Bosch Kelvin WR8 Handleiding


Pagina's 12 Nederlands Ketel & boiler

Bekijk de handleiding van Bosch Kelvin WR8 gratis online of download de PDF. 57 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

6 720 607 885 (2009/05) NL
WR8..P...
WR11..P...
Met piëzo-ontsteking en dubbel veiligheidssysteem
bestaande uit controletoestel voor rookgas en
temperatuursensor voor warmtewisselaar.
Voor uw veiligheid:
Bij gaslucht:
- Geen elektrische schakelaars bedienen.
- Niet telefoneren in de gevarenzone.
- Gaskraan sluiten.
- Ramen openen en ruimte verluchten.
- Contact opnemen met installateur of gasbedrijf .
Ontvlambare materialen en vloeistoffen niet in de buurt van
het toestel gebruiken of bewaren.
Gas-warmwaterbron
Installatie- bedieningshandleiding
Installatie en onderhoud mogen alleen door een erkende
technicus worden uitgevoerd.
Voor een onberispelijke en veilige werking van het toestel is
het nodig, regelmatige onderhoudsbeurten uit te voeren.
Bij vorstgevaar toestel uitschakelen en aftappen.Indien het
toestel na een koude periode weer wordt ingeschakeld,
zonder dat het voordien werd afgetapt, controleren of er
warm water wordt aangemaakt.Het toestel bij problemen
onmiddellijk uischakelen en een gekwalificeerde technicus
contacteren.

Beoordeel deze handleiding


Alle foutcodes Bosch Ketel & boiler 14 foutcodes uit 4 handleidingen, met hun betekenis.

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Ketel & boiler
Model: Kelvin WR8

Handleiding Bosch Kelvin WR8 – volledige tekst

6 720 607 885 (2009/05) NLWR8..P...WR11..P...Met piëzo-ontsteking en dubbel veiligheidssysteembestaande uit controletoestel voor rookgas entemperatuursensor voor warmtewisselaar.Voor uw veiligheid:Bij gaslucht:- Geen elektrische schakelaars bedienen.- Niet telefoneren in de gevarenzone.- Gaskraan sluiten.- Ramen openen en ruimte verluchten.- Contact opnemen met installateur of gasbedrijf .Ontvlambare materialen en vloeistoffen niet in de buurt vanhet toestel gebruiken of bewaren.Gas-warmwaterbronInstallatie- bedieningshandleidingInstallatie en onderhoud mogen alleen door een erkendetechnicus worden uitgevoerd.Voor een onberispelijke en veilige werking van het toestel ishet nodig, regelmatige onderhoudsbeurten uit te voeren.Bij vorstgevaar toestel uitschakelen en aftappen.Indien hettoestel na een koude periode weer wordt ingeschakeld,zonder dat het voordien werd afgetapt, controleren of erwarm water wordt aangemaakt.Het toestel bij problemenonmiddellijk uischakelen en een gekwalificeerde technicuscontacteren.

2 6 720 607 8852. 5 Rookgasleiding. 62. 6 Inbedrijfname. 63. Bediening en onderhoud3. 1 Werking. 63. 2 Regeling van de watertemperatuur. 63. 3 Instelling van het toestel. 63. 4 Onderhoud. 73. 5 Rookgassonde. 73. 6 Omstelling op andere gassoorten. 73. 7 Problemen. 84. Bediening. 121. Technische gegevens en afmetingen1. 1 Categorie, type en vergunning1. 2 AlgemeenDeze boiler is uitgerust met een piëzo-systeem. Gewaarborgde veilgheid door:- gasdichte ionisatiedetector dat het ontsnappen van gasvoorkomt als er geen vlam is. - veiligheidsinrichting voor rookgas dat het toestel uitschakeltals het afvoerkanaal niet goed werkt. - temperatuurbegrenzer die de warmtewisselaar beveiligdtegen oververhitting. De warmtewisselaar heeft geen beschieting van tin of lood. Automatische waterklep van polyamide versterkt metglasvezel, 10.

0% geschikt voor recyclingZelfs bij een schommelende toevoerdruk zorgt deautomatische regulering van waterdoorstroming voor eenconstant debiet. De proportionele aanpassing van gas- en waterdebieten zorgtvoor een gelijkmatige temperatuurgradiënt. Gasklep met instelbare output via een schuifregelaar. 1. 3 Samenstelling van de technische coderingInhoudW Gas-warmwaterbronR Proportionele vermogensregeling8 Capaciteit (l/min)P Piëzo-ontsteking31 Vloeibaar gas (butaan/propaan)S. Landcode1. Technische gegevens en afmetingen1. 1 Categorie, type en vergunning. 21. 2 Algemeen. 21. 3 Samenstelling van de technische codering. 21. 4 Afmetingen. 31. 5 Technische installatie. 31. 6 Technische gegevens. 42. Installatie2. 1 Installatieruimte. 52. 2 Montage van het toestel. 52. 3 Wateraansluiting. 52. 4 Gas aansluiting.

56 720 607 8852. InstallatieHet toestel kan uitsluitend gekocht worden in landen die ophet typeplaatje vermeld worden. 2. 1 InstallatieruimteAanpassen aan nationale regelgeving. Het toestel dient opgesteld te worden in een goedgeventileerde ruimte en mag niet worden blootgesteld aantemperaturen onder het nulpunt. Ter voorkoming van roestvorming mag de verbrandingsluchtmag geen corrosieve bestanddelen bevatten. Bestanddelendie gelden als corrosievormend zijn o. a. halogeenkoolwaterstoffen voorkomend in bijv. oplosmiddelen,verf, kleefmiddelen, drijgassen voor spuitbussen enverschillende huishoudelijke reinigingsmiddelen. Waar nodigdienen gepaste maatregelen genomen te worden. Met uitzondering van het afvoerkanaal ligt deoppervlaktetemperatuur van het toestel onder de 85 °C. Erhoeven daarom geen speciale veiligheidsmaatregelengenomen te worden.

Installeer het toestel zoals weergegeven in afbeelding 5. Installeer het toestel op een locatie die niet blootgesteldwordt aan temperaturen onder het nulpunt. Indien dit nietmogelijk is,dient het toestel uitgeschakeld en afgetapt te worden als demogelijkheid bestaat dat deze bevriest. Installeer het toestel niet in ruimtes waar het vrije volumeminder is dan 8 m3. De ruimte waar het toestel geïnstalleerd moet worden, dientvoorzien te worden van bereiken waar verse lucht naar binnenkan komen zoals in de onderstaande tabel. De minimumuitrustig is boven opgesomd. Er moet echterrekening gehouden worden met de specialeuitrustingsonderdelen per land. 2. 2 Montage van het toestelTemperatuurregelaar en vermogensregelaar eruit trekken. Detwee zijpanelen naar voor trekken en tegelijkertijd naar bovenwegnemen.

Koud- en warmwaterbuizen passend markeren, omverwisselingen te vermijden. Hydraulische aansluitingen van de buizen aan het waterblokmet behulp van de meegeleverde aansluituitrustinguitvoeren. Om problemen door plotse drukveranderingen aan de inlaatte vermijden wordt de montage van een terugslagklep aande inlaat van het toestel aangeraden. 2. 4 Gas aansluitenZorg ervoor dat geen vuil in de gasinlaat kan komen. Bepaal de diameter van de pijp die overeenkomt met deoutput van de boiler met ogenblikkelijke werking die hiergeïnstalleerd wordt. Monteer de gaskraan zo dichtbij het toestel als mogelijk. Afbeelding 4Toestel Minimaal nuttig oppervlak WR8/11 ≥ 60 cm2.

6 6 720 607 8852. 6 InbedrijfnameDoorgangskleppen voor water en gas openen en dichtheidvan alle leidingen controleren. De onberispelijke werking van de rookgascontrolecontroleren, volgens de aanwijzingen onder punt “3. 5rookgassonde”. 3. Bediening en onderhoud3. 1 WerkingDeze boiler is uitgerust met piëzo-ontsteking waardoor hettoestel eenvoudig ingebruikgenomen kan worden. Ten eerste verplaatst deze de outputregelaar van deuitgeschakelde positie naar de positie voor onsteking (zieafbeelding 6). Druk eerst de knop van de schuifregelaar in en vervolgensde piëzo-knop. Laat de schuifregelaar na ca. 15 secondenlos; herhaal de handeling als de spaarvlam niet blijft branden. Het is mogelijk dat de ontsteking mislukt vanwege deaanwezigheid van lucht in de gastoevoerpijp, met name bijde eerste ingebruikneming of na lange rustperiodes.

Houdde knop van de outputregelaar in dit geval volledig ingedrukttot de gasleiding geheel gezuiverd is. Schuif de schuifregelaar voor het gas geheel naar rechtsom een maximale output te bereiken. De output wordtverkleind, indien de schuifregelaarvoor het gas naar linksgeschoven wordt. Om het energieverbruik te optimaliseren dient deoutputregelaar op de minimaal vereiste output ingesteld teworden. Als deze procedure beëindigd is, vindt de ontsteking van dehoofdbrander steeds automatisch plaats als eenwarmwaterkraan ingeschakeld wordt, omdat de spaarvlamcontinu brandt. Indien u de boiler wilt uitschakelen, dient de schuifregelaarvolledig naar links geschoven te worden. Na enkele secondengaat de spaarvlam uit. Als de mogelijkheid bestaat dat het toestel bevriest, dienthet uitgeschakeld en afgetapt te worden. Gevaar: het gebied voor de brander kan zeer hogetemperaturen bereiken.

Draaien met de wijzers van de klok mee reduceert dedoorvoer en verhoogt de temperatuur; draaien tegen dewijzers van de klok in verhoogt de doorvoer en reduceert detemperatuur. Bij de laagste watertemperatuurinstelling overeenkomstighet verbruik reduceert zich het energieverbruik en dewaarschijnlijkheid van kalkafzettingen in deverbrandingskamer. 3. 3 Instelling van het toestelAlle boilers met ogenblikkelijke werking zijn in de fabriekingesteld en hoeven niet aanvullend aangepast te worden. *Boilers die LPG (liquefied petroleum gas, d. w. z. butaan/propaan) zijn ingesteld op de bedrijfsdruk zoals vermeld ophet identificatieplaatje (28-30/37 mbar). Toestellen op aardgas zijn ingesteld op een Wobbe-indexvan 15 kWh/m3 en een toevoerdruk van 20 mbar. * Afgedichte en verzegelde onderdelen dienen zo teblijven. Afbeelding 5 minimumafmetingen (in cm)2.

5 RookgasleidingHet is strikt noodzakelijk dat alle boilers met ogenblikkelijkewerking door middel van een gasdichte aansluitingaangesloten zijn op een afvoerkanaal met de juisteafmetingen. Het afvoerkanaal dient gemaakt te zijn van gegalvaniseerdijzer, aluminium, roestvrij staal of polyesterbeton. Montagezoals weergegeven in afbeelding 5. Gebruik een flexibele of starre pijp en monteer deze in desok van het afvoerkanaal. De externe diameter van de pijpdient iets kleiner te zijn dan de afmetingen zoals die vermeldstaan in de tabel met afmetingen van het toestel.

76 720 607 8853. 4 OnderhoudHet onderhoud mag uitsluitend door een gekwalificeerdetechnicus worden uitgevoerd. Na een bedrijfsduur van één tot twee jaar, moet een grootonderhoud plaatsvinden. De verbrandingskamer, de brander, de pilootbrander en hetwaterblokfilter moeten volledig gereinigd worden. Het toestelmag zonder geïnstalleerd waterfilter niet in werking wordengenomen. Indien nodig moeten verbrandingskamer en aansluitleidingenbinnenin ontkalkt worden. Vervolgens het gas- en waterblok op dichtheid controlerenen alle functies controleren. Bij reparaties alleen originele onderdelen gebruiken. 3. 5 RookgassondeDe sonde nooit uitschakelen, wijzigen of door een anderdeel vervangen.

Functie en veiligheidsmaatregelenDeze sonde bewaakt de rookgasfunctie en schakelt hettoestel bij een gestoorde werking hiervan automatisch uit,waardoor wordt verhinderd, dat uitlaatgassen in de ruimtedringen waarin de warmwaterbron is aangebracht. Na eenafkoelperiode neemt de sonde het bedrijf weer op. Indien het toestel zich tijdens het bedrijf uitschakelt, de ruimteverluchten. Na ongeveer tien minuten het toestel weerinschakelen. Indien de storing zich herhaald, moet u zich toteen erkende technicus wenden. De gebruiker mag aan hettoestel niets veranderen. Onderhoud *Bij een defecte sonde volgende stappen uitvoeren:- Bevestigingsschroef van de sonde losdraaien- Klem van de ontstekingsinrichting verwijderenDefect onderdeel vervangen en nieuw onderdeel inomgekeerde volgorde zoals boven beschreven inbouwen.

Controle van de werking *Om de onberispelijke werking van de rookgassonde tecontroleren, volgende stappen uitvoeren:- rookgasafvoerkanaal verwijderen;- vervangen door een aan het uiteinde gesloten pijp(ongeveer 50cm lang);- de pijp moet verticaal aangebracht zijn;- toestel bij nominaal vermogen en met detemperatuurregelaar op maximale temperatuur in werkingzetten. Onder deze voorwaarden moet het toestel zich na tweeminuten uitschakelen.

De pijp verwijderen en hetrookgaskanaal weer inbouwen. * Deze maatregelen mogen alleen door erkende installateursworden uitgevoerd. 3. 6 Omstelling op andere gassoortenAlleen originele gasombouwsets gebruiken. De omstellingmag uitsluitend door een gekwalificeerde technicus wordenuitgevoerd. De originele ombouwsets worden met deinbouwhandleiding geleverd.

8 6 720 607 885Met een * gemarkeerde punten mogen alleen door gekwalificeerd vskpersoneel worden uitgevoerd.3.7 ProblemenInstallatie, onderhoud en reparatie mogen alleen door erkende technici worden uitgevoerd.De volgende tabel biedt eenpaar oplossingen voor eenvoudige problemen:Probleem Oorzaak OplossingSpaarvlam blijft branden. Geblokkeerde spaarbrander Reinigen.*Meerdere pogingen nodig om spaarvlam aan tekrijgen.Gele spaarvlam.Water niet warm genoeg. Controleer stand van keuzeschakelaar voor output en stel dezenaar wens in.Water wordt niet echt verhit, vlam doven. Gastoevoer onvoldoende. Reductor controleren en vervangen, indien ongeschikt ofbeschadigd.Controleren, of de gasflessen (butaan) tijdens de werkingbevriezen, als dit het geval is, op een minder koude plek plaatsenDe brander schakelt zich tijdens de werking van hettoestel uit.Temperatuurbegrenzer is geactiveerd.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch Kelvin WR8 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden