DeWalt DW743N T 4 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DeWalt DW743N T 4 (160 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over DeWalt DW743N T 4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DeWalt |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | DW743N T 4 |
Handleiding DeWalt DW743N T 4 – volledige tekst
hoogteTafel 45º naar rechts gedraaid voor verstekzagen 70 95Tafel 45º naar links gedraaid voor verstekzagen 20 130Zaagblad 45º naar links gekanteld voor schuine sneden 50 140Zaagbank modusMax. trekzaagvermogen links/rechts mm 210/210 210/210Diepte van snede bij 90º mm 0–62 0–62Diepte van snede bij 45º mm 0–32 0–32LPA (geluidsdruk) dB(A) 93 93KPA (onzekerheidsfactor geluidsdruk) dB(A) 3 3LWA (akoestisch vermogen) dB(A) 106 106KWA (onzekerheid akoestisch vermogen) dB(A) 2,9 2,9Vibratietotaalwaarden (triax-vectorsom) bepaald volgens EN 61029-1 en EN 61029-2-11. Vibratie-emissiewaarde ah ah = m/s² 2,0 Onzekerheid K = m/s2 1,5 Het vibratie-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN 61029 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken.
Het kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van blootstelling. WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap.
Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale arbeidsduur. Een inschatting van het blootstellingniveau aan vibratie dient ook te worden overwogen wanneer het gereedschap wordt uitgeschakeld of als het aan staat maar geen daadwerkelijke werkzaamheden uitvoert. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur. Stel aanvullende veiligheidsmaatregelen op om de operator te beschermen tegen de effecten van vibratie, zoals: onderhoud het gereedschap en de accessoires, houd de handen warm, organisatie van werkpatronen.
Zekeringen:Europa 230 V gereedschappen 10 Ampère, hoofdstroomOPMERKING: Dit toestel is bedoeld voor aansluiting op een stroomvoorzieningssysteem met een maximale toegestame systeemimpedantie Zmax van 0,30 Ω op het interfacepunt (elektriciteitskast) van de voorziening van de gebruiker. De gebruiker moet ervoor zorgen dat dit toestel alleen wordt aangesloten op een elektriciteitssysteem dat aan bovenvermeld vereiste voldoet. Indien nodig kan de gebruiker het elektriciteitsbedrijf vragen naar de systeemimpedantie op het interfacepunt. Definities: Veiligheidsrichtlijnen De onderstaande definities beschrijven het veiligheidsniveau voor ieder signaleringswoord. Lees de gebruiksaanwijzing a. u. b. zorgvuldig door en let op deze symbolen. GEVAAR: Geeft een dreigend gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, leidt tot de dood of ernstig letsel.
WAARSCHUWING: Geeft een mogelijk gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, kan leiden tot de dood of ernstig letsel. VOORZICHTIG: Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien dit niet wordt voorkomen, zou kunnen leiden tot gering of matig letsel.
NEDERLANDS80EG verklaring van overeenstemmingRICHTLIJN VOOR MACHINESDW743NDEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder Technische gegevens in overeenstemming zijn met:2006/42/EG; EN 61029-1; EN 61029-2-11. Deze producten voldoen ook aan Richtlijn 2004/108/EG en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT. Horst GrossmannVice President Engineering and Product DevelopmentDEWALT, Richard-Klinger-Straße 11,D-65510, Idstein, Duitsland01. 11. 2011Veiligheidsinstructies WAARSCHUWING.
Wanneer u gebruik maakt van elektrisch gereedschap, is het belangrijk dat u zich altijd houdt aan elementaire veiligheidsmaatregelen om de kans op brand, elektrische schok en lichamelijk letsel te verkleinen, met inbegrip van de onderstaande maatregelen. Lees al deze instructies voordat u dit product tracht te bedienen en bewaar deze instructies. BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIKAlgemene veiligheidsregels 1. Zorg voor een opgeruimde werkomgeving. Rommelige plaatsen en werkbanken werken letsel in de hand. 2. Houd rekening met de omgeving van de werkplek. Stel het gereedschap niet bloot aan regen. Gebruik het gereedschap niet in een vochtige of natte omgeving. Houd de werkplek goed verlicht (250–300 Lux). Gebruik het gereedschap niet op plaatsen waar brand- of explosiegevaar bestaat, bijv. in de buurt van brandbare vloeistoffen en gassen. 3.
Bescherm uzelf tegen elektrische schokken. Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken (bijvoorbeeld pijpen, radiatoren, kooktoestellen en koelkasten). Bij gebruik van het gereedschap onder extreme omstandigheden (bijvoorbeeld hoge luchtvochtigheid, als er metaalslijpsel wordt geproduceerd enz.
) kan de elektrische veiligheid worden verbeterd door een scheidingstransformator of een (FI) aardlekschakelaar te plaatsen. 4. Houd andere mensen uit de buurt. Laat niet toe dat personen, vooral kinderen, die niet bij het werk zijn betrokken het gereedschap of het verlengsnoer aanraken en houd ze uit de buurt van de werkplek. 5. Berg ongebruikt gereedschap op. Wanneer het gereedschap niet gebruikt wordt, moet het op een droge plek bewaard worden en veilig opgeborgen zijn, buiten het bereik van kinderen. 6. Forceer het gereedschap niet. Het zal de taak beter en veiliger uitvoeren wanneer het op de bedoelde wijze wordt gebruikt. 7. Maak gebruik van het juiste gereedschap. Gebruik geen licht gereedschap om het werk van zware machines uit te voeren.
Gebruik het gereedschap niet voor doeleinden waarvoor het niet bestemd is; gebruik bijvoorbeeld cirkelzagen niet om boomtakken of houtblokken te zagen. 8. Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of juwelen, want deze kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. Schoenen met profielzolen zijn aanbevolen wanneer u buitenshuis werkt. Houd lang haar bijeen. 9. Gebruik beschermend materiaal. Draag altijd een veiligheidsbril. Draag een gezichts- of stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof of rondvliegende deeltjes vrijkomen. Draag ook een hittebestendige schort indien deze deeltjes heet kunnen zijn. Draag altijd gehoorbescherming. Draag altijd een veiligheidshelm. 10. Sluit voorziening voor stofafvoer aan. Als er hulpmiddelen zijn geleverd voor de aansluiting van voorzieningen voor afvoer en opvang van stof, zorg dan dat deze zijn aangesloten en naar behoren worden gebruikt.
11. Gebruik het snoer niet verkeerd. Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen. Draag het gereedschap nooit aan het snoer. 12. Zeker het werkstuk. Gebruik waar mogelijk klemmen of een bankschroef om het te bewerken deel vast te zetten.
Dit is veiliger dan wanneer u uw handen gebruikt en bovendien kunt u de machine dan met beide handen bedienen. 13. Zorg voor een veilige houding. Zorg altijd voor een juist, stabiele houding. 14. Onderhoud gereedschap met zorg. Houd zaagwerktuigen scherp en schoon voor betere en veiligere prestaties. Volg aanwijzingen voor het smeren en verwisselen van hulpstukken. Inspecteer het gereedschap regelmatig en laat het repareren door een bevoegde reparatieservice als het is beschadigd. Houd handgrepen en schakelaars droog, schoon en vrij van olie en vet. 15. Trek de stekker van het gereedschap altijd uit het stopcontact. Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine niet gebruikt en wanneer u onderhoud aan de machine uitvoert of accessoires als bladen, boren en snijstukken verwisselt. 16. Verwijder stel- en moersleutels.
Maak er een gewoonte van om te controleren dat de stel- en moersleutels zijn verwijderd voordat u het gereedschap gebruikt. 17. Vermijd onbedoeld inschakelen. Draag het gereedschap niet met een vinger op de schakelaar. Zorg ervoor dat het gereedschap uit staat voordat u de stekker in het stopcontact steekt. 18. Maak gebruik van verlengsnoeren die geschikt zijn voor buitengebruik. Controleer voor gebruik de verlengkabel en vervang deze als die beschadigd is. Gebruik, wanneer het gereedschap buiten wordt gebruikt, alleen verlengsnoeren die geschikt zijn voor buitengebruik en als zodanig zijn gemarkeerd. 19. Blijf alert. Kijk wat u doet. Gebruik uw gezond verstand. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of wanneer u drugs of alcohol hebt gebruikt. 20. Controleer op beschadigde onderdelen.
Controleer of bewegende delen zich in de juiste positie bevinden en goed zijn bevestigd, of er defecte onderdelen zijn, of ze juist zijn gemonteerd en of er sprake is van andere zaken die bediening kunnen beïnvloeden. Een beschermstuk of ander onderdeel dat is beschadigd dient op de juiste wijze te worden vervangen of gerepareerd door een bevoegde reparatieservice, tenzij in de handleiding anders wordt aangegeven. Laat een bevoegde reparatieservice defecte schakelaars vervangen. Gebruik het gereedschap niet als de aan-/uitschakelaar niet naar behoren werkt. Probeer nooit zelf reparaties uit te voeren.
NEDERLANDS81 WAARSCHUWING. Het gebruik van een accessoire of hulpstuk of het uitvoeren van werkzaamheden met dit gereedschap buiten wat is aanbevolen in deze instructiehandleiding, kan risico op persoonlijk letsel met zich meebrengen. 21. Laat uw gereedschap repareren door een bevoegd persoon. Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de relevante veiligheidsvoorschriften. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen die gebruikmaken van originele reserveonderdelen; dit kan anders resulteren in aanzienlijk gevaar voor de gebruiker. Aanvullende veiligheidsregels voor klapzaagtafels • Sta niet toe dat ongetrainde mensen deze machine bedienen. • Gebruik de zaag niet voor het zagen van andere materialen dan hout of dergelijke materialen. • Kies het juiste zaagblad voor het materiaal dat dient te worden gesneden. • Gebruik geen gebroken of beschadigde zaagbladen.
• Gebruik geen HIGH SPEED-stalen zaagbladen. • Gebruik op juiste wijze geslepen zaagbladen. Neem de maximumsnelheid die is gemarkeerd op het zaagblad, in acht. De gemarkeerde snelheid moet altijd gelijk zijn of hoger dan de onbelaste snelheid van de machine die wordt vermeld bij de technische gegevens. • Gebruik geen tussenringen en asringen om een zaagblad passend te maken voor de as. • Controleer vóór gebruik dat het zaagblad goed is gemonteerd. • Het is belangrijk dat het zaagblad in de juiste richting draait. Houd het zaagblad scherp. • Gebruik geen zaagbladen met een grotere of kleinere diameter dan wordt aanbevolen. Raadpleeg de technische gegevens voor de juiste maten van het zaagblad. Gebruik alleen de zaagbladen die worden opgegeven in deze handleiding, en die voldoen aan EN847-1. • U kunt overwegen speciaal ontworpen zaagbladen toe te passen die minder lawaai maken.
• Gebruik de zaag niet zonder dat de beveiligingen en het splijtmes in positie zijn en goed zijn onderhouden, vooral als u wissels van de verstekzaagmodus naar de zaagbankmodus en vice versa. • Zorg ervoor dat de vloer rondom de machine vlak is, goed onderhouden en vrij van los materiaal, bv. splinters en afgesneden delen. • Zorg voor geschikte algemene en plaatselijke verlichting. • Draag geschikte persoonlijke bescherming indien nodig, inclusief: – gehoorbescherming om het risico op gehoorverlies te verminderen; – mondbescherming om het risico op het inademen van schadelijke stofdeeltjes te verminderen; – handschoenen voor het vastpakken van zaagbladen en grof materiaal. Zaagbladen dienen in een houder te worden gedragen indien dit mogelijk is. • Controleer, voordat u werkzaamheden aan de machine verricht, dat de machine op gelijk en stabiel oppervlak is geplaatst.
• Vermijd het verwijderen van afgesneden delen of andere delen van het werkstuk uit het snijdgebied terwijl de zaag in werking is en de zaagkop niet tot stilstand is gekomen. • Vervang de tafelinvoer als deze versleten is. • Vervang de tafel wanneer de sleuf in de tafel te breed is. • Meld defecten aan de machine, inclusief de beschermingen of zaagbladen, aan uw dealer zodra deze worden ontdekt. • Zorg ervoor dat de bovenkant van het zaagblad volledig door de verstekzaagmodus is omgeven. • Zorg ervoor dat de arm veilig is vastgezet in werkpositie in de zaagbankmodus. • Zorg ervoor dat de arm veilig is vastgezet als u schuine hoeken zaagt in de zaagbankmodus. • Doe voorzichtig als u groeven maakt tijdens de zaagbankmodus door een geschikt beveiligingssysteem te gebruiken. Het zagen van een sleuf is niet toegestaan. • Sluit de zaag aan op een stofopvangapparaat wanneer u hout zaagt.
Houd altijd rekening met factoren die van invloed zijn op de blootstelling aan stof, zoals: – Type materiaal dat moet worden bewerkt (spaanplaat produceert meer stof dan hout); – Juiste afstelling van het zaagblad; – Controleer dat de lokale afzuiging en ook kappen, schermen en kokers goed zijn afgesteld. – Stofafzuiging met luchtsnelheid van niet minder dan 20 m/s • Gebruik geen schurende schijven of diamantsnijwielen. • In het geval van een ongeval of van storing van de machine moet u de machine onmiddellijk uitschakelen en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken. • Rapporteer de storing en breng een geschikte aanduiding op de machine aan zodat andere mensen niet proberen de niet (goed) functionerende machine te gebruiken.
• Wanneer het zaagblad is geblokkeerd als gevolg van abnormale aanvoerdruk tijdens het zagen, zet de machine dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder het werkstuk en zorg voor vrijloop van het zaagblad. Zet de machine aan start de zaagwerkzaamheden weer met verminderde aanvoerdruk. • Zaag nooit een lichte legering, vooral niet magnesium. • Monteer, wanneer de situatie dat toelaat, de machine op een werkbank met bouten van een diameter van 8 mm en een lengte van 80 mm (afb. C2). Aanvullende veiligheidsregels voor verstekzagen • Zorg ervoor dat alle vergrendelingknoppen en klemhendels stevig vastzitten voordat u met een handeling begint. • Bedien de machine niet als de beveiliging niet is aangebracht of als de beveiliging niet werkt of niet correct is onderhouden. • Gebruik uw zaag nooit zonder de zaagplaat.
• Plaats nooit één van de handen in het gebied van het zaagblad als de zaag op de elektrische stroomvoorziening is aangesloten. • Probeer nooit een bewegende machine snel te stoppen door een stuk gereedschap of iets anders tegen het zaagblad te duwen; dit kan onbedoeld ernstige ongelukken veroorzaken. • Lees voordat u enig accessoire gebruikt de gebruiksaanwijzing.
Het onjuiste gebruik van een accessoire kan schade veroorzaken. • Kies het juiste zaagblad voor het materiaal dat dient te worden gesneden. • Gebruik een houder of draag handschoenen wanneer u een zaagblad of ruw materiaal hanteert. • Til het zaagblad omhoog uit de zaagplaat in het te bewerken materiaal voordat u de schakelaar loslaat. • Zorg ervoor dat de arm stevig vast zit als u schuine sneden maakt. • Klem niets tegen de koeling aan om de motorkast vast te houden. • De zaagbladbeveiliging op uw zaag gaat automatisch omhoog als de arm naar beneden wordt geduwd; ze gaat omlaag over het zaagblad als de arm wordt opgetild. De bescherming kan met de hand worden opgetild als u zaagbladen installeert of verwijdert, of voor een controle van de zaag. Til de zaagbladbescherming nooit met de hand op, tenzij de zaag is uitgeschakeld.
• Houd de vloer rondom de machine schoon en vrij van los materiaal, bv. splinters en afgesneden delen. • Controleer regelmatig of de motorluchtgaten schoon en vrij van splinters zijn. • Vervang de zaagplaat als deze versleten is. • Sluit de machine van de stroomvoorziening af voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert of als u het zaagblad vervangt. • Voer nooit schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden uit als de machine nog in werking is en de kop niet in de rustpositie staat. • Bevestig de machine altijd aan een werkbank indien mogelijk.
NEDERLANDS82 • Als u een laser gebruikt om de snijdlijn aan te geven, zorg er dan voor dat de laser van klasse 2 is in overeenstemming met EN60825-1:2007. Vervang de laserdiode niet voor een ander type. Zorg dat de laser door een erkende reparateur wordt gerepareerd indien deze beschadigd is. • Gebruik de machine nooit in de verstekstand als de beschermkap niet is gemonteerd (50, afb. D). • Zaag nooit werkstukken korter dan 150mm. • Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een maximaal werkstukformaat van: – Hoogte 68 mm bij breedte 140 mm bij lengte 600 mm – Langere werkstukken moeten worden ondersteund door een geschikte aanvullende tafel, bijv. DE3497. Klem het werkstuk altijd stevig vast. • Klem het werkstuk altijd stevig vast.
Aanvullende veiligheidsregels voor zaagbanken • Gebruik geen zaagbladen met een dikte die groter is of een tandbreedte die kleiner is dan de dikte van het splijtmes. • Zorg ervoor dat het zaagblad in de juiste richting draait en dat de tanden naar de voorzijde van de zaagbank wijzen. • Zorg ervoor dat alle klemhendels goed vast zitten voordat u een handeling begint. • Zorg ervoor dat alle zaagbladen en flenzen schoon zijn en de inspringende kanten van de kraag tegen het zaagblad aanliggen. Maak de spanmoer stevig vast. • Houd het zaagblad scherp en juist ingesteld. • Zorg ervoor dat het splijtmes is aangepast op de juiste afstand van het zaagblad - maximaal 5 mm. • Bedien de zaag nooit zonder dat de bovenste en onderste beveiligingen op hun plaats zitten. • Houd uw handen uit de loop van het zaagblad.
• Sluit de zaag af van de stroomvoorziening voordat u zaagbladen vervangt of onderhoud uitvoert. • Gebruik te allen tijde een duwstok en zorg ervoor dat u uw handen niet dichter dan 150 mm vanaf het zaagblad houdt terwijl u aan het zagen bent. • Probeer niet op een andere dan het opgegeven voltage te werken. • Breng geen smeermiddelen op het zaagblad aan als het in werking is.
• Grijp niet achter het zaagblad. • Houd de duwstok altijd op zijn plaats als het apparaat niet in gebruik is. • Ga niet bovenop het apparaat staan. • Zorg er tijdens transport voor dat het bovendeel van het zaagblad bedekt is, bv. door een bescherming. • Gebruik de bescherming niet om vast te pakken of voor transport. • Gebruik geen zaagbladen met een dikte die groter is of een tandbreedte die kleiner is dan de dikte van het splijtmes. • Overweeg om speciaal ontworpen geluidsverminderende zaagbladen te gebruiken. Aanvullende Veiligheidsregels voor Tafelzaagmachines • Sponningen, sleuven en groeven zagen is niet toegestaan. • Gebruik altijd de aanduwstok. Zaag nooit werkstukken kleiner dan 50mm. • Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een maximaal werkstukformaat van: – Hoogte 62mm bij breedte 600 mm bij lengte 1.
500 mm – Langere werkstukken moeten worden ondersteund door een geschikte aanvullende tafel, bijv. DE3497 of DE3472. Overige risico’sDe volgende risico’s zijn inherent aan het gebruik van zagen: – letsel veroorzaakt door het aanraken van roterende delenOndanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten, kunnen sommige overige risico’s niet worden vermeden. Dit zijn: – Gehoorbeschadiging. – Het risico van ongelukken die worden veroorzaakt door de onbedekte delen van het roterende zaagblad. – Het risico op letsel als u het zaagblad vervangt. – Het risico om uw vingers te beknellen als u de bescherming openmaakt. – Gezondheidsrisico’s veroorzaakt door het inademen van stof dat ontstaat bij het zagen van hout, in het bijzonder eiken, beuken en MDF. De volgende factoren zijn van invloed op de geluidsproductie: – Het te zagen materiaal.
– Onvoldoende stofafzuiging doordat uitlaatfilters niet zijn gereinigd – Versleten zaagblad. – Werkstuk wordt niet nauwkeurig geleid. Markering op het gereedschapDe volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld: Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik. Draag gehoorbescherming. Draag oogbescherming. ✔ Gebruik nooit de verstekzaag wanneer de beschermkap niet is geplaatst. Als u de machine in de verstekzaagmodus gebruikt, zorg er dan voor dat u de trekschakelaar bedient als u aan en uit schakelt. Bedien de schakelbox niet in deze modus. Als u de machine in de zaagbankmodus gebruikt, zorg er dan voor dat het splijtmes is gemonteerd. Gebruik de machine niet zonder het splijtmes. Gebruik het splijtmes niet als u de machine in de verstekzaagmodus gebruikt. Zorg ervoor dat het splijtmes stevig is vastgemaakt in de hoogste ruststanden (afb. A2). DraagpuntPOSITIE DATUMCODE [AFB. (FIG.
NEDERLANDS83 1 Zaagblad 1 Box met daarin: 1 Bovenste bescherming voor zaagbankstand 1 Ondertafel bescherming voor de verstekzaagstand 1 Parallelgeleider 1 Duwstok 1 Materiaalklem 1 Plastic tas met daarin: 4 M8 vergrendelingknoppen 4 M8 x 50 bouten met bolcilinderkop 4 D8 platte sluitringen 1 Vergrendeling pakkingring 1 Gebruiksaanwijzing 1 Uitvergrote tekening • Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport. • Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt. • Verwijder de zaag voorzichtig uit het verpakkingsmateriaal. Beschrijving (afb. A1–A8) WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel ervan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
000 mm (DE3494) 29 Ondersteuning geleiderails 500 mm (DE3491) 30 Draaistop (DE3462) 31 Lengtestop voor korte werkstukken (te gebruiken met geleidende rails [29]) (DE3460) 32 Ondersteuning met verwijderbare stop (DE3495) 33 Ondersteuning met verwijderde stop (DE3495) 34 Materiaalklem (DE3461)A5 35 Roller ondersteunende tafel (DE3497)Voor gebruik in de zaagbankmodus:A3 27 Verstekzaaggeleider (DE3496)A6 36 Verlengtafel (DE3472)A7 37 Enkelvoudige schuiftafel (DE3471)Niet afgebeeld – Dubbele schuiftafelVoor gebruik in alle modi:A8 38 Driewegs stofverwijderingskit (DE3500)BEDOELD GEBRUIKUw DEWALT combinatiezaag is ontworpen als verstekzaag of zaagtafel voor het gemakkelijk, nauwkeurig en veilig uitvoeren van de vier belangrijkste zaagwerkzaamheden, te weten overlangszagen, afkorten, afschuinen en verstekzagen.
Het apparaat is ontworpen voor gebruik met een hardmetaal zaagblad met nominale zaagbladdiameter van 250 mm, voor het professioneel zagen van hout, houtproducten en kunststoffen. VERSTEKZAAGMODUSIn de verstekzaagmodus wordt de machine gebruikt in verticale, verstekzaag of schuine hoek stand. ZAAGBANKMODUSOmgedraaid op zijn middenas wordt de zaagmachine gebruikt om standaard trekzaaghandelingen uit te voeren en voor het zagen van brede stukken door het werkstuk handmatig tegen het zaagblad te voeren. WAARSCHUWING: Gebruik de machine niet voor andere doeleinden dan worden beschreven. • Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
NEDERLANDS84Een verlengsnoer gebruikenGebruik, als een verlengsnoer nodig is, een goedgekeurd 3-aderig verlengsnoer dat geschikt is voor de stroomvoorziening van dit gereedschap (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1,5 mm2; de maximale lengte is 30 m. Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen. ASSEMBLAGE EN AANPASSINGEN WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen schakelt u het apparaat uit en sluit u de stroombron van de machine af voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of als u reparaties uitvoert. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar in de OFF (UIT) positie staat. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. Uitpakken WAARSCHUWING: Zoek altijd hulp als u de machine verplaatst. De machine is te zwaar om door één persoon te worden verplaatst.
• Verwijder het losse verpakkingsmateriaal uit de doos. • Til de machine uit de doos. • Verwijder de onderdelendoos uit het binnenste van de machine. • Verwijder al het overgebleven verpakkingsmateriaal van de machine. De poten monteren (afb. C1)Als de poten gemonteerd zijn, is de machine geschikt om stand-alone te worden geplaatst. • Draai de machine ondersteboven. • Steek een slotbout (47) vanaf de platte kant door de gaten in ieder van de poten (18). • Plaats een vergrendelknop (48) en sluitring (49) op de bouten. • Plaats een poot (18) op ieder van de bevestigingspunten (46) die zich aan de randen aan de binnenkant van het onderstel bevinden. Zorg voor iedere poot dat de vergrendelingknop en sluitring zich aan de buitenkant van het open gat bevinden. • Maak de vergrendelingknoppen vast. • Zet de machine rechtop.
Zorg ervoor dat u veilig kunt werken, bevestig de machine op het werkblad met bouten van een diameter van 8 mm en een lengte van 80 mm. ASSEMBLAGE VOOR VERSTEKZAAGMODUSDe beveiliging van de ondertafel monteren (afb. D)De beveiliging van de ondertafel (50) is aan de bovenkant van de zaagbladtafel bevestigd. • Plaats de twee haken links van de beveiliging in de langwerpige gaten (52 ) links van het zaagbladgat. • Plaats de beveiliging plat op de tafel en druk deze in de vergrendeling pakkingring. • Voor het verwijderen: maak de pakkingring los met een schroevendraaier om hem te verwijderen en ga in omgekeerde volgorde te werk. De zaagkop en tafel omkeren (afb. A3, E1, E2) • Houd de zaagtafel met één hand tegen en druk de hendel tafelvrijgave (2) naar links (afb. E1).
• Druk de tafel naar beneden aan de voorzijde en draai hem volledig om totdat de motorassemblage in de hoogste positie staat en de karteling contact maakt met de tegenhoudtanden van het tafel vergrendelingapparaat (20). • De kopassemblage wordt naar beneden gehouden door middel van een klemriem aan de voorzijde en een hoogteaanpassing (23) aan de achterzijde (afb. A3). • Verwijder de riem. • Draai het wiel (55) tegen de klok in terwijl u de kop naar beneden houdt, totdat de U-vormige fitting (56) loskomt uit zijn plaats(afb. E2). • Draai en duw de hoogteaanpassing omhoog. • Houd de kop stevig vast, zorg dat de veerdruk de kans krijgt de kop omhoog te duwen naar zijn ruststand. Het zaagblad bevestigen (afb.
A1, A2, F1–F3) WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen schakelt u het apparaat uit en sluit u de stroombron van de machine af voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of als u reparaties uitvoert. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar in de OFF (UIT) positie staat. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. WAARSCHUWING: Bedenk dat het zaagblad alleen op de voorgeschreven manier moet worden vervangen.
Monteer NOOIT andere zaagbladen dan de bladen die onder Technische Gegevens worden aangeduid. Wij adviseren Cat. Nr: DT4321. WAARSCHUWING: De tanden van een nieuw zaagblad zijn zeer scherp en kunnen gevaarlijk zijn. WAARSCHUWING: Verwissel zaagbladen altijd als de machine in de verstekzaagmodus staat. • Zorg ervoor dat spouwmes (16) is vastgezet in de bovenste ruststand (afb. A2). • Steek de inbussleutel (57) door het gat (58) in de riemkast en in het uiteinde van de as (afb. F1). Plaats de zaagbladsleutel (59) op de vergrendelingsschroef van het zaagblad (60) (afb. F2). • De vergrendelingsschroef van het zaagblad heeft linkse schroefdraad, draai de schroef dus los door inbussleutel stevig vast te houden en naar rechts te draaien. • Maak de onderste beschermkap (12) los door de hoofdontgrendelingshendel (13) in te drukken, breng daarna de onderste beschermkap zover mogelijk omhoog.
• Verwijder de beveiligingschroef van het zaagblad (60) en de buitenste cilinderkraag (61) (afb. F3). • Zorg ervoor dat de binnenflens en beide zijden van het zaagblad schoon en stofvrij zijn. • Installeer het zaagblad (62) op het verbindingsstuk voor het blad (63) dat zich direct naast de binnenste cilinderkraag (64) bevindt, waarbij u ervoor zorgt dat de zaagtanden aan de onderste rand van het blad gericht zijn naar de achterkant van de zaag (van de gebruiker af). • Laat het zaagblad voorzichtig op zijn plaats komen en laat de onderste zaagbeveiliging los. • Vervang de buitenste cilinderkraag. • Draai de vergrendelingsschroef (60) van het zaagblad aan door deze naar links te draaien terwijl u de inbussleutel stevig vasthoudt met uw andere hand. • Berg de zaagbladsleutel en de inbussleutel op.
WAARSCHUWING: Controleer na het monteren of vervangen van het zaagblad altijd dat het zaagblad volledig wordt bedekt door de beschermkap. Controleer dat de zaagbladsleutel en de inbussleutel weer zijn opgeborgen.
Aanpassingen voor de verstekzaagmodus WAARSCHUWING: Bedenk dat het zaagblad op de voorgeschreven manier moet worden vervangen. Monteer NOOIT andere zaagbladen dan de bladen die onder Technische Gegevens worden aangeduid. Wij adviseren Artikelnr: DT4321. Uw verstekzaag is in de fabriek correct ingesteld. Als aanpassing als gevolg van het transport en de opslag of een andere reden nodig is, volgt u de onderstaande stappen om uw zaag aan te passen. Als deze eenmaal gemaakt zijn, dienen deze aanpassingen juist te zijn.
NEDERLANDS85Het zaagblad controleren en aan de geleider aanpassen (afb. G1, G2, H)Als de kop in verticale positie is en de klemhendel voor schuine hoeken (22) Is vrijgegeven, draait u de vergrendelingschroef (65) losser in de draaiende tafel positietaster (8) (afb. G1). • Trek de kop omlaag totdat het zaagblad net in de zaagsnede van de zaag komt. • Plaats een tekenhaak (66) tegen de linkerzijde (7) van de geleider en het zaagblad (62) (afb. G2). De hoek dient 90º te zijn. WAARSCHUWING: Raak de punten van de zaagtanden niet aan met de tekenhaak. • Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk: • Draai de excentrische aanpassingslager (67) totdat het aanzicht van het zaagblad plat tegen de tekenhaak staat (afb. G1). • Draai de vergrendelingschroef (65) vast.
• Controleer of de rode markeringen (68) bij het zaagbladgat (52) op één lijn staan met de 0º positie (69) op de twee schaalverdelingen (afb. H). • Als aanpassing nodig is, draait u de schroeven (70) los en zet u de indicatoren op één lijn. De 45º positie zou nu ook accuraat moeten zijn. Als dit niet het geval is, staat het zaagblad niet loodrecht op de draaitafel (zie hieronder). Het zaagblad controleren en aan de tafel aanpassen (afb. I1, I2) • Maak de schuine klemhendel (22) los (afb. I1). • Druk de zaagkop naar rechts om er zeker van te zijn dat hij volledig verticaal staat, en maak de schuine klemhendel vast. • Trek de kop omlaag totdat het zaagblad net in de zaagsnede van de zaag komt. • Plaats een ingestelde tekenhaak (66) op de tafel en omhoog tegen het zaagblad (62) (afb. I2). De hoek dient 90º te zijn. WAARSCHUWING: Raak de punten van de zaagtanden niet aan met de tekenhaak.
De verstekzaaghoek controleren en aanpassen (afb. A1, A2, H)De standen voor rechte dwarsdoorsnede en 45º verstekzagen zijn van tevoren ingesteld. • Trek de positietaster van de draaitafel (8) omhoog en draai deze tegen de klok in een kwart slag (afb. A1). • Draai de roterende tafelklem (3) los. De handgreep kan als ratel werken wanneer een volledige omwenteling van de handgreep niet mogelijk is. • Pak de regelhandgreep (14) vast (afb. A2), druk de ontgrendelingshendel van de beschermkap (13) in en breng de zaag omlaag tot ongeveer halverwege (afb. A1). • Draai de zaagkop met de roterende tafel in de gewenste stand. • Draai de roterende tafelklem (3) vast. De plaatsingspen van de roterende tafel (8) zal zichzelf vastzetten (afb. A1). • Met de rode merktekens (68) kunt u de verstekzaagtafel (4) instellen in iedere verstekhoek links of rechts tussen 0° en 45° (afb. H).
• Ga verder als bij vooraf ingestelde standen. De positietaster van de draaitafel kan niet worden gebruikt voor tussenliggende hoeken. WAARSCHUWING: Maak altijd eerst een proefsnede met afvalhout om de juistheid te controleren. De geleider aanpassen (afb. J1, J2)Het beweegbare gedeelte aan de linkerzijde van de geleider kan worden aangepast om maximale ondersteuning van het werkstuk bij het zaagblad te bieden, terwijl de zaag in staat is een schuine hoek op volledige 45º links te maken. De schuifafstand wordt beperkt door stoppen in beide richtingen. De afscheiding (7) aanpassen: • Til de hendel (72) op om de geleider (7) vrij te geven. • Schuif de geleider naar links. • Voer een proefsnede uit terwijl de zaag is uitgeschakeld en controleer de speling.
Pas de geleider aan zodat deze zich zo dicht bij het zaagblad bevindt als praktisch mogelijk is om maximale ondersteuning van het werkstuk te bieden, zonder de beweging omhoog en omlaag van de arm te beïnvloeden. • Druk de hendel (72) naar beneden om de geleider op zijn plaats vast te zetten.
De schuine hoek controleren en aanpassen (afb. J1, K1, K2) • Schuif de zijgeleider zover als het kan naar links (afb. J1). • Maak de schuine klemhendel (22) los en beweeg de zaagkop naar links. Dit is de 45º schuine positie. • Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk: • Draai de stopschroef (73) naar binnen of buiten zoals gewenst totdat de wijzer (74) 45º aangeeft. ASSEMBLAGE VOOR ZAAGBANKMODUSWisselen tussen de verstekzaagmodus en zaagbankmodus (afb. A1–A3, E2, L1, L2) • Zet het zaagblad in de 0º dwarsdoorsnede positie waarbij de positietaster van de draaitafel (8) juist uigericht is en de klem van de draaitafel (3) vast zit (afb. A1). • Maak de borgbout van het splijtmes (75) net voldoende los om het mogelijk te maken dat het splijtmes het montagegat in kan (afb. L1). • Pak het splijtmes (16) uit zijn opbergpositie tegen de zaagkop (afb. A2).
• Laat de hendel voor de beveiligingsvrijage (13) los de vergrendeling van het zaagblad (12) vrij te geven, en til de beveiliging van het zaagblad vervolgens zo ver als mogelijk is op (afb. A1). • Schuif de beugel van het splijtmes (76) volledig in het montagegat (77) (afb. L1). Maak de borgbout vast. • Laat de onderste beveiliging voorzichtig los totdat deze op zijn plaats zit achter de rand die uitsteekt vanuit de binnenkant van het splijtmes. • Verwijder de beveiliging van de ondertafel. • Trek de zaagkop naar beneden en draai de hoogteaanpassing (23) totdat de U-vormige beugel (56) contact maakt op de pen die in het onderstel zit (afb. E2). • Draai het wiel (55) van de aanpasknop om ervoor te zorgen dat het zaagblad en het splijtmes uitsteken van de zaagbanktafel (24) (afb. A3) om maximale snijddiepte in de zaagbankmodus mogelijk te maken.
• Trek de tafelvrijgave hendel (2) naar links, tilt de voorste rand van de tafel op en klap deze 180º terug totdat de tanden van het tafel vergrendelingapparaat (20) automatisch contact maken met de retentiehendel voor het zaagblad om dit in de zaagbankmodus vast te zetten (afb. L2). WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat u het controle over de beweging van de tafel niet verliest. Plaats van het splijtmes (afb. M) • Bevestig het splijtmes (16) zoals hierboven beschreven. Als het eenmaal is bevestigd heeft het splijtmes geen verdere aanpassing meer nodig.
NEDERLANDS86De bovenste zaagbladbeveiliging bevestigen (afb. N)De bovenste zaagbladbeveiliging (25) is ontworpen om snel en gemakkelijk te worden vastgemaakt middels een taster met een veer aan het gat in het splijtmes (16) als dit eenmaal op zijn plaats staat door de werktafel voor de zaagbankmodus. Maak de bovenste zaagbladbeveiliging (25) vast aan het splijtmes door aan de knop (76) te trekken om ervoor te zorgen dat de taster contact krijgt in de beveiliging. WAARSCHUWING: Gebruik uw zaag nooit in de zaagbankmodus zonder dat de bovenste beveiliging correct is bevestigd. Montage en afstelling van de parallelle geleider (afb. O)De parallelle geleider voor twee hoogte-instellingen (26) kan in twee posities worden gebruikt (11 of 62 mm). De parallelle geleider kan aan beiden zijden van het zaagblad worden gemonteerd.
GA ALS VOLGT TE WERK OM DE GELEIDER OP DE JUISTE POSITIE TE MONTEREN: • Maak de knop (77) los. • Schuif de beugel aan vanaf links of rechts. De klemplaat (78) maakt contact achter de voorste rand van de tafel. • Maak de knop (77) vast. • Controleer dat de geleider parallel aan het zaagblad staat. • Als aanpassing nodig is, ga dan als volgt te werk: • Pas de geleider aan zodat deze parallel aan het zaagblad staat door de afstand tussen het zaagblad en de geleider te controleren aan de voor- en achterkant van het zaagblad. Om dit te doen draait u de stelt schroef in de geleideondersteuning naar binnen of buiten voor zover nodig is. De standaardinstelling van de geleider is aan de rechterkant van het zaagblad. GA ALS VOLGT TE WERK OM DE GELEIDER IN TE STELLEN VOOR GEBRUIK AAN DE LINKERZIJDE VAN HET ZAAGBLAD: • Maak de knop (77) los.
• Trek de beugel (79) eruit en plaats deze in het andere uiteinde. • Maak de geleider aan de tafel vast. • Maak de knop (77) vast. WAARSCHUWING: Gebruik het 11mm profiel voor het trekzagen van lage werkstukken om toegang tussen het zaagblad en de geleider voor de duwstok (17) mogelijk te maken.
WAARSCHUWING: De achterkant van de geleider dient gelijk te staan aan de voorkant van het splijtmes. Wisselen tussen de zaagbank en verstekzaagmodus (afb. A3, D, E1, E2, L1) • Verwijder de parallelle geleider (26) (afb. A3). • Draai het wiel (55) van de hoogteaanpassing (23) om maximale snijddiepte in de verstekzaagmodus te krijgen (afb. E2). • Ga verder zoals beschreven staat in de paragraaf De zaagkop en tafel omdraaien. • Maak de borgbout van het splijtmes (75) enigszins los en verwijder het splijtmes (16) terwijl u de zaagbladbeveiliging (12) vast houdt (afb. L1). • Laat de zaagbladbescherming zakken. • Plaats het splijtmes in zijn opslagpositie tegen de zaagkop. • Breng de beveiliging van de ondertafel (50) weer aan (afb. D). Voor de bediening • Installeer het geschikte zaagblad. Gebruik geen extreem versleten zaagbladen.
De maximale rotatiesnelheid van het gereedschap mag die van het zaagblad niet overschrijden. • Probeer geen extreem kleine delen te zagen. • Laat het zaagblad vrij zagen. Forceer het niet. • Laat de motor de volledige snelheid bereiken voordat u zaagt. • Zorg ervoor dat alle vergrendelingknoppen en klemhendels vast zitten. BEDIENINGInstructies voor gebruik WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veiligheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften. WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u het van de stroomvoorziening, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. WAARSCHUWING: • Gebruikers in het VK worden gewezen op de “woodworking machines regulations 1974” (regelgeving met betrekking tot houtverwerkende machines) en alle aanvullingen daarop.
• Controleer dat het materiaal dat gezaagd gaat worden stevig op zijn plek is vastgemaakt. • Pas uitsluitend een lichte druk op het gereedschap toe en oefen geen zijwaartse druk op het zaagblad uit. • Vermijd overbelasting.
Het is belangrijk dat de machine wordt geplaatst overeenkomstig uw ergonomische condities waar het betreft hoogte en stabiliteit van het werkblad. De plaats van de machine moet zo worden gekozen dat de gebruiker een goed overzicht heeft en voldoende ruimte rond de machine heeft voor het zonder enige beperkingen werken met het werkstuk. Verminder de effecten van trillingen door ervoor te zorgen dat de omgevingstemperatuur niet te koud is, de machine en de accessoires goed zijn onderhouden en dat de omvang van het werkstuk geschikt is voor deze machine. Aan- en uitschakelen (afb. A1–A2, P)Deze machine heeft twee onafhankelijke schakelsystemen. In de zaagbankmodus wordt de on/off (aan/uit) schakelaar (1) (afb. A1) gebruikt. In de verstekzaagmodus wordt de trekkerschakelaar (15) (afb. A2) gebruikt. ZAAGBANKMODUS (AFB.
P)De aan/uit schakelaar die in de zaagbankmodus wordt gebruikt, biedt meerdere voordelen. – “geen voltage” vrijgavefunctie: als de stroom om een bepaalde reden uitvalt, moet de schakelaar bewust opnieuw worden bediend. – extra veiligheid: de scharnierende veiligheidsbehuizing plaat kan worden afgesloten door een hangslot door de beugel in het midden te steken. De plaat fungeert ook als “gemakkelijk te vinden” noodstopknop, omdat druk op de voorzijde van de plaat de stopknop vrij laat komen. Om de machine aan te schakelen drukt u op de groene startknop (80). Om de machine uit te schakelen drukt u op de rode stopknop (81). VERSTEKZAAGMODUS (AFB. A2)Om de machine aan te schakelen drukt het de trekkerschakelaar (15) in. Om de machine uit te schakelen laat u trekkerschakelaar los. BASIS ZAAGSNEDENZagen in de verstekzaagmodusHet is gevaarlijk om zonder bescherming te werken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DeWalt DW743N T 4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine DeWalt
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine