DeWalt D27107 T 3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van DeWalt D27107 T 3 (172 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over DeWalt D27107 T 3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | DeWalt |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | D27107 T 3 |
Handleiding DeWalt D27107 T 3 – volledige tekst
diepte afschuinsnede 45° mm 60 60Max. diepte snede bij 45° afschuining, 45° verstek mm 60 60Gebruik als tafelzaagMax. zaagcapaciteit links/rechts mm 120/320 120/320Zaagdiepte onder 90° mm 81 81Zaagdiepte onder 45° mm 56 56LPA (geluidsdruk) dB(A) 95,0 95,0KPA (onzekerheidsfactor geluidsdruk) dB(A) 3,0 3,0LWA (akoestisch vermogen) dB(A) 106,0 106,0KWA (onzekerheid akoestisch vermogen) dB(A) 3,0 3,0Vibratie totaalwaarden (triax vectorsom) vastgesteld in overeenstemming met EN 61029: Vibratie-emissiewaarde ah ah = m/s² 2,1 2,1 Onzekerheid K = m/s² 1,5 1,5Het vibratie-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN 61029 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van blootstelling.
Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale arbeidsduur. Een inschatting van het blootstellingniveau aan vibratie dient ook te worden overwogen wanneer het gereedschap wordt uitgeschakeld of als het aan staat maar geen daadwerkelijke werkzaamheden uitvoert. Dit kan het blootstellingniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur. Stel aanvullende veiligheidsmaatregelen op om de operator te beschermen tegen de effecten van vibratie, zoals: onderhoud het gereedschap en de accessoires, houd de handen warm, organisatie van werkpatronen.
GEVAAR: Geeft een dreigend gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, leidt tot de dood of ernstig letsel. WAARSCHUWING: Geeft een mogelijk gevaar aan dat, indien dit niet wordt voorkomen, kan leiden tot de dood of ernstig letsel.
VOORZICHTIG: Geeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, indien dit niet wordt voorkomen, zou kunnen leiden tot gering of matig letsel. OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken. Wijst op het gevaar voor elektrische schok. Wijst op brandgevaar. EG-Verklaring van overeenstemmingD27107/D27107XPS DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder Technische gegevens in overeenstemming zijn met: 2006/42/EG, EN 61029-1, EN 61029-2-11. Deze producten voldoen ook aan Richtlijn 2004/108/EG en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing. De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.
88NEDERLANDSVeiligheidsinstructies WAARSCHUWING. Wanneer u gebruik maakt van elektrisch gereedschap, is het belangrijk dat u zich altijd houdt aan elementaire veiligheidsmaatregelen om de kans op brand, elektrische schok en lichamelijk letsel te verkleinen, met inbegrip van de onderstaande maatregelen. Lees al deze instructies voordat u dit product tracht te bedienen en bewaar deze instructies. BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIKAlgemene veiligheidsregels 1. Zorg voor een opgeruimde werkomgeving. Rommelige plaatsen en werkbanken werken letsel in de hand. 2. Houd rekening met de omgeving van de werkplek. Stel het gereedschap niet bloot aan regen. Gebruik het gereedschap niet in een vochtige of natte omgeving. Houd de werkplek goed verlicht (250–300 Lux). Gebruik het gereedschap niet op plaatsen waar brand- of explosiegevaar bestaat, bijv.
in de buurt van brandbare vloeistoffen en gassen. 3. Bescherm uzelf tegen elektrische schokken. Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken (bijvoorbeeld pijpen, radiatoren, kooktoestellen en koelkasten). Bij gebruik van het gereedschap onder extreme omstandigheden (bijvoorbeeld hoge luchtvochtigheid, als er metaalslijpsel wordt geproduceerd enz. ) kan de elektrische veiligheid worden verbeterd door een scheidingstransformator of een (FI) aardlekschakelaar te plaatsen. 4. Houd andere mensen uit de buurt. Laat niet toe dat personen, vooral kinderen, die niet bij het werk zijn betrokken het gereedschap of het verlengsnoer aanraken en houd ze uit de buurt van de werkplek. 5. Berg ongebruikt gereedschap op. Wanneer het gereedschap niet gebruikt wordt, moet het op een droge plek bewaard worden en veilig opgeborgen zijn, buiten het bereik van kinderen. 6. Forceer het gereedschap niet.
Het zal de taak beter en veiliger uitvoeren wanneer het op de bedoelde wijze wordt gebruikt. 7. Maak gebruik van het juiste gereedschap. Gebruik geen licht gereedschap om het werk van zware machines uit te voeren.
Gebruik het gereedschap niet voor doeleinden waarvoor het niet bestemd is; gebruik bijvoorbeeld cirkelzagen niet om boomtakken of houtblokken te zagen. 8. Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of juwelen, want deze kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. Schoenen met profielzolen zijn aanbevolen wanneer u buitenshuis werkt. Houd lang haar bijeen. 9. Gebruik beschermend materiaal. Draag altijd een veiligheidsbril. Draag een gezichts- of stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof of rondvliegende deeltjes vrijkomen. Draag ook een hittebestendige schort indien deze deeltjes heet kunnen zijn. Draag altijd gehoorbescherming. Draag altijd een veiligheidshelm. 10. Sluit voorziening voor stofafvoer aan. Als er hulpmiddelen zijn geleverd voor de aansluiting van voorzieningen voor afvoer en opvang van stof, zorg dan dat deze zijn aangesloten en naar behoren worden gebruikt.
11. Gebruik het snoer niet verkeerd. Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen. Draag het gereedschap nooit aan het snoer. 12. Zeker het werkstuk. Gebruik waar mogelijk klemmen of een bankschroef om het te bewerken deel vast te zetten. Dit is veiliger dan wanneer u uw handen gebruikt en bovendien kunt u de machine dan met beide handen bedienen. 13. Zorg voor een veilige houding. Zorg altijd voor een juist, stabiele houding. 14. Onderhoud gereedschap met zorg. Houd zaagwerktuigen scherp en schoon voor betere en veiligere prestaties. Volg aanwijzingen voor het smeren en verwisselen van hulpstukken. Inspecteer het gereedschap regelmatig en laat het repareren door een bevoegde reparatieservice als het is beschadigd. Houd handgrepen en schakelaars droog, schoon en vrij van olie en vet. 15.
Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine niet gebruikt en wanneer u onderhoud aan de machine uitvoert of accessoires als bladen, boren en snijstukken verwisselt. 16. Verwijder stel- en moersleutels. Maak er een gewoonte van om te controleren dat de stel- en moersleutels zijn verwijderd voordat u het gereedschap gebruikt. 17. Vermijd onbedoeld inschakelen. Draag het gereedschap niet met een vinger op de schakelaar. Zorg ervoor dat het gereedschap uit staat voordat u de stekker in het stopcontact steekt. 18. Maak gebruik van verlengsnoeren die geschikt zijn voor buitengebruik. Controleer voor gebruik de verlengkabel en vervang deze als die beschadigd is. Gebruik, wanneer het gereedschap buiten wordt gebruikt, alleen verlengsnoeren die geschikt zijn voor buitengebruik en als zodanig zijn gemarkeerd. 19. Blijf alert. Kijk wat u doet. Gebruik uw gezond verstand.
Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of wanneer u drugs of alcohol hebt gebruikt. 20. Controleer op beschadigde onderdelen. Controleer voor gebruik het gereedschap en het stroomsnoer zorgvuldig om vast te stellen dat het op juiste wijze werkt en de bedoelde taken uitvoert. Controleer of bewegende delen zich in de juiste positie bevinden en goed zijn bevestigd, of er defecte onderdelen zijn, of ze juist zijn gemonteerd en of er sprake is van andere zaken die bediening kunnen beïnvloeden. Een beschermstuk of ander onderdeel dat is beschadigd dient op de juiste wijze te worden vervangen of gerepareerd door een bevoegde reparatieservice, tenzij in de handleiding anders wordt aangegeven. Laat een bevoegde reparatieservice defecte schakelaars vervangen. Gebruik het gereedschap niet als de aan-/uitschakelaar niet naar behoren werkt. Probeer nooit zelf reparaties uit te voeren.
WAARSCHUWING. Het gebruik van een accessoire of hulpstuk of het uitvoeren van werkzaamheden met dit gereedschap buiten wat is aanbevolen in deze instructiehandleiding, kan risico op persoonlijk letsel met zich meebrengen.
21. Laat uw gereedschap repareren door een bevoegd persoon. Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de relevante veiligheidsvoorschriften. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen die gebruikmaken van originele reserveonderdelen; dit kan anders resulteren in aanzienlijk gevaar voor de gebruiker. Aanvullende veiligheidsregels voor verstekzagen • Het is belangrijk dat alle vergrendelingsknoppen en klemhandgrepen vastzitten voordat u een bedieningshandeling start. • Controleer dat de arm stevig is vastgezet wanneer u schuine zaagsneden uitvoert. • Bedien de machine niet als de beschermkap niet op z’’n plaats zit, als de beschermkap niet werkt of als de beschermkap niet goed is onderhouden. • Plaats nooit één van uw handen in de buurt van het zaagblad wanneer de zaag is aangesloten op de stroomvoorziening.
• Probeer nooit een machine die loopt, snel te stoppen door een stuk gereedschap of een ander voorwerp tegen het zaagblad te houden; er kunnen zich dan ernstige ongelukken voordoen. • Selecteer het juiste zaagblad voor het materiaal dat u wilt zagen. • Voer nooit schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden uit wanneer de machine nog loopt en de kop niet in de ruststand staat.
89NEDERLANDS • Het voorste gedeelte van de beschermkap heeft langwerpige openingen, zodat u beter zicht hebt tijdens het zagen. De beschermkap vermindert het rondvliegen van houtresten aanzienlijk maar er zitten openingen in de beschermkap en daarom moet u te allen tijde een veiligheidsbril dragen wanneer u door de beschermkap kijkt. • Vervang de gemonteerde laser niet door andere typen laser. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant van de laser of door een officiële reparateur. • Zaag nooit werkstukken korter dan 200 mm. • Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een maximaal werkstukformaat van: – Hoogte 63 mm bij breedte 205 mm bij lengte 500 mm – Langere werkstukken moeten worden ondersteund door een geschikte aanvullende tafel, bijv. DE3474. Klem het werkstuk altijd stevig vast.
• Controleer tijdens het gebruik in verstekzaagstand dat het gedeelte van het zaagblad, onder de tafel, volledig wordt omsloten door de beschermkap (63) die in Afb. E wordt getoond. Aanvullende veiligheidsregels voor zaagbanken • Let erop dat het zaagblad in de juiste richting draait en de tanden naar de voorzijde van de zaagbank wijzen. • Het is belangrijk dat alle vergrendelingsknoppen en klemhandgrepen vastzitten voordat u een bedieningshandeling start. • Het is belangrijk dat alle zaagbladen en flenzen schoon zijn en dat de terugvallende zijden van de kraag tegen het zaagblad zitten. Draai de moer van de spandoorn stevig vast. • Gebruik op juiste wijze geslepen zaagbladen. Let op het merkteken van de maximumsnelheid op het zaagblad. De vermelde maximumsnelheid moet altijd hoger zijn dan de snelheid die op het typeplaatje wordt vermeld.
• Trek de stekker van de zaag uit stopcontact voordat u zaagbladen verwisselt of onderhoud verricht. • Gebruik te allen tijde een aanduwstok en plaats vooral nooit uw handen tijdens het zagen dichter dan op 200 mm van het zaagblad. • Probeer niet de zaag te gebruiken op een andere spanning dan die is aangeduid. • Breng geen smeermiddelen op het zaagblad aan terwijl het loopt. • Reik nooit achter het zaagblad langs. • Houd de aanduwstok altijd op dezelfde plaats wanneer u hem niet gebruikt. • Ga niet op de machine staan. • Tijdens transport is het belangrijk dat het bovenste gedeelte van het zaagblad bedekt is, bijv. met de beschermkap. • Gebruik de bovenste beschermkap niet om de machine vast te pakken of te transporteren. • Sponningen, sleuven en groeven zagen is niet toegestaan. • Controleer dat het spouwmes juist is afgesteld. Zaag nooit zonder dat het spouwmes is gemonteerd.
• Zaag nooit werkstukken kleiner dan 30 mm. • Zonder aanvullende ondersteuning is de machine bedoeld voor een maximaal werkstukformaat van: – Hoogte 81 mm bij breedte 400 mm bij lengte 600 mm – Langere werkstukken moeten worden ondersteund door een geschikte aanvullende tafel, bijv. D271055 of D271058. Aanvullende veiligheidsregels voor combinatiezagen • Zorg ervoor dat de machine stabiel staat voordat u de zaag gaat gebruiken. Plaats de machine nooit op een ongelijke ondergrond. Zet, zo nodig, de machine met 100mm lange inbusbouten vast op een werkbank, in plaats van bouten (54) Afb. B. • Werk nooit met de machine als de beschermkappen niet op hun plaats zitten, dit is vooral belangrijk na het overschakelen op een andere stand. Houd de beschermkappen in een goede werkende staat en zorg voor goed onderhoud. • Vervang de tafelinzet wanneer deze versleten is.
• Controleer dat de tafel goed is vergrendeld wanneer u de zaag in een andere zaagstand zet. • Zaag nooit ferro- of non-ferro-materialen wanneer u de tafelzaag als overlangszaag gebruikt. • Raadpleeg de instructiehandleiding voordat u een accessoire gebruikt. Onjuist gebruik van een accessoire kan schade veroorzaken. • Neem de maximumsnelheid die is gemarkeerd op het zaagblad, in acht. • Gebruik een houder of draag handschoenen wanneer u een zaagblad hanteert. • Controleer dat het zaagblad in de juiste richting draait. Houd het zaagblad scherp. • De maximaal toegestane snelheid van het zaagblad moet altijd gelijk zijn of hoger zijn dan de niet-belaste snelheid van het gereedschap dat op het typeplaatje wordt aangeduid. • Gebruik geen zaagbladen waarvan de afmetingen niet overeenstemmen met de afmetingen die in de technische gegevens worden vermeld.
Gebruik geen tussenringen en asringen om een zaagblad passend te maken voor de as. Gebruik alleen de zaagbladen die worden opgegeven in deze handleiding, en die voldoen aan EN 847-1. • U kunt overwegen speciaal ontworpen zaagbladen toe te passen die minder lawaai maken. • Gebruik geen HIGH SPEED-stalen zaagbladen. • Gebruik geen gescheurde of beschadigde zaagbladen. • Wanneer de zaagsnede is voltooid, laat u de schakelaar los en wacht u tot het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u de kop laat terugkeren in de bovenste ruststand. • Controleer dat de arm stevig is vastgezet wanneer u schuine zaagsneden uitvoert. • Zet niet iets vast tegen de ventilator om de motoras vast te zetten. • De zaagbladbeschermkap op uw zaag zal automatisch omhoog gaan wanneer de arm zakt, de kap zal over het zaagblad zakken wanneer de arm wordt opgetild.
• Houd de werkplek rond de machine opgeruimd en vrij van losse materialen, zoals zaagsel en spaanders. • Controleer zo nu en dan dat de luchtsleuven van de motor schoon zijn en dat er geen spaanders in zitten. • Trek de stekker van de machine uit het stopcontact voordat u onderhoudswerk uitgevoerd of het zaagblad verwisselt. • Gebruik alleen zaagbladen die worden genoemd door de fabrikant. Het spouwmes mag vooral niet dikker zijn dan de breedte van de zaagsnede en niet dunner dan de body van het zaagblad. • Controleer dat de machine op een vlak oppervlak met voldoende stabiliteit is geplaatst. • Gebruik geen schurende schijven of diamantschijven. • In het geval van een ongeval of van storing van de machine moet u de machine onmiddellijk uitschakelen en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
Rapporteer de storing en breng een geschikte aanduiding op de machine aan zodat andere mensen niet proberen de niet (goed) functionerende machine te gebruiken. • Wanneer het zaagblad is geblokkeerd als gevolg van abnormale aanvoerdruk tijdens het zagen, zet de machine dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder het werkstuk en zorg voor vrijloop van het zaagblad. Zet de machine aan start de zaagwerkzaamheden weer met verminderde aanvoerdruk.
90 • Verwijder geen uitgezaagde of andere delen van het werkstuk uit het zaaggebied terwijl de machine loopt en de zaagkop niet in rustpositie staat. • Gebruik de machine niet zonder dat de poten zijn gemonteerd. • Zorg ervoor dat u altijd links of rechts van de zaaglijn staat. • Zorg voor voldoende algemene en plaatselijke verlichting. • Het is belangrijk dat de gebruiker voldoende getraind is in het gebruik, de aanpassing en de bediening van de machine. • Schakel de machine uit wanneer u deze zonder toezicht achterlaat. • Controleer dat de LED voldoet aan EN 62471. Vervang de LED niet door één van een ander type. Laat de LED-lamp, als deze beschadigd is, repareren door een erkende reparatiemonteur. • Sluit de zaag aan op een stofopvangapparaat wanneer u hout zaagt.
Houd altijd rekening met factoren die van invloed zijn op de blootstelling aan stof, zoals: -– type materiaal dat moet worden bewerkt (spaanplaat produceert meer stof dan hout); -– scherpte van het zaagblad; -– juiste afstelling van het zaagblad, -– stofafzuiging met luchtsnelheid van niet minder dan 20 m/s. Controleer dat de lokale afzuiging en ook kappen, schermen en kokers goed zijn afgesteld. • Zaag nooit een lichte legering, vooral niet magnesium. Overige risico’sDe volgende risico’s zijn inherent aan het gebruik van zagen: – letsel veroorzaakt door aanraken van ronddraaiende delenOndanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en de implementatie van veiligheidsmiddelen kunnen sommige overige risico’s niet worden vermeden. Dit zijn: – Gehoorsbeschadiging. – Risico op ongevallen veroorzaakt door onbedekte delen van het draaiende zaagblad.
– Risico op letsel bij het verwisselen van het blad. – Risico dat de vingers gekneld raken bij het openen van de beschermkappen. – Gezondheidsrisico’s die worden veroorzaakt door het inademen van stof dat vrijkomt bij het zagen van hout, met name eik, beuk en MDF-platen.
De volgende factoren zijn van invloed op de geluidsproductie: – Het te zagen materiaal. – Het type zaagblad. – De aanvoerdruk. De volgende factoren verhogen het risico van ademhalingsproblemen: – Geen stofafzuiging bevestigd wanneer u hout zaagt – Onvoldoende stofafzuiging doordat uitlaatfilters niet zijn gereinigd – Versleten zaagblad. – Werkstuk wordt niet nauwkeurig geleid. Markering op het gereedschapDe volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld: Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik. Draag gehoorbescherming. Draag oogbescherming. Draagpunt Houd handen weg bij zaagblad. O/I Wanneer u de machine als verstekzaag gebruikt, is het belangrijk dat u de machine in- en uitschakelt (ON en OFF) met de schakelaar in de handgreep. Gebruik niet de schakelkast in deze stand. De ON/OFF-schakelaar die zich in het machine-frame bevindt is alleen bedoeld voor gebruik als tafelzaag.
Wanneer u de machine gebruikt als verstekzaag, is het belangrijk dat het spouwmes in de ruststand is vastgezet. Gebruik de zaag nooit als verstekzaag wanneer de beschermkap niet is geplaatst. POSITIE DATUMCODE [AFB. (FIG. ) A1]De datumcode (143), die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint. Voorbeeld: 2012 XX XXJaar van fabricageInhoud van de verpakkingDe verpakking bevat: 1 Gedeeltelijk gemonteerde machine 1 Doos met:1 Beschermkap voor gebruik in tafelzaagstand1 Beschermkap voor onder de tafel bij gebruik in de verstekstand4 Poten2 Wielen4 Voeten1 Parallelaanslag1 Handleiding1 Onderdelentekening• Controleer de machine, losse onderdelen en accessoires op transportschade. • Lees deze handleiding rustig en zorgvuldig door voordat u met de machine gaat werken. Beschrijving (fi g.
Het apparaat is ontworpen voor gebruik met een hardmetaal zaagblad met nominale zaagbladdiameter van 305 mm, voor het professioneel zagen van hout, houtproducten en kunststoffen. NIET GEBRUIKEN bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen. Deze combinatiezagen zijn professioneel elektrisch gereedschap. LAAT NIET kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren operators dit gereedschap bedienen. WAARSCHUWING: Gebruik de machine niet voor andere doeleinden dan waarvoor zij is bedoeld.
• Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen nooit alleen worden gelaten met dit product zodat ze ermee zouden kunnen spelen. VERSTEKZAAGMODUSIn de verstekzaagmodus wordt de machine gebruikt in verticale, verstekzaag of schuine hoek stand. ZAAGBANKMODUSOmgedraaid op zijn middenas wordt de zaagmachine gebruikt om standaard trekzaaghandelingen uit te voeren en voor het zagen van brede stukken door het werkstuk handmatig tegen het zaagblad te voeren. Elektrische veiligheidDe elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of de stroomvoorziening overeenkomt met de voltage op het typeplaatje.
Uw DEWALT gereedschap s dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN 61029; daarom is geen aarding nodig. Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via de DEWALT servicedienst. Een verlengsnoer gebruikenGebruik, als een verlengsnoer nodig is, een goedgekeurd 3-aderig verlengsnoer dat geschikt is voor de stroomvoorziening van dit gereedschap (zie Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1,5 mm2; de maximale lengte is 30 m. Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen. MONTAGE WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen schakelt u het apparaat uit en sluit u de stroombron van de machine af voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of als u reparaties uitvoert.
Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar in de OFF (UIT) positie staat. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken. Uitpakken van machine en onderdelen WAARSCHUWING: Riskeer niet dat u zich blesseert, vraag altijd hulp wanneer u de machine moet verplaatsen.
• Verwijder het losse verpakkingsmateriaal uit de doos. • Til de machine uit de doos. • Verwijder de doos met onderdelen uit de binnenkant van de machine. • Verwijder resterend verpakkingsmateriaal uit de machine. De voeten monteren (afb. A2, B, B1)Wanneer u de voeten en poten van de zaagtafel zijn gemonteerd, kunt u de machine ook op een werkblad plaatsen. Bevestig de machine op een werkblad, zodat u er veilig mee kunt werken. WAARSCHUWING: Werk nooit met de machine wanneer deze niet op een werkblad is bevestigd. De aanvoerdruk zal de zaag instabiel maken als deze niet op een werkblad is bevestigd. • Zet de machine ondersteboven. • Plaats een voet (16) op elk van de montageposities (51) op de basis • Schuif een moer (52) in de sleuven (53) die zich boven de montageposities bevinden • Steek een bout (54) voorzien van een ring (55) in de voeten.
92 • Zet de machine rechtop • Steek een bout van 8mm en een minimumlengte van 120mm (49) in de voeten op elk van de montageposities (fig. B1). • Draai de bouten aanMonteren van de poten (fi g. C1 & C2)Met de poten gemonteerd is de machine geschikt voor plaatsing als zelfstandige machine. • Draai de machine ondersteboven. • Monteer de poten zoals hieronder beschreven. Wees erop bedacht dat de voor- en de achterpoten van verschillende lengte zijn. De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten. Zorg ervoor dat u de poten op de juiste plaats monteert. • Zet de machine rechtop. Zorg dat deze waterpas is; stel zonodig de hoogte van een steunpoot bij. Achterpoten• Plaats een poot (15) aan elk van de montagepunten (56) op de onderste randen aan de binnenkant van het onderstel (fi g. C1). • Steek een slotbout (57) vanaf de buitenkant door de gaten in het frame en de poten.
• Plaats een beugel (58) en een vergrendelknop (59) op de bouten. • Draai de vergrendelknoppen vast. Voorpoten• Plaats een poot (15) aan elk van de montagepunten (56) op de bovenste randen aan de binnenkant van het onderstel (fi g. C2). • Plaats een beugel (58) over de poten. • Steek een slotbout (57) vanaf de binnenkant door de gaten in de beugels, de poten en het frame. • Plaats een vergrendelknop (59) op de bouten. • Draai de vergrendelknoppen vast. Inklappen van de poten (fi g. C3, C4)De poten kunnen in het onderstel worden geklapt om de machine geschikt te maken voor gebruik op een werkbank. • Draai de machine ondersteboven. • Draai de vergrendelknop (59) van de eerste poot (15) los. • Klap de poot naar binnen. • Draai de vergrendelknop vast. • Herhaal dit bij de andere poten. • Zet de machine rechtop. Monteren van de wielen (fi g.
D)• Plaats een wiel (14) op de assen (60) aan beide zijden van de machine. • Bevestig een sluitring (61) en een moer (62) aan het draadeind van de assen.
• Draai de moeren vast met behulp van de meegeleverde spansleutel. Montage voor verstekzaagmodusMonteren van de beschermkap onder de tafel (fi g. E)De beschermkap (63) wordt op de zaagtafel bevestigd. • Plaats de twee bevestigingmiddelen aan de linkerkant van de beschermkap in de sleuven (64) aan de linkerkant van de zaaggleuf (65). Draai de plastic schroeven linksom. • Plaats de beschermkap vlak op tafel en druk het bevestigingsmiddel in de sleuf (66) aan de rechterkant van de zaaggleuf. Draai de plastic schroeven rechtsom. • Draai de schroeven rechtsom en verwijder de beschermkap. Omdraaien van de zaagkop en de tafel (fi g. F1 - F4)• Houd de zaagtafel (19) met een hand tegen en duw de hendel (2) naar rechts (fi g. F1). • Duw de tafel aan de voorkant (fi g.
F2) naar beneden en draai ze volledig om totdat het motorblok boven komt en de plaat (67) in de uitsparingen van de tafelvergrendeling (68) valt (fi g. F3). • Duw de hendel (69) naar achteren terwijl u de zaagkop vasthoudt totdat de geveerde lagereenheid uit (70) de houder kan worden gelicht (fi g. F4). • Zet de lagereenheid omhoog. • Houd de zaagkop tegen en laat hem door de veerdruk voorzichtig omhoog bewegen tot in de rustpositie. Monteren van het zaagblad (fi g. G1 - G4) WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen schakelt u het apparaat uit en sluit u de stroombron van de machine af voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of als u reparaties uitvoert. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar in de OFF (UIT) positie staat. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
WAARSCHUWING: • Verwissel altijd zaagbladen wanneer de machine In de stand voor verstekzagen staat. • Druk nooit de asvergrendelingsknop in terwijl het zaagblad wordt aangedreven of uitloopt. • Zaag geen ijzerhoudende metalen (materialen die ijzer of staal bevatten) of metselwerk of vezelcementproducten met deze verstekzaag.
• De tanden van een nieuw zaagblad zijn zeer scherp en kunnen gevaarlijk zijn. • Maak de onderste beschermkap (8) los door de hoofdontgrendelingshendel (9) in te drukken, breng daarna de onderste beschermkap zover mogelijk omhoog (afb G1). • Druk, wanneer u de onderste beschermkap omhoog houdt, de asvergrendelingsknop (74) met één hand in, draai vervolgens met de meegeleverde steeksleutel in de andere hand de zaagbladvergrendelingsschroef (73) naar rechts los. WAARSCHUWING: Druk, als u de asvergrendeling wilt gebruiken, de knop in zoals wordt getoond en draai de as met de hand tot u voelt dat de vergrendeling ingrijpt. • Blijf de vergrendelingsknop ingedrukt houden als u wilt dat de as niet draait (74, afb. G1). • Verwijder de vergrendelingsschroef van het zaagblad (73) en de buitenste kraag van de spandoorn (75).
• Plaats het zaagblad (76) op de zaagbladadapter (77) die tegen de binnenste kraag van de spandoorn (78) is gemonteerd, en let er daarbij op dat de tanden van de onderste rand van het zaagblad naar de achterzijde van de zaag wijzen (weg van de gebruiker). • Plaats de buitenste kraag van de spandoorn (75) weer. • Draai de vergrendelingsschroef (73) van het zaagblad zorgvuldig aan door deze naar links te draaien terwijl u de asvergrendeling vasthoudt met uw andere hand. • Til de onderste beschermkap omhoog. WAARSCHUWING: Bedenk dat het zaagblad alleen op de voorgeschreven manier moet worden vervangen. Gebruik alleen zaagbladen die worden aangeduid bij Technische Gegevens; aanbevolen wordt Cat. nr. : DT4260Montage voor verstekzaagmodusDeze verstekzaagmachine is in de fabriek nauwkeurig afgesteld.
Als zij als gevolg van het transport of om andere redenen toch opnieuw moet worden afgesteld, dient dit te gebeuren zoals hieronder beschreven. De instelling zou nu niet meer moeten verlopen. Controleren en instellen van het zaagblad t. o. v. de parallelgeleiding (fi g.
93• Draai de draaitafel totdat deze in de stand 0° verstek wordt vergrendeld. Maak de knop niet vast. • Trek de zaagkop naar beneden totdat het zaagblad net in de sleuf (81) valt. • Plaats een winkelhaak (82) tegen de parallelgeleiding links (7) en het zaagblad (76) (fi g. H2). WAARSCHUWING: Laat de winkelhaak niet in aanraking komen met de tanden van het zaagblad. • Het afstellen geschiedt als volgt:• Draai de schroeven (83) los (fi g. H3) en beweeg de draaitafel met verstekschaal naar links of naar rechts, totdat de met de winkelhaak gemeten hoek tussen het zaagblad en de parallelgeleiding 90° bedraagt (fi g. H2). • Draai de schroeven (83) weer vast (fi g. H3). Let hierbij nog niet op de uitlezing van de verstekwijzer. Instellen van de verstekwijzer (fi g. H1 & H4)• Draai de verstekhendel (79) los en druk de verstekgrendel (80) in om de draaitafel (5) vrij te zetten (fi g. H1).
• Laat de verstekvergrendeling in de juiste positie klikken door de verstekarm langs de nulstand te draaien, terwijl de verstekknop nog niet vastgezet is. • Kijk naar de wijzer (84) en de verstekschaal (85) (fi g. H4). Als de wijzer niet exact nul aanwijst, draai dan de schroef (86) los, beweeg de wijzer zodat hij 0° aangeeft en draai de schroef vast. Controleren en instellen van het zaagblad t. o. v. het tafelblad (fi g. I1 – I3)• Draai de afschuinklemknop (17) los (fi g. I1). • Druk de zaagkop naar rechts zodat deze volledig verticaal is en zet de klemhandgreep van de hoek vast. • Trek de zaagkop naar beneden totdat het zaagblad net in de sleuf (81) valt. • Plaats een winkelhaak (82) op de zaagtafel en tegen het zaagblad (76) (fi g. I2). WAARSCHUWING: Laat de winkelhaak niet in aanraking komen met de tanden van het zaagblad.
I3) in of uit totdat de met de winkelhaak gemeten hoek tussen het zaagblad en het tafelblad 90° bedraagt (fi g. I2). • Als de stand van de afschuinwijzer (88) op de afschuinschaal (89) niet gelijk is aan 0, draai dan de borgschroef (90) los en stel de wijzer op 0 in (fi g. I3). Instellen van de parallelgeleiding (fi g. J)Het bovenste deel van de linker parallelgeleiding kan naar links worden bijgesteld. Zo kan ruimte worden gemaakt om de zaag tot de maximale verstekpositie van 48° te kunnen draaien. Om de parallelgeleiding (7) in te stellen:• Draai de klemknop van de parallelgeleiding (91) los en schuif het bovenste deel van de parallelgeleiding naar links. • Voer een test uit met UITgeschakelde zaag en kijk hoe groot de beschikbare ruimte is. Zet de parallelgeleiding op een zo klein mogelijke afstand van het zaagblad, zonder de op- en neerwaartse beweging van de zaagarm te belemmeren.
Zo wordt het werkstuk optimaal gesteund. • Draai de knop stevig aan. WAARSCHUWING: De geleidegroef (92) van de parallelgeleiding kan verstopt raken met zaagsel. Gebruik een stokje of wat lage-druklucht om deze groef schoon te maken. Controleren en aanpassen van de afschuinhoek (fi g. I1, J, K & L)• Draai de klemknop van de parallelgeleiding (91) los en schuif het bovenste deel van de parallelgeleiding zo ver mogelijk naar links (fi g. J). • Maak de afschuinklemknop (17) los (fi g. I1), schuif de aanslag tussenliggende afschuinpositie (93) opzij en beweeg de zaagarm naar links, totdat de hoekpositie-aanslag (94) tegen de aanslag afstelling afschuinpositie (95) rust (fi g. K). Dit is de 45° afschuinpositie.
I1, J & L)De tussenliggende afschuinhoek is vooringesteld op 30° en maakt een snelle instelling voor het zagen van plafondsierlijsten mogelijk. • Draai de klemknop van de parallelgeleiding (91) los en schuif het bovenste deel van de parallelgeleiding zo ver mogelijk naar links (fi g. J). • Maak de afschuinklemknop (17) los (fi g. I1), schuif de aanslag tussenliggende afschuinpositie (93) op zijn plaats en beweeg de zaagarm naar links, totdat de hoekpositie-aanslag (96) tegen de aanslag tussenliggende afschuinpositie (93) rust (fi g. L). Dit is de 30° afschuinpositie. • Het afstellen geschiedt als volgt:• Draai indien nodig de aanslagschroef afschuinpositie (96) in of uit totdat de wijzer (88) 30° aanwijst terwijl de aanslag afstelling afschuinpositie op de aanslag tussenliggende afschuinpositie rust. Montage voor gebruik als tafelzaagOmstellen van verstekzaag tot tafelzaag (fi g.
A1, M1 - M5)• Plaats het zaagblad in 0° afkortstand met de draaitafelklem (3) vastgedraaid (fi g. A1). • Draai de spouwmesvergrendelknop (97) zover los dat het spouwmes in de montagesleuf kan schuiven (fi g. M1). • Verwijder het spouwmes (20) uit zijn opbergpositie in de binnenkant van het onderstel. • Druk de beschermkap-ontgrendeling (9) in om de zaagbladbescherming (8) vrij te geven. Trek de zaagbladbescherming nu zo ver mogelijk omhoog (fi g. A1). • Schuif de spouwmessteun (98) in de montagesleuf (99) (fi g. M1). Draai de klemknop vast. • Duw de hendel (100) om het geveerde bovenste deel van de geleiding (7) tegen de draaitafel te laten rusten (fi g. M2). • Trek de zaagkop omlaag. • Duw de hendel (69) naar achteren (fi g. M3). • Duw de lagereenheid (70) naar beneden totdat de sleuven (101) in de locaties (102) vallen (fi g. M3).
M4) omhoog en kantel het geheel over 180° totdat de plaat van de tafelvergrendeling (68) automatisch in de grendel grijpt en het tafelblad in de tafelzaagmodus vergrendelt (fi g. M5). • Verwijder de beschermkap onder de tafel. Instellen van het spouwmes (fi g. N1 & N2) WAARSCHUWING: Indien het nodig is het spouwmes (20) in te stellen, kunt u de machine het beste in de verstekzaagmodus draaien (fig. N2). Ga verder zoals beschreven in de paragraaf “Omstellen van tafelzaag tot verstekzaag”. NEDERLANDS.
94De juiste positie van de bovenkant van het spouwmes is niet meer dan 2mm onder de hoogste tand van het blad en met het lichaam van de straal maximaal 3 - 8 mm van de uiteinden van de tanden van het zaagblad (fi g. N1). • Het afstellen geschiedt als volgt:• Draai de bouten (104) los om de horizontale positie van het spouwmes in te stellen. • Draai de bouten (103) los om de verticale positie van het spouwmes in te stellen. • Draai de bouten stevig aan. Monteren van de bovenste zaagbladbescherming (fi g. O)De bovenste zaagbladbescherming (21) is ontworpen voor een snelle en makkelijke montage aan het spouwmes (20) wanneer de machine staat opgesteld voor de tafelzaagmodus. • Draai de vleugelmoer (105) los. • Breng de sleuf in de achterkant van de beschermkap op een lijn met het spouwmes, terwijl u de beschermkap verticaal houdt. • Laat de beschermkap over het spouwmes (20) zakken.
Zorg ervoor dat de as van de bout in de uitsparing valt. • Draai de beschermkap in horizontale positie. Hierdoor wordt de beschermkap naar het spouwmes vergrendeld door de fi xeerschroef (106). • Draai de vleugelmoer vast. WAARSCHUWING: Gebruik de machine nooit als tafelzaag zonder deze beschermkap. Monteren en afstellen van de zij-aanslag (fi g. P1 - P5)De parallelaanslag (22) kan aan beide kanten van het zaagblad worden geplaatst. • Schuif de houder (107) erop van links of rechts (fi g. P1). De klemplaat haakt vast achter de voorrand van de tafel. • Schuif de aanslag vlak tegen het zaagblad aan. • Duw de hendel (108) omlaag om de aanslag op zijn plaats te vergrendelen. • Controleer of de geleider parallel aan het blad loopt.
• Pas de geleider zodanig aan, dat deze parallel aan het blad loopt door de afstand tussen het blad en de geleider aan de voorkant en aan de achterkant van het blad te controleren. • Zet zodra de aanpassing is uitgevoerd de stelbouten weer vast en controleer nogmaals of de geleider parallel aan het blad loopt. • Controleer of de wijzer (111) nul aanwijst op de schaal (fi g. P3). Als de wijzer niet exact nul aanwijst, draai dan de schroef (112) los, beweeg de wijzer zodat hij 0° aangeeft en draai de schroef vast. De standaard opstelling van de aanslag is aan de rechterkant van het zaagblad. Om de aanslag voor gebruik aan de linkerkant van het zaagblad voor te bereiden, gaat u als volgt te werk (fi g. P4):• Verwijder de blokkeerknoppen (109). • Schuif het aanslagprofi el (113) uit de klemsteun. • Draai de klemsteun (114) om en breng de blokkeerknoppen weer aan.
• Schuif de aanslag op de klemsteun. • Draai de knoppen aan. De aanslag is omkeerbaar: het werkstuk kan langs de aanslagkant van 75 mm hoog of langs de aanslagkant van 11 mm hoog worden geleid, zodat het duwhout ook bij het langszagen van dunne werkstukken kan worden gebruikt (fi g P5). • Draai, om de zijde van 11 mm te gebruiken, de blokkeerknoppen (109) los en schuif de aanslag (113) uit de klemsteun (114). • Draai de aanslag en laat de klemsteun weer in de groef vallen, zoals weergegeven (fi g. P5). • Schuif, om de volledige hoogte van 75 mm te gebruiken, de aanslag met de brede zijde verticaal in de klemsteun (fi g. P4). WAARSCHUWING: Gebruik het 11 mm profiel om bij het zagen van dunne werkstukken ervoor te zorgen dat tussen het zaagblad en de aanslag nog ruimte is voor het duwhout. De achterkant van de aanslag moet gelijk zijn met de voorkant van het spouwmes.
De verstekaanslag (41) kan worden gebruikt voor verstekzagen wanneer de machine in de tafelzaagmodus staat (fi g. Q1). • Draai de klemknop (115) los en zwaai de geleidestang (116) uit (fi g. Q2). Draai de klemknop vast. • Schuif de aanslag aan de linkerkant op de tafel (fi g. Q3). • Draai de blokkeerknop (117) los. • Plaats een winkelhaak (82) tegen de aanslag (41) en het zaagblad (76). • Het afstellen geschiedt als volgt:• Draai de moer (118) een aantal slagen los en draai de aanslagschroef rechte-hoekafstelling (119) (fi g. Q4) in of uit totdat de met de winkelhaak gemeten hoek tussen de geleider en het zaagblad 90° bedraagt (fi g. Q3). • Draai de knop (117) vast. • Controleer of de wijzer (120) nul aanwijst op de schaal (121). Indien nodig nastellen. Omstellen van tafelzaag tot verstekzaag (fi g. A3, E & M1)• Verwijder de parallelaanslag (22) of de verstekaanslag, indien aangebracht (fi g.
A3). • Verwijder de bovenste beschermkap (21). • Plaats de beschermkap (63) terug onder de zaagtafel (fi g. E). • Ga te werk als beschreven in “Omdraaien van de zaagkop en tafel”. • Draai de spouwmesvergrendelknop (97) los en verwijder het spouwmes (20), terwijl u de zaagbladbescherming (8) vasthoudt (fi g. M1). • Laat de zaagbladbescherming zakken. • Plaats het spouwmes (20) in zijn opbergpositie in de binnenkant van het onderstel (fi g. A3). ABEDIENINGGebruiksaanwijzing WAARSCHUWING: Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht en houdt u aan de geldende voorschriften. WAARSCHUWING: Om het gevaar op letsel te verminderen schakelt u het apparaat uit en sluit u de stroombron van de machine af voordat u accessoires installeert of verwijdert, voordat u instellingen aanpast of wijzigt, of als u reparaties uitvoert. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar in de OFF (UIT) positie staat.
Geef geen zijdelingse druk op het zaagblad. • Voorkom overbelasting. Het is belangrijk dat de machine wordt geplaatst overeenkomstig uw ergonomische condities waar het betreft hoogte en stabiliteit van het werkblad. De plaats van de machine moet zo worden gekozen dat de gebruiker een goed overzicht heeft en voldoende ruimte rond de machine heeft voor het zonder enige beperkingen werken met het werkstuk. Verminder de effecten van trillingen door ervoor te zorgen dat de omgevingstemperatuur niet te koud is, de machine en de accessoires goed zijn onderhouden en dat de omvang van het werkstuk geschikt is voor deze machine. NEDERLANDS.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met DeWalt D27107 T 3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine DeWalt
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine