Citroën C5 X (2024) Handleiding

Citroën Auto C5 X (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Citroën C5 X (2024) (252 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 65 mensen. Heb je een vraag over Citroën C5 X (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/252
C5 X
Instructieboekje

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Citroën
Categorie: Auto
Model: C5 X (2024)

Handleiding Citroën C5 X (2024) – volledige tekst

Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Bekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.citroen.com/ACddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.ONLINEInstalleer de MyCitroën App-app (inhoud is online beschikbaar).Ook beschikbaar in de Scan MyCitroën-app (inhoud is offline beschikbaar).MOBIELE APPS(afhankelijk van beschikbaarheid)Kies het tabblad Handleiding in de app Help op het touchscreen.U kunt op verschillende manieren zoeken naar de gewenste informatie.Uit veiligheidsoverwegingen is deze app niet toegankelijk als de auto harder dan 5 km/h rijdt.TOUCHSCREENTOEGANG TOT HET INSTRUCTIEBOEKJE

Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles CITROËN behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedNeem voor alle werkzaamheden aan uw auto contact op met een gekwalificeerde werkplaats die beschikt over de juiste technische informatie, vakkennis en apparatuur.

De snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar activeren met de opgeslagen snelheidDe door het verkeersbordherkenningssysteem weergegeven snelheid gebruiken als ingestelde snelheid5. Claxon / airbag vóór aan bestuurderszijde6. Bediening audiosysteemF. Indrukken: favoriete radiozenders / media weergevenOmhoog / omlaag: vorige / volgende zender / medium / smartphone selecterenIndrukken: keuze bevestigenG. Volume verlagen / verhogen H. Opnemen / ophangenToegang tot het oproeplogboek van de Telefoon-appI. Kort indrukken: gesproken commando's van het systeemLang indrukken: gesproken commando's van de smartphoneSchakelaarpaneel aan de zijkant 1. Hoogteverstelling van de koplampen2. Elektrisch bedienbare achterklep3. Voorruitverwarming4. Stuurwielverwarming5. Voorverwarmen / voorkoelen (Plug-in hybride)6. Openen van de brandstofvulklep (Plug-in hybride)

6OverzichtHybridesysteem 1. Benzinemotor2. Elektromotor3. Geëlektrificeerde automatische transmissie met 6 versnellingen en dubbele koppeling (e-DCS6)4. 48V-tractiebatterij5. 12V-accu6. DC/DC-omvormer7. StartmotorDe 48V-hybridetechnologie hoeft niet te worden aangesloten om de tractiebatterij op te laden. Het hybridesysteem werkt niet continu, maar wordt ingeschakeld op basis van de toestand van de auto, de laadtoestand van de tractiebatterij, het thermische comfort van het interieur (inschakeling van de verwarming of airconditioning), de rijomstandigheden (accelereren, snelheid verminderen, remmen, starten van de motor) en de wegomstandigheden (omhoog, omlaag):– De auto start altijd op de benzinemotor om de katalysator zo efficiënt mogelijk te laten werken en om de remondersteuning te kunnen gebruiken.

– Onder normale rijomstandigheden werken de benzinemotor en de elektromotor samen of apart om het brandstofverbruik en de elektrische energie te optimaliseren of om de tractiebatterij op te laden. – Tijdens het accelereren geeft de elektromotor extra vermogen zodat de auto zo snel mogelijk het benodigde koppel kan leveren en het accelereren bij lage snelheden kan worden verbeterd. – Als de auto snelheid vermindert, laadt de elektromotor de tractiebatterij op door het afremmen van de auto. – Volledig elektrisch rijden is mogelijk bij parkeren, in gebieden met een maximumsnelheid van 30 km/h binnen de bebouwde kom, voor prettig rijden in de stad en op buitenwegen, en op snelwegen bij afremmen of heuvelaf rijden. De elektromotor is in de automatische transmissie geïntegreerd. De DC/DC-omvormer vormt de verbinding tussen de 12V-voeding voor accessoires en het 48V-tractievermogen.

De elektromotor ondersteunt de benzinemotor bij het starten en accelereren.Het elektrisch vermogen wordt geleverd door een oplaadbare tractiebatterij.StickersDeel "Ergonomie en comfort - Achterbank - Hoofdsteunen achter": Deel "Ergonomie en comfort - Voorzieningen vóór - Draadloze smartphonelader": Delen "Verlichting en zicht - Lichtschakelaar" en "In geval van pech - Een gloeilamp vervangen": Deel "Veiligheid - Algemene aanbevelingen voor de veiligheid - Elektrische accessoires installeren": Deel "Veiligheid - Kinderzitjes - De airbag vóór aan passagierszijde uitschakelen": Deel "Veiligheid - ISOFIX-bevestigingen": i-SizeTOP TETHER Deel "Rijden - Elektrische parkeerrem": Deel "Rijden - Stop & Start": Deel "Praktische informatie - Compatibiliteit van brandstoffen": Deel "Praktische informatie - Plug-in hybridesysteem": Deel "Praktische informatie - De tractiebatterij opladen (Plug-in hybride)": Deel "Praktische informatie - Motorkap": Deel "In geval van pech - Bandenreparatieset": Deel "In geval van pech - Reservewiel": Deel "In geval van pech- 12V-accu('s)": 24V12V

8Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn of haar auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenMet een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op. Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in.

Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Bij een hybride motor remt de auto efficiënter op de motor. Vertraag zo veel mogelijk en probeer zo veel mogelijk op de motor af te remmen om de tractiebatterij op te laden, zodat u langer volledig elektrisch kunt rijden en het brandstofverbruik daalt. Bij een EAT8-transmissie kunt u met de selectiehendel in stand D, behalve in stand Sport, de vrijloop gebruiken door uw voet langzaam helemaal van het gaspedaal te halen om zo brandstof te besparen. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen. Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt.

Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming en het verwarmde stuurwiel zo snel mogelijk uit. Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op.

Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, fietsendrager en aanhanger). Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden.

9Eco-rijden– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant. Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert. De actieradius van elektrische auto's optimaliserenHet stroomverbruik van de auto hangt grotendeels af van de route, snelheid en rijstijl, en van het gebruik van de verwarming / airconditioning. Probeer in de gebieden ECO en CHARGE op de vermogensmeter te blijven door gelijkmatig te rijden en een constante snelheid aan te houden.

Hybride auto'sRem zo veel mogelijk op de motor af door het gaspedaal los te laten, zodat de auto zelf langzamer gaat rijden (bijvoorbeeld wanneer u van een helling rijdt of een stoplicht nadert). Als het gaspedaal wordt losgelaten en de cursor van de vermogensmeter op het instrumentenpaneel nog steeds in het gebied CHARGE beweegt, wordt de energie optimaal teruggewonnen. Het terugwinnen van energie zorgt ervoor dat u de "passieve" rijfases efficiënt kunt gebruiken (afremmen). De teruggewonnen energie wordt gebruikt om de tractiebatterij op te laden en daarna voor volledig elektrisch rijden of voor accelereren gebruikt. Als de tractiebatterij bijna helemaal is opgeladen, wint de auto geleidelijk minder energie terug. Plug-in hybrideauto'sSluit de auto zo snel mogelijk aan.

Laat voordat u wegrijdt het interieur van de auto voorverwarmen of voorkoelen terwijl de laadkabel is aangesloten. Om het verbruik tijdens een rit te optimaliseren:► Programmeer een bestemming in het gps-navigatiesysteem van de auto. ► Selecteer de rijstand Hybride. ► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijna volledig is opgeladen. ► Gebruik de functie e-Save niet. ► Gebruik de verwarming/airconditioning op een verstandige manier. GeofencingOnder het rijden houdt de auto continu het verkeer in lage-emissiezones of gebieden met beperkt verkeer in de gaten. Wanneer u zo'n gebied binnenrijdt, schakelt de auto automatisch over op de rijmodus Elektrisch, als de laadtoestand van de tractiebatterij voldoende is.

10InstrumentenpaneelInformatie voor de bestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatie over de status van de diverse systemen van de auto die de bestuurder nodig heeft.Deze informatie wordt in de vorm van waarschuwings- en controlelampjes, en meldingen aangegeven. Het instrumentenpaneel is een volledig digitaal scherm.Extended Head-Up DisplayAfhankelijk van de uitvoering, de informatie wordt ook op het uitgebreide head-up display weergegeven.Zie het betreffende deel voor meer informatie over Extended Head-Up Display.Digitaal instrumentenpaneelHet digitale instrumentenpaneel kan via een paginasysteem worden gepersonaliseerd.Afhankelijk van de weergegeven pagina wordt bepaalde informatie verborgen of anders gepresenteerd. Benzine Hybride Plug-in hybride 1. Snelheidsmeter (km/h of mijll/u)2.

11Instrumentenpaneel16. Te personaliseren gedeelte:– Energiestromen (hybride of Plug-in hybride). – Verbruiksmeter thermisch-comfortfuncties (Plug-in hybride). – Actueel gebruikt medium. – Rijhulpsystemen (zoals Uitgebreide verkeersbordherkenning). – Navigatie (afhankelijk van de uitrusting). – Toerenteller. – Motortemperatuur (Benzine of hybride). – Boordcomputer. 7. Vermogensmeter (hybride of Plug-in hybride)Informatie op het instrumentenpaneelDe informatie op het instrumentenpaneel (zoals waarschuwingslampjes en indicatoren) kan een vaste of wisselende locatie hebben, afhankelijk van de pagina of het geactiveerde rijhulpsysteem. Voor functies die een controlelampje voor zowel de ingeschakelde status als de uitgeschakelde status hebben, is slechts één specifieke positie beschikbaar. Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingen van het touchscreen.

Wanneer u reist naar een land met een andere officiële eenheid voor de afstanden en snelheidslimieten (km of mijl, km/h of mph), moet u de configuratie van de eenheden wijzigen. Weer te geven pagina kiezenStandaard zijn er pagina's in het instrumentenpaneel opgeslagen. Het wijzigen van pagina wordt tussen het instrumentenpaneel en de Extended Head-Up Display gesynchroniseerd. ► Druk op de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar om door de verschillende pagina's te bladeren. De nieuwe pagina wordt direct weergegeven. Wanneer er een melding in een tijdelijk venster wordt weergegeven, dan kunt u dit venster sluiten door op deze toets te drukken. Configureren van weergegeven pagina'sPagina's kunnen worden toegevoegd en verwijderd, en de lay-out van pagina's kan worden gewijzigd. Er kunnen maximaal 5 pagina's worden opgeslagen.

Aan de hand van de gekozen rijstand kan ook de kleur worden ingesteld. De instellingen kunnen worden gewijzigd via Instellingen > Aanpassingen op het touchscreen.

Extended Head-Up DisplayDit uitgebreide head-up displaysysteem projecteert informatie op de voorruit in het zicht van de bestuurder zodat deze zijn of haar ogen niet van de weg hoeft te halen. Er mogen geen voorwerpen in de holle ruimte worden geplaatst. Deze kunnen het systeem beschadigen. Voor optimaal gebruik kunt u de bestuurdersstoel en de hoogte van het uitgebreid head-up display afstellen. Onder bepaalde extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld bij regen en / of sneeuw en felle zonneschijn) en wanneer u een gepolariseerde zonnebril draagt, kan het uitgebreide head-up display tijdelijk niet of niet goed leesbaar zijn. Extended Head-Up Display is gekoppeld aan een specifieke voorruit die door CITROËN is goedgekeurd. Wanneer de voorruit wordt vervangen door een bedrijf dat niet tot het CITROËN-dealernetwerk behoort, moeten de aanbevelingen van de fabrikant worden gevolgd.

12InstrumentenpaneelInformatie die tijdens gebruik wordt weergegeven Wanneer het systeem is ingeschakeld, wordt onder andere de volgende informatie op het uitgebreide head-up display weergegeven:A. Snelheid van de autoB. Verkeersbordherkenning en rijhulpsysteem in verkleinde weergave (als de functie is geactiveerd)C. Navigatie-instructies en -kaartD.

Te personaliseren gedeelte:– Navigatie (afhankelijk van de uitrusting).– Rijhulpsystemen.– Leeg.Tijdelijke weergave van medialijsten, waarschuwingen en feedback na een wijziging of aanpassing (volume, zender zoeken enz.)InstellingenDe helderheid kan na het inschakelen van de functie worden ingesteld.De status van het systeem en de instellingen worden opgeslagen bij het uitzetten van het contact.Inschakelen / uitschakelenHet systeem kan in de app Instellingen > Helderheid van het touchscreen worden ingeschakeld / uitgeschakeld.► Zet het contact aan en druk op de toets "Head-up display" om de status van de functie te wijzigen (dit wordt bevestigd doordat de schuifbalk naar rechts/links wordt verplaatst: functie ingeschakeld/uitgeschakeld).

Helderheid aanpassenDe helderheid wordt ingesteld in de app Instellingen > Helderheid van het touchscreen.► Druk, met het contact aangezet, op het scherm of schuif de schuifbalk naar de gewenste instelling.In hoogte verstellen ► Met het contact aan en de knop in de middelste, hoogste positie zet u de knop omhoog / omlaag om het display in de gewenste positie te zetten. Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden.Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display.

13Instrumentenpaneel1Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht.

Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats. (3): Ga naar het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit.

Oververhitting van de tractiebatterij (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje STOP, een melding en een geluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing in de tractiebatterij (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit.

Te hoge koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. MotoroliedrukBrandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit. Systeemstoring (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in het hybridesysteem. Voer (1) en dan (2) uit. Kabel aangesloten (Plug-in hybride)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Laadtoestand van de 12V-accuBrandt permanent.

14InstrumentenpaneelAls de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:► Plaats het wielblok tegen een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond.

Selecteer stand P van de automatische transmissie. Zet het contact af en voer (2) uit. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier of de bagageruimte is niet goed gesloten. Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding. Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel.

Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening. Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Brandt permanent, in combinatie met een melding.

Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in geluidssignalering: reparatie vereist". Er is een storing in het geluidswaarschuwingssysteem. De volgende rijhulpsystemen kunnen mogelijk niet volledig of niet worden gebruikt: – Verkeersbordherkenning. – Active Safety Brake/Waarschuwing bij kans op aanrijding. – Lane Keeping Assist. – Waarschuwing voor de bestuurder. Voer (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De functie automatisch uitschakelen van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Voer (2) uit. Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".

De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Voer (2) uit.

15Instrumentenpaneel1Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Schakel de elektrische parkeerrem in en houd deze 7 tot 15 seconden ingeschakeld, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Selecteer P bij auto's met een automatische transmissie en plaats het meegeleverde wielblok voor of achter een van de wielen. Zie (2). Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld.

Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los. RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Voer (3) uit. Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Zelfdiagnosesysteem motorKnippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent.

Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Zelfdiagnosesysteem van de motorBrandt permanent. Er is sprake van een kleine motorstoring.

Zie (3). Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Voer (3) uit. Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Post Collision Safety BrakeBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service, een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer snel (3) uit.

16InstrumentenpaneelBandenspanning te laagBrandt permanent. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3). ParkeerhulpKnippert. Het systeem heeft een obstakel gedetecteerd. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Parkeerhulpsensor bedekt met vuil: reinig de sensor, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt.

Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de sensoren aan de voor- en/of achterzijde. Actieve motorkapBrandt permanent, in combinatie met een melding. De actieve motorkap is geactiveerd. Raak de motorkap niet aan. Bel een pechhulpverlener of voer (3) uit, maar rijd daarbij niet sneller dan 30 km/h. AirbagsBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Voer (3) uit. Airbag vóór aan passagierszijde (ON)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. (controlelampje in de veiligheidsgordel en display met waarschuwingslampjes voor airbag vóór aan passagierszijde)Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel.

(controlelampje in de veiligheidsgordel en display met waarschuwingslampjes voor airbag vóór aan passagierszijde)Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveauBrandt permanent, waarbij de reservehoeveelheid in rood wordt aangegeven, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad). Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.

Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Het brandstofpeil is erg laag en de tank (reserve) is bijna leeg. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.

17Instrumentenpaneel1Waarschuwing bij kans op aanrijding/Active Safety BrakeKnippert. Het systeem wordt geactiveerd en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Brandt permanent.

Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt. VerkeersbordherkenningPermanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Lane Keeping AssistKnippert. De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld.

Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering). Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet.

Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Waarschuwing voor de bestuurder (Systeem voor detecteren van onoplettendheid)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde.

Stop & Start (Benzine)Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet. Activeer het systeem opnieuw via het touchscreen. Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld.

18InstrumentenpaneelDe volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:– lager dan 0 °C. – hoger dan +35 °C. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met een melding. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. e-Auto-stand (hybride)Brandt permanent, in combinatie met een melding. De e-Auto-stand is handmatig uitgeschakeld. De benzinemotor wordt niet uitgeschakeld bij de volgende keer dat het gaspedaal wordt losgelaten of de auto tot stilstand komt. Activeer de stand opnieuw via het touchscreen. MistachterlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. GrootlichtassistentBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in een functie of camera gedetecteerd. Voer (2) uit. Groene verklikkerlampjesStop & StartBrandt permanent.

Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Auto klaar om te rijden (Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden. Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Zitplaats niet bezet / Veiligheidsgordel niet vastgemaaktBrandt permanent. (grijs)Een van de passagierszitplaatsen voorin of achterin wordt als niet bezet beschouwd met het contact aan. Zitplaats bezet / Veiligheidsgordel vastgemaaktBrandt permanent.

19Instrumentenpaneel1Zwarte/witte waarschuwingslampjesVoet op het rempedaalBrandt permanent. Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt. De keuzeschakelaar uit stand P halen bij uitvoeringen met automatische transmissie bij draaiende motor en vóór het uitschakelen van de parkeerrem. Citroën Advanced Comfort Actieve veringBrandt permanent. Er is een storing in het actieve ophangingssysteem gedetecteerd. Reset het systeem:► Schakel het contact uit en wacht minstens 30 seconden. ► Schakel het contact weer in en wacht minstens 5 seconden voordat u de motor start. Zie (3) als het probleem niet verdwijnt. StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is een storing in de stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Zelfdiagnosesysteem van de motorBrandt permanent. Er is sprake van een ernstige motorstoring. Voer (1) en dan (2) uit.

MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en/of tijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. Afhankelijk van de uitvoering van de auto:– De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand sinds de verstreken onderhoudsdatum, voorafgegaan door het teken -. – Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken. De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.

De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert. In overeenstemming met het onderhoudsschema van de auto kan het onderhoud bestaan uit: – Een jaarlijks bezoek. – Een complete onderhoudsbeurt. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact.

Er kan nog 3. 000 tot 1. 000 km of 60 tot 21 dagen worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km of 21 dagen worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Resetten van de onderhoudsindicatorNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator worden gereset. Als u zelf onderhoud aan uw auto hebt uitgevoerd:► Zet het contact af.

20Instrumentenpaneel ► Houd de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar ingedrukt. ► Trap het rempedaal niet in en druk één keer op de knop START/STOP; er wordt een tijdelijk venster geopend waarin wordt afgeteld. ► Als =0 op het display wordt weergegeven, wordt er een bevestigingsmelding weergegeven. Laat dan de knop op de lichtschakelaar los; het symbool van de sleutel verdwijnt. Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het resetten van de onderhoudsindicator niet geregistreerd. Herinnering onderhoudsinformatieService-informatie is toegankelijk met de app Instellingen > Voertuig op het touchscreen. ► Selecteer vervolgens Veiligheid > Diagnose.

Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter wordt bij het aanzetten van het contact eerst de onderhoudsindicator (in de vorm van meldingen) op het instrumentenpaneel weergegeven en vervolgens gedurende enkele seconden het motorolieniveau. Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid. Laag olieniveauAls het motorolieniveau te laag is, verschijnt de melding "Te laag olieniveau" op het instrumentenpaneel, gaat het waarschuwingslampje Service branden en klinkt er een geluidssignaal. Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat.

Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Storing in de olieniveaumeterDit wordt aangegeven met de melding "Ongeldige meting olieniveau" op het instrumentenpaneel. Raadpleeg het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd.

Bij een storing in het systeem moet u het motorolieniveau met de peilstok in de motorruimte controleren. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Koelvloeistof-temperatuurmeterDeze informatie is alleen beschikbaar in het aanpasbare deel van het instrumentenpaneel. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het digitaal instrumentenpaneel. Bij draaiende motor:– In zone A is de temperatuur in orde. – In zone B is de temperatuur te hoog. Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOP branden rood op het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.

21Instrumentenpaneel1Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau. Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Vermogensmeter (hybride of Plug-in hybride)De vermogensmeter geeft in realtime het vermogen aan dat van de auto wordt gevraagd. Er zijn 3 zones: Voor hybride uitvoeringenPOWER Hoge vermogensvraag, waarbij het gecombineerde vermogen van de benzinemotor en de elektromotor wordt gebruikt. De cursor bevindt zich in deze zone tijdens meer dynamische rijfasen, wanneer hoge prestaties worden gevraagd. ECO Optimaal energiegebruik (verbrandings- of elektromotor). De cursor staat in deze zone tijdens elektrisch rijden en wanneer de benzinemotor optimaal wordt gebruikt. Dit is mogelijk bij een geschikte rijstijl. CHARGE Terugwinning van energie voor het opladen van de tractiebatterij.

De cursor bevindt zich in deze zone wanneer de auto vaart vermindert: wanneer u uw voet van het gaspedaal haalt of remt. Wanneer het contact wordt aangezet en voordat de motor wordt gestart, geeft de vermogensmeter alleen het volgende weer: "OFF". Voor plug-in hybride uitvoeringenPOWER Hoge vermogensvraag, waarbij het gecombineerde vermogen van de benzinemotor en de elektromotor wordt gebruikt. De cursor bevindt zich in deze zone tijdens meer dynamische rijfasen, wanneer hoge prestaties worden gevraagd. ECO Optimaal energiegebruik (verbrandings- of elektromotor). De cursor staat in deze zone tijdens elektrisch rijden en wanneer de benzinemotor optimaal wordt gebruikt. Dit is mogelijk bij een geschikte rijstijl. Een symbool geeft de drempel aan waarbij de benzinemotor wordt gestart. Door het accelereren te beperken kan de bestuurder in de elektrische rijstand blijven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Citroën C5 X (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden