Dremel DSM20-3/4 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dremel DSM20-3/4 (120 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen. Heb je een vraag over Dremel DSM20-3/4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dremel |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | DSM20-3/4 |
| Kleur van het product: | Meerkleurig |
| Gewicht: | 1700 g |
| Stroombron: | AC |
| Input vermogen: | 710 W |
| Stationair toerental (max): | 17000 RPM |
| Lengte: | 330 mm |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
Handleiding Dremel DSM20-3/4 – volledige tekst
GELUID/VIBRATIE Gemeten volgens EN60745 bedraagt het geluidsdrukniveau van deze machine 96 dB(A) en het geluidsvermogen-niveau 108 dB(A) (standaard deviatie: 3 dB), en de vibratie 3. 3 m/s2 (hand-arm methode). OPMERKING: De totaal opgegeven trillingsemissie is gemeten aan de hand van een standaard testmethode en kan worden gebruikt om gereedschap onderling met elkaar te vergelijken.
De informatie mag ook worden gebruikt om een voorlopige inschatting van de mate van blootstelling te maken. LET OPDe trillingsemissie tijdens het daadwerkelijke gebruik van het gereedschap kan afwijken van de opgegeven totale waarde. Dit is afhankelijk van de manier waarop u het gereedschap gebruikt. Maak een inschatting van de mate waarin u tijdens daadwerkelijk gebruik aan trillingen wordt blootgesteld en stel aan de hand hiervan de persoonlijke beschermingsmaatregelen vast (waarbij u rekening houdt met alle onderdelen van de bedrijfscyclus, waaronder de tijden dat het gereedschap is uitgeschakeld of is ingeschakeld maar niet wordt gebruikt, evenals de blootstellingstijd). Technisch dossier bij: SKIL Europe BV (PT-SEU/PJE), 4825 BD Breda, NL.
VERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZINGGEBRUIKTE SYMBOLENLEES DEZE INSTRUCTIESGEBRUIK OOGBESCHERMINGGEBRUIK GEHOORBESCHERMINGDUBBELE ISOLATIE (GEEN AARDINGSKABEL NODIG)GOOI ELEKTRISCHE APPARATEN, TOEBEHOREN EN VERPAKKINGSMATERIALEN NIET WEG BIJ HET HUISHOUDELIJK AFVALGEREEDSCHAP - ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN. LET OPLEES ALLE VEILIGHEIDS-WAARSCHUWINGEN EN ALLE INSTRUCTIES Mocht u de onderstaande waarschuwingen en instructies niet opvolgen dan kan er zich mogelijk een elektrische schok voordoen of kunt u brandwonden en/of ernstig letsel oplopen. Bewaar alle waarschuwingen en instructies als referentiemateriaal. De term “elektrisch gereedschap” in alle onderstaande waarschuwingen duidt op een elektrisch apparaat dat door het net (met een snoer) of door een accu (draadloos) wordt aangedreven. VEILIGHEID VAN DE WERKPLEKa. Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht.
Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b. Gebruik het gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Indien u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen. ELEKTRISCHE VEILIGHEIDa. De aansluitstekker van het gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b.
Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, zoals buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c. Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht.
Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d. Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel. Gebruik de kabel niet om het gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. e. Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f. Als u het gereedschap noodgedwongen in een vochtige ruimte moet gebruiken, gebruikt u een aardlekschakelaar ter beveiliging.
Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok. VEILIGHEID VAN PERSONENa. Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden. b. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen. c. Voorkom onbedoeld inschakelen van het gereedschap.
Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker en/of de accu aansluit, het gereedschap optilt of verplaatst. Wanneer u bij het dragen van het gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d.
Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden. e. Overschat u zelf niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f. Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen. NL43.
g. Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van deze voorzieningen beperkt het gevaar door stof. ZORGVULDIGE OMGANG MET EN ZORGVULDIG GEBRUIK VAN ELEKTRISCHE GEREEDSCHAPPENa. Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b. Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c. Trek de stekker uit het stopcontact of neem de accu uit het elektrische gereedschap voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt.
Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het gereedschap. d. Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e. Verzorg het gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden van elektrische gereedschappen. f. Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon.
Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN ACCULADERa. Laad het apparaat alleen op met de door de fabrikant genoemde lader. Een lader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan bij gebruik met een andere accu brand veroorzaken. b. Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal daarvoor bestemde accu’s. Het gebruik van een andere accu geeft kans op letsel en brand. c. Als de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van metalen voorwerpen (paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen) die kortsluiting van de polen kunnen veroorzaken. Het kortsluiten van de polen kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. d.
Bij ruw gebruik van het gereedschap kan vloeistof uit de accu komen. Vermijd contact daarmee. Als u toch per ongeluk in contact komt met deze vloeistof, spoel dan af met voldoende water. Als de vloeistof in contact komt met de ogen, dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken. SERVICEa. Laat het gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. GEREEDSCHAPSPECIFIEKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENVEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN DOORSLIJPMACHINEa. Voor optimale veiligheid moet de bijgeleverde beschermkap stevig op het gereedschap worden bevestigd en geplaatst zodat er zo min mogelijk risico is op contact tussen slijpschijf en gebruiker.
Het feit dat u het toebehoren aan het elektrische gereedschap kunt bevestigen, waarborgt nog geen veilig gebruik. c. Het toegestane toerental van het inzetgereedschap moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrische gereedschap is aangegeven. Toebehoren dat sneller draait dan is toegestaan, kan onherstelbaar worden beschadigd. d. Slijptoebehoren mag alleen worden gebruikt voor de geadviseerde toepassingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld: slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor materiaalafname met de rand van de schijf. Een zijwaartse krachtinwerking op dit slijptoebehoren kan het toebehoren breken. e. Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste maat en vorm voor de door u gekozen slijpschijf. Geschikte flenzen steunen de slijpschijf en verminderen zo het gevaar van een slijpschijfbreuk. f.
Gebruik geen versleten slijpschijven van grotere elektrische gereedschappen. Slijpschijven voor grotere elektrische gereedschappen zijn niet geconstrueerd voor de hogere toerentallen van kleinere elektrische gereedschappen en kunnen breken. g. De buitendiameter en de dikte van het inzetgereedschap moeten overeenkomen met de maatgegevens van het 44.
elektrische gereedschap. Inzetgereedschappen met onjuiste afmetingen kunnen niet voldoende afgeschermd of gecontroleerd worden. h. Slijpschijven en flenzen moeten nauwkeurig op de uitgaande as van het elektrische gereedschap passen. Inzetgereedschappen die niet nauwkeurig op de uitgaande as van het elektrische gereedschap passen, draaien ongelijkmatig, trillen sterk en kunnen tot het verlies van de controle leiden. i. Gebruik nooit beschadigde inzetgereedschappen. Controleer voor het gebruik altijd inzetgereedschappen op afsplinteringen en scheuren. Als het elektrische gereedschap of het inzetgereedschap valt, dient u te controleren of het beschadigd is, of gebruik een onbeschadigd inzetgereedschap. Als u het inzetgereedschap hebt gecontroleerd en ingezet, laat u het elektrische gereedschap een minuut lang met het maximale toerental lopen.
Daarbij dient u en dienen andere personen uit de buurt van het ronddraaiende inzetgereedschap te blijven. Beschadigde inzetgereedschappen breken meestal gedurende deze testtijd. j. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Gebruik afhankelijk van de toepassing een volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of veiligheidsbril. Draag voor zover van toepassing een stofmasker, een gehoorbescherming, werkhandschoenen of een speciaal schort dat kleine slijp- en metaaldeeltjes tegenhoudt. Uw ogen moeten worden beschermd tegen wegvliegende deeltjes die bij verschillende toepassingen ontstaan. Een stof- of adembeschermingsmasker moet het bij de toepassing ontstane stof filteren. Als u lang wordt blootgesteld aan luid lawaai, kan uw gehoor worden beschadigd. k. Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand bevinden van de plaats waar u werkt.
Iedereen die de werkomgeving betreedt, moet persoonlijke beschermende uitrusting dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschappen kunnen wegvliegen en verwondingen veroorzaken, ook buiten de directe werkomgeving. l.
Houd het gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken als u werkzaamheden uitvoert waarbij het snijhulpmiddel verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Indien het snijhulpmiddel contact maakt met een onder spanning staande leiding komen ook de metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning te staan met tot gevolg een elektrische schok. m. Houd de stroomkabel uit de buurt van draaiende inzetgereedschappen. Als u de controle over het elektrische gereedschap verliest, kan de stroomkabel worden doorgesneden of meegenomen en uw hand of arm kan in het ronddraaiende inzetgereedschap terechtkomen. n. Leg het elektrische gereedschap nooit neer voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met het oppervlak, waardoor u de controle over het elektrische gereedschap kunt verliezen. o.
Laat het elektrische gereedschap niet lopen terwijl u het draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap worden meegenomen en het inzetgereedschap kan zich in uw lichaam boren. p. Reinig regelmatig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap. De motorventilator trekt stof in het huis en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. q. Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Vonken kunnen deze materialen ontsteken. r. Gebruik geen inzetgereedschappen waarvoor vloeibare koelmiddelen vereist zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan tot een elektrische schok leiden. BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR SLIJP- EN DOORSLIJPWERKZAAMHEDENa. Dit elektrische gereedschap is bestemd voor gebruik als slijpmachine of doorslijpmachine.
Neem alle waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en gegevens die u bij het elektrische gereedschap ontvangt in acht. Als u de volgende aanwijzingen niet in acht neemt, kunnen een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel het gevolg zijn.
b. We raden u af dit elektrische gereedschap te gebruiken voor toepassingen als schuren, polijsten en werkzaamheden met een draadborstel. Het gebruik van dit elektrische gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties en persoonlijk letsel leiden. c. Gebruik uitsluitend toebehoren dat door de fabrikant speciaal voor dit elektrische gereedschap is voorzien en geadviseerd. Gebruik uitsluitend toebehoren dat door de fabrikant speciaal voor dit elektrische gereedschap is voorzien en geadviseerd. Het feit dat u het toebehoren aan het elektrische gereedschap kunt bevestigen, waarborgt nog geen veilig gebruik. d. Het toegestane toerental van het inzetgereedschap moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrische gereedschap is aangegeven. Toebehoren dat sneller draait dan is toegestaan, kan onherstelbaar worden beschadigd. e.
De buitendiameter en de dikte van het inzetgereedschap moeten overeenkomen met de maatgegevens van het elektrische gereedschap. Inzetgereedschappen met onjuiste afmetingen kunnen niet voldoende afgeschermd of gecontroleerd worden. f. Slijpschijven, flenzen, steunschijven en ander toebehoren moeten nauwkeurig op de uitgaande as van het elektrische gereedschap passen. Inzetgereedschappen die niet nauwkeurig op de uitgaande as van het elektrische gereedschap passen, draaien ongelijkmatig, trillen sterk en kunnen tot het verlies van de controle leiden. g. Gebruik geen beschadigde inzetgereedschappen. Controleer voor het gebruik altijd inzetgereedschappen zoals slijpschijven op afsplinteringen en scheuren, steunschijven op scheuren of sterke slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden.
Als het elektrische gereedschap of het inzetgereedschap valt, dient u te controleren of het beschadigd is, of gebruik een onbeschadigd inzetgereedschap. Als u het inzetgereedschap hebt gecontroleerd en ingezet, laat u het elektrische gereedschap een minuut lang met het maximale toerental lopen.
en dienen andere personen uit de buurt van het ronddraaiende inzetgereedschap te blijven. Beschadigde inzetgereedschappen breken meestal gedurende deze testtijd. h. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Gebruik afhankelijk van de toepassing een volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of veiligheidsbril. Draag voor zover van toepassing een stofmasker, een gehoorbescherming, werkhandschoenen of een speciaal schort dat kleine slijp- en metaaldeeltjes tegenhoudt. Uw ogen moeten worden beschermd tegen wegvliegende deeltjes die bij verschillende toepassingen ontstaan. Een stof- of adembeschermingsmasker moet het bij de toepassing ontstaande stof filteren. Als u lang wordt blootgesteld aan luid lawaai, kan uw gehoor worden beschadigd. i. Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand bevinden van de plaats waar u werkt.
Iedereen die de werkomgeving betreedt, moet persoonlijke beschermende uitrusting dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschappen kunnen wegvliegen en verwondingen veroorzaken, ook buiten de directe werkomgeving. j. Houd het elektrische gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen stroomkabel kan raken. Contact met een onder spanning staande leiding kan ook metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. k. Houd de stroomkabel uit de buurt van draaiende inzetgereedschappen. Als u de controle over het elektrische gereedschap verliest, kan de stroomkabel worden doorgesneden of meegenomen en uw hand of arm kan in het ronddraaiende inzetgereedschap terechtkomen. l.
Leg het elektrische gereedschap nooit neer voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met het oppervlak, waardoor u de controle over het elektrische gereedschap kunt verliezen. m.
Laat het elektrische gereedschap niet lopen terwijl u het draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap worden meegenomen en het inzetgereedschap kan zich in uw lichaam boren. n. Reinig regelmatig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap. De motorventilator trekt stof in de behuizing en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken. o. Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Vonken kunnen deze materialen ontsteken. p. Gebruik geen inzetgereedschappen waarvoor vloeibare koelmiddelen vereist zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan tot een elektrische schok leiden.
TERUGSLAG EN BIJBEHORENDE WAARSCHUWINGENTerugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een vasthakend of geblokkeerd draaiend inzetgereedschap, zoals een slijpschijf, steunschijf, draadborstel, enz. Vasthaken of blokkeren leidt tot abrupte stilstand van het ronddraaiende inzetgereedschap. Daardoor wordt een ongecontroleerd elektrisch gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap versneld op de plaats van de blokkering. Als bijvoorbeeld een slijpschijf in het werkstuk vasthaakt of blokkeert, kan de rand van de slijpschijf die in het werkstuk invalt, zich vastgrijpen. Daardoor kan de slijpschijf uitbreken of een terugslag veroorzaken. De slijpschijf beweegt zich vervolgens naar de bediener toe of van de bediener weg, afhankelijk van de draairichting van de schijf op de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen slijpschijven ook breken.
Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereedschap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven. a. Houd het elektrische gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een positie waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen.
Gebruik altijd de extra handgreep, indien aanwezig, om de grootst mogelijke controle te hebben over terugslagkrachten of reactiemomenten bij het op toeren komen. De bediener kan door geschikte voorzorgsmaatregelen de terugslag- en reactiekrachten beheersen. b. Breng uw hand nooit in de buurt van draaiende inzetgereedschappen. Het inzetgereedschap kan bij de terugslag over uw hand bewegen. c. Mijd met uw lichaam het gebied waarheen het elektrische gereedschap bij een terugslag wordt bewogen. De terugslag drijft het elektrische gereedschap in de richting die tegengesteld is aan de beweging van de slijpschijf op de plaats van de blokkering. d. Werk bijzonder voorzichtig in de buurt van hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat inzetgereedschappen van het werkstuk terugspringen en vastklemmen.
Het ronddraaiende inzetgereedschap neigt er bij hoeken, scherpe randen of wanneer het terugspringt toe om zich vast te klemmen. Dit veroorzaakt een controleverlies of terugslag. e. Gebruik geen kettingblad of getand zaagblad. Zulke inzetgereedschappen veroorzaken vaak een terugslag of het verlies van de controle over het elektrische gereedschap. BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR SLIJP- EN DOORSLIJPWERKZAAMHEDENa. Gebruik uitsluitend het voor het elektrische gereedschap toegestane slijptoebehoren en de voor dit slijptoebehoren voorziene beschermkap. Slijptoebehoren dat niet voor het elektrische gereedschap is voorzien, kan niet voldoende worden afgeschermd en is niet veilig. b. De beschermkap moet stevig op het elektrische gereedschap zijn aangebracht en zodanig zijn ingesteld dat een maximum aan veiligheid wordt bereikt.
Dat wil zeggen dat het kleinst mogelijke deel van het slijptoebehoren open naar de bediener wijst. De beschermkap moet de bediener beschermen tegen afgebroken slijpschijfstukjes, toevallig contact met het slijptoebehoren en vonken, die de kleding in brand zouden kunnen zetten. c. Slijptoebehoren mag alleen worden gebruikt voor de geadviseerde toepassingsmogelijkheden.
Doorslijpschijven zijn bestemd voor materiaalafname met de rand van de schijf. Een zijwaartse krachtinwerking op dit slijptoebehoren kan het toebehoren breken. d. Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de juiste maat en vorm voor de door u gekozen slijpschijf. Geschikte flenzen steunen de slijpschijf en verminderen zo het gevaar van een slijpschijfbreuk. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen verschillen van de flenzen voor andere slijpschijven. e. Gebruik geen versleten slijpschijven van grotere elektrische gereedschappen. Slijpschijven voor grotere elektrische gereedschappen zijn niet geconstrueerd voor de hogere toerentallen van kleinere elektrische gereedschappen en kunnen breken. OVERIGE BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR DOORSLIJPWERKZAAMHEDENa. Voorkom blokkeren van de doorslijpschijf en te hoge aandrukkracht. Slijp niet overmatig diep.
Een overbelasting van de doorslijpschijf vergroot de slijtage en de gevoeligheid voor kantelen of blokkeren en daardoor de mogelijkheid van een terugslag of breuk van het slijptoebehoren. b. Mijd de omgeving voor en achter de ronddraaiende doorslijpschijf. Als u de doorslijpschijf in het werkstuk van u weg beweegt, kan in het geval van een terugslag het elektrische gereedschap met de draaiende schijf rechtstreeks naar u toe worden geslingerd. c. Als de doorslijpschijf vastklemt of als u de werkzaamheden onderbreekt, schakelt u het elektrische gereedschap uit en houdt u het rustig tot de schijf tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de nog draaiende doorslijpschijf uit de groef te trekken. Anders kan een terugslag het gevolg zijn. Stel de oorzaak van het vastklemmen vast en maak deze ongedaan. d.
Schakel het elektrische gereedschap niet opnieuw in zolang het zich in het werkstuk bevindt. Laat de doorslijpschijf eerst het volledige toerental bereiken voordat u het doorslijpen voorzichtig voortzet. Anders kan de schijf vasthaken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. e.
Ondersteun platen of grote werkstukken om het risico van een terugslag door een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Het werkstuk moet aan beide zijden worden ondersteund, vlakbij de slijpgroef en aan de rand. f. Wees bijzonder voorzichtig bij invallend frezen in bestaande muren of andere plaatsen zonder voldoende zicht. De invallende doorslijpschijf kan bij het doorslijpen van gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken. MILIEUAFVALVERWIJDERINGElektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. ALLEEN VOOR EUROPESE LANDENGooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. SPECIFICATIESALGEMENE SPECIFICATIESDremel DSM20 doorslijpmachineDSM20Spanning 220-240V~50/60HzWattage 710 WOnbelast toerental no 17000 min–1Max diameter slijpschijf 77 mm type 1As inzetgereedschap 11 mmMax snijdiepte 21,5 mmVERLENGKABELSGebruik helemaal uitgerolde en veilige verlengkabels met een vermogen van 5A. MONTAGE. LET OPSCHAKEL HET GEREEDSCHAP ALTIJD UIT VOORDAT U DE ACCESSOIRES OF SPANTANGEN WISSELT, ONDERHOUD UITVOERT OP HET GEREEDSCHAP OF DE ACCU VERWIJDERT.
ACCESSOIRES BEVESTIGEN EN VERWIJDEREN. LET OPTREK DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT VOORDAT U OVERGAAT TOT MONTAGE, AANPASSINGEN OF HET WISSELEN VAN ACCESSOIRES. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het gereedschap. Standaard vlakke slijpschijf1. Draai de BORGMOER met de bijgeleverde inbussleutel naar rechts en verwijder de BORGMOER en BUITENSTE SLUITRING. Als de as in beweging komt wanneer u de borgmoer losmaakt, dan drukt u op de spindelblokkering. AFBEELDING 22. Schuif de slijpschijf achter de beschermkap en plaats de schijf tegen de BINNENSTE SLUITRING op de as. 3. Plaats de BUITENSTE SLUITRING terug en draai de borgmoer handvast aan. 4. Druk op de spindelblokkering om de as te vergrendelen en draai de BORGMOER naar links vast met de bijgeleverde inbussleutel.
OPMERKING: lees absoluut de bij uw Dremel accessoire meegeleverde instructies voor meer informatie over het gebruik ervan. AFBEELDING 2A. Standaard vlakke slijpschijfB. Vlakke zaagschijf (optioneel)C. Standaard vlakke slijpschijfD. Slijpsteen (optioneel)E. InbussleutelF. BorgmoerG. Buitenste sluitringH. BeschermkapI. Binnenste sluitringJ. SpindelblokkeringAFBEELDING 3A. Standaard slijpschijfB. BeschermkapPlaatsing vlakke zaagschijf1. Herhaal stap 1 hierboven. 2. Plaats het vlakke zaagblad tegen de BINNENSTE SLUITRING op de as. AFBEELDING 43. Plaats de BUITENSTE SLUITRING terug en draai de BORGMOER handvast aan. 4. Druk op de spindelblokkering om de as te vergrendelen en draai de BORGMOER naar links vast met de bijgeleverde inbussleutel. AFBEELDING 4A. Vlakke zaagschijfPlaatsing slijpsteen1. Herhaal stap 1 hierboven. 2. Plaats de vlakke slijpschijf tegen de BINNENSTE SLUITRING op de as.
SlijpsteenSTOFAFZUIGINGUw gereedschap is voorzien van een aansluiting voor stofafzuiging. Om deze functie te gebruiken, steekt u de adapter voor de stofafzuiging (optioneel accessoire) in de aansluiting, waarna u de stofzuigerslang aan de adapter bevestigt en het uiteinde van de slang aan een gewone stofzuiger vastmaakt. AFBEELDING 6AFBEELDING 6A. StofafzuigaansluitingB. Adapter voor stofafzuigaansluiting (optioneel accessoire)C. Stofzuigerslang (niet inbegrepen)GEBRUIKEEN GOED BEGINDank u voor uw aankoop van de Dremel DSM20. Dit gereedschap is speciaal ontworpen voor het uitvoeren van een uitgebreid scala aan projecten in en rondom het huis. Met de Dremel DSM20 voert u taken sneller en efficiënter uit dan met de hele reeks andere apparaten die u nodig zou hebben om een klus of project af te maken.
Daarnaast is dit gereedschap compact en ergonomisch verantwoord en kan door vrijwel alle gangbare materialen snijden. Zodra u uw nieuwe Dremel DSM20 in gebruik hebt genomen, ontdekt u al snel dat dit gereedschap de juiste afmeting heeft om uw klussen uit te voeren met een fractie van de afmeting van een traditionele cirkelzaag. Dankzij het volledige assortiment bijbehorende accessoires snijdt het gereedschap door vrijwel alle gangbare materialen in huis - hout, kunststof, metaal, gipsplaat en tegels. Het gereedschap beschikt bovendien over twee snijposities, één positie voor de standaard vlakke slijpschijf voor alle veel voorkomende rechte snijwerkzaamheden en een tweede positie voor het vlakke zaagwerk langs een vloer of muur.
LET OPHOUD BIJ HET INSCHAKELEN HET GEREEDSCHAP MET BEIDE HANDEN VAST AANGEZIEN HET GEREEDSCHAP KAN GAAN DRAAIEN DOOR DE TORSIEKRACHT VAN DE MOTOR. Start het gereedschap en laat het volledige toerental bereiken voordat u contact met uw werkstuk maakt. Verwijder het gereedschap uit het werkstuk voordat u de schakelaar loslaat. Zet de schakelaar NIET “AAN” en “UIT” terwijl het gereedschap op de 48.
stroomvoorziening is aangesloten; dit zou de levensduur van de schakelaar aanzienlijk doen afnemen. Paddleschakelaar met ontgrendelingsfunctieMet de paddleschakelaar kan de gebruiker de schakelaarfuncties “ONTGRENDELING” en “AAN/UIT” bedienen. Om de schakelaar te ontgrendelen en het gereedschap “AAN” te zetten: duw de vrijgaveknop van de “ONTGRENDEL”-schakelaar naar voren om de paddleschakelaar te ontgrendelen en druk de paddleschakelaar vervolgens in. AFBEELDING 7Om het gereedschap “UIT” te zetten: laat de hendel van de paddleschakelaar los. De schakelaar is voorzien van een veer en gaat automatisch terug in de stand “UIT”. AFBEELDING 7A. VergrendelingsknopB. Vrijgave ontgrendelingsknopC. PaddleschakelaarVergrendelingsknopDe paddleschakelaar is voorzien van de functie “VERGRENDELING AAN” die goed van pas komt bij langdurig gebruik.
Om de schakelaar op de stand “AAN” te vergrendelen: nadat de paddleschakelaar is ingeschakeld drukt u de knop “VERGRENDELING AAN” aan de achterzijde van het gereedschap volledig in en laat u de paddleschakelaar los. AFBEELDING 7Om het gereedschap “UIT” te zetten: druk de paddleschakelaar in en laat deze los. Om terugslag te voorkomen (waarbij de slijpschijf uit het materiaal probeert los te komen) raden we u aan de insnijdingen in dezelfde richting van de slijpschijf te maken. LET OPHET IS VAN GROOT BELANG DAT U HET ONDERDEEL “TERUGSLAG EN BIJBEHORENDE WAARSCHUWINGEN” IN DEZE HANDLEIDING GOED LEEST EN BEGRIJPT. DiepteregelingTrek de stekker uit het stopcontact. Maak de diepteregelingsknop aan de rechterkant van het gereedschap los. De voet is voorzien van een veer en gaat automatisch naar beneden. AFBEELDING 8Draai de knop tegen de klok in tot de gewenste diepte is bereikt.
Maak oefeninsnijdingen in een stuk los hout om de daadwerkelijke snijrichting te controleren. AFBEELDING 9AFBEELDING 9A. GeleiderAlgemene snijwerkzaamhedenHoud het gereedschap goed vast en hanteer de schakelaar met daadkracht. Overbelast het gereedschap nooit. Pas lichte en constante druk toe. AFBEELDING 10. LET OPNADAT U DE INSNIJDING HEBT GEMAAKT EN DE KNOP HEBT LOSGELATEN, IS ER NOG ENIGE TIJD NODIG VOORDAT DE SLIJPSCHIJF VOLLEDIG TOT STILSTAND KOMT. ZET HET GEREEDSCHAP NIET NEER TOTDAT HET ACCESSOIRE VOLLEDIG TOT STILSTAND IS GEKOMEN. 1. Zorg ervoor dat het materiaal stevig in een bankschroef of klem is bevestigd voordat u aan de snijwerkzaamheden begint. 2. Houd uw lichaam aan één kant van de slijpschijf, maar niet op één lijn met de schijf.
Het is van belang dat u het gereedschap goed ondersteunt en uw lichaam zo plaatst dat het risico op beklemd raken en terugslag tot een minimum wordt beperkt. 3. Houd het gereedschap tijdens het snijden stevig vast en zorg altijd voor een goed voorbereide en beheerste snijtechniek. 4. Zorg ervoor dat het werkstuk niet in de slijpschijf vast komt te zitten of beklemd raakt, of dat het werkstuk in de schijf wordt gedraaid, en oefen geen overmatige druk uit op de schijf. Tegels snijdenZorg ervoor dat het materiaal stevig in een bankschroef of klem is bevestigd voordat u aan de snijwerkzaamheden begint. Schakel het gereedschap in en wacht tot de slijpschijf op volle snelheid is. Voor insnijdingen tot aan de rand van een tegel snijdt u langs uw snijlijn door de rand(en).
Maak eerst enkele gecontroleerde insnijdingen langs de snijlijn en ga vervolgens meermaals over de lijn heen om de tegel door te snijden. Dit gereedschap is niet voorzien van snijschijven voor kopslijpen. Voor een gladde, afgewerkte rand gebruikt u geschikt gereedschap voor het afwerken van de tegelrand.
Insteek- of inwendig zaagwerkDe afmeting en veelzijdigheid van de Dremel DSM20 maken het tot een uitstekend gereedschap voor het uitvoeren van insteek- of inwendig zaagwerk, bijvoorbeeld in vloermateriaal, paneelwerk of gevelbeplating. 1. Markeer het te snijden oppervlak met de gewenste snijlijnen. 2. Maak de diepteregelingsknop los zodat de van een veer voorziene voet wordt ontgrendeld en naar dieptestand nul gaat. Houd de diepteregelingsknop tijdens deze snijwerkzaamheden in ontgrendelde stand. 3. Rust de voet van het gereedschap op het werkstuk en stel de slijpschijf op één lijn met de snijlijn. AFBEELDING 114. Houd het gereedschap stevig vast, druk de paddleschakelaar in en laat de slijpschijf op volle snelheid komen. 5. Laat het gereedschap en slijpschijf langzaam in het werkstuk zakken. AFBEELDING 126. Beweeg het gereedschap naar voren en maak de insnijding. 7.
9. Herhaal naar wens stap 3-8 om de snijwerkzaamheden af te maken. Vlak zagenBekijk ten eerste de gewenste hoogte van de vlakke zaagsnede. Voor vloermateriaal houdt u rekening met de dikte van het vloerhechtmiddel, de vloer zelf en een eventuele ondervloer of ander materiaal die van invloed zijn op de dikte van de afgewerkte vloer. 1. Plaats de vlakke zaagschijf op het gereedschap zoals beschreven in “Plaatsing vlakke zaagschijf”. 2. Stel de diepte van de slijpschijf in op de gewenste stand. 3. Leg het gereedschap op zijn kant zodat de voet van de vlakke zaagschijf tegen de vloer rust. 4. Houd het gereedschap stevig vast. Schakel het gereedschap in en laat het op volle snelheid komen voordat u het op het werkstuk zet. 5. Maak de insnijding af en verwijder het gereedschap uit het werkstuk voordat u het gereedschap uitschakelt.
AFBEELDING 13Groot hout- of plaatmateriaal snijdenAfhankelijk van de mate van ondersteuning, hebben groot plaatmateriaal en lange planken de neiging door te zakken of te buigen. Als u deze probeert te snijden zonder ze goed recht te houden of te ondersteunen, zal de slijpschijf al snel vastgeklemd raken met TERUGSLAG en extra belasting op de motor tot gevolg. AFBEELDING 14Ondersteun het paneel of de plank op korte afstand van de insnijding, zoals afgebeeld in AFBEELDING 15. Zorg ervoor dat de diepteregeling dusdanig is ingesteld dat u alleen door de plaat of plank snijdt en niet door de tafel of werkbank. De balkjes (2” x 4”) die u gebruikt om het werkstuk op de goede hoogte te houden en te ondersteunen, moeten zodanig worden geplaatst dat de breedste kanten het werkstuk ondersteunen en op de tafel of werkbank liggen.
Gebruik nooit de smalle kanten om het werkstuk te ondersteunen aangezien dit te onstabiel is. Als de te snijden plaat of plank te groot is voor een tafel of werkbank, gebruikt u de ondersteunende balkjes op de vloer waarbij u deze vastzet. AFBEELDING 14A. VerkeerdAFBEELDING 15A.
GoedRandgeleiderDe randgeleider (optioneel accessoire) wordt gebruikt voor het maken van insnijdingen die parallel aan de zijkant van het werkstuk lopen en kan aan beide kanten van de voetplaat worden geplaatst om links of rechts in het materiaal te snijden. OPMERKING: bij het gebruik van de randgeleider links of rechts van het gereedschap, plaatst u de geleider zoals afgebeeld. AFBEELDING 16SchulpenRandgeleiders maken schulpen tot een eenvoudige klus. De randgeleider is verkrijgbaar als accessoire (optioneel toebehoren). Bevestig de randgeleider, voer de geleidekant volgens de afbeelding op de gewenste breedte door de gleuven in de voet en zet het geheel vast met de stelschroef. AFBEELDING 17AFBEELDING 17A. Gewenste breedte insnijdingB. RandgeleiderC.
StelschroefSchulpgeleiderBij het snijden van groot hout- of plaatmateriaal voldoet de randgeleider mogelijk niet om de gewenste snijbreedte te behalen. Klem of spijker in dat geval een recht stuk hout van 1” (25 mm) op het materiaal om als geleider te fungeren. AFBEELDING 18Plaats de rechterkant van de voet tegen de houten geleider. AFBEELDING 18A. Gewenste breedte insnijdingB. Schulpgeleider2” x 4” snijgeleiderDe Dremel DSM20 en 2” x 4” snijgeleider (optioneel accessoire) gebruikt u om vlot en nauwkeurig insnijdingen in stukken hout van 2” x 4” te maken. Aangezien de diepte van een insnijding minder is dan de dikte van een stuk hout van 2” x 4”, moet er aan beide kanten van het hout een insnijding worden gemaakt om het werkstuk door te snijden. 1. Meet en markeer de gewenste snijlijn op het stuk hout. 2. Schuif de 2” x 4” snijgeleider over het hout op de gewenste plaats van insnijding.
Opmerking: wanneer u een standaard slijpschijf gebruikt, houdt u een afstand van 1” aan om de geleider op één lijn te krijgen met de afstandsmeter op de snijgeleider. Bij gebruik van de vlakke zaagschijf stelt u de geleidekant van het gereedschap op één lijn met de snijlijn. 3.
Klem de snijgeleider vast op het werkstuk op de gewenste plaats van insnijding. 4. Houd het gereedschap stevig vast en gebruik de rand van de geleider als geleidekant om de eerste insnijding te maken. AFBEELDING 195. Draai het werkstuk om terwijl u de snijgeleider op zijn plaats houdt en maak een tweede insnijding om door de 2” x 4” te snijden. VerstekgeleiderDe Dremel DSM20 verstekgeleider (optioneel accessoire) en vlakke zaagschijf vormen de perfecte combinatie voor het maken van verstekverbindingen, schuine en rechte randen in plinten, beschot en lijstwerk. De hoekmeters kunnen daarbij worden ingezet voor het maken van nauwkeurige insnijdingen voor andere gangbare hoeken, zoals 15°, 22,5° of 30°. 1. Meet en markeer de gewenste snijlijn op het stuk hout. 2. Schuif de verstekgeleider over het hout op de gewenste plaats van insnijding. 3.
Klem de snijgeleider vast op het werkstuk op de gewenste plaats van insnijding. 4. Houd het gereedschap stevig vast en maak de insnijding. Rechte insnijdingen - gebruik de buitenste rand van de snijgeleider als geleidekant. AFBEELDING 2045° verstekhoeken - gebruik de schuine hoek van de snijgeleider als geleidekant. AFBEELDING 2150.
LET OPZORG ERVOOR DAT HET GEREEDSCHAP OP DE JUISTE WIJZE IN DE GELEIDER IS GEPLAATST VOORDAT U HET GEREEDSCHAP INSCHAKELT EN GA VOORZICHTIG TE WERK BIJ HET TOT STILSTAND LATEN KOMEN VAN HET GEREEDSCHAP IN DE VERSTEKGELEIDER ZODAT DE SLIJPSCHIJF NIET IN AANRAKING KOMT MET DE SNIJGELEIDER. Verstekhoeken (15°, 22,5° of 30°) - draai de snijgeleider op de aangewezen hoek tot de gewenste hoek is bereikt met behulp van de hoekmeter op de snijgeleider en maak de insnijding, waarbij u de buitenkant van de snijgeleider als geleidekant gebruikt. AFBEELDING 2045° schuine randen - gebruik uitsluitend de vlakke zaagschijf en plaats de zaag in de verstekgeleider om de insnijding te maken. AFBEELDING 22De geleider plaatst de zaag zodanig dat er schuine randen in werkstukken tot 9/16” dikte kunnen worden gemaakt.
Om de insnijding te maken plaatst u het gereedschap eerst in de verstekgeleider zodat de achterkant van de voet van het gereedschap in de geleiderichel past. Schakel het gereedschap in en maak de insnijding. Schakel het gereedschap uit voordat u het uit de geleider verwijdert. Bepaal of er insnijdingen aan de binnenkant links, buitenkant links, binnenkant rechts of buitenkant rechts moeten worden gemaakt en leg het werkstuk in de juiste positie. Positie A, B, C of D. AFBEELDING 23AFBEELDING 22 Accessoiretabel, zie inleiding. Aanvulling hieronder:Accessoire ToepassingDSM500Hardmetalen slijpschijf voor het snijden van hout en andere zachte materialen. DSM510Versterkte slijpschijf Type 1 voor het snijden van een uiteenlopende reeks materialen, zoals metaal en kunststof. DSM520Versterkte slijpschijf Type1 voor het maken van lastige insnijdingen in metselwerk en steen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dremel DSM20-3/4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Dremel
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine