Bosch Celcius WT 13 AM1 E Handleiding
Pagina's 28 Nederlands Ketel & boiler
Bekijk de handleiding van Bosch Celcius WT 13 AM1 E gratis online of download de PDF. 98 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Alle foutcodes Bosch Ketel & boiler 14 foutcodes uit 4 handleidingen, met hun betekenis.
Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | Celcius WT 13 AM1 E |
Handleiding Bosch Celcius WT 13 AM1 E – volledige tekst
6 720 607 7262InhoudsopgaveInhoudsopgaveVeiligheidsinstructies 3Uitleg van de symbolen 31 Voorschriften 41.1 CE-conformiteitsverklaring 41.2 CW-label 42 Algemeen 52.1 Typeaanduiding 52.2 Beschrijving 52.3 Leveringsomvang 52.4 Toebehoren 53 Technische gegevens 63.1 Afmetingen 63.2 Schema en functies 73.3 Elektrisch schema 83.4 Werking van het toestel 83.5 Technische gegevens 94 Rookgasafvoer 104.1 Collectief Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoersysteem 104.2 Rookgasafvoer accessoires 104.2.1 Montage van adapter en restrictiering 165 Installatie 175.1 Belangrijk 175.2 Opstellingsplaats 175.3 Minimale afstanden 175.4 Montage ophangbeugel 175.5 Installatie 185.6 Wateraansluitingen 185.7 Gasaansluiting 185.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen 185.9 Montage kranenset 186 Elektrische aansluitingen 196.1 Aansluiting 197 Gebruik 207.1 Bedienen van het toestel 207.2 In/uitschakelen geiser 207.3 Temperatuurregeling 217.4 Storing 218 Gasregeling 228.1 Fabrieksinstellingen 228.2 Gasdrukafstelling 228.3 Optimalisatie 238.4 Ombouw naar een andere gassoort 239 Onderhoud 249.1 Onderhoud 249.2 Opstarten na onderhoud 249.3 Bij vorst 249.4 Vervangen doorstroombegrenzer 249.5 Zekeringen vervangen in de besturingsunit 2510 Storingen en oplossingen 2610.1 Storing/Oorzaak/Oplossing 2611Meetgegevens WT 10/13 AM 1 E “Celsius” 27
6 720 607 726Veiligheidsinstructies3VeiligheidsinstructiesWat te doen bij gasgeur:Bgaskraan dichtdraaien. Bramen openen. Bgeen elektrische schakelaars bedienen. Balle open vuren doven. Bhet gasbedrijf, uw installateur waarschuwen. Installatie, wijzigingenBHet installeren en wijzigen van de installatie van het toestel mag alleen uitgevoerd worden door een erkend installateur. OnderhoudBVoor het juist functioneren van het toestel, dient het onderhoud regelmatig door een erkend installateur te worden verricht. BEen controle c. q. onderhoudsbeurt is jaarlijks aan te bevelen. BEr mogen alleen originele vervangingsonderdelen gebruikt worden. Explosieve en ontvlambare materialenBOntvlambare materialen (papier, oplosmiddelen, inkt, enz. ) mogen niet in de nabijheid van het toestel opgeslagen worden.
Verbrandingslucht en omgevingsluchtBOm corrosie te voorkomen moeten verbrandingslucht en omgevingslucht vrij zijn van agressieve stoffen (bijvoorbeeld halogene koolwaterstoffen met chloor en fluoride verbindingen). KlanteninformatieBInformeer de klant over de functie en bediening van het toestel. BWaarschuw klanten tegen uitvoering van wijzigingen of reparaties door henzelf. Uitleg van de symbolenDe verschillende waarschuwingstypes dienen om de risicograad aan te geven als de maatregelen voor verminderen van de schade niet worden opgevolgd. • wordt gebruikt om het risico van VOORZICHTIGlichte materiaalschade aan te geven. • wordt gebruikt om het risico WAARSCHUWINGvan licht letsel of meer ernstige materiaalschade aan te geven• wordt gebruikt om het risico op GEVAARLIJKernstig letsel aan te geven dat in sommige omstandigheden dodelijk kan zijn.
De praktische informatie bevat belangrijke informatie die niet persé risico voor mensen of het toestel zelf impliceren. De veiligheidsinstructies in de tekststaan in een grijze achtergrond enworden in de marge aangegeven dooreen driehoek met een uitroepteken.
6 720 607 7264Voorschriften1 VoorschriftenDe overheidsnormen moeten in acht worden genomen.1.1 CE-conformiteitsverklaringAfb. 1Dit toestel voldoet aan de eisen uit de Europese richtlij-nen90/396/EEC, 92/42/EEC, 73/23/EEC. 89/336/EEC enkomt overeen met de specificaties zoals beschreven in hetCE-certificaat.1.2 CW-labelAfb. 2CW: Dit is een prestatielabel dat aangeeft dat het toe-stel bij de bereiding van warmwater voldoet aan bepaalde toepassingsklassen voor Comfort Warm Water, aangeduid met de cijfers 1 t/m 6.CW-label 2 (WT10): Toestel is geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met ten minste 2,5 l/min. van 60 °C.- een douchefunctie vanaf ten minste 6 l/min. van 40 °C.CW-label 3 (WT13): Toestel is geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met ten minste 3,5 l/min. van 60 °C.- een douchefunctie vanaf ten minste 6 l/min. tot ten minste 10 l/min.
6 720 607 7268Technische gegevens3. 3 Elektrisch schemaAfb. 5 Elektrisch schema5temperatuursensor6turbine92 gasblok117 ontstekingselektrode118 ionisatie-elektrode119 maximaal thermostaat ( 104 °C)226 ventilator228 drukverschilschakelaar3. 4 Werking van het toestelWarm waterOpen de gasklep en de waterklep en zorg ervoor dat alle afdichtingen hermetisch afgesloten zijn. Zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) op "1" zodat het toestel gereed is voor gebruik. Wanneer een warmwaterkraan opengedraaid wordt, wordt de waterdebietsensor ( turbine) geactiveerd en zendt deze een signaal naar de besturingsunit. Dit signaal activeert het volgende:• de ventilator begint te draaien• tegelijkertijd worden er vonken geproduceerd en gaat de gasklep open (Afb. 5, pos. 92). • de brander start• de ionisatie-elektrode (Afb. 5, pos.
118) regelt de status van de vlam• de watertemperatuur wordt automatisch geregeld door de sensoren/regelaars al naar gelang de gekozen temperatuur. Veiligheidsstop wanneer de veiligheidsperiode overschreden wordtAls er geen vlam is binnen de vereiste veiligheidsperiode (15 sec. ), wordt er een veiligheidsstop gegenereerd. Bijvoorbeeld: de aanwezigheid van lucht in de gastoevoerleiding (wanneer het toestel gebruikt wordt na lange perioden zonder activiteit bijvoorbeeld), kan de ontsteking vertragen. In dit geval voorkomt de beveiliging de werking als de pogingen tot ontsteking te lang duren. Veiligheidsstop vanwege een te hoge watertemperatuurDe besturingsunit detecteert de verwarmingstemperatuur via de temperatuursensor die gemonteerd is in de warmwateruitlaatleiding en de maximaalthermostaat in de warmtewisselaar.
Wanneer een hoge temperatuur gedetecteerd wordt, wordt een veiligheidsstop gegenereerd. Veiligheidsstop vanwege een te laag luchtdrukverschilDe drukverschilregelaar detecteert de drukverschillen buiten de ventilator en activeert een veiligheidsstop wanneer er onvoldoende luchttransport gedetecteerd wordt.
6 720 607 726Technische gegevens93.5 Technische gegevensTechnische kenmerken Eenheid WT10 WT13Nominaal vermogen kW 17,4 22,6Minimaal vermogen kW 7 7Modulatiebereik % 36 - 100 30 - 100Nominale belasting* kW 21,4 26,3Minimale belasting* kW 9 9GasdrukAardgas L mbar 25 25Propaan P mbar 29/50 29/50GasverbruikAardgas L (G25)* m3/h 2,5 2,9Propaan P (G31) kg/h 1,9 2,1WaterMaximum waterdruk** bar 12 12Minimum waterdruk bar 0,3 0,3Minimum debiet l/min 3,2 3,2Debiet bij T 25 °C (Bijmenging a/d kraan) l/min 10 13∆Debiet bij T 35°C (Bijmenging a/d kraan) l/min 8 10∆Debiet bij T 50°C l/min 5,5 7∆CW-toepassingsklasse 2 3RookgassenDebiet rookgassen*** kg/h 50 60Rookgastemperatuur bij maximale ventilatordruk (4 m)*** ºC 170 170Rookgastemperatuur bij minimale ventilatordruk (0,37 m)*** ºC 220 230Diameter RGA-adapter concentrisch mm 60/100 60/100Diameter RGA-adapter concentrisch bocht 90° mm 60/100 60/100Diameter RGA-adapter parallel mm 80/80 80/80Elektrische aansluitingSpanning (50 Hz) V 230 230Opgenomen vermogen W 65 65Beschermingstype (IP) IPX4D IPX4DAlgemene gegevensGewicht kg 22 22Hoogte mm 670 700Breedte mm 340 388Diepte mm 220 220Tabel 5* Hi 15°C - 1013 mbar - droog; aardgas Wobbe-index 11,5 kWh/m³) ** Rekening houdend met het uitzetten van water mag deze waarde niet overschreden worden.*** Bij nominaal vermogen
6 720 607 72610Rookgasafvoer4 Rookgasafvoer4.1 Collectief Luchttoevoer Verbran-dingsgasafvoersysteemDe Bosch ventilatorgeiser is geschikt voor de meeste Collectieve Luchttoevoer- Verbrandingsgasafvoer sys-temen. (CLV systemen).Concentrische en parallelle CLV systemen moeten vol-doen aan de Gastec criteria QA 138 en half CLV syste-men (ook wel CRI of CRB systemen genoemd) moeten voldoen aan de Gastec QA 163 criteria.Voor het bepalen van de geoptimaliseerde diameters van het systeem, afgestemd op de toepassing van de geisers, kunt u contact opnemen met Bosch.Afb. 6 Opbouw verticale en concentrische dakdoor-voer naar toestel4.2 Rookgasafvoer accessoiresAfb. 7 Opbouw verticale en concentrische dakdoor-voer naar toestelAfb. 8 Opbouw verticale en concentrische dakdoor-voer met adapter en parallel naar toestelAfb. 9 Opbouw concentrische muurdoorvoer met adapter direct op het toestelAfb.
10 Opbouw concentrische balkondoorvoer en concentrisch naar toestelBepaling rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem ventilatorgeisersBij de bepaling van de rookgasafvoer-luchttoevoersys-teem van de Bosch ventilatorgeisers dient te worden voldaan aan de plaatselijke en landelijke installatievoor-schriften, met name de NEN 1078 en de NPR 3378.De Bosch ventilatorgeisers kunnen worden toegepast als:• Open toestel: Dit zijn toestellen waarbij de lucht voor de verbranding rechtstreeks uit de ruimte waar het toestel hangt, wordt gehaald.•Gesloten toestel: Dit zijn toestellen waarbij de lucht voor de verbranding rechtstreeks van buiten wordt
6 720 607 726Rookgasafvoer11gehaald en de verbrandingsgassen rechtstreeks naar buiten worden gebracht.Toepassing als open toestelDe Bosch ventilatorgeisers die als open toestel worden gebruikt voldoen aan klasse B.Voor de bepaling van de rookgasafvoer-diameter moet onderscheid gemaakt worden in:• Gesloten opstellingsruimte: NEN 1078 en de NPR 3378.• Open opstellingsruimte: NEN 1078 en de NPR 3378.Voor de bijbehorende uitmondingsgebieden van de rookgasafvoer dient u de tekeningen te gebruiken als aangegeven in de NEN 1078 en de NPR 3378.Toepassing als gesloten toestelDe Bosch ventilatorgeisers die als gesloten toestel worden gebruikt voldoen aan klasse C. Voor de bepaling van de rookgasafvoer-/lucht-toevoerdiameter dient u de volgende berekeningswijze te hanteren.De drukval in het luchttoevoerkanaal, het rookgasafvoerkanaal en de muur- of dakdoorvoerset mag maximaal 90 Pa zijn.
Bij de hogere drukval zal het toestel niet in bedrijf komen.Bepaal in eerste instantie de uitvoeringsvorm van het rookgasafvoer-/luchttoevoersysteem aan de hand van de tekeningen zoals aangegeven in figuur7 t/m 9. De nummers, corresponderen met de positienummers zoals vermeld in tabel6: "Rookgasafvoermaterialen Bosch ventilatorgeisers".Afb. 11Opbouw concentrische muurdoorvoer en adapter met verlengstukken
6 720 607 726Rookgasafvoer15Voorbeeldberekening rookgasafvoer/luchttoevoersysteem Bosch ventilatorgeiserGegevens: ventilatorgeiser WT10De totale weerstand is kleiner dan 90 Pa, dus akkoord. Controle droge lengte:Ook dient nog bepaald te worden of de rookgassen zullen condenseren in het rookgasafvoerkanaal. Ga hiervoor als volgt te werk:• Gebruik omrekeningstabel 9 om de vervangingslengte van de bochten te bepalen. • Bepaal de omgevingstemperatuur op de plaats waar de rookgasafvoer loopt. • Controleer of de bepaalde vervangingslengte groter of kleiner is dan de waarden aangegeven in de tabel 10 of 11, respectievelijk voor 0 en 15° omgevingstemperatuur. Voor de bepaling van de droge lengte is de totale lengte (tabel 9) van de rookgasafvoer 3 m + 1 x 0,25 m = 3,25 mVolgens tabel 11 zal bij concentrisch 60/100 en omgevingstemperatuur van 15 °C, er na ca. 4,0 m condens optre-den.
In dit geval is het dus niet nodig om de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen. Indien deze waarden worden overschreden dient men de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rookgasafvoer te plaatsen, zodanig dat het condenswater niet in de ventilatorgeiser terechtkomt. Indien deze waarden worden overschreden dient men de rookgasafvoer te isoleren of een condensopvang in de rook-gasafvoer te plaatsen. Gegevens: Bosch ventilatorgeiser WT10 concentrische RGA-aansluitingAantal/ meters Weerstand ( tabel 7) Totale weerstandConcentr. buis 60/100 3 3 x 14. 3 42. 9Bocht 60/100 1 1 x 16. 5 16. 5Dakdoorvoer 60/100 1 1 x 25. 0 2584. 4 PaTabel 8. x meter lengte rookgasvoer. meter. x bochten 90° in rookgasafvoer x 0,25 m/bocht. meter. x bochten 45° in rookgasafvoer x 0,25 m/bocht. meter. x bochten concentrisch x 0,25 m/bocht.
6 720 607 72616Rookgasafvoer4. 2. 1 Montage van adapter en restrictieringAfhankelijk van de rookgasafvoerleiding en de installa-tieomstandigheden kan het nodig zijn een restrictiering te monteren (Afb. 12 pos. 2) onder de adapter (Afb. 12 pos. 1). De adapter wordt niet met het toestel meegele-verd en dient besteld te worden. Om er zeker van te zijn dat het toestel goed functio-neert, moet de juiste restrictiering gebruikt worden (zie tabel 12, 13 en 14). Afb. 12 Adapter met restrictieringRestrictieringen voor concentrische RGA confi-guratieRestrictieringen voor parallele RGA configuratieBPlaats de restrictiering (Afb. 12, pos. 2) tussen adap-ter en toestel. BDe adapter monteren met bijgeleverde schroeven.
6 720 607 726Installatie175 Installatie5. 1 BelangrijkBRaadpleeg voor het installeren het gasbedrijf en de geldende wetgeving m. b. t. gastoestellen en ventilatie ter plaatse. BInstalleer een gaskraan zo dicht mogelijk bij het toestel. BNa aansluiting op de hoofdgasleiding moet het toestel getest worden op gaslekkage. Om beschadiging door drukoverschrijding in het gasblok te voorkomen moet dit worden uitgevoerd terwijl de gasklep gesloten is. BZorg ervoor dat het geïnstalleerde toestel geschikt is voor het geleverd type gas. BZorg ervoor dat het debiet en de druk voor de geïnstalleerde regelaar overeenkomen met de aanduiding voor verbruik door het toestel (zie technische gegevens in tabel 5). 5. 2 Opstellingsplaatsbepaling opstellingsplaatsBVoldoe aan de eisen die specifiek zijn voor elk land. BDe geiser mag niet boven een warmtebron geïnstalleerd worden.
BNeem de minimale installatieafmetingen in acht die staan vermeld in Afb. 13. BHet toestel mag niet geïnstalleerd worden op plaatsen waar de omgevingstemperatuur onder de 0°C kan zakken. Wanneer er risico op vorst bestaat, moet het toestel afgesloten en afgetapt worden (Afb. 23). Luchttoevoer BHet luchttoevoerrooster moet zich in een goed geventileerde ruimte bevinden. BOm corrosie te voorkomen is het verboden om producten als oplosmiddelen, inkt, ontvlambare gassen of lijm in de buurt van het luchttoevoerrooster op te slaan. Tevens schoonmaakmiddelen met halogene koolwaterstoffen en andere producten die corrosie kunnen veroorzaken dienen uit de buurt van het luchttoevoerrooster opgeslagen te worden. Op plekken waar deze voorwaarden onmogelijk vervuld kunnen worden, moet een alternatieve plaats voor luchttoevoer en rookgasafvoer gekozen worden.
3 Minimale afstandenBepaal de plaats voor de installatie met in achtneming van de volgende beperkingen:BLaat geruime afstand tussen uitstekende delen zoals slangen en buizen, enz. BZorg voor een goede toegankelijkheid voor onderhoudswerk en neem de minimale afstanden in acht zoals aangegeven in Afb. 13. Afb. 13 Minimale afstandenAVoorzijde 2 cm, zijkant 1 cm≥ ≥B≥ 40 cm5. 4 Montage ophangbeugelBPlaats de ophangbeugel op het gekozen installatie-punt. BMarkeer de plaats voor de bevestigingsgaten op de muur en boor de gaten. BBevestig de ophangbeugel aan de muur door middel van de meegeleverde schroeven en pluggen. iInstallatie, elektrische aansluiting, gasinstallatie, aansluiting koud- en warm- waterleidingen en opstarten dienen uitsluitend door de erkende installateur te worden uitgevoerd. iHet toestel kan alleen verkocht worden in de landen die op het typeplaatje staan aangegeven.
Voorzichtig: zorg er voor dat dekoudwatertemperatuur naar het toestelniet warmer is dan 60°C. Bijvoorbeeld bij toepassing van een voorgeschakelde zonneboiler. iZorg voor een juiste positionering van de ophangbeugel ten opzichte van water, gas, en afvoerleidingen.
14 Verwijder het klepje aan de voorzijdeBTrek de mantel aan de onderzijde naar voren.BBevestig het toestel in verticale positie.5.6 WateraansluitingenBMarkeer de warm- en koudwaterleidingen om verwarring te voorkomen.BSluit de warm- en koudwaterleiding aan door middel van de flexibele aansluitleidingen.BOm problemen te voorkomen die veroorzaakt worden door plotselinge veranderingen van de waterleidingdruk wordt aanbrengen van een terugslagklep geadviseerd bij de installatie van het toestel.5.7 GasaansluitingDe gasaansluiting moet voldoen aan de GAVO NEN1078.Diameter van de gasleiding volgens GAVO NEN1078 bepalen.Gaskraan aanbrengen.
Gasleiding moet inwendig schoon zijn.5.8 Installatie rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingenLeidingen moeten geïnstalleerd worden volgens de instructies.BEenmaal aangesloten moet de leiding geïnspecteerd worden en gegarandeerd zijn dat alles goed is afgedicht.5.9 Montage kranensetOptioneel is voor de geiser een kranenset leverbaar. Deze kranenset maakt het mogelijk direct onder de gei-ser warm water te tappen. Zie voor montage de bij de kranenset geleverde instructie.Om de set volledig te maken dient separaat een uitloop te worden bestelt. (zie tabel 3).Afb. 15 KranensetVoorzichtig: mogelijke beschadiging veroorzaakt door vreemde voorwerpen!BZorg dat de leidingen schoon zijn en zonder bramen.Voorzichtig: BLaat de geiser nooit rusten op de gas- of wateraansluitingen.
6 720 607 726Elektrische aansluitingen196 Elektrische aansluitingenHet toestel is voorzien van een gelabeld netsnoer. Alle wetgeving, controles en beveiligingen zijn goed getest in de fabriek en zijn klaar voor gebruik.6.1 AansluitingBSluit de netsnoer aan op een geaard stopcontact.Gevaar: elektrische ontlading!BVoordat gewerkt wordt aan de elektrische installatie moet de stroom uitgeschakeld worden.iDe elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd volgens de huidige regels met betrekking tot elektrische installaties in huizen.
6 720 607 72620Gebruik7 GebruikAfb. 161resetknop2temperatuurkiezer3hoofdschakelaar4brander-LED7.1 Bedienen van het toestelBZorg ervoor dat het gastype dat staat gespecificeerd op het typeplaatje hetzelfde is als het gas dat ter plekke wordt geleverd.BOpen de gaskraan.BOpen een warm waterkraan.7.2 In/uitschakelen geiserInschakelenBDraai de hoofdschakelaar in de positie 1.Het temperatuurkiezer geeft aan tot welke temperatuur het water verwarmd wordt.Afb. 17UitschakelenBDraai de hoofdschakelaar in de positie 0.Voorzichtig: BHet opstarten van de geiser moet ge-schieden door de erkende installateur die de klant alle informatie verschaft die nodig is voor correct gebruik.
6 720 607 726Gebruik217.3 TemperatuurregelingOm de uitstroomtemperatuur van het water te regelen:BDraai de temperatuurkiezer op de gewenste waarde.Afb. 18BOpen daarna een warmwaterkraan.7.4 StoringIn geval van storing brandt het rode lampje op de resetknop (Afb. 16, pos 1).
Druk de resetknop kort in om het toestel opnieuw op te laten starten.Om de storing te identificeren dient u hoofdstuk 10 van deze handleiding te raadplegen.Raadpleeg bij herhaling van de klacht uw installateur.iDe temperatuurinstelling op de regelaar komt overeen met de warmwater- uitstroomtemperatuur.iWanneer u een temperatuur kiest die hoger is dan die mogelijk is met het vermogen van de geiser, dan kan de gekozen temperatuur niet bereikt worden:BIn dat geval dient u het uitstroomdebiet te verminderen door de warmwaterkraan niet maximaal open te zetten.Voorzichtig: Bde voorzijde van de brander kan zeer hoge temperaturen bereiken en er bestaat gevaar voor brandwonden bij contact.
6 720 607 72622Gasregeling8 Gasregeling8.1 FabrieksinstellingenAardgasGeisers die ontworpen zijn voor aardgas L (G25)worden in de fabriek verzegeld voor de levering nadatde waarden op het typeplaatje zijn gecontroleerd.Vloeibaar gasGeisers op propaan/butaan (G31) dienen ter plaatse teworden omgebouwd. Maak hierbij gebruik van debeschikbare ombouwsets.Het vermogen dient te worden afgesteld volgensparagraaf 8.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.Het vermogen dient te worden afgesteld volgens para-graaf 6.2. Gebruik hiervoor een digitale drukmeter.8.2 GasdrukafstellingVerwijderen van de besturingsunitBVerwijder het voorpaneel van het toestel (zie bladzijde 18).BDruk gelijktijdig op beide lipjes (A) en trek aan de besturingsunit.Afb. 19 Verwijderen van de besturingsunitBDraai de besturingsunit een kwartslag.BHang de besturingskast aan de daarvoor bestemde haken op.Afb.
3) om de druk te regelen voor het bereiken van de waarden die staan aangegeven in tabel 15.iVerzegelde onderdelen mogen nietgewijzigd worden.iGeisers mogen niet ontstoken worden wanneer de gasvoordruk minder is dan 20mbar en meer dan 30 mbar is.Gevaar: BDe volgende handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.
6 720 607 726Gasregeling23Minimale gasdebietregelingHoofdschakelaar in positie 0. BStel de temperatuurregelaar (Afb. 16, pos. 2) in op 55°C. BDruk op de branderstatus-LED (Afb. 16, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) in positie I. Het toestel is in laaglast-bedrijf en de branderstatus-LED knippert. BOpen de warmwaterkraan. BGebruik de stelschroef (Afb. 21, pos. 2) om de druk in te stellen op de waarden die staan aangegeven in Tabel 15. 8. 3 OptimalisatieDoor een optimalisatie uit te voeren kan het toestel zich-zelf bijstellen als de omstandigheden veranderen. Deze handeling dient te worden uitgevoerd na het verstellen/ instellen van de gasdrukken. BSchakel het toestel uit. BStel de temperatuurkiezer in op 45. BHoud de brander-LED ingedrukt en schakel het toe-stel in ( knippernde brander-LED). BLaat de brander-LED los. BTap water gedurende 5 minuten.
BSchakel het toestel uit. BSluit de waterkraan. BSchakel het toestel in. 8. 4 Ombouw naar een andere gas-soortGebruik alleen originele onderdelen. Het ombouwen mag alleen worden uitgevoerd door de erkende installateur. Originele onderdelen worden geleverd met installatie-instructie. BSluit de gasklep. BZet de hoofdschakelaar uit en verwijder de afdekplaat. BDemonteer de brander. Afb. 22BDemonteer beide injectorgroepen en vervang deze. BZet de brander weer in elkaar. BControleer de koppelingen op gaslekkage. BZet de temperatuurregelaar (Afb. 16, pos. 2) op 40°C (LPG) of 35°C (aardgas). BDruk op de branderstatustoets (Afb. 16, pos. 4) en zet de hoofdschakelaar (Afb. 16, pos. 3) in positie I. BHoud de branderstatustoets ingedrukt tot de resetknop (Afb. 16, pos. 1) knippert. BStel de gasdrukken juist af ( zie par. 8. 2). BVermeld de gastypewijziging op het typeplaatje van het toestel.
6 720 607 72624Onderhoud9 OnderhoudBDe geiser dient minimal 1 maal per twee jaar worden nagekeken en indien nodig ontkalkt. BHet ontkalken kan soms meermalen per jaar nodig zijn. BGebruik alleen originele reserveonderdelen en toebehoren. BVervang verwijderde pakkingen en O-ringen door een nieuw exemplaar. 9. 1 OnderhoudControle van de functiesBZorg ervoor dat alle beveiligingen, regel- en controle-elementen in goede staat zijn. WarmtewisselaarBControleer de warmtewisselaar. BAls deze vuil is:– Demonteer de kamer en verwijder de regelaar. – Reinig de kamer met een hoge drukwaterstraal. BAls het vuil blijft zitten: dompel de vuile delen in warm water met een reinigingsmiddel en maak ze voorzichtig schoon. BIndien noodzakelijk: ontkalk het binnenste van de warmtewisselaar en de aansluitleidingen. BMonteer de warmtewisselaar weer met nieuwe pakkingen. BMonteer de regelaar weer op de steun.
Brander BInspecteer de brander elk jaar en reinig hem als dit nodig is. BBij sterke vervuiling demonteer de brander en dompel hem in warm water met een reinigingsmiddel en maak hem voorzichtig schoon. Waterfilter voor turbineBSluit de watertoevoer. BDemonteer de koudwatertoevoerleiding. BReinig het waterfilter. 9. 2 Opstarten na onderhoudBOpen alle aansluitingen weer. BLees hoofdstuk 7 “Gebruik” en/of hoofdstuk 8 “Gas-regeling”. BControleer de branderdruk. Zie paragraaf 8. 2. BControleer de luchttoevoer- en rookgasafvoerbuis aan de voorzijde van de schoorsteen. BContoleer op gaslekages. 9. 3 Bij vorstAls er gevaar bestaat voor vorst, ga dan als volgt te werk:BSluit de watertoevoer naar de geiser af. BOpen een warmwaterkraan. BDraai de aftapschroef (Afb. 23 pos. 3) los die op de koudwateraansluitleiding (Afb pos. 1) zit. BLaat al het water uit het toestel stromen. Afb.
6 720 607 726Onderhoud259.5 Zekeringen vervangen in de bestu-ringsunitDe branderstatus-LED (Afb. 16, pos. 4) moet branden wanneer de geiser aangesloten is.Zo niet, dan is er vermoedelijk een zekering of beide zekeringen defect.Vervang deze als volgt:BSchroef de afdekplaat van de besturingsunit los (Afb. 24, pos. 1).Afb. 24 besturingsunitBVervang de defecte zekering(en) (Afb. 24, pos. 2).BMonteer de afdekplaat en de mantel.Bcontroleer de werking van de geiser.BBij herhaling van de klacht adviseren wij u contact op te nemen met de fabrikant.
6 720 607 72626Storingen en oplossingen10 Storingen en oplossingen10.1 Storing/Oorzaak/Oplossing* Bij herhaling van de storing adviseren wij u contact op te nemen met uw leverancier of fabrikant.Storing Oorzaak OplossingEr is geen ontsteking in de geiser en het bedieningspaneel werkt niet.Geen elektrische voeding.De besturingsunit is defect of een zekering is doorgebrand.Controleer of de stekker in het stop-contact steekt.Vervang de zekering of de bestu-ringsunit (zie Hoofdstuk 9.5).*De geiser is geblokkeerd. De temperatuursensoren zijn ver-keerd aangesloten.Controleer de warmtesensoren.Er is geen ontsteking. Verkeerde aansluiting van:• turbine• temperatuurregelaar • drukverschilschakelaar.Controleer de aansluitingen.Er is een vonk, maar de brander start niet en de geiser blijft geblok-keerd.Geen ionisatiesignaal.
Controleer:• de gasaansluiting.• de gasdruk• de ontsteking (ionisatie-elek-trode en de spoelen op het (gas-blok).De geiser krijgt pas na diverse pogingen een ontsteking.Lucht in de gasleiding. Ontluchten. *Tijdens de werking stopt de bran-der en blokkeert de geiser.Drukverschilschakelaar geacti-veerd.De temperatuursensor is verkeerd aangesloten.De temperatuursensor detecteert een oververhitting.Controleer de rookgasafvoer.Verwijder mogelijke vervuiling uit de rookgasafvoer.Controleer de aansluiting van de drukregelaarControleer de aansluiting.Laat de geiser afkoelen en probeer opnieuw.Tabel 16
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch Celcius WT 13 AM1 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Bosch
Alle Bosch Ketel & boiler handleidingen