Elco Trigon L Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Elco Trigon L (32 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 105 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Elco Trigon L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Elco |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Trigon L |
Foutcodes Elco Trigon L
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| 10 | Buitentemperatuurvoeler - kortsluiting of onderbreking | Fühler prüfen, Notbetrieb |
| 100 | Meerdere tijdmasters | Systeemfout, tijdmaster van de RVA regelaars controleren |
| 110 | STB heeft ingegrepen, te hoge temperatuur | Geen warmteafvoer, STB-functie, toestel laten afkoelen en resetten, als de fout vaker optreedt contact opnemen met servicedienst |
| 113 | Rookgasbeveiliging heeft ingegrepen | Aansluiting controleren, contact met servicedienst opnemen |
| 130 | Grenswaarde rookgastemperatuur overschreden | Aansluiting controleren, contact met servicedienst opnemen |
| 132 | Blokkerende ingang onderbroken | Bijv. gasdrukschakelaar of externe procesaansluiting geopend |
| 133 | Branderautomaat LMU vergrendeld (geen vlamherkenning na afloop van beveiligingstijd) | Resetten, als de fout vaker voorkomt contact opnemen met de servicedienst, gasdruk controleren, polen van de netaansluiting, ontstekingssysteem en ionisatiebeveiliging controleren |
| 134 | Uitval vlammen tijdens bedrijf | Resetten |
| 135 | Verkeerde luchttoevoer | Boven-/ondergrens toerental overschreden, parameters controleren, aanjager defect |
| 140 | Verkeerd LPB-segmentnummer of toestelnummer | Configuratiefout, instelling van de RVA regelaars controleren |
| 148 | LPB-interface/hoofdtoestel niet compatibel | Configuratiefout, instelling van de RVA regelaars controleren |
| 151 | Interne fout LMU | Parameters LMU controleren, LMU ontgrendelen, LMU vervangen, contact opnemen met servicedienst |
| 152 | Fout in parameters LMU | Parameters LMU controleren, nieuwe parameters LMU instellen |
| 153 | TRIGON is vergrendeld | Resetten |
| 154 | Plausibiliteitscriterium geschonden | Parameters LMU controleren |
| 160 | Toerentalgrens niet bereikt | Aanjager defect of toerentalgrens verkeerd ingesteld |
| 161 | Maximaal toerental overschreden | Max. toerental aanjager is overschreden, parameters controleren |
| 180 | Functie schoorsteenveger actief | Alleen weergave, geen uitschakeling |
| 181 | Inspectiefunctie actief | Alleen weergave, geen uitschakeling |
| 183 | TRIGON staat op de programmeringsmodus | Alleen weergave, geen uitschakeling |
| 20 | Vertrek-ketelvoeler - kortsluiting of onderbreking | Aansluiting controleren, contact met servicedienst opnemen |
| 28 | Rookgasvoeler - kortsluiting of onderbreking | Aansluiting controleren, contact met servicedienst opnemen |
| 40 | Retour-ketelvoeler - kortsluiting of onderbreking | Aansluiting controleren, contact met servicedienst opnemen |
| 50 | Boilervoeler - kortsluiting of onderbreking | Aansluiting controleren, contact met servicedienst opnemen, noodbedrijf |
| 61 | Storing afstandsbediening QAA 73 | Afstandsbediening QAA 73 en busleiding controleren |
| 62 | Verkeerde afstandsbediening QAA 73 | Juiste afstandsbediening QAA 73 aansluiten |
| 81 | Kortsluiting van LPB-bus of geen bussignaal | Communicatiefout, busleiding, stekkers enz. controleren, LPB-bussignaal niet geactiveerd |
| 82 | Dubbele adressering op LPB-bus | Adressering van aangesloten RVA regelaars controleren |
| 91 | Gegevensverlies in de LMU-branderautomaat | Interne fout LMU, procesvoeler controleren, LMU vervangen, contact opnemen met servicedienst |
| 92 | Hardwarefout in de elektronica | Interne fout LMU, procesvoeler controleren, LMU vervangen, contact opnemen met servicedienst |
| 95 | Ongeldige tijd | Tijd corrigeren |
Handleiding Elco Trigon L – volledige tekst
Inhoud Inhoud. 2 Algemene richtlijnen. 3 Bepalingen. 3 Garantiebepalingen. 3 Kwaliteit van het verwarmingswater. 4 Productbeschrijving Componenten. 5 Functiebeschrijving. 5 Leveringsomvang. 5 Bedieningspaneel, compact gasblok6. 6 Technische gegevens. 7 Maattekeningen. 8 Richtlijnen voor integratie in het systeem Schoorsteen, rookgasafvoergeleiding. 9 Condensafvoerleidingen. 9 Montage Voorbereiding van de montage. 10 Lucht-/rookgasafvoergeleiding. 11 Mogelijke uitvoeringen. 12 Rookgasafvoersysteem, open uitvoering. 13 Voorbeeld: rookgasafvoerinstallatie. 13 Opstelling van de condenserende gasketel. 14 Demontage/montage van de bekledingsdelen. 14 Aansluiting van de ketel, installatie vullen. 15 Elektrische installatie. 16 Inbedrijfstelling Controlemaatregelen, circulatiepomp. 17 Controlemaatregelen. 18 Instellen van het gasblok. 19 Bedieningspaneel AGU2. 311.
20 Display op het bedieningspaneel. 21 Standaardweergave op het bedieningspaneel. 22 Instellen gewenste temperatuur verwarmingskring. 23 Instellen gewenste temperatuur tapwater. 23 Parameterinstellingen eindgebruiker. 24 Functie schoorsteenveger. 26 Onderhoud en service Bekleding van het toestel verwijderen. 27 Demontage van de brander en het gasblok. 28 Reiniging. 28 Richtlijnen voor het onderhoud. 29 Lijst met storingsmeldingen. 30 Informatieweergave. 31 2.
Algemene richtlijnen en bepalingen Garantiebepalingen Algemene richtlijnen De installatie, opstelling, elektrische aansluitingen en eerste inbedrijfstelling moeten door een vakman uitgevoerd worden. Deze is verantwoordelijk voor een deskundige uitvoering. Tips voor de gebruiker De veiligheid en werking van de condenserende gasketel blijven behouden wanneer de installatie regelmatig door een vakman wordt onderhouden. Voor de regelmatige uitvoering daarvan wordt aangeraden een onderhoudscontract af te sluiten.
Bepalingen Met het oog op een veilig, milieuvrien- delijk en energiebesparend gebruik moet u de volgende normen naleven: DIN 1988 - tapwaterleidinginstallaties op terreinen, technische bepalingen voor aanleggen en bedrijf DIN 18160 + EN 13 384 - schoorsteen TRGI (DVGW G600) - technische regels voor gas- gestookte installaties ATV A 251 - afvoer van condens uit ver- warmings-ketels naar de openbare riolering Geldende bouwregelgeving TRF - technische regels voor vloeibaar gas DVGW G688 - procesblad techniek condens- erende installaties EN 12 831 - regels voor het berekenen van de warmtebehoefte van gebouwen EN 12 828 - veiligheidstechnische uitrusting van verwarmingsinstallaties met vertrektemperaturen tot 95°C - EnEV - FeuVO Voor de installatie van de condenserende gasketel TRIGON moeten het gasbedrijf en de verantwoordelijke schoorsteenveger goedkeuring verlenen.
inbedrijfstelling door de koper of derden - gebruik van onderdelen van andere fabrikanten - gebruiken van de installatie met te hoge druk of buiten de in de fabriek bepaalde prestatiegegevens - het gebruik van ongeschikte brandstoffen - niet opvolgen van de richtlijnen die in de handleiding en op de stickers op de condenserende gasketel staan Voor Oostenrijk geldt bovendien: - ÖVGW TR Gas (G1) - ÖVGW TR vloeibaar gas (G2) - ÖNORM H 5152 condenserende installaties, ontwerptips - ÖNORM M 7443 gasgestookte installaties met atmo- sferische brander deel 1, 3, 5, 7 - ÖNORM M 7457 gasgestookte installaties met mechanisch ondersteunde premixbrander - ÖNORM H 5195 norm inzake verwarmingswater - ÖVGW-richtlijnen G1 - techn. richtlijn voor het installeren van lagedruk- gasinstallaties G2 - techn.
richtlijn voor het installeren van vloeibaar- gas-installaties G41 - condenser- ende verwarmingsinstallaties, opstelling en aansluiting G4 - stook- ruimterichtlijn - Het toestel is toegelaten op grond van artikel 15a B-VG en het voorschrift inzake verwarmingsin- stallaties VO (FAV 97) - u dient de plaatselijk geldende bouwvoorschriften op te volgen Voor Zwitserland geldt verder: - PROCAL bond van leveranciers van verwarmingsmateriaal - SVGW - gasinstructies G1: gasinstallaties Schweizerischer Verein des Gas- und Was-serfaches - EKAS - Form, 1942: richtlijn voor vloeibaar gas, deel 2 - BUWAL Bundesamt für Umwelt, Wald und Landschaft - VKF Vereinigung kantonaler Feuer- versicherungen - Waterbehandeling volg de richtlijnen van SWKI nr. 97-1 Waterbehandeling voor verwarm- ingsinstallaties Daarnaast dient u de specifieke nationale verordeningen en normen op te volgen. 3.
Kwaliteit van het verwarmingswater Kwaliteit van het verwarmingswater De samenstelling en de kwaliteit van het water in het systeem hebben een directe invloed op de prestaties van het hele systeem en op de levensduur van de ketel. Voor het vullen en latere bijvullen van de installatie kunt u normaal gesproken leidingwater met een pH-waarde 7-8 gebruiken, voor zover het geen sterk corrosief (chloridegehalte > 150 mg/l) of zeer hard water (>14°dH; hardheidsbereik IV) is. Bij het water- bedrijf kunt u een tapwateranalyse aanvragen. Als het specifieke installati- evolume groter is dan 20 liter/kW verwarmingsvermogen (bijv. door het inbouwen van een verwarmings- buffervat), dient u de max. toegestane kalkafzetting door het vul- en bijvulwater volgens de berekening van de VDI- richtlijn 2035 te bepalen. Indien nodig het vulwater ontharden. Er mogen geen corrosiewerende middelen worden ingezet.
Voor Oostenrijk geldt bovendien ÖNORM H 5195-1. Voor Zwitserland geldt bovendien: SWKI Nr. 97-1 Onbekende waterkwaliteit en aansluiting op bestaande installaties Vaak bevat verwarmingswater stoffen en toevoegingen die de werking en de levensduur van de condenserende gasketel beïnvloeden. Voer daarom een van de volgende stappen uit: • Verwarm het oude systeem voordat u de ketel vervangt en tap het vervolgens volledig af. of • Spoel het verwarmingssysteem zorgvuldig door nadat u de nieuwe ketel heeft aangesloten. Het beste tijdstip om de installatie door te spoelen is direct nadat het systeem de eerste keer is verwarmd. Vloerverwarming Bij oude installaties, vloerverwarm- ingssystemen en bij problematisch vulwater raadt ELCO u aan om de warmtewisselaar uit ons toebehoren- programma te installeren.
Productbeschrijving Componenten Functiebeschrijving Leveringsomvang 1 Bedieningspaneel AGU 2 Warmtewisselaar 3 Rookgastemperatuurvoeler 4 Ontstekingstransformator 5 Ontstekingselektrode 6 Ionisatie-elektrode 7 Aanjager 8 Ontluchter warmtewisselaar 9 Vertrek-/retourvoeler 10 Aansluitstukken standaardversie 11 Ketelpomp 12 Gasblok 13 Geluiddemper Productbeschrijving De condenserende gasketel TRIGON is gekenmerkt met CE- 0063BQ3008 en voldoet zodoende aan de volgende normen en richtlijnen: - DIN EN 677 - EN 60 335 - EN 55 014-1/2 - 90 / 396 / EWG - 89 / 336 / EWG - 73 / 23 / EWG - 92 / 42 / EWG - DIN EN 483 - DIN EN 297 - DIN EN 656 - De NOX-grenswaarden voldoen aan 1. BImSchV §7 (2) De condenserende gasketel TRIGON heeft een gesloten systeem met afgesloten verbrandingsruimte. De verbrandingslucht komt via een luchttoevoersysteem in het toestel.
De condenserende gasketel is bedoeld voor gesloten warmwaterverwarm- ingsinstallaties. Het ketelvermogen wordt met de geïntegreerde regeling modulerend aangepast aan de momentele warmtebehoefte. Warmtewisselaar De roestvrijstalen warmtewisselaar is opgebouwd uit meerdere vlakke spiralen en zorgt voor een optimale warmteoverdracht van de rookgassen aan het ketelwater. De condensatie vindt plaats in het bovenste gedeelte van de warmtewisselaar. De condens die ontstaat wordt achterin de warmtewisselaar naar beneden afgevoerd. Stuur- en regeleenheid De stuur- en regeleenheid zorgt voor de functie van de branderautomaat en voor de regeling van de modulerende werking van de ketel, inclusief weer- safhankelijke verwarmingsregeling met warmwaterbereiding en de mogelijk tot uitbreiding met een extra mengerkring via clip-IN. Op de display kan men de bedrijfstoestand van de ketel aflezen.
Productbeschrijving Bedieningspaneel Compact gasblok Bedieningspaneel Het bedieningspaneel is met alle bovengenoemde bedieningselementen in de condenserende gasketel geïntegreerd. Het elektronische systeem LMU zorgt voor: - management voor de modulerende ketelregeling - weersafhankelijke verwarmings- regeling voor één verwarmings- kring - warmwaterbereiding Compact gasblok Het compacte gasblok werkt als veiligheidsgasafsluiter en als regelaar. De regelaar werkt als pneumatische gas-/lucht-drukverschilregelaar. Deze regelt gasuitgangszijdig de gasdruk Po in functie van de verbrandingsluchtdruk PL. Als er geen luchtdruk is opgebouwd (PL=0), blijft de gasklep dicht. De drukverhouding gas/lucht en als gevolg daarvan de hoeveelheidsverhouding gas/lucht kan worden ingesteld en blijft vervolgens voor het hele belastings- bereik nagenoeg constant.
Technische gegevens Veiligheidsafsluiters 2 stuks, klasse B/C Netspanning AC 230 V Opgenomen stroom 0,37 A Instelling gasdrukschakelaar 10 mbar Gasblok inclusief gasfilter De warmwatertemperatuur is in de fabriek afgesteld op 55°C, maar kan worden gewijzigd. De karakteristieken van de verwarmingskring-stooklijnen zijn al ingesteld en kunnen voor elke installatie worden aangepast. Alle parameters kunnen via het bedien- ingselement AGU 2.311 of de afstandsbediening QAA73 (toebehoren) worden ingesteld.
Richtlijnen voor integratie in het systeem Schoorsteen Rookgasafvoergeleiding Condensafvoerleidingen Condenserende installaties Bij condenserende installaties wordt de resterende warmte uit de rookgassen gehaald door afkoeling en condensatie; deze warmte wordt doorgegeven aan het verwarmingssysteem. Het gevolg hiervan is een hoger rendement en een lager energieverbruik. Instructies voor de schoorsteen Rookgasafvoersystemen moeten worden gemonteerd in een schacht die voldoet aan DIN 18160/deel 1. Voordat u de condenserende gasketel monteert, dient u de rook- gasafvoergeleiding te controleren. De afmetingen gelden alleen bij toepassing van het rookgasafvoer- systeem van polypropyleen (PPs) DN 110/150. Door de lage rookgas- temperaturen zijn er speciale rookgas- afvoergeleidingen voor condenserende ketels nodig, die in de handel verkrijgbaar zijn.
Kenmerken: - vochtbestendige schoorstenen - binnenste buis die geen condens doorlaat - gekeurde rookgasafvoerleidingen - de verbindingsdelen (moffen) moeten in de schacht passen Installatie van de ketel op zolder gesloten uitvoering, lengte rookgasafvo-erleiding max. 4m Vereisten voor rookgasafvoer- geleiding - via een rookgasafvoerleiding die voldoet aan DIBT (Duitsland), VKF (Zwitserland), ÖTZ (Oostenrijk) - afvoer in de schoorsteen Vereisten voor leidingen en leidingdelen Deze moeten - buiten schachten toegankelijk en controleerbaar zijn; beschermd zijn tegen ijsafzetting - in schachten zwevend gemonteerd zijn Vereisten voor rookgasafvoerleidingen - vochtbestendig - geschikt voor rookgastemperaturen onder de 40 °C - bestand tegen overdruk Aanbevolen toebehoren: Toebehoren montageset rookgasafvoerleiding Niet toegestaan Er mogen geen vaste conden- safvoerleidingen geïnstalleerd worden.
Rookgasafvoergeleidingen lucht-/rookgasafvoersysteem De uitvoering van de rookgasafvoer- installatie moet voldoen aan de ter plekke geldende voorschriften. De compacte verwarmingsketel TRIGON L mag alleen in combinatie met goed- gekeurde rookgasafvoersystemen worden gebruikt. Ter plaatse aanwezige rookgasafvoerinstallaties moeten vochtbestendig en corrosiewerend zijn, mogen geen condens doorlaten en moeten berekend zijn op de bouw- kundige en praktische vereisten. De rookgassen moeten de schoorsteen aan de bovenkant ongehinderd kunnen verlaten; gebruik van een schoor- steenkap wordt daarom afgeraden. De verbinding tussen de schoorsteen en TRIGON L moet licht aflopend (3%) worden uitgevoerd, zodat de condens uit de rookgasafvoer kan weglopen. Deze verbinding moet met zo min mogelijk bochten uitgevoerd worden.
De rookgasafvoer moet volgens de voorschriften van inspectieopeningen zijn voorzien. Toepassing van een gesloten rookgasafvoersysteem is ook mogelijk. Rookgasafvoerleidingen De leidingen mogen niet horizontaal gelegd worden om te voorkomen dat er in de leidingen condens ontstaat. De onderdelen moeten zodanig geïnstalleerd worden dat ze perfect op elkaar aansluiten. Gebruik bij de montage 45°-bochten. De verticale onderdelen dienen met klemmen bevestigd te worden. Condens De aansluiting van de condensafvoer (achter de ketel) moet licht aflopend in de afvoerleiding gevoerd worden. Gevaar voor bevriezing moet uitgesloten zijn. Voorbeeld van installatie van aparte condensafvoerleiding op de rookgasafvoerleiding 9.
Montage Voorbereiding van de montage Opstelling en afstanden De ketel is alleen goed toegankelijk voor bediening en onderhoud als de minimale afstanden aangehouden worden. Installatieplaats Installeer de installatie niet in ruimten met agressieve dampen (bv. haarspray, perchloorethyleen, tetrachloorkoolstof) of in zeer stoffige of vochtige ruimten (bv. waskeuken). De installatieplaats moet vorstvrij zijn. Indien deze eisen niet worden nageleefd, vervalt de garantie voor daaruit voortvloeiende schade. Zorg er bij de montage van het toestel voor dat er geen vuil (bv. stof van het boren) in de condenserende gasketel terechtkomt. Dek het toestel daartoe af. Aangezien de voorschriften in de afzonderlijke deelstaten verschillend zijn, dient u voorafgaand aan de installatie van het toestel te overleggen met de bevoegde instanties en de verantwoordelijke schoorsteenveger.
Gasaansluiting Het leggen van de gasleiding en de gaszijdige aansluiting mogen alleen door een erkende gasinstallateur worden uitgevoerd. Reinig de cv-leidingen en de gasleiding voordat u de condenserende gasketel aansluit; dit is vooral van belang bij oudere systemen. Zorg er bij het leggen van de gasleidingen voor dat er geen spanning op staat. Voor de inbedrijfstelling dient u de buisleidingen en de aansluitingen gaszijdig op lekken te controleren. De max. druk voor het afpersen van de gasblokken aan de brander is 150 mbar. Buitentemperatuurvoeler monteren Deze voeler is niet voorbedraad. Montageplaats: - minstens 2 m boven het maaiveld, indien mogelijk tegen de noordmuur van het gebouw - Let op dat de sensor niet beïnvloed wordt door schoorstenen, ramen enz. Montagewijze: - Draai de voeler zo dat de kabeldoorvoer vanuit het kastje naar onder loopt. Leidinglengte: - max.
Montage Lucht-/rookgasafvoergeleiding Mogelijke uitvoeringen Open uitvoering B23 Gesloten uitvoering, PPS/aluminium wit C33x Lucht-/rookgasafvoergeleiding via het dak met dezelfde drukwaarden Installatie in de kelder Rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem tot het rookgasafvoerkanaal Lucht-/rookgasafvoergeleiding via het dak Inbouw in vochtbestendig rookgasafvoerkanaal Lucht-/rookgasafvoergeleiding via het dak met dezelfde drukwaarden Installatie op een verdieping/op zolder Rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem via schuin of plat dak C43x Aansluiting op AZ/LAS (tweetreks) meervoudige werking ter plaatse C53x Luchttoevoer en rookgasafvoer naar buiten met verschillende drukwaarden ter plaatse C63x Aansluiting luchttoevoer/rookgasafvoer op apart gekeurde en geleverde luchttoevoer-/rookgasafvoerleidingen Installatie in de kelder of op een verdieping Rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem door de buitenmuur Rookgasafvoergeleiding door geïsoleerde rookgasafvoerleiding of AZ-AW Rookgasafvoerleiding (zwevend gemonteerd) aan de buitenmuur C83x Aansluiting rookgasafvoer op rookgasafvoerinstallatie, meervoudige werking (onderdruk) Toevoer van verbrandingslucht via aparte luchttoevoerleiding ter plaatse Rookgasaansluiting op rookgasafvoerinstallatie Meervoudige werking (onderdruk/overdruk) Installatie in de kelder Luchttoevoer via opstellingsruimte Rookgasafvoergeleiding via het dak Minimale doorsneden schacht Zwevende montage conform DIN 18160 voor uitvoering B23 (open systeem) Rookgas- afvoerleiding Ø 110 mm > 168 188 11
Montage Lucht-/rookgasafvoergeleiding Mogelijke uitvoeringen Aansluiting op vochtbestendige luchttoevoer-/rookgasafvoer- schoorsteen C43x (AZ) De rechte lucht-/rookgasafvoergeleiding mag bij installatie op een luchttoevoer- /rookgasafvoerschoorsteen niet langer zijn dan 1,4 m. U mag niet meer dan drie 90°-bochten installeren. De luchttoevoer-/rookgasafvoerschoorsteen AZ moet door DIBT (Deutsches Institut für Bautechnik); VKF (Verein Kantonaler Feuerversicherungen) ÖTZ zijn goedgekeurd voor condenserende ketels. Aansluiting op vochtbestendige rookgasafvoerschoorsteen of rookgasafvoerinstallatie B23 voor gesloten werking De rechte lucht-/rookgasafvoergeleiding mag bij installatie op een rookgas- afvoerschoorsteen niet langer zijn dan 2 m. U mag niet meer dan drie 90°-bochten installeren. De rookgasafvoerschoorsteen moet door DIBT/ VKF/ÖTZ zijn goedgekeurd voor condenserende ketels.
Aansluiting op een verbrandings- luchttoevoer-/rookgas- afvoergeleiding C63x die niet met het gasgestookte toestel is gekeurd De rechte lucht-/rookgasafvoergeleiding mag bij installatie op een verbrandings- luchttoevoer- en rookgasafvoerleiding niet langer zijn dan 2 m. U mag niet meer dan drie 90°-bochten installeren. De rookgasafvoerinstallatie moet door DIBT/ VKF/ÖTZ zijn goedgekeurd voor condenserende ketels. Als de verbrandingslucht uit de schacht wordt gehaald, dient deze schoon te zijn. Meervoudige werking van rookgas- afvoerinstallaties (niet leverbaar) Bij meervoudige werking van de rookgasafvoerinstallatie dient u rekening te houden met de berekening, het ontwerp en het keuringsrapport van de fabrikant van de schoorsteensystemen. De uitvoering van de rookgasafvoer- installatie moet voldoen aan de ter plekke geldende voorschriften.
Condenserende gastoestellen met een lucht-/rookgasafvoergeleiding via het dak mogen alleen geïnstalleerd worden op zolder of in ruimten waarvan het plafond ook als dak dient of waar boven het plafond alleen nog de dakconstructie is. De lucht-/rookgasafvoergeleiding mag niet door andere ruimten lopen. Als het plafond een bepaalde brand- bestendigheid moet hebben, moeten de leidingen voor de verbrandings- luchttoevoer en de rookgas- afvoergeleiding tussen de bovenkant van het plafond en het dak zijn voorzien van bekleding die dezelfde brand- bestendigheid als het plafond heeft en uit niet-brandbaar materiaal bestaat.
Als het plafond geen bepaalde brand- bestendigheid hoeft te hebben, moeten de leidingen voor de verbrandings- luchttoevoer en de rookgasafvoerge- leiding tussen de bovenkant van het plafond en het dak worden geïnstalleerd in een schacht van niet-brandbaar, vormvast materiaal of in een metalen buis (mechanische bescherming). Rookgasafvoerleidingen moet op vrije doorgang gecontroleerd kunnen worden. In de installatieruimte moet daarvoor in overleg met de verantwoordelijke schoorsteenveger minstens één inspectie- en/of controleopening worden aangebracht. Gebruik voor rookgaszijdige verbindingen moffen en dichtingen. Plaats moffen altijd tegen de stromings- richting van de condens in. Installeer de lucht-/rookgasafvoergeleiding licht aflopend (3°) ten opzichte van de condenserende gasketel.
De te berekenen lengte van de lucht-/rookgasafvoergeleiding mag bij installatie als wandketel of als de lucht-/rookgasafvoergeleiding door het dak loopt niet groter zijn dan 4 m. De berekende lengte van de lucht-/rookgasafvoergeleiding bestaat uit de lengte van de rechte stukken en de lengte van de bochten. Daarbij telt een 90°-bocht als 1 m en een 45°-bocht als 0,8 m. Om te voorkomen dat de luchttoevoer en de rookgasafvoergeleiding elkaar boven het dak beïnvloeden, adviseren wij een minimumafstand van 2,5 m tussen luchttoevoer en rookgas- afvoergeleiding.
Montage Aansluiting van de ketel, installatie vullen Sifon en condensafvoer • Plaats de sifon (1) zoals hiernaast is afgebeeld. • Verwijder de bekledingsdelen van de condenserende gasketel. • Sluit de condensafvoer resp. de neutralisatie-inrichting (toebehoren) aan op de sifon. Aanwijzing De condensleiding mag geen vaste verbinding met de riolering hebben. De condens moet vrij in een trechter kunnen lopen. Installatie vullen • Sluit de waterslang aan op de vul- en aftapkraan (2). • Draai alle radiatorkranen open. • Vul de installatie in koude toestand tot 1 bar bereikt is. • Zorg voor de juiste waterkwaliteit. • Ontlucht de pomp (draai indien nodig de waaier los met een schroevendraaier). • Vul de condenssifon met water (ca. 0,5 l). • Start de pomp een paar keer op. • Ontlucht de installatie volledig, vul de installatie vervolgens tot de definitieve bedrijfsdruk is bereikt.
• Draai de ontluchtingsschroef dicht en verwijder de vulslang. Bestaande installaties • Spoel de installatie zorgvuldig door. • Controleer de verbindingen op lekken. • Ontlucht de installatie zorgvuldig. 3 Kabeldoorvoer voor externe bekabeling 4 Gasaansluiting 3/4" 5 Aansluiting vertrek 6 Aansluiting retour 7 Aansluiting condens 1 2 3 5 6 7 4 • Sluit de ketel aan op de gasleiding. • Controleer de leidingen op lekken. De aansluiting mag uitsluitend door een bevoegd vakman worden uitgevoerd. • Breng de betreffende rookgas- aansluitplaat (concentrisch/parallel) aan. • Plaats het ketelaansluitstuk (concentrisch of parallel) van de bovenkant in de daartoe bestemde opening en duw het in de aansluitingsbuis. Gebruik hierbij het glijmiddel dat voor PPS-rookgas- afvoeren geschikt is. • Sluit de rookgascollector aan op het rookgasafvoersysteem. • Monteer de stomp.
Montage Elektrische installatie Installeren van de leiding voor de netaansluiting De externe leidingen mogen max. 30 mm gestript worden. De stroomleidingen van de spanningsont- laster tot de klemmen moeten bij het glijden uit de spanningsontlaster (2) vóór de beveiligingsleiding strak worden. De lengte van de leidingen moet overeenkomstig hiermee worden bepaald. Voer de leidingen om het tussenschot (3) heen. Algemene opmerking De elektrische installatie en de aansluitingen mogen enkel door een elektricien worden uitgevoerd. Daarbij moeten de VDE/ÖVE/SEV- en EVU-voorschriften en bepalingen worden nageleefd. 1 2 3 Aansluiting op het net en aansluiting van ter plaatse aanwezige bedrading Het toestel is ontworpen voor vaste aansluiting en aansluitleidingen NYM 3 x1,5 mm2 of H05W-F 3 x 1 mm2. De condenserende gasketel en het bedieningspaneel zijn voorzien van bedrading.
De aansluiting op het net gebeurt met klemmen (1) op het toestel via een daarvoor voorziene en beveiligde stroomkring. De condenserende gasketel moet met gepaste middelen van het net kunnen worden gescheiden. Daarvoor moeten alpolige schakelaars met een contact- opening > 3 mm of veiligheids- schakelaars worden gebruikt. Netspanning: 230 V, 50 Hz Zekering voor de netaansluiting: 10 A Opgenomen vermogen: max. 420 W Opgenomen vermogen systeem- pomp(en) Max. schakelstroom LMU 1 A/relais, max. 5 A in totaal Opgelet Wordt bij de TRIGON L één kring mengkraan via de AGU 2500 aangesloten, dan moet een brug geplaatst worden op de klemmen 50/51 (X10-01). 16 56-57 54-55 Vergrendelende ingang 52-53 Kamerthermostaat 50-51 QAA73
Inbedrijfstelling Controlemaatregelen circulatiepomp TRIGON L Pomp Fase TRIGON L 65 UPS 25-55 1 TRIGON L 85 UPS 25-55 2 TRIGON L 100 UPS 25-80 3 TRIGON L 120 UPS 25-80 3 Instellingen van de pompen bij gebruik van de platen- warmtewisselaar Bij gebruik van een hydraulische evenwichtsfles dient u het toerental van de interne pomp zodanig te kiezen dat er een delta T (V/R) van 20 K ontstaat. Het temperatuurverschil kunt u bepalen aan de hand van de keteltemperatuur die op de display is aangegeven. De retourtemperatuur is aangegeven op het uitgebreide informatieniveau b1 (zie tabel pag. 31) 17
Inbedrijfstelling Controlemaatregelen De eerste opstart mag uitsluitend door een bevoegd vakman worden uitgevoerd. Voorafgaand aan de inbedrijfstelling moeten altijd de volgende controles worden uitgevoerd: • Controleer de stroomtoevoer. • Controleer de druk in de verwarmingsinstallatie. • Controleer de druk bij de gasaansluiting. • Controleer de gasleiding op lekken. • Controleer of het rookgas- afvoertoebehoren correct gemonteerd is. • Controleer de condensaf- voerleiding op lekken. Minimale circulatie- hoeveelheid/doorstromingsbewaking Bij warmtevraag moet er een hydrau- lische doorstroming door het toestel plaatsvinden. Het toestel is voorzien van een doorstromingsbeveiliging, waarmee de doorstroming wordt bewaakt.
Om te garanderen dat de minimale doorstroming plaatsvindt, adviseren wij u om de evenwichtsfles of de platenwarmtewisselaar te installeren (beide zijn verkrijgbaar als toebehoren) of om de TRIGON L aan te sluiten op een open verdeler. Instructies voorafgaand aan de inbedrijfstelling • De capaciteit van het expansievat moet voldoende zijn. Volg de voorschriften voor de kwaliteit van het water op, vul het systeem indien nodig met onthard water. • Voer de inbedrijfstelling en het ontluchten van de installatie direct uit nadat deze gevuld is, anders kunnen er luchtbellen ontstaan die tot corrosie kunnen leiden. • Als u de verwarmingsinstallatie bij een lage systeemtemperatuur en maximale doorstroming in bedrijf stelt, voorkomt u kalkafzetting in de ketel. • Vervang bij onderhoudswerkzaam- heden niet al het verwarmings- water.
Inbedrijfstelling Instellen van het gasblok Instelwaarden aardgas Aardgas L/E TRIGON L 65-120 Gasdruk mbar 20 CO2 max. % 8,8 ± 0,2 CO2 min. % 8,2 ± 0,2 De min. en max. CO2-waarden moet altijd minstens 0,3% van elkaar verschillen. Instellen van de verbrandings- kwaliteit • Sluit het toestel waterzijdig, gaszijdig en elektrisch aan. Door het afwijkende ontstekingsgedrag van aardgas LL en aardgas H moet het gas-lucht-mengsel worden aangepast. • Als de ontsteking heeft plaatsgevonden, kunt u met de instelschroef (2) op de gasklep de voorgeschreven CO2-waarde bij vollast instellen. • Stel de CO2-waarde bij deellast in met de instelschroef (1) op het gasblok.
Inbedrijfstelling Standaardweergave op het bedieningspaneel AGU Weergave 1 Bedrijfsmodi voor verwarmingskring 2 Bedrijfsmodi voor tapwater 3 Programma verwarmingskring (dag/nacht) 4 Tijd 5 Werkelijke waarde ketel 7 Vlammenstatus 8 Tijdbalk 9 Bedrijfsmodus van de ketel Informatietoets Druk op de informatietoets om naar het informatieniveau te gaan. Vervolgens kunt u door meerdere keren op de informatietoets te drukken de verschillende gegevens oproepen, die beschikbaar zijn op het informatieniveau. Toets info Betekenis 1 Tapwatertemperatuur 2 3 X. Bedrijfsfase 4 Buitentemperatuur 5 Ex ALBATROS-foutcode 6 Keteltemperatuur 7 of Terug naar standaardweergave Als u op het informatieniveau bent, kunt u een uitgebreide infomodus oproepen.
Inbedrijfstelling Instellen gewenste temperatuur verwarmingskring Instellen gewenste temperatuur tapwater Instellen van de gewenste temperatuur verwarmingskring Afhankelijk van de verwarminginstallatie wordt de gewenste waarde van de ruimtetemperatuur of van de keteltemperatuur gewijzigd! Als u gedurende ca. 8 min. geen toets indrukt, springt het scherm automatisch terug naar de standaardweergave en worden de wijzigingen opgeslagen. Toets Weergave Betekenis 1 Druk op de vertrektemperatuur- toets om de gewenste waarde voor de verwarmingskringen te selecteren. 2 Druk op de toets om de gewenste temperatuur in te stellen. 3 of of Druk op een van deze toetsen om terug te gaan naar de standaardwaarde; de wijzigingen worden opgeslagen. Instellen van de gewenste temperatuur tapwater "TBWSoll" Als u gedurende ca. 8 min.
geen toets indrukt, springt het scherm automatisch terug naar de standaardweergave en worden de wijzigingen opgeslagen. Toets Weergave Betekenis 1 Druk op de tapwatertempera- tuurtoets om de gewenste waarde voor de het tapwater te selecteren. 2 Druk op de toets om de gewenste waarde in te stellen. 3 of Druk op een van deze toetsen om terug te gaan naar de standaardwaarde; de wijzigingen worden opgeslagen. 23
Parameterinstellingen eindgebruiker Instelling voor de individuele behoeften van de eindgebruiker Als u gedurende ca. 8 min. geen toets indrukt. springt het scherm automatisch terug naar de standaardweergave. Wijzigingen worden niet opgeslagen. Toets Opmerking 1 Druk op een van de twee regelselectietoetsen. Hierdoor gaat u meteen naar het niveau "Eindgebruiker". 2 Kies met een van de twee regelselectietoetsen de betreffende regel. Deze wordt op het scherm (1) aangegeven met «Pxxx». 3 Stel de gewenste waarde in met de plus- of min-toets. De instelling wordt opgeslagen zodra u het niveau voor programmering verlaat of naar een andere regel gaat. De onderstaande parameterlijst bevat alle mogelijke instellingen. 4 of Druk op een van deze toetsen te drukken, verlaat u het niveau voor programmering "Eindgebruiker". Als u waarden heeft gewijzigd, worden die op deze manier niet opgeslagen.
Inschakelen • Houd de twee toetsen langer dan 6 sec. ingedrukt • Op het display knippert de pointer van de inspectie- functie • Op het scherm wordt het ingestelde relatieve ketelvermogen Instellen • Druk op de insteltoetsen om het vermogen per procent te verhogen of te verlagen. • Druk op de regelselectietoetsen om direct min. of max. vermogen te selecteren. Functie schoorsteenveger Inspectiefunctie Beschrijving functie schoorsteen- veger Met de functie schoorsteenveger kan de ketel in de verwarmingsmodus in bedrijf worden gesteld. De functie is bedoeld om waarden aan de ketel te meten; daarbij wordt het maximale verwarmingsvermogen tot ingrijpen van de temperatuurbeveiliging ingesteld. Om een zo groot mogelijke warmteafname mogelijk te maken, wordt in de functie schoorsteenveger het gedwongen signaal voor de warmteafvoer gegenereerd.
Inschakelen • Druk de toetsen tegelijkertijd langer dan 3 sec. en korter dan 6 sec. in. • Op het display knippert de pointer van het schoorsteenveger- symbool: Functie • Genereren van een gedwongen signaal voor de warmteafvoer. • Uitschakelen van de PID- en tweepuntsregelaar. • Uitvoer van het max. verwarmingsvermogen. • Als de functie schoorsteenveger is ingeschakeld, wordt er een meldingscode uitgevoerd. Uitschakelen • Druk op een van de toetsen of • Bij inschakelen van de inspectiefunctie • Bij overschakelen op storingspositie Tijdfunctie Stel de tijd voor de schakelklok correct in, zodat het verwarmingsprogramma goed kan werken. Ga bij het instellen van de tijd te werk zoals op de vorige pagina (Parameterinstellingen eindgebruiker) is beschreven. Effect De tijd wordt afgesteld op de actuele waarde.
Deze instelling is van belang om het verwarmingsprogramma en het tapwaterprogramma correct te laten werken. Opmerkingen • Tijdens het instellen loopt de klok door. • Als u tijdens het instellen op de toets drukt, worden de seconden op 0 gezet.
Beschrijving tapwaterbereiding De tapwaterbereiding kan onafhankelijk van de overige bedrijfsmodi in- en uitgeschakeld worden. Bedrijfsmodus Schakel de bedrijfsmodus tapwater met de toets tapwaterbedrijfsmodus in en uit. Eect Als de tapwaterbereiding is ingeschakeld, wordt dat aangegeven met een balkje onder het tapwater- symbool. De tapwaterbereiding vindt dan automatisch plaats volgens de interne instellingen. Als de tapwater- bereiding is uitgeschakeld, wordt dat aangegeven door afwezigheid van het balkje onder het tapwatersymbool. Functies als de afstandsbediening QAA73 (toebehoren) is aangesloten Als er een afstandsbediening op de TRIGON is aangesloten, worden alle functies die hierdoor worden onder- steund op de AGU2. 311 geblokkeerd resp. gedeactiveerd. Het gaat o. a. om de volgende functies: • Instellen van de tijd met het bedieningspaneel AGU2.
311 (alleen weergave) • Tijdschakelprogramma's • Gewenste waarden De parameterinstellingen kunnen nog wel met het bedieningspaneel AGU2. 311 worden ingesteld. Achtergrondbelichting Als u op een toets drukt, wordt de achtergrondbelichting gedurende ca. 8 min. ingeschakeld. of Beschrijving van de inspectiefunctie Met de inspectiefunctie kunt het ketelvermogen in de verwarmingsmodus handmatig instellen. De functie is bedoeld om waarden aan de ketel te meten. Functie • Genereren van een gedwongen signaal voor de warmteafvoer. • Uitschakelen van de PID- en tweepuntsregelaar. • Uitvoer van het startvermogen 26.
Onderhoud en service Bekleding van het toestel verwijderen De installatie moet één keer per jaar onderhouden worden. Als de warmtewisselaar niet echt vuil is geworden, hoeft deze niet gereinigd te worden; reiniging moet wel op zijn minst om de twee jaar plaatsvinden. Onderhouds- en reinigings- werkzaamheden mogen enkel door een bevoegd vakman worden uitgevoerd. Deze is verantwoordelijk voor een deskundige uitvoering. Voorafgaand aan onderhouds- werkzaamheden dient u de verbinding tussen het toestel en het elektriciteitsnet te verbreken. Sluit gastoevoer, vertrek en retour af. Demontage van de ketelbekleding • Tussen de voorplaat (2) en de ketelbekleding is een afdichtings- profiel gemonteerd. Draai bij montage of demontage van de voorplaat de inbusbout (1) los, en druk zacht tegen de voorplaat. • Klap de voorplaat naar voren en trek deze naar boven uit de clips (3).
Onderhoud Reiniging Reinigen van brander en aanjager • Controleer de brander (4) en de aanjager (2). Bij normaal gebruik van het toestel wordt aangevoerd stof met de toegevoerde lucht door de brander geblazen en verbrand. Als het toestel vuiler dan normaal is. bv. door stof van bouwwerk- zaamheden, dient u het metalen rooster (5) voorzichtig met de stofzuiger te reinigen. • Controleer de pakkingen (6) van de branderplaat en de afdichting van keramische vezel (7) op beschadiging en vervang deze indien nodig. • Controleer de instelling van de elektroden (8). Reinigen van de warmtewisselaar • Spoel de warmtewisselaar (9) met proper water uit; verwijder hardnekkig vuil met een dunne kunststofborstel en spoel de warmtewisselaar vervolgens uit. Demontage van de brander • Maak de elektrische stekkerverbindingen los. • Draai de schroefverbindingen (1) van de aanjager (2) los.
Richtlijnen voor het onderhoud Condenserende gasketel TRIGON L • Meet en registreer de ingestelde emissiewaarden. • Schakel de hoofdschakelaar van de ketel uit en borg deze tegen opnieuw inschakelen of verbreek de verbinding tussen ketel en elektriciteitsnet volledig. • Draai de gaskraan dicht. • Demonteer de bekleding van het toestel. • Demonteer de aanjager, de gasklep en de branderunit. • Verwijder de ontstekingskabel. Controleer of de ontstekingsstekker beschadigd of nat is; vochtige/natte ontstekingsstekkers veroorzaken foutmeldingen. Vervang in dat geval de ontstekingsstekker. • Kijk of de brander in orde is; reinig deze indien nodig met een kwast/nylonborstel of stofzuiger. • Kijk of de aanjager en de venturibuis in orde zijn; reinig deze indien nodig met een kwast/nylonborstel of stofzuiger.
Onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden mogen enkel door bevoegde vakman worden uitgevoerd. Deze is verantwoordelijk voor een deskundige uitvoering. De installatie moet één keer per jaar onderhouden worden. Als de warmtewisselaar niet echt vuil is geworden, hoeft deze niet gereinigd te worden; reiniging moet wel op zijn minst om de twee jaar plaatsvinden. • Verwijder de isolatie van de vuurhaard. • Spoel de warmtewisselaar met proper water uit; verwijder hardnekkig vuil met een dunne kunststofborstel en spoel de warmtewisselaar vervolgens uit. • Reinig de sifon en vul deze voor montage weer met water. • Controleer de instelling van de gasdrukschakelaar, corrigeer deze indien nodig. (10 mbar) • Controleer alle verbindingen van condensvoerende onderdelen op lekken. Als er condens of ander vocht gelekt is, verwijder dit dan.
• Als u pakkingen voor gas- en watervoerende onderdelen heeft gedemonteerd, dient u deze bij de montage te vervangen door nieuwe pakkingen; dit is vooral van belang bij de O-ringen van de gasklep en bij alle branderpakkingen. • Monteer het toestel opnieuw, zodat het gereed voor bedrijf is. • Draai de gasleiding open en controleer deze op lekken. • Schakel de hoofdschakelaar van de ketel in. • Voer een werkingscontrole met emissiemeting uit. • Controleer of de waarden overeen-komen met de waarden van de fabrikant, corrigeer deze indien nodig. 29.
Daarnaast wordt de diagnosecode knipperend op het scherm weergegeven. Druk langer dan 2 seconden op reset om de storingspositie op te heffen. 1) Uitschakeling en vergrendeling - ontgrendeling alleen mogelijk na reset. 2) Uitschakeling, opstarten wordt geblokkeerd - opstarten pas mogelijk nadat fout is verholpen. 30.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Elco Trigon L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Elco
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel