Citroën C4 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Citroën C4 (2024) (296 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Citroën C4 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Citroën |
| Categorie: | Auto |
| Model: | C4 (2024) |
Handleiding Citroën C4 (2024) – volledige tekst
Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Bekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.citroen.com/ACddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.ONLINEInstalleer de MyCitroën App-app (inhoud is online beschikbaar).Ook beschikbaar in de Scan MyCitroën-app (inhoud is offline beschikbaar).MOBIELE APPS(afhankelijk van beschikbaarheid)Kies het tabblad Handleiding in de app Help op het touchscreen.U kunt op verschillende manieren zoeken naar de gewenste informatie.Uit veiligheidsoverwegingen is deze app niet toegankelijk als de auto harder dan 5 km/h rijdt.TOUCHSCREENTOEGANG TOT HET INSTRUCTIEBOEKJE
Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles CITROËN behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedNeem voor alle werkzaamheden aan uw auto contact op met een gekwalificeerde werkplaats die beschikt over de juiste technische informatie, vakkennis en apparatuur.
5OverzichtSchakelaars op of rondom het stuurwiel 1. Schakelaar buitenverlichting / richtingaanwijzers/ Selecteren weergavemodus instrumentenpaneel2. Schakelaar ruitenwissers / ruitensproeier / boordcomputer3. Schakelflippers automatische transmissie4. Bediening snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer / Adaptieve snelheidsregelaarA. Ingestelde snelheid verhogen / verlagenWeergeven en instellen van de afstand tot de voorligger (Adaptieve snelheidsregelaar)B. De snelheidsregelaar in-/uitschakelenC. De snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar starten / onderbreken met de opgeslagen snelheidBevestiging van het wegrijden van de auto nadat deze automatisch tot stilstand is gebracht (Adaptieve cruise control met Stop&Go-functie)D. De snelheidsbegrenzer in-/uitschakelenE.
De snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar activeren met de opgeslagen snelheidDe snelheid gebruiken die wordt voorgesteld door het Verkeersbordherkenning- systeem5. Claxon / airbag vóór aan bestuurderszijde6. Bediening van het audiosysteemF. Selecteren van de vorige / volgende mediaG. Volume verlagen / verhogenH. Toegang tot het menu TelefoonGesprekken beherenI. Gesproken commando'sBedieningselementen zijkant 1. Hoogteverstelling van de koplampen2. Active Lane Departure Warning3. Alarm4. Voorruitverwarming5. Stuurwielverwarming6. Openen van de achterklep (C4 X)7. Instellen head-up display
6OverzichtHybridesysteem 1. Benzinemotor2. Elektromotor3. Elektrische automatische transmissie met dubbele koppeling, 6 versnellingen (e-DCS6)4. 48V-tractiebatterij5. 12V-accu6. DC/DC-omvormer7. RiemstarterVoor de 48V-hybridetechnologie is geen aansluiting nodig om de tractiebatterij op te laden. Het hybridesysteem werkt niet continu, maar wordt geactiveerd afhankelijk van de toestand van de auto, de laadstatus van de tractiebatterij, het thermisch comfort van de passagiersruimte (inschakelen van de verwarming of airconditioning), de rijomstandigheden (versnellen, vertragen, remmen, starten van de motor) en de wegomstandigheden (bergop, bergaf):– De auto start altijd met de verbrandingsmotor om de efficiëntie van de katalysator en de beschikbaarheid van de remondersteuning te garanderen.
– Bij normaal rijgedrag werken de benzinemotor en de elektromotor samen of afzonderlijk om het brandstofverbruik en de elektrische energie te optimaliseren of de tractiebatterij op te laden. – Tijdens het accelereren geeft de elektromotor een extra impuls om het benodigde koppel zo snel mogelijk te bereiken en de acceleratie bij lage snelheid te verbeteren. – Tijdens het vaart minderen laadt de elektromotor de tractiebatterij op door gebruik te maken van de energie die daarbij vrijkomt. – Volledig elektrisch rijden is mogelijk bij parkeren, in gebieden met een maximumsnelheid van 30 km/h binnen de bebouwde kom, voor prettig rijden in de stad en op buitenwegen, en op snelwegen bij afremmen of heuvelaf rijden. De elektromotor is geïntegreerd in de automatische transmissie. De DC/DC-omvormer zorgt voor de verbinding tussen de 12V-hulpaccu en de 48V-tractiebatterij.
LaadkabelVia laadaansluiting 1 kan de auto op 3 manieren worden opgeladen:– Opladen via een normaal stopcontact en de bijbehorende laadkabel 7 (Mode 2). – Versneld opladen via een lader voor versneld laden (wallbox) (Mode 3). – Snelladen via een openbaar snellaadpunt (Mode 4). De tractiebatterij van 400 V (2) is een lithiumionbatterij. Deze slaat energie op die voor de elektromotor, de airconditioning en de verwarming.
7Overzichtwordt gebruikt. Het laadniveau wordt met een meter weergegeven. Bovendien bevindt zich op het instrumentenpaneel een waarschuwingslampje voor een laag laadniveau.De 12V-accu (3) levert stroom aan het normale elektrische systeem van de auto. Deze wordt automatisch via de geïntegreerde lader door de tractiebatterij opgeladen.Warmtepomp 4 zorgt voor de verwarming van het interieur en regelt de koeling van de tractiebatterij en geïntegreerde lader.De geïntegreerde lader (5) regelt het opladen via een normaal stopcontact (modus 2) en het versneld opladen (modus 3) van de tractiebatterij, maar ook het opladen van de 12V-accu.De elektromotor 6 zorgt voor de aandrijving op basis van de geselecteerde rijstand en de rijomstandigheden. Deze motor wint ook energie terug bij het remmen en vaart minderen van de auto.
9Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn of haar auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg en schakel zo snel mogelijk naar de tweede versnelling. Schakel bij het accelereren bij voorkeur snel over naar een hogere versnelling. Met een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op.
Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Bij een hybride motor remt de auto efficiënter op de motor. Vertraag zo veel mogelijk en probeer zo veel mogelijk op de motor af te remmen om de tractiebatterij op te laden, zodat u langer volledig elektrisch kunt rijden en het brandstofverbruik daalt. Gebruik bij voorkeur de rijstand Eco door deze te selecteren met de knop DRIVE MODE. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen.
Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50 km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend.
Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op.
Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, fietsendrager en aanhanger). Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden. Gebruik de stand Sport niet te lang om het energieverbruik te beperken.
10Eco-rijden– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant. Bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit. Ga zo snel mogelijk naar een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats om de hoeveelheid stikstofoxide tot wettelijke niveaus te verlagen. Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert.
De actieradius van elektrische auto's optimaliserenHet stroomverbruik van de auto hangt grotendeels af van de route, snelheid en rijstijl, en van het gebruik van de verwarming / airconditioning. Probeer in de gebieden ECO en CHARGE op de vermogensmeter te blijven door gelijkmatig te rijden en een constante snelheid aan te houden. Hybride auto'sRem zo veel mogelijk op de motor af door het gaspedaal los te laten, zodat de auto zelf langzamer gaat rijden (bijvoorbeeld wanneer u van een helling rijdt of een stoplicht nadert). Als het gaspedaal wordt losgelaten en de cursor van de vermogensmeter op het instrumentenpaneel nog steeds in het gebied CHARGE beweegt, wordt de energie optimaal teruggewonnen. Het terugwinnen van energie zorgt ervoor dat u de "passieve" rijfases efficiënt kunt gebruiken (afremmen).
Elektrische voertuigenProgrammeer een bestemming in het gps-navigatiesysteem van de auto om het verbruik van een rit te optimaliseren. Anticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk op de motor af om energie terug te winnen. De vermogensmeter zal dan in het gebied CHARGE staan. Gebruik de airconditioning in plaats van de verwarming om het interieur te ontwasemen.
11Instrumentenpaneel1Informatie voor de bestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatie over de status van de diverse systemen van de auto die de bestuurder nodig heeft.Deze informatie wordt in de vorm van waarschuwings- en controlelampjes, en meldingen aangegeven. Het instrumentenpaneel is een volledig digitaal scherm.Digitaal instrumentenpaneelDit digitale instrumentenpaneel kan naar wens worden aangepast.Afhankelijk van de gekozen weergavepagina wordt bepaalde informatie verborgen of anders gepresenteerd. Benzine / Diesel Hybride Elektrisch1. Digitale snelheidsmeter (km/h of mph) 2. Stand selectiehendel en ingeschakelde versnelling bij automatische transmissie (Benzine, hybride of diesel)Stand selectiehendel (elektrische uitvoering)Schakelindicator (benzine, hybride of diesel)Geselecteerde rijmodus 3.
Personaliseerbaar gedeelteEr kunnen verschillende pagina's worden weergegeven.4. Brandstofmeter (benzine, hybride of diesel)Laadniveaumeter (elektrische auto)Resterende actieradius (km of mijl)5. Kilometerteller (km of mijl) 6. Instellingen snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzerWeergave van herkende bordenIndicatie van gevarenzones (met online navigatie)Informatie op het instrumentenpaneelDe informatie op het instrumentenpaneel (zoals waarschuwingslampjes en indicatoren) kan een vaste of wisselende locatie hebben, afhankelijk van de pagina of het geactiveerde rijhulpsysteem.
Voor functies die een controlelampje voor zowel de ingeschakelde status als de uitgeschakelde status hebben, is slechts één specifieke positie beschikbaar.Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingen van het touchscreen.Wanneer u reist naar een land met een andere officiële eenheid voor de afstanden en snelheidslimieten (km of mijl, km/h of mph),
12Instrumentenpaneelmoet u de configuratie van de eenheden wijzigen. Weer te geven pagina kiezenStandaard zijn er pagina's in het instrumentenpaneel opgeslagen. Het veranderen van de pagina tussen het instrumentenpaneel en het head-up display wordt gesynchroniseerd. ► Druk op de knop op het uiteinde van de lichtschakelaar om door de verschillende pagina's te bladeren. De nieuwe pagina wordt direct weergegeven. Wanneer er een melding in een tijdelijk venster wordt weergegeven, dan kunt u dit venster sluiten door op deze toets te drukken. Met MyCitroën PlayU kunt uit de volgende pagina's kiezen:– "Minimaal": digitale snelheidsmeter, stand selectiehendel, actieradius, kilometerteller en:• Brandstofmeter (benzine, hybride of diesel). • Indicator laadniveau tractiebatterij (elektrisch). • Vermogensmeter (elektrisch).
Met MyCitroën Drive PlusPagina's en widgets kunnen worden toegevoegd en verwijderd, en de lay-out van pagina's en widgets kan worden gewijzigd. Er kunnen maximaal 5 pagina's worden opgeslagen. Elke pagina kan 1 of 2 widgets bevatten:– Met 1 widget, grote weergave in centrale positie. – Met 2 widgets, verkleinde weergave in zijpositie. De kleur voor elke rijstand kan worden aangepast. Er wordt een suggestie voor een standaardinstelling gegeven. De instelling is ook afgestemd op de sfeerverlichting (afhankelijk van beschikbaarheid). De instellingen kunnen worden gewijzigd via Instellingen > Aanpassingen op het touchscreen. Zie voor meer informatie over Personalisering - Instrumentenpaneel het betreffende hoofdstuk over de audio- en telematicasystemen.
Head-up displaySysteem dat bepaalde informatie op een transparant scherm projecteert, in het directe gezichtsveld van de bestuurder zodat deze zijn ogen niet van de weg hoeft af te wenden. Informatie op het display Als het head-up display is ingeschakeld, geeft het de volgende informatie weer:A. De rijsnelheid.
13Instrumentenpaneel1B. Informatie van de snelheidsregelaar/-begrenzer. indicatie van gevarenzones (met online navigatie) en, afhankelijk van de uitvoering, informatie van de functie voor verkeersbordherkenning. C. Indien de auto met deze systemen is uitgerust: informatie van de Distance Alert, informatie van Lane Positioning Assist, en waarschuwingen van het automatische noodremsysteem. D. Indien de auto met dit systeem is uitgerust: informatie van het navigatiesysteem. Zie de hoofdstukken over de audio- en telematicasystemen voor meer informatie over navigatie. Schakelaar 1. Inschakelen2. Uitschakelen (lang indrukken)3. Lichtsterkte aanpassen4. Weergavehoogte aanpassenInschakelen / uitschakelen► Druk bij draaiende motor op een willekeurige toets om het systeem in te schakelen en het projectiescherm uit te klappen.
► Houd de toets 2 ingedrukt om het systeem uit te schakelen en het projectiescherm in te klappen. De systeemstatus wordt opgeslagen bij het afzetten van het contact en wordt hersteld als de motor opnieuw wordt gestart. In hoogte verstellen► Stel het display bij draaiende motor op de gewenste hoogte af met de knoppen 4:• omhoog om het display hoger af te stellen,• omlaag om het display lager af te stellen. Lichtsterkte aanpassen► Stel bij een draaiende motor de lichtsterkte van het informatiedisplay in met de toetsen 3:• op de "zon" om de lichtsterkte te verhogen,• op de "maan" om de lichtsterkte te verlagen. Leg nooit voorwerpen rondom het projectiescherm (of in de uitsparing), om te voorkomen dat het bewegen en de goede werking van het scherm gehinderd worden. Bij bepaalde weersomstandigheden (regen en/of sneeuw, zeer zonnig weer, enz.
) kan de informatie op het head-up display tijdelijk minder goed leesbaar zijn. Sommige zonnebrillen kunnen het lezen van de informatie hinderen. Gebruik een schone en zachte doek (bijvoorbeeld een brillendoekje of microvezeldoekje) om het projectiescherm te reinigen.
Gebruik nooit een droge doek, een schuurspons, of een schoonmaak- of oplosmiddel, om te voorkomen dat er krassen ontstaan op het scherm of dat de anti-reflecterende laag beschadigd raakt. Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden.
14Instrumentenpaneelbepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait. Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht. Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats. (3): Ga naar het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit. Zelfdiagnosesysteem van de motor (Benzine of Diesel)Brandt permanent. Er is sprake van een ernstige storing in de motor. Voer (1) en dan (2) uit. Te hoge koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult.
Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Motoroliedruk (Benzine, hybride of Diesel)Brandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit. Systeemstoring (hybride of Elektrisch)Brandt permanent.
Er is een storing in het systeem gedetecteerd (elektromotor of tractiebatterij). Voer (1) en dan (2) uit. Kabel aangesloten (Elektrisch)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Oververhitting van de tractiebatterij (hybride of Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje STOP, een melding en een geluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan. Voer (2) uit.
Storing in de tractiebatterij (hybride of Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit.
15Instrumentenpaneel1Laadtoestand van de 12V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accu werkt niet goed (bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losse of afgescheurde dynamoriem). Voer (1) uit. Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:► Bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. ► Bij een auto met een automatische transmissie of een selectiehendel (elektrisch): plaats het wielblok tegen een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt.
Brandt permanent. Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. Bij een auto met een automatische transmissie of een selectiehendel (elektrisch): selecteer stand P. Zet het contact af en voer (2) uit. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier of de bagageruimte is niet goed gesloten.
Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding.
Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening. Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in geluidssignalering: reparatie vereist". Er is een storing in het geluidswaarschuwingssysteem.
De volgende rijhulpsystemen kunnen mogelijk niet volledig of niet worden gebruikt: – Verkeersbordherkenning. – Active Safety Brake/Waarschuwing bij kans op aanrijding. – Active Lane Departure Warning. – Waarschuwing voor de bestuurder. Voer (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De functie automatisch uitschakelen van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Voer (2) uit. Waarschuwingslampje Service brandt permanent en.
16Instrumentenpaneelonderhoudssleutel knippert, en brandt vervolgens permanent. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren. Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren. RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Voer (3) uit. Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Voer (2) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".
De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Schakel de elektrische parkeerrem in en houd deze 7 tot 15 seconden ingeschakeld, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. ► Bij auto's met een automatische transmissie of selectiehendel (elektrisch): selecteer P en plaats het meegeleverde wielblok tegen een van de wielen. Zie (2). Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld.
Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los.
► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los. Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is een storing in de stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Zelfdiagnosesysteem van de motor (Benzine, hybride of Diesel)Knippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Brandt permanent.
Er is sprake van een kleine motorstoring. Voer (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan.
17Instrumentenpaneel1Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Voer (3) uit. Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld. Bandenspanning te laagBrandt permanent.
De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3). VerkeersbordherkenningPermanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde.
Voorverwarmen motor (Diesel)Brandt tijdelijk(tot ongeveer 30 seconden bij lage temperaturen). Wanneer het contact wordt aangezet, als de weersomstandigheden en de motortemperatuur dit noodzakelijk maken. Wacht met starten totdat het waarschuwingslampje uit gaat.
Wanneer het waarschuwingslampje uit gaat, wordt de motor onmiddellijk gestart wanneer u:– bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak het koppelingspedaal ingetrapt houdt. – bij een auto met een automatische transmissie het rempedaal ingetrapt houdt. Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt houdt. Roetfilter (Diesel)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de kans op verstopping van het roetfilter. Het roetfilter is bijna verzadigd. Regenereer het roetfilter zodra de verkeersomstandigheden dit toelaten door met een snelheid van minimaal 60 km/u te rijden totdat het lampje uit gaat. Dieselbrandstoffilter (Diesel)Brandt permanent. Het dieselbrandstoffilter bevat water. Voer direct (2) uit. Kans op schade aan het brandstofinspuitsysteem.
AirbagsBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Voer (3) uit.
18InstrumentenpaneelAirbag vóór aan passagierszijde (ON)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet. Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveau (Benzine, hybride of Diesel)Brandt permanent, waarbij de reservehoeveelheid in rood wordt aangegeven, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad).
Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Tractiebatterij bijna leeg (Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal. De tractiebatterij is bijna leeg. Controleer de resterende actieradiusLaad de tractiebatterij zo snel mogelijk op. Schildpad-modus met beperkte actieradius (Elektrisch)Brandt permanent. De laadtoestand van de tractiebatterij is kritiek. Het motorvermogen neemt geleidelijk af. De tractiebatterij moet direct worden opgeladen.
Het systeem wordt geactiveerd en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Brandt permanent.
Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt. Active Lane Departure WarningKnippert. De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld. Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering). Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
19Instrumentenpaneel1Brandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Waarschuwing voor de bestuurder (Systeem voor detecteren van onoplettendheid)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.
Reinig de camera aan de voorzijde. ParkeerhulpKnippert. Het systeem heeft een obstakel gedetecteerd. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Parkeerhulpsensor bedekt met vuil: reinig de sensor, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de sensoren aan de voor- en/of achterzijde. Lane Positioning AssistBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Stop & Start (Benzine)Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet. Activeer het systeem opnieuw via het touchscreen. Brandt permanent.
Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:– lager dan 0 °C. – hoger dan +35 °C.
Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met een melding. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. e-Auto-stand (hybride)Brandt permanent, in combinatie met een melding. De e-Auto-stand is handmatig uitgeschakeld. De benzinemotor wordt niet uitgeschakeld bij de volgende keer dat het gaspedaal wordt losgelaten of de auto tot stilstand komt. Activeer de stand opnieuw via het touchscreen. AdBlue® (BlueHDi)Brandt ongeveer 30 seconden nadat de motor is gestart, in combinatie met een melding over het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius ligt tussen de 2400 en 800 km. Vul AdBlue® bij. Brandt permanent nadat het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius ligt tussen de 800 en 100 km. Vul AdBlue®meteen uit of voer (3) uit.
Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius is minder dan 100 km. U moetAdBlue® bijvullen om te voorkomen dat het starten wordt geblokkeerd of (3) uitvoeren.
20InstrumentenpaneelKnippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding dat het starten van de motor wordt geblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart. Vul AdBlue® bij om de motor opnieuw te kunnen starten of voer (2) uit. De tank moet worden bijgevuld met minimaal 10 liter AdBlue®. SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)Brandt permanent wanneer het contact wordt aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd. Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact wordt aangezet, in combinatie met het permanent branden van het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius.
Afhankelijk van de weergegeven melding kan er nog maximaal 1. 100 km worden gereden voordat de startblokkering wordt geactiveerd. Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat de motor niet kan worden gestart. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding die aangeeft dat de motor niet kan worden gestart. De startonderbreker voorkomt dat de motor weer start (de toegestane rijlimiet is overschreden na bevestiging van een storing van het emissieregelsysteem). Start de motor en zie (2). Voet op het koppelingspedaal (Benzine of Diesel)Brandt permanent. Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt. Trap het koppelingspedaal volledig in. Voet op het rempedaalBrandt permanent.
Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt. MistachterlichtBrandt permanent. De lamp brandt. GrootlichtassistentBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding.
Er is een storing in een functie of camera gedetecteerd. Voer (2) uit. Groene verklikkerlampjesStop & Start (Benzine of Diesel)Brandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Auto klaar om te rijden (Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden en de verwarmings- en airconditioningsfuncties zijn beschikbaar. Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Zitplaats bezet / Veiligheidsgordel vastgemaaktBrandt permanent.
De bestuurder of een passagier heeft de veiligheidsgordel vastgemaakt met het contact aan. Lane Positioning AssistBrandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie.
21Instrumentenpaneel1RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. ParkeerlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DimlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het touchscreen geactiveerd. De ring van de lichtschakelaar staat in de stand "AUTO". Zie het hoofdstuk Verlichting en zicht voor meer informatie. Mistlampen voorBrandt permanent. De mistlampen vóór zijn ingeschakeld. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. Zwarte/witte waarschuwingslampjesVoet op het koppelingspedaal (Benzine of Diesel)Brandt permanent. Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt. Trap het koppelingspedaal volledig in. Voet op het rempedaalBrandt permanent.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Citroën C4 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Citroën
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto