Ducati Hypermotard 950 SP (2024) Handleiding

Ducati Motor Hypermotard 950 SP (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Ducati Hypermotard 950 SP (2024) (300 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Ducati Hypermotard 950 SP (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/300

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ducati
Categorie: Motor
Model: Hypermotard 950 SP (2024)

Handleiding Ducati Hypermotard 950 SP (2024) – volledige tekst

Beste Ducatistwij danken je voor het  dat je in ons hebt gesteld met de aankoop van je nieuwe Hypermotard950SP.We raden u aan om de gebruiksaanwijzing zorgvuldig te lezen, zodat u snel  raakt met uw Ducatien optimaal gebruik kunt maken van alle functies; in de handleiding geven we u veel  tips eninformatie over uw veiligheid, over hoe u uw motor kunt verzorgen en over hoe u de waarde van uw hoog kunt houden door het juiste onderhoud bij gespecialiseerde servicecentra.U kunt deze handleiding ook in digitaal formaat vinden, altijd geactualiseerd, op de speciale pagina van deDucati website en in de MyDucati App, die zowel vanaf een PC als een telefoon kan worden geraadpleegd.

Zo  u altijd de meest actuele versie van de handleiding ter beschikking en vindt u ook informatie enveelgestelde vragen over uw motor en de wereld van Ducati.Suggesties voor verbetering van de inhoud van deze Gebruiks- en Onderhoudshandleiding kunt u naar hetvolgende adres sturen: [email protected]

Andorra, Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië,Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk(inclusief Corsica, op wegen die toegankelijk zijn voornormaal verkeer) FYROM (de voormaligeJoegoslavische Republiek Macedonië), Duitsland,Gibraltar, Griekenland, Ierland, IJsland, Italië(inclusief San Marino en Vaticaanstad), Letland,Litouwen, Luxemburg, Malta, Montenegro,Noorwegen, Nederland, Polen,  Monaco,Verenigd Koninkrijk, Tsjechische Republiek,Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje,Zweden, Zwitserland, Turkije, Oekraïne, Hongarije.BelangrijkAlle informatie is gedetailleerd beschikbaar opde Ducati-website van uw land.Telefoonnummers van de centralesOm assistentie te vragen: in het thuisland: bel het gratis nummervan uw eigen land dat in de eerste kolom van de tabelstaat. buiten het thuisland: bel hetbetaalnummer van uw eigen land, en draai ook delandcode zoals aangegeven in de tweede kolom vande tabel.Als u problemen hebt met het bellen van hetnummer van uw eigen land vanuit het buitenland,kunt u het telefoonnummer bellen van het land waarhet voorval  plaatsgevonden.Let opIn het geval dat de aangegeven nummerstijdelijk gedeactiveerd blijken te zijn wegensproblemen aan de telefoonlijnen, kan de Cliënt hetnummer van de Hulpcentrale ACI Global Services inItalië bellen: +39-02 66165610.Andorra +34-91-594 9340+34-91-594 9340 0800-22 03 50 +43-1-25 11919398België 0800-14 134 +32-2-233 22 90 (02)-986 73 52 +359-2-986 73 52Cyprus 25 561580 +357-25 561580Kroatië 0800-79 87 +385-1-464 01 41Denemarken 80 20 22 07 +45-80 20 22 07Estland (0)-69 79 199 +372-69 79 19910

InfotainmentInfotainment (indien aanwezig)Als de Bluetooth-regeleenheid geïnstalleerd is,wordt het infotainmentsysteem geactiveerd.Met het infotainmentsysteem kunnen apparatenzoals   bestuurdershelm, passagiershelm en navigatiesysteem viaBluetooth worden aangesloten, zodat de bestuurderinkomende en uitgaande telefoongesprekken kanbeheren en muziek kan afspelen via de ●Voor het koppelen en beheren van Bluetooth-apparaten, zie pag. 23.●Voor het afhandelen van telefoongesprekkenzie pag. 32.●Voor het beheer van de muziekspeler, zie pag.40.OpmerkingenDoor de applicatie Ducati Link App voor iOS enAndroid te downloaden, kunt u bovendien diverseservices activeren, zoals: registratie vanroutebeschrijvingen, opslaan van de gegevens vande motor, raadpleging van de onderhoudsgegevensvan de motor, instelling van de parameters van demotor en nog veel meer. 22

Druk op de knop (4) als defunctie wordt weergegeven.Bij de betreding van deze functie geeft hetinstrumentenpaneel de volgende aanduidingenweer:●< Back●Associated Devices●Pairing●< BackKies de gewenste functie met de knoppen (1) en (2):Druk op de knop (4) als de aanduiding "AssociatedDevices" weergegeven wordt om de lijst vangekoppelde Bluetooth-apparaten weer te geven,zoals is beschreven in de paragraaf "Weergave enverwijdering gekoppelde apparaten".BluetoothTurn indicatorsInfoTire CalibrationDRL124Fig 1Associated DevicesPairing< Back< Back...124Fig 223

Associatie nieuw apparaat (Pairing)Met deze functie is het mogelijk een nieuwBluetooth-apparaat te koppelen.Het instrumentenpaneel beheert 4 soortenBluetooth-apparaten en maximaal 5 gekoppeldeen/of verbonden apparaten: 2 smartphones, 1koptelefoon bestuurder, 1 koptelefoon passagier, 1navigatiesysteem. Als u een nieuwe smartphoneheadset of navigatietoestel wilt koppelen, moet ueerst één van de reeds gekoppelde toestellenverwijderen (zie paragraaf “Weergave enverwijdering van gekoppelde apparaten”).OpmerkingenVoordat u verdergaat met het koppelen vaneen nieuw apparaat, moet u ervoor zorgen dat deBluetooth is ingeschakeld op dit apparaat en dat hetkan worden gedetecteerd door andere Bluetooth-apparaten. Raadpleeg altijd de instructies op hetapparaat.OpmerkingenTijdens de koppelingsprocedure is het mogelijkdat er een bevestiging direct op het apparaat (bijv.smartphone) wordt gevraagd.

Raadpleeg deinformatie op het apparaat.Om een nieuw Bluetooth-apparaat te koppelen ishet nodig het instelmenu (SETTING MENU) tebetreden.Kies de aanduiding “Bluetooth” met behulp van deknop (1) of de knop (2). Druk op de knop (4) als defunctie wordt weergegeven.Pairing< BackAssociated Devices< Back...124Fig 325

Selecteer het gewenste apparaat met de knoppen (1)en (2) en druk ter bevestiging van uw keuze op deknop (4) om deze te koppelen.Op het display wordt nu aan de rechterkant demelding “Pairing...” getoond (C).Als het koppelen afgerond is, wordt het apparaattoegevoegd aan de lijst van gekoppelde apparaten(A, Fig 5) en het instrumentenpaneel  weerterug naar het voorgaande scherm (A, Fig 4).Als het paren niet is gelukt, wordt "Pairing Error"weergegeven.Mocht u een Bluetooth-navigatiesysteem willenaansluiten, dient de procedure op hetnavigatiesysteem te worden verricht door deverbinding met de Bluetooth-regeleenheid van de te selecteren. Als de gebruiker hetkoppelen van het navigatiesysteem niet binnen 90seconden voltooit, kan de koppelprocedure nietworden afgerond.28

Weergave en verwijdering gekoppeldeapparaten (Associated Devices)Met deze functie kunt u reeds gekoppeldeBluetooth-apparaten bekijken en verwijderen.Er kunnen maximaal 2 smartphones, 1bestuurdersheadset en 1 passagiersheadset, 1navigatiesysteem gekoppeld worden.Naast elk apparaat wordt de bijbehorende icoonweergegeven dat het type aanduidt en het ismogelijk om het apparaat te verwijderen.Betreed het instelmenu (SETTING MENU).Kies de aanduiding “Bluetooth” met behulp van deknop (1) of de knop (2). Druk op de knop (4) als defunctie wordt weergegeven.Selecteer dan “Associated Devices” en druk op deknop (4).Op het instrumentenpaneel wordt "No Device"weergegeven als er geen gekoppelde apparaten zijn(B).Er kunnen maximaal 5 apparaten worden gekoppeld:Met de knoppen (1) en (2) kunt u door de lijst vangekoppelde apparaten scrollen en deze selecteren.Ass.

Iconen van gekoppelde Bluetooth-apparatenAls de Bluetooth-regeleenheid geïnstalleerd is,wordt het Bluetooth-symbool op hetinstrumentenpaneel weergegeven.Eenmaal gekoppeld worden de Bluetooth-apparaten als volgt weergegeven:1) Verbonden 2) Bestuurdersheadset verbonden;3) Passagiersheadset verbonden;4) Bestuurdersheadset verbonden enpassagiersheadset gekoppeld;5) Passagiersheadset verbonden enbestuurdersheadset gekoppeld;6) Bestuurders- en passagiersheadset verbonden;7) Navigatiesysteem verbonden.De iconen worden  weergegeven in de modus"day" of wit in de modus "night" wanneer het apparaat via Bluetooth is verbonden, enworden grijs weergegeven als het apparaat wel is gekoppeld maar niet is verbonden.Om de “day” of “night”-modus van het display tewijzigen, raadpleegt u het hoofdstuk “Instelmenu -achtergrondverlichting aanpassen (Backlight)” (pag.192).Als een  met het instrumentenpaneelwordt verbonden, kunnen met het systeem deaudiospeler en de lijst van laatste oproepen wordenbeheerd en om telefoongesprekken te ontvangen ofte voeren.

Telefoon (indien aanwezig)De functie “LAST CALLS” geeft de lijst van de laatstegemiste, gemaakte of ontvangen oproepen weer enbevindt zich in het functiemenu (zie pag. 129), en isalleen beschikbaar als de Bluetooth-regeleenheidgeïnstalleerd en een smartphone verbonden is.De procedure voor het koppelen van Bluetooth vindtu in het hoofdstuk “Koppelen en beheren vanBluetooth-apparaten” (pag. 23).Selecteer in het functiemenu (zie pag.

129) met detoetsen (1) en (2) het item “LAST CALLS” en druk opde toets (4).Bij de betreding van deze functie wordt op hetdisplay een aantal seconden lang de aanduiding“WAIT..” getoond, vervolgens wordt de naam of hetnummer van de laatste oproep getoond (Fig 8).Het instrumentenpaneel ontvangt de informatievan de oproepenlijst direct van de smartphone dievia Bluetooth is verbonden.Alleen de laatste 7 gemaakte, ontvangen of gemisteoproepen worden weergegeven.Met de knoppen (1) en (2) kunt u door de oproepen inde lijst (Fig 8) scrollen. U kunt een in de lijst1N023456789101110:34AMDTC 5ABS 1DWCRPM X 1000km/h40 °CTOURINGGear1LAST CALLS124DQSU/DFig 7DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear1LAURA BIANCHIEXITFig 832

Inkomende oproepBij ontvangst van een oproep terwijl de smartphonevia Bluetooth met het instrumentenpaneel isverbonden, verschijnt het volgende op het display:●de melding “ACCEPT” bij de pijl (A)●naam/nummer van de beller (B)●de aanduiding “DECLINE” bij de pijl (C)Tijdens de ontvangst van een oproep, kunt u deze viade knoppen (1) en (2) beantwoorden of weigeren. Inhet bijzonder:●druk op de knop (1) om de oproep tebeantwoorden●druk op de knop (2) om de oproep te weigerenOpmerkingenTijdens een inkomende oproep hebben deknoppen (1) en (2) niet de “normale” functie vannavigatie door de functies, maar worden gebruiktom de inkomende oproep te beantwoorden of teweigeren.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hMARIO ROSSIDECLINEACCEPT>>>40 °CTOURINGGear111ABC2Fig 1035

Oproep in uitvoeringBij beantwoording van een oproep toont hetinstrumentenpaneel (Fig 11):●de aanduiding “ACTIVE” (A)●naam/nummer van de beller voorafgegaan doorhet symbool “>>>” (B)●de aanduiding “END CALL” bij de pijl (C)U kunt het gesprek beëindigen door op de knop (2) tedrukken.Wanneer u een oproep  (bijvoorbeeld via defunctie LAST CALLS of de functie RECALL), toonthet instrumentenpaneel (Fig 12):●de aanduiding “ACTIVE” (A)●naam/nummer van de beller voorafgegaan doorhet symbool “ABC2Fig 11DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear11MARIO ROSSIEND CALLACTIVE

Laatste nummer terugbellen (RECALL)Wanneer de oproep wordt beëindigd, gemist ofgeweigerd,  het instrumentenpaneel 5seconden lang de functie RECALL voor terugbellenvan het laatste nummer.Het display toont:●de aanduiding “RECALL (A)” bij de pijl ●Naam/nummer van de beller voorafgegaan doorhet symbool “” indien het een ontvangenoproep  (B)Door op de knop (1) te drukken wordt de laatstenaam/nummer gebeld.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear11MARIO ROSSIRECALL>>>AB1Fig 1338

Gemiste oproepHet instrumentenpaneel waarschuwt in geval vaneen gemiste oproep door het symbool (A) 60seconden lang te activeren, waarvan de eerste 3seconden met knipperende weergave.OpmerkingenHet aantal gemiste oproepen wordt nietweergegeven.Ontvangen berichtHet instrumentenpaneel waarschuwt in geval vaneen ontvangen bericht door het symbool (B) 60seconden lang te activeren, waarvan de eerste 3seconden met knipperende weergave.OpmerkingenHet aantal gemiste berichten of e-mails wordtniet weergegeven.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hkmTOT526040 °CTOURINGGear11AFig 141N023456789101110:34AMDTC 5ABS 1DWCRPM X 1000km/hkmTOT526040 °CTOURINGGear11BDQS U/DFig 1539

Muziek (indien aanwezig)De functie “PLAYER” maakt de activering,deactivering en het beheer van de muziekspelermogelijk en bevindt zich in het functiemenu (zie pag.129), en is alleen beschikbaar als de Bluetooth-regeleenheid geïnstalleerd en een smartphoneverbonden is.De procedure voor het koppelen van Bluetooth vindtu in het hoofdstuk “Koppelen en beheren vanBluetooth-apparaten” (pag. 23).Selecteer in het functiemenu (zie pag. 129) met detoetsen (1) en (2) het item “PLAYER” en druk op detoets (4). Het item “PLAYER” wordt aangegeven metzijn huidige status “OFF” of “ON”.1N023456789101110:34AMDTC 5ABS 1DWCRPM X 1000km/h40 °CTOURINGGear1PLAYER OFF124DQSU/DFig 161N023456789101110:34AMDTC 5ABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear1PLAYER ON124DQSU/DFig 1740

Activering bediening van de audiospeler (vanOFF naar ON)Als de bediening van de audiospeler op “OFF” staat,wordt hij met een druk op de knop (4) geactiveerd.Met geactiveerde bediening van de audiospeler het display de titel van het momenteel op deverbonden  afgespeelde nummer weer(A), samen met de beschikbare bedieningsfuncties(B) en de aanduiding “EXIT” voorafgegaan door de pijl naar beneden (C) .De naam van het nummer wordt één keerweergegeven met van rechts naar links lopende vervolgens worden alleen de eerste weergegeven. Als de titel van het nummer nietbeschikbaar is, wordt de tekst "NOT AVAILABLE"weergegeven.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear1PLAYER OFF4Fig 18DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hTOURINGGear1PLAYER ON40°CEXITSKIP PLAYTRACKNAMEABCFig 1941

Bedieningsfuncties van de audiospelerWanneer de bediening actief is, worden de knop (1),de knop (2) en de knop (4) van hetinstrumentenpaneel uitsluitend gebruikt voor debediening van de audiospeler. In het bijzonder:●Play / Pauze, de knop (4) 2 seconden langindrukken.●Overgang naar volgende nummer “SKIP”, kortop de knop (4) drukken.●Het volume verhogen "+", kort op de knop (1)drukken. Tijdens het drukken op de knopverdwijnt het symbool “+” ten teken dat de knopis ingedrukt.●Het volume verlagen "-", kort op de knop (2)drukken. Tijdens het drukken op de knopverdwijnt het symbool “-” ten teken dat de knopis ingedrukt.●De bediening van de audiospeler afsluiten“EXIT”, 2 seconden lang op de knop (2) drukken.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hTOURINGGear1PLAYER ON40°CEXITSKIP PLAYTRACKNAME124Fig 2042

Play / PauzeWanneer het nummer in pauze staat (A), toont hetdisplay links van het nummer het symbool “ ” enboven het  rondje “ ” gevolgd door deaanduiding “PLAY”, ten teken dat het afspelen kanworden  door 2 seconden lang op de knop (4)te drukken.Wanneer het nummer wordt afgespeeld (B), toonthet display links van het nummer het symbool “ ”en boven het  rondje “ ” gevolgd door deaanduiding "PAUSE", ten teken dat het nummer inpauze kan worden gezet door 2 seconden lang op deknop (4) te drukken.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hTOURINGGear1PLAYER ON40°CEXITSKIP PLAYTRACKNAMEDQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hTOURINGGear1PLAYER ON40°CEXITSKIP PAUSETRACKNAME4ABFig 2143

Afsluiten van de actieve bediening van deaudiospeler (ON):Druk 2 seconden lang op de knop (2) om debediening van de audiospeler te verlaten (A) terwijldeze actief blijft, bijvoorbeeld met het afspelen vaneen nummer.Vervolgens krijgen de knoppen (1), (2) en (4) weer hun"normale" functies voor beheer/bediening van hetinstrumentenpaneel in plaats van die voor deaudiospeler.Met de speler actief, ook al wordt de functiegewijzigd (bijvoorbeeld TRIP 1), blijft het nummerdat afgespeeld wordt zichtbaar op het display.De functie “Beheer van de speler (PLAYER)”verschijnt, als deze geactiveerd is, in het menuaangegeven met “PLAYER ON” en onder de titel vanhet nummer dat afgespeeld wordt, is de zwarte pijlte zien die omhoog wijst, gevolgd door deaanduiding “PLAYER CONTROL” (B).DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hPLAYER ON40°CTOURINGGear1PLAYER CONTROLTRACKNAMEDQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hTOURINGGear1PLAYER ON40°CEXITSKIP PLAYTRACKNAMEAB421Fig 2244

 van de bediening van deaudiospeler (ON):Als de audiospeler eerder geactiveerd werd en debediening werd afgesloten om op andere functiesover te gaan, moet u in het menu de functie “Beheervan de audiospeler (PLAYER)” (A) weergeven en 2seconden lang op de knop (1) drukken om debedieningsfuncties van de audiospeler weer teactiveren.De bediening van de audiospeler wordt dan weeractief en de knoppen (1), (2) en (4) van hetinstrumentenpaneel worden weer uitsluitendgebruikt voor de bediening van de audiospeler (B).DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hPLAYER ON40°CTOURINGGear1PLAYER CONTROLTRACKNAMEDQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hTOURINGGear1PLAYER ON40°CEXITSKIP PLAYTRACKNAME421ABFig 2345

Deactivering bediening van de audiospeler(van ON naar OFF):Om de bediening van de audiospeler op “OFF” in testellen en ook het eventueel afgespeelde nummerte onderbreken, de functie PLAYER selecteren in hetmenu.De functie wordt aangegeven met “ON” (A), druk nuop de knop (4).De bediening van de audiospeler wordt nu op “OFF”(B) ingesteld.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/hPLAYER ON40°CTOURINGGear1PLAYER CONTROLTRACKNAMEDQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear1PLAYER OFF4ABFig 2446

Algemene informatieAcroniemen en afkortingen die in dehandleiding zijn gebruiktABS Antilock Braking SystemBBS Black Box SystemCAN Controller Area NetworkEBC DUCATI rear tyre Anti-locking Sys‐tem by ETVDDA DUCATI Data AcquisitionDQS DUCATI Quick DRL Daytime Running LightDSB DashboardDTC DUCATI Traction ControlDWC DUCATI Wheelie ControlECU Engine Control UnitGPS Global Positioning SystemWaarschuwingssymbolen die in dezehandleiding gebruikt wordenOm de gevaren voor uzelf en voor anderen tebenadrukken zijn in deze handleiding verschillendevormen van informatie toegepast, zoals:● op de motor;●Veiligheidsmededelingen in combinatie meteen waarschuwingssymbool en de begrippenLET OP of BELANGRIJK.Let opHet niet naleven van deze  kangevaarlijke situaties en ernstig persoonlijk letsel metmogelijk dodelijk gevolg aan de bestuurder ofandere personen veroorzaken.BelangrijkEr bestaat kans op schade aan de en/of de componenten ervan.OpmerkingenMeer informatie over de uit te voerenwerkzaamheden.Alle verwijzingen naar RECHTS of LINKS gaan uitvan de rijrichting van de 47

Toegestaan gebruikLet opDeze  is ontworpen voor gebruik opde openbare weg en kan incidenteel op onverhardewegen worden gebruikt. Door gebruik onderomstandigheden waar de  niet voor isontworpen (bijv. voor intensief  gebruik) kande controle over het  worden verloren enneemt het risico op ongevallen toe. Let opDeze  mag niet worden gebruiktvoor het slepen van een aanhanger of met eenzijspan, aangezien men daardoor de beheersing overde  kan verliezen en ongevallen kunnenontstaan. Deze   de bestuurder en kan eenpassagier vervoeren. Let opHet totaalgewicht van de  rijklaarmet bestuurder, passagier, bagage en extraaccessoires mag niet groter dan 375 kg / 826. 73 lbzijn.

BelangrijkDoor het gebruik van de  onderextreme omstandigheden, zoals bijvoorbeeld op erg en modderige wegen of in droge en omgevingen, kunnen componenten zoals detransmissie, de remmen of het  sneller dangemiddeld verslijten. De motor kan beschadigdraken als het  vuil is. De of de vervanging van onderdelen die meer aanslijtage onderworpen zijn, kan dus eerder nodig zijndan het interval dat in het geprogrammeerdeonderhoudsplan is gegeven. Verplichtingen van de bestuurderElke bestuurder dient een rijbewijs te hebben. Let opRijden zonder rijbewijs is illegaal en wordtvolgens de wet  Controleer altijd of u uwrijbewijs bij u  als u de  gebruikt.

Sluit eenverzekering af en bewaar het verzekeringsbewijssamen met de andere documenten van uwIn bepaalde landen is het gebruik van eengoedgekeurde helm die de veiligheid van debestuurder en/of de passagier beschermt, verplicht.Let opVerifieer de wetgeving van uw land, rijdenzonder helm kan worden Let opBij een ongeval neemt het risico op ernstigletsel, met mogelijk dodelijke afloop, aanzienlijk toeals u zonder helm rijdt.Let opVerifieer of de helm voldoet aan de goed zicht biedt, om uw hoofd past (de juiste maat), en is voorzien vanhet etiket met de specifieke goedkeuring die in uwland toepasselijk is. De verkeerswetgeving per land.

Let opEen niet voorbereide bestuurder of eenverkeerd gebruik van het  kan verlies overhet stuur, dodelijk letsel of ernstige schadeveroorzaken.KledingDe kleding die tijdens het gebruik van de wordt gedragen, is heel belangrijk voor uw veiligheid.De  beschermt de persoon niet in hetgeval van een botsing met een ander Geschikte kleding bestaat uit: een helm,oogbescherming, handschoenen, laarzen,rugbescherming, een jas met lange mouwen en eenlange broek.●De helm moet voldoen aan de eisen beschrevenin “Verplichtingen van de bestuurder”.

Gebruikeen geschikte bril als de helm geen vizier ●De handschoenen moeten  zijn, 5vingers hebben en moeten van leer of anderwrijvingsbestendig materiaal zijn gemaakt,voorzien zijn van knokkelbeschermers enversterkingen op de vingers;●De laarzen of schoenen moeten een antislipzoolhebben en moeten de enkels beschermen;●De rugbeschermer moet  zijn ende juiste afmetingen hebben inovereenstemming met de fysieke gesteldheidvan de bestuurder, volgens de specificaties vande fabrikant;●De jas en de broek of het beschermende pakmoeten  zijn en van leer of anderwrijvingsbestendig materiaal zijn gemaakt enmoeten een duidelijk zichtbare kleur of duidelijkzichtbare delen hebben.

Kies producten met bescherming.BelangrijkVermijd het gebruik van loshangende kledingof accessoires die aan de organen van de motorkunnen vasthaken.BelangrijkVoor uw veiligheid dient u deze kleding in dezomer en in de winter te gebruiken.BelangrijkVoor de veiligheid van de passagier dient ookdeze persoon passende kleding te dragen.50

"""Best Practices"" voor uwveiligheid"Voor, tijdens en na het gebruik dient u een aantaleenvoudige handelingen te verrichten die zeerbelangrijk voor de veiligheid van personen en hetbehouden van de  van uw  zijn.BelangrijkHoud u tijdens de inrijperiode nauwgezet aande aanwijzingen in het hoofdstuk "Gebruiksnormen".Het niet naleven van deze  Ducati Motor Holding S.p.A.

van elke vorm vanaansprakelijkheid voor eventuele schade aan demotor en de levensduur ervan.Let opGa niet met de  rijden als uonvoldoende ervaring  met de bedieningen dieu tijdens het rijden nodig Voor, tijdens en na het gebruik dient u een aantaleenvoudige handelingen te verrichten die zeerbelangrijk voor de veiligheid van personen en hetbehouden van de  van uw  zijn.Verricht de controles beschreven in deze handleidingin het hoofdstuk “Controles voorafgaand aan het alvorens u de motor Let opHet niet verrichten van deze controles kanschade aan het  en ernstig letsel aan debestuurder en/of de eventuele bijrijder veroorzaken.Let op de motor in de open lucht of in eenvoldoende geventileerde ruimte.

 de motornooit in een gesloten ruimte.De uitlaatgassen zijn  en kunnenbewusteloosheid of binnen zeer  tijd zelfs eendodelijke afloop tot gevolg hebben.Neem tijdens het rijden een correcte houding aan.Verzeker u ervan dat ook de passagier een correctehouding aanneemt.BelangrijkDe bestuurder dient ALTIJD de beide handenop het stuur te houden.51

BelangrijkDe bestuurder en de passagier dienen hunvoeten tijdens het rijden altijd op de voetsteunen teBelangrijkDe passagier dient altijd de specifiekehandgrepen op het frame onder het zadel beet tepakken.BelangrijkLet goed op bij het benaderen van kruisingen, of parkeerplaatsen en op de oprit van desnelweg.BelangrijkZorg ervoor dat u goed zichtbaar bent als u inde "dode hoek" van  voor u rijdt.BelangrijkGeef ALTIJD en tijdig met behulp van derichtingaanwijzers aan dat u afslaat of dat u vanrijstrook verwisselt.BelangrijkParkeer de  met de zijstandaard opdergelijke wijze dat er niet tegen kan wordengestoten.

Let opDe motor, de uitlaat en de uitlaatdemperskunnen erg warm worden, ook als u de motoruitgeschakeld  Raak de delen dus niet aan metuw lichaam, pas goed op en parkeer het  nietin de  van ontvlambare materialen (metinbegrip van hout, bladeren, enz.).Dek de  zolang de motor en hetuitlaatsysteem nog heet zijn, niet af met het zeil ombeschadiging ervan te voorkomen.53

TankenBrandstoflabelBrandstof identificatielabelTank in de buitenlucht en bij uitgeschakelde motor.Roken en het gebruik van open vuur tijdens hettanken is verboden.Zorg ervoor dat u geen brandstof op de motor of deuitlaat laat lekken.Vul tijdens het tanken de  nooithelemaal: het brandstofpeil moet onder devulopening in de holte van de dop blijven.Zorg ervoor dat u tijdens het tanken debenzinedampen niet inademt en dat de brandstofniet met de ogen, de huid of de kleding in aanrakingkomt.Let opHet  is uitsluitend compatibel metbrandstof met een maximum ethanolgehalte van10% (E10).Het gebruik van benzine met een ethanolgehaltevan meer dan 10% is verboden. Het gebruik van eendergelijke brandstof kan ernstige schade aan demotor en de onderdelen van de veroorzaken.

Rijden met volle bepakkingDit  is ontworpen voor het veiligafleggen van lange afstanden met volle bepakking.Het goed verdelen van het gewicht van de lading ophet  is uiterst belangrijk om de veiligheid vande  te behouden en niet in moeilijkhedente komen bij plotselinge stuurbewegingen of opslecht wegdek.Let opDe toelaatbare maximumsnelheid metzijtassen en  is 180 Km/h (112 mph).

In iedergeval dienen de  voorgeschrevensnelheidslimieten te worden nageleefd.Let opOverschrijd het maximaal toegestanetotaalgewicht van de  niet en houdrekening met de hierna gegeven informatie over dete vervoeren lading.Informatie omtrent de te vervoerenladingBelangrijkDe zwaarste bagage of accessoires dienen zolaag mogelijk en zo veel mogelijk in het midden vanhet  te worden vastgemaakt.BelangrijkMaak geen zware of grote voorwerpen vast aanhet stuur of het voorste spatbord, omdat dit de gevaarlijk uit evenwicht brengt.BelangrijkBevestig de bagage aan de structuur van de Onvoldoende bevestigde bagage kan de uit balans brengen.BelangrijkSteek geen lading tussen de frameconstructie,aangezien deze verstrikt kan raken in bewegendedelen van de Let opControleer of de bandenspanningovereenstemt met de  en controleer ofde banden in goede staat verkeren.56

Zie de paragraaf "Banden" in "Technischespecificaties".Gevaarlijke producten -waarschuwingenGebruikte motorolieLet opGebruikte motorolie kan huidkankerveroorzaken als de olie vaak en langdurig met dehuid in aanraking komt. We raden aan om de handenzo spoedig mogelijk na de hantering met water enzeep te wassen, als men dagelijks met gebruiktemotorolie in aanraking komt. Houd gebruiktemotorolie buiten het bereik van kinderen.RemstofMaak de remmen niet schoon met perslucht ofdroge borstels.RemvloeistofLet opDe kunststof, rubberen of gelakte onderdelenvan de motorfiets kunnen schade oplopen als devloeistof erop terechtkomt. Bedek deze onderdelen,elke keer dat u werkzaamheden verricht, met eenschone lap, alvorens u het systeem onderhoudt.Houd gebruikte motorolie buiten het bereik vankinderen.Let opDe vloeistof van het remcircuit is bijtend.

Wasbij aanraking met de remvloeistof de ogen en dehuid grondig met stromend water.KoelvloeistofDe koelvloeistof van de motor bevat ethyleenglycol.Onder bepaalde omstandigheden is deze stofbrandbaar en is de vlam ervan niet zichtbaar. Alsethyleenglycol vlam vat, is de vlam niet zichtbaar,maar kan desondanks ernstige brandwondenveroorzaken.Let opGiet geen koelvloeistof over de uitlaat of delenvan de motor.57

Deze delen kunnen dusdanig warm zijn dat ze devloeistof kunnen ontsteken. De vloeistof brandtzonder zichtbare vlammen. Koelvloeistof(ethyleenglycol) kan huidirritatie veroorzaken en is bij inname. Houd gebruikte motorolie buitenhet bereik van kinderen. Draai de dop van de radiatorniet los zolang de motor warm is. De koelvloeistofstaat onder druk en kan brandwonden veroorzaken.Houd uw handen en kleding buiten bereik van dekoelventilator aangezien deze automatisch wordtAccuLet opDe accu  explosieve gassen af. Houdvonken, open vuur en  op een afstand.Verifieer tijdens het opladen van de accu of deruimte voldoende wordt geventileerd.58

Dop op de OPENENTil het beschermkapje (1) op en steek de sleutel in hetslot. Ontgrendel het slot door de sleutel 1/4 slagrechtsom te laten draaien.SLUITENSluit de dop met de sleutel in het slot en druk de dopop zijn plaats. Draai de sleutel linksom totdat deoorspronkelijke stand wordt bereikt en neem desleutel uit. Sluit het beschermkapje (1) van het slot.OpmerkingenU kunt de dop enkel met de sleutel afsluiten.Let opVerzeker u er altijd van dat de dop perfect isaangebracht en is gesloten.1Fig 292Fig 3062

Behoud van de acculadingUw  is voorzien van een connector (1), onderhet bestuurderszadel, waar u een speciale acculader(2) op kunt aansluiten (accu-Onderhoudskit 69928471A - (Europa),  69928471AW (Japan),69928471AX (Australië), 69928471AY (UK),69928471AZ (USA)) verkrijgbaar bij onze dealers.Haal de connector (1) uit de klem (A) en sluit hem aanop de  (2).OpmerkingenDe elektrische installatie van het model is opdergelijke wijze ontworpen dat bij een uitgeschakeldinstrumentenpaneel het verbruik erg laag is.Desondanks loopt de accu uit zichzelf een beetjeleeg. Dit fenomeen is fysiologisch en wordtbeïnvloed door de tijd waarin de motor "nietgebruikt" wordt en door deomgevingsomstandigheden.BelangrijkAls de accu niet met de speciale acculader opeen minimum spanningswaarde gehouden wordt,zal sulfatering optreden.

Tijdens perioden dat de  niet wordtgebruikt (langer dan ca. 30 dagen) raden we u aan omde Ducati acculader (accu-Onderhoudskit) tegebruiken. Deze acculader is voorzien vanelektronica die de accuspanning  en dieeen maximum laadstroom van 1,5 Ampère/uur Sluit de lader aan op dediagnoseconnector.OpmerkingenHet gebruik van acculaders die niet door Ducatigoedgekeurd zijn, kan schade aan de elektrischeinstallatie van de motor veroorzaken. De garantiedekt schade aan de accu niet als blijkt dat dezeschade wegens de bovenstaande redenen en dusvanwege verkeerd onderhoud veroorzaakt is.Let opSluit de accu NOOIT parallel aan die van andere aan, want dat kan  of van de accu tot gevolg hebben.67

ZijstandaardBelangrijkMaak uitsluitend gebruik van de zijstandaardom de  tijdens een  stilstand teondersteunen. Voordat u de zijstandaard gebruikt, u of het oppervlak waarop u deze wenstte  stevig en vlak genoeg is.Op zachte grond, kiezelstenen, door de zon verhitasfalt enz. kan de geparkeerde  omvallen.Parkeer de  altijd met het achterwiel naarde voet van de helling gekeerd als u op een hellingOm de zijstandaard open te klappen, drukt u met uwvoet (terwijl u beide handen op het stuur van de houdt) tegen de standaard (1) en duwt udeze helemaal uit.

Laat de  naar linksoverhellen om de standaard op de grond te Om de zijstandaard in de "ruststand" in te klappen(horizontaal) laat men de  naar rechtshellen en duwt men  de standaard (1)met de voet naar boven.Voor een optimale functionering van het scharniervan de zijstandaard moeten de wrijvingspunten methet vet SHELL Alvania R3 worden gesmeerd nadathet vuil is verwijderd.Let opNiet op de  blijven  als deze opde zijstandaard geparkeerd is.12Fig 3868

Afstelling voorvorkDe vork van de  is regelbaar in deextensiefase (rebound), bij het samendrukken van detelescopen en bij de voorspanning van de veer.De veervoorspanning kan in de beide veerpotenworden afgesteld. De compressie kan op delinkerveerpoot en de rebound kan op derechterveerpoot worden afgesteld.De afstelling wordt verricht met behulp van deexterne stelschroeven:1) voor het afstellen van de extensie van dehydraulische rem;2) voor het afstellen van de voorspanning van deinwendige veren;3) voor het afstellen van de compressie van dehydraulische rem.Plaats de  stevig op de zijstandaard. Draaimet de specifieke inbussleutel aan de stelschroef (1)aan de bovenkant van de rechterveerpoot om derebound van de hydraulische rem te kunnenafstellen.

Draai met de specifieke inbussleutel aande stelschroef (3) aan de bovenkant van delinkerveerpoot om de compressie van dehydraulische rem te kunnen afstellen. U klikken als u aan de stelschroeven (1) en (3) draait.Elke klik komt overeen met een afstelling van dedemping.Door de schroef helemaal aan te draaien totdat dezevastzit, wordt stand "0" voor een maximale dempingverkregen.Door vanuit deze positie de stelschroef linksom telaten draaien, kunt u verschillende klikken tellen.Deze klikken horen bij de standen "1", "2", enz...De STANDAARDAFSTELLINGEN zijn als volgt:●compressie op de linkerveerpoot: 15 klikken(vanuit de gesloten stand);213Fig 3970

Controle lampenDim-/grootlicht (versie zonder DRL-licht)Bij key-on worden het dim- en grootlicht nietingeschakeld  maar wordt uitsluitend hetpositielicht ingeschakeld.Na het  van de motor wordt het dimlichtautomatisch ingeschakeld. Omschakelen tussendimlicht en grootlicht doet u met de knop (7)standen (B) en (A) en knipperen met grootlicht metde knop (3). Indien de motor na de key-on niet wordt, is het toch mogelijk het dimlicht/grootlicht te activeren met de knop (7) in stand (B) en(A) of een knippersignaal te geven met de knop (3) opde linker stuurschakelaar.De lichten worden opnieuw gedeactiveerd  alsde motor niet wordt  binnen 60 seconden nade handmatige inschakeling van het dimlicht/grootlicht.Om de accu van de motor te sparen, wordt dekoplamp automatisch uitgeschakeld als tijdens het van de motor het dim- en grootlicht isingeschakeld.

De koplamp wordt weer ingeschakeldals de motor is Dim-/grootlicht (versie met DRL-licht)Bij key-on worden het dim- en grootlicht nietingeschakeld  maar worden uitsluitend hetpositielicht en het DRL-licht ingeschakeld.Als de motor is  wordt het dimlichtautomatisch ingeschakeld als de AUTO-modus isgeselecteerd en het instrumentenpaneel weiniglicht (NIGHT) waarneemt. Het DRL-licht ingeschakeld en dus  het dimlicht uitgeschakeldals het instrumentenpaneel veel licht (DAY)waarneemt.AB73Fig 4377

De lichten worden opnieuw gedeactiveerd  alsde motor niet wordt  binnen 60 seconden nade handmatige inschakeling van het dimlicht/grootlicht.Ook kan het grootlicht met de knop (7, Fig 43) instand (A) worden ingeschakeld of een knippersignaalworden gegeven met de knop (3, Fig 43) als hetdimlicht is geactiveerd.Indien de motor na de key-on niet  wordt, ishet toch mogelijk het dimlicht/grootlicht teactiveren met de knop (7, Fig 43) in stand (B) en (A) ofeen knippersignaal te geven met de knop (3, Fig 43)op de linker stuurschakelaar.Om de accu van de motor te behouden, wordt dekoplamp automatisch uitgeschakeld als tijdens het van de motor het dim-, groot- en DRL-lichtis ingeschakeld (ON). De koplamp wordt weeringeschakeld als de motor is 78

DRL-licht (Daytime Running Light) in AUTO-modus – uitsluitend voor de versie met DRL-lichtIndien in het instelmenu het DRL-licht is ingesteldop AUOT, beheert het instrumentenpaneel hetDRL-licht automatisch (op basis van het licht van deomgeving) in verhouding tot het dimlicht;●Indien het instrumentenpaneel een goedelichtsituatie meet (dag), wordt het DRL-lichtontstoken en het dimlicht wordt uitgeschakeld;●indien het instrumentenpaneel een slechtelichtsituatie meet (nacht), wordt het DRL-lichtuitgeschakeld en het dimlicht wordt ontstoken.In deze modus schakelt het instrumentenpaneelautomatisch over van het DRL-licht naar dimlicht, enomgekeerd, op basis van de gemeten lichtsterkte.Wanneer het DRL-licht brandt en op AUTO isingesteld, wordt op het display het groene lampje (A)weergegeven.Let opHet gebruik van het DRL-licht in de modusAUTO (automatisch) bij weinig licht en met name bijmist of bewolking kan een gevaar voor uw veiligheidvormen.

In dit geval raadt DUCATI aan om hetdimlicht met de hand in te schakelen.Als het DRL-licht is ingesteld via het instelmenu opAUTO, kan deze worden uitgeschakeld door tedrukken op de knop (5) en het beheer van de lichtenwordt “normaal”. Door nogmaals op de knop (5) tedrukken, wordt het DRL-licht opnieuw geactiveerden het beheer overgeschakeld op MANUAL.DQS1N023456789101110:34AMDTC 5U/DABS 1DWCRPM X 1000km/h40°CTOURINGGear1kmTOT5260A5AFig 4479

DRL-licht in MANUAL-modus – uitsluitendvoor de versie met DRL-lichtBij het  van de motor wordt de status van hetDRL-licht niet gewijzigd als het DRL-licht via hetinstelmenu (pag. 217) in deze modus is geplaatst.Schakel het DRL-licht in of uit met de knop(5 Fig 44).Let opHet gebruik van het DRL-licht bij zeer weiniglicht (in het donker) kan de zichtbaarheid benadelenen tegemoetkomend verkeer verblinden.OpmerkingenHet gebruik van het DRL-licht overdag uw zichtbaarheid voor hettegemoetkomende verkeer dat dit licht beter kanwaarnemen dan dimlicht.81

RichtingaanwijzersHet instrumentenpaneel beheert derichtingaanwijzers in handmatige of automatischemodus afhankelijk van de instelling via hetinstelmenu - zie hoofdstuk “Instelmenu- Instellingrichtingaanwijzers (Turn indicators)” op pag. 219.Handmatige deactivering:Nadat u één van de richtingaanwijzers geactiveerdheeft, kunt u deze met de knop (4) deactiveren.Automatische deactivering:Automatische deactivering:De richtingaanwijzers gaan automatisch uit als isafgeslagen. Dit wordt waargenomen n.a.v. devoertuigsnelheid, de hoek waarmee de bocht wordtgenomen en aan de hand van de dynamische analysevan het voertuig.Als bij geactiveerde richtingaanwijzer opnieuw op deknop voor de inschakeling van de richtingaanwijzergedrukt wordt, worden de automatischedeactiveringsfuncties opnieuw geïnitialiseerd.Let opDe automatische uitschakelsystemen zijnhulpsystemen voor de bestuurder.

Ze helpen debestuurder tijdens het beheren van derichtingaanwijzers, zodat het gebruik ervaneenvoudiger en comfortabel wordt. Deze systemenzijn zodanig ontwikkeld dat deze bij het merendeelvan de manoeuvres werken. Dit betekent echter nietdat de bestuurder de werking van derichtingaanwijzers niet langer moet controleren(door deze, wanneer nodig, met de hand in of uit teschakelen).4Fig 4582

Functie Hazard (4 pijltjes)Met de Hazard-functie kunt u  de vierrichtingaanwijzers inschakelen om een noodsituatieaan te duiden.Deze functie wordt geactiveerd door op de knop (6)te drukkenAls de Hazard-functie geactiveerd is, knipperen devier richtingaanwijzers en de lampjes op hetinstrumentenpaneel (lampjes 6, zie“Instrumentenpaneel”)  en synchroon.Als tijdens de key-on de Hazard-functie isingeschakeld,  deze bij  werken.Als de functie in  actief is, wordt deze pas na120 minuten automatisch uitgeschakeld.In  is het niet mogelijk de Hazard-functie teactiveren.OpmerkingenAls bij key-on de "Hazard" functie nog altijdactief is, zal de functie geactiveerd blijven (tijdens deinitiële controle van het instrumentenpaneel is hetmogelijk dat de bediening van de richtingaanwijzerstijdelijk wordt onderbroken).OpmerkingenAls op een bepaald moment de functie isingeschakeld en de accu onverwacht wordtlosgekoppeld, schakelt het instrumentenpaneel alsde accuspanning wordt hersteld, de functie uit.OpmerkingenDe functie "Hazard"  de prioriteit tenopzichte van de normale functionering van derichtingaanwijzers.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ducati Hypermotard 950 SP (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden