Boretti MLIQX604 Handleiding

Boretti Fornuis MLIQX604

Bekijk gratis de handleiding van Boretti MLIQX604 (37 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Boretti MLIQX604 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/37
GEBRUIKERSHANDLEIDING
MLIQX604
MLHBI805
MLHXI805
MLHXI806
MLHXI905
cod.208136 - 28.02.2023

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Boretti
Categorie: Fornuis
Model: MLIQX604

Handleiding Boretti MLIQX604 – volledige tekst

2Beste klant,Beste klant,Beste klant,Beste klant,Beste klant,Wij danken u en feliciteren u met uw voorkeur voor een van onze producten. Wijzijn er zeker van dat dit nieuwe apparaat, vervaardigd met kwaliteitsmaterialen, opde best mogelijke manier aan uw eisen zal voldoen. Het gebruik van deze nieuwe apparatuur is eenvoudig. Wij verzoeken u echter dit boekje aandachtig te lezen alvorens het apparaat te installeren en te gebruiken. Dit boekje geeft de juiste informatie over de installatie, het gebruik en het onderhoud, alsmede nuttige adviezen. BORETTIBORETTIBORETTIBORETTIBORETTIALGEMENE WAARSCHUWINGLees deze handleiding voordat u het apparaat installeert en gebruikt. Dehandleiding moet samen met het apparaat worden bewaard voor eventuele latereraadpleging.

Indien het apparaat wordt verkocht of overgedragen aan een anderepersoon, zorg er dan voor dat de handleiding erbij is, zodat de nieuwe gebruiker opde hoogte is van de werking en de relevante waarschuwingen. Het productlabel, met het serienummer, is op de bodem van de kookplaatgeplakt.

De De De De De fabrikant fabrikant fabrikant fabrikant fabrikant wijst wijst wijst wijst wijst alle alle alle alle alle verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid af af af af af in in in in in geval geval geval geval geval van van van van van schade schade schade schade schade aan aan aan aan aan goederen goederen goederen goederen goederen of of of of of personen personen personen personen personen als als als als als gevolg gevolg gevolg gevolg gevolg van van van van van een een een een een onjuiste onjuiste onjuiste onjuiste onjuiste installatie installatie installatie installatie installatie of of of of of een een een een een onjuist, onjuist, onjuist, onjuist, onjuist, verkeerd verkeerd verkeerd verkeerd verkeerd of of of of of onredelijk onredelijk onredelijk onredelijk onredelijk gebruik van het apparaat.

gebruik van het apparaat. gebruik van het apparaat. INSTALLATIEAlle handelingen in verband met de installatie, afstelling en aanpassingaan het type elektrische aansluiting moeten worden uitgevoerd doorgekwalificeerd personeel volgens de geldende voorschriften. De specifieke instructies worden beschreven in het deel van dehandleiding dat bestemd is voor de installateur. Verklaring van conformiteit:Verklaring van conformiteit:Verklaring van conformiteit:Verklaring van conformiteit:Verklaring van conformiteit:verklaren wij dat onze producten voldoen aan de Europese richtlijnen,besluiten en verordeningen, alsmede aan de eisen die in dereferentienormen zijn aangegeven.

3INHOUDSOPGAVE1. 1 InleidingInleidingInleidingInleidingInleiding. 4. 1. 2 Productlabel. Productlabel. Productlabel. Productlabel. Productlabel. 41. 3 Vernatwoordelijkheid fabrikant. Vernatwoordelijkheid fabrikant. Vernatwoordelijkheid fabrikant. Vernatwoordelijkheid fabrikant. Vernatwoordelijkheid fabrikant. 41. 4 VoorzorgsmaatregelenVoorzorgsmaatregelenVoorzorgsmaatregelenVoorzorgsmaatregelenVoorzorgsmaatregelen. 41. 5 Doel van het apparaatDoel van het apparaatDoel van het apparaatDoel van het apparaatDoel van het apparaat. 41. 6 Schade aan het toestel. Schade aan het toestel. Schade aan het toestel. Schade aan het toestel. Schade aan het toestel. 51. 7 Schade voor personenSchade voor personenSchade voor personenSchade voor personenSchade voor personen. 51. 8 VerwijderingVerwijderingVerwijderingVerwijderingVerwijdering. 62.

4WAARSCHUWINGEN1. 1 1. 1 1. 1 1. 1 1. 1 InleidingInleidingInleidingInleidingInleidingDeze gebruikershandleiding is een integraal onderdeel van het apparaat en moet gedurende de gehele levensduur van het apparaat intact en binnen handbereik van de gebruiker worden bewaard. In geval van verlies is zij in elektronisch formaat beschikbaar op aanvraag bij de fabrikant van het apparaat. Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt. 1. 2 Productlabel1. 2 Productlabel1. 2 Productlabel1. 2 Productlabel1. 2 ProductlabelOp het identificatieplaatje staan de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het identificatieplaatje mag nooit worden verwijderd. 1. 3 Verantwoordelijkheid van de fabrikant1. 3 Verantwoordelijkheid van de fabrikant1. 3 Verantwoordelijkheid van de fabrikant1. 3 Verantwoordelijkheid van de fabrikant1.

3 Verantwoordelijkheid van de fabrikantDe fabrikant wijst alle verantwoordelijkheid af voor schade aan personen en goederen veroorzaakt door:• Gebruik van het apparaat anders danbedoeld. • Niet-naleving van de instructies in degebruikershandleiding. • Knoeien met ook maar één onderdeelvan het apparaat. • Het gebruik van niet-origineleonderdelen. 1. 4 Voorzorgsmaatregelen1. 4 Voorzorgsmaatregelen1. 4 Voorzorgsmaatregelen1. 4 Voorzorgsmaatregelen1. 4 Voorzorgsmaatregelen• WAARSCHUWING: schakel hetapparaat uit als het oppervlak gebarsten is,om de mogelijkheid van een elektrischeschok te voorkomen. • Potten en pannen met een ruwe bodemkunnen krassen maken op deglaskeramische kookplaat. Gebruik alleenpotten en pannen met een gladde bodem. • Bij het spuiten van spuitbussen, lichtontvlambare vloeistoffen of brandbarematerialen kunnen deze ontbranden.

• Bij het afdekken van de kookplaat bestaathet gevaar dat het afdekmateriaalontbrandt, versplintert of smelt als hetcontact per ongeluk wordt ingeschakeld ofde restwarmte wordt verwijderd. Dek dekookplaat niet af met bijvoorbeeldafdekplaten, een doek of beschermfolie. • Als een elektrisch apparaat in deonmiddellijke nabijheid van de kookplaatwordt gebruikt, bijvoorbeeld een blender,zorg er dan voor dat het netsnoer niet incontact komt met de kookplaat. Deisolatie van het netsnoer kan beschadigdraken. • Als de kookplaat is verzonken achter dedeur van een meubel, neem hem danalleen in gebruik met de deur van hettoestel open. Sluit de toesteldeur alleenwanneer de restwarmte-indicatielampjesuit. • Het elektromagnetische veld van dekookplaat wanneer deze aanstaat, kan dewerking van magnetiseerbare voorwerpen(creditcards,. ) beïnvloeden. • LET OP: Het kookproces moet ondertoezicht plaatsvinden.

51. 5 Doel van het apparaat1. 5 Doel van het apparaat1. 5 Doel van het apparaat1. 5 Doel van het apparaat1. 5 Doel van het apparaat• Dit apparaat is bedoeld voor het kokenvan voedsel in een huiselijke omgeving. Elkander gebruik is ongepast. • Het apparaat is niet ontworpen om tewerken met externe timers ofafstandsbedienings systemen. • Deze kookplaat is niet bedoeld voorgebruik buitenshuis. • Deze kookplaat is bedoeld voor gebruikin huis. • Gebruik de kookplaat niet op niet-stationaire locaties (bijv. op schepen). • Dit apparaat kan worden gebruikt doorkinderen vanaf 8 jaar en personen metbeperkte lichamelijke, zintuiglijke ofgeestelijke vermogens of met gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezichtstaan of instructie hebben gekregen overhet veilige gebruik van het apparaat en degevaren ervan begrijpen.

• Altijd te gebruiken binnen de grenzen vannormaal huishoudelijk gebruik, NIET voorprofessioneel gebruik, om gerechten tebereiden en warm te houden. Elk andergebruik is NIET toegestaan. • Personen die vanwege hun lichamelijke,zintuiglijke of geestelijke vermogens ofvanwege hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn de kookplaat veiligte gebruiken, mogen dit niet doen zondertoezicht en begeleiding van eenverantwoordelijk persoon. • Deze personen mogen het apparaat alleengebruiken als hun duidelijk is uitgelegd hoehet werkt om het veilig te kunnengebruiken. Het is belangrijk dat zij weten teherkennen en te begrijpen welke gevarenkunnen voortvloeien uit een verkeerdgebruik van het toestel1. 6 Schade aan het toestel1. 6 Schade aan het toestel1. 6 Schade aan het toestel1. 6 Schade aan het toestel1. 6 Schade aan het toestel• Breng geen wijzigingen aan in hetapparaat.

• Gebruik geen agressieveschoonmaakmiddelen of scherpe metalenschrapers om het glas te reinigen,aangezien deze krassen maken op hetoppervlak, waardoor het glas kanversplinteren. • Schade aan de kookplaat kan deveiligheid van de gebruikers in gevaarbrengen. Controleer of er geen zichtbarebeschadigingen zijn. Gebruik nooit eenbeschadigd apparaat. • WAARSCHUWING: Koken zondertoezicht op een kookplaat met vet of oliekan gevaarlijk zijn en tot brand leiden. • Probeer NOOIT een brand te blussenmet water, maar schakel het apparaat uiten dek de vlam vervolgens af metbijvoorbeeld een deksel of een blusdeken. • Vlammen kunnen de vetfilters van deafzuigkap ontsteken. Bereid geenflambeergerechten onder de afzuigkap. • Gebruik de kookplaat niet omconserven te bereiden of blikken teverwarmen. Koken om conserven tebereiden of het verwarmen van geslotenblikken kan leiden tot barsten dooroverdruk.

• Gebruik nooit twee pannen op éénkookzone. • Verwarm geen lege potten of pannen. • Als het netsnoer beschadigd is, moethet door de fabrikant, zijn serviceagent ofgelijk gekwalificeerde personen wordenvervangen om gevaar te voorkomen. • WAARSCHUWING: Brandgevaar:Bewaar geen voorwerpen op dekookoppervlakken. • Stoomreiniger mag niet wordengebruikt. WAARSCHUWINGEN.

61. 7 Schade aan personen1. 7 Schade aan personen1. 7 Schade aan personen1. 7 Schade aan personen1. 7 Schade aan personen• WAARSCHUWING voor personen metpacemakers: houd er rekening mee dat inde onmiddellijke nabijheid van het apparaateen elektromagnetisch veld wordtopgewekt wanneer het in werking is. Demogelijkheid van de kans dat de werkingvan de pacemaker wordt beïnvloed is zeerklein. Neem bij twijfel contact op met defabrikant van de pacemaker of met uw arts. • WAARSCHUWING: Het apparaat en detoegankelijke onderdelen ervan wordentijdens het gebruik heet. Voorkom dat ude verwarmingselementen aanraakt. • Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit debuurt als ze niet voortdurend ondertoezicht staan. • Kinderen mogen niet met het apparaatspelen. • Houd kinderen uit de buurt van hetapparaat totdat het volledig is afgekoeld. Zo is er geen gevaar voor brandwonden.

• Reiniging en gebruikers onderhoudmogen niet door kinderen zonder toezichtworden uitgevoerd. • Schakel na gebruik het kook element uitmet de bediening ervan en vertrouw nietop de pannen detector. • Het toestel in werking is zeer heet enblijft ook na het uitschakelen nog enige tijdheet. • Metalen voorwerpen zoals messen,vorken, lepels en deksels mogen niet op dekookplaat worden geplaatst, omdat ze heetkunnen worden. • Verkeerd uitgevoerde reparaties ofinstallatie- en onderhoudswerkzaamhedenkunnen de gebruiker ernstig in gevaarbrengen. •Zorg ervoor dat het apparaat correct isgeïnstalleerd en geaard door eengekwalificeerde technicus. 1. 8 Verwijdering1. 8 Verwijdering1. 8 Verwijdering1. 8 Verwijdering1. 8 VerwijderingDit apparaat moet gescheiden van ander afval worden afgevoerd (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG).

Om het apparaat af te voerenOm het apparaat af te voerenOm het apparaat af te voerenOm het apparaat af te voerenOm het apparaat af te voeren• Knip de voedingskabel door enverwijder de kabel samen met destekker. Elektrische spanning Gevaar voor Elektrische spanning Gevaar voor Elektrische spanning Gevaar voor Elektrische spanning Gevaar voor Elektrische spanning Gevaar voor elektrocutieelektrocutieelektrocutieelektrocutieelektrocutie• Schakel de stroomtoevoer van hetelektrische systeem uit. • Maak de voedingskabel los van hetelektrische systeem. • Breng het apparaat naar deaangewezen inzamelingscentra voorelektrisch en elektronisch afval, of leverhet apparaat bij aankoop vangelijkwaardige apparatuur in bij dedetailhandelaar, op basis van eengelijkwaardige ruil. • Er zij op gewezen dat voor deverpakking van het apparaat niet-vervuilende en recycleerbarematerialen worden gebruikt.

7INSTALLATIE 2.2.2.2.2. Afmetingen ingebouwde kookplatenAfmetingen ingebouwde kookplatenAfmetingen ingebouwde kookplatenAfmetingen ingebouwde kookplatenAfmetingen ingebouwde kookplaten•Het werkbladfineer moet worden geprepareerd met een hittebestendige lijm (100°C)zodat het niet kan loslaten of vervormen. De eindwandprofielen moeten hittebestendigzijn.ABCDDEEFAFMETINGEN :C(mm)D(mm)E(mm)F(mm)min 50 780 100 20-60Respecteer de minimale afstand van 50 mm tot de achterwand en een minimale afstand van 100 mm naar rechts of links tot een eventuele zijwand. Hieronder de tabel met de waarden van A en B, die afhankelijk zijn van het type inbouwkookplaat.Hobs Model A (mm)B (mm)MLIQX604 560 490MLHXI805MLHBI805MLHXI806745 490MLHXI905 860 490

8INSTALLATIEWaarschuwingen voor de installatieWaarschuwingen voor de installatieWaarschuwingen voor de installatieWaarschuwingen voor de installatieWaarschuwingen voor de installatie• In geval van verlies is de handleiding in elektronisch formaat beschikbaar op aanvraag bij de fabrikant. •Maak de inkeping in het werkblad volgens de afmetingen ten opzichte van het model (ziefiguur op de andere pagina). •Respecteer de minimale afstand van 50 mm tot de achterwand en een minimale afstand van100 mm naar rechts of links in de richting van een mogelijke zijwand. •Deze kookplaat voldoet aan de huidige veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik kan schade veroorzaken aanaan goederen en/of personen. •Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voordat u de kookplaat in gebruik neemt, want deze bevat belangrijke aanwijzingen voor installatie, veiligheid, gebruik en onderhoud van het apparaat.

•De naleving ervan voorkomt gevaren voor personen en schade aan materialen. • ewaar de gebruiksaanwijzing en overhandig deze aan eventuele andere gebruikers. B•De isolatie van de vaste bedrading die het apparaat voedt, moet bijvoorbeeld worden beschermd, door isolatiekous met een passende temperatuurclassificatie of de isolatie van de De vaste bedrading die het apparaat voedt, moet een passende temperatuurclassificatie hebben. •Metalen voorwerpen die in een lade onder het apparaat worden bewaard, kunnen gaan gloeien als deapparaat gedurende langere tijd wordt gebruikt. •Bewaar geen metalen voorwerpen in een lade die zich direct onder de kookplaat bevindt. •De kookplaat kan niet worden ingebouwd boven een vaatwasser, een wasdroger, een wasmachine, eenkoelkast, een vriezer, een oven of een fornuis zonder ventilator voor de koeling van het apparaat.

•Indien een vast apparaat niet is voorzien van een snoer of stekker, moet er een voorziening zijn voor loskoppeling van het voedingsnet met een contactscheiding in alle polen die zorgen voor volledige uitschakeling onder overspanningscategorie III moet worden opgenomen in de vaste bedrading in overeenstemming met de bedradingsvoorschriften van het land waar het apparaat is geïnstalleerd. •Voor Australië en Nieuw-Zeeland is deze verbreking in overeenstemming metAS/NZS 3000.

93. 1 Elektrische aansluiting3. 1 Elektrische aansluiting3. 1 Elektrische aansluiting3. 1 Elektrische aansluiting3. 1 Elektrische aansluitingElectri voltagektrische : Gevaar van elektrocutie•Laat de elektrische aansluiting uitvoeren door gekwalificeerd technisch personeel. •De aardaansluiting is verplicht volgens de methoden die zijn voorzien in deveiligheidsvoorschriften van het elektrische systeem. •Schakel de algemene voeding uit. •De installatie en aansluiting van het apparaat mag alleen worden uitgevoerd dooreen erkend elektricien. Neem contact op met een elektricien die op de hoogte isvan de plaatselijke regels en aanvullende voorschriften van de plaatselijkeelektriciteitsmaatschappij en zorg ervoor dat de werkzaamheden conform dezeregels worden uitgevoerd. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schadeveroorzaakt door onjuiste installatie of aansluiting van het apparaat.

Om schadeaan het apparaat te voorkomen, mag het pas na de installatie van de apparaten ende afzuigkap worden ingebouwd. •De elektrische veiligheid van het apparaat is alleen gegarandeerd als het isaangesloten op een aardleiding die aan de voorschriften voldoet. Het is van grootbelang te controleren of aan deze voorwaarde is voldaan, aangezien dit eenfundamenteel uitgangspunt is. Laat in geval van twijfel de installatie door eengespecialiseerd technicus controleren. De fabrikant is niet verantwoordelijk voorschade veroorzaakt door de afwezigheid of onderbreking van de aardleiding. •Let op (conformiteit) met fase en neurale verdeling van huisaansluiting en toestel(aansluitschema's), anders kunnen componenten beschadigd worden. De garantiedekt geen schade als gevolg van onjuiste installatie. 3. 2 Algemene informatie3. 2 Algemene informatie3. 2 Algemene informatie3. 2 Algemene informatie3.

•Het identificatieplaatje met technische gegevens, serienummer en markering iszichtbaar op het apparaat aangebracht. •Het apparaat werkt op 220-240V of 380-415V, afhankelijk van het type aansluiting. •Voorzie de aardaansluiting van een kabel die minstens 20 mm langer is dan deandere. •De benodigde aansluitgegevens staan vermeld op het plaatje en moetenovereenkomen met die van het lichtnet. •Bepaal de verschillende aansluitings mogelijkheden aan de hand van het schema opde volgende bladzijde en volgens tabel 1. INSTALLATIE.

10INSTALLATIE3.3 Aansluiting voedingskabel3.3 Aansluiting voedingskabel3.3 Aansluiting voedingskabel3.3 Aansluiting voedingskabel3.3 Aansluiting voedingskabelTYPE 1 TYPE 2L1 L2 L3 N1 N2L1 L2 L3 N1 N2TYPE 3 TYPE 4L1 L2 L3 N1 N2L1 L2 L3 N1 N2TYPE 5 TYPE 6L1 L2 L3 N1 N2L1 L2 L3 N1 N2L1 L2 L3 N1 N2Bij dit type aansluiting moeten ter bescherming van de toestellen tegen kortsluiting twee zekeringen van 24A in de externe verdeelkast worden aangebracht. De bedrading vanaf de meter tot aan de verdeelkast moet een minimale doorsnede van 10mm2 hebben.TYPE 6

12INS ALL TIT A E3. 4 Vaste aansluiting3. 4 Vaste aansluiting3. 4 Vaste aansluiting3. 4 Vaste aansluiting3. 4 Vaste aansluiting•De onderbrekingsinrichting moet zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats en inde nabijheid van het apparaat bevinden. 3. 5 Aansluiting met stekker en stopcontact3. 5 Aansluiting met stekker en stopcontact3. 5 Aansluiting met stekker en stopcontact3. 5 Aansluiting met stekker en stopcontact3. 5 Aansluiting met stekker en stopcontact•Controleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn. •Vermijd het gebruik van reducties, adapters of shunts, aangezien deze verhitting ofverbranding kunnen veroorzaken. •Een rechtstreekse aansluiting op de lijn is ook mogelijk.

In dit geval is hetnoodzakelijk een omnipolaire schakelaar met een contactopening van minimaal 3 mmte plaatsen, die geschikt is voor de te ondersteunen belasting en voldoet aan degeldende voorschriften (de aardleiding mag niet door de automaat wordenonderbroken). 3. 6 Voor de installateur3. 6 Voor de installateur3. 6 Voor de installateur3. 6 Voor de installateur3. 6 Voor de installateur•Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de installatieschema's. •De stekker moet na de installatie toegankelijk blijven. De aansluitkabel op het netmag niet worden gebogen of bekneld. •Het apparaat mag niet met een verlengsnoer op het lichtnet worden aangesloten;verlengsnoeren garanderen de noodzakelijke veiligheid van het apparaat niet. •Verhoog deze kookplaat alleen op ovens of elektrische fornuizen die zijn uitgerustmet een rookkoelsysteem.

•Het werkbladfineer moet worden voorbereid met een hittebestendige lijm (100°C)zodat het niet kan loslaten of vervormen. De eindwandprofielen moetenhittebestendig zijn. •Voor meer veiligheid is het raadzaam een stroomonderbreker met eenuitschakelstroom van 30mA op te nemen. •Als er zich een lade onder het apparaat bevindt, bewaar er dan geen brandbarevoorwerpen in (bijv. spuitbussen).

•Zorg ervoor dat de aansluitkabel op het elektrische systeem van de kookplaat na deinstallatie niet mechanisch wordt belast (bijvoorbeeld door een lade). •Als het apparaat na alle controles niet goed functioneert, neem dan contact op methet erkende hulpcentrum in uw regio. •Wanneer het apparaat correct is geïnstalleerd, instrueert u de gebruiker over dejuiste werkwijze. 3. 7 Inbouw kookplaten installatie3. 7 Inbouw kookplaten installatie3. 7 Inbouw kookplaten installatie3. 7 Inbouw kookplaten installatie3. 7 Inbouw kookplaten installatie• Maak de inkeping in het werkblad volgens de afmetingen ten opzichte van het model(zie bovenstaande figuur). •Respecteer de minimumafstand van 50 mm tot de achterwand en eenminimumafstand van 100 mm naar rechts of links tot een eventuele zijwand.

13INS ALL TIT A Emin 30mmmin 20mmmin 4mmATTENTIE: ATTENTIE: ATTENTIE: ATTENTIE: ATTENTIE: Voor een goede werking van het apparaat moet bij de installatie een ruimte van ten minste 10 mm overblijven voor de lengte van de uitsparing aan de voorzijde van het apparaat. De elektronische bediening is namelijk voorzien van een beveiliging die, wanneer de temperatuur van het elektronische gedeelte de 85°C overschrijdt, de kookplaat uitschakelt totdat deze weer onder deze limiet komt.

Tijdens de werking gaat dan een ventilator aan om de noodzakelijke luchtstroom te garanderen om overschrijding van de temperatuurgrens te voorkomen.Voorzie de installatie daarom van een onderliggende beveiliging die in ieder geval een luchtstroom vanaf de achterkant van het apparaat garandeert of, indien de kookplaat boven een oven is geïnstalleerd, een type isolatie dat voldoende is om te garanderen dat deze temperatuur niet wordt overschreden.

In geval van overtemperatuur kan het elektronische onderdeel defect raken, waarvoor de fabrikant alle verantwoordelijkheid afwijst.min 30mmmin 20mmmin 4mm•Plaats de meegeleverde afdichting langs de gehele omtrek van de kookplaat om hetbinnendringen van vloeistoffen tussen de kookplaat en het werkblad te voorkomen.•Zet de kookplaat niet vast met siliconen of andere soorten lijm.•Om de kookplaat vast te zetten gebruik je de klauwen, zoals op de foto hierboven.•Als het apparaat boven een afzuigkap wordt geïnstalleerd, moet de door de fabrikantvan de afzuigkap aangegeven veiligheidsafstand in acht worden genomen.

Bij gebrek aannauwkeurige aanwijzingen of indien zich brandbare materialen (bijvoorbeeld een plank)boven het apparaat bevinden, moet de veiligheidsafstand ten minste 760 mm bedragen.•Als onder de afzuigkap meerdere apparaten zijn geïnstalleerd, waarvoor verschillendeveiligheidsafstanden zijn voorzien, moet de grotere aangegeven veiligheidsafstand inacht worden genomen.

14INS ALL TIT A EVeiligheidsafstand tot de zijkanten/achterwandVeiligheidsafstand tot de zijkanten/achterwandVeiligheidsafstand tot de zijkanten/achterwandVeiligheidsafstand tot de zijkanten/achterwandVeiligheidsafstand tot de zijkanten/achterwandBij het inbouwen van een kookplaat moeten aan de achterkant en aan de zijkant (rechts of links) bij voorkeur unit- of kamerwanden worden geplaatst (zie bovenstaande afbeeldingen). • 50 mm minimale veiligheidsafstand aan de achterkant vanaf de inkeping van hetwerkblad tot de achterrand ervan. • 50 mm minimale veiligheidsafstand aan de rechter- en/of linkerzijde van dewerkbladinkeping tot de aangrenzende unit (bijv. kolomunit) of tot de muur. Over Built-in oven•Bij installatie boven een oven moet een ruimte worden gelaten tussen de onderkantvan de kookplaat en de bovenkant van het daaronder geïnstalleerde apparaat.

•De afstand tussen de kookplaat en het keukenmeubilair of andere geïnstalleerdeapparatuur moet groot genoeg zijn om voldoende ventilatie en luchtafvoer tegaranderen. •Bij installatie boven op een oven moet deze voorzien zijn van een koelventilator. TussenplankTussenplankTussenplankTussenplankTussenplankDe installatie van een tussenplank onder een kookplaat is vereist als er een lade onder aanwezig is. Voor het leggen van een elektrisch snoer moet aan de achterkant een sleuf van 10 mm worden voorbereid. De dubbellaagse bodem mag alleen met geschikte apparatuur kunnen worden verwijderd. Als de dubbellaagse houten basis niet wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker per ongeluk in contact komen met scherpe of hete onderdelen.

Neerwaartse veiligheidsafstandNeerwaartse veiligheidsafstandNeerwaartse veiligheidsafstandNeerwaartse veiligheidsafstandNeerwaartse veiligheidsafstandVoor een goede ventilatie moet een minimumafstand worden aangehouden tussen het apparaat en een oven, een tussenplank of een lade.

15Veiligheidsafstand van de nisbekledingVeiligheidsafstand van de nisbekledingVeiligheidsafstand van de nisbekledingVeiligheidsafstand van de nisbekledingVeiligheidsafstand van de nisbekledingAls een bekleding op de nis wordt aangebracht, moet een minimale afstand tussen het werkblad en de bekleding in acht worden genomen, omdat hoge temperaturen de materialen kunnen beschadigen of wijzigen. Als de bekleding van brandbaar materiaal is (bv. hout), moet de minimale afstand tussen het werkblad en de bekleding 50 mm bedragen. Indien de bekleding van onbrandbaar materiaal is (bv.

metaal, natuursteen, keramische tegels), moet de minimumafstand tussen het werkblad en de inkepingen van de bekleding 50 mm minder zijn dan de dikte van de bekleding.Voorbeeld: bedekkingsdikte 15mm 50mm - 15mm = minimumafstand 35mmDifferentieelschakelaar (stroomonderbreker)Differentieelschakelaar (stroomonderbreker)Differentieelschakelaar (stroomonderbreker)Differentieelschakelaar (stroomonderbreker)Differentieelschakelaar (stroomonderbreker)Voor meer veiligheid is het raadzaam een stroomonderbreker met een uitschakelstroom van 30mA op te nemen.ScheidingsapparatenScheidingsapparatenScheidingsapparatenScheidingsapparatenScheidingsapparatenHet apparaat moet worden uitgeschakeld door middel van uitschakelinrichtingen voor elke pool. (Wanneer de inrichting is uitgeschakeld, moet de contactopening ten minste 3 mm bedragen).

16START EN GEBRUIKPraktische tips voor het gebruik van de toestellenPraktische tips voor het gebruik van de toestellenPraktische tips voor het gebruik van de toestellenPraktische tips voor het gebruik van de toestellenPraktische tips voor het gebruik van de toestellen•Gebruik kookpotten waarvan het fabricagemateriaal compatibel is met het inductieprincipe (ferromagnetisch materiaal). Het gebruik van deze potten wordt aanbevolen: in gietijzer, geëmailleerd staal of speciaal roestvrij staal voor inductie. Om er zeker van te zijn dat een pot compatibel is, test u hem gewoon met een magneet.

BRUIKBAARBRUIKBAARBRUIKBAARBRUIKBAARBRUIKBAAR MATERIAALMATERIAALMATERIAALMATERIAALMATERIAAL ONBRUIKBAARONBRUIKBAARONBRUIKBAARONBRUIKBAARONBRUIKBAAR MATERIAALMATERIAALMATERIAALMATERIAALMATERIAAL Gietijzer Geemailleerd staal, , speciaal RVS met een magnetische laagKoper, erracotta, Aluminium, Glas, T Keramiek Niet magnetisch RVSCORRECT INCORRECTBovendien, om de beste prestaties van de kookplaat te verkrijgen:• Gebruik potten met een platte, dikke bodem, zodat ze perfect op de verwarmingszone passen.• Gebruik potten met voldoende diameter om de verwarmingszone volledig te bedekken, zodat alle beschikbare warmte wordt benut.• Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei altijd perfect droog en schoon is om een goede hechting en duurzaamheid te garanderen, zowel aan de kookzones als aan de potten zelf.• Vermijd het gebruik van dezelfde pannen als op gasbranders: de hitteconcentratie op gasbranders kan de bodem van de pan vervormen, waardoor deze zijn hechting verliest.

17POSITIONERING VAN DE PANNENPOSITIONERING VAN DE PANNENPOSITIONERING VAN DE PANNENPOSITIONERING VAN DE PANNENPOSITIONERING VAN DE PANNENVOORBEELD VAN JUISTE POSITIONERINGVOORBEELD VAN ONJUISTE POSITIONERINGAls u een grote, ovale of langwerpige pan gebruikt, zorg er dan voor dat deze in het midden van de kookzone staat.Tips voorTips voorTips voorTips voorTips voor energiebesparing energiebesparing energiebesparing energiebesparing energiebesparingVolg deze tips om stroom te besparen.• Zet kookgerei altijd op een kookzone voordat u debijbehorende brander aanzet.•houd de kookzones en de bodem van het kookgerei schoon.Anders wordt er meer stroom verbruikt.•Sluit het deksel van het kookgerei stevig af, indien aanwezig. Ditvermindert het stroomverbruik.•Zet de werkbrander uit voor het einde van de kooktijd.Gebruik de restwarmte om het voedsel warm te houden.START EN GEBRUIK

18De aanraaktoetsen gebruikenDe aanraaktoetsen gebruikenDe aanraaktoetsen gebruikenDe aanraaktoetsen gebruikenDe aanraaktoetsen gebruikenOm de tiptoetsen te bedienen, raakt u met de punt van uw wijsvinger de gewenste toets aan totdat de betreffende displays oplichten of uitgaan, of totdat de gewenste functie geactiveerd is.Zorg ervoor dat u slechts één knop aanraakt wanneer u het apparaat bedient. Als uw vinger te plat op de toets ligt, kan het zijn dat een aangrenzende toets ook wordt bediend.EERSTE GEBRUIKEERSTE GEBRUIKEERSTE GEBRUIKEERSTE GEBRUIKEERSTE GEBRUIK•Verwijder eventuele beschermings- en plakfolies.•Maak het apparaat voor de eerste keer schoon met een vochtige doek en droog het af.•De metalen onderdelen zijn behandeld met een speciaal beschermingsproduct. Bij deeerste ingebruikname kan het apparaat geuren en eventueel stoom afgeven.

Ook bijhet verwarmen van de inductiespoelen kunnen de eerste uren van gebruik geurenvrijkomen. Bij elk verder gebruik vervaagt de geur tot hij volledig verdwijnt.•Geuren en eventuele dampen zijn geen symptoom van een verkeerde aansluiting enschade aan het apparaat en zijn niet schadelijk voor de gezondheid.KOOKZONE KOOKZONE KOOKZONE KOOKZONE KOOKZONE SPECIFIFICATIESSPECIFIFICATIESSPECIFIFICATIESSPECIFIFICATIESSPECIFIFICATIESVariable Dimension(mm)Power (Normal/Booster)G Ø 200 2.3/3.0 KwH Ø 160 1.4/2.1 KwN Ø 250 2.3/3.0 KwI 210 x190 2.1/3.0 Kw (single)1.5/1.85Kw(bridge)START EN GEBRUIK

20BEDIENPANEELAUTOMATISCHE UITSCHAKELINGAUTOMATISCHE UITSCHAKELINGAUTOMATISCHE UITSCHAKELINGAUTOMATISCHE UITSCHAKELINGAUTOMATISCHE UITSCHAKELINGBeperking van de bedieningstijd is een extra veiligheidsfunctie om de kookzones na een bepaalde tijd uit te schakelen als de gebruiker de desbetreffende kookzone niet bedient. De tijd waarna de kookzone wordt uitgeschakeld staat vermeld in de onderstaande tabel. Elke gebruikershandeling met betrekking tot de kookzone zal deze tijdslimiet opnieuw instellen.

POWER LEVELPOWER LEVELPOWER LEVELPOWER LEVELPOWER LEVEL MAXIMALE GEBRUIKSTIJDMAXIMALE GEBRUIKSTIJDMAXIMALE GEBRUIKSTIJDMAXIMALE GEBRUIKSTIJDMAXIMALE GEBRUIKSTIJD (MIN)Warming 4801 5162 4023 3184 2585 2106 1387 1388 1089 90P 5RESTWARMTE-INDICATIERESTWARMTE-INDICATIERESTWARMTE-INDICATIERESTWARMTE-INDICATIERESTWARMTE-INDICATIEDe restwarmte-indicatie is een veiligheidsfunctie die aangeeft dat het oppervlak van het glaskeramiek bovenop een kookzone nog een temperatuur >= 60 °C heeft die bij aanraking met blote handen brandwonden kan veroorzaken. Het 7-segment van de corresponderende kookzone geeft in dit geval een H aan. Een onderbreking van de voedingsspanning annuleert de restwarmte-indicatie, zelfs als de temperatuur van een kookzone >= 60 °C is wanneer de kookplaat opnieuw van stroom wordt voorzien.

OVERVERHITTINGOVERVERHITTINGOVERVERHITTINGOVERVERHITTINGOVERVERHITTINGDe kookplaat is ontworpen voor een bedrijfstemperatuur van maximaal 85 °C. De bedrijfstemperatuur wordt bewaakt door een temperatuursensor op de printplaat. Als de temperatuur op de printplaat hoger wordt dan 85 °C, wordt de hele kookplaat uitgeschakeld en verschijnt een foutmelding ER21. TOEZICHT VOOR PERMANENTE SLEUTELACTIVERINGTOEZICHT VOOR PERMANENTE SLEUTELACTIVERINGTOEZICHT VOOR PERMANENTE SLEUTELACTIVERINGTOEZICHT VOOR PERMANENTE SLEUTELACTIVERINGTOEZICHT VOOR PERMANENTE SLEUTELACTIVERINGDe kookplaat wordt bewaakt voor permanente toetsactivering.

22STARTSTARTSTARTSTARTSTARTZodra de kookplaat is ingeschakeld, plaatst u de pan in de gewenste zone en het bijbehorende display op het bedieningspaneel licht automatisch op. Kies het vermogensniveau met de schuifknop.KINDERSLOTKINDERSLOTKINDERSLOTKINDERSLOTKINDERSLOTKindervergrendeling is een functie om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde bediening, bijv. door kinderen. Bij vergrendeling kan de kookplaat wel worden ingeschakeld, maar kunnen geen kookzone, verwarmingsniveau of timer worden geselecteerd. De displays van de kookzones tonen .Kinderslot blijft actief, zelfs als de voedingsspanning wordt onderbroken en hersteld. Het moet handmatig worden gedeactiveerd (zie hoofdstuk Kindervergrendeling deactiveren).Voorwaarde• Kookplaat is uitgeschakeld.Activering• Zet de kookplaat AAN.• Raak een willekeurige kookzone 3 sec.

aan en laat hem dan los.• De schuifbalk toont een achtervolgingsreeks.• Schuif de schuifregelaar binnen 10 seconden van 0 naar 9.• Het kinderslot is geactiveerd. Alle kookzones tonen een .De-activering• Zet de kookplaat AAN.• Druk gedurende 3 sec. op een willekeurige kookzone en laat deze dan los.• De schuifbalk toont een achtervolgingsreeks.• Schuif de schuifregelaar binnen 10 seconden van 9 naar 0.• Het kinderslot is gedeactiveerd.SLEUTELSLOTSLEUTELSLOTSLEUTELSLOTSLEUTELSLOTSLEUTELSLOTDe toetsvergrendeling is een functie die bedoeld is om de toetsen te vergrendelen wanneer de kookplaat in werking is of in de pauzestand staat. Dit is nuttig voor schoonmaakdoeleinden (aangezien de touch control geen onderscheid kan maken tussen een natte doek en een vinger).Activering- Druk op de speciale toets .De-activering- Druk nogmaals op de speciale toets .BEDIENPANEEL

23AUTOMATISCH OPWARMENAUTOMATISCH OPWARMENAUTOMATISCH OPWARMENAUTOMATISCH OPWARMENAUTOMATISCH OPWARMENOpwarmautomaat is een functie die het mogelijk maakt een koude pan op te warmen met vol vermogen en automatisch terug te keren naar het gewenste kookniveau.De tijd dat de kookzone met vol vermogen wordt verwarmd is afhankelijk van het gekozen kookniveau en staat vermeld in onderstaande tabel. De opwarmtijden zijn aangepast aan gebruik met koud kookgerei en gewone huishoudelijke hoeveelheden voedsel.COOKING LEVEL HEAT-UP AUTOMATIC TIME (SEC)1 482 1443 2304 3125 4086 1207 1688 2169 not availableP not availableVoorwaardeKookgerei is op een kookzone geplaatst. De kookplaat staat AAN en er is een kookniveau tussen 1 en 8 geselecteerd voor de kookzone.Activering- Selecteer de betreffende kookzone.Het schuifgedeelte is verlicht en de geselecteerde kookzone toont een .

onder het kookniveau.- Raak het gewenste kookniveau (1-8) aan en houd de selectie 3 s vast. Deopwarmautomaat wordt geactiveerd. Op de Smart Kii van de betreffende kookzoneverschijnt .Opmerkingen- U kunt het vermogen verhogen terwijl de opwarmautomaat actief is.- Het verlagen van het vermogensniveau terwijl de opwarmingsautomaat actief is, zal deonmiddellijk automatisch opwarmen.De-activering- Raak de Kookzone Smart Kii gedurende 3 s aan.De opwarmautomaat wordt gedeactiveerd. De kookzone wordt opgewarmd met heteerder ingestelde kookniveau.BEDIENPANEEL

24OPWARMFUNCTIEOPWARMFUNCTIEOPWARMFUNCTIEOPWARMFUNCTIEOPWARMFUNCTIEDe warmhoudfunctie is bedoeld om gekookt voedsel warm te houden. ActiveringActiveringActiveringActiveringActivering• Kookgerei wordt op de kookzone geplaatst. Kookplaat is ingeschakeld. • Selecteer de kookzone• Een punt (. ) verschijnt achter het display van de kookzone om de selectie aan te geven. • Druk op de speciale toets, het display van de corresponderende kookzone toont. De-activeringDe-activeringDe-activeringDe-activeringDe-activering• Selecteer de kookzone. • Een punt (. ) verschijnt achter het display van de kookzone om de selectie aan te geven. •Druk op de speciale toets.

CHEF COOK FUNCTIE (alleen beschikbaar voor kookplaat met 6 octa plaat)CHEF COOK FUNCTIE (alleen beschikbaar voor kookplaat met 6 octa plaat)CHEF COOK FUNCTIE (alleen beschikbaar voor kookplaat met 6 octa plaat)CHEF COOK FUNCTIE (alleen beschikbaar voor kookplaat met 6 octa plaat)CHEF COOK FUNCTIE (alleen beschikbaar voor kookplaat met 6 octa plaat)Chef-kookfunctie is een functie waarmee alle kookzones met verschillendeverwarmings vermogens. Van links naar rechts worden de volgende vermogens ingestelden afgevoerd zodra een geschikt kookgerei op de kookzones wordt geplaatst:• Linker kookzone(s): 2• Middelste kookzone(s): 6• Rechter kookzone(s): 9ActiveringActiveringActiveringActiveringActiveringKookplaat is ingeschakeld. Druk op de chef-kok functietoets. • De chef-kookstand is geactiveerd.

ZELFSTANDIGE TIMERZELFSTANDIGE TIMERZELFSTANDIGE TIMERZELFSTANDIGE TIMERZELFSTANDIGE TIMERStand-alone timer heeft het gedrag van een eierwekker. Hij kan worden ingesteld binnen een bereik van 1 min tot 9 h 59 min. Onder de 10 min geeft het display de huidige tijd tot op de seconde nauwkeurig weer. Na afloop van de ingestelde tijd klinkt een signaaltoon. Als de stand-alone timer loopt, kunnen de kookzones normaal worden bediend. De stand-alone timer heeft op geen enkele kookzone invloed. ActiveringActiveringActiveringActiveringActiveringKookplaat is ingeschakeld. BEDIENPANEEL.

25BEDIENPANEEL• Controleer of er geen kookzone is geselecteerd. Het timerdisplay toont. • Raak de zelfstandige timertoets aan. Het timerdisplay knippert voor de volgende 10s. Stel de gewenste starttijd cijfer voor cijfer in met +/- boven/boven de cijfers. • Voer gedurende 10 s geen actie uit De timer begint terug te tellen. Onder de 10 mintoont het display de huidige tijd tot op de seconde nauwkeurig. Als deze 0 heeft bereikt,klinkt er een signaaltoon. Opmerking De timer selectie blijft 10s bewaard na de laatste actie. Bij elke wijziging wordt de selectietijd weer op 10s gezet. De waarde van de zelfstandige timer wijzigenDe waarde van de zelfstandige timer wijzigenDe waarde van de zelfstandige timer wijzigenDe waarde van de zelfstandige timer wijzigenDe waarde van de zelfstandige timer wijzigenKookplaat is ingeschakeld. • Controleer of er geen kookzone is geselecteerd.

• Raak de timertoets aan. De huidige tijdswaarde wordt knipperend weergegeven (afgerond op hele minuten). • Stel het nieuwe gewenste tijdcijfer in met de +/- toetsen. • Voer gedurende 10 s geen actie uit. De timer begint terug te tellen vanaf de nieuwe tijd. Onder de 10 min toont het displayde huidige tijd tot op de seconde nauwkeurig. Als deze 0 heeft bereikt, klinkt er eensignaaltoon. Opmerking Opmerking Opmerking Opmerking Opmerking De selectie van de timer blijft gedurende 10 s na de laatste actie behouden. Bij elke wijziging wordt de selectietijd weer op 10 s gezet. De-activering• Controleer of er geen kookzone is geselecteerd. • Raak het timerdisplay aan. De huidige tijdswaarde wordt knipperend weergegeven (afgerond op hele minuten). • Stel de stand-alone tijd in zoals hierboven beschreven. De stand-alone timer is uitgeschakeld.

Deze kan worden ingesteld binnen een bereik van 1 min tot 1 h 59 min. Onder de 10 min geeft het display de huidige tijd tot op de seconde nauwkeurig weer. Terwijl de tijd loopt, kan de kookzone normaal worden bediend, d. w. z. verandering van kookniveau is mogelijk. Elke kookzone heeft een onafhankelijke timer, d. w. z. een individuele tijdskeuze per kookzone is mogelijk. Als er meer dan 1 timer is ingesteld, zal de timer altijd de laagste resterende tijd weergeven.

26ActiveringActiveringActiveringActiveringActiveringDe pan is op de betreffende zone geplaatst en er is een kookniveau ingesteld op deze kookzone.• Selecteer de overeenkomstige kookzone .Het display van de kookzone toont een punt ( .) naast het gekozen kookniveau.• Raak het timerdisplay aan. begin te knipperen voor de volgende 10s . t• Stel de gewenste starttijd cijfer voor cijfer in met +/- .ActiveringDe pan is op de betreffende zone geplaatst en er is een kookniveau op deze kookzone ingesteld.• Selecteer de overeenkomstige kookzone .Het display van de kookzone toont een punt ( .) naast het gekozen kookniveau.• Raak het timerdisplay aan.Begin te knipperen voor de volgende 10s.• Stel de gewenste starttijd cijfer voor cijfer in met +/-• Voer 10s geen actie uit. De timer begint terug te tellen en de laserkap voor de overeenkomstige kookzone begint te pulseren.

Als deze 0 heeft bereikt, klinkt er eensignaaltoon; de timerdisplays tonen en de corresponderende kookzone wordt uitgeschakeld.Als de restwarmtedetectie een hete kookzone detecteert, wordt er bij de betreffendekookzone een getoond. • Raak een willekeurige toets aan om de signaaltoon uit te schakelen.De signaaltoon stopt en de kookplaat kan normaal worden bediend.

Als er geen toetswordt geactiveerd, stopt de signaaltoon automatisch.OpmerkingenOpmerkingenOpmerkingenOpmerkingenOpmerkingen• De selectie van de timer blijft gedurende 10 s na de laatste actie behouden.• Bij elke wijziging wordt de selectietijd weer op 10 s gezet.• Als een kookzone met een lopende kookzonetimer is geselecteerd, wordt de huidigewaarde van de timer weergegeven op het timerdisplay.• Een voor een kookzone ingestelde timer wordt aangegeven door het bijbehorendelaserkapje boven de kookzone.• Als er meer dan 1 kookzonetimer is ingesteld, wordt de timerwaarde voor de laagstlopende periode weergegeven op het timerdisplay. Bovendien knippert de laserkap voordeze kookzonetimer.BEDIENPANEEL

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Boretti MLIQX604 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden