Ducati Hypermotard 698 Mono RVE (2025) Handleiding

Ducati Motor Hypermotard 698 Mono RVE (2025)

Bekijk gratis de handleiding van Ducati Hypermotard 698 Mono RVE (2025) (280 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Ducati Hypermotard 698 Mono RVE (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/280

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ducati
Categorie: Motor
Model: Hypermotard 698 Mono RVE (2025)

Handleiding Ducati Hypermotard 698 Mono RVE (2025) – volledige tekst

Beste Ducatistwij danken u voor het  dat je in ons hebt gesteld met de aankoop van je nieuwe Hypermotard 698Mono.We raden u aan om de gebruiksaanwijzing zorgvuldig te lezen, zodat u snel  raakt met uw Ducatien optimaal gebruik kunt maken van alle functies; in de handleiding geven we u veel  tips eninformatie over uw veiligheid, over hoe u uw motor kunt verzorgen en over hoe u de waarde van uw hoog kunt houden door het juiste onderhoud bij gespecialiseerde servicecentra.U kunt deze handleiding ook in digitaal formaat vinden, altijd geactualiseerd, op de speciale pagina van deDucati website en in de MyDucati App, die zowel vanaf een PC als een telefoon kan worden geraadpleegd.

Zo  u altijd de meest actuele versie van de handleiding ter beschikking en vindt u ook informatie enveelgestelde vragen over uw motor en de wereld van Ducati.Suggesties voor verbetering van de inhoud van deze Gebruiks- en Onderhoudshandleiding kunt u naar hetvolgende adres sturen: [email protected]

Andorra, Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië,Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk(inclusief Corsica, op wegen die toegankelijk zijn voornormaal verkeer) FYROM (de voormaligeJoegoslavische Republiek Macedonië), Duitsland,Gibraltar, Griekenland, Ierland, IJsland, Italië(inclusief San Marino en Vaticaanstad), Letland,Litouwen, Luxemburg, Malta, Montenegro,Noorwegen, Nederland, Polen,  Monaco,Verenigd Koninkrijk, Tsjechische Republiek,Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje,Zweden, Zwitserland, Turkije, Oekraïne, Hongarije.BelangrijkAlle informatie is gedetailleerd beschikbaar opde Ducati-website van uw land.Telefoonnummers van de centralesOm assistentie te vragen: in het thuisland: bel het gratis nummervan uw eigen land dat in de eerste kolom van de tabelstaat. buiten het thuisland: bel hetbetaalnummer van uw eigen land, en draai ook delandcode zoals aangegeven in de tweede kolom vande tabel.Als u problemen ondervindt bij het bellen naar uwthuisnummer vanuit het buitenland, bel dan hetnummer van het land waar de plaatsvond (dit geldt niet voor het VerenigdKoninkrijk).Let opIn het geval dat de aangegeven nummerstijdelijk gedeactiveerd blijken te zijn wegensproblemen aan de telefoonlijnen, kan de Cliënt hetnummer van de Hulpcentrale ACI Global Services inItalië bellen: +39-02 66165610.Land Gratis bellen Betaald bellen /Bellen vanuit hetbuitenlandAndorra +34-91-594 9340+34-91-594 9340 0800-22 03 50 +43-1-25 11919398België 0800-14 134 +32-2-233 22 90 (02)-986 73 52 +359-2-986 73 52Cyprus 25 561580 +357-25 561580Kroatië 0800-79 87 +385-1-464 01 4110

InfotainmentInfotainment (indien aanwezig)Als de Bluetooth-regeleenheid geïnstalleerd is,wordt het infotainmentsysteem geactiveerd.Met het infotainmentsysteem kunnen apparatenzoals   bestuurdershelm, passagiershelm en navigatiesysteem viaBluetooth worden aangesloten, zodat de bestuurderinkomende en uitgaande telefoongesprekken kanbeheren en muziek kan afspelen via de ●Voor het koppelen en beheren van Bluetooth-apparaten, zie pag. 23.●Voor het afhandelen van telefoongesprekkenzie pag. 30.●Voor het beheer van de muziekspeler, zie pag.32.22

Koppelen en beheren van Bluetooth-apparaten (indien aanwezig)Deze functie is alleen beschikbaar indien deBluetooth-regeleenheid geïnstalleerd is en dientvoor het beheer van Bluetooth-apparaten die altoegevoegd zijn en het toevoegen van nieuweapparaten.●Selecteer in het hoofdscherm het item“SETTING MENU” (ziepag. 127) met de knoppen(1) en (2) en druk op de knop ENTER (3).●Selecteer het item “BTH” (A) en druk op ENTER(3).Als er nog geen Bluetooth-apparaten gekoppeldzijn, wordt de tekst “NO DEV” (B) weergegeven en detekst “PAIRING” knipperend (C). Druk op ENTER (3)om een nieuw Bluetooth-apparaat te koppelen.Als er al eerder Bluetooth-apparaten gekoppeld zijn,wordt de naam van het eerste apparaatweergegeven, samen met de tekst “PAIRING”.Gebruik de knoppen (1) en (2) om door de reedsgekoppelde apparaten te scrollen en ze te selecterenof selecteer het knipperende item “PAIRING”.

In plaats van de versnelling wordt het aantalmomenteel gekoppelde apparaten aangegeven (D).OpmerkingenEr kunnen maximaal 2 smartphones, 1bestuurdersheadset en 1 passagiersheadset en 1navigatiesysteem gekoppeld worden.OpmerkingenAls er geen gekoppelde apparaten aanwezigzijn, wordt Geen apparaten weergegeven.Let opDe fabrikanten van smartphones en headsetskunnen de standaardprotocollen gedurende delevenscyclus van de apparaten (smartphones enheadsets) wijzigen.Let opDucati heeft geen controle over dezewijzigingen.

Dit kan echter van invloed zijn op dediverse functies van Smartphones en Bluetooth-headsets (delen van muziek, afspelen vanmultimedia, enz.) en op bepaalde Smartphones(naargelang de ondersteunde Bluetooth-profielen).Daarom kan Ducati het afspelen van multimedia nietwaarborgen voor:1) alle headsets en smartphones die verkrijgbaarzijn;2) Smartphones die de vereiste Bluetooth-profielen niet ondersteunen.Let opDucati heeft veel van de meest populaire enrecente smartphones getest, maar debesturingssystemen en technologische keuzes vande fabrikanten van smartphones zijn niet ondercontrole van Ducati, dus het is niet mogelijk om dewerking op alle op de markt verkrijgbare telefoonsen hun software en firmware te garanderen. Bezoekde Ducati-website om de compatibele smartphonesen besturingssystemen te raadplegen.24

PAIRING - koppeling van een nieuwBluetooth-apparaatMet deze functie is het mogelijk een nieuwBluetooth-apparaat te koppelen.●Selecteer in het hoofdscherm het item“SETTING MENU” (ziepag. 127) met deknoppen (1) en (2) en druk op de knop ENTER (3).●Selecteer het item “BTH” en druk op ENTER (3).●Selecteer met de knoppen (1) en (2) hetknipperende item “PAIRING” en druk op ENTER(3).Er wordt een lijst weergegeven van de soortenBluetooth-apparaten die gekoppeld kunnenworden: de knipperende tekst “PHONE” (E) wordtweergegeven en met de knoppen (1) en (2) kan doorde items “RIDER”, “PASSENGER” en “NAVI” wordengescrold. Druk op ENTER (3) om het gewenste typete bevestigen.OpmerkingenEr kunnen maximaal 2 smartphones, 1bestuurdersheadset en 1 passagiersheadset en 1navigatiesysteem gekoppeld worden.Het instrumentenpaneel begint vervolgens tezoeken naar Bluetooth-apparaten binnen bereik enEF GHFig 226

 een lijst met hun namen (F) weer, terwijl hetaantal apparaten dat tijdens het zoeken gevondenis,  op de plaats van de snelheid (G).Wanneer het aantal gevonden apparaten stopt metknipperen, is het zoeken naar apparaten voltooid.Selecteer uit de lijst met gevonden apparaten (F) hetgewenste apparaat met de knoppen (1) en (2) en drukop ENTER (3).Op het scherm verschijnt “WAIT” in afwachting vanvalidatie door het Bluetooth-apparaat.

Volg deaanwijzingen op het apparaat om de koppeling teactiveren en door te gaan.Als het apparaat eenmaal is gekoppeld, wordtgedurende enkele seconden te tekst “PAIRED” (H)weergegeven en wordt het aantal gekoppeldeapparaten bijgewerkt, waarna hetinstrumentenpaneel  naar de vorigeweergave met de bijgewerkte lijst van gekoppeldeapparaten.Als u een nieuwe  headset ofnavigatiesysteem wilt koppelen, maar het maximaalaantal toegestane apparaten al bereikt  moetu eerst één van de reeds gekoppelde apparatenverwijderen.27

DELETE - Bluetooth-apparaat verwijderenMet deze functie kunnen reeds gekoppeldeBluetooth-apparaten worden verwijderd.●Selecteer in het hoofdscherm het item“SETTING MENU” (ziepag. 127) met deknoppen (1) en (2) en druk op de knop ENTER (3).●Selecteer het item “BTH” en druk op ENTER (3).●Gebruik de knoppen (1) en (2) om de naam vanhet apparaat dat u wilt verwijderen te selecterenen druk op ENTER (3).De tekst “DELETE” (I) wordt weergegeven, druk opENTER (3) om door te gaan met wissen, de tekst“WAIT” wordt enkele seconden weergegeven envervolgens worden de lijst en het aantal gekoppeldeapparaten bijgewerkt.De verwijderingsfase kan worden geannuleerd doorde knop (2) lang ingedrukt te houden.IFig 328

Telefoon (indien aanwezig)Deze functie is alleen beschikbaar indien deBluetooth-regeleenheid geïnstalleerd is en iszichtbaar in het functiemenu (zie pag. 113): geeft delijst van 7 laatst gemiste, gedane of ontvangenoproepen weer en kan alleen worden geselecteerdals u een smartphone via Bluetooth hebtaangesloten.De procedure voor het koppelen van Bluetooth vindtu in het hoofdstuk “Koppelen en beheren vanBluetooth-apparaten” (pag. 23).Gebruik de knoppen (1) en (2) om het item “CALLS”(A) te selecteren en druk op ENTER (3).Het eerste item (B) in de lijst met de laatste 7gemaakte, ontvangen of gemiste oproepen wordtweergegeven. Als een nummer of contactpersoonmeerdere malen bij de laatste gesprekken aanwezigis, wordt deze lijst slechts één keer weergegeven.Met de knoppen (1) en (2) kunt u door de oproepen inde lijst scrollen.

Oproep in uitvoeringAls er een gesprek gaande is, wordt de naam of hetnummer van de contactpersoon (C) weergegeven.Houd om het gesprek te beëindigen de knop (2) langingedrukt.OpmerkingenTijdens een lopend gesprek wordt demuziekspeler op pauze gezet.Inkomende oproepAls er een oproep binnenkomt, wordt de naam of hetnummer van de contactpersoon (D) weergegeven:door op knop (1) te drukken wordt de oproepgeaccepteerd, door op knop (2) te drukken wordt deoproep geweigerd.TerugbellenAan het einde van een gesprek of na het weigerenvan een inkomend gesprek wordt gedurende 5seconden “RECALL” (E) weergegeven: druk op knop(1) om de oproep te CDEFig 631

Muziek (indien aanwezig)Deze functie is alleen beschikbaar indien deBluetooth-regeleenheid geïnstalleerd is en wordtweergegeven in het functiemenu (zie pag. 113): steltu in staat de muziekspeler te activeren, tedeactiveren en te beheren en kan alleen wordengeselecteerd als er een smartphone via Bluetooth isaangesloten.De procedure voor het koppelen van Bluetooth vindtu in het hoofdstuk “Koppelen en beheren vanBluetooth-apparaten” (pag. 23).Gebruik de knoppen (1) en (2) om het item “PLAYER”(A) te selecteren en druk op ENTER (3).AFig 7132Fig 832

De muziekspeler (B) wordt weergegeven waar debedieningselementen en de titel van het huidigemuzieknummer tijdens het scrollen wordenweergegeven.●gebruik de knoppen (1) en (2) om respectievelijkhet volume te verhogen en te verlagen;●door kort op de knop ENTER (3) te drukkenwordt naar het volgende muzieknummerovergeschakeld;●door lang op de knop ENTER (3) te drukken alshet muzieknummer wordt afgespeeld, wordthet gepauzeerd, in het andere geval wordt hetafgespeeld.Door lang op de knop ENTER (2) te drukken, is hetmogelijk om het scherm van de muziekspeler teverlaten om toegang te krijgen tot anderemenufuncties, terwijl het muzieknummer door blijftspelen.OpmerkingenAls de informatie van het muzieknummer nietbeschikbaar is, wordt de tekst “N.A.” weergegeven.OpmerkingenDe muziek wordt afgespeeld op deaangesloten smartphone via Bluetooth.

Let opDucati heeft veel van de meest populaire enrecente smartphones getest, maar debesturingssystemen en technologische keuzes vande fabrikanten van smartphones zijn niet ondercontrole van Ducati, dus het is niet mogelijk om dewerking op alle op de markt verkrijgbare telefoonsen hun software en firmware te garanderen. Bezoekde Ducati-website om de compatibele smartphonesen besturingssystemen te raadplegen.34

Algemene informatieAcroniemen en afkortingen die in dehandleiding zijn gebruiktABS Antilock Braking SystemBBS Black Box SystemCAN Controller Area NetworkEBC DUCATI rear tyre Anti-locking Sys‐tem by ETVDDA DUCATI Data AcquisitionDQS DUCATI Quick DRL Daytime Running LightDSB DashboardDTC DUCATI Traction ControlDWC DUCATI Wheelie ControlECU Engine Control UnitGPS Global Positioning SystemWaarschuwingssymbolen die in dezehandleiding gebruikt wordenOm de gevaren voor uzelf en voor anderen tebenadrukken zijn in deze handleiding verschillendevormen van informatie toegepast, zoals:● op de motor;●Veiligheidsmededelingen in combinatie meteen waarschuwingssymbool en de begrippenLET OP of BELANGRIJK.Let opHet niet naleven van deze  kangevaarlijke situaties en ernstig persoonlijk letsel metmogelijk dodelijk gevolg aan de bestuurder ofandere personen veroorzaken.BelangrijkEr bestaat kans op schade aan de en/of de componenten ervan.OpmerkingenMeer informatie over de uit te voerenwerkzaamheden.Alle verwijzingen naar RECHTS of LINKS gaan uitvan de rijrichting van de 35

Toegestaan gebruikLet opDeze  is ontworpen voor gebruik opde openbare weg en kan incidenteel op onverhardewegen worden gebruikt. Door gebruik onderomstandigheden waar de  niet voor isontworpen (bijv. voor intensief  gebruik) kande controle over het  worden verloren enneemt het risico op ongevallen toe. Let opDeze  mag niet worden gebruiktvoor het slepen van een aanhanger of met eenzijspan, aangezien men daardoor de beheersing overde  kan verliezen en ongevallen kunnenontstaan. Deze   de bestuurder en kan eenpassagier vervoeren. Let opHet totaalgewicht van de  in rijklaretoestand met bestuurder, passagier, bagage enextra accessoires mag niet meer bedragen dan 355kg/ 782,64 lb.

BelangrijkDoor het gebruik van de  onderextreme omstandigheden, zoals bijvoorbeeld op erg en modderige wegen of in droge en omgevingen, kunnen componenten zoals detransmissie, de remmen of het  sneller dangemiddeld verslijten. De motor kan beschadigdraken als het  vuil is. De of de vervanging van onderdelen die meer aanslijtage onderworpen zijn, kan dus eerder nodig zijndan het interval dat in het geprogrammeerdeonderhoudsplan is gegeven. Verplichtingen van de bestuurderElke bestuurder dient een rijbewijs te hebben. Let opRijden zonder rijbewijs is illegaal en wordtvolgens de wet  Controleer altijd of u uwrijbewijs bij u  als u de  gebruikt.

Sluit eenverzekering af en bewaar het verzekeringsbewijssamen met de andere documenten van uwIn bepaalde landen is het gebruik van eengoedgekeurde helm die de veiligheid van debestuurder en/of de passagier beschermt, verplicht.Let opVerifieer de wetgeving van uw land, rijdenzonder helm kan worden Let opBij een ongeval neemt het risico op ernstigletsel, met mogelijk dodelijke afloop, aanzienlijk toeals u zonder helm rijdt.Let opVerifieer of de helm voldoet aan de goed zicht biedt, om uw hoofd past (de juiste maat), en is voorzien vanhet etiket met de specifieke goedkeuring die in uwland toepasselijk is. De verkeerswetgeving per land.

Let opEen niet voorbereide bestuurder of eenverkeerd gebruik van het  kan verlies overhet stuur, dodelijk letsel of ernstige schadeveroorzaken.KledingDe kleding die tijdens het gebruik van de wordt gedragen, is heel belangrijk voor uw veiligheid.De  beschermt de persoon niet in hetgeval van een botsing met een ander Geschikte kleding bestaat uit: een helm,oogbescherming, handschoenen, laarzen,rugbescherming, een jas met lange mouwen en eenlange broek.●De helm moet voldoen aan de eisen beschrevenin “Verplichtingen van de bestuurder”.

Gebruikeen geschikte bril als de helm geen vizier ●De handschoenen moeten  zijn, 5vingers hebben en moeten van leer of anderwrijvingsbestendig materiaal zijn gemaakt,voorzien zijn van knokkelbeschermers enversterkingen op de vingers;●De laarzen of schoenen moeten een antislipzoolhebben en moeten de enkels beschermen;●De rugbeschermer moet  zijn ende juiste afmetingen hebben inovereenstemming met de fysieke gesteldheidvan de bestuurder, volgens de specificaties vande fabrikant;●De jas en de broek of het beschermende pakmoeten  zijn en van leer of anderwrijvingsbestendig materiaal zijn gemaakt enmoeten een duidelijk zichtbare kleur of duidelijkzichtbare delen hebben.

Kies producten met bescherming.BelangrijkVermijd het gebruik van loshangende kledingof accessoires die aan de organen van de motorkunnen vasthaken.BelangrijkVoor uw veiligheid dient u deze kleding in dezomer en in de winter te gebruiken.BelangrijkVoor de veiligheid van de passagier dient ookdeze persoon passende kleding te dragen.38

"""Best Practices"" voor uwveiligheid"Voor, tijdens en na het gebruik dient u een aantaleenvoudige handelingen te verrichten die zeerbelangrijk voor de veiligheid van personen en hetbehouden van de  van uw  zijn.BelangrijkHoud u tijdens de inrijperiode nauwgezet aande aanwijzingen in het hoofdstuk "Gebruiksnormen".Het niet naleven van deze  Ducati Motor Holding S.p.A.

van elke vorm vanaansprakelijkheid voor eventuele schade aan demotor en de levensduur ervan.Let opGa niet met de  rijden als uonvoldoende ervaring  met de bedieningen dieu tijdens het rijden nodig Voor, tijdens en na het gebruik dient u een aantaleenvoudige handelingen te verrichten die zeerbelangrijk voor de veiligheid van personen en hetbehouden van de  van uw  zijn.Verricht de controles beschreven in deze handleidingin het hoofdstuk “Controles voorafgaand aan het alvorens u de motor Let opHet niet verrichten van deze controles kanschade aan het  en ernstig letsel aan debestuurder en/of de eventuele bijrijder veroorzaken.Let op de motor in de open lucht of in eenvoldoende geventileerde ruimte.

 de motornooit in een gesloten ruimte.De uitlaatgassen zijn  en kunnenbewusteloosheid of binnen zeer  tijd zelfs eendodelijke afloop tot gevolg hebben.Neem tijdens het rijden een correcte houding aan.Verzeker u ervan dat ook de passagier een correctehouding aanneemt.BelangrijkDe bestuurder dient ALTIJD de beide handenop het stuur te houden.39

BelangrijkDe bestuurder en de passagier dienen hunvoeten tijdens het rijden altijd op de voetsteunen teBelangrijkDe passagier dient altijd de specifiekehandgrepen op het frame onder het zadel beet tepakken.BelangrijkLet goed op bij het benaderen van kruisingen, of parkeerplaatsen en op de oprit van desnelweg.BelangrijkZorg ervoor dat u goed zichtbaar bent als u inde "dode hoek" van  voor u rijdt.BelangrijkGeef ALTIJD en tijdig met behulp van derichtingaanwijzers aan dat u afslaat of dat u vanrijstrook verwisselt.BelangrijkParkeer de  met de zijstandaard opdergelijke wijze dat er niet tegen kan wordengestoten.

Let opDe motor, de uitlaat en de uitlaatdemperskunnen erg warm worden, ook als u de motoruitgeschakeld  Raak de delen dus niet aan metuw lichaam, pas goed op en parkeer het  nietin de  van ontvlambare materialen (metinbegrip van hout, bladeren, enz.).Dek de  zolang de motor en hetuitlaatsysteem nog heet zijn, niet af met het zeil ombeschadiging ervan te voorkomen.41

TankenBrandstoflabelBrandstof identificatielabelTank in de buitenlucht en bij uitgeschakelde motor.Roken en het gebruik van open vuur tijdens hettanken is verboden.Zorg ervoor dat u geen brandstof op de motor of deuitlaat laat lekken.Vul tijdens het tanken de  nooithelemaal: het brandstofpeil moet onder devulopening in de holte van de dop blijven.Zorg ervoor dat u tijdens het tanken debenzinedampen niet inademt en dat de brandstofniet met de ogen, de huid of de kleding in aanrakingkomt.Let opHet  is uitsluitend compatibel metbrandstof met een maximum ethanolgehalte van10% (E10).Het gebruik van benzine met een ethanolgehaltevan meer dan 10% is verboden. Het gebruik van eendergelijke brandstof kan ernstige schade aan demotor en de onderdelen van de veroorzaken.

Rijden met volle bepakkingDit  is ontworpen voor het veiligafleggen van lange afstanden met volle bepakking.Het goed verdelen van het gewicht van de lading ophet  is uiterst belangrijk om de veiligheid vande  te behouden en niet in moeilijkhedente komen bij plotselinge stuurbewegingen of opslecht wegdek.Let opDe toelaatbare maximumsnelheid metzijtassen en  is 180 Km/h (112 mph).

In iedergeval dienen de  voorgeschrevensnelheidslimieten te worden nageleefd.Let opOverschrijd het maximaal toegestanetotaalgewicht van de  niet en houdrekening met de hierna gegeven informatie over dete vervoeren lading.Informatie omtrent de te vervoerenladingBelangrijkDe zwaarste bagage of accessoires dienen zolaag mogelijk en zo veel mogelijk in het midden vanhet  te worden vastgemaakt.BelangrijkMaak geen zware of grote voorwerpen vast aanhet stuur of het voorste spatbord, omdat dit de gevaarlijk uit evenwicht brengt.BelangrijkBevestig de bagage aan de structuur van de Onvoldoende bevestigde bagage kan de uit balans brengen.BelangrijkSteek geen lading tussen de frameconstructie,aangezien deze verstrikt kan raken in bewegendedelen van de Let opControleer of de bandenspanningovereenstemt met de  en controleer ofde banden in goede staat verkeren.44

Zie hoofdstuk "Banden" in "Technischespecificaties".Gevaarlijke producten -waarschuwingenGebruikte motorolieLet opGebruikte motorolie kan huidkankerveroorzaken als de olie vaak en langdurig met dehuid in aanraking komt. We raden aan om de handenzo spoedig mogelijk na de hantering met water enzeep te wassen, als men dagelijks met gebruiktemotorolie in aanraking komt. Houd gebruiktemotorolie buiten het bereik van kinderen.RemstofMaak de remmen niet schoon met perslucht ofdroge borstels.RemvloeistofLet opDe kunststof, rubberen of gelakte onderdelenvan de motorfiets kunnen schade oplopen als devloeistof erop terechtkomt. Bedek deze onderdelen,elke keer dat u werkzaamheden verricht, met eenschone lap, alvorens u het systeem onderhoudt.Houd gebruikte motorolie buiten het bereik vankinderen.Let opDe vloeistof van het remcircuit is bijtend.

Wasbij aanraking met de remvloeistof de ogen en dehuid grondig met stromend water.KoelvloeistofDe koelvloeistof van de motor bevat ethyleenglycol.Onder bepaalde omstandigheden is deze stofbrandbaar en is de vlam ervan niet zichtbaar. Alsethyleenglycol vlam vat, is de vlam niet zichtbaar,maar kan desondanks ernstige brandwondenveroorzaken.Let opGiet geen koelvloeistof over de uitlaat of delenvan de motor.45

Deze delen kunnen dusdanig warm zijn dat ze devloeistof kunnen ontsteken. De vloeistof brandtzonder zichtbare vlammen. Koelvloeistof(ethyleenglycol) kan huidirritatie veroorzaken en is bij inname. Houd gebruikte motorolie buitenhet bereik van kinderen. Draai de dop van de radiatorniet los zolang de motor warm is. De koelvloeistofstaat onder druk en kan brandwonden veroorzaken.Houd uw handen en kleding buiten bereik van dekoelventilator aangezien deze automatisch wordtAccuLet opDe accu  explosieve gassen af. Houdvonken, open vuur en  op een afstand.Verifieer tijdens het opladen van de accu of deruimte voldoende wordt geventileerd.46

Dop op de OPENENTil het beschermkapje (1) op en steek de sleutel (2) inhet slot. Draai de sleutel 1/4 slag rechtsom om hetslot te ontgrendelen en verwijder de dop (3).SLUITENPlaats de dop (3) terug met de sleutel erin en brenghem goed op zijn plaats aan. Draai de sleutel (2)linksom totdat de oorspronkelijke stand wordtbereikt en neem de sleutel uit. Sluit hetbeschermkapje (1) van het slot.OpmerkingenU kunt de dop enkel met de sleutel afsluiten.Let opVerzeker u er altijd van dat de dop perfect isaangebracht en is gesloten.12Fig 143Fig 1550

Zadels verwijderen en terugplaatsenOpmerkingenEr wordt een inbussleutel van 4 mmmeegeleverd voor het verwijderen van het zadel. De in het  wordt beschreven in hethoofdstuk “Meegeleverde accessoires”.DemonterenDraai de schroeven (1) los waarmee het zadel aanbeide kanten van het  vastzit.Haal de voorste schakelpennen (A) los van hun (B), en de achterste schakelpennen (C) vanhun  (D).Verwijder vervolgens het zadel (2) en schuif het naarachteren door de bevestiging (E) van het zadel (F) teverwijderen.Als de passagiersriem (3) wordt gebruikt, trekt u hetzadel (2) onder de riem (3) vandaan.1Fig 16AB32CDEFFig 1751

TerugplaatsenIn omgekeerde richting handelend plaatst u hetzadel (2) op het Als de passagiersriem (3) wordt gebruikt, plaatst uhet zadel (2) onder de riem (3), anders vouwt u deriem (3) onder het zadel (2).Steek de bevestiging (E) in de  (F).Zorg ervoor dat u de voorste schakelpennen (A) opde  (B) en de achterste schakelpennen (C)op de  (D) Draai de bevestigingsschroeven (1) van het zadel aanbeide zijden vast.AB32CDEFFig 181Fig 1952

Behoud van de acculadingLet opDe elektrische installatie van dit is op dergelijke wijze ontworpen dat bij eenuitgeschakeld instrumentenpaneel het verbruik erglaag is. Desondanks loopt de accu uit zichzelf eenbeetje leeg. Dit fenomeen is fysiologisch en wordtbeïnvloed door de tijd waarin de motor "NietGebruikt" wordt en door deomgevingsomstandigheden.Uw  is voorzien van een connector (1)(diagnoseaansluiting) onder het bestuurderszadelwaar u een specifieke acculader (2) op kuntaansluiten, verkrijgbaar bij ons verkoopnetwerk.Om er bij te kunnen, moet het bestuurderszadelverwijderd worden, zoals beschreven in hethoofdstuk “Verwijderen en hermonteren van hetzadel”.Verwijder de dop (A) door het lipje uit de basis van deconnector (1) te drukken en sluit de connector aan opde acculader (2).1Fig 2121AFig 2254

Let opGebruik de Ducati acculader (B) voorlithiumaccu's ook voor het bijladen van de accu.Maak geen gebruik van de acculader kit cod.69924601A (verschillende landen) of de acculader kitcod. 69924601AX (alleen voor Japan, China enAustralië) omdat deze specifiek voor loodaccu’s is.Als de accuspanning niet op een minimalelaadwaarde wordt gehouden door de acculader/lader (B), kan de accu worden aangetast als despanning onder de 8 V daalt.OpmerkingenHet gebruik van andere acculaders voorlithiumaccu's die niet door Ducati goedgekeurd zijn,kan schade aan de elektrische installatie van demotor en/of de lithiumaccu veroorzaken.

Degarantie dekt schade aan de accu niet, als blijkt datdeze schade wegens de bovenstaande redenen endus vanwege verkeerd onderhoud veroorzaakt is.BelangrijkOp  die zijn uitgerust metlithiumaccu’s mogen apparaten zoals Jump of extra accu's die parallel zijn aangesloten op delithiumaccu nooit worden gebruikt als deze isontladen tot een niveau waarbij  niet mogelijkis. De cellen van een lithiumaccu die een diepeontlading  ondergaan, kunnen onherstelbaarworden beschadigd als ze worden opgeladen metonbeperkte stroom, zoals het geval is metaansluitingen op Jump  en/of parallelaangesloten accu’s.BFig 2355

ZijstandaardBelangrijkMaak uitsluitend gebruik van de zijstandaardom de  tijdens een  stilstand teondersteunen. Voordat u de zijstandaard gebruikt, u of het oppervlak waarop u deze wenstte  stevig en vlak genoeg is.Op zachte grond, kiezelstenen, door de zon verhitasfalt enz. kan de geparkeerde  omvallen.Parkeer de  altijd met het achterwiel naarde voet van de helling gekeerd als u op een hellingOm de zijstandaard open te klappen, drukt u met uwvoet (terwijl u beide handen op het stuur van de houdt) tegen de standaard (1) en duwt udeze helemaal uit.

Laat de  naar linksoverhellen om de standaard op de grond te Om de zijstandaard in de "ruststand" in te klappen(horizontaal) laat men de  naar rechtshellen en duwt men  de standaard (1)met de voet naar boven.Voor een optimale functionering van het scharniervan de zijstandaard moeten de wrijvingspunten methet vet SHELL Alvania R3 worden gesmeerd nadathet vuil is verwijderd.Let opNiet op de  blijven  als deze opde zijstandaard geparkeerd is.12Fig 2458

Afstelling voorvorkDe vork van de motorfiets is regelbaar in deextensiefase (rebound), bij het samendrukken van detelescopen en bij de voorspanning van de veer.De veervoorspanning kan in de beide veerpotenworden afgesteld. De compressie kan op de linkerveerpoot en de rebound kan op de rechter veerpootworden afgesteld.De afstelling wordt verricht met behulp van deexterne stelschroeven:1) voor het afstellen van de extensie van dehydraulische rem;2) voor het afstellen van de voorspanning van deinwendige veren;3) voor het afstellen van de compressie van dehydraulische rem.Plaats de motorfiets stevig op de zijstandaard. Draaiaan de stelschroef (1) aan de bovenkant van derechter veerpoot om de extensie van de hydraulischerem te kunnen afstellen.

Draai aan de stelschroef (3)aan de bovenkant van de linker veerpoot om decompressie van de hydraulische rem te kunnenafstellen.Door de stelschroeven (1) en (3) helemaal aan tedraaien, wordt stand “0” behorende bij de maximaledemping verkregen.Tel het aantal slagen van de stelschroeven, doorvanuit deze stand linksom aan de schroef te draaienstelschroef.Om de voorspanning van de interne veer in iedereveerpoot te wijzigen, draai met een 22 mm (0.86 in)inbussleutel aan de zeskant stelschroef (2), geheellinksom tot de volledig geopende stand is bereikt.Regel de veervoorspanning vanuit deze stand door2613Fig 2661

Let opProbeer een hogere voorspanning danaangegeven te voorkomen, om de betrouwbaarheidvan het onderdeel niet aan te tasten.Let opNadat de voorspanning is afgesteld, draait u deborgringmoer opnieuw aan tegen de stelmoer.Let opDraai met een haaksleutel aan de moer voorhet afstellen van de voorspanning.

Wees voorzichtigom letsel aan de hand te vermijden als u hard tegenandere delen van de motorfiets stoot, in het gevaldat de tand van de sleutel tijdens de beweging degrip op de moer verliest.Let opDe schokdemper bevat gas onder hoge druk,hetgeen ernstige problemen kan veroorzaken alsonervaren personen hem demonteren.Stel de veer van de schokdemper achter en destelschroeven af voor compressie en terugkeer doorde instructies in de tabel te volgen als u van planbent met een passagier en bagage te gaan rijden omzo het dynamische gedrag van de motorfiets teverbeteren en eventuele interferentie met de grondte vermijden.69

Controle lampenDimlicht/groot lichtDoor middel van knop (A) is het mogelijk om over teschakelen van dimlicht naar grootlicht enomgekeerd: stand (B) grootlicht, stand (C) dimlicht.Om te knipperen, drukt u op de knop (D).Als bij inschakeling van het instrumentenpaneel demotor niet wordt  kunt u nog steeds delichten inschakelen of knipperen met grootlicht.De lichten worden opnieuw uitgeschakeld als demotor niet wordt  binnen 60 seconden na dehandmatige inschakeling van het dimlicht/grootlicht.Om de accu van de motor te sparen, wordt dekoplamp automatisch uitgeschakeld als de motorwordt  en weer ingeschakeld als de motordraait.DRL-lichten in "Automatisch"-modus –uitsluitend voor de versie met DRL-lichtenIndien in de functie “DRL” in “SETTING MENU” (ziepag. 168) de DRL-lichten zijn ingesteld op “Auto”, het instrumentenpaneel de DRL-lichtenCBADFig 32FEIG HFig 3373

automatisch op basis van het licht van de omgevingin verhouding tot het dimlicht:●indien het instrumentenpaneel een goedelichtsituatie meet (dag), worden de DRL-lichtenontstoken en het dimlicht wordt uitgeschakeld;●indien het instrumentenpaneel een slechtelichtsituatie meet (nacht), worden de DRL-lichten uitgeschakeld en het dimlicht wordtontstoken.Wanneer de DRL-lichten op de modus“Automatisch” ingesteld zijn, gaat het bijbehorendewaarschuwingslampje branden.Als de DRL-lichten zijn ingesteld op “Auto”, kunnendeze worden uitgeschakeld door te drukken op deknop (EFig 33) en het beheer van de lichten wordthandmatig.

Door nogmaals op de knop (EFig 33) tedrukken, worden de DRL-lichten opnieuwgeactiveerd en het beheer overgeschakeld op“Manual”.In dit geval zullen de DRL-lichten bij de volgendeinschakeling van het instrumentenpaneel opnieuwop "Auto" worden ingesteld.Let opHet gebruik van de DRL-lichten in de modus“Auto” bij weinig licht en met name bij mist ofbewolking kan een gevaar voor uw veiligheidvormen. In dit geval raadt DUCATI aan om hetdimlicht met de hand in te schakelen.DRL-lichten in modus “Manual” – uitsluitendvoor de versie met DRL-lichtenIndien de DRL-lichten in deze modus staan omdat zezijn ingesteld in de functie “DRL” in “SETTINGMENU” (zie pag.

168), veranderen de DRL-lichtenniet van status wanneer het instrumentenpaneelwordt ingeschakeld.Schakel de DRL-lichten in of uit met de knop(EFig 33).Let opHet gebruik van de DRL-lichten bij zeer weiniglicht (in het donker) kan de zichtbaarheid benadelenen tegemoetkomend verkeer verblinden.OpmerkingenHet gebruik van de DRL-lichten overdag het zicht in vergelijking met het dimlicht.74

RichtingaanwijzersMet de functie “TURN” in “SETTING MENU” (pag. 181) kunt u de regeling van de richtingaanwijzers inde automatische of handmatige modus instellen. Druk de knop (FFig 33) in de stand (GFig 33) in om derichtingaanwijzer links in te schakelen. Druk de knopin de stand (HFig 33) in om de richtingaanwijzerrechts in te schakelen. Om de richtingaanwijzers uit te schakelen, zet u deknop (FFig 33) in de centrale positie. Automatische deactivering:De richtingaanwijzers gaan automatisch uit als isafgeslagen. Dit wordt waargenomen n. a. v. devoertuigsnelheid, de hoek waarmee de bocht wordtgenomen en aan de hand van de dynamische analysevan het voertuig. De automatische deactivering wordt geactiveerd bijeen snelheid hoger dan 20 km/h (12. 4 mph) wanneerop de knop van de richtingaanwijzer wordt gedrukt.

De richtingaanwijzers worden ook automatischuitgeschakeld als ze gedurende een langere afstand,variërend van 200-2000 meter (656-6562 feet),ingeschakeld geweest zijn, afhankelijk van desnelheid van het voertuig op het moment dat deknop van de richtingaanwijzer wordt ingedrukt. Als bij geactiveerde richtingaanwijzer opnieuw op deknop voor de inschakeling van de richtingaanwijzergedrukt wordt, worden de automatischedeactiveringsfuncties opnieuw geïnitialiseerd. Let opDe automatische uitschakelsystemen zijnhulpsystemen voor de bestuurder. Ze helpen debestuurder tijdens het beheren van derichtingaanwijzers, zodat het gebruik ervaneenvoudiger en comfortabel wordt. Deze systemenzijn zodanig ontwikkeld dat deze bij het merendeelvan de manoeuvres werken.

gaan de waarschuwingsknipperlichten automatischuit om de accuspanning te behouden.OpmerkingenAls er een key-on wordt uitgevoerd op hetvoertuig waarbij de waarschuwingsknipperlichtennog actief zijn, blijven deze actief.OpmerkingenAls op een bepaald moment de functie isingeschakeld en de accu onverwacht wordtlosgekoppeld, schakelt het instrumentenpaneel alsde accuspanning wordt hersteld, de functie uit.OpmerkingenDe waarschuwingsknipperlichten hebbenvoorrang op de normale werking van de afzonderlijkerichtingaanwijzers.OpmerkingenNoodremmingBij zwaar remmen vanaf een snelheid van meer dan55 km/u knippert het achterlicht snel om deachterliggende voertuigen te waarschuwen.Wanneer de deceleratie onder een voorafgedefinieerde drempelwaarde valt, wordt hetknipperen automatisch gedeactiveerd.OpmerkingenWanneer het instrumentenpaneel wordtingeschakeld, gaat het remlicht automatischgedurende een bepaalde tijd branden.76

SleutelsSamen met de  worden 2 sleutelsgeleverd.Deze sleutels  de "code van hetimmobilizer-systeem".De sleutels zijn bestemd voor een normaal gebruik.U kunt ze gebruiken voor:●het ●het openen van de dop van de Let opScheid de sleutels en benut slechts één van detwee sleutels voor het gebruik van de De sleutels laten bijmakenDe klant moet alle sleutels in zijn/haar bezit met zichmeenemen als hij/zij zich voor het laten bijmakenvan extra sleutels tot het servicenetwerk van Ducatiricht.Het servicenetwerk van Ducati slaat in dit geval denieuwe en de al bestaande sleutels in het bezit vande klant op.Het servicenetwerk van de Ducati kan de klantvragen om aan te tonen dat hij/zij de daadwerkelijkeeigenaar/eigenares van de  is.De codes van de sleutels die niet tijdens het opslaanworden gepresenteerd, zullen uit het geheugenworden gewist.

Op deze manier wordt gewaarborgddat eventueel verloren sleutels de motor nietkunnen OpmerkingenHet is belangrijk dat aan de nieuwe eigenaaralle sleutels worden overhandigd als de aan een nieuwe eigenaar wordt verkocht.Fig 3477

Immobilizer systeemOm de  beter tegen diefstal tebeschermen, is deze voorzien van een elektronischsysteem dat de motor  (IMMOBILIZER) endat automatisch geactiveerd wordt op het momentdat u het instrumentenpaneel uitschakelt.In elke sleutel is een elektronische inrichtingaangebracht die bij het  het afgegevensignaal  aan de hand van een specialeantenne die in de  is aangebracht.Het gemoduleerde signaal vormt het "wachtwoord"dat bij elke  wijzigt. De regeleenheid herkent desleutel aan de hand van dit wachtwoord en maakthet uitsluitend in dit geval mogelijk dat de motor78

Contactschakelaar en stuurslotDeze bevindt zich voor de  en vier standen:A) :  de functie voor het inschakelen vande lampen en de motor;B) :  de functie voor het inschakelenvan de lampen en de motor;C) : de stuurinrichting is geblokkeerd;Let opOm de contactsleutel op de laatste tweestanden te  dient men de sleutel in hetcontact te drukken en deze vervolgens om tedraaien. De sleutel kan in de standen (B) en (C) uithet contact worden verwijderd.ABCFig 3579

Deblokkering voertuig met PINCODEU kunt het  tijdelijk ontgrendelen door in hetinstrumentenpaneel uw PIN code in te voeren als hetsysteem voor de herkenning van de sleutel niet of de sleutel een storing Als de pincode geactiveerd is door middel van defunctie “PIN” in “SETTING MENU” (zie pag.

169), zalhet instrumentenpaneel gedurende enkeleseconden de tekst “INSERT” (A) en “PIN” weergevenmet vervolgens de ruimte voor de vier cijfers van depincode.Code invoeren:●Het eerste cijfer (B)  met de toetsen (1)en (2) kan het cijfer van 0 tot 9 gewijzigd worden.●Druk op ENTER (3) om te bevestigen en naar hetvolgende cijfer te gaan.●Herhaal de procedure tot u de 4 cijfers ingevoerd.Nadat het vierde en laatste cijfer is ingesteld en u opde knop ENTER (3) drukt, gedraagt hetinstrumentenpaneel zich als volgt:●als er tijdens de PIN-verificatie een probleemoptreedt,  het instrumentenpaneelA132BFig 3680

gedurende enkele seconden de melding “TIMEOUT” weer en schakelt dan over naar hethoofdscherm terwijl het  van de motoruitgeschakeld ●als de pincode niet juist is,  hetinstrumentenpaneel gedurende enkeleseconden “WRONG” weer en  hetvervolgens terug naar de vorige weergave, zodatu de pincode opnieuw kunt invoeren.●als de pincode , juist is,  hetinstrumentenpaneel gedurende enkeleseconden “OK PIN” weer, waarna hethoofdscherm wordt weergegeven en de motor kan worden.BelangrijkRaadpleeg een erkende Ducati Garage om hetprobleem zo snel mogelijk te laten verhelpen, als uhet  op deze manier moet 81

De koppelinghendelAls men de hendel (1) in de richting van de handgreeptrekt bedient men de koppeling.Lichtjes trekken is voldoende, omdat ditmechanisme hydraulisch werkt.De bedieningshendel is uitgerust met een knop (2)waarmee men de afstand tussen de hendel en deknop op het stuur kan afstellen.Deze afstand is afgesteld op 10 klikken van de knop(2).Als rechtsom wordt gedraaid, wordt de hendelverder van de knop verwijderd. Andersom, naar links,zet u de hendel dichterbij.Let opLees de aanwijzingen beschreven in deparagraaf “De motor  en ermee rijden",alvorens deze bedieningen te gebruiken.Let opDe hendel van de voorrem (koppeling) dient teworden afgesteld terwijl de  stilstaat.12Fig 3782

Het versnellingspedaalHet versnellingspedaal heeft een tussen-ruststandN met automatische terugkeer. Hetversnellingspedaal bevindt zich in deze stand als hetlampje N op het instrumentenpaneel gaat branden.Het pedaal kan worden verzet:●naar beneden = het pedaal indrukken om in de 1eversnelling te komen en om terug te schakelen.Hierdoor gaat het waarschuwingslampje N ophet instrumentenpaneel uit;●naar boven = het pedaal omhoog laten komenom de 2de en respectievelijk de 3de, 4de, 5de en6de versnelling in te schakelen.Elke pedaalstand komt telkens overeen met eenversnelling.65432N1Fig 4186

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ducati Hypermotard 698 Mono RVE (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden