Dacia Duster Handleiding

Dacia Auto Duster

Bekijk gratis de handleiding van Dacia Duster (416 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 145 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Dacia Duster of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/416
AUTOHANDLEIDING
DUSTER

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Dacia
Categorie: Auto
Model: Duster

Handleiding Dacia Duster – volledige tekst

Welkom aan boord van uw autoDit instructieboekje bevat de benodigde informatie waarmee u:– uw auto goed leert kennen zodat u alle functies en technische mogelijkheden ten volle kunt benutten.– de prestaties optimaal kunt houden door het opvolgen van eenvoudige maar uitgebreide adviezen voor regelmatig onderhoud.– kleine storingen waarvoor geen specialist nodig is, zelf snel kunt verhelpen.Neemt u even de tijd om deze handleiding door te nemen en vertrouwd te raken met de informatie en richtlijnen die zij bieden over de functies en nieuwe elementen van uw auto.

Als sommige punten nog onduidelijk zijn, willen de technici van onze dealers u graag alle verdere informatie geven.De volgende symbolen bieden begeleiding: en Deze zijn zichtbaar op de auto en geven aan dat u de handleiding moet raadplegen voor informatie en/of beperkingen op handelingen met betrekking tot de uitrusting van uw auto. Overal in de handleiding verwijst een overdracht naar een pagina. dit duidt overal in het instructieboekje op een risico, een gevaar of een veiligheidsadvies.Dit boekje is tot stand gekomen aan de hand van de technische gegevens die op het moment van samenstelling van dit boekje bekend waren.

In de gids "Hoofdpunten" staan alle mogelijke uitrustingen (standaard of optioneel) van dit model beschreven, de aanwezigheid ervan in de auto is afhankelijk van de uitvoering, de gekozen opties en het land van aflevering.Deze handleiding kan ook informatie bevatten over onderdelen die pas op een later tijdstip zullen worden toegepast.De schema's in de gebruikershandleiding dienen enkel als voorbeelden.Wij wensen u een goede reis in uw auto.Vertaald uit het Frans. Gehele of gedeeltelijke nadruk of vertaling is verboden zonder schriftelijke toestemming van de constructeur van de auto.

AUTO: HYBRID2 Ken uw auto - 251 12 V-hulpaccu2 230V-tractiebatterij3 Oranje elektrische bedrading4 Elektrische motor5 VerbrandingsmotorHet Hybrid systeem gebruikt een elektromotor om de prestaties van de verbrandingsmotor te verbeteren (versnelling, starten, enz. ). Er is meer versnellingskoppel beschikbaar voor de auto terwijl er minder brandstof wordt verbruikt. Het voertuig kan ook in volledig elektrische bedrijfsmodus rijden zonder hulp van de verbrandingsmotor. Het voertuig gebruikt de energie die is opgeslagen in de 230V-tractiebatterij. Accu'sDe Hybrid auto is uitgerust met twee soorten accu's:– een "230V"-tractiebatterij;– een 12 V-hulpaccu. 230V-tractiebatterijDeze accu zit onder de vloer achterin en bevat de benodigde energie om de elektromotor correct te laten werken. Deze batterij ontlaadt bij gebruik, zoals elke andere batterij.

De tractiebatterij wordt opgeladen:– tijdens de remfasen van het voertuig;– wanneer de verbrandingsmotor automatisch start om als generator te fungeren. Het voertuigbereik in de elektrische bedrijfsmodus is afhankelijk van het laadniveau van de tractiebatterij, en ook van uw rijstijl en van de energieverbruikende onderdelen (airconditioning, verwarming, enz). Als de tractiebatterij leegraakt, neemt de verbrandingsmotor de aandrijving over totdat de tractiebatterij voldoende is opgeladen. Als uw auto lange tijd stilstaat, start dan de motor met regelmatige tussenpozen (ongeveer één keer per maand) en controleer of het waarschuwingslampje blauw wordt weergegeven op het instrumentenpaneel. Als dit gebeurt, moet de accu worden opgeladen: laat de motor aan staan totdat het waarschuwingslampje blauw wordt weergegeven? 112.

12 V-hulpaccuDe 12 V-hulpaccu in de bagageruimte levert de energie die nodig is om het voertuig te openen en te sluiten en om de apparatuur te bedienen. Opmerking: de "12V"-accu doet niet mee als de motor wordt gestart. Dit wordt verzorgd door het Hybrid systeem. Het elektrische systeem van het Hybrid voertuig gebruikt ongeveer 230 volt gelijkstroom. Dit systeem kan tijdens en na het uitzetten van het contact onder spanning staan. Let op de waarschuwingen op de stickers in de auto. Elke ingreep op of wijziging van het elektrische systeem van 230 volt (componenten, kabels, stekkers, tractiebatterij) is strikt verboden vanwege de risico's voor uw veiligheid. Roep de hulp in van een merkdealer. Risico van ernstige brandwonden of mogelijk dodelijke elektrische schokken.

AUTO: HYBRID 226 - Ken uw autoHet symbool A geeft de elektrische onderdelen van uw auto aan die een veiligheidsrisico kunnen vormen."230 V"-circuitHet "230 V"-circuit is te herkennen aan de oranje kabels 6 en componenten met het symbool .GeluidDe Hybrid voertuigen zijn bijzonder stil in de elektrische bedrijfsmodus. U bent er nog niet aan gewend, en de andere weggebruikers zijn dat evenmin. Ze kunnen uw auto moeilijk horen als deze rijdt.Het voertuig is uitgerust met een voetgangersalarm, om mensen te waarschuwen dat er een voertuig aankomt. In de elektrische bedrijfsmodus wordt dit systeem automatisch geactiveerd. Het geluidssignaal klinkt als de auto een snelheid heeft van 1 tot ongeveer 30 km/u.Aangezien de elektromotor stil is, zult u ongebruikelijke geluiden horen (aerodynamisch geruis, banden, enz.), evenals geluiden van het Hybrid systeem (bijv.

de koeling van de tractiebatterij).VoetgangersclaxonMet de voetgangersclaxon kunt u andere weggebruikers waarschuwen, met name voetgangers en fietsers.Bij het starten van de motor blijft de voetgangersclaxon automatisch geactiveerd. Het geluidssignaal klinkt als de auto een snelheid heeft van 1 tot ongeveer 30 km/u.Bij een storing aan de voetgangersclaxon wordt het bericht "Storing geluid exterieur" weergegeven op het instrumentenpaneel. Raadpleeg voor de exacte gegevens de merkdealer.

Controleer bij het uitstappen altijd of de versnellingshendel in stand P zit; zet de parkeerrem aan en het contact uit.RISICO OP ERNSTIG LETSELWerkzaamhedenHet Hybrid systeem selecteert de verbrandingsmotor en/of de elektromotor op basis van de rijstijl (soepel of sportief rijden, enz.) en de verkeersomstandigheden.Diepe plassen, overstromingen: Rijd niet verder als het water op de weg hoger staat dan de onderrand van de velgen.Energie-indicator 1Afhankelijk van de geselecteerde rijmodus geeft het waarschuwingslampje 1 de energiestromen aan tussen:– de elektrische groep (tractiebatterij en elektromotor);– de verbrandingsmotor;De kleur van stromen varieert:– blauw: elektrische energie;– wit: energie geproduceerd door de verbrandingsmotor."Electrische tractie" A stroomDe elektrische groep wordt gebruikt om het voertuig te verplaatsen.Verbrandingsmotor B stroomDe verbrandingsmotor wordt gebruikt om het voertuig te verplaatsen.

AUTO: HYBRID 228 - Ken uw auto"Energieterugwinning" C stroomWanneer u het gaspedaal loslaat of het rempedaal indrukt, zet de elektromotor en/of het regeneratieve remsysteem de energie die wordt geproduceerd door de vertraging van het voertuig om in elektrische energie.Deze wordt gebruikt om het voertuig te remmen en de tractiebatterij op te laden.Stroom D "Energieproductie"De verbrandingsmotor laadt de tractiebatterij op.Opmerking: een combinatie van verschillende stromen is mogelijk (bijv. een combinatie van stroom A en stroom B betekent dat zowel de verbrandingsmotor als de elektromotor het voertuig aandrijven).bijzonderheidWanneer de tractiebatterij een maximaal laadniveau bereikt, wordt regeneratief remmen (motorrem) tijdelijk verminderd.

Pas uw rijstijl hierop aan.Het remmen op de motor kan in geen geval het indrukken van het rempedaal vervangen.Volledig elektrische rijmodusHet waarschuwingslampje 2 verschijnt op het instrumentenpaneel om aan te geven dat het Hybridsysteem alleen de elektrische groep gebruikt om het voertuig aan te drijven.

AUTO: HYBRID2 Ken uw auto - 29Belangrijke aanbevelingenGelieve deze richtlijnen aandachtig te lezen. Als deze adviezen niet worden opgevolgd, kan dat leiden tot brand, ernstig letsel of elektrische schokken die de dood tot gevolg kunnen hebben.Bij een ongeluk of elektrische schokBij een ongeval of botsing tegen de onderkant van de auto (bijv.

contact met een paaltje, stoeprand of ander straatmeubilair) kan het elektrische circuit of de tractiebatterij beschadigd raken.Laat uw auto door een merkdealer controleren.Raak de "230 V"-onderdelen of blootliggende oranje kabels die vanaf de binnen- of buitenkant van de auto zichtbaar zijn, nooit aan.Bij een grote beschadiging van de tractiebatterij kunnen mogelijk lekken optreden;– raak nooit vloeistoffen aan die afkomstig zijn van de tractiebatterij;– bij lichamelijk contact met veel water spoelen en zo snel mogelijk een arts raadplegen.Bij brandIn geval van brand, verlaat het voertuig en breng het in veiligheid; neem contact op met de hulpdiensten en informeer hen dat het voertuig een Hybrid is.Maak alleen gebruik van blusmiddelen van het type ABC of BC die geschikt zijn voor het bestrijden van brand in elektrische installaties.

Geen water of andere blusagenten gebruiken.Neem bij beschadiging van het elektrische circuit altijd contact op met een merkdealer.Voor elke vorm van slepenZie "Slepen, pechhulp" ? 349Wassen van de autoReinig nooit het motorcompartiment en de "230 V"-tractiebatterij met een hogedrukreiniger.Risico van beschadiging van het elektrische circuit.Risico van mogelijk dodelijke elektrische schokken.

AUTO: MILD HYBRID 230 - Ken uw autoIntroductieHet Mild Hybrid systeem verbetert de motorprestaties. Er is meer versnellingskoppel beschikbaar voor de auto terwijl er minder brandstof wordt verbruikt.48 V-hulpaccuDe Mild Hybrid auto is uitgerust met een secundaire "48V"-accu ? 328.In deze batterij onder de passagiersstoel voorin wordt de energie opgeslagen die wordt teruggewonnen tijdens de remfasen.

Deze energie wordt door het Mild Hybrid systeem gebruikt om extra koppel te leveren aan de verbrandingsmotor.Als uw auto lange tijd geparkeerd staat, start u de motor met regelmatige tussenpozen (ongeveer één keer per maand) gedurende ongeveer 15 minuten om de secundaire "48 V"-accu op te laden.Als u dit niet doet, kan dit leiden tot schade aan de accu en het starten van de auto onmogelijk maken.48V-circuitHet elektrisch circuit van 48 V is te herkennen aan de gele bedrading en aan de onderdelen aangeduid met het symbool .Het symbool A geeft de elektrische onderdelen van uw auto aan die een veiligheidsrisico kunnen vormen.De hulpaccu is onderhoudsvrij.

U mag de accu niet openen of er vloeistof aan toevoegen.Risico op een elektrische schok.Ventilatierooster 1Zorg dat er geen objecten of vloeistoffen terecht komen in de ventilatieopening 1.Neem contact op met een erkende dealer als er een object in de ventilatieopening zit of als er vloeistof lekt.Opmerking: onder de stoel rechtsvoor hoort u mogelijk het ventilatorgeluid van het koelsysteem van de tractiebatterij.Als het bericht "48V batterijkoeling: geblokkeerd onder stoelrooster" op het instrumentenpaneel wordt weergegeven, maak dan de ventilatieopening vrij van obstakels.

AUTO: MILD HYBRID2 Ken uw auto - 31Als de melding aanhoudt nadat de ventilatieopening is schoongemaakt, neem dan contact op met een merkdealer.Zorg dat u het ventilatierooster 1 niet blokkeert.Als de ventilatieopening wordt geblokkeerd (bijv. door een object dat erop wordt geplaatst), kan de tractiebatterij oververhit raken en de werking van de elektromotor belemmeren.

Het is herkenbaar aan zijn typische geur.Keuzebediening LPG/benzinemodus 1Hiermee schakelt u handmatig van de ene brandstofmodus over op de andere.Het waarschuwingslampje brandt grijs op het instrumentenpaneel om aan te geven dat het systeem wacht tot aan de vereiste voorwaarden is voldaan voordat wordt overgeschakeld naar de LPG-modus.Het waarschuwingslampje verschijnt wit of, afhankelijk van de auto, groen om aan te geven dat de LPG-modus is geactiveerd.waarschuwingslampje brandstofpeilDe display 2 geeft het LPG-tankniveau aan.De weergegeven hoeveelheid LPG is indicatief.Het bericht "LPG niveau laag" wordt weergegeven in combinatie met het waarschuwingslampje in wit of, afhankelijk van de auto, in groen en het waarschuwingslampje dat wordt weergegeven op de boordcomputer 2 in combinatie met een pieptoon.

156.Opmerking: als de LPG-modus actief is bij het starten van de motor, schakelt het systeem tijdelijk terug naar de Benzinemodus: het grijze waarschuwingslampje verschijnt zonder pieptoon en het display 2 geeft aan dat de benzinemodus actief is.Zodra aan de omgevingsvoorwaarden wordt voldaan (motortemperatuurniveau, enz.), schakelt het systeem automatisch naar de LPG-modus: het witte of groene (afhankelijk van het voertuig) waarschuwingslampje verschijnt.Veranderen van brandstof tijdens het rijdenHandmatig overschakelen van benzinemodus naar LPG-modusDruk op de hendel 1.De overgang naar LPG gebeurt tijdens de eerste versnelling:– het LPG-peil is geactiveerd op de display 2;– Het grijze waarschuwingslampje verschijnt om de keuze van de LPG-modus te bevestigen en wordt vervolgens wit of groen, afhankelijk van de auto, wanneer de LPG-modus actief is.Handmatig overschakelen van LPG-modus naar benzinemodusLaat het gaspedaal los en druk op de schakelaar 1.Het waarschuwingslampje gaat uit en de display 2 geeft aan dat de benzinemodus is geactiveerd.Om toegang te krijgen tot de informatie en de LPGritinstellingen te resetten ?

104.Zolang de brandstoftank leeg is, kan het voertuig niet starten of alleen in LPG-modus rijden.Gebruik van de twee brandstoffen LPG/benzine vereist de aanwezigheid van benzine (voor starten, hoge acceleratie, lage temperaturen enz.).Als het oranje waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel verschijnt in combinatie met een pieptoon, vul dan de tank met ten minste 8 liter brandstof.Automatisch overschakelen van LPG-modus naar benzinemodusAfhankelijk van de auto kan het systeem in bepaalde gebruiksomstandigheden beslissen om even terug naar de benzinemodus te schakelen.

LPG-VOERTUIG 234 - Ken uw autoHet grijze waarschuwingslampje verschijnt om u te waarschuwen. Als opnieuw aan de voorwaarden wordt voldaan, schakelt de auto automatisch terug naar de LPG-modus en verschijnt het witte of groene waarschuwingslampje , afhankelijk van het voertuig. Opmerking: na verschillende mislukte pogingen kan het systeem beslissen in benzinemodus te blijven gedurende de huidige route. Nadat de motor gedurende ongeveer een minuut helemaal is gestopt, kan een nieuwe poging worden gedaan. LPG-tank leegWanneer er geen LPG meer in de tank zit, schakelt het systeem automatisch over op de benzinemodus. Dit wordt aangegeven door het verschijnen van het bericht "LPG-tank leeg" en het waarschuwingslampje in combinatie met een pieptoon. Het waarschuwingslampje dooft. LPG tanken ?

143StoringenIn het geval van een defect dat de juiste werking van de motor zou kunnen nadelig beïnvloeden, wordt het bericht "LPG niet beschikbaar" weergegeven en schakelt het systeem automatisch over van de LPG-modus naar de benzinemodus. Dit wordt bevestigd door het bericht "Controleer LPG-systeem" en het waarschuwingslampje of, afhankelijk van de auto, het waarschuwingslampje dat in geel wordt weergegeven op het instrumentenpaneel 2. Raadpleeg zo snel mogelijk een merkdealer. Bij rijden in moeilijke omstandighedenBij zeer koud weer (temperatuur onder ongeveer 10 °C) en afhankelijk van de kwaliteit van het gebruikte gas, kan het systeem automatisch de voorwaarden regelen voor het schakelen tussen LPG-modus en benzinemodus.

Opmerking: voor auto's die zijn uitgerust, wordt het gebruik aanbevolen van de modus ECO onder deze omstandigheden (vooral onder 0 °C) om het gebruik van de LPG-modus ? 182 te maximaliseren.

Bij ongevalDe belangrijkste voorzorgsmaatregelen zijn dezelfde als voor een auto met benzinemotor:– de parkeerrem vast;– leg de motor stil (een veiligheidsinrichting die verhindert dat er LPG in de motor komt, schakelt automatisch in);– zet het contact uit;– houd u aan de ter plaatse geldende wetgeving. LPG heeft een zeer specifieke geur zodat u eventuele lekken gemakkelijk kunt vaststellen. Indien u een gaslucht in of rond uw auto opmerkt:– moet u onmiddellijk op benzinemodus overschakelen en controleren of er zich in de nabijheid van de auto geen ontstekingsbron bevindt;– moet u naar een merkdealer gaan.

KAART 236 - Ken uw autoAlgemeen1. Ontgrendelen van alle portieren.2. Vergrendelen van alle portieren.3. Vergrendelen/ontgrendelen van de bagageruimte.4. Op afstand inschakelen van de verlichting.Met de kaart kunt u:– vergrendelen/ontgrendelen van openingselementen (portieren, bagageruimteklep):– op afstand inschakelen van de verlichting;– automatisch op afstand sluiten van de elektrisch bediende ruiten;– automatisch op afstand openen van de elektrisch bediende ruiten.ActieradiusControleer of de batterij van het juiste model en in goede conditie is, en correct geplaatst. De levensduur is ongeveer twee jaar: moet worden vervangen als de melding "Batterij kaart bijna leeg" op het instrumentenpaneel wordt weergegeven ? 42.Bereik van de cardHet bereik van de afstandsbediening wordt beïnvloed door de omgeving.

Let er op dat de portieren niet per ongeluk worden vergrendeld of ontgrendeld door onopzettelijk op een knop op de kaart te drukken.Opmerking: Als een portier of de bagageruimte open of niet goed gesloten is, kan de auto niet worden vergrendeld en klinkt er een pieptoon.RadiostoringenDe werking van de kaart kan gestoord worden in de omgeving van een zendinstallatie of bij gebruik van apparatuur die werkt op dezelfde frequentie als de kaart.Bij lege batterij, kunt u de auto altijd vergrendelen/ontgrendelen en starten ? 50 ? 156.Functie "Verlichting op afstand"Druk op knop 4 om de interieurverlichting, de markeringslichten en de dimlichten circa 20 seconden aan te zetten.

Hiermee kan uw auto op afstand worden herkend, bijvoorbeeld op een parkeerterrein.Opmerking: druk nog een keer op knop 4 om de verlichting uit te schakelen.AdviesStel de kaart niet bloot aan warmte, koude of vocht.Bewaar de kaart nooit op een plek waar deze per ongeluk verbogen of beschadigd kan worden, bijvoorbeeld in uw achterzak.

KAART2 Ken uw auto - 37Vervangen: extra kaart nodigAls u de kaart verliest of een extra kaart nodig hebt, kunt u deze bestellen bij een merkdealer.Als u een kaart vervangt, moet u met de auto en alle kaarten naar een merkdealer gaan om het systeem te resetten.U kunt maximaal vier kaarten per auto gebruiken.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz..Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.Riem aanbrengen 7Schuif de behuizing achter 5 omlaag terwijl u op de zone Adrukt.Steek nooit gereedschap zoals een schroevendraaier in de opening 6.

KAART 238 - Ken uw autoSteek de polsriem in het onderdeel 8en steek het uiteinde van de riem door de gesp.Plaats de riem bij de opening 6 en sluit de behuizing.Opmerking: controleer of de diameter van de polsriem 7 past in de opening 6.GebruikEr zijn twee manieren voor het vergrendelen/ontgrendelen van de auto:– in handsfree modus, terwijl men naar de auto toeloopt of ervan wegloopt;– de kaart gebruiken in de afstandsbedieningsmodus.Laat nooit een kaart in de auto liggen als u de auto verlaat.Bewaar de kaart niet op een plaats waar andere elektronische apparaten (computer, telefoon, enz.) de werking ervan kunnen verstoren.Verantwoordelijkheid van de bestuurderLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz..Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.De handsfreefunctie uit of inschakelenAfhankelijk van de auto kunt u de ontgrendeling bij het naderen en vergrendeling bij het weglopen van de auto uit-/inschakelen.U kunt ook het geluidssignaal dat weerklinkt als de auto wordt vergrendeld terwijl u ervan wegloopt, uit of inschakelen ?

KAART2 Ken uw auto - 39Gebruik van de card in "hands-free"-modusDe "handsfree"modus maakt de ontgrendeling/vergrendeling mogelijk zonder de knoppen op de card te gebruiken wanneer de card zich in de toegangszone 1 bevindt. Opmerking: als de auto meer dan acht dagen niet is gebruikt, schakelt het handsfree systeem over op stand-by. Om de functie opnieuw in te schakelen, drukt u op de ontgrendelknop van de card. "Handsfree" ontgrendeling bij het naderen van de autoAls de kaart in de toegangszone 1 is, wordt de auto ontgrendeld. Het ontgrendelen ziet u aan het één keer oplichten van de knipperlichten en de zijknipperlichten. "Handsfree" vergrendelen terwijl men van de auto weglooptLoop met de handsfree kaart bij u en de portieren en bagageruimtedeur gesloten, weg van de auto: deze vergrendelt automatisch zodra u de toegangszone verlaat 1. N. B.

: de afstand waarop de auto vergrendeld wordt, hangt af van de omgeving. De knipperlichten en de alarmknipperlichten knipperen twee keer om aan te duiden dat de portieren vergrendeld zijn. Het vergrendelen wordt bevestigd met een geluidssignaal. Bijzonderheden met betrekking tot het ontgrendelenAutomatische ontgrendeling bij benadering van de auto wordt uitgeschakeld indien de auto gedurende acht dagen niet is gebruikt. Gebruik de kaart als afstandsbediening om het voertuig te ontgrendelen en de modus opnieuw te activeren. Bijzonderheden met betrekking tot het vergrendelenAls een portier geopend of niet goed gesloten is, wordt de auto niet vergrendeld als u weg gaat. Bijzonderheden met betrekking tot handsfree vergrendelenNadat de auto is vergrendeld met de handsfree-functie, moet u ongeveer drie seconden wachten voordat u de auto weer kunt ontgrendelen.

Als de auto is ontgrendeld met een druk op de kaartknop maar de portieren of de kofferbak niet opengaan, is de handsfree vergrendeling op afstand uitgeschakeld.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz..Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.Gebruik van de card met afstandsbedieningOntgrendelen met behulp van de kaartdruk op de knop 3.Het ontgrendelen ziet u aan het één keer oplichten van de knipperlichten en de zijknipperlichten.Als er vervolgens wordt geprobeerd om een portier te openen door te drukken op de handgreep terwijl ondertussen de portieren op afstand worden ontgrendeld, blijft het portier vergrendeld.

KAART2 Ken uw auto - 41Vergrendelen met de kaartDruk, met gesloten portieren en bagageruimte op knop 4: de auto vergrendelt. De alarmknipperlichten en de knipperlichten aan de zijkant knipperen twee keer om aan te geven dat de auto vergrendeld is.Opmerking: de maximale afstand vanaf waar de auto vergrendeld kan worden, hangt af van de omgeving.BijzonderhedenDe auto kan niet worden vergrendeld als één een van de portieren of de klep van de bagageruimte open of niet goed gesloten is en er klinkt een pieptoon.Als de motor draait werken de knoppen op de kaart niet.Wanneer de kaart zich bij draaiende motor en na het openen en sluiten van een portier niet langer binnen de zone 2, het bericht "Kaart niet gedetecteerd" wat erop wijst dat de kaart zich niet meer in de auto bevindt.

KAART 242 - Ken uw autoVerantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz..Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.Handsfree kaart: batterijStoringenAls de accu te zwak is om correct te werken, kunt u nog steeds de auto starten en vergrendelen/ontgrendelen ?

50.Als deze vervangen moet worden, moet u hetzelfde of een gelijkwaardig batterijtype gebruiken (raadpleeg een merkdealer).Bij het vervangen:– Controleer of de batterijtjes goed zijn geplaatst.Risico van explosie.– Als de klep niet goed sluit: niet gebruiken en buiten bereik van kinderen houden.Vervangen van het batterijtjeWanneer het bericht "Batterij kaart bijna leeg" op het instrumentenpaneel verschijnt, moet u het batterijtje van de kaart vervangen:– schuif de behuizing achter 1 omlaag terwijl u op de zone Adrukt;– verwijder het afdekkapje 2 van het batterijtje;– verwijder het batterijtje door op één kant ervan te drukken en het aan de andere kant op te tillen;– plaats dit terug volgens de richting en het model aangeduid in het deksel.

KAART2 Ken uw auto - 43Ga bij het monteren te werk in omgekeerde volgorde, druk daarna vier keer, terwijl u dicht bij de auto staat, op één van de knoppen van de card: de boodschap verdwijnt als weer gestart wordt.Zorg dat het deksel goed vastzit.Opmerking: kom bij het vervangen van het batterijtje niet aan het elektronische circuit en de contacten in de kaart.Voorzorgen met betrekking tot batterijen:– houd (nieuwe of oude) batterijen buiten het bereik van kinderen.– batterijen niet inslikken;Risico van chemische brandwonden die dodelijk kunnen zijn.– Indien er batterijtjes zijn ingeslikt of in het lichaam ingebracht, moet zo snel mogelijk een arts worden geraadpleegd.De batterijtjes zijn verkrijgbaar bij een merkdealer, de levensduur is ongeveer twee jaar.

Let op dat er geen inkt op het batterijtje zit: risico van slecht elektrisch contact.Gooi uw gebruikte batterijen niet weg bij het gewone afval. Breng ze naar een erkende dealer of raadpleeg uw plaatselijke overheid voor informatie over geschikte recyclingfaciliteiten.

SLEUTEL, AFSTANDSBEDIENING 244 - Ken uw autoAlgemeenFM-afstandsbediening A1 Vergrendelen van alle portieren.2 Ontgrendelen van alle portieren.3 Contactsleutel, sleutel van het bestuurdersportier.4 Alleen de achterklep ontgrendelenAfstandsbediening met inklapbare sleutel B1 Vergrendelen van alle portieren.2 Ontgrendelen van alle portieren.3 Vergrendelen/ontgrendelen van het inzetstuk van de sleutel. Druk op de knop 3 om het inzetstuk uit de houder te halen. Druk op de knop 3 en breng het inzetstuk terug in de houder.

4 Contactsleutel en sleutel voorportier links.5 Alleen de achterklep ontgrendelenGebruik de sleutel alleen waarvoor deze bedoeld is (en niet bijvoorbeeld als flesopener, enz.).Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen, enz.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.Bereik van de afstandsbedieningHet bereik van de afstandsbediening wordt beïnvloed door de omgeving. Let

SLEUTEL, AFSTANDSBEDIENING2 Ken uw auto - 45er bij het vasthouden van de afstandsbediening op dat de portieren niet per ongeluk worden vergrendeld of ontgrendeld.Opmerking: als een portier of de achterklep open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgrendelen de portieren snel.RadiostoringenDe werking van de kaart kan gestoord worden in de omgeving van een zendinstallatie of bij gebruik van apparatuur die werkt op dezelfde frequentie als de kaart.Gebruik de sleutel alleen waarvoor deze bedoeld is (en niet bijvoorbeeld als flesopener, enz.).Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.AdviesStel de afstandsbediening niet bloot aan warmte, koude of vocht.Vervangen, extra sleutel of afstandsbediening nodigBij verlies van een sleutel of de afstandsbediening of als u een extra exemplaar wilt hebben, kunt u deze uitsluitend bestellen bij een merkdealer.Voor het vervangen van een sleutel of afstandsbediening moet u altijd met de auto en alle sleutels of afstandsbedieningen naar een merkdealer gaan om het hele systeem te laten resetten.Per auto kunt u maximaal vier sleutels of afstandsbedieningen gebruiken.Als de sleutel of afstandsbediening niet werktControleer altijd of de batterij het juiste model is, in goede staat en correct geplaatst.

SLEUTEL, AFSTANDSBEDIENING 246 - Ken uw autoGebruikPortieren vergrendelenDruk op de vergrendelknop 1.Bij het vergrendelen ziet u de knipperlichten en de zijknipperlichten twee keer knipperen.Als een van de portieren of de achterklep open of niet goed gesloten is, mislukt het vergrendelen. De alarmknipperlichten en zijknipperlichten knipperen dan niet.Ontgrendelen van de portierenDruk op de ontgrendelknop 2.Bij het ontgrendelen ziet u de knipperlichten en de zijknipperlichten één keer knipperen.Opmerking: als er geen portier wordt geopend met de afstandsbediening binnen ongeveer 1 minuut na het ontgrendelen van het portier, worden de portieren automatisch weer vergrendeld.Alleen de achterklep ontgrendelenDruk op de knop 3 en houd deze ingedrukt.

De klep van de bagageruimte gaat een klein stukje open of, afhankelijk van de auto, helemaal open.Gebruik de sleutel alleen waarvoor deze bedoeld is (en niet bijvoorbeeld als flesopener, enz.).Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.FMafstandsbediening: batterijtjesStoringenAls de accu te zwak is om correct te werken, kunt u nog steeds de auto starten en vergrendelen/ontgrendelen ? 50.

SLEUTEL, AFSTANDSBEDIENING2 Ken uw auto - 47De batterijtjes zijn verkrijgbaar bij een merkdealer, de levensduur is ongeveer twee jaar.Let op dat er geen inkt op het batterijtje zit: risico van slecht elektrisch contact.Als deze vervangen moet worden, moet u hetzelfde of een gelijkwaardig batterijtype gebruiken (raadpleeg een merkdealer).Vervangen van het batterijtjeOpen de afstandsbediening via gleuf 1met behulp van een platte schroevendraaier of een soortgelijk gereedschap en vervang de batterij 2; let daarbij op het type batterij en de juiste polariteit (+ en -) die op de onderkant van het deksel staan.Controleer bij het monteren, of het deksel goed vastzit en de schroef goed is vastgezet.Opmerking: zorg dat u het elektronisch circuit niet aanraakt bij het vervangen van de accu.Bij het vervangen:– Controleer of de batterijtjes goed zijn geplaatst.Risico van explosie.– Als de klep niet goed sluit: niet gebruiken en buiten bereik van kinderen houden.

SLEUTEL, AFSTANDSBEDIENING 248 - Ken uw autoVoorzorgen met betrekking tot batterijen:– houd (nieuwe of oude) batterijen buiten het bereik van kinderen.– batterijen niet inslikken;Risico van chemische brandwonden die dodelijk kunnen zijn.– Indien er batterijtjes zijn ingeslikt of in het lichaam ingebracht, moet zo snel mogelijk een arts worden geraadpleegd.Gooi uw gebruikte batterijen niet weg bij het gewone afval. Breng ze naar een erkende dealer of raadpleeg uw plaatselijke overheid voor informatie over geschikte recyclingfaciliteiten.

PORTIEREN EN KLEPPEN 250 - Ken uw autoKinderveiligheidEen achterportier kan niet van binnenuit worden geopend als u het knopje 4omzet. Controleer of het portier inderdaad niet van binnenuit geopend kan worden.

Herhaal dit bij het andere achterportier.Geluidssignaal verlichting vergetenAls bij het openen van de voorportieren de lichten nog branden terwijl het contact is afgezet dan klinkt er een signaal om u te waarschuwen dat de accu wordt ontladen…Waarschuwing portier of achterklep vergeten te sluitenAfhankelijk van de auto wordt deze waarschuwing voor het bestuurdersportier of alle portieren gegeven.Als terwijl de auto stilstaat, een portier wordt geopend of niet goed wordt gesloten, gaat het waarschuwingslampje branden.Zodra de auto een snelheid van ongeveer 20 km/u bereikt, gaat het waarschuwingslampje branden en klinkt er een geluidssignaal.BijzonderheidAfhankelijk van de auto stoppen de accessoires (radio enz.) met werken zodra de motor wordt uitgeschakeld of de portieren zijn vergrendeld, of als het bestuurdersportier wordt geopend.Verantwoordelijkheid van de bestuurder tijdens het parkeren of stoppen van de autoLaat nooit, ook niet heel even, een kind, een afhankelijke volwassene of een dier in de auto achter als u deze verlaat.Het kan zichzelf of anderen in gevaar brengen door bijvoorbeeld de motor te starten, door organen te bedienen zoals bijvoorbeeld de ruitbediening, of de portieren te vergrendelen.Bovendien kan bij warm, zonnig weer de temperatuur in het interieur heel erg snel oplopen.LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN ERNSTIG LETSEL.Portieren en kleppen vergrendelen/ontgrendelenAls de afstandsbediening of, afhankelijk van de auto, de kaart niet werktIn bepaalde gevallen werken de FM-afstandsbediening of de kaart niet:

PORTIEREN EN KLEPPEN2 Ken uw auto - 51– batterij van de FMafstandsbediening of kaart leeg, accu van de auto ontladen, enz.– bij gebruik van apparaten op dezelfde frequentie als de kaart (mobiele telefoon, enz.).– De auto bevindt zich in een sterk elektromagnetisch veld.In dat geval is het mogelijk:– afhankelijk van de auto, de in de FM-afstandsbediening geïntegreerde sleutel of de in de card geïntegreerde noodsleutel gebruiken om het linker voorportier te ontgrendelen;– de portieren één voor één met de hand te vergrendelen;– gebruik van de schakelaar in het interieur voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren;In de kaart geïntegreerde sleutelMet de geïntegreerde sleutel 2 kunt u het linkervoorportier vergrendelen of ontgrendelen wanneer de kaart niet werkt.Toegang tot sleutel 2Schuif de behuizing achter 1 omlaag terwijl u op de zone Adrukt.Gebruik van de sleutel die in de kaart is ingebouwd

PORTIEREN EN KLEPPEN 252 - Ken uw auto– Steek het uiteinde van de sleutel 2in de uitsparing 3 onder aan het afdekkapje B van het portier van de bestuurder.– beweeg het omhoog om het afdekplaatje B te verwijderen;– steek de sleutel 2 in het slot van het bestuurdersportier en vergrendel of ontgrendel vervolgens.Zodra u zich in de auto bevindt, steekt u de geïntegreerde sleutel terug in de uitsparing van de kaart.Auto's met sleutel, afstandsbedieningGebruik van de sleutelSteek de sleutel 4 in het slot van het portier van de bestuurder 5, vergrendel dit en ontgrendel dit.Schakelaar voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren van binnenuitAfhankelijk van de auto, worden de vier zijdeuren en de achterklep tegelijk vergrendeld of ontgrendeld.

Vergrendel of ontgrendel de portieren door op de schakelaar 6 te drukken.Als een portier (of de achterklep) open of niet goed gesloten is, vergrendelen/ontgrendelen de portieren snel.In geval van het vervoer van een voorwerp met de geopende bagageruimte, kunt u toch de andere portieren vergrendelen: motor uit, druk meer dan vijf secondes op de schakelaar 6 om de andere de portieren te vergrendelen.Controlelampje van de portiervergrendeling(afhankelijk van de auto)Wanneer het contact aan is , licht het waarschuwingslampje boven schakelaar 6 op om aan te geven dat het portier wel of niet vergrendeld is:– wanneer het waarschuwingslampje brandt, zijn de deuren en de deur van de bagageruimte vergrendeld;– lampje uit: de portieren zijn ontgrendeld.Als u de portieren vergrendelt, blijft het controlelampje branden en dooft daarna.Verantwoordelijkheid van de bestuurderBedenk dat het rijden met vergrendelde portieren een belemmering kan zijn voor hulpverleners in geval van nood.

PORTIEREN EN KLEPPEN2 Ken uw auto - 53Vergrendelen van de portieren zonder kaart of sleutelBijvoorbeeld bij een lege batterij of als de kaart of de sleutel tijdelijk niet werkt, enz.Houd met afgezet contact en een portier of de achterklep geopend de schakelaar 6 meer dan vijf seconden ingedrukt.Bij het sluiten van het portier worden alle portieren en kleppen vergrendeld.De auto kan alleen van buitenaf worden ontgrendeld als de kaart zich in de toegangszone van de auto bevindt, of met behulp van de sleutel.Laat nooit een sleutel of kaart in de auto liggen als u de auto verlaat.Automatische portiervergrendeling tijdens het rijdenDe werking van de startvergrendelingNa het wegrijden van de auto, vergrendelen de portieren automatisch als de auto een snelheid van ongeveer 10 km/u heeft bereikt.De portieren ontgrendelen automatisch– door te drukken op de schakelaar 1van de portiervergrendeling;– bij stilstaande auto, door een voorportier te openen van in de auto.Opmerking: na het openen/sluiten van een portier wordt dit automatisch weer vergrendeld zodra de auto ongeveer 10 km/u rijdt.Inschakelen/Uitschakelen van de functieOm deze in te schakelen: druk bij stilstaande auto met draaiende motor op de schakelaar 1 totdat u een geluidssignaal hoort.Om deze uit te schakelen: druk bij stilstaande auto met draaiende motor op de schakelaar 1 totdat u een geluidssignaal hoort.StoringenAls u een storing opmerkt (automatische vergrendeling niet mogelijk), controleer dan eerst of alle portieren goed gesloten zijn.

Als ze goed gesloten zijn en het probleem aanhoudt, raadpleeg dan een erkende dealer.Controleer ook of het systeem niet per ongeluk uitgeschakeld staat.In dat geval activeert u opnieuw.

PORTIEREN EN KLEPPEN 254 - Ken uw autoVerantwoordelijkheid van de bestuurderBedenk dat het rijden met vergrendelde portieren een belemmering kan zijn voor hulpverleners in geval van nood.BagageruimteOpen zettenDruk op knop 1 en til de klep van de bagageruimte op.SluitenLaat de achterklep zakken met behulp van de binnenhandgrepen 2.Gebruik nooit de gasveren om de klep van de bagageruimte te sluiten.ElektrischDe achterklep wordt tegelijk met de portieren vergrendeld en ontgrendeld.Zodra de klep ver genoeg gezakt is, laat u de handgreep in de klep los en drukt u de klep van buitenaf dicht.Bij het bevestigen van dragende uitrusting (fietsendrager, bagagebox enz.) is het verboden om deze tegen de spoiler of de achterklep te laten rusten. Om een drager te installeren op uw auto, neemt u contact op met een merkdealer.

Controleer de vergrendeling van elke poot 3 in de rugleuning.De hoofdsteun is een veiligheidsorgaan dat altijd op zijn plaats moet zitten en goed moet zijn afgesteld. Hij geeft een maximale beveiliging als de bovenkant van de hoofdsteun op gelijke hoogte is met de kruin. De afstand tussen uw hoofd en sectie A moet zo klein mogelijk zijn.Op de voorplaats(en)InstellingenStoel vooruit of achteruit schuiven

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Waar zit de omschakel unit van benzine naar lpg bij de motor?

  Joop - 5 April 2026

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Dacia Duster stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden