Elco Thision L EVO Handleiding

Elco CV Ketel Thision L EVO

Bekijk gratis de handleiding van Elco Thision L EVO (48 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 90 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Elco Thision L EVO of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Bedienings- en InstallaƟehandleiding
Alleen voor bevoegde vakmensen
THISION L EVO

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Elco
Categorie: CV Ketel
Model: Thision L EVO

Handleiding Elco Thision L EVO – volledige tekst

3VeiligheidNLNLNLNLNLToepassingNormen en voorschriŌ enDeze documentaƟ e bevat infor-maƟ e, die dient als basis voor een veilige en bedrijfszekere installaƟ e, inbedrijfname, en levens-cyclus van het boiler verwarmings-toestel. Alle handelingen beschreven in deze documentaƟ e mogen enkel uitgevoerd worden door daarvoor gecerƟ Þ ceerde bedrijven. Verande-ringen aan deze documentaƟ e kun-nen zonder voorafgaande kennisge-ving worden uitgevoerd. Hiermee verplichten wij ons niet om eerder geleverde producten dienovereen-komsƟ g aan te passen. Het vervangen van onderdelen dient uitsluitend te geschieden met origi-nele componenten, bij het gebruik van nietoriginele componenten ver-valt de garanƟ e. ToepassingDe boiler mag enkel gebruikt worden voor de verwarming van water in ver-warmings- en warmwatersystemen.

Het toestel dient te worden aange-sloten in gesloten systemen met een maximale watertemperatuur van 100ºC (maximaalthermostaat), maxi-maal instelbare gewenste waarde is 90ºC. Normen en voorschriŌ enInstallaƟ e, gebruik en onderhoud van de boilerdient alƟ jd te geschie-den met inachtneming van alle gel-dende (Europese en lokale) normen en voorschriŌ en, waaronder:• Lokale voorschriŌ en met betrek-king tot het installeren van lucht-toevoer- en rookgasafvoersyste-men;• VoorschriŌ en met betrekking tot het aansluiten van elektrische toe-stellen op de elektrische hoofd-voorziening;• VoorschriŌ en met betrekking tot het aansluiten van verwarmings-toestellen op het gasnet;• Normen en voorschriŌ en voor vei-ligheidsvoorzieningen in verwar-mingsinstallaƟ es;• Alle aanvullende lokale weƩ en en voorschriŌ en betrekking hebben-de op het installeren en gebruiken van verwarmingsinstallaƟ es.

4VeiligheidInformaƟ e voor de installateur en onderhoudTypeplaatjeHet is strikt verboden het toe-stel te gebruiken voor andere dan de vermelde doelstellin-gen. De fabrikant kan niet aansprake-lijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door ongeschikt, verkeerd en onredelijk gebruik van het toestel of door niet-naleving van de instrucƟ es in deze handleiding. InstallaƟ e, onderhoud en alle andere ingrepen moeten wor-den uitgevoerd in volledige overeenstemming met de geldende weƩ elijke voorschriŌ en en met de in-strucƟ es van de fabrikant. Verkeerde installaƟ e kan schade berokkenen aan personen, dieren en eigendom-men; de fabrikant kan niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schade die hierdoor wordt veroorzaakt. De ketel wordt geleverd in een beschermende verpakking.

Zo-dra u al het verpakking-smateriaal hebt verwijderd, contro-leert u of het toestel onbeschadigd is en er geen onderdelen ontbreken. Als dat niet zo is, dient u met uw le-verancier contact op te nemen. Houd al het verpakkingsmate-riaal (klemmen, plasƟ c zakken, polystyreenschuim. ) buiten het bereik van kinderen; dat kan im-mers een mogelijk risico inhouden. Alvorens enig onderhoud of enige reparaƟ e aan de ketel uit te voeren, moet u deze van hetstroomnet aŅ oppelen door de exter-ne tweepolige schakelaar in de stand “OFF” te plaatsen. Bij alle reparaƟ es mogen uit-sluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt. InformaƟ e voor de gebruikerInformeer de gebruiker over de wer-king van het systeem. Bezorg de ge-bruiker in het bijzonder de gebruiks-handleidingen, met vermelding dat deze bij het toestel bewaard moeten worden.

Herinner de gebruiker er ook aan:• dat hij periodiek het waterdruk-systeem moet controleren en laat hem zien hoe hij dit moet herstel-len en ontluchten;• hoe hij de temperatuur en de re-gelaars moet instellen voor een correct en zuiniger beheer van het systeem;• dat hij het systeem periodiek moet onderhouden, in overeenstem-ming met de weƩ elijke voorschrif-ten;• dat hij in geen geval de instellin-gen voor de luchƩ oevoer voor ver-branding en gasverbranding mag wijzigen;• de waarschuwingen in de ge-bruikshandleiding in acht moet nemen. Symbolen in typeplaatje1Merk2Land van herkomst3Ketel model - serienummer4Productcode5CertiÞ ceringsnummer6Land van bestemming - gascategorie7Gasinstelling8Installatietype9Elektrische gegevens10 Fabrieksinstellingen11 Maximale waterdruk12 Keteltype13 NOx-klasse / efÞ ciëntie14 Nominale branderbelasting15 Afgegeven vermogen16 Bruikbare gassen17 Omgevingstemp.

43121167981051612181714 1315ConstrucƟ e5NLNLNLNLNLFuncƟ ebeschrijvingDe boiler is een traploos modulerend verwarmingstoestel. De regelunit in het toestel past de modulaƟ egraad van het toestel automaƟ sch aan de warmte-vraag van het systeem aan. Dit wordt gedaan door middel van het variëren van de snelheid van de ingebouwde venƟ lator. Het Whirl-wind gas/lucht mengsysteem zal vervolgens automaƟ sch de gashoe-veelheid aanpassen aan de gekozen venƟ latorsnelheid, om een opƟ male verbranding en bijbehorend rende-ment te garanderen. Na verbranding worden de rookgassen, met behulp van de venƟ lator, van boven naar beneden door de warmtewisselaar getransporteerd, waarna deze het toestel aan de bovenzijde verlaten via de rookgasadapter. Het retourwater uit het systeem treedt de warmtewisselaar binnen aan de onderzijde, waar de laagst mogelijke rookgastemperatuur heerst.

In dit gedeelte vindt de con-densaƟ e plaats. Het water wordt vervolgens van beneden naar boven door de warmtewisselaar getrans-porteerd, waarna het het toestel verlaat via de aanvoeraansluiƟ ng. Het tegenstroomprincipe (water omhoog, rookgassen omlaag) garan-deert zeer eĸ ciënte verbrandings-waarden. De LMS14 regelunit controleert het toestel Ɵ jdens bedrijf via: Ketelregeling (stand alone bedrijf);WeersaĬ ankelijke regeling (met op-Ɵ oneel verkrijgbare buitenvoeler);0 -10V externe aansturing (tempera-tuur of belasƟ ng) door gebouwenbe-heersysteem. Opbouw van het toestelWerkingsprincipeOpbouw van de ketelDe THISION L EVO-ketel omvat devolgende hoofdcomponenten:1. Mantel2. Toegangsdeur tot bedieningspaneel3. RookgasaansluiƟ ng (+ meetpunt)4. LuchƟ nlaat (+ meetpunt)5. WatertoevoeraansluiƟ ng6. WaterretouraansluiƟ ng7. GasaansluiƟ ng8. Sifon9. Doorvoer voor bedrading10.

Technische gegevens8Producƞ iche ErPProductgegevens conform Richtlijn 2009/125/EG en Verordening (EU) 813/2013THISON L EVO 60 70Seizoensgebonden energie-eĸ ciënƟ eklasse voor ruimteverwarming A ANominale warmteafgiŌ e Prated kW 57 66Seizoensgebonden energie-eĸ -ciënƟ e voor ruimteverwarming Ks% 91,7 91,8Geluidsvermogensniveau, binnen/buiten LWA dB 55 55Belangrijk:De volledige installaƟ e bestaande uit de ketel en alle toebehoren, inclusief temperatuurregeling, deÞ nieert de seizoensge-bonden energie-eĸ ciënƟ e voor ruimteverwarming ɻs voor de verschillende in de onderstaande tabel opgesomde modellenTHISON L EVO 60 70Klasse VI, bij gebruik van de componenten:- THISION L EVO- kamertemperatuursensor QAA 75 (opƟ e)- buitentemperatuursensor QAC 34Bijdrage van de temperatuurregelaar aanKs: 4%Ks % 95,7 95,8Klasse V, bij gebruik van de componenten:- THISION L EVO- kamertemperatuursensor QAA 75 (opƟ e)Bijdrage van de temperatuurregelaar aanKs: 3%Ks % 94,7 94,8Klasse II, bij gebruik van de componenten:- THISION L EVO- buitentemperatuursensor QAC 34Bijdrage van de temperatuurregelaar aanKs: 2%Ks % 93,7 93,8

10LeveromvangStandaard toestelEen standaard toestel bevat volgende componenten:Component Aan. VerpakkingBoiler verwarmingstoestel, compleet samengebouwd en getest 1 Verpakt in een doos, geleverd op een europalletOphangbeugel incl. bevesƟ gingsmateriaal 1 Samen met de documentaƟ e in separate doos in de ketel-verpakkingSifon voor condensaataansluiƟ ng 1 In de ketelverpakkingBedienings- en InstallaƟ ehandleiding 1 Map verpakt in een doos in de ketelverpakkingOnderdelenlijst 1 Map verpakt in een kartonnen doos in de ketelverpakkingBedradingsschema 1 Map verpakt in een kartonnen doos in de ketelverpakkingAccessoiresNaast het verwarmingstoestel kun-nen volgende accessoires besteld en geleverd zijn:• Toerengeregelde pomp incl. aan-sluitset;• VeiligheidsvenƟ el, vul/aŌ ap-kraan en aansluiƟ ng voor expansievat;• Set afsluiters voor water (2x) en gas (1x);• GasÞ lter incl. aansluitset;• Min.

gasdrukschakelaar;• Platenwarmtewisselaar(dT=10K/15K of dT=20K) incl. aan-sluitset;• Drukloze verdeler, toepasbaar voor dT=10K/15K en dT=20K incl. aansluitset;• Plug & play cascadeset (voor meer details raadpleeg de handleiding van de cascadeset);• Uitbreidingsmodule AGU2. 551 voor 0-10V aansturing van een toerengeregelde pomp en/of be-lasƟ ngterugmelding van de BOI-LER naar een gebouwenbeheer-systeem. • Elektrische aansluitmogelijkheid voor een externe hoofdgasklep en/of ruimtevenƟ lator;• Uitbreidingsmodule AGU2. 550 voor aansturing van een gemeng-de verwarmingsgroep of aanstu-ring van een ruimtevenƟ lator en/of externe hoofdgasklep in com-binaƟ e met een alarmcontact. Per toestel kunnen maximaal 3 AGU2. 550 modules aangesloten worden (2x verwarmingsgroep, 1x alarm i. c. m. ruimtevenƟ lator/ext.

312InstallaƟ e11NLNLNLNLNLTransportPlaatwerk verwijderenPlaatwerk verwijderenDe mantel van het toestel dient voor montage van verwijderd te worden om beschadigingen te voorkomen. Het verwijderen van de mantel gaat als aangegeven op de aĩ eeldingen.Transport van de ketelDe THISION L EVO-ketel wordt gele-verd als een volledig gemonteerde en vooraf geteste eenheid.De THISION L EVO kan met een kraan vervoerd worden, maar in dat geval moet de ketel verpakt en op een pal-let vastgezet zijn.De hijsbanden moeten aan de pallet bevesƟ gd zijn.

InstallaƟ e12Waarschuwingen vóór installaƟ eOpstellingInstallaƟ e, eerste ontsteking, onderhoud en reparaƟ e van de ketel moeten wor-den uitgevoerd door gekwaliÞ ceerde personen, in overeenstemming met de naƟ -onale installaƟ ebepalingen en met alle vereisten van de plaatselijke overheden en instanƟ es voor volksgezondheid. WAARSCHUWING. Laat nooit brandbare objecten in de buurt van de ketel achter. Zorg ervoor dat de plaats van installaƟ e en eventuele systemen waarmee het toestel moet worden verbonden, 100% conform zijn met de bestaande geldende wetgeving. Neem bij het installeren van de ketel steeds de minimumafstanden tot brandbare materialen in acht. Indien in de ruimte waar het toestel zal worden geïnstalleerd, stof en/of aggressieve dampen aanwezig zijn, moet het toestel onaĬ ankelijk van de lucht in de ruimte werken.

OpstellingHet toestel dient te worden opge-steld in een vorstvrije ruimte. In ge-val van een dakopstelling dient het systeem dusdanig te worden aange-legd, dat het toestel niet het hoogste punt van de installaƟ e is. Het toe-stel dient geplaatst te worden met inachtneming van voldoende vrije ruimte aan de verschillende zijden, zie aĩ eelding voor minimale vrije ruimte. Wanneer het toestel zonder of met te weinig vrije ruimte wordt opgesteld, bemoeilijkt dit de onder-houdswerkzaamheden. Alvorens het toestel te installerenAlvorens de ketel aan te sluiten, moet u eerst het volgende doen:• Maak met zorg de leidingen van het systeem schoon om eventueel resterende schroef-draad, lasresten of vuil, die de goede werking van de ketel in het gedrang zouden kunnen brengen, te verwijderen.

• Zorg ervoor dat de ketel wordt ingesteld voor gebruik met het beschikbare gastype (consul-teer de informaƟ e op het ver-pakkingslabel en op het type-plaatje van de ketel).

• Zorg ervoor dat de rookgas-afvoer niet geblokkeerd is en geen afvoermateriaal van andere toestellen bevat, ten-zij het de bedoeling is dat de afvoer door meer dan een gebruiker wordt gebruikt (in overeenstemming met de be-staande weƩ elijke vereisten). • Wanneer er al een aansluiƟ ng met bestaande rookgasafvoe-ren is, dient u te controleren of deze afvoeren perfect schoonge-maakt zijn en vrij zijn van enige resten, want iedere scheiding kan de doorgang van de rook verhinderen en mogelijk gevaar-lijke situaƟ es doen ontstaan. • Zorg ervoor dat eventueel aan-gesloten ongeschikte rookgasaf-voeren worden omgeleid. • In gebieden met uitermate hard water kan er zich op de componenten in de ke-tel kalkaanslag vormen, wat het totale rendement van de ketel zal verminderen. • Bij installaƟ e vlak bij een wand die gevoelig is voor warmte (bv.

3 1 5 6 2 489897InstallaƟ e13NLNLNLNLNLAansluitenAansluitenDit hoofdstuk geeŌ aan hoe de vol-gende aansluiƟ ngen op een correcte manier te maken:• Waterzijdige aansluiƟ ngen• Condensafvoer• GasaansluiƟ ng• Rookgasafvoer• LuchƟ nlaat• Elektrische aansluiƟ ngenHet toestel dient te worden aan-gesloten met inachtneming van de (inter-) naƟ onale en lokale normen en voorschriŌ en, de installateur is verantwoordelijk voor de naleving hiervan. Waterzijdige aansluiƟ ngen (1,2,3,4)Het toestel dient op dusdanige wijze te worden aangesloten, dat water-stroming door het toestel Ɵ jdens bedrijf gegarandeerd wordt. Sluit de aanvoerleiding (1) en retourleiding (2) van het systeem spanningsvrij aan op de aansluiƟ ngen van het toestel. Er zijn aansluitmogelijkheden voor-zien voor de (opƟ onele) set met vei-ligheidsvenƟ el, vul/aŌ ap-kraan en aansluiƟ ng voor een expansievat.

Het veiligheidsvenƟ el dient op de aansluiƟ ng in de aanvoer (3) van het toestel te worden gemonteerd, de vul/aŌ apkraan en aansluiƟ ng voor een expansievat dienen op de aan-sluiƟ ng in de retour (4) van het toe-stel te worden gemonteerd. De (opƟ onele) pompset dient alƟ jd op de retouraansluiƟ ng (2) van het toestel te worden gemonteerd. Condensafvoer (5)De sifon (inclusief in leveromvang toestel) dient, na deze met water te hebben gevuld, te worden gemon-teerd op de aansluiƟ ng (5) aan de onderzijde van het toestel. Sluit de afvoerslang aan op het afvoersys-teem in het ketelhuis. De aansluiƟ ng op het afvoersysteem dient alƟ jd een open verbinding te zijn, om overstro-ming van het toestel te voorkomen in geval van verstopping van de afvoer. GasaansluiƟ ng (6)De gasaansluiƟ ng mag uitsluitend door gecerƟ Þ ceerde bedrijven wor-den aangesloten.

Er moet een gaskraan direct onder de boiler wor-den gemonteerd. LET OP: de ketel is ingesteld voor ge-bruik van gastype G20-G25. Om te werken met gastype G31 dient u de procedures beschreven op pagina 30 te volgen. Elektrische aansluiƟ ngenDe elektrische aansluiƟ ngen mogen uitsluitend door gecerƟ Þ ceerde be-drijven worden aangesloten. Hierbij dienen de (inter)naƟ onale en lokale normen en voorschriŌ en in acht ge-nomen te worden. De voeding van het toestel dient te worden aange-sloten middels een allpolige hoofd-schakelaar met een minimale con-tactafstand van 3 mm (volgens clau-sule 22. 3 van de EN-IEC-60335-1). Deze schakelaar kan tevens worden gebruikt om het toestel spannings-loos te maken voor onderhouds-werkzaamheden. De ketel moet aangesloten worden met een stroomkabel type H05V2V2-F.

Alle kabels moeten via de kabelwar-tels (7-9) onderaan de ketel naar het bedieningspaneel (8) worden geleid. Verbind alle kabels met de klemmen volgens het bedradingsschema van de ketel, zie pagina’s 23-24.

87InstallaƟ e14Montage buitenvoelerLucht/rookgassysteemLucht/rookgas aansluitenRookgasaansluiƟ ng (7)Sluit het rookgassysteem aan op de rookgasaansluiƟ ng (7) van de ketel, gebruik uitsluitend rookgassystemen met naadloze aansluiƟ ngen. Het is niet nodig om een afzonderlijke condensaf-voer voor het rookgassysteem te voor-zien, het condensaat zal immers via de sifon van de ketel worden afgevoerd. Let op de volgende punten:• De diameter van het rookgassys-teem dient te worden berekend volgens de geldende lokale nor-men. • De lengte van het rookgassysteem moet zo kort mogelijk worden ge-houden (zie planningdocumenta-Ɵ e voor maximale lengte). • Creëer horizontale trajecten met een hoek van minimaal 3º. LuchƟ nlaat (8)De luchƟ nlaat kan worden aangeslo-ten wanneer het toestel als gesloten uitvoering wordt gebruikt.

De diame-ter van de inlaatbuis dient, samen met de rookgasafvoer, berekend te worden volgens de geldende lokale voorschriŌ en. De totale weerstand van rookgasafvoer en luchƟ nlaat mag niet groter zijn dan de maximaal toelaatbare weerstand (zie hoofd-stuk “Technische gegevens”). Vereisten en bepalingenDe bepalingen voor de construcƟ e van rookgassystemen verschillen sterk van land tot land. Men moet er dan ook voor zorgen dat alle naƟ -onale bepalingen met betrekking tot rookgassystemen worden gerespec-teerd. Besteed aandacht aan de vol-gende aanbevelingen bij het dimen-sioneren van een rookgassysteem. Alleen voor rookgas goedgekeurde materialen mogen worden gebruikt. Het rookgassysteem moet correct worden berekend om een veilige werking ervan te verzekeren. De componenten van een rookgassys-teem moeten voor onderhoud ver-wijderd kunnen orden.

Horizontale rookgastrajecten moeten met een hoek van minimaal 3° worden gecre-eerd. Deze ketel is gecerƟ Þ ceerd voor derookgassystemen B23(P), C13, C33,C43, C53, C63 en C83.

MaterialenExclusief materialen, die de warmte zijn bestendig en bestendig tegen rookgassen en agressief condensaat, en CE goedgekeurd kan worden ge-bruikt. Montage buitenvoelerWanneer een buitenvoeler (opƟ o-neel) op de ketel wordt aangesloten, dient deze volgens afgebeelde teke-ning gemonteerd te worden.

InstallaƟ e16Lucht/rookgassysteemVerbranding met omgevingslucht B23Externe rookgasafvoer werking met omgevingsluchtVerbranding met lucht van buitenafC13Lucht/rookgastraject via buitenwand binnen hetzelfde drukbereik.Rookgas/luchƩ oevoersysteem via buitenwand.De afvoeruitlaten van de individuele verbrandings- en luchƩ oevoer-circuits moeten passen in een vierkant van 50 cm voor ketels met een warmtevermogen tot 70 kW en 100 cm voor ketels met een warmte-vermogen van 70 tot 100 kW.C33Rookgasafvoer en luchtaanzuiging van buitenaf met dakafvoer binnen hetzelfde drukbereik.De afvoeruitlaten van de individuele verbrandings- en luchƩ oevoercir-cuits moeten passen in een vierkant van 50 cm en de afstand tussen de vlakken van de twee openingen moet minder dan 50 cm zijn voor ketels met een warmtevermogen van minder dan 70 kW.

Bij een warmtevermogen van meer dan 70 kW moet het vierkant 100 cm zijn en moet de afstand tussen de vlakken van de twee openingen minder dan 100 cm zijn.C43 Individuele of gedeelde rookgasafvoer en luchtaanzuiging via in het gebouw geïntegreerde rookgasbuis.C53 Rookgasafvoer naar buiten toe en luchtaanzuiging via buitenwand, niet binnen hetzelfde drukbereik.C63InstallaƟ e op begane grond, werkt los van omgevingslucht Lucht/rook-gastraject via buitenwand, rookgastraject via thermisch geïsoleerde afvoerbuis aan buitenwand.De openingen voor de toevoer van verbrandingslucht en voor de af-voer van verbrandingsproducten mogen niet worden geïnstalleerd aan gebouwwanden die tegenover elkaar liggen.C83 Rookgasafvoer via individuele of gedeelde in het gebouw geïnte-greerde rookgasbuis. Luchtaanzuiging via buitenwand.

InstallaƟ e17NLNLNLNLNLLucht/rookgassysteem - DimensioneringRookgassysteem met duobuisMaximaal toegestane lengte van het rookgassysteem in mRookgassy-steem met duobuisEquivalente lengte in mØ80 Ø100 Ø110 Ø125 Ø130Enkele pijp 111111.5 1.8 2 2.2 2.20.8 0.9 1 1 1Concentrisch rookgassysteemMaximaal toegestane lengte van het rookgassysteem in mEquivalente lengte in mØ100/150 1.5 1DimensioneringBij het dimensioneren van een rook-gassysteem moet een berekenings-controle worden uitgevoerd om na te gaan of het gekozen systeem van toepassing is.De voorgaande tabellen geven een voorbeeld van een mogelijk rook-gassysteem, met de maximaal mo-gelijke lengte van het systeem. Dit voorbeeld is alleen indicaƟ ef voor de mogelijke lengte, maar kan niet worden gebruikt voor een oĸ ciële berekening van een rookgassysteem.

Ieder rookgassysteem moet door een erkend bedrijf worden berekend.De maximale negaƟ eve rookgas-druk, die geen impact heeŌ op de brandermodulaƟ eraƟ o, bedraagt 30 Pa. Een hogere negaƟ eve druk zal leiden tot een beperking van de brandermodulaƟ eraƟ o. Het maxi-male horizontale rookgastraject bedraagt 20 m. Bij horizontale tra-jecten van meer dan 20 m kan een probleemloze koude start van de brander niet worden gegarandeerd.Concentrisch rookgassysteemDe ketelmodellen 60, 85, 100 en 120 kunnen op een concentrisch rook-gassysteem worden aangesloten.Via een parallel-naar-concentrisch adapter (opƟ oneel) kan de ketel wor-den aangesloten op:• 100/150 concentrisch systeem Zie de tabel voor de max.

LuchƟ nlaatkapDe inlaatkap moet worden gebruikt om de luchƟ nlaataansluiƟ ng van de ketel af te dekken bij gebruik als open toestel, verkrijgbaar in 100 mm en 130 mmConcentrische rookkanaal adapterConcentrische rookgassystemen kunnen bij de TH-L EVO 60-120 worden gebruikt dankzij een parallel-naar-concentrisch adapter.DN 100/150 = Ø int101 0.3 / 151 0.3DN 110/150 = Ø int111 /151 0.5- 0.60.3Parallel rookkanaal adapterDe ketel is uitgerust met een rookgasaansluiƟ ng van 100 mm (TH-L EVO 60-120) of 130 mm (TH-L EVO 140). Bij gebruik van de 110 mm of 125 mm rookgassystemen kan de originele adapter als volgt worden vervangen:• 100mm vervangen door 110mm;DN 110 = Ø int111• 130mm vervangen door 125mm.DN 125 = Øint126 - 0.60.3- 0.60.3

> 500 mmL > 250 mmL>250L> 250 mmL > 250 mmoror3°A8-15 mm!BInstallaƟ e19NLNLNLNLNLRookgasafvoerenInstallaƟ e-instrucƟ es - coaxiaalInstallaƟ eHet rookgassysteem mag alleen door een bevoegd persoon en moet in overeenstemming met deze installa-Ɵ evoorschriŌ en op het toestel wor-den gemonteerd.Algemeen• Berg het materiaal binnen op.• Bij installaƟ e moet het toestel span-ningsvrij zijn.• Let op de stromingsrichƟ ng van het rookgas.

De dakpannen moeten in de richƟ ng van de afvoer wijzen.• Installeer de schoorsteen nooit bij een brandbare of houten wand.De buis afsnijden• Verwijder de binnenbuis door eraan te draaien tot ze loskomt.• Snijd net zoveel van de luchƟ nlaat-buis als van de rookgasbuis.• Verwijder de bramen van het af-gesneden deel om schade aan de dichƟ ngen te voorkomen.• Assembleer de buizen opnieuw.Assemblage van het rookgassysteemStart met de assemblage van de bui-zen vanaf de ketel. Assembleer ze door ze te draaien en te duwen tot ze het einde hebben bereikt. OPMERKING: gebruik alleen water als smeermiddel.BuisbochtenBij gebruik van bochten kan de maxi-maal toegestane lengte voor het rook-gassysteem worden afgeleid uit de ta-bel op pagina 17.Buisverlengingen moeten met steun-klemmen aan de wand worden be-vesƟ gd. Gebruik een klem voor iedere verlenging en plaats deze meteen ach-ter de mof.

Monteer nog een klem aan de verlenging na iedere bocht van 90°.BelangrijkAlleen buiten gebouwen op niet-brandbare wanden installeren.SchoonmaakDe buitenkant kan met een vochƟ ge doek of een standaard in de handel verkrijgbaar schoonmaakmiddel wor-den schoongemaakt.Installeer zonder spanningKLEM

L > 500 mmL > 250 mmL > 250 mmL>250 mmL > 250 mmororØ < 100 mmØ 130 mm3°A!BInstallaƟ e20RookgasafvoerenInstallaƟ e-instrucƟ es - duobuisInstalleer zonder spanningInstallaƟ eHet rookgassysteem mag alleen door een bevoegd persoon en moet in overeenstemming met deze installa-Ɵ evoorschriŌ en op het toestel wor-den gemonteerd.Algemeen• Berg het materiaal binnen op.• Controleer de componenten op mogelijke schade.• Voer de installaƟ e in overeenstem-ming met de naƟ onale regelgeving uit.Vul het schoorsteenlabel in (wanneer geleverd) en kleef het in de buurt van de keteladapter.• De buizen moeten spanningsvrij worden geïnstalleerd.• Let op de stromingsrichƟ ng van het rookgas.

De dakpannen moeten in de richƟ ng van de afvoer wijzen.De buis afsnijden• Verwijder de binnenbuis door eraan te draaien tot ze loskomt van de vei-ligheidsposiƟ e.• Snijd de buis af.• Verwijder de bramen van het af-gesneden deel om schade aan de dichƟ ngen te voorkomen.• Assembleer de buizen opnieuw.Assemblage van het rookgassysteemStart met de assemblage van de bui-zen vanaf de ketel. Assembleer ze door ze te draaien en te duwen tot ze de verbinding hebben bereikt. OP-MERKING: gebruik geen zeep of olies-meermiddel!

Gebruik alleen water als smeermiddel.Vóór buisverlengingenBij gebruik van bochten kan de maxi-maal toegestane lengte voor het rook-gassysteem worden afgeleid uit de ta-bel op pagina 17.BelangrijkAlleen in gebouwen op niet-brandbare wanden installeren.SchoonmaakDe buitenkant kan met een vochƟ ge doek of een standaard in de handel verkrijgbaar schoonmaakmiddel wor-den schoongemaakt.

123InstallaƟ e21NLNLNLNLNLRookgasafvoerenInstallaƟ e van verƟ cale rookgasafvoerenInstallaƟ eControleer de buis op het dak.Verschillende soorten rookgasafvoe-ren:1. Dakpan in kunststof2. PlaƩ e dakß ens3. Universele dakpan met klem• Bepaal het dakpantype volgens de dakbedekking: dakpan in kunststof of universele dakpan met klem; een plaƩ e dakß ens in aluminium voor een plat dak. • Bepaal de locaƟ e voor de dakafvo-erconstrucƟ e. Bij een dak met dakpannen moet de universele dakpan worden gebruikt.A. Maak van buitenaf een opening in het dak. Zorg ervoor dat daarbij geen stof of zaagsel in de ketel te-rechtkomt.B. BevesƟ g de dakpan of de ß ens. Monteer de verwarmingseenheid voor dakmontage voorzichƟ g van buitenaf door het dak. Draai niet aan de kap.C.

Zorg ervoor dat de dakuitlaat recht gemonteerd is met behulp van een waterpas(eventueel kunnen afzon-derlijk beschikbare centreerplaten worden aangebracht).D. Monteer de meegeleverde bu-isklem op de dakdoorsteek en be-vesƟ g ze aan de dakconstrucƟ e. De klem momenteel nog niet vastzet-ten.ConcentrischBepaal de lengte van de rookgasbuizen en monteer ze met de klemmen in overeenstemming met de installaƟ e-instrucƟ es op de voorgaande pagina’s.DuobuisMonteer de pakking en de duobuisaansluiƟ ng. Zorg ervoor dat de pakking niet beschadigd wordt. Zorg er ook voor dat de rookgasgas en de luchƟ nlaatbuis niet verwisseld worden; de rookgasbuis is de buis in het midden, onder de rookgasafvoer.• BevesƟ g de dakwandklem en con-troleer of alle stappen correct zijn uitgevoerd.WaarschuwingenBij installaƟ e in de buurt van een licht kunnen insecten in de opening vliegen.

4321765InstallaƟ e22RookgasafvoerenInstallaƟ e van horizontaal rookgasafvoerenAlvorens de afvoer te installerenAlvorens de rookgasafvoer te assem-bleren, moet u eerst het volgende doen:• Controleer de rookgasafvoer op eventuele schade.• Bepaal de voorgestelde locaƟ e voor de rookgasafvoer.• Boor een gat door de muur dat max. 10 mm breder is dan de luchƩ oevoerbuis voor de rookgas-afvoer.• Een horizontale rookgasafvoer met ß exibele externe dichƟ ngen kan van binnen naar buiten worden geïnstalleerd;in dat geval moet het geboorde gat 25 mm breder zijn dan de diameter van de luchƩ oevoerbuis. Bescherm het toestel tegen stof en gruis Ɵ jdens het boren.De rookgasafvoer installerenBepaal de dikte van de wand en snijd de wandafvoer indien nodig af op de overeenstemmende lengte.

Verwij-der de bramen.Let op!De lengte is correct als de wandplaat of rozet op de buitenwand eī en ligt met de buitenwand.Steek de rookgasafvoer in het ge-boorde gat. De luchƩ oevoerbuis voor de rookgasafvoer moet ofwel wa-terpas worden geïnstalleerd, ofwel lichtjes naar beneden hellend naar buiten toe (max. 10 mm per meter).Om te voorkomen dat er regenwa-ter in het systeem sijpelt, moet u ervoor zorgen dat de rookgasafvoer nooit van boven naar beneden wordt geïnstalleerd. Sluit de opening tus-sen de luchƩ oevoerbuis en het gat in de wand met waterbestendig af-dichtmiddel. Installeer de rozeƩ en of wandplaten rond de rookgasafvoer en bevesƟ g met schroeven of kit.De rookgasbuis aansluitenSluit het toestel aan op de afvoer. Be-gin bij de uitlaat van het toestel. Ge-bruik alleen water voor het smeren van de dichƟ ngenOnderdelenlijst:1. Horizontale rookgasafvoer2. Wandplaat of rozet3.

1 2Inbedrijfstelling25NLNLNLNLNLHet inbedrijfstellen van het toestel mag enkel worden uitgevoerd door hiervoor gecerƟ Þ ceerd personeel. Bij inbedrijfnemen van het toestel door nietgecerƟ Þ ceerde personen vervalt de garanƟ e. Een inbedrijfstellings-rapport dient te worden ingevuld (zie einde van dit hoofdstuk voor voor-beeld van inbedrijfstellingsrapport). Dit hoofdstuk geeŌ de inbedrijfstel-ling van een standaard toestel weer. Indien het toestel is uitgerust met een uitgebreidere regeling (opƟ o-neel), dient de bij de regelaar gele-verde documen-taƟ e geraadpleegd te worden voor het inbedrijfnemen van de regeling. Hydraulisch systeemNominaal vermo-genMax. concentraƟ e Ca(HCO3)2Max. totale hardheid[kW] [mol/m3] [ºdH] [ºf]60 - 200 2. 0 11. 2 20200 - 600 1. 5 8. 4 15ConcentraƟ eCa(HCO )3 2Vermogen van installaƟ e Q (kW)150 200 250 300 400 500 600mol/m3ºdH ºf Max.

(bij)vulwater volume Vmax [m3]ч0. 5ч ч2. 8 5 - - - - - - -1. 05. 6 10 - - - - - - -1. 58. 4 15 3 4 5 6 8 10 122. 011. 2 20 3 4 5 6 6. 3 7. 8 9. 42. 514. 0 25 1. 9 2. 5 3. 1 3. 8 5. 0 6. 3 7. 5ш3. 0ш ш16. 8 30 1. 6 2. 1 2. 6 3. 1 4. 2 5. 2 6. 3WaterdrukOpen de afsluiters naar het systeem. Controleer de waterdruk in het sys-teem. Indien de waterdruk te laag is (zie tabel), moet water worden bijge-vuld tot minimaal de in de tabel ver-melde waterdruk. Voor het bijvullen kan eventueel gebruik worden ge-maakt van de (opƟ onele) vul- en af-tapkraan (2) op de retouraansluiƟ ng (1) van het toestel. Max. BetriebsDruck[bar]FließenTemperatur[ºC]> 1. 0 90Hydraulisch systeemControleer of het toestel op dusda-nige wijze is aangesloten, dat wa-terstroming over het toestel Ɵ jdens bedrijf te allen Ɵ jde kan worden ge-garandeerd.

De waterstroming wordt bewaakt middels een T-bewaking, ȴwelke het toestel vergrendelt in ge-val van te lage waterstroming. WaterkwaliteitHet systeem moet worden gevuld met water met een pH-waarde tus-sen 7,0 en 9,5. Het chloridegehalte mag niet hoger zijn dan 50 mg/l.

Toevoeging van zuurstof door diī usie dient te allen Ɵ jde te worden voorkomen. Schade aan de warmtewisselaar door zuur-stofdiī usie valt niet onder de garan-Ɵ e. Bij installaƟ es met grote watervo-lumes dient rekening gehouden te worden met maximale (bij)vulwaar-den in combinaƟ e met de hardheids-waarden zoals vastgelegd in de Duit-se norm VDI2035. In de tabel vindt u de nominale waarden voor (bij)vulwater voor de THISION L EVO in overeenstemming met de VDI2035-norm. De tabel rechts geeŌ een indicaƟ e van de relaƟ e tussen de waterkwali-teit en het maximale (bij)vulvolume gedurende de levensduur van het toestel. Raadpleeg de originele tekst van de norm VDI2035 voor verdere informa-Ɵ e.

Inbedrijfstelling26NeutralisaƟ esystemenNeutralisaƟ esysteem met pomp (HN)Dit neutralisaƟ esysteem wordt gebruikt, wanneer de aansluiƟ ng naar het openbare afvoersysteem zich hoger bevindt dan de condensafvoer van de ketel. In dit geval wordt het condensaat met behulp van een pomp naar een hoger gelegen punt gebracht, alwaar het condensaat in het openbare afvoersysteem afgevoerd kan worden.NeutralisaƟ esystemenDe neutralisaƟ esystemen kunnen onder in de ketel opgesteld worden.

De standaard leveromvang van de neutralisaƟ esystemen bevat:• Granulaat voor eerste vulling• Toevoer- en afvoerslang• Aansluitadapter voor ketelaanslu-iƟ ngVoor de neutralisaƟ e van het condensaat zijn twee systemen verkrijgbaar:NeutralisaƟ esysteem zonder pomp (DN)Dit neutralisaƟ esysteem wordt gebruikt, wanneer de aansluiƟ ng naar het openbare afvoersysteem zich lager bevindt dan de condensafvoer van de ketel.Type HN1.5 HN 2.5 HN 2.7Geschikt tot kW 280 540 750Lengte mm 410 640 640Breedte mm 300 400 400Hoogte mm 290 240 320Stroomopnamepomp W 40 150 45Opvoerhoogtepomp m 6 3 4Type DN1 DN2 DN3Geschikt tot kW 75 450 1500Lengte mm 320 420 640Breedte mm 200 300 400Hoogte mm 230 240 240AlgemeenCondensaat uit de condenserende HRgasketel THISION L EVO moet, vol-gens voorschriŌ en, in het openbare afvoersysteem afgevoerd worden. Het condensaat heeŌ een PH-waar-de van 3.0- 3.5.

Indien in naƟ onale en/of lokale voorschriŌ en vermeld, moet het condensaat geneutrali-seerd worden alvorens het afgevoerd mag worden.De maximale hoeveelheid conden-saat per keteltype zijn te vinden in de tabel met technische gegevens.

1112Inbedrijfstelling27NLNLNLNLNLGastoevoerControleer de gasaansluiƟ ng naar de ketel op lekkage. Indien lekkage wordt vastgesteld, dient de aanslui-Ɵ ng te worden gedicht alvorens de ketel te starten!Ontlucht de gasleiding tot aan de gasklep. Hiervoor kan gebruik wor-den gemaakt van het meetpunt (1) op de gasklepVergeet niet om het meetpunt na het ontluchten te sluiten!CondensafvoerVerwijder de sifon (2) van de aanslui-Ɵ ng onder het toestel. Vul de sifon met water en monteer deze terug onder het toestel. De sifon moet ge-vuld zijn voordat het toestel wordt gestart, om te voorkomen dat rook-gassen via de sifon in het ketelhuis geblazen worden.Rookgasafvoer en luchƟ nlaatControleer of de rookgasafvoer en luchƟ nlaat voldoen aan de lokaal gel-dende voorschriŌ en.

InstallaƟ es die niet voldoen aan de voorschriŌ en, mogen niet inbedrijf genomen wor-den.Controleer of alle doorlaatopeningen vrij zijn.De diameter van de rookgasafvoer en luchƟ nlaat mogen niet worden gereduceerd.Gastoevoer Condensafvoer Rookgasafvoer en luchƟ nlaat LuchƟ nlaat RookgasafvoerTHISION L Evo 60-70-80 THISION L Evo 100-120-140

AInbedrijfstelling28Toestel voorbereiden voor startLegenda:ABCDEFGHILMAan/Uit toetsESC-toetsRuimtetemperatuur draaiknopBevesƟ gingstoets (OK)Handbedrijf-funcƟ etoetsSchoorsteenveger-funcƟ etoetsInfo-toetsReset-toetsBedrijfsmodustoets verwarmingDisplayFuncƟ etoets tapwater• Druk toets I >3 Sek, ketel wordt in regelstop-funcƟ e ingeschakeld; • Druk Info-toets (G), de actuele ke-telbelasƟ ng (%) wordt weergege-ven;• Via „instellen“ (bevesƟ gen met OKtoets) kan nu de ketelbelasƟ ng worden veranderd, draai met de draaischakelaar (C) en bevesƟ g de waarde 50% met de OK-toets. LPG (G31) instellingen Om te werken met gastype G31 moeten de desbetreī ende parameters (min. 9524 omw/min en max. 9529 omw/min) op het scherm worden bereikt. De toerentalwaarden worden vermeld op pagina 7: • Op knop OK • drukken (G) gedurende 3 seconden indrukken• Installeren kiezen m. b. v.

wiel (C)• Op knop drukken OK • Branderautomaat kiezen m. b. v. wiel (C)• Op knop drukken OK • Parameternummer dat u wenst te wijzigen kiezen m. b. v. wiel (C)• OK (parameter knippert)• Waarde wijzigen m. b. v. wiel (C)• OK (parameter is opgeslagen)Na het controleren/corrigeren van de verbrandingswaarden (zie volgendepagina), kann de regelstop-funcƟ e worden beëindigd door drukken van debedrijfsmodus- toets (I) >3 sec. IniƟ ële proceduresOm de veiligheid en correcte werking van het toestel te garanderen, moet de ketel bedrijfsklaar worden gemaakt door een gekwaliÞ ceerde technicus die over de weƩ elijk verplichte vaardigheden beschikt. Stroomvoorziening• Controleer of de spanning en fre-quenƟ e van de stroomvoorziening overeenstemmen met de gege-vens op het typeplaatje van de ketel. • Zorg ervoor dat de aardverbinding correct is uitgevoerd.

• Open iedere ontluchƟ ngskraan, te beginnen met het laagste punt en sluit ze pas wanneer er schoon en luchtvrij water uitstroomt. • Sluit de klep onder de ketel zodra de drukmeter minstens 1,5 bar aangeeŌ. GastoevoerGa als volgt te werk:• Zorg ervoor dat via de hoofd-gastoevoer hetzelfde soort gas wordt aangevoerd als aangegeven op het typeplaatje van de ketel; LET OP: de ketel is ingesteld voor gebruik van gastype G20-G25. Om te werken met gastype G31 dient u de procedures beschreven op “LPG-instellingen”. MAH B C D E F ILG0I• Zet alle deuren en ramen open. • Vermijd vonken of open vlammen in de ruimte. • Zorg ervoor dat er geen brandstof uit het systeem lekt.

Toestel voorbereiden voor start• Open gaskraan;• Schakel hoofdschakelaar in voor coedingsspanning;• Schakel toestel in via aan/uitscha-kelaar (A);• Selecteer bedrijfsmodus „stand-by“ ( );• Controleer de draairichƟ ng van de pomp;• Ontlucht de pomp, verwijder de eindkap van de motorbehuizing. Het wordt aanbevolen om het toestelna de start een Ɵ jdje op 50% tbelasƟ ng te laten draaien ter stabilisaƟ e van de verbrandingswaarden. Dit kan als volgt worden ingesteld:.

+++ -+-+-- +Inbedrijfstelling29NLNLNLNLNLVerbrandingsanalyseVerbrandingswaarden aardgas2213 3Verbrandingscontrole bij vollastStart de ketel in regelstopmodus en verhoog de belasƟ ng naar 50 %. Het toestel werkt nu op 50 %-belasƟ ng. Laat de ketel de verbranding gedu-rende 3 minuten stabiliseren. En verhoog de ketelbelasƟ ng daarna stapsgewijs tot 100 %. Controleer de gasdruk aan de inlaat van de gas-klep terwijl u de ketelbelasƟ ng ver-hoogt: de gasdruk mag nooit onder de minimaal voorgeschreven waarde zakken (zie technische gegevens). Wanneer een (opƟ onele) minimale gasdrukschakelaar is aangesloten, moet deze worden ingesteld op 75% van de voorgeschreven gasdruk. Controleer de verbrandingswaarden via het meetpunt in de schoorsteen-aansluiƟ ng (1). Indien oodzakelijk, kunnen de instelwaarden worden gecorrigeerd met behulp van de in-stelschroef aan de bovenzijde van de gasklep (2).

Verbrandingscontrole bij minimum-lastSchakel de ketel naar minimumlast (0 %). Controleer de ingestelde ver-brandingswaarden op dezelfde ma-nier als bij vollast. Indien noodzakelijk, kunnen de in-stelwaarden worden gecorrigeerd met behulp van de instelschroef aan de bovenzijde van de gasklep (2). -verwijderen cap-Verbrandingscontrole bij 50%-lastHet is aanbevolen om de verbran-dingswaarden aanvullend ook bij 50%-last ter referenƟ e te controle-ren, om na te gaan of de gasklep zo-danig is ingesteld, dat het modulaƟ e-gedrag als normaal kan worden be-schouwd. De CO2-waarde moet zich tussen de ingestelde waarden voor vollast en minimumlast bevinden. De CO -waarde moet gelijk zijn aan 2de waarden voor vollast en mini-mumlast. Zorg ervoor dat de ketel op automa-Ɵ sch bedrijf is ingesteld en dat de regelstopmodus wordt uitgeschakeld zodra de verbrandingscontrole is be-eindigd.

Inbedrijfstelling30WaterstromingWaterstromingDe waterstroming door het toestel kan op twee manieren worden gecontroleerd. Hieronder volgen voor beide manieren de handelingsmethode.ȴ ƟT me ngMeet het temperatuurverschil over het toestel ( T aanvoer-retour) wanneer ȴhet toestel in bedrijf is op vollast. De nominale ȴT is 20K, de actuele waarde dient zich alƟ jd tussen 10K en 30K te bevinden om een goede funcƟ onaliteit te garanderen. Een indicaƟ e van de actuele waterstroming (q-actueel) kan worden gevonden met de volgende berekening (zie onderstaande tabel voor nominale waarden):qactueel = ( Tǻ nominaal / ǻT gemeten ) * qnominaal [m3/h]ȴ Ɵp me ngMeet het drukverschil over het toestel ( p aanvoer-retour) wanneer de pomp ȴis ingeschakeld op maximaal toerental (brander hoeŌ niet ingeschakeld te zijn).

1253467Inbedrijfstelling31NLNLNLNLNLControle van veiligheidsrelevante componentenControle op gasdichtheidToestel uit bedrijf nemenControle van veiligheidsrelevante componentenDe funcƟ onaliteit van alle veilig-heidsrelevante componenten dient te worden gecontroleerd. Betreī en-de componenten op een standaard toestel zijn de aanvoervoeler, retour-voeler, rookgasvoeler en ionisaƟ e-electrode. Aanvoervoeler (1)Verwijder de stekker van de voeler terwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient te resulteren in een storing met nummer 20. Terugplaatsen van de stekker leidt tot automaƟ sch reset-ten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure. Retourvoeler (2)Verwijder de stekker van de voeler terwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient te resulteren in een storing met nummer 40.

Terugplaatsen van de stekker leidt tot automaƟ sch reset-ten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure. Rookgasvoeler (3)Verwijder de stekker van de voeler terwijl de ketel is ingeschakeld. Dit dient te resulteren in een storing met nummer 28. Terugplaatsen van de stekker leidt tot automaƟ sch reset-ten van de storing door de regelaar, de ketel begint bij warmtevraag aan de startprocedure. IonisaƟ e-electrode (4)Verwijder de elektrische aansluiƟ ng van de ionisaƟ e-electrode terwijl het toestel in bedrijf is, dit resulteert in een storing met nummer 128. Het toestel zal proberen te herstarten. Wanneer de elektrische aansluiƟ ng van de ionisaƟ eelectrode nog steeds is verwijderd, zal de herstart resulte-ren in een storing met nummer 133, wanneer de aansluiƟ ng is terugge-plaatst, zal de ketel succesvol her-starten.

15 A (mo-ʅdellen 60-70-80-120) 4,2 A (model-ʅlen 100-140), in normale condiƟ es zal de ionisaƟ e-stroom minimaal 6 ʅA bedragenControle op gasdichtheidControleer na inbedrijfname alle aansluiƟ ngen op gasdichtheid, ge-bruik hiervoor gaslek spray of ge-schikte electronische meetappara-tuur. Te meten aansluiƟ ngen zijn:• Meetnippels;• ToestelaansluiƟ ngen;• AansluiƟ ngen gas/luchtmengsys-teem,Toestel uit bedrijf nemenWanneer het toestel voor langere pe-riode buiten gebruik gesteld wordt, dient het toestel middels volgende procedure uitgeschakeld te worden:• Schakel het toestel in standby po-siƟ e ;• Schakel het toestel uit met de aan/uit schakelaar op het bedienings-paneel (5);• Maak het toestel spanningsloos via de hoofdschakelaar in de ketel-ruimte;• Sluit de gaskraan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Elco Thision L EVO stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden