Beurer BC 18 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Beurer BC 18 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 87 mensen. Heb je een vraag over Beurer BC 18 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
0344
O
Gebruikshandleiding
Bloeddruckmeter
BC 18
BEURER GmbH • Söflinger Str. 218 • 89077 Ulm (Germany)
Tel.: +49 (0) 731 / 39 89-144 • Fax: +49 (0) 731 / 39 89-255
www.beurer.de • Mail: kd@beurer.de
NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Beurer
Categorie: Bloeddrukmeter
Model: BC 18

Handleiding Beurer BC 18 – volledige tekst

2NEDERLANDSGeachte klant,we zijn blij dat u hebt gekozen voor een product uit ons assortiment. Onze naam staat voor hoogwaardige en grondig gecontroleerde kwaliteitsproducten die te maken hebben met warmte, gewicht, bloeddruk, lichaamstemperatuur, hartslag, zachte therapie, mas-sage en lucht. Neem deze gebruikshandleiding aandachtig door, be-waar deze voor later gebruik, houd deze toegankelijk voor andere gebruikers en neem alle aanwijzingen in acht. Met vriendelijke groet,Uw Beurer-team1. IntroductieDe polsbloeddrukmeter is bestemd voor het niet-inva-sief meten en controleren van arteriële bloeddrukwaar-den van volwassenen. U kunt hiermee snel en eenvoudig uw bloeddruk me-ten, uw meetwaarden opslaan en het verloop van de meetwaarden tonen. Bij eventueel aanwezige hartrit-mestoornissen wordt u gewaarschuwd.

Bovendien kunt u de waarschuwingsgrenzen voor systole en diastole, die zijn ingesteld in overeenstem-ming met de WHO-richtlijnen, afzonderlijk aanpassen („Doctor’s function“). Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor later gebruik en zorg dat deze ook voor andere gebruikersbeschikbaar is. 2. Belangrijke aanwijzingenAanwijzingen voor het gebruik• Meet uw bloeddruk altijd op hetzelfde tijdstip, om vergelijkbare waarden te garanderen. • Rust voor elke meting ongeveer 5 minuten uit. • Wacht 5 minuten tussen twee metingen. • De door u gemeten waarden dienen uitsluitend ter infor-matie – zij zijn geen vervanging voor een medisch onder-zoek. Bespreek uw meetwaarden met uw arts, baseer in geen geval eigen medische beslissingen hierop (bijv. met betrekking tot geneesmiddelen en de doseringen).

• Bij een beperkte doorbloeding in een arm als gevolg van chronische of acute vaatziekten (onder ande-re vaatvernauwing) is de nauwkeurigheid van de polsmeting beperkt. Kies in dat geval voor een bloed-drukmeter voor de bovenarm.

• Er kunnen foute meetwaarden optreden bij aando-eningen aan de hartcirculatie, evenals bij zeer lage bloeddruk, doorbloedings- en hartritmestoornissen en ook bij overige eerdere aandoeningen. • Gebruik het apparaat alleen bij personen met de voor het apparaat aangegeven polsomvang. • De bloeddrukmeter kan uitsluitend worden bediend met batterijen. Let op, gegevensopslag is alleen mo-gelijk als uw bloeddrukmeter stroom bevat. Zodra de.

3batterijen leeg zijn, verdwijnen de datum en tijd uit de bloeddrukmeter. De opgeslagen meetwaarden blijven echter behouden. • De automatische uitschakelfunctie zet de bloeddruk-meter uit voor het vervangen van de batterijen als ge-durende één minuut niet op een toets wordt gedrukt. Aanwijzingen voor opslag en onderhoud• De bloeddrukmeter bestaat uit precisie- en elektro-nica-onderdelen. De nauwkeurigheid van de meet-waarden en de levensduur van het apparaat zijn af-hankelijk van zorgvuldige hantering: - Bescherm het apparaat tegen stoten vocht, vuil, sterke temperatuursschommelingen en direct zon-licht. - Laat het apparaat niet vallen. - Gebruik het apparaat niet in de nabijheid van sterke elektromagnetische velden en houd het uit de buurt van radiozendinstallaties en mobiele telefoons.

- Gebruik alleen de meegeleverde of originele ver-vangende manchetten, anders worden foute meet-waarden berekend. • Druk niet op toetsen als de manchet niet is aange-bracht. • Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, raden wij aan de batterijen te verwijderen. Aanwijzingen bij de batterijen• Batterijen zijn levensgevaarlijk, niet inslikken. Bewaar daarom batterijen en dergelijke producten buiten het bereik van kinderen. Zoek onmiddellijk medische hulp als een batterij wordt ingeslikt. • Batterijen mogen niet geladen of met andere mid-delen gereactiveerd en niet uit elkaar gehaald, in het vuur geworpen of kortgesloten worden. • Verwijder batterijen uit het apparaat als deze leeg zijn of als u het apparaat niet langer gebruikt. Op die ma-nier vermijdt u schade die kan ontstaan door lekken. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd.

• Gebruik geen batterijen van verschillende types, mer-ken of met verschillende capaciteit. Gebruik bij voor-keur alkalinebatterijen. Aanwijzingen voor reparatie en onderhoud• Batterijen horen niet bij het huisvuil. Breng uw gebru-ikte batterijen naar de aangewezen depots. • Het apparaat niet openen.

Bij het niet naleven van de aanwijzingen vervalt de garantie. • Het apparaat mag niet door uzelf gerepareerd of af-gesteld worden. In dit geval is foutloos functioneren niet meer gewaarborgd. • Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice van Beurer of geautoriseerde dealers. Test vóór elke reclame eerst de batterijen en vervang deze indien nodig. • Verwijder het apparaat volgens de richtlijn 2002/96/EG met betrekking tot elektrisch en elektronisch afval – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Wend u voor vragen tot de plaatselijke instantie voor afvalverwerking.

43. Omschrijving van het apparaat1. Display2. Toets omlaag ▼3. Toets omhoog ▲4. MODE-toets5. Geheugentoets MEMORY6. START/STOP-toets7. Batterijvakdeksel8. PolsmanchetWeergaven op de display: 1. Symbool ‘Batterij bijna leeg’ 2. Symbool ‘Fout’ 3. Systolische druk 4. Symbool ‘Hartritmestoring’ 5. Eenheid mmHg 6. Symbool voor gebruiker 1, 2, 3 7. Diastolische druk 8. Tijd en datum 9. Nummer van de geheugenplaats10. Symbool ‚Pols’ 11. Gemiddelde polswaarde12. Pijl oppompen, lucht laten lopen4. Meting voorbereidenBatterij plaatsen• Verwijder het deksel van het batterijvak aan de linker-kant van het apparaat.• Plaats twee 1,5 V microbatterijen (alkaline type LR 03). Let goed op of de batterijen in overeenstemming met de tekens met de polen in de juiste richting zijn geplaatst.

5Als de weergave voor “Batterij (bijna) leeg” verschijnt, is meten niet meer mogelijk en moeten alle batterijen worden vervangen. Breng de lege batterijen naar een inzamelpunt voor lege batterijen en accu's (klein en gevaarlijk afval), of geef ze af in een elektro-zaak. U bent wettelijk verplicht, de batterijen op te ruimen. Opmerking: Deze tekens vindt u op bat-terijen, die schadelijke stoffen bevatten: Pb = de batterij bevat lood, Cd = de batterij bevat cadmium, Hg = de batterij bevat kwik. Datum en tijd instellenU móet de datum en tijd instellen. Alleen dan kunt u uw meetwaarden correct met datum en tijd opslaan en later weer opvragen. De tijd wordt weergegeven in een 24-uurs opmaak. Aanwijzing: Als u de toetsen ▼ „Omlaag“ of ▲ „Omhoog“ ingedrukt houdt, kunt u de waarden sneller instellen. • Druk op „MODE“. De maand begint te knipperen.

Stel met de toetsen ▼ „Omlaag“ of ▲ „Omhoog“ de maand 1 tot 12 in en bevestig met MODE. • Stel de dag, het uur en de minuten in en bevestig nogmaals met MODE. Individuele waarschuwingsgrenzen instellen („Doctor’s function“)Na het bevestigen van de datum en tijd kunnen de waarschuwingsgrenzen voor systole en diastole indi-vidueel worden ingesteld voor elke gebruiker. Bij deze instellingsmogelijheid kunnen medische aanwijzingen bij een ambulante bloeddrukcontrole perfect worden overgezet („Doctor’s function“). Aanwijzing: De vooraf ingestelde standaardwaarden zijn in overeenstemming met de WHO-richtlijnen voor Hoog-Normaal en bedragen de aanvangsmaxima 130 mmHG (systole) en 85 mmHg (diastole). Raadpleeg hiervoor de afgebeelde tabel. U moet de standaar-dinstelling bevestigen, hiermee wordt de „Doctor’s function“ geactiveerd.

• Het instellen van de waarschuwingsgrenzen begint altijd bij gebruiker 1. • Zolang de standaardinstelling niet wordt geactiveerd, wordt „--“ weergegeven op de display.

• U kunt de grenzen van de systole met de toetsen ▼ „Omlaag“ en ▲ „Omhoog“ in stappen van 5 mmHg veranderen. • Bevestig de gewenste waarde met de MODE-toets. • Op dezelfde manier kunt de grenzen van de diastole met de toetsen ▼ „Omlaag“ en ▲ „Omhoog“ in stap-pen van 5 mmHg veranderen. • Met de MODE-toets slaat u de instellingen op en schakelt u door naar het geheugen van de volgende gebruiker. Met START/STOP slaat u de instellingen op dezelfde wijze op, maar komt u vervolgens in de meetmodus. Als u geen toetsen indrukt, schakelt het apparaat zich na 1 minuut automatisch uit.

65. Bloeddruk metenDe manchet plaatsen• Ontbloot uw linkerpols. Let op dat de doorbloeding van de arm niet door nauwe kledingstukken of iets dergelijks wordt belemmerd. Plaats de manchet op de binnenkant van uw pols• Sluit de manchet met de klittenbandsluiting, zodat de bovenkant van het apparaat ongeveer 1 cm onder de bal van de hand zit. • De manchet moet strak rond de pols zijn gelegd, maar mag niet té strak zijn aangesnoerd.Let op: Het apparaat mag uitsluitend met de originele manchet worden gebruikt. De juiste lichaamshouding aannemen• Rust voor elke meting ongeveer 5 minuten uit! Anders kunnen onnauwkeurigheden ontstaan. Richtlijnen: • Uit medisch oogpunt moet het verschil tussen systole en diastole ten minste 30 mmHg zijn.

Een systolische grenswaarde onder 100 mmHg en een diastolische grenswaarde onder 60 mmHg wordt afgeraden.• Conform de richtlijnen/definities van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de nieuwste inzichten worden de meetresultaten geclassificeerd en beoordeeld aan de hand van de volgende tabel.Bereik van de bloeddrukwaarde Systole Diastole Maatregel (in mmHg) (in mmHg) Niveau 3: sterke hypertonie >=180 >=110 Contact opnemen met uw artsNiveau 2: matige hypertonie 160-179 100-109 Contact opnemen met uw artsNiveau 1: lichte hypertonie 140-159 90-99 Regelmatige controle bij uw arts Hoog-normaal 130-139 85-89 Regelmatige controle bij uw artsNormaal 120-129 80-84 Zelf controlerenOptimaal

7• U kunt de meting zittend of liggend uitvoeren. Ondersteun in elk geval uw arm en buig deze. Let er altijd op dat de manchet zich ter hoogte van het hart bevindt. Anders kunnen aanzienlijke onnauw-keurigheden ontstaan. Ontspan uw arm en de handpalm. • Om een foutieve meting te voorkomen, is het be-langrijk dat u tijdens de meting rustig blijft en niet spreekt. Bloeddrukmeting uitvoeren• Zet de bloeddrukmeter aan met de START/STOP-toets. • Selecteer met de toetsen ▼ „Omlaag“ en ▲ „Om-hoog“ gebruiker 1, 2 of 3. De meetresultaten worden na een succesvolle me-ting automatisch opgeslagen in het geheugen van de geselecteerde gebruiker. U kunt de verschillende gebruikersgeheugens echter ook gebruiken om me-tingen die ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds zijn uitgevoerd afzonderlijk van elkaar op te slaan. • Start het meetproces door op de START/STOP-toets te drukken.

De manchet wordt opgepompt tot 195 mmHg. De luchtdruk in de manchet wordt langzaam verlaagd. Bij een reeds waarneembare tendens voor hoge-blo-eddruk wordt nogmaals gepompt en de manchet-druk opnieuw verhoogd. Zodra een pols wordt waar-genomen, verschijnt het ‘ ’-symbool. • De meetresultaten van de systolische druk, de dia-stolische druk en de pols worden weergegeven. • U kunt de meting altijd beëindigen door op de START/STOP-toets te drukken. • Het ‘ ’-symbool verschijnt wanneer de meting niet volgens de voorschriften kan worden uitge-vo-erd. Raadpleeg het hoofdstuk “foutmelding/Fouto-plossing’ in deze gebruiksaanwijzing en herhaal de meting. Resultaten beoordelenHartritmestoornissen: Dit apparaat kan tijdens de meting eventuele stoornis-sen in het hartritme identificeren en wijst u daar eventu-eel na de meting op met het symbool. Dit kan een indicatie zijn voor aritmie.

De symptomen (opgewonden of vroegtijdige hartslagen, een langzame of te snelle pols) kunnen onder andere het gevolg zijn van har-taandoeningen, ouderdom, aanleg, overmatig gebruik van genotmiddelen, stress of slaapgebrek. Aritmie kan uitsluitend worden vastgesteld middels medisch onderzoek. Herhaal de meting wanneer het -symbool na de meting op de display verschijnt. Let op, u moet eerst 5 minuten rusten en tijdens de meting niet spreken of bewegen. Raadpleeg uw arts als het -symbool vaker verschijnt. Zelf een diagnose stellen of een door uzelf samengestelde behandeling volgen op basis van de meetresultaten kan gevaarlijk • • • • • • • • • • • • •.

8zijn. Volg onvoorwaardelijk de aanwijzingen van uw arts op. Doctor’s Function: Na een succesvolle meting toont het apparaat eerst het meetresultaat. De ingestelde grenswaarden wor-den vergeleken met het meetresultaat en als volgt weergegeven:• Systolische waarde binnen en buiten de grenswaar-de: Waarde• Diastolische waarde binnen en buiten de grenswaar-de: Waarde• Systolische waarde boven de grenswaarde: de waar-de knippert• Diastolische waarde boven de grenswaarde: de waarde knippertDruk op de MODE-toets als u de ingestelde grenswaar-den wilt controleren. U kunt altijd terugkeren naar de resultatendisplay door de MODE-toets los te laten. Door op de START/STOP-toets te drukken kunt u met een nieuwe meting beginnen. Let op, tussen twee me-tingen moet 5 minuten rustpauze zitten. Als u geen toetsen indrukt, schakelt het apparaat zich na 1 minuut automatisch uit.

Meetwaarden opslaan, oproepen en verwijderen• De resultaten van elke succesvolle meting worden met datum en tijd opgeslagen. Bij meer dan 30 meet-gegevens gaan de oudste meetgegevens altijd verlo-ren. • Druk op de geheugentoets MEMORY om de meetre-sultaten weer op te roepen. Selecteer met de toetsen ▼ „Omlaag“ en ▲ „Omhoog“ het gewenste gebru-ikersgeheugen en druk op de geheugentoets ME-MORY. Vervolgens wordt de gemiddelde waarde van alle opgeslagen meetwaarden van het geheugen van deze gebruiker (geheugenplaatsweergave „A“) ge-toond. Door nogmaals op geheugentoets MEMORY te drukken worden altijd de laatste meetwaarden met datum en tijd weergegeven. De gemiddelde waarde van alle opgeslagen meetwaarden en ook de afzon-derlijk opgeslagen meetwaarden worden met de ak-tuele in de Doctor’s Function ingestelde grenswaar-den vergeleken en grafisch geïnterpreteerd.

• Aanwijzing: Als u tijdens het meten uw grenswaarden verandert, dan heeft dit invloed op de interpreta-tie van de reeds opgeslagen meetwaarden. U kunt de opgeslagen informatie en de grenzen van de Doctor’s Function verwijderen als u, na indrukken van geheugentoets MEMORY en na het selecteren van de gebruiker, de toetsen MODE en OMHOOG ▲ 5 seconden ingedrukt houdt. 6. Foutmelding/FoutoplossingBij fouten verschijnt de foutmelding „ “ in de display. Foutmeldingen kunnen optreden, wanneer1. de oppompdruk hoger is dan 300 mmHg.

92. de bloeddrukwaarde uitzonderlijk hoog of laag is.3. u zich beweegt of spreekt tijdens het meten ( naast „“ wordt ook het hartritmesymbool weer-gegeven op de display.4. de manchetslang niet goed is ingestoken.5. het oppompen langer duurt dan 16 seconden.Herhaal in dergelijke gevallen de meting. Let op, dat de manchetslang goed is ingestoken en dat u zich niet beweegt en niet spreekt. Plaats eventueel de batterijen opnieuw of vervang deze.7. Reiniging en onderhoud• Reinig uw bloeddrukmeter voorzichtig met een licht vochtige doek.• Gebruik geen reinigings- of oplosmiddel.• Houd in geen geval het apparaat onder water, omdat zo vocht binnen kan dringen en het apparaat kan be-schadigen.• Plaats geen zware objecten op het apparaat.8. Technische informatieModelnr.

• Wanneer u het apparaat gebruikt voor industriële en wetenschappelijke doeleinden moet u, in ove-reenstemming met de „Fabrikantenverordening voor medische hulpmiddelen“, regelmatig meettech-ni-sche controles uitvoeren. Ook bij privégebruik raden wij u om de 2 jaar een meettechnische controle bij de fabrikant aan.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Beurer BC 18 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden