Dacia Spring Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dacia Spring (282 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 214 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Dacia Spring of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dacia |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Spring |
Handleiding Dacia Spring – volledige tekst
Welkom aan boord van uw autoDit instructieboekje bevat de benodigde informatie waarmee u:– uw auto goed leert kennen zodat u alle functies en technische mogelijkheden ten volle kunt benutten.– de prestaties optimaal kunt houden door het opvolgen van eenvoudige maar uitgebreide adviezen voor regelmatig onderhoud.– kleine storingen waarvoor geen specialist nodig is, zelf snel kunt verhelpen.Neemt u even de tijd om deze handleiding door te nemen en vertrouwd te raken met de informatie en richtlijnen die zij bieden over de functies en nieuwe elementen van uw auto. Als sommige punten nog onduidelijk zijn, willen de technici van onze dealers u graag alle verdere informatie geven.De volgende symbolen bieden begeleiding: en Deze zijn zichtbaar op de auto en geven aan dat u de handleiding moet raadplegen voor informatie en/of beperkingen op handelingen met betrekking tot de uitrusting van uw auto.
Overal in de handleiding verwijst een overdracht naar een pagina. dit duidt overal in het instructieboekje op een risico, een gevaar of een veiligheidsadvies.Dit boekje is tot stand gekomen aan de hand van de technische gegevens die op het moment van samenstelling van dit boekje bekend waren. In de gids "Hoofdpunten" staan alle mogelijke uitrustingen (standaard of optioneel) van dit model beschreven, de aanwezigheid ervan in de auto is afhankelijk van de uitvoering, de gekozen opties en het land van aflevering.Deze handleiding kan ook informatie bevatten over onderdelen die pas op een later tijdstip zullen worden toegepast.De schema's in de gebruikershandleiding dienen enkel als voorbeelden.Wij wensen u een goede reis in uw auto.Vertaald uit het Frans. Gehele of gedeeltelijke nadruk of vertaling is verboden zonder schriftelijke toestemming van de constructeur van de auto.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 211 Oplaadaansluiting2 Hulpaccu "12 V"3 Oranje elektrische bedrading4 Tractiebatterij "260 V"5 Elektrische motorDe elektrische auto heeft specifieke kenmerken, maar werkt op een gelijksoortige manier als een auto met verbrandingsmotor.Het fundamentele verschil is dat de elektrische auto alleen elektrische energie gebruikt in plaats van brandstof zoals auto's met verbrandingsmotor.Wij raden u daarom aan dit instructieboekje, dat uw elektrische auto beschrijft, aandachtig door te lezen.Aangesloten services(afhankelijk van de auto)Uw elektrische auto is aangesloten op diensten die informatie en bediening bieden voor:– de laadstatus van de auto met waarschuwing 'accu bijna leeg';– oplaadprogrammering voor de tractiebatterij volgens door u te kiezen instellingen;– resterende actieradius van de auto;– ...U hebt toegang tot deze diensten via:– externe digitale apparaten (mobiele telefoons 6, tablets 7 enzovoort);Raadpleeg voor meer details de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem of neem contact op met een merkdealer.U kunt zich altijd op een aangesloten service abonneren of uw abonnement verlengen.
Raadpleeg een merkdealerAccu'sDe elektrische auto beschikt over twee typenAccu:– een "260V-tractiebatterij;– hulpaccu "12 V".Tractiebatterij "260 V"Deze accu slaat de energie op die nodig is om de motor van uw elektrische auto goed te laten werken. Zoals elke accu wordt deze bij gebruik ontladen en moet hij daarom regelmatig worden opgeladen.U hoeft niet te wachten totdat u op reserve rijdt om de tractiebatterij op te laden.De oplaadtijd kan verschillen naargelang het type speciale wandcontactdoos of openbaar oplaadpunt waaraan u verbonden bent.
ELEKTRISCHE AUTO 222 - Ken uw autoDe actieradius van uw auto hangt af van de lading van de accu, maar ook van uw rijstijl ? 189Secundaire "12 V" tractiebatterijDe tweede batterij van uw auto is een secundaire "12 V" batterij: deze levert de energie die nodig is om de uitrusting van de auto (verlichting, ruitenwissers, ABS enzovoort) te laten werken.Het symbool A geeft de elektrische onderdelen van uw auto aan die een risico voor uw gezondheid kunnen vormen."260 V" elektrisch circuitHet elektrische circuit van "260 V" is te herkennen aan de oranje bedrading 8en aan de onderdelen aangeduid met het symbool .Het aandrijfsysteem van de elektrische auto gebruikt ongeveer "260 V" gelijkspanning.Dit systeem kan tijdens en na het uitzetten van het contact onder spanning staan.
Let op de waarschuwingen op de stickers in de auto.Alle ingrepen op of wijziging van het elektrische systeem van "260 V" (componenten, kabels, stekkers, tractiebatterij) zijn strikt verboden vanwege de risico's voor uw veiligheid. Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.Risico van ernstige brandwonden of mogelijk dodelijke elektrische schokken.RijdenNet als bij een auto met een robotversnellingsbak moet u eraan wennen dat u uw linkervoet niet moet gebruiken en er niet mee moet remmen.Wanneer u tijdens het rijden uw voet van het gaspedaal haalt of op het rempedaal trapt, genereert de motor
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 23tijdens het afremmen elektriciteit die wordt gebruikt om de auto af te remmen of om de tractiebatterij ? 104op te laden.BijzonderheidNadat de tractiebatterij volledig is opgeladen en gedurende de eerste kilometers dat er met de auto wordt gereden, wordt er tijdelijk minder op de motor geremd. Pas uw rijstijl hierop aan.Slecht weer, diepe plassen op de weg.Rijd niet verder als het water op de weg hoger staat dan de onderrand van de velgen.GeluidElektrische auto's zijn erg stil. U bent er nog niet aan gewend, en de andere weggebruikers zijn dat evenmin.
Ze kunnen moeilijk horen of de auto rijdt.Omdat de motor vrijwel geen geluid maakt, hoort u geluiden die u niet gewend bent (geluid van de wind, banden enz.).Tijdens het opladen kan de auto geluid maken (ventilator, relais, enz.).Bij het stoppen van de auto kan het verwarmingssysteem automatisch in werking treden voor een zelfonderhoud.VoetgangersclaxonMet de voetgangersclaxon kunt u andere weggebruikers waarschuwen, met name voetgangers en fietsers.Bij het starten van de motor blijft de voetgangersclaxon automatisch geactiveerd. Het geluidssignaal klinkt als de auto rijdt met een snelheid van ongeveer 1 tot 30 km/u ? 122.Uw elektrische auto is stil.
Controleer bij het uitstappen altijd of de versnellingshendel in stand N zit; zet de parkeerrem aan en het contact uit.RISICO OP ERNSTIG LETSELObstakels voor de bestuurderAan de bestuurderskant mogen alleen voor de auto geschikte matten worden gebruikt, die moeten worden vastgezet aan de vooraf geïnstalleerde onderdelen. Controleer regelmatig of ze goed vastzitten. Stapel niet meerdere matten op elkaar.Gevaar van hakende pedalen.Het remmen op de motor kan in geen geval het indrukken van het rempedaal vervangen.
Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben.Bij een ongeluk of elektrische schokBij een ongeval of botsing tegen de onderkant van de auto (bijvoorbeeld: contact met een paaltje, een trottoirban of ander stadsmeubilair) kan het elektrische circuit of de tractiebatterij beschadigd raken.Laat uw auto door een merkdealer controleren.Raak NOOIT "260 V-onderdelen" aan of blootliggende oranje kabels die vanuit het interieur of vanaf de buitenkant van de auto zichtbaar zijn.Bij een grote beschadiging van de tractiebatterij kunnen mogelijk lekken optreden:– raak vloeistoffen die van de tractiebatterij afkomstig zijn, nooit aan;– bij lichamelijk contact met veel water spoelen en zo snel mogelijk een arts raadplegen.Na een schok, hoe licht ook, aan het oplaadpunt en/of de klep, moet u deze zo snel mogelijk laten controleren door een merkdealer.Bij brandVerlaat bij brand onmiddellijk de auto en laat iedereen uitstappen, en neem contact op met de hulpdiensten.
Geef daarbij aan dat het een elektrische auto betreft.Maak alleen gebruik van blusmiddelen van het type ABC of BC die geschikt zijn voor het bestrijden van brand in elektrische installaties. Geen water of andere blusagenten gebruiken.Neem bij beschadiging van het elektrische circuit altijd contact op met een merkdealer.Voor elke vorm van slepen? 252Wassen van de autoReinig de motorruimte, de oplaadaansluiting en de tractiebatterij nooit met een hogedrukreiniger.Risico van beschadiging van het elektrische circuit.Was de auto nooit wanneer deze wordt opgeladen.Was het laadsnoer nooit terwijl het voertuig wordt opgeladen.Was nooit de oplaadkabel, ook niet als de kabel is losgekoppeld, om corrosie van de oplaadpennen te voorkomen.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 271 Specifieke wandcontactdoos of laadpunt2 Oplaadaansluiting3 LaadsnoerRaadpleeg bij vragen over de benodigde uitrusting voor het opladen een merkdealer.Belangrijke aanbevelingen voor het opladen van uw autoGelieve deze richtlijnen aandachtig te lezen. Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben.OpladenVoer geen onderhoud uit op de auto tijdens het opladen (wassen, onderhoud aan de motor enz.).Bij aanwezigheid van water, tekenen van corrosie of vreemde elementen in de stekker van het oplaadsnoer of in het laadcontact van de auto mag u de auto niet opladen.
Risico van brand.Raak de contacten van het snoer, het stopcontact of het laadcontact van de auto niet aan en steek er niets in.Sluit het laadsnoer nooit aan op een adapter, een stekkerdoos of een verlengsnoer.Het gebruik van een generator is verboden.Demonteer of wijzig nooit de oplaadaansluiting van de auto of het oplaadsnoer.
Risico van brand.Wijzig de elektrische installatie niet of werk er niet aan tijdens het opladen.Bij een botsing, zelfs een lichte botsing, tegen de oplaadklep of de oplaadaansluiting bij gekoppeld laadsnoer, moet deze zo snel mogelijk door een merkdealer worden nagekeken.Behandel het snoer voorzichtig: niet op staan, niet in water dompelen, niet aan trekken, niet aan schokken blootstellen.Regelmatig controleren of het laadsnoer goed werkt.In geval van schade aan het laadsnoer (corrosie, bruinverkleuring, scheurtjes, enz.), het apparaat of de elektrische laadaansluiting van de auto mag u deze niet gebruiken. Wend u tot een merkdealer voor een vervangend exemplaar.Neem contact op met een merkdealer als het vergrendelingsmechanisme van de laadklep niet wordt geactiveerd en/of als de laadaansluiting van de auto wordt ontgrendeld.
ELEKTRISCHE AUTO 228 - Ken uw autoLaadsnoer ADit snoer is specifiek voor uw auto en bestemd voor de verbinding met wandcontactdozen of publieke oplaadpunten voor standaard opladen van de tractiebatterij.Gebruik bij voorkeur een laadsnoer waarmee de tractiebatterij standaard kan worden opgeladen.Elk laadsnoer wordt opgeborgen in de bagageruimte van de auto.Voordat u de laadkabel reinigt, moet u ervoor zorgen dat de kabel is losgekoppeld.Reinig de kabel met een doek die licht is bevochtigd met water.Zorg er bij het reinigen voor dat de doek niet in contact komt met de uiteinden van de kabel (connectoren, oplaadpinnen) om elk risico op corrosie te voorkomen.Laadsnoer BMet dit snoer kunt u opladen via een huishoudelijk stopcontact (8A/10A).De gebruikte stopcontacten moeten in elk geval zijn geïnstalleerd volgens de instructies bij het laadsnoer B.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 29Raadplees de laadsnoerinstructie altijd aandachtig voor gebruik van het B.Laat de snoerdoos nooit aan het snoer hangen. Gebruik de haken C om dit te bevestigenIndien tijdens het laden een storing optreedt (het rode waarschuwingslampje van het stopcontact D) gaat branden), stop dan onmiddellijk met opladen. Raadpleeg het instructieboekje van het snoer.
ELEKTRISCHE AUTO 230 - Ken uw autoBelangrijke aanbevelingenBelangrijke aanbevelingen voor het opladen van uw autoGelieve deze richtlijnen aandachtig te lezen. Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben.Keuze van laadsnoerDe standaard bij deze auto geleverde laadsnoeren zijn specifiek voor deze auto ontwikkeld. Ze zijn bedoeld om u te beschermen tegen risico's van een elektrische schok die de dood of brand kan veroorzaken.Gebruik het niet met het laadsnoer van eerdere auto's, aangezien deze niet zijn aangepast.Voor uw veiligheid is het gebruik van een laadsnoer dat niet door de fabrikant is voorgeschreven strikt verboden. Het niet-naleven van dit voorschrift kan leiden tot brand of een mogelijk dodelijke elektrische schok.
Vraag bij een merkdealer naar een laadsnoer specifiek voor uw auto.Met het laadsnoer BRaadpleeg de handleiding bij het laadsnoer voor de benodigde voorzorgsmaatregelen bij gebruik van het product en de technische specificaties voor de elektrische installatie van het stopcontact.Hoofdzaken voor het installerenStopcontactLaat een speciale wandcontactdoos installeren door een vakman.Gewoon stopcontactLaat een erkende vakman controleren of elk stopcontact waarop u de laadkabel aansluit, voldoet aan de normen en voorschriften die in uw land van kracht zijn en aan de specificaties die staan vermeld in het punt "Voedingssystemen".VoedingssystemenGebruik alleen oplaadterminals die voldoen aan de norm IEC 61851-1 en aansluitpunten beschermd met:– een type A aardlekapparaat van 30 mA voor de aansluiting die u gebruikt;– een overstroombeveiliging;– beveiliging tegen overspanningen op plaatsen waar de bliksem kan inslaan (IEC 62305-4);– een aardeverbinding die voldoet aan de normen in het betreffende land.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 31Laadtypen die voldoen aan de Europese normenWisselstroom (AC)Als de informatie verschijnt op de laadklep van het voertuig, volgt u de onderstaande instructies.Voordat u een laadsnoer aansluit, controleert u het volgende:– de kleur en een van de letters op de aansluiting 1 moeten overeenkomen met de kleur en een van de letters op het uiteinde 4 van het snoer;– de kleur en een van de letters op de aansluiting 3 moeten overeenkomen met de kleur en een van de letters op het uiteinde 5 van het snoer.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 33Laadtypen die voldoen aan de Europese normenGelijkstroom (DC)Als de informatie verschijnt op de laadklep van het voertuig, volgt u de onderstaande instructies.Voordat u een laadsnoer aansluit, moet u controleren of de kleur en een van de letters op de aansluiting 3overeenkomen met de kleur en een van de letters op het uiteinde 5 van het laadsnoer.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 35Oplaadaansluiting 3Opmerking: verwijder bij insneeuwen de sneeuw rond het laadcontact van de auto alvorens de auto te koppelen of los te koppelen. De aanwezigheid van sneeuw in het laadcontatct kan immers het koppelen van het laadsnoer blokkeren.De auto is uitgerust met twee laadcontacten aan de voorkant van de auto:– Aansluiting E voor opladen tot 7 kWwisselstroom (AC);– Aansluiting F, afhankelijk van de auto, voor snel opladen met gelijkstroom (DC).Afhankelijk van het voertuig zijn aansluitingen E en Fbeschermd met doppen.
Voordat u een oplaadsnoer aansluit:– zorg er op de aansluiting Evoor dat de stekker op de aansluiting F op zijn plaats zit;– op de aansluiting F; haal de stekker uit de aansluiting E.VoorzorgsmaatregelenLaad uw auto niet op en parkeer deze niet bij extreme temperatuursomstandigheden (hitte of kou).In extreme gevallen kan het opladen enkele minuten duren voordat de motor start (de tractiebatterij heeft wat tijd nodig om af te koelen of op te warmen).Wanneer de auto gedurende meer dan zeven dagen geparkeerd staat bij temperaturen lager dan -25 °C, kan de tractiebatterij mogelijk niet opgeladen worden.Wanneer de auto gedurende meer dan 3 maanden geparkeerd staat met een laadniveau rond nul, kan de batterij mogelijk niet meer worden opgeladen.
ELEKTRISCHE AUTO 236 - Ken uw autoOm de levensduur van uw tractiebatterij te vrijwaren, moet u vermijden om uw auto gedurende meer dan een maand met een hoog laadniveau geparkeerd te laten staan, vooral in perioden van extreme warmte.U kunt de tractiebatterij het beste opladen na het rijden en/of in een omgeving met een gematigde temperatuur.
Anders kan het opladen lang duren of onmogelijk zijn.Advies– parkeer de auto bij erg warm weer bij voorkeur op een schaduwrijke/overdekte plaats om deze op te laden;– bij regen en sneeuw kan de auto worden opgeladen;– Een ingeschakelde airconditioning verlengt de laadduur.Gebruik geen verlengsnoersnoer, meervoudige contactdoos ofadapter.Risico van brand.Opladen van de tractiebatterijVoertuig staat stil, portieren en achterklep ontgrendeld, contact uitgeschakeld:– neem het oplaadsnoer uit de bagageruimte van de auto;– trek aan knop 6 om de laadklep 7 te openen. Als de laadklep 7 vanwege ijsvorming niet open gaat als u aan de knop 6 trekt, slaat u met de hand op de klep in de vermelde zone/richting om het ijs te verwijderen voordat u het opnieuw probeert.– open de dop 8.
Sluit het uiteinde van het snoer aan op de voedingsbron;– pak de handgreep 9 vast;– Sluit het snoer aan op de auto.– Controleer of het oplaadsnoer goed is aangesloten. Voordat het opladen begint, is het stekkerslot actief;– het laadsnoer wordt automatisch op de auto aangesloten. Zo kan het snoer niet van de auto worden losgekoppeld.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 37Opmerking: trek tijdens het vergrendelen van het oplaadsnoer van de auto niet aan de handgreep 9.Zorg ervoor dat de handrem altijd is vastgezet wanneer de auto wordt opgeladen.Bij snelladen (DC) mag het laadsnoer tussen uw auto en het laadstation niet langer zijn dan 30 meter.Raadpleeg de eigenaar van het laadstation (DC) bij twijfel over de lengte van het snoer.Het is van essentieel belang om het laadsnoer goed uit te rollen om overhitting te voorkomen.Wanneer het opladen start, is de volgende informatie zichtbaar op het instrumentenpaneel:– het energieniveau op het controlelampje van de batterij 11;De oplaadtijd van de tractiebatterij hangt af van de hoeveelheid resterende energie en het vermogen van het oplaadpunt. Dit wordt tijdens het opladen weergegeven op het instrumentenpaneel ?
104.Opmerking: onder bepaalde omstandigheden kan de werkelijke oplaadtijd langer zijn dan de oplaadtijd die op het instrumentenpaneel wordt weergegeven. Dit hangt af van:– de kwaliteit van het elektriciteitsnet;– het eerste oplaadniveau;– de buitentemperatuur is te laag;– ...Bij problemen met de laadkabel raden we u aan deze te vervangen door eenzelfde type kabel. Ga naar een merkdealer.
ELEKTRISCHE AUTO 238 - Ken uw auto– het laadniveau van de batterij;– een schatting van de resterende laadtijd (vanaf ongeveer 95% opgeladen wordt de resterende tijd niet meer getoond);– het controlelampje 10 geeft aan dat de auto op een voedingsbron is aangesloten;– de voeding die het voertuig 12binnenkomt;– uw voertuigbereik varieert afhankelijk van het laadniveau.De display op het instrumentenpaneel verdwijnt na enkele seconden.
Het verschijnt bij het openen van een portier weer op het instrumentenpaneel.Zodra het opladen voltooid is, brandt het waarschuwingslampje 10 continu groen.U hoeft niet te wachten totdat u op reserve rijdt om de auto op te laden.StoringenAls het waarschuwingslampje 10continu rood knippert, raadpleegt u een merkdealer.Voorzorgen bij het loskoppelen van de aansluiting;Houd u aan de volgorde van de handelingen voor het loskoppelen:– om het laadsnoer van de auto te ontgrendelen en te stoppen met laden;– druk op de ontgrendelingsknop op de afstandsbediening;of– druk op de knop voor portiervergrendeling/-ontgrendeling ? 53 van binnenuit:– grijp de handgreep 9 en ontkoppel het laadsnoer van de auto:– plaats de dop 8 terug;– sluit de laadklep 7 met beide handen en druk erop om deze te vergrendelen;– Ontkoppel het snoer van de stroombron;– plaats het snoer 2 in de bagageruimte.Opmerking:
Gebruik daarom de handgrepen.– Als het laadsnoer van de auto nog steeds vergrendeld is nadat u op de ontgrendelingsknop op de afstandsbediening hebt gedrukt, herhaalt u, afhankelijk van de situatie, de handeling door tweemaal na elkaar op de ontgrendelingsknop te drukken; Eenmaal om het laden te stoppen en eenmaal om de hendel 9vrij te maken.Sticker 13De sticker 13 aan de rechterkant herinnert u aan de volgende instructies:– reinig de oplaadklep niet met behulp van een hogedrukspuit;– Bij stilstaande auto kunnen de klep en de oplaadklep worden geopend;– als de auto rijdt, moeten de klep en de oplaadklep gesloten zijn;– open de klep om de oplaadkabel aan te sluiten;– sluit de klep na het loskoppelen weer;– aansluiten op een gewoon stopcontact, een oplaadpunt met wisselstroom of een snellaadpunt.– Raadpleeg de gebruikshandleiding van uw auto voor meer informatie over het laden.
ELEKTRISCHE AUTO 240 - Ken uw autoSticker 13Type levering Standaard ConfiguratieSoorten accessoiresVoltage bereik IdAC NL 62196-2 TYPE 2Voertuigconnector en voertuiginlaat480 VRMSCDC NL 62196-3 FFVoertuigconnector en voertuiginlaat50 V tot 920 V K200 V tot 920 V LRijd niet met de auto met de oplaadklep 7 open. Controleer zodra het oplaadsnoer van de auto is losgekoppeld of de dop 8 is teruggeplaatst en de oplaadklep 7 goed gesloten is.Koppel aan het einde van het laadproces eerst het snoer los van de auto, voordat u de stekker uit het stopcontact haalt.Nadat u op de ontgrendelingsknop op de FM-afstandsbediening of de knop voor portiervergrendeling/-ontgrendeling van binnenuit ?
53 hebt gedrukt, hebt u 30 seconden de tijd om het snoer los te nemen voordat het weer vergrendelt en het opladen wordt hervat.De oplaadtijd van de tractiebatterij hangt af van de hoeveelheid resterende energie en het vermogen van het oplaadpunt. Dit wordt tijdens het opladen weergegeven op het instrumentenpaneel ? 104.Wij raden u aan om bij een probleem het snoer te vervangen door een identiek snoer. Raadpleeg een merkdealer.
ELEKTRISCHE AUTO2 Ken uw auto - 41In AC-oplaadmodus– Afhankelijk van het laadstation, is het mogelijk om het opladen op afstand te stoppen en te hervatten.– het opladen kan worden gestopt en de laadstekker kan worden ontgrendeld door te drukken op de ontgrendelknop op de FM-sleutel of op de knop voor portiervergrendeling/-ontgrendeling van binnenuit ? 53.DC-oplaadmodus– Afhankelijk van het voertuig en het laadstation is het mogelijk om het opladen op afstand te stoppen maar niet om het opladen te hervatten.– het opladen kan worden gestopt en de oplaadstekker kan alleen met de oplaadterminal worden ontgrendeld. Door op de ontgrendelknop van de FM-sleutel of op de knop voor portiervergrendeling/-ontgrendeling van binnenuit ? 53 te drukken, wordt het opladen niet gestopt.
ELEKTRISCHE AUTO 242 - Ken uw autoProgrammeren van het opladenTerwijl het voertuig stilstaat en de motor aan is, drukt u in de "Voertuig" wereld 2 op het multimediascherm 1, op het menu "Elektrisch" 3 en vervolgens op het tabblad "Opladen" om het laden van uw voertuig te programmeren.U kunt kiezen uit verschillende oplaadmodi:– "Onmiddellijk opladen";– "Programma".Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie.Om veiligheidsredenen mogen deze handelingen alleen uitgevoerd worden als de auto stilstaat.Als het programmeren is bevestigd, verschijnt het controlelampje op het instrumentenpaneel.Opmerking: het opladen begint als de motor wordt uitgeschakeld, de auto wordt aangesloten op een stroombron en toegang is toegestaan.Als u zojuist een systeemupdate via het multimediasysteem hebt geaccepteerd, wordt het opladen van de tractiebatterij vertraagd of geannuleerd.Wacht totdat de update is voltooid voordat u de oplaadkabel op de auto aansluit.Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie over systeemupdates.
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE2 Ken uw auto - 43Als het voertuig stilstaat en de parkeerrem is aangetrokken, kunt u met de Vehicle to Load (V2L)-functie elektronische apparaten rechtstreeks op het voertuig aansluiten.Het systeem levert CA-vermogen (tot 16 A/3,7 kW) met behulp van de opgeslagen elektrische energie in de tractiebatterij van uw voertuig ? 20.Met de V2L-connector kunt u verschillende elektrische apparaten aansluiten en bedienen op de laadaansluiting aan de voorkant van uw voertuig.
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE 244 - Ken uw autoBelangrijke aanbevelingGelieve deze richtlijnen aandachtig te lezen. Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben. Voorzorgen betreffende de V2L-functieProbeer het huis niet van elektriciteit te voorzien, omdat dit kan worden blootgesteld aan schade en elektrische schokken. Was het voertuig niet en werk niet in de motorruimte wanneer u de V2L-functie gebruikt. gebruik de V2L-functie niet:– In geval van aanwezigheid van water in de V2L-connector of in de laadaansluiting van het voertuig;– Als de V2L-connector of voertuigaansluiting beschadigd is (gebroken, corrosie, bruinverkleuring enzovoort), raadpleeg dan een merkdealer om deze te vervangen;– buiten als de weersomstandigheden niet gunstig zijn (regen, kans op blikseminslag enzovoort).
Plaats geen metalen voorwerpen op de V2L-connector. Wijzig of voer geen actie uit op de V2L-connector tijdens het gebruik van de V2L-functie. Sluit nooit een adapter aan op de V2L-connector. Voorzorgsmaatregelen voor het hanteren en gebruiken van de V2L-connector. Gebruik alleen de V2L-connector die bij het voertuig is geleverd. De V2L-connector is speciaal voor dit voertuig ontworpen. Uit veiligheidsoverwegingen is het gebruik van een niet door de fabrikant aanbevolen V2L-connector strikt verboden. Raadpleeg een merkdealer voor informatie over de V2L-connector die geschikt is voor uw auto. Plaats geen voorwerpen op de V2L-connector en hang geen apparaten aan hun voedingskabel aan de AC-uitgang op de V2L-connector. Risico van beschadiging.
Zorg goed voor de V2L-connector: verwijder hem niet, dompel hem niet onder in water, trek er niet aan als de stekker in het stopcontact zit en laat er niets tegenaan stoten. Regelmatig controleren of de V2L-connector in goede staat verkeert. Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van elektrische/elektronische producten.
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE2 Ken uw auto - 45– apparaten die een continue stroomvoorziening nodig hebben, zoals medische apparatuur. Afhankelijk van de werking van het voertuig kan de stroomtoevoer worden onderbroken;– apparaten die meer dan 16 A verbruiken;– apparaten die niet voldoen aan de nationale voorschriften en normen.– beschadigde apparaten (behuizing, kabels enzovoort);– Apparaten waarvoor de oorspronkelijke gebruiksaanbevelingen niet zijn aangepast aan de omgeving waarin ze worden gebruikt (risico in verband met het binnendringen van stof en water);– Meer dan één multi-socket. Sluit bij gebruik geen producten aan die meer dan 8 A verbruiken;– een verlengsnoer langer dan 20 m. Zorg er bij gebruik voor dat u het volledig uitrolt.
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE 246 - Ken uw autoV2L-connector A1. Laadcontact;2. Controlelampje bediening.3. Start-/stopschakelaar.4. Beschermhoes.5. AC-stopcontact.De V2L-connector wordt met gereedschapsset onder het kofferbaktapijt opgeborgen.Om de V2L-connector te behouden, moet u ervoor zorgen dat deze is losgekoppeld.
Reinig de connector met een doek die licht is bevochtigd met water.Zorg er bij het reinigen voor dat de doek niet in contact komt met de uiteinden van de V2L-connector (contactdozen, oplaadpinnen) om elk risico op corrosie te voorkomen.WerkzaamhedenZorg ervoor dat de parkeerrem altijd wordt aangetrokken wanneer de V2L-functie wordt gebruikt.Het is absoluut noodzakelijk om de stappen voor het aansluiten/loskoppelen van de V2L-connector in volgorde te volgen.Voordat u een apparaat aansluit of loskoppelt, moet u ervoor zorgen dat het indicatielampje 2 op connector V2L-connector uit is.Aansluiten van de V2L-connectorVoertuig staat stil, portieren en achterklep ontgrendeld, contact uitgeschakeld:
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE2 Ken uw auto - 47trek aan knop 6 om de laadklep 9 te openen.NOTITIE: trek niet aan de hendel 8nadat de V2L-connector aan het voertuig is vergrendeld.Tijdens het gebruik is de volgende informatie zichtbaar op het instrumentenpaneel:– het waarschuwingslampje 10 om aan te geven dat het voertuig is aangesloten op de V2L-connector;– een schatting van de resterende tijd 11 voordat het lage laadniveau van de batterij is bereikt;– het energieniveau van de batterij 12.Let op: de energietoevoer stopt automatisch wanneer:Verwijder de dop van de laadingang van het voertuig 7;–Pak de connectorhendel 8 vast en steek het uiteinde 1 van de connector in de laadingang van het voertuig 7;–Controleer of de V2L-connector goed is aangesloten door voorzichtig aan de hendel 8 te trekken. Voordat het ontladen begint, wordt de stekkervergrendeling geactiveerd.
De V2L-connector wordt automatisch op de auto aangesloten. Dit maakt het onmogelijk om de connector los te koppelen van de voeding van uw voertuig;–Steek de stekker van het elektrische toestel of apparaat in het stopcontact 5;–druk langer dan drie seconden op de schakelaar 3 van de V2L-connector totdat het indicatielampje 2 groen gaat branden. De V2L-functie wordt geactiveerd en het elektrische apparaat wordt van stroom voorzien.–de V2L-functie ongeveer een uur niet wordt gebruikt (geen elektrische apparaten aangesloten op de AC-aansluiting 5 van de V2L-connector of geen stroomverbruik);–
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE 248 - Ken uw autoWanneer de stroom is uitgeschakeld, wordt er een melding weergegeven op het instrumentenpaneel om u te informeren.Loskoppelen van de V2L-connectorAls het openingselement van de auto is vergrendeld:– Druk op de ontgrendelknop op de afstandsbediening ? 50.ofRijd niet met de auto met de oplaadklep 9 open.
Controleer zodra het de V2L-connector van de auto is losgekoppeld of de dop is teruggeplaatst en de oplaadklep 9 goed gesloten is.InstellingenU kunt de drempelwaarde voor het minimale laadniveau van de tractiebatterij instellen op het multimediascherm 13.er een elektrisch apparaat dat de maximale stroomcapaciteit overschrijdt wordt aangesloten;–wanneer het bestuurdersportier wordt ontgrendeld als de portieren vooraf zijn vergrendeld;–Wanneer de minimale laaddrempel van de tractiebatterij die op het multimediascherm is ingesteld, is bereikt.–Druk op de ontgrendelknop op de middenconsole ? 54.–voertuig ontgrendeld, druk dan langer dan drie seconden op de schakelaar 3 van de V2L-connector om het ontladen te stoppen. Het lampje 2 gaat uit en de V2L-functie wordt gedeactiveerd.–de V2L-connector wordt automatisch losgekoppeld van de auto.
Dit maakt het mogelijk om de connector van uw voertuig los te koppelen;–Koppel uw apparaat los en pak de connectorhendel 8 van de V2L-connector vast om deze binnen ongeveer 15 seconden los te koppelen van het voertuig. Anders wordt de laadbus 7 automatisch weer vergrendeld.–Plaats de dop van de laadingang van het voertuig terug en sluit de laadklep 9.–Plaats de V2L-connector in het opbergvak.–
VEHICLE-TO-LOAD-FUNCTIE2 Ken uw auto - 49Zie de gebruiksaanwijzing van het multimediasysteem voor meer informatie.StoringenBij storingen gaat het indicatielampje 2op de V2L-connector uit en wordt de V2L-voeding (ontlading) automatisch uitgeschakeld. Er verschijnt een melding verschijnt op het instrumentenpaneel om u te informeren.In het geval van een interne storing in de V2L-functie, wordt de melding "V2L-ontlading onmogelijk V2L om te controleren" weergegeven op het instrumentenpaneel: koppel het apparaat los en koppel de V2L-connector los.
Neem contact op met een merkdealer.In het geval van een storing in de V2L-functie die afkomstig is van het apparaat dat is aangesloten op het stopcontact van de V2L-connector,wordt de melding "V2L-ontlading onmogelijk - storing aangesloten apparaat" weergegeven op het instrumentenpaneel:Als er opnieuw een storing optreedt, neem dan contact op met een merkdealer.Koppel het apparaat en de V2L-connector los;–Controleer of het apparaat en de V2L-connector niet beschadigd zijn –en of de stekker niet kapot of gecorrodeerd is;Zorg ervoor dat het elektrische apparaat het maximale vermogen dat het voertuig kan leveren niet overschrijdt.–
SLEUTELS, RADIOFREQUENTIE AFSTANDSBEDIENING 250 - Ken uw autoAlgemeenFM-afstandsbediening A1. Vergrendelen/ontgrendelen (achterklep/bagageruimte)2. Vergrendelt alle portieren en de achterklep3. Ontgrendelt alle portieren en de achterklep en het laadsnoer (indien aangesloten op de auto ? 264. Vergrendelen/ontgrendelen van het bestuurdersportier plaatsen van sleutel voor starten.Vervangen, extra sleutel of afstandsbediening nodigGa uitsluitend naar een merkdealer:– Als u een sleutel moet vervangen, dan is het nodig om het voertuig met alle sleutels naar een erkende dealer te nemen om het systeem te initialiseren;– Afhankelijk van de auto kunt u maximaal vier afstandsbedieningen gebruiken.Als de afstandsbediening niet werkt:Controleer of de batterij van het juiste model en in goede conditie is, en correct geplaatst. De levensduur is ongeveer twee jaar.De accu vervangen ?
248Reservesleutel BReservesleutel om het contact te starten.Bereik van de FM-afstandsbedieningHet bereik van de afstandsbediening wordt beïnvloed door de omgeving. Let er bij het vasthouden van de afstandsbediening op dat de portieren niet per ongeluk worden vergrendeld of ontgrendeld.Opmerking: Als een portier (of de achterklep) open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgrendelen de portieren snel.Interferentie
SLEUTELS, RADIOFREQUENTIE AFSTANDSBEDIENING2 Ken uw auto - 51De werking van de afstandsbediening kan gestoord worden in de omgeving van een zendinstallatie of bij gebruik van apparatuur die werkt op dezelfde frequentie als de afstandsbediening.TipsStel de afstandsbediening niet bloot aan warmte, koude of vocht.Gebruik de sleutel alleen waarvoor deze bedoeld is (en niet bijvoorbeeld als flesopener, enz.).Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSELGebruikDe afstandsbedieningen worden gebruikt om de portieren en de achterklep te ver- of ontgrendelen.Deze worden gevoed door een vervangbare batterij ?
SLEUTELS, RADIOFREQUENTIE AFSTANDSBEDIENING 252 - Ken uw autoOpmerking: als een portier (of de achterklep) open of niet goed gesloten is, wordt deze snel vergrendeld en weer ontgrendeld zonder dat de alarmknipperlichten en zijknipperlichten knipperen, afhankelijk van het voertuig.Ontgrendelen van de portierenDrukken op de knop 2 ontgrendelt alle portieren, de achterklep en het laadsnoer (indien aangesloten op de auto).Drukken op knop 3 vergrendelt de bagageruimte.Het ontgrendelen wordt bevestigd doordat de alarmknipperlichten en de zijknipperlichten één keer knipperen.Opmerking: bij contact aan en draaiende motor worden de knoppen ? 127 van de afstandsbediening niet geactiveerd.BijzonderheidDruk na het handmatig vergrendelen van de klapdeur achter twee keer op de knop 3 ?
56 om de deze te ontgrendelen.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL
PORTIEREN VERGRENDELEN EN ONTGRENDELEN2 Ken uw auto - 53Met de handVan buitenafSteek de sleutel in het slot1 en vergrendel of ontgrendel het voorportier.Van binnenuit(voorportier)Trek aan de handgreep 2 om het portier te ontgrendelen.Laat de sleutel nooit achter in de auto als u de auto verlaat.Van binnenuit(achterportier)Druk knop 3 omlaag om te vergrendelen en trek knop 3 omhoog om te ontgrendelen. Het portier kan niet worden geopend wanneer 3 is ingedrukt.
PORTIEREN VERGRENDELEN EN ONTGRENDELEN 254 - Ken uw autoSchakelaar voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren van binnenuitDoor op 4 te drukken vergrendelt of ontgrendelt deze tegelijkertijd alle portieren/de achterklep en wordt het opladen gestopt (tijdens het opladen).Als een portier (of de achterklep) open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgrendelen de portieren snel.Bij transport van een voorwerp met geopende achterklep, kunt u toch de portieren vergrendelen: druk met de motor uit langer dan vijf seconden op de schakelaar 4 om de andere portieren te vergrendelen.Vergrendelen van de portieren en kleppen zonder de FM-afstandsbedieningDit is bijvoorbeeld het geval bij een lege batterij of als de FM-afstandsbediening tijdelijk niet werkt of bij gebruik van de reservesleutel.Druk de schakelaar 4 in en laat deze weer los om de oplaadkabel los te maken wanneer de afstandsbediening niet werktDruk bij de motor uit en een open portier langer dan vijf seconden op de schakelaar 4.
Als de deur gesloten wordt, worden alle deuren vergrendeld. Het voertuig van buitenaf ontgrendelen is alleen mogelijk met de sleutelVerantwoordelijkheid van de bestuurderBedenk dat het rijden met vergrendelde portieren een belemmering kan zijn voor hulpverleners in geval van nood.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL
AUTOMATISCHE PORTIERVERGRENDELING2 Ken uw auto - 55Bedenk eerst of u deze functie wilt gebruiken of niet.Inschakelen van de functieDruk afhankelijk van de auto, met draaiende motor, ongeveer 5 seconden op schakelaar 1 tot u een pieptoon hoort. Het in de schakelaar geïntegreerde controlelampje licht op als de portieren vergrendeld zijn.Uitschakelen van de functieDruk met contact aan ongeveer 5 seconden op schakelaar 1 tot u een pieptoon hoort.De werking van de startvergrendelingNa het wegrijden, vergrendelen de portieren automatisch als de auto de snelheid van ongeveer 7 km/u heeft bereikt.StoringenAls u merkt dat het systeem niet correct werkt (portieren worden niet automatisch vergrendeld), controleer dan eerst of alle portieren goed gesloten zijn.
Als ze goed gesloten zijn en het probleem aanhoudt, raadpleeg dan een merkdealer.Controleer ook of het systeem niet per ongeluk uitgeschakeld staat. In dat geval activeert u opnieuw.Verantwoordelijkheid van de bestuurderBedenk dat het rijden met vergrendelde portieren een belemmering kan zijn voor hulpverleners in geval van nood.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL
PORTIEREN OPENEN EN SLUITEN 256 - Ken uw autoDe portieren openen van buitenafPlaats bij vergrendelde portieren ? 53uw hand op de handgreep 1 en trek hem naar u toe.Openen van binnenuitTrek aan de handgreep 2.KinderveiligheidHet kinderslot voorkomt dat de achterportieren van binnenuit kunnen worden geopend. Verplaats de hendel 3 op elke achterportier naar en controleer van binnenuit of de portieren goed zijn vergrendeld.Geluidssignaal vergeten verlichtingAls bij het openen van de voorportieren de lichten nog branden terwijl het contact is afgezet dan klinkt er een signaal om u te waarschuwen dat de accu wordt ontladen…Waarschuwing portier vergeten te sluiten
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dacia Spring stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Dacia
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto