte aan te passen.Voer de onderstaande stappen uit om de instelling van de papierdikte aan te passen:1. Zet de printer uit en open het printerdeksel. De papierdiktehendel bevindt zich aan de linkerkant van de printer. De cijfers naast de hendel geven de dikte-instelling aan.2. Selecteer de juiste papierdikte aan de hand van de onderstaande tabel.3. Sluit het printerdeksel.Papiersoort Positie van hendelStandaardpapier (losse vellen of kettingpapier) 0Meervoudige formulieren2 vellen3 vellen4 vellen5 vellen0123Etiketten 1Enveloppen 2 of 4
36 PapierverwerkingMeervoudige formulierenU kunt meervoudige formulieren van maximaal vijf delen (één origineel plus vier kopieën) en zonder doorslag gebruiken op kettingpapier of losse vellen. Voordat u afdrukt op de formulieren, dient u de papierdiktehendel in te stellen aan de hand van de hierboven beschreven instructies. Neem de volgende tips in overweging voor goede resultaten:❏ Gebruik alleen meervoudige formulieren die zijn gelijmd met punten of gehecht aan de zijkant. Laad nooit meervoudige formulieren die zijn samengevoegd met metalen nietjes, tape of doorlopende lijm.❏ Gebruik uitsluitend losbladige meervoudige formulieren met alleen aan de bovenkant een lijmrand. Plaats de gelijmde rand van de formulieren het eerst in de printer. ❏ Gebruik uitsluitend meervoudige formulieren die niet zijn gekreukeld of gegolfd.
❏ Gebruik de toepassingssoftware of volg de instructies in “De positie voor de bovenkant van het formulier aanpassen” op pagina 27 als u de laadpositie moet aanpassen.❏ Wanneer u meervoudige formulieren met hechting aan de zijkant gebruikt, vallen de kopieën mogelijk niet samen met het origineel. In dat geval kiest u een hogere waarde voor de papierdiktehendel.EtikettenAls u wilt afdrukken op etiketten, dient u de tractor te gebruiken als pull-tractor en papier te plaatsen via de onderste papiersleuf. Voordat u op etiketten kunt afdrukken, dient u de papierdiktehendel in te stellen aan de hand van de instructies in “De papierdiktehendel aanpassen” op pagina 35. Houd rekening met het volgende:
Papierverwerking 37222222222222❏ Kies etiketten die zijn bevestigd op kettingpapier met een achterblad met gaten die geschikt zijn voor de geleide-eenheid voor gebruik met een tractor. Druk etiketten niet af als losse vellen, omdat het gladde achterblad vaak iets verschuift.❏ Laad etiketten op dezelfde manier als normaal kettingpapier. Zie “Afdrukken met de pull-tractor” op pagina 22 voor instructies voor het laden van papier.❏ De afdrukkwaliteit van etiketten hangt sterk af van de temperatuur en de luchtvochtigheid.
Gebruik etiketten daarom alleen onder normale bedrijfsomstandigheden.❏ Laat tussen afdruktaken geen etiketten in de printer zitten; de etiketten kunnen rond de plaat krullen en tijdens de volgende afdruktaak een papierstoring veroorzaken.❏ Als u de etiketten uit de printer wilt verwijderen, scheurt u de nieuwe toevoer aan de onderkant van de printer af en vervolgens drukt u op LF/FF om de resterende etiketten uit te printer te voeren.cLet op:Voer etiketten nooit achterwaarts door de printer; de etiketten kunnen dan losraken van het achterblad en vastlopen in de printer. Als een etiket is vastgelopen in de printer, neemt u contact op met de dealer.EnveloppenU kunt enveloppen een voor een invoeren met de papiergeleider. Houd rekening met het volgende:❏ Voordat u een envelop laadt, dient u de papierdiktehendel in te stellen op de juiste positie.
38 Papierverwerking❏ Voer de stappen in “Losse vellen laden” op pagina 33 uit om een envelop te laden. Plaats de brede rand van de envelop het eerst in de printer, met de bedrukbare zijde omlaag. Als u de envelop tussen de papiergeleiders invoert, drukt u de envelop goed aan en houd u de envelop vast totdat deze in de printer wordt gevoerd.❏ Gebruik enveloppen alleen bij een normale temperatuur en luchtvochtigheid.❏ Let erop dat niet buiten het aanbevolen afdrukbare gebied wordt afgedrukt.❏ De printerkop mag niet verder dan de linker- of rechterrand van de envelop of ander dik papier gaan. (Zie “Printerspecificaties” op pagina 141 voor specificaties.) Het is raadzaam een proefafdruk te maken op een normaal vel papier voordat u op enveloppen afdrukt.
Printersoftware 39333333333333Hoofdstuk 3PrintersoftwareDe printersoftwareDe Epson-software bevat de software voor de printerdriver en EPSON Status Monitor 3.De printerdriver is de software waarmee u via uw computer de printer kunt besturen. U dient de printerdriver te installeren om alle door de printer geboden mogelijkheden met uw Windows-toepassingen te kunnen gebruiken.Het programma EPSON Status Monitor 3 controleert de status van uw printer, waarschuwt u als er fouten optreden en biedt tips voor het oplossen van problemen. EPSON Status Monitor 3 wordt samen met de printerdriver geïnstalleerd.
Raadpleeg “EPSON Status Monitor 3 installeren” op pagina 59 voor instructies als u EPSON Status Monitor 3 later wilt installeren.Opmerking:❏ Controleer voordat u verder gaat of de printerdriver op uw computer is geïnstalleerd zoals wordt beschreven in Hier beginnen.❏ Zorg ervoor dat de software is ingesteld op ESC/P. De software van de printerdriver en EPSON Status Monitor 3 werken alleen in de modus ESC/P.De printerdriver gebruiken met Windows Me en 98U kunt de printerdriver openen vanuit de Windows-toepassingen of via het menu Start.
De instructies zijn hetzelfde.Zie “De instellingen voor de printerdriver wijzigen” op pagina 43 als u instellingen voor de printerdriver wilt controleren en wijzigen.Opmerking:Vele, maar niet alle Windows-toepassingen overschrijven de instellingen die met de printerdriver worden opgegeven. Het is daarom raadzaam te controleren of de instellingen voor de printerdriver aan uw vereisten voldoen.De printerdriver openen vanuit Windows-toepassingenVoer de onderstaande stappen uit als u de printerdriver wilt openen vanuit een Windows-toepassing:
42 Printersoftware2. Klik op Printer, Setup, Eigenschappen, of Opties. (De knop waarop u klikt, hangt af van de toepassing die u gebruikt; mogelijk dient u op een combinatie van deze knoppen te klikken.) Het venster Eigenschappen verschijnt, met daarin de menu's Papier, Afbeeldingen en Apparaatopties. Dit zijn de menu's met de instellingen voor de printerdriver.3. U kunt een menu weergeven door te klikken op het bijbehorende tabblad bovenaan het venster. Zie “De instellingen voor de printerdriver wijzigen” op pagina 43 voor informatie over het wijzigen van de instellingen.De printerdriver openen via het menu StartVoer de onderstaande stappen uit als u de printerdriver wilt openen via het menu Start.1. Klik op de knop Start en wijs Instellingen aan.2. Klik op Printers.
Printersoftware 433333333333333. Rechtsklik op het printerpictogram, en klik op Eigenschappen. Het venster Eigenschappen verschijnt, met daarin de menu's Papier, Afbeeldingen, Apparaatopties en Hulpprogramma. Dit zijn de menu's met de instellingen voor de printerdriver.4. U kunt een menu weergeven door te klikken op het bijbehorende tabblad bovenaan het venster. Zie “De instellingen voor de printerdriver wijzigen” op pagina 43 voor informatie over het wijzigen van de instellingen.De instellingen voor de printerdriver wijzigenDe printerdriver heeft zeven menu's: Papier, Afbeeldingen, Apparaatopties, Algemeen, Details, Hulpprogramma en Delen. Zie “Overzicht van instellingen voor de printerdriver” op pagina 50 voor een overzicht van de beschikbare instellingen. U kunt ook de online Help weergeven. Rechtsklik hiervoor op een item in de driver en selecteer Wat is dit?
44 PrintersoftwareNadat u de instellingen voor de printerdriver hebt gewijzigd, klikt u op OK om de instellingen toe te passen of u klikt op Standaardinstellingen herstellen om de standaardwaarden voor de instellingen te herstellen.Nadat u de instellingen voor de printerdriver hebt gecontroleerd en de gewenste wijzigingen hierin hebt aangebracht, kunt u gaan afdrukken.De printerdriver gebruiken met Windows Vista, XP, 2000 en Windows NT 4.0 U kunt de printerdriver openen vanuit de Windows-toepassingen of via het menu Start. ❏ Wanneer u de printerdriver opent vanuit een Windows-toepassing, gelden de instellingen die u opgeeft alleen voor de toepassing die u gebruikt.
Zie “De printerdriver openen vanuit Windows-toepassingen” op pagina 45 voor meer informatie.❏ Wanneer u de printerdriver opent via het menu Start, gelden de instellingen die u opgeeft voor de printerdriver voor alle toepassingen. Zie “De printerdriver openen via het menu Start” op pagina 47 voor meer informatie. ❏De afbeeldingen in het volgende gedeelte zijn afkomstig van de LX-1170II. Gebruikers van LX-300+II: vervang LX-300+II in de afbeeldingen door de modelnaam. De instructies zijn hetzelfde.Zie “De instellingen voor de printerdriver wijzigen” op pagina 49 als u instellingen voor de printerdriver wilt controleren en wijzigen.Opmerking:Vele, maar niet alle Windows-toepassingen overschrijven de instellingen die met de printerdriver worden opgegeven. Het is daarom raadzaam te controleren of de instellingen voor de printerdriver aan uw vereisten voldoen.
Printersoftware 45333333333333De printerdriver openen vanuit Windows-toepassingenVoer de onderstaande stappen uit als u de printerdriver wilt openen vanuit een Windows-toepassing:Opmerking:De onderstaande voorbeelden zijn gebaseerd op het besturingssysteem Windows 2000. De onderdelen die op het scherm worden weergegeven, kunnen afwijken van de onderdelen op uw computer; maar de instructies zijn hetzelfde.1. Selecteer Printerinstelling of Afdrukken in het menu Bestand van de toepassing. Controleer in het venster Afdrukken of Printerinstelling of uw printer is geselecteerd in de vervolgkeuzelijst Naam.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Epson LX-300+ II stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Epson
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer