Citroën C5 Aircross (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Citroën C5 Aircross (2024) (296 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 72 mensen. Heb je een vraag over Citroën C5 Aircross (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Citroën |
| Categorie: | Auto |
| Model: | C5 Aircross (2024) |
Handleiding Citroën C5 Aircross (2024) – volledige tekst
Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Bekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://service.citroen.com/ACddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.ONLINEInstalleer de MyCitroën App-app (inhoud is online beschikbaar).Ook beschikbaar in de Scan MyCitroën-app (inhoud is offline beschikbaar).MOBIELE APPSTOEGANG TOT HET INSTRUCTIEBOEKJE
Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles CITROËN behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedNeem voor alle werkzaamheden aan uw auto contact op met een gekwalificeerde werkplaats die beschikt over de juiste technische informatie, vakkennis en apparatuur.
Toegang tot de menu's van het touchscreen (CITROËN Connect Radio of CITROËN Connect Nav)2. Stoelverwarming3. Toegang tot het menu Energy4. Ontwaseming van voorruit en zijruiten voorin5. Handmatige luchtrecirculatie in het interieur6. Achterruitverwarming7. Ventilatie uit8. Centrale vergrendeling9. Controlelampje voor Stop & Start of de stand e-Auto of voorkoelen / voorwarmen10. Alarmknipperlichten
6OverzichtHybridesysteem 1. Benzinemotor2. Elektromotor3. Geëlektrificeerde automatische transmissie met 6 versnellingen en dubbele koppeling (e-DCS6)4. 48V-tractiebatterij5. 12V-accu6. DC/DC-omvormer7. StartmotorDe 48V-hybridetechnologie hoeft niet te worden aangesloten om de tractiebatterij op te laden. Het hybridesysteem werkt niet continu, maar wordt ingeschakeld op basis van de toestand van de auto, de laadtoestand van de tractiebatterij, het thermische comfort van het interieur (inschakeling van de verwarming of airconditioning), de rijomstandigheden (accelereren, snelheid verminderen, remmen, starten van de motor) en de wegomstandigheden (omhoog, omlaag):– De auto start altijd op de benzinemotor om de katalysator zo efficiënt mogelijk te laten werken en om de remondersteuning te kunnen gebruiken.
– Onder normale rijomstandigheden werken de benzinemotor en de elektromotor samen of apart om het brandstofverbruik en de elektrische energie te optimaliseren of om de tractiebatterij op te laden. – Tijdens het accelereren geeft de elektromotor extra vermogen zodat de auto zo snel mogelijk het benodigde koppel kan leveren en het accelereren bij lage snelheden kan worden verbeterd. – Als de auto snelheid vermindert, laadt de elektromotor de tractiebatterij op door het afremmen van de auto. – Volledig elektrisch rijden is mogelijk bij parkeren, in gebieden met een maximumsnelheid van 30 km/h binnen de bebouwde kom, voor prettig rijden in de stad en op buitenwegen, en op snelwegen bij afremmen of heuvelaf rijden. De elektromotor is in de automatische transmissie geïntegreerd. De DC/DC-omvormer vormt de verbinding tussen de 12V-voeding voor accessoires en het 48V-tractievermogen.
De elektromotor ondersteunt de benzinemotor bij het starten en accelereren.Het elektrisch vermogen wordt geleverd door een oplaadbare tractiebatterij.StickersDeel "Ergonomie en comfort - Achterbank - Hoofdsteunen achter": Deel "Ergonomie en comfort - Voorzieningen vóór - Draadloze smartphonelader": Delen "Verlichting en zicht - Lichtschakelaar" en "In geval van pech - Een gloeilamp vervangen": Deel "Veiligheid - Algemene aanbevelingen voor de veiligheid - Elektrische accessoires installeren": Deel "Veiligheid - Kinderzitjes - De airbag vóór aan passagierszijde uitschakelen": Deel "Veiligheid - ISOFIX-bevestigingen": i-SizeTOP TETHER Deel "Rijden - Elektrische parkeerrem": Deel "Rijden - Stop & Start": Deel "Praktische informatie - Compatibiliteit van brandstoffen": Deel "Praktische informatie - Plug-in hybridesysteem": Deel "Praktische informatie - De tractiebatterij opladen (Plug-in hybride)": Deel "Praktische informatie - Motorkap": Deel "In geval van pech - Bandenreparatieset": Deel "In geval van pech - Reservewiel": Deel "In geval van pech- 12V-accu('s)": 24V12V
8Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn of haar auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg en schakel zo snel mogelijk naar de tweede versnelling. Schakel bij het accelereren bij voorkeur snel over naar een hogere versnelling. Met een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op.
Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Bij een hybride motor remt de auto efficiënter op de motor. Vertraag zo veel mogelijk en probeer zo veel mogelijk op de motor af te remmen om de tractiebatterij op te laden, zodat u langer volledig elektrisch kunt rijden en het brandstofverbruik daalt. Gebruik bij voorkeur de rijstand Eco.
Bij een EAT8-transmissie kunt u met de selectiehendel in stand D, behalve in stand Sport, de vrijloop gebruiken door uw voet langzaam helemaal van het gaspedaal te halen om zo brandstof te besparen. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen.
Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50 km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend. Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit.
Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, fietsendrager en aanhanger).
Gebruik bij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden. Gebruik de stand Sport niet te lang om het energieverbruik te beperken.
9Eco-rijdenbandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant. Bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke stoffen uit. Ga zo snel mogelijk naar een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats om de hoeveelheid stikstofoxide tot wettelijke niveaus te verlagen.
Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert. De actieradius van elektrische auto's optimaliserenHet stroomverbruik van de auto hangt grotendeels af van de route, snelheid en rijstijl, en van het gebruik van de verwarming / airconditioning. Probeer in de gebieden ECO en CHARGE op de vermogensmeter te blijven door gelijkmatig te rijden en een constante snelheid aan te houden. Hybride auto'sRem zo veel mogelijk op de motor af door het gaspedaal los te laten, zodat de auto zelf langzamer gaat rijden (bijvoorbeeld wanneer u van een helling rijdt of een stoplicht nadert).
Als het gaspedaal wordt losgelaten en de cursor van de vermogensmeter op het instrumentenpaneel nog steeds in het gebied CHARGE beweegt, wordt de energie optimaal teruggewonnen. Het terugwinnen van energie zorgt ervoor dat u de "passieve" rijfases efficiënt kunt gebruiken (afremmen). De teruggewonnen energie wordt gebruikt om de tractiebatterij op te laden en daarna voor volledig elektrisch rijden of voor accelereren gebruikt.
Als de tractiebatterij bijna helemaal is opgeladen, wint de auto geleidelijk minder energie terug. Plug-in hybrideauto'sSluit de auto zo snel mogelijk aan. Anticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk af met de functie voor regeneratief remmen om energie terug te winnen (vermogensmeter in het gebied CHARGE). Laat voordat u wegrijdt het interieur van de auto voorverwarmen of voorkoelen terwijl de laadkabel is aangesloten. Om het verbruik tijdens een rit te optimaliseren:► Programmeer een bestemming in het gps-navigatiesysteem van de auto. ► Selecteer de rijstand Hybride. ► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijna volledig is opgeladen. ► Gebruik de functie e-Save niet. ► Gebruik de verwarming/airconditioning op een verstandige manier.
10InstrumentenpaneelInformatie voor de bestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatie over de status van de diverse systemen van de auto die de bestuurder nodig heeft.Deze informatie wordt in de vorm van waarschuwings- en controlelampjes, en meldingen aangegeven. Afhankelijk van de uitrusting van de auto kan het instrumentenpaneel zijn:– Analoge meters met een lcd- of matrixdisplay.– Een volledig digitaal display.Instrumentenpaneel met meters Benzine of DieselMeters1. Snelheidsmeter (km/h of mijl/u)2. Brandstofniveaumeter 3. Koelvloeistoftemperatuurmeter (°C)4. Toerenteller (x 1000 t/min) 5. DisplayToetsenA. De onderhoudsindicator resettenWeergave logboek waarschuwingsmeldingenHerinnering onderhoudsinterval of de resterende actieradius met betrekking tot de AdBlue® en het SCR-systeem (mijl of km)Weergave bandenspanningsinformatieB. Dimmer algemene verlichtingC.
Dagteller resettenWeergave 1. Instellingen snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzerSnelheid voorgesteld door de functie Verkeersbordherkenning -functie2. Schakelindicator en/of hendelpositie, versnelling en indicator Sportmodus bij een automatische transmissie3. Weergavegebied: waarschuwingsmeldingen of meldingen over de status van functies, boordcomputer, digitale snelheidsmeter (mph of km/h), actieradius met de AdBlue® van het SCR-systeem (mijl of km) enz.4. Onderhoudsindicator en vervolgens kilometerteller (km of mijl)Deze functies worden na elkaar weergegeven na het aanzetten van het contact.5. Dagteller (km of mijl)Digitaal instrumentenpaneelDit instrumentenpaneel kan worden geconfigureerd.De inhoud en beschikbaarheid van informatie zijn afhankelijk van de geselecteerde weergavemodus en de uitvoering van de auto.MetersVoorbeeld in de weergavemodus "Meters":
Kort indrukken: weergave van het logboek met waarschuwingsmeldingen, herinneringen voor service of de resterende actieradius met betrekking tot de AdBlue® en het SCR-systeem (mijl of km) en weergave van bandenspanningsinformatie.Lang indrukken: resetten van de onderhoudsindicator of de dagteller (afhankelijk van de geselecteerde functie).WeergaveSommige lampjes hebben een vaste positie.
De positie van de andere lampjes kan wisselen.Voor bepaalde functies die zowel een controlelampje voor de ingeschakelde status als voor de uitgeschakelde status hebben, is slechts één specifieke positie beschikbaar.Permanent weergegeven informatieIn de standaardweergave toont het instrumentenpaneel het volgende:– op vaste posities:• Toerenteller (Benzine of Diesel).• Brandstofniveaumeter.• Koelvloeistoftemperatuurmeter (Benzine, Diesel of hybride).• Laadniveaumeter accu en indicator actieradius (Plug-in hybride).• Vermogensmeter (hybride of Plug-in hybride).• Dagtellers.– op variabele posities:
12Instrumentenpaneel• Informatie over de versnellingsbak / transmissie en de schakelindicator. • Digitale snelheidsmeter. • Status- of waarschuwingsmeldingen die kort worden weergegeven. Optionele informatieAfhankelijk van de geselecteerde weergavemodus en de ingeschakelde functies kan de volgende aanvullende informatie worden weergegeven:– Boordcomputer. – Rijhulpsystemen. – Snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar. – Media die wordt afgespeeld. – Navigatie-aanwijzingen. – Motorolieniveau en -temperatuur. – Energiestromen (hybride of Plug-in hybride). Het instrumentenpaneel personaliserenAfhankelijk van de uitvoering kan het instrumentenpaneel worden aangepast (kleur en/of weergavemodus). Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingen van het touchscreen.
Wanneer u reist naar een land met een andere officiële eenheid voor de afstanden en snelheidslimieten (km of mijl, km/h of mph), moet u de configuratie van de eenheden wijzigen. Voer deze handelingen om veiligheidsredenen uitsluitend uit bij stilstaande auto. De schermkleur kiezen► Druk op "Instellingen" in de bovenste balk van het touchscreen. ► Selecteer "Thema's". ► Kies een schermkleur. De weergavemodus wijzigenIn elke modus kan er specifieke informatie op het instrumentenpaneel worden weergegeven. ► Draai de rolknop links op het stuurwiel om de verschillende weergavemodi op het linkergedeelte van het instrumentenpaneel weer te geven en erdoorheen te bladeren. ► Druk op de rolknop om de modus te bevestigen. De nieuwe weergavemodus wordt direct toegepast. Als u niet op de rolknop drukt, wordt de geselecteerde weergavemodus automatisch na een paar seconden toegepast.
13Instrumentenpaneel1► Selecteer "Configuratie". ► Selecteer "Instellingen instrumentenpaneel". Met CITROËN Connect Nav► Druk op Instellingen in de balk van het touchscreen. ► Selecteer "OPTIES". ► Selecteer "Instellingen instrumentenpaneel". ► Selecteer voor elk te personaliseren gedeelte, links en rechts, het type gegevens met de betreffende bladerpijlen op het touchscreen:• "Rijhulpsystemen". • "Standaard" (leeg). • "G-meters" (afhankelijk van de uitvoering). • "Media". • "Navigatie". • "Boordcomputer". • "Hybridestromen" (afhankelijk van de uitvoering). • "Toerenteller" (afhankelijk van de uitvoering). ► Bevestig om de instelling op te slaan en af te sluiten. De informatie wordt meteen op het instrumentenpaneel weergegeven als de bijbehorende weergavemodus is geselecteerd.
Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht.
Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats. (3): Neem contact op met een CITROËN-dealer of een gekwalificeerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit.
14InstrumentenpaneelOververhitting van de tractiebatterij (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje STOP, een melding en een geluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing in de tractiebatterij (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit. Te hoge koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent. De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. MotoroliedrukBrandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit.
Systeemstoring (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in het hybridesysteem. Voer (1) en dan (2) uit. Kabel aangesloten (Plug-in hybride)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Laadtoestand van de 12V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accu werkt niet goed (bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losse of afgescheurde dynamoriem). Voer (1) uit. Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt, beveilig de auto dan op de volgende manier tegen wegrollen:► Bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.
► Bij een auto met een automatische transmissie: plaats de meegeleverde wielblokken voor en achter een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit.
Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met een melding die aangeeft om welk portier het gaat. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier of de bagageruimte is niet goed gesloten. Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. Bij auto's met een automatische transmissie: selecteer stand P. Zet het contact af en voer (2) uit. RemmenBrandt permanent.
15Instrumentenpaneel1Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding. Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening. Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Brandt permanent, in combinatie met een melding.
Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen specifiek waarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in geluidssignalering: reparatie vereist". Er is een storing in het geluidswaarschuwingssysteem. De volgende rijhulpsystemen kunnen mogelijk niet volledig of niet worden gebruikt: – Verkeersbordherkenning. – Active Safety Brake/Waarschuwing bij kans op aanrijding. – Lane Keeping Assist. – Waarschuwing voor de bestuurder. Voer (3) uit. Waarschuwingslampje Service brandt permanent en onderhoudssleutel knippert, en brandt vervolgens permanent. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren. Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren.
Laag brandstofniveauBrandt permanent (lampje of led), met de naald in het rode gebied (afhankelijk van de uitvoering), in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Als het lampje gaat branden, zit er nog ongeveer 6 liter brandstof in de tank (reservevoorraad).
Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Zelfdiagnosesysteem motorKnippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. AdBlue® (BlueHDi)Brandt ongeveer 30 seconden nadat de motor is gestart, in combinatie met een melding over het aantal kilometers dat u nog kunt rijden.
De actieradius ligt tussen de 2400 en 800 km. Vul AdBlue® bij. Brandt permanent nadat het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius ligt tussen de 800 en 100 km. VulAdBlue® meteen bij of voer (3) uit.
16InstrumentenpaneelKnippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius is minder dan 100 km. U moetAdBlue® bijvullen om te voorkomen dat het starten wordt geblokkeerd of (3) uitvoeren. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding dat het starten van de motor wordt geblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart. Vul AdBlue® bij om de motor opnieuw te kunnen starten of voer (2) uit. De tank moet worden bijgevuld met minimaal 10 liter AdBlue®. SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)Permanent wanneer het contact wordt aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd. Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet.
Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact wordt aangezet, in combinatie met het permanent branden van het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius. Afhankelijk van de weergegeven melding kan er nog maximaal 1. 100 km worden gereden voordat de startblokkering wordt geactiveerd. Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat de motor niet kan worden gestart. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding die aangeeft dat de motor niet kan worden gestart. De startonderbreker voorkomt dat de motor weer start (de toegestane rijlimiet is overschreden na bevestiging van een storing van het emissieregelsysteem). Start de motor en zie (2).
Voorverwarmen motor (Diesel)Brandt tijdelijk(tot ongeveer 30 seconden bij lage temperaturen). Wanneer het contact wordt aangezet, als de weersomstandigheden en de motortemperatuur dit noodzakelijk maken. Wacht met starten totdat het waarschuwingslampje uit gaat.
Wanneer het waarschuwingslampje uit gaat, wordt de motor onmiddellijk gestart wanneer u:– bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak het koppelingspedaal ingetrapt houdt. – bij een auto met een automatische transmissie het rempedaal ingetrapt houdt. Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt houdt. Dieselbrandstoffilter (Diesel)Brandt permanent. Het dieselbrandstoffilter bevat water. Voer direct (2) uit. Kans op schade aan het brandstofinspuitsysteem. Roetfilter (diesel)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de kans op verstopping van het roetfilter. Het roetfilter is bijna verzadigd. Regenereer het roetfilter zodra de verkeersomstandigheden dit toelaten door met een snelheid van minimaal 60 km/h, een motortoerental van minimaal 2.
500 omw/min te rijden totdat het waarschuwingslampje uit gaat. Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over een te laag additiefniveau voor het roetfilter. Het additiefreservoir is bijna leeg. Vul meteen bij: voer (3) uit. Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld. Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los.
17Instrumentenpaneel1► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los. Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Zie (2). Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer.
Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Trek aan de elektrische parkeerrem en houd deze 7 tot 15 seconden aangetrokken, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. ► Bij auto's met een automatische transmissie: selecteer P en plaats de meegeleverde wielblokken voor en achter een van de wielen. Zie (2). Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. Een storing in het antiblokkeersysteem. De auto kan normaal remmen. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld.
De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld. Knippert.
De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Zie (3). Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Zie (3). Waarschuwing bij kans op aanrijding/Active Safety BrakeKnippert. Het systeem wordt geactiveerd en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is via het touchscreen uitgeschakeld.
Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem.
18InstrumentenpaneelAls deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Brandt permanent. Het systeem wordt tijdelijk uitgeschakeld omdat de bestuurder en/of voorpassagier (afhankelijk van de uitvoering) zijn gedetecteerd maar de bijbehorende veiligheidsgordel is niet vastgemaakt. VerkeersbordherkenningPermanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Lane Keeping AssistKnippert. De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld.
Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering). Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Brandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Lane Positioning AssistBrandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Waarschuwing voor de bestuurder (Systeem voor detecteren van onoplettendheid)Brandt permanent.
Brandt permanent, in combinatie met de melding "Drive Assist-sensor vervuild: maak de sensor schoon, zie handleiding". De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de camera aan de voorzijde. Geluidssignaal voor voetgangers (hybride of Plug-in hybride)Brandt permanent. Storing in geluidssignaal gedetecteerd. Voer (3) uit. Airbag vóór aan passagierszijde (ON)Brandt permanent. De passagiersairbag vóór is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet.
Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). AirbagsBrandt permanent. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Zie (3).
19Instrumentenpaneel1Bandenspanning te laagBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3). ParkeerhulpKnippert. Het systeem heeft een obstakel gedetecteerd. Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding "Parkeerhulpsensor bedekt met vuil: reinig de sensor, zie handleiding".
De sensor wordt afgedekt. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. Reinig de sensoren aan de voor- en/of achterzijde. StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is een storing in de stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Voet op het koppelingspedaalBrandt permanent. Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt. Trap het koppelingspedaal volledig in. Stop & Start (Benzine of Diesel)Brandt permanent, in combinatie met een melding. Het Stop & Start-systeem is handmatig uitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet. Druk op de dashboardtoets om het systeem weer in te schakelen. Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is automatisch uitgeschakeld.
De volgende keer dat de auto tot stilstand komt, wordt de motor niet afgezet bij een buitentemperatuur:– lager dan 0 °C. – hoger dan +35 °C. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Knippert en brandt vervolgens permanent, in combinatie met een melding.
Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. e-Auto-stand (hybride)Brandt permanent, in combinatie met een melding. De e-Auto-stand is handmatig uitgeschakeld. De benzinemotor wordt niet uitgeschakeld bij de volgende keer dat het gaspedaal wordt losgelaten of de auto tot stilstand komt. Druk op de dashboardtoets om de stand weer in te schakelen. MistachterlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. Groene verklikkerlampjesStop & StartBrandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Auto klaar om te rijden (Plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden.
Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt.
20InstrumentenpaneelPark AssistBrandt permanent. De functie is geactiveerd. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Hill Assist Descent ControlBrandt permanent. Het systeem is geactiveerd, maar er wordt niet voldaan aan alle voorwaarden voor de regeling (hellingspercentage, te hoge snelheid, ingeschakelde versnelling). Knippert. De functie regelt de snelheid van de auto. De auto wordt afgeremd; de remlichten gaan branden tijdens de afdaling. Lane Positioning AssistBrandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeem is in werking. Zie het hoofdstuk Rijden voor meer informatie. Automatische ruitenwissersBrandt permanent. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. ParkeerlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld.
DimlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het touchscreen geactiveerd (menu Rijverlichting/Auto). De lichtschakelaar staat in de stand "AUTO". Zie het deel Verlichting en zicht voor meer informatie. Mistlampen vóórBrandt permanent. De mistlampen vóór zijn ingeschakeld. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. eSave-functie (plug-in hybride)Permanent, samen met de gereserveerde actieradius. De eSave-functie is geactiveerd. Zwarte/witte waarschuwingslampjesHill Assist Descent ControlBrandt permanent. (grijs) De functie is geactiveerd, maar de werking is onderbroken omdat de snelheid te hoog is. Verlaag de rijsnelheid tot lager dan 30 km/h. MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en/of tijd (maanden of dagen).
Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven.
Afhankelijk van de uitvoering van de auto:– De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand sinds de verstreken onderhoudsdatum, voorafgegaan door het teken -. – Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken. De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert. In overeenstemming met het onderhoudsschema van de auto kan het onderhoud bestaan uit: – Een jaarlijks bezoek. – Een complete onderhoudsbeurt.
21Instrumentenpaneel1OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact. Er kan nog 3. 000 tot 1. 000 km of 60 tot 21 dagen worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km of 21 dagen worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. (Bij uitvoeringen met de BlueHDi-dieselmotor, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. )Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudsindicator resettenNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator weer op nul gezet worden. ► Zet het contact af. ► Houd deze toets ingedrukt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Citroën C5 Aircross (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Citroën
Alle Citroën Auto handleidingen