Beurer BM 28 HSD Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Beurer BM 28 HSD (214 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen. Heb je een vraag over Beurer BM 28 HSD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Beurer |
| Categorie: | Bloeddrukmeter |
| Model: | BM 28 HSD |
Handleiding Beurer BM 28 HSD – volledige tekst
1381. VERKLARING VAN DE SYMBO-LENOp het apparaat, in de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het typeplaatje van het apparaat worden de volgende symbolen gebruikt: WAARSCHUWINGDuidt op een mogelijk dreigend gevaar. Indien dit niet vermeden wordt, kan dit de dood of ernstig letsel tot gevolg hebben. VOORZICHTIGDuidt op een mogelijk dreigend gevaar. Indien dit niet vermeden wordt, kan dit lichte of geringe verwondingen tot gevolg hebben. ProductinformatieVerwijzing naar belangrijke informatieNEDERLANDSLees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Volg de waarschuwingen en veiligheids-opmerkingen op. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik. Zorg ervoor dat de gebruiksaanwijzing toegankelijk is voor andere gebruikers. Geef als u het apparaat aan iemand anders geeft, ook de gebruiksaanwijzing mee. 1. Verklaring van de symbolen 138. 2. Beoogd gebruik. 140 3.
139Handleiding in acht nemenLees voor aanvang van het werk en/of het bedienen van apparaten of machines de handleidingVoer het apparaat af conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment)Batterijen die schadelijke stoen bevatten, mogen niet met het huisvuil worden wegge-gooidFabrikantCE-markeringDit product voldoet aan de eisen van de gel-dende Europese en nationale richtlijnen.Voer de verpakking af overeenkomstig de milieueisenBAAanduiding voor de identificatie van het verpakkingsmateriaal.A = materiaalafkorting, B = materiaalnummer: 1-7 = kunststoen, 20-22 = papier en kartonScheid het product en de verpakkingscom-ponenten en voer het afval volgens de lokale voorschriften af.IP21Beschermd tegen vaste voorwerpen met een diameter van 12,5 mm en groter en tegen verticaal vallende druppelsGelijkstroomHet apparaat is alleen geschikt voor ge-lijkstroomUDIUnique Device Identifier (UDI) Code voor een eenduidige productidentificatieChargenummerArtikelnummerSNSerienummer
140Medisch apparaatScheiding van de toegepaste delen type BFGalvanisch gescheiden toegepast deel (F staat voor floating), voldoet aan de eisen aan lekstromen voor type BTemperatuurbereikVochtigheidsbereikLuchtdruklimietTypeProductiedatum2. BEOOGD GEBRUIK DoelDe bloeddrukmeter (hierna ‘apparaat’ genoemd) is bedoeld voor de volautomatische, niet-invasieve meting van arteriële bloeddruk- en hartslagwaarden aan de bovenarm.De bloeddrukmeter is ontwikkeld voor zelfmeting in de thuis-omgeving door volwassenen.DoelgroepDe bloeddrukmeting is geschikt voor volwassen gebruikers met een bovenarmomtrek die binnen het bereik ligt dat op de manchet wordt vermeld.Klinische voordelenMet dit apparaat kan de gebruiker snel en eenvoudig zijn bloeddruk- en hartslagwaarden registreren. De vastgestelde meetwaarden worden conform internationaal geldende richt-lijnen geclassificeerd en grafisch beoordeeld.
Het apparaat kan daarnaast eventueel aanwezige onregelmatige hartsla-gen tijdens de meting herkennen en de gebruiker hier door middel van een symbool op het display op wijzen. Het ap-paraat slaat de geregistreerde meetwaarden op en kan ook gemiddelde waarden van eerdere metingen weergeven. De geregistreerde gegevens kunnen zorgverleners helpen bij het diagnosticeren en behandelen van bloeddrukproblemen en dragen voor de gebruiker op die manier bij aan een gezond-heidscontrole op de lange termijn.
141IndicatiesDe gebruiker kan bij een hoge bloeddruk en een lage bloed-druk zijn bloeddruk en hartslagwaarden zelfstandig in zijn thuisomgeving in de gaten houden. De gebruiker hoeft echter geen hoge bloeddruk of aritmieën te hebben om het apparaat te gebruiken. Contra-indicaties WAARSCHUWING• Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s, kinderen en huisdieren. • Personen met een beperkt fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen mogen het apparaat alleen gebruiken wan-neer het gebruik plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon en wanneer zij van deze persoon aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat.
• Alvorens het apparaat in een van de volgende gevallen te gebruiken, moet u uw arts raadplegen: bij hartritme-stoornissen, doorbloedingsstoornissen, diabetes, zwan-gerschap, pre-eclampsie, lage bloeddruk, koude rillingen of trillingen• Gebruik het apparaat niet als u metalen implantaten hebt. • Breng de manchet niet aan bij personen die een bor-stamputatie hebben ondergaan. • -Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan leiden tot meer verwondingen. • Let op dat de manchet niet om een arm wordt aange-bracht waarvan de (slag)aderen een medische behande-ling ondergaan, zoals intravasculaire toegang, intravas-culaire therapie of een arterioveneuze shunt. 3. WAARSCHUWINGEN EN VEILIG-HEIDSOPMERKINGEN Algemene waarschuwingen WAARSCHUWING• -De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als indicatie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek.
Bespreek uw gemeten waarden met uw arts. Neem in geen geval zelf medische beslissingen op basis van deze waarden (bijv. met betrekking tot de dosering van medicijnen). • Het apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruiks-aanwijzing beschreven gebruik. De fabrikant is niet aan-sprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of verkeerd gebruik.
142• Aandoeningen aan hart en bloedvaten kunnen leiden tot foutieve metingen of kunnen de meetnauwkeurigheid beïnvloeden. • Gebruik het apparaat niet gelijktijdig met andere medi-sche elektrische apparaten (ME-apparaten). Dit kan lei-den tot een storing van de meetapparatuur en/of tot een onnauwkeurige meting. • Gebruik het apparaat niet buiten de aangegeven om-standigheden voor opslag en gebruik. Dit kan leiden tot onjuiste metingen. • Gebruik voor dit apparaat uitsluitend de meegeleverde of de in deze gebruiksaanwijzing beschreven manchetten. Het gebruik van een andere manchet kan leiden tot on-nauwkeurige meetresultaten. • Let op dat de functie van het betreende ledemaat tij-dens het oppompen van de manchet kan worden beïn-vloed. • Voer de metingen niet vaker uit dan nodig is. Als gevolg van een beperking van de bloeddoorstroming kunnen er bloeduitstortingen ontstaan.
• -De bloedsomloop mag niet onnodig lang worden afgebonden door de bloeddrukmeting. Haal bij storingen van het apparaat de manchet van de arm. • Breng de manchet uitsluitend om de bovenarm aan. Breng de manchet niet om andere delen van het lichaam aan. • De luchtslang kan verwurgingsgevaar opleveren voor kleine kinderen. • -Kleine onderdelen kunnen bij inslikken verstikkingsgevaar opleveren voor kleine kinderen. Kinderen moet daarom altijd onder toezicht worden gehouden. • Laat het apparaat niet vallen, ga niet op het apparaat staan en schud er niet mee. • Haal het apparaat niet uit elkaar. Dit kan namelijk leiden tot beschadigingen, storingen of een onjuiste werking. • Gebruik het apparaat niet als u elektrische implantaten (bijv. een pacemaker) hebt. Algemene veiligheidsmaatregelen VOORZICHTIG• De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen.
• Bescherm het apparaat en de netadapter tegen schok-ken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht. • Laat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u met de meting begint. Als de meetapparatuur rond de maximale of minimale opslag- en transporttemperatuur is opgeslagen en in een omgeving met een temperatuur van 20 °C wordt gebracht, wordt aanbevolen om ca. 2uur te wachten alvorens de meetapparatuur te gebrui-ken. • Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro-magnetische velden en houd het uit de buurt van radio-apparatuur of mobiele telefoons.
143• Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, advise-ren wij u de batterijen uit het apparaat te halen. • Zorg ervoor dat de manchetslang niet bekneld raakt of samengedrukt of geknikt wordt. • Gebruik het apparaat niet bij personen met een allergie of een gevoelige huid. Aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van batterijen WAARSCHUWING• Als vloeistof uit een batterijcel in aanraking komt met de huid of de ogen, moet u de betreende plek met water spoelen en een arts raadplegen. • Gevaar voor inslikken. Kleine kinderen kunnen batterijen inslikken, met verstikking als gevolg. Bewaar batterijen daarom buiten bereik van kleine kinderen. • Roep bij inslikken onmiddellijk de hulp van een arts in. • Explosiegevaar. Gooi batterijen niet in vuur. • -Als er een batterij is gaan lekken, moet u veiligheidshandschoenen aantrekken en het batterijvak met een droge doek reinigen.
• Haal batterijen niet uit elkaar, open ze niet en hak ze niet in stukken. • Neem de aanduiding van de polariteit (plus (+) en min (-))in acht. VOORZICHTIG• Bescherm batterijen tegen overmatige hitte. • Batterijen mogen niet worden opgeladen en niet worden kortgesloten. • Haal de batterijen uit het batterijvak als u het apparaat langere tijd niet gebruikt. • Gebruik alleen hetzelfde of een gelijkwaardig type bat-terij. • Vervang altijd alle batterijen tegelijk. • Gebruik geen accu’s. Aanwijzingen met betrekking tot elektromag-netische compatibiliteit VOORZICHTIG• Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, waaron-der de thuisomgeving. • Het apparaat kan bij de aanwezigheid van elektromagne-tische storingen onder omstandigheden mogelijk slechts beperkt worden gebruikt. Als gevolg daarvan kunnen bijv.
• Het gebruik van dit apparaat direct naast andere appara-ten of opgestapeld met andere apparaten moet worden vermeden, omdat dit een onjuiste werking tot gevolg kan hebben. Als gebruik op de hiervoor beschreven wijze noodzakelijk is, moeten dit apparaat en de andere appa-raten in de gaten worden gehouden om er zeker van te zijn dat ze correct werken.
144• Het gebruik van andere toebehoren of reserveonder-delen dan de toebehoren en reserveonderdelen die de fabrikant van dit apparaat vastgelegd of beschikbaar gesteld heeft, kan verhoogde elektromagnetische sto-ringen of een verminderde bestandheid tegen storingen tot gevolg hebben, waardoor het apparaat mogelijk niet correct werkt.• Houd draagbare HF-communicatieapparatuur (waaron-der randapparatuur, zoals antennekabels of externe an-tennes) minstens 30 cm bij alle delen van het apparaat (incl. alle bij de levering inbegrepen kabels) vandaan.• Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan dit de prestatiekenmerken van het apparaat negatief be-invloeden.4. BIJ LEVERING INBEGREPENControleer of de buitenkant van de verpakking intact is en of alle onderdelen aanwezig zijn.
Alvorens het apparaat te ge-bruiken, moet worden gecontroleerd of het apparaat en de toebehoren zichtbaar beschadigd zijn en moet al het verpak-kingsmateriaal worden verwijderd. Wij adviseren u het appa-raat bij twijfel niet te gebruiken en contact op te nemen met de verkoper of met de betreende klantenservice.1 bloeddrukmeter1 manchet voor de bovenarm (22-42 cm)1 gebruiksaanwijzing4 AA-batterijen van 1,5 V, type LR61 opbergtas5.
14520Alarmfunctie 21Risico-indicator22Gebruikersgeheugen 23Manchetaanbrengcon-trole24Weergave rustindicator 6. GEBRUIK 6. 1 IngebruiknameBatterijen plaatsen• Verwijder het deksel van het batterijvak aan de achterzij-de van het apparaat A. • Plaats vier AA-batterijen van 1,5 V (alkaline, type LR6) in het batterijvak. Plaats de batterijen met de juiste polari-teit, zoals aangeduid A. • Sluit het deksel van het batterijvak. Als het symbool continu wordt weergegeven, kan er geen meting meer worden uitgevoerd. Vervang alle batteri-jen. Zodra de batterijen uit het apparaat worden verwijderd, moet u de datum en tijd opnieuw instellen. De opgeslagen meetwaarden gaan niet verloren. Instellingen configurerenStel het apparaat voorafgaand aan het gebruik correct in om alle functies te gebruiken. Alleen zo kunnen uw meetwaarden met datum en tijd worden opgeslagen en later weer worden opgevraagd.
Het menu voor de instellingen kunt u op twee manieren ope-nen:• Voor het eerste gebruik en na het vervangen van de bat-terijen:Als u batterijen in het apparaat plaatst, gaat u automa-tisch naar het betreende menu. • Als de batterijen al zijn geplaatst:Houd bij het apparaat de insteltoets uitgeschakeldeSET ca. 5 seconden ingedrukt. Om de datum en de tijd in te stellen, gaat u als volgt te werk:• Stel met de functietoetsen -/+ de 24-uursweergave of de 12-uursweergave in. Bevestig uw keuze met. Het SETjaar begint te knipperen. Stel met de functietoetsen -/+ het jaar in en bevestig de invoer met SET. • Stel maand, dag, uur en minuut in en bevestig iedere keer met de insteltoets. SET• De bloeddrukmeter wordt automatisch uitgeschakeld. AlarmAlarm instellen:U kunt 2 verschillende alarmtijden instellen om aan de meting te worden herinnerd.
Ga als volgt te werk om het alarm in te stellen:• -Druk gedurende 5 seconden gelijktijdig op de functietoetsen en. - +• Op het display wordt alarm 1 weergegeven en tege-lijkertijd knippert “on” of “o”.
146• Als alarm 1 wordt gedeactiveerd (“o”), gaat u naar de instelling van alarm 2. • Als alarm 1 wordt geactiveerd, knipperen de uren op het display. Selecteer met de functietoetsen -/+ het gewenste uur en bevestig de invoer met. Op het SETdisplay knipperen de minuten. Selecteer met de functie-toetsen -/+ de gewenste minuten en bevestig de invoer met. SET• Op het display wordt alarm 2 weergegeven en tegelij-kertijd knippert “on” of “o”. Ga op dezelfde wijze te werk als bij het instellen van alarm 1. De bloeddrukmeter wordt automatisch uitgeschakeld. 6. 2 Voorafgaand aan de bloeddrukmeting in acht nemenAlgemene regels bij het zelf meten van de bloeddruk• Om een vergelijkbaar en zinvol profiel over de ontwikke-ling van uw bloeddruk te genereren, meet u uw bloed-druk regelmatig op hetzelfde tijdstip van de dag.
Meet de bloeddruk twee keer per dag: een keer in de ochtend nadat u bent opgestaan en een keer in de avond. • De meting moet altijd bij voldoende fysieke rust worden uitgevoerd. Vermijd metingen op stressvolle momenten. • Ten minste 30 minuten voor de meting mag u niet eten, drinken of roken en geen lichamelijke inspanningen ver-richten. • Rust voorafgaand aan de eerste bloeddrukmeting altijd 5minuten uit. • -Als u meer metingen na elkaar wilt uitvoeren, moet tussen de afzonderlijke metingen telkens minstens 1 minuut rust worden gehouden. • Herhaal de meting wanneer u twijfelt over de gemeten waarden. Manchet aanbrengenU kunt de bloeddruk aan beide armen meten. Bepaalde afwij-kingen tussen de waarden aan de rechter- en linkerarm zijn volkomen normaal. Voer de meting altijd uit aan de arm met de hogere bloeddrukwaarden. Raadpleeg daarom eerst uw arts voordat u met de zelfmeting begint.
• Controleer voorafgaand aan de meting de pasvorm met behulp van de hieronder beschreven indexmarkering. 1. Ontbloot uw bovenarm. De doorbloeding van de arm mag niet worden belemmerd, bijvoorbeeld door te strak-ke kledingstukken. 2. D -e manchet moet zo om de bovenarm worden aangebracht dat de onderste rand 2 tot 3 cm boven de bin-nenkant van de elleboog en boven de slagader ligt. De slang wijst daarbij naar het midden van de handpalm B. De manchet moet zo strak worden aangebracht dat er nog twee vingers onder de gesloten manchet passen B.
1473. Steek nu de manchetslang in de aansluiting voor de manchetstekker. 4. Deze manchet is geschikt voor u als de indexmarke-ring na het aanbrengen van de manchet binnen het OK-bereik ligt. Juiste lichaamshouding aannemen• Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting rechtop en comfortabel zit. Leun met uw rug tegen de stoelleuning. • Leg uw arm op een ondergrond D. • Plaats uw voeten naast elkaar plat op de grond. • De manchet moet zich ter hoogte van het hart bevinden. • Blijf tijdens de meting zo rustig mogelijk en praat niet. 6. 3 Bloeddrukmeting uitvoeren• Breng de manchet aan zoals eerder beschreven en neem de houding aan waarin u de meting wilt uitvoeren. • Schakel de bloeddrukmeter in met behulp van de START/STOP-toets. Na de volledige weergave wor-den de betreende alarmsymbolen weergegeven als alarm 1 /2 is geactiveerd. • -De manchet wordt automatisch opgepompt.
De luchtdruk in de manchet wordt langzaam verlaagd. Bij een reeds waargenomen tendens in de richting van een hoge bloeddruk wordt nog een keer bijgepompt om de manchetdruk te verhogen. Zodra er een hartslag wordt herkend, wordt het symbool voor de hartslag weer-gegeven. • Gedurende de volledige meting wordt het symbool voor de manchetaanbrengcontrole weergegeven. Als de manchet te strak of te los is aangebracht, worden en “ ” weergegeven. In dat geval wordt de meting na ongeveer 5 seconden afgebroken en het apparaat wordt uitgeschakeld. Breng de manchet correct aan en voer een nieuwe meting uit. • De meetresultaten voor systolische druk, diastolische druk en hartslag worden weergegeven.
Bovendien ver-schijnt op het display een symbool dat aangeeft of er tijdens de bloeddrukmeting wel of geen sprake was van voldoende rust in de bloedsomloop (symbool =vol-doende rust in de bloedsomloop; symbool = onvol-doende rust in de bloedsomloop). Neem het hoofdstuk “Resultaten beoordelen/Meting van de rustindicator” in deze gebruiksaanwijzing in acht.
• U kunt de meting op elk moment afbreken door op de START/STOP-toets te drukken. • _ wordt weergegeven als de meting niet juist kon wor-den uitgevoerd. Lees het hoofdstuk “Foutmeldingen/sto-ringen verhelpen” in deze gebruiksaanwijzing en herhaal de meting. • Selecteer nu het gewenste gebruikersgeheugen door op de geheugentoets te drukken. Als u geen gebruiM-kersgeheugen selecteert, wordt het meetresultaat in het laatst gebruikte gebruikersgeheugen opgeslagen. Het betreende symbool of wordt op het display , , weergegeven.
148• Schakel het apparaat uit door op de START/STOP-toets te drukken. Als u vergeet het apparaat uit te schake-len, dan wordt het na ongeveer 3 minuut automatisch uitgeschakeld.Wacht minstens 1 minuut voordat u een nieuwe meting uit-voert!6.4 Resultaten beoordelenAlgemene informatie over de bloeddruk• De bloeddruk wordt altijd in de vorm van twee waarden weergegeven:• De hoogste druk is de . Deze ontsystolische bloeddruk -staat wanneer de hartspier zich samentrekt en het bloed daardoor in de bloedvaten wordt gedrukt. - De laagste druk is de . Dit is diastolische bloeddrukde druk die aanwezig is wanneer de hartspier zich vol-ledig uitgerekt heeft en het hart zich met bloed vult. • Schommelingen in de bloeddruk zijn normaal. Zelfs bij een herhaalde meting kan er sprake zijn van aanzienlijke verschillen tussen de gemeten waarden.
Eenmalige of onregelmatige metingen geven daarom geen betrouw-bare informatie over de werkelijke bloeddruk. Een be-trouwbare beoordeling is alleen mogelijk als u regelmatig metingen uitvoert onder vergelijkbare omstandigheden.HartritmestoornissenHet apparaat kan tijdens de bloeddrukmeting eventuele hartritmestoornissen identiceren. Na de meting wijst u op eventuele onregelmatigheden in uw hartslag.Herhaal de meting als wordt weergegeven. Gebruik voor de beoordeling van uw bloeddruk alleen de resultaten die zonder onregelmatigheden in uw hartslag zijn geregistreerd.Raadpleeg uw arts als vaak wordt weergegeven.
149De risico-indicator 6 / 21 geeft aan binnen welk gebied de bloeddruk zich bevindt. Als de gemeten waarden zich in twee verschillende gebieden bevinden (bijv. systolisch in het ge-bied ‘hoog-normaal’ en diastolisch in het gebied ‘normaal’), dan geeft de risico-indicator altijd het hoogste gebied weer; in het beschreven voorbeeld is dat ‘hoog-normaal’. Houd er rekening mee dat deze standaardwaarden uit-sluitend opgevat mogen worden als algemene richtlijn, omdat de bloeddruk per persoon kan afwijken. Houd er ook rekening mee dat de waarden die u thuis zelf meet over het algemeen lager zijn dan de waarden die bij uw arts worden gemeten. Raadpleeg regelmatig uw arts. Alleen uw arts kan u vertellen wat uw persoonlijke streefwaarden zijn voor een gecontroleerde bloeddruk – met name als u een medicamenteuze behandeling ondergaat.
Rustindicator (door de HSD-diagnostiek)Een van de meest voorkomende fouten bij het meten van de bloeddruk is dat er op het moment van de meting geen spra-ke is van voldoende rust in de bloedsomloop bij de gebruiker. In dit geval geven de gemeten systolische en diastolische bloeddrukwaarde niet de bloeddruk in rust weer, die wel no-dig is voor de beoordeling van de gemeten waarden. Deze bloeddrukmeter maakt gebruik van de geïntegreerde hemodynamische stabiliteitsdiagnostiek (HSD) om de hemo-dynamische stabiliteit van de gebruiker tijdens de bloeddruk-meting te meten. Op die manier kan de bloeddrukmeter aan-geven of de bloeddruk bij voldoende rust in de bloedsomloop is vastgesteld. De gemeten bloeddrukwaarde is bij voldoende rust in de bloedsomloop vastgesteld en geeft vrij zeker de bloeddruk in rust van de gebruiker weer. Er zijn aanwijzingen voor onvoldoende rust in de bloedsomloop.
De bloeddrukwaarden die in dit geval zijn gemeten, weerspiegelen in de regel niet de bloeddruk in rust. Daarom moet de meting na een lichamelijke en geestelij-ke rusttijd van minstens 5minuten worden herhaald.
Het symbool van de rustin-dicator wordt niet weerge-geven. Tijdens de meting kon niet worden bepaald of er sprake was van voldoende rust in de bloeds-omloop. Ook in dit geval moet de meting na een rustpauze van minstens 5minuten worden herhaald. Onvoldoende rust in de bloedsomloop kan verschillende oorzaken hebben, zoals lichamelijke belasting, geestelijke inspanning of aeiding, praten of hartritmestoornissen tijdens de meting. In de meeste gevallen biedt de HSD zeer goede informatie over de aanwezigheid van rust in de bloedsomloop bij een bloeddrukmeting.
150Bepaalde patiënten met hartritmestoornissen of permanente geestelijke belasting kunnen echter ook langdurig hemody-namisch instabiel blijven, zelfs na meerdere rustperioden. De nauwkeurigheid van de vastgestelde bloeddruk in rust is bij deze gebruikers beperkt. De HSD heeft net als alle andere medische meetmethoden een beperkte nauwkeurigheid en kan in enkele gevallen onjuiste resultaten leveren. De gemeten bloeddrukwaarden waarbij voldoende rust in de bloedsomloop is vastgesteld, zijn echter zeer betrouwbaar. 6. 5 Meetwaarden bekijken en wissenDe resultaten van elke succesvolle meting worden samen met de datum en de tijd opgeslagen. Bij meer dan 30meetgege-vens worden telkens de oudste meetgegevens overschreven. • Druk op de geheugentoets M. Selecteer het gewenste gebruikersgeheugen (. ) door nogmaals op de ge-heugentoets te drukken.
M• Druk op de functietoets + om het gemiddelde van alle opgeslagen meetwaarden in het gebruikersgeheugen weer te geven. Druk nogmaals op de functietoets om +de gemiddelde waarde van de ochtendmetingen van de laatste zeven dagen weer te geven (ochtend: 05. 00 uur – 09. 00 uur, weergave ). Druk nogmaals op de func-tietoets -+ om de gemiddelde waarde van de avondmetingen van de laatste zeven dagen weer te geven (avond: 18. 00 uur – 20. 00 uur, weergave ). Druk nogmaals op de functietoets om de laatste individuele meetwaarden +met datum en tijd weer te geven. • Schakel het apparaat uit door op de START/STOP-toets te drukken. • Wanneer u vergeet het apparaat uit te schakelen, wordt het automatisch na 30 seconden uitgeschakeld. • -Druk als u het gehele geheugen van de betreende gebruiker wilt wissen op de geheugentoets.
Houd nu 5 Mseconden de geheugentoets en de insteltoets M SET gelijktijdig ingedrukt. 7. REINIGING EN ONDERHOUD• -Reinig het apparaat en de manchet voorzichtig met alleen een licht bevochtigde doek. • Gebruik geen schoonmaakproducten of oplosmiddelen.
• Houd het apparaat en de manchet nooit onder water, omdat er anders vocht kan binnendringen, waardoor het apparaat en de manchet beschadigd kunnen raken. • Zorg ervoor dat er geen zware voorwerpen op het appa-raat en de manchet worden geplaatst als u deze opbergt. De manchetslang mag niet worden geknikt. • Verwijder de batterijen als u het apparaat langere tijd niet gebruikt. 8. TOEBEHOREN EN RESERVEONDERDELENToebehoren en reserveonderdelen vindt u op de homepage www. beurer. de in de rubriek ‘Service’. Geef het bijbehorende bestelnummer op.
151Omschrijving Artikel-/bestel-nummerUniversele manchet (22-42 cm) 163.911Netvoeding (EU) 071.95Netvoeding (UK) 072.059. PROBLEMEN OPLOSSENFout-meldingMogelijke oorzaakOplossingEr kon geen hartslag worden gemeten.Herhaal de meting na een pauze van een minuut.Let erop dat u tijdens de me-ting niet spreekt of beweegt.U hebt tijdens de meting bewogen of gesproken.De manchet is niet juist aange-bracht.Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk “Manchet aanbrengen” in acht.Er is een fout opgetreden tijdens de meting.Herhaal de meting na een pauze van een minuut.Let erop dat u tijdens de me-ting niet spreekt of beweegt.Fout-meldingMogelijke oorzaakOplossingDe oppompdruk is hoger dan 300 mmHg.Controleer bij een nieuwe meting of de manchet cor-rect kan worden opgepompt.Zorg ervoor dat uw arm niet op de slang ligt en dat er geen zware voorwerpen op de slang liggen.
De slang mag ook niet geknikt zijn.Er is sprake van een systeem-fout.Neem bij deze foutmelding contact op met de klanten-service.De batterijen zijn bijna leeg. Plaats nieuwe batterijen in het apparaat.10. AFVOEREN Apparaat repareren en afvoeren• U mag het apparaat niet zelf repareren of afstellen. Wan-neer u dit toch doet, kan een storingsvrije werking niet langer worden gegarandeerd.• -Maak het apparaat niet open. U mag alleen het batterijvak openen. Wanneer u deze instructie niet in acht neemt, vervalt de garantie. • Reparaties mogen alleen door de klantenservice of ge-autoriseerde verkopers worden uitgevoerd. Controleer
152voordat u een klacht indient altijd eerst de batterijen en vervang deze als dat nodig is.• Het apparaat mag niet met het huisvuil worden wegge-gooid. U kunt het apparaat inleveren bij gespe-cialiseerde inzamelpunten in uw land. Voer het apparaat af conform de EU-richtlijn voor afge-dankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de verantwoordelijke instanties voor afvalverwijdering in uw gemeente.Batterijen verwijderen • De volledig lege batterijen mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Deponeer batterijen in de daar-voor speciek bestemde afvalbakken of bied ze bij het afvalverwerkingsstation of de elektriciteitszaak aan als chemisch afval.
153Stroomvoorzie-ning4 AA-batterijen van 1,5 V Levensduur batterijenVoor ca. 300 metingen, afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk of de oppompdruk Classicatie Interne voeding, IP21, geen AP of APG, ononderbroken werking, toegepast deel type BFVerwachte levensduurMin. 20. 000 metingenHet batchnummer staat op het apparaat of in het batterijvak. Wijzigingen van de technische gegevens zonder kennisge-ving zijn om actualiseringsredenen voorbehouden. • Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN 60601-1-2 (in overeenstemming met ISPR-11, IEC 61000-3-2, CIEC 61000-3-3, IEC 61000-4-2, IEC 61000-4-3, IEC 61000-4-4, IEC 61000-4-5, IEC 61000-4-6, IEC 61000-4-7, IEC 61000-4-8, IEC 61000-4-11) en is onderworpen aan bijzondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit.
Let er daarbij op dat draagbare en mobiele HF-communica-tieapparatuur dit apparaat negatief kunnen beïnvloeden. • Het apparaat voldoet aan de verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad betreende medische hulpmiddelen, aan de betreende nationale bepalingen en aan de norm IEC 80601-2-30 (Medische elektrische toestellen deel 2 – 30: Speciale eisen voor basisveiligheid en essentiële prestaties van niet-in-vasieve bloeddrukmeters). • De nauwkeurigheid van deze bloeddrukmeter is zorgvul-dig gecontroleerd en het apparaat is ontwikkeld met het oog op een lange gebruiksduur. Wanneer het apparaat in de geneeskunde wordt gebruikt, moeten meettechni-sche controles met daarvoor geschikte middelen worden uitgevoerd. Uitgebreide informatie over het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het servicepunt. Netvoeding Modelnr.
, ltdBeveiliging Het apparaat is dubbel geïsoleerd en beschikt over een zekering aan de primaire zijde, die het apparaat in geval van een storing loskop-pelt van het elektriciteitsnet. Zorg ervoor dat u de batterijen uit het batterij-vak hebt verwijderd, voordat u de netvoeding gebruikt. Polariteit van de gelijkspanningsaansluitingDubbel geïsoleerd/veiligheidsklasse 2.
154Behuizing en afdek-kingenDe behuizing van de netvoeding beschermt tegen aanraking van onderdelen die onder stroom staan of kunnen staan (vingers, naal-den, testhaak). De gebruiker mag de patiënt en de uit-gangsstekker van de AC/DC-netvoeding niet tegelijkertijd aanraken.12. GARANTIE/SERVICEMeer informatie over de garantie en de garantievoorwaarden vindt u in de meegeleverde garantiebrochure.Melding van incidentenVoor gebruikers/patiënten in de Europese Unie en bij iden-tieke reguleringssystemen (verordening betreende medi-sche apparaten MDR (EU) 2017/745) geldt: als zich tijdens of vanwege het gebruik van het product een ernstig incident voordoet, dient u dit te melden bij de fabrikant en/of bij diens gemachtigde en bij de desbetreende nationale overheid van de lidstaat waarin de gebruiker/patiënt zich bevindt.Fouten en wijzigingen voorbehouden
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Beurer BM 28 HSD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Bloeddrukmeter Beurer
Handleiding Bloeddrukmeter
Nieuwste handleidingen voor Bloeddrukmeter