Beurer BM 28 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Beurer BM 28 (20 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Beurer BM 28 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Beurer |
| Categorie: | Bloeddrukmeter |
| Model: | BM 28 |
| Kleur van het product: | Wit |
| Breedte: | 103 mm |
| Diepte: | 134 mm |
| Hoogte: | 60 mm |
| Soort: | Automatisch |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Ondersteuning voor plaatsing: | Bovenarm |
| Batterij bijna leeg-indicatie: | Ja |
| Aantal per verpakking: | 1 stuk(s) |
| Memory-functie: | Ja |
| Opbergetui: | Ja |
| Geheugenslots: | 4 x 30 |
| Klok/Datum display: | Ja |
| Datum afdrukken: | Ja |
| Cuff grootte: | 22 - 42 cm |
| Type beeldscherm: | LCD |
| Aritmiedetectie: | Ja |
| Spreekfunctie: | Nee |
| Bloed-glucose meting: | Ja |
Handleiding Beurer BM 28 – volledige tekst
2Omvang van de levering• Bloeddrukmeter• Manchet voor de bovenarm• 4 AA-batterijen van 1,5V, type LR6• Opbergtas• GebruiksaanwijzingGeachte klant,We zijn blij dat u hebt gekozen voor een product uit ons assortiment. Onze naam staat voor hoogwaardige en uit-gebreid geteste kwaliteitsproducten op het gebied van warmte, gewicht, bloeddruk, lichaamstemperatuur, pols-slag, zachte therapie, massage, beauty en lucht. Neem deze gebruiksaanwijzing aandachtig door, bewaar deze voor later gebruik, laat deze ook door andere gebruikers lezen en neem alle aanwijzingen in acht. Met vriendelijke groet,Uw Beurer-team1. KennismakingControleer of de buitenkant van de verpakking van hetapparaat intact is en of alle onderdelen aanwezig zijn.
Alvo-rens het apparaat te gebruiken, moet worden gecontroleerd of het apparaat en de toebehoren zichtbaar beschadigd zijn en moet al het verpakkingsmateriaal worden verwijderd. Wij adviseren u om het apparaat bij twijfel niet te gebruiken en contact op te nemen met de verkoper of met de betreffende klantenservice. NEDERLANDS 1. Kennismaking. 2 2. Belangrijke aanwijzingen. 3 3. Beschrijving van het apparaat. 8 4. Meting voorbereiden. 9 5. Bloeddruk meten. 11 6. Resultaten beoordelen. 13 7. Meetwaarden opslaan, opvragen en wissen. 15 8. Foutmeldingen/storingen verhelpen. 16 9. Apparaat en manchet reinigen en opbergen. 1610. Technische gegevens. 1611. Adapter. 1812. Reserveonderdelen en aan slijtage onderhevige onderdelen. 1813. Garantie / service. 19Inhoud.
3De bovenarmbloeddrukmeter dient voor het non-invasief meten en controleren van de arteriële bloeddrukwaarden van volwassenen.U kunt daarmee snel en eenvoudig uw bloeddruk meten, de gemeten waarden opslaan en het verloop en het gemid-delde van de gemeten waarden laten weergeven.Bij eventueel aanwezige hartritmestoornissen wordt u gewaarschuwd.De vastgestelde waarden worden geclassificeerd en gra-fisch beoordeeld.2.
Belangrijke aanwijzingen Verklaring van de symbolenIn de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het type-plaatje van het apparaat en de accessoires worden de vol-gende symbolen gebruikt:VoorzichtigAanwijzingVerwijzing naar belangrijke informatieNeem de gebruiksaanwijzing in achtToegepast deel type BFGelijkstroomVerwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment).21PAP Verpakking overeenkomstig de milieu-ei-sen verwijderenFabrikantStorage/TransportToegestane temperatuur en luchtvochtig-heid bij opslag en transportOperatingToegestane temperatuur en luchtvochtig-heid bij gebruikIP21Beschermd tegen vaste voorwerpen met een diameter van 12,5mm en groter en tegen verticaal vallende druppelsSNSerienummer
4Met de CE-markering wordt aangetoond dat het apparaat voldoet aan de funda-mentele eisen van de richtlijn 93/42/EEC voor medische hulpmiddelen. Certificeringssymbool voor producten, die naar de Russische federatie en naar de landen van de GOS worden geëxporteerd Aanwijzingen met betrekking tot het gebruik• Meet uw bloeddruk altijd op hetzelfde tijdstip van de dag, zodat de gemeten waarden vergelijkbaar zijn. • Ten minste 30 minuten voor de meting mag u niet eten, drinken of roken, en geen lichamelijke inspanningen ver-richten. • Rust voorafgaand aan de eerste bloeddrukmeting altijd 5 minuten uit. • Als u vervolgens nog meer metingen na elkaar wilt uitvoe-ren, moet tussen de afzonderlijke metingen telkens min-stens 1 minuut rust worden gehouden. • Herhaal de meting wanneer u twijfelt over de gemeten waarden.
• De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als indi-catie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek. Bespreek uw gemeten waarden met uw arts. Neem in geen geval zelf medische beslissingen op basis van deze waarden (bijv. met betrekking tot medicijnen en de doseringen daarvan). • Gebruik van de bloeddrukmeter buiten de thuisomgeving of terwijl u in beweging bent (bijv. tijdens een rit in een auto of een ambulance, tijdens een vlucht in een helikop-ter of tijdens lichamelijke inspanning zoals sport), kan de meetnauwkeurigheid beïnvloeden en foutieve metingen veroorzaken. • Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s en vrouwen met pre-eclampsie. Alvorens de bloeddrukmeter tijdens de zwangerschap te gebruiken, adviseren wij u uw arts te raadplegen. • Aandoeningen aan hart en bloedvaten kunnen leiden tot foutieve metingen of kunnen de meetnauwkeurigheid beïnvloeden.
• Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met een beperkt fysiek, zintuiglijk of geestelijk vermogen of gebrek aan ervaring of kennis. Gebruik door deze personen is alleen toegestaan wanneer het plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon, of wanneer zij van deze per-soon aanwijzingen hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat. Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen, zodat zij niet met het apparaat spelen.
5• De bloeddrukmeter mag niet in combinatie met een chirur-gisch apparaat met hoge frequenties worden gebruikt. • Gebruik het apparaat alleen bij personen met een boven-armomvang die geschikt is voor het apparaat. • Let op dat de functie van het betreffende ledemaat tijdens het oppompen kan worden beïnvloed. • De bloedsomloop mag door de bloeddrukmeting niet onnodig lang worden afgebonden. Haal bij storingen van het apparaat de manchet van de arm. • Zorg ervoor dat de manchetslang niet bekneld raakt, of samengedrukt of geknikt wordt. • Voorkom een aanhoudende druk in de manchet en veel-vuldige metingen. De belemmering van de bloeddoorstro-ming die daardoor ontstaat, kan leiden tot verwondingen.
• Let op dat de manchet niet om een arm wordt aange-bracht waarvan de slagaderen of aderen een medische behandeling ondergaan, zoals intravasculaire toegang, intravasculaire therapie of een arterioveneuze shunt. • Plaats de manchet niet bij personen die een borstamputa-tie hebben ondergaan. • Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan leiden tot meer verwondingen. • Breng de manchet uitsluitend om de bovenarm aan. Breng de manchet niet om andere delen van het lichaam aan. • U kunt de bloeddrukmeter gebruiken met batterijen of met een netadapter. Het apparaat moet bij gebruik op netstroom zo worden geplaatst dat de stekker op elk moment door de gebruiker uit het stopcontact kan wor-den getrokken. Houd er rekening mee dat u alleen gege-vens kunt overdragen en opslaan als uw bloeddrukmeter wordt voorzien van stroom.
Zodra de batterijen leeg zijn of de netadapter wordt losgekoppeld van het elektriciteits-net, verliest de bloeddrukmeter datum en tijd. • Om de batterijen te sparen, wordt de bloeddrukmeter automatisch uitgeschakeld als er 30 seconden lang geen toets wordt ingedrukt. • Het apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruiks-aanwijzing beschreven gebruik.
De fabrikant is niet aan-sprakelijk voor schade die is veroorzaakt door onjuist of verkeerd gebruik. Aanwijzingen met betrekking tot opslag en onderhoud• De bloeddrukmeter bestaat uit elektronische onderdelen en precisieonderdelen. De nauwkeurigheid van de meet-waarden en de levensduur van het apparaat zijn afhanke-lijk van de zorgvuldige hantering van het apparaat: – Stel het apparaat niet bloot aan schokken, vocht, vuil, sterke temperatuurschommelingen en direct zonlicht. – Laat het apparaat niet vallen.
6 – Gebruik het apparaat niet in de buurt van sterke elektro-magnetische velden. Houd het uit de buurt van radio-zendinstallaties of mobiele telefoons. – Gebruik uitsluitend de meegeleverde of originele vervan-gende manchetten. Anders kunnen er onjuiste waarden worden gemeten. • Indien het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, adviseren wij u de batterijen te verwijderen. Tips voor de omgang met batterijen• Als vloeistof uit een batterijcel in aanraking komt met de huid of de ogen, moet u de betreffende plek met water spoelen en een arts raadplegen. • Gevaar voor inslikken. Kleine kinderen kunnen bat-terijen inslikken, met verstikking als gevolg. Bewaar batte-rijen daarom buiten het bereik van kleine kinderen. • Neem de aanduiding van de polariteit (plus (+) en min (-)) in acht.
• A -ls er een batterij is gaan lekken, moet u veiligheidshandschoenen aantrekken en het batterijvak met een droge doek reinigen. • Bescherm de batterijen tegen overmatige hitte. • Explosiegevaar. Werp batterijen niet in vuur. • Batterijen mogen niet worden opgeladen en niet worden kortgesloten. • Haal de batterijen uit het batterijvak als u het apparaat langere tijd niet gebruikt. • Gebruik alleen hetzelfde of een gelijkwaardig type batterij. • Vervang altijd alle batterijen tegelijk. • Gebruik geen accu’s. • Haal batterijen niet uit elkaar, open ze niet en hak ze niet in kleine stukken. Aanwijzingen met betrekking tot reparatie en verwijdering• Batterijen mogen niet met het huisvuil worden wegge-gooid. Deponeer de lege batterijen bij de daarvoor be-doelde inzamelplaatsen. • Maak het apparaat niet open. Wanneer u dit toch doet, vervalt de garantie.
• U mag het apparaat niet zelf repareren of afstellen. Wan-neer u dit toch doet, kan een storingsvrije werking niet langer worden gegarandeerd. • Reparaties mogen alleen door de klantenservice of geau-toriseerde dealers worden uitgevoerd.
7• Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Neem bij vragen contact op met de verantwoordelijke instantie voor afvalverwijdering in uw gemeente. Aanwijzingen met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit• Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, waaron-der de thuisomgeving.• Het apparaat kan bij de aanwezigheid van elektromagne-tische storingen onder omstandigheden mogelijk slechts beperkt worden gebruikt. Als gevolg daarvan kunnen bijv. foutmeldingen ontstaan of kan het display/apparaat uitvallen.• Het gebruik van dit apparaat direct naast andere appa-raten of met andere apparaten in gestapelde vorm moet worden vermeden, omdat dit een onjuiste werking tot ge-volg kan hebben.
Als gebruik op de hiervoor beschreven wijze noodzakelijk is, moeten dit apparaat en de andere apparaten in de gaten worden gehouden om er zeker van te zijn dat ze correct werken.• Het gebruik van andere toebehoren dan de toebehoren die de fabrikant van dit apparaat vastgelegd of beschik-baar gesteld heeft, kan verhoogde elektromagnetische storingen of een verminderde bestandheid tegen storin-gen tot gevolg hebben, waardoor het apparaat mogelijk niet correct werkt.• Als deze instructie niet in acht wordt genomen, kan dit de prestatiekenmerken van het apparaat negatief beïnvloeden.
94. Meting voorbereidenBatterij plaatsen• Open het deksel van het batterijvak.• Plaats vier AA-batterijen van 1,5V (alkaline type LR6) in het apparaat. Let goed op dat de batterijen met de juiste polariteit worden geplaatst, zoals aangeduid. Gebruik geen oplaadbare batterijen.• Sluit het deksel van het batterijvak weer zorgvuldig.• Alle displayelementen worden kort weergegeven, op het display knip-pert 24h. Stel nu, zoals hierna beschreven, de datum en de tijd in.Als het symbool voor het vervangen van de batterijen ( ) permanent wordt weergegeven, kan er niet meer gemeten worden en moet u alle batterijen vervangen. Wanneer de batterijen uit het apparaat worden verwijderd, moet de tijd opnieuw worden ingesteld.
Verwijdering van batterijen • Deponeer de gebruikte, volledig lege batterijen in de daarvoor specifiek bestemde afvalbakken of bied ze bij het afvalverwerkingsstation of de elektriciteitszaak aan als chemisch afval. U bent wettelijk verplicht de batterijen correct te verwijderen.• Deze tekens kunt u aantreffen op batterijen met schadelijke stoffen: Pb = batterij bevat lood Cd = batterij bevat cadmium Hg = batterij bevat kwikUurweergave, datum en tijd instellenDe datum en de tijd moeten absoluut worden ingesteld. Alleen zo kunnen uw gemeten waarden met de juiste datum en tijd worden opgeslagen en later weer worden opge-vraagd. Het menu voor het configureren van de instellingen kunt u op twee manieren openen:• Voor het eerste gebruik en na het vervangen van de batterijen: Als u batterijen in het apparaat plaatst, gaat u auto-matisch naar het betreffende menu.
10• Als de batterijen al zijn geplaatst: Houd de insteltoets SET van het uitgeschakelde apparaat ca. 5 seconden ingedrukt. Om de datum en de tijd in te stellen, gaat u als volgt te werk:• Stel met de functietoetsen -/+ de 24-uursweergave of de 12-uursweergave in. Bevestig uw selectie door op SET te drukken. Het jaar begint te knipperen. Stel met de functie-toetsen -/+ het jaar in en bevestig de invoer met SET. • Stel de maand, de dag, het uur en de minuten in en be-vestig elke invoer met de insteltoets SET. • De bloeddrukmeter wordt automatisch uitgeschakeld. Alarm instellenU - kunt 2 verschillende alarmtijden instellen om aan de meting te worden herinnerd. Ga als volgt te werk om het alarm in te stellen:• - Druk gedurende 5 seconden gelijktijdig op de functietoetsen - en +. • Op het display wordt “Alarm 1 ” weergegeven en tegelijkertijd knippert “on” of “off”.
Selecteer met de func-tietoetsen -/+ of alarm 1 geactiveerd (“on” knippert) of gedeactiveerd (“off” knippert) moet zijn en bevestig de invoer met de insteltoets SET. • Als alarm 1 wordt gedeactiveerd (“off”), gaat u naar de instelling van alarm 2. • Als alarm 1 wordt geactiveerd, knipperen de uren op het display. Selecteer met de functietoetsen -/+ het ge-wenste uur en bevestig de invoer met SET. Op het display knipperen de minuten. Selecteer met de functietoetsen -/+ de gewenste minuten en bevestig de invoer met SET. • Op het display wordt “Alarm 2 ” weergegeven en te-gelijkertijd knippert “on” of “off”. Ga op dezelfde wijze te werk als bij het instellen van alarm 1. De bloeddruk-meter wordt automatisch uitgeschakeld. Gebruik met netvoeding U kunt dit apparaat ook met netvoeding gebruiken. In dat geval mogen er geen batterijen in het batterijvakje zitten.
• Steek de netvoeding in de daarvoor bedoelde aansluiting van de bloeddrukmeter. De netadapter mag alleen op de netspanning worden aangesloten die op het typeplaatje is aangegeven. • Plaats vervolgens het stekkergedeelte van de netvoeding in het stopcontact. • Haal na gebruik van de bloeddrukmeter eerst de stekker uit het stopcontact en ontkoppel vervolgens de adapter van de bloeddrukmeter. Zodra u de netadapter uit de con-tactdoos trekt, verliest de bloeddrukmeter datum en tijd.
11De opgeslagen meetwaarden blijven echter bewaard.5. Bloeddruk metenLaat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u met de meting begint.U kunt de meting bij de linker- of de rechterarm uitvoeren.Manchet aanbrengen Breng de manchet om de ontblote bovenarm aan. De doorbloeding van de arm mag niet worden belemmerd, bijvoorbeeld door te strakke kledingstukken.De manchet moet zo om de bovenarm worden aangebracht dat de onderste rand 2 tot 3 cm boven de elleboog en boven de slagader ligt. De slang wijst naar het midden van de handpalm.Breng nu het vrije uiteinde van de manchet nauwsluitend maar niet te strak om de arm aan en sluit de manchet met het klittenband. De manchet moet zo strak worden aangebracht dat er nog twee vingers onder de manchet passen.Steek nu de manchetslang in de aansluiting voor de manchetstek-ker.
Deze manchet is geschikt voor u als de indexmarkering ( ) na het aanbrengen van de manchet binnen het OK-bereik ligt. Als u de meting bij de rechterbovenarm uitvoert, bevindt de slang zich aan de binnenzijde van uw elleboog. Zorg ervoor dat uw arm niet op de slang ligt.De bloeddruk kan verschillen bij de rechter- en de linkerarm en daardoor kunnen de gemeten bloeddrukwaarden ook verschillen. Voer de meting altijd bij dezelfde arm uit.Als het verschil tussen de waarden van beide armen zeer groot is, dient u met uw arts te overleggen welke arm u voor de meting moet gebruiken.Let op: het apparaat mag alleen met de originele manchet gebruikt worden. De manchet is geschikt voor een armom-vang van 22 tot 42 cm.
12Juiste lichaamshouding aannemen• Rust voorafgaand aan de eerste bloeddrukmeting altijd 5 minuten uit. Anders ontstaan er mogelijk afwijkingen. • Als u vervolgens nog meer metingen na elkaar wilt uit-voeren, moet tussen de afzonderlijke metingen telkens minstens 1 minuut rust worden gehouden. • U kunt de meting zittend of liggend uitvoeren. Let er in ieder geval op dat de manchet zich ter hoogte van het hart bevindt. • Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting comfortabel zit. Ondersteun uw rug en armen. Ga niet met gekruiste benen zitten. Plaats uw voeten plat op de grond. • Om een juist resultaat te verkrijgen, is het belangrijk dat u tijdens de meting rustig blijft en niet praat. Bloeddrukmeting uitvoeren• Breng zoals eerder beschreven de manchet aan en neem de houding aan waarin u de meting wilt uitvoeren. • Schakel de bloeddrukmeter in met behulp van de START/STOP-toets.
Na de volledige weergave worden de betreffende alarmsymbolen weergegeven als alarm 1/2 is geactiveerd. • De manchet wordt automatisch opgepompt. De luchtdruk in de manchet wordt langzaam verlaagd. Bij een reeds waargenomen tendens in de richting van een hoge bloed-druk wordt nog een keer bijgepompt om de manchetdruk te verhogen. Zodra er een polsslag herkend wordt, wordt het symbool polsslag weergegeven. • Gedurende de volledige meting wordt het symbool voor de manchetaanbrengcontrole weergegeven. Als de manchet te strak of te los is aangebracht, worden en “ ” weergegeven. In dat geval wordt de meting na ongeveer 5 seconden afgebroken en het apparaat wordt uitgeschakeld. Breng de manchet correct aan en voer een nieuwe meting uit. • De meetresultaten voor systolische druk, diastolische druk en polsslag worden weergegeven.
13• _ wordt weergegeven wanneer de meting niet juist kon worden uitgevoerd. Lees het hoofdstuk “Foutmeldingen/storingen verhelpen” in deze gebruiksaanwijzing en her-haal de meting. • Selecteer nu het gewenste gebruikersgeheugen door op de geheugentoets te drukken. Wanneer u geen gebruiM-kersgeheugen kiest, wordt het meetresultaat opgeslagen in het laatst gebruikte gebruikersgeheugen. Het betreffende symbool , , of wordt op het display weergegeven. • Schakel het apparaat uit door op de START/STOP-toets te drukken. Als u vergeet het apparaat uit te schake-len, dan wordt het na ongeveer 3 minuut automatisch uitgeschakeld. Wacht minstens 1 minuut voordat u een nieuwe meting uitvoert. 6. Resultaten beoordelenHartritmestoornissen:Dit apparaat kan tijdens het meten eventuele storingen van het hartritme identificeren.
Indien dergelijke storingen wor-den vastgesteld, wordt dit na de meting met het symbool weergegeven. Dit kan een indicator voor een aritmie zijn. Aritmie is een aandoening waarbij het hartritme abnor-maal is vanwege storingen in het bio-elektrische systeem dat de hartslag stuurt. De symptomen (overslaand hart of voortijdige hartslagen, langzame of te snelle hartslag) kunnen onder meer het gevolg zijn van hartaandoeningen, ouderdom, lichamelijke aanleg, overmatig gebruik van ge-notmiddelen, stress of slaapgebrek. Aritmie kan uitsluitend worden vastgesteld door medisch onderzoek. Herhaal de meting als het symbool na de meting op het display wordt weergegeven. Let er op dat u 5 minuten rust moet ne-men en dat u tijdens de meting niet praat of beweegt. Indien het symbool vaak wordt weergegeven, raadpleegt u uw arts.
Deze standaardwaarden mogen echter uitsluitend worden opgevat als algemene richtlijn, omdat de bloeddruk per persoon en ook per leeftijdsgroep enz. kan verschillen of afwijken. Raadpleeg daarom regelmatig uw arts. Hij of zij kan uw per-soonlijke bloeddruk voor u meten en ook beter inschatten wanneer bloeddrukwaarden te hoog of te laag zijn. Het staafdiagram op het display en de schaalverdeling op het apparaat geven aan binnen welk bereik de vastgestelde bloeddruk zich bevindt. Als de systolische en diastolische waarden zich in twee ver-schillende gebieden bevinden (bijv. systolisch in het gebied.
14“hoog-normaal” en diastolisch in het gebied “normaal”), dan geeft de grafische classificatie op het apparaat altijd het hoogste gebied weer; in het beschreven voorbeeld is dat “hoog-normaal”. Bereik van de bloeddrukwaar-denSystolisch (in mmHg)Diastolisch(in mmHg) MaatregelNiveau 3: zeer hoge bloeddruk≥ 180 ≥ 110 Raadpleeg een artsNiveau 2: hoge bloeddruk 160 – 179 100 – 109 Raadpleeg een artsNiveau 1: licht verhoogde bloeddruk140 – 159 90 – 99Regelmatige con-trole door een arts Hoog normaal 130 – 139 85 – 89Regelmatige con-trole door een artsNormaal Zelfcontrole120 – 129 80 – 84Optimaal Zelfcontrole< 120 < 80Bron: WHO, 1999 (World Health Organization)Meting van de rustindicator (door de HSD-diagnostiek) De meest voorkomende fout bij het meten van de bloeddruk is dat er op het moment van de meting geen sprake is van een rustbloeddruk (hemodynamische stabiliteit).
Dat bete-kent dat zowel de systolische als de diastolische bloeddruk in dat geval niet juist zijn. Dit apparaat bepaalt tijdens de bloeddrukmeting automatisch of er wel of geen sprake is van onvoldoende rust in de bloedsomloop. Als er geen aan-wijzingen zijn voor onvoldoende rust in de bloedsomloop, verschijnt het symbool (hemodynamische stabiliteit) op het display en kan het meetresultaat als aanvullend gekwali-ficeerde rustbloeddrukwaarde gedocumenteerd worden. Sprake van hemodynamische stabiliteit De meetresultaten van de systolische en diastolische druk zijn bij voldoende rust in de bloedsomloop vastgesteld en weerspiegelen vrij zeker de rustbloeddruk. Als er echter aanwijzingen zijn voor onvoldoende rust in de bloedsom-loop (hemodynamische instabiliteit), verschijnt het symbool op het display. In dit geval moet de meting worden her-haald na een lichamelijke en geestelijke rusttijd.
Het meten van de bloeddruk moet worden uitgevoerd bij lichamelijke en geestelijke rust, omdat deze bloeddruk het referentie-punt vormt voor de diagnostiek van de bloeddrukhoogte en daarmee bepalend kan zijn voor de medicamenteuze behandeling van een patiënt. Geen sprake van hemodynamische stabiliteit Het is zeer waarschijnlijk dat de meting van de systolische en de diastolische bloeddruk niet is uitgevoerd bij voldoen-.
15de rust in de bloedsomloop, waardoor de meetresultaten afwijken van de rustbloeddrukwaarde. Herhaal de meting na ten minste 5 minuten rust en ontspanning. Ga naar een vol-doende rustige en comfortabele plek, blijf daar rustig zitten, sluit uw ogen, probeer u te ontspannen en adem rustig en gelijkmatig. Als er bij de volgende meting nog steeds sprake is van onvoldoende stabiliteit, kunt u de meting na nog een rustperiode opnieuw herhalen. Als de volgende meetresulta-ten instabiel blijven, duidt u de gemeten bloeddrukwaarden als zodanig aan, omdat tijdens uw metingen onvoldoende rust in de bloedsomloop kon worden bereikt. In dat geval kan er sprake zijn van innerlijke onrust, wat niet kan worden verholpen door middel van korte rustperioden. Bovendien kunnen ook bestaande hartritmestoornissen leiden tot een instabiele bloeddrukmeting.
Het ontbreken van een rustbloeddruk kan verschillende oorzaken hebben, zoals lichamelijke belasting, geestelijke inspanning of afleiding, spreken of hartritmestoornissen tijdens de bloeddrukmeting. In de meeste gevallen biedt de HSD-diagnostiek zeer goede informatie over de aanwezig-heid van rust in de bloedsomloop bij een bloeddrukmeting. Bepaalde patiënten met hartritmestoornissen of permanente geestelijke belasting kunnen langdurig hemodynamisch instabiel blijven, zelfs na meerdere rustperioden. De nauw-keurigheid van de vastgestelde rustbloeddruk is bij deze gebruikers beperkt. De HSD-diagnostiek heeft net als alle andere medische meetmethoden een beperkte nauwkeu-righeid en kan in enkele gevallen onjuiste resultaten leveren. De gemeten bloeddrukwaarden waarbij rust in de bloeds-omloop is vastgesteld, zijn zeer betrouwbaar. 7.
Meetwaarden opslaan, opvragen en wissen De resultaten van iedere succesvolle meting worden sa-men met de datum en de tijd opgeslagen. Bij meer dan 30meetgegevens worden telkens de oudste meetgegevens overschreven. • D. ruk op de geheugentoets M Selecteer het gewenste gebruikersgeheugen (.
16• Schakel het apparaat uit door op de START/STOP-toets te drukken.• Wanneer u vergeet het apparaat uit te schakelen, wordt het automatisch na 30 seconden uitgeschakeld.• Druk als u het gehele geheugen van de betreffende gebruiker wilt wissen op de geheugentoets . Houd nu M5 seconden de geheugentoets en de insteltoets M SET gelijktijdig ingedrukt.8. Foutmeldingen/storingen verhelpenBij storingen wordt op het display de foutmelding _ weer-gegeven.Foutmeldingen kunnen optreden als• de polsslag niet kon worden geregistreerd: 1;• er geen meting mogelijk was: 2;• de manchet te strak of te los is aangebracht: 3;• er storingen optreden tijdens de meting: 4;• de oppompdruk hoger dan 300 mmHg is: 5;• er sprake is van een systeemfout. Neem bij deze foutmel-ding contact op met de klantenservice: 6.• de batterijen bijna leeg zijn: .Herhaal in zulke gevallen de meting.
Let erop dat u niet beweegt of praat.Plaats de batterijen indien nodig opnieuw of vervang ze.9. Apparaat en manchet reinigen en opbergen• Reinig het apparaat en de manchet voorzichtig met alleen een licht bevochtigde doek.• Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.• Dompel het apparaat en de manchet nooit onder in water, omdat er anders vocht kan binnendringen, waardoor het apparaat en de manchet beschadigd kunnen raken.• Zorg ervoor dat er geen zware voorwerpen op het appa-raat en de manchet worden geplaatst als u deze opbergt. Verwijder de batterijen. De manchetslang mag niet wor-den geknikt.10.
18uitgevoerd. Uitgebreide informatie voor het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het serviceadres.11. AdapterModelnr. LXCP12-006060BEHIngang 100 - 240 V, 50 - 60 Hz, 0.5 A maxUitgang 6 V DC, 600 mA, uitsluitend in verbinding met Beurer bloeddrukmeetapparaten.Fabrikant Shenzhen Iongxc power supply co., ltdBeveiliging Het apparaat is dubbel geïsoleerd en beschikt over een primaire zijdelingse temperatuurbe veiliging,die in geval van gebreken de verbinding tussen het apparaat en de stroom verbreekt. Verzeker u ervan, dat u de batterijen uit de batterijhouder hebt gehaald, voordat u de adapter gebruikt.Polariteit van de gelijkstroom aansluitingGeïsoleerd / Beschermingsklasse 2Behuizing en afdekplaatDe adapterbehuizing beschermt voor Beschermingshet aanraken van delen, die onder stroom staan resp.
kunnen staan (vingers, naalden, testhaken).De Gebruiker mag niet gelijktijdig de patiënt en de uitgangsstekker van de adapter aan-raken.12. Reserveonderdelen en aan slijtage onderhevige onderdelenReserveonderdelen en aan slijtage onderhevige onderdelen zijn onder vermelding van het aangegeven productnummer verkrijgbaar via het betreffende servicepunt.Omschrijving Artikel-/bestelnum-merUniversele manchet (22-42 cm) 163.911Netvoeding (EU) 071.95Netvoeding (UK) 072.05
1913. Garantie / ser viceNeem in geval van garantieclaims contact op met het verkooppunt of de vestiging bij u in de buurt (zie de lijst “Service international”)Voeg wanneer u het apparaat retourneert een kopie van de aankoopbon en een korte beschrijving van het defect bij de retourzending.De volgende garantievoorwaarden zijn van toepassing:1. De garantietermijn voor producten van BEURER be-draagt 5 jaar of, indien langer, de in het betreffende land geldende garantietermijn vanaf de aankoopdatum is doorslaggevend. Bij een garantieclaim moet de aankoopdatum worden aangetoond door middel van een aankoopbon of een factuur.2. Door reparaties (van het volledige apparaat of delen daarvan) wordt de garantietermijn niet verlengd. 3. De garantie geldt niet voor beschadigingen als gevolg van a. oneigenlijk gebruik, bijv. het niet in acht nemen van de gebruikersinstructies. b.
reparaties of wijzigingen die zijn uitgevoerd door de klant of onbevoegde personen. c. het transport van de fabrikant naar de klant of tijdens het transport naar het servicecenter. d. De garantie geldt niet voor toebehoren die onderhevig zijn aan gewone slijtage (manchet, batterijen enz.).4. De verantwoordelijkheid voor door het apparaat ver-oorzaakte directe of indirecte gevolgschade is ook uitgesloten als bij beschadiging van het apparaat een garantieclaim wordt goedgekeurd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Beurer BM 28 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Bloeddrukmeter Beurer
Handleiding Bloeddrukmeter
Nieuwste handleidingen voor Bloeddrukmeter