Beurer BM 26 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Beurer BM 26 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 120 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Beurer BM 26 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/16
NLBloeddrukmeter
Gebruiksaanwijzing
BM 26

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Beurer
Categorie: Bloeddrukmeter
Model: BM 26
Soort bediening: Knoppen
Kleur van het product: Grey, White
Gewicht: 395 g
Breedte: 110 mm
Diepte: 155 mm
Hoogte: 70 mm
Soort: Automatisch
Automatisch uitschakelen: Ja
Ondersteuning voor plaatsing: Bovenarm
Accu/Batterij voltage: 1.5 V
Ondersteund aantal accu's/batterijen: 4
Certificering: CE
Duurzaamheidscertificaten: CE
Batterij bijna leeg-indicatie: Ja
Eenheid van de maatregel: mmHg
Memory-functie: Ja
Aantal gebruikers: 4 gebruiker(s)
Opbergetui: Ja
Klok/Datum display: Ja
Geheugenregisters: 4
Pulse rate meting: Ja
Diastolische bloeddruk: Ja
Systolische bloeddruk: Ja
Cuff grootte: 22 - 35 cm
Batterijen inbegrepen: Ja
Batterijtechnologie: Alkaline
Type beeldscherm: LCD
Type batterij: AA
Aritmiedetectie: Ja
Spreekfunctie: Nee
Bloed-glucose meting: Nee

Handleiding Beurer BM 26 – volledige tekst

31. Omvang van de leveringControleer of de buitenkant van de verpakking intact is en of alle onderdelen aanwezig zijn. Alvorens het apparaat te gebrui-ken, moet worden gecontroleerd of het apparaat en de toebe-horen zichtbaar beschadigd zijn en moet al het verpakkings-materiaal worden verwijderd. Wij adviseren u het apparaat bij twijfel niet te gebruiken en contact op te nemen met de verko-per of met de betreffende klantenservice.1 bloeddrukmeter1 manchet voor de bovenarm4 AA-batterijen van 1,5V, type LR61 opbergtas1 gebruiksaanwijzing 2.

Verklaring van de symbolenOp het apparaat, in de gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het typeplaatje van het apparaat worden de volgende symbolen gebruikt:WAARSCHUWINGWaarschuwing voor situaties met verwon-dingsrisico’s of gevaar voor uw gezondheid.LET OPWaarschuwing voor mogelijke schade aan het apparaat of de toebehoren.AanwijzingVerwijzing naar belangrijke informatie.Neem de gebruiksaanwijzing in acht.Toegepast deel type BFGelijkstroomVerwijder het apparaat conform de EU-richt-lijn voor afgedankte elektrische en elektroni-sche apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment).Batterijen die schadelijke stoffen bevatten, mogen niet met het huisvuil worden wegge-gooid.Scheid de verpakkingscomponenten en voer het afval volgens de lokale voorschriften af.BAAanduiding voor de identificatie van het ver-pakkingsmateriaal.

4OperatingToegestane temperatuur en luchtvochtigheid bij gebruikNiet blootstellen aan vochtSNSerienummerArtikelnummerMedisch hulpmiddel (MDR-symbool)CE-markering Dit product voldoet aan de eisen van de gel-dende Europese en nationale richtlijnen. 3. Voorgeschreven gebruikDe bloeddrukmeter voor de bovenarm BM 26 is bestemd voor thuisgebruik en is bedoeld voor het niet-invasief meten en con-troleren van arteriële bloeddruk- en hartslagwaarden bij vol-wassen mensen met een bovenarmomtrek van 22 tot 35 cm. U kunt hiermee snel en eenvoudig uw bloeddruk en hartslag me-ten en bovendien verschillende gemiddelde waarden van eer-dere metingen bekijken. De vastgestelde meetwaarden worden geclassificeerd en grafisch beoordeeld. Bij eventueel aanwezi-ge hartritmestoornissen wordt u middels een symbool op het display gewaarschuwd. 4.

Waarschuwingen en veiligheidsrichtlijnen Aanwijzingen met betrekking tot het gebruik• Meet uw bloeddruk altijd op hetzelfde tijdstip van de dag, zodat de gemeten waarden met elkaar vergeleken kunnen worden. • Ten minste 30 minuten voor de meting mag u niet eten, drin-ken of roken en geen lichamelijke inspanningen verrichten. • Rust voorafgaand aan de eerste bloeddrukmeting altijd 5 mi-nuten uit. • Als u vervolgens nog meer metingen na elkaar wilt uitvoeren, moet tussen de afzonderlijke metingen telkens minstens 1 minuut rust worden gehouden. • Herhaal de meting wanneer u twijfelt over de gemeten waar-den. • De waarden die u hebt gemeten, dienen slechts als indicatie – ze vormen geen vervanging van een medisch onderzoek. Bespreek uw gemeten waarden met uw arts. Neem in geen geval zelf medische beslissingen op basis van deze waar-den (bijv.

5• Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (waar-onder kinderen) met een beperkt fysiek, zintuiglijk of geeste-lijk vermogen of gebrek aan ervaring of kennis. Gebruik door deze personen is alleen toegestaan wanneer het plaatsvindt onder toezicht van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon, of wanneer zij van deze persoon aanwijzingen heb-ben ontvangen over het gebruik van het apparaat. Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen, zodat zij niet met het apparaat spelen. • Gebruik de bloeddrukmeter niet bij baby’s, zwangeren en vrouwen met pre-eclampsie. • Aandoeningen aan hart en bloedvaten kunnen leiden tot fou-tieve metingen of kunnen de meetnauwkeurigheid beïnvloe-den. Dit is ook het geval bij een zeer lage bloeddruk, diabe-tes, doorbloedings- en ritmestoornissen en bij koude rillingen of trillingen.

• De bloeddrukmeter mag niet in combinatie met een chirur-gisch apparaat met hoge frequenties worden gebruikt. • Gebruik het apparaat alleen bij personen met een bovenarm-omvang die geschikt is voor het apparaat. • Let op dat de functie van het betreffende ledemaat tijdens het oppompen kan worden beïnvloed. • De bloedsomloop mag niet onnodig lang worden afgebon-den door de bloeddrukmeting. Haal bij storingen van het ap-paraat de manchet van de arm. • Zorg ervoor dat de manchetslang niet bekneld raakt of sa-mengedrukt of geknikt wordt. • Voorkom een aanhoudende druk in de manchet en veelvuldi-ge metingen. De belemmering van de bloeddoorstroming die daardoor ontstaat, kan leiden tot verwondingen.

• Let op dat de manchet niet om een arm wordt aangebracht waarvan de (slag)aderen een medische behandeling onder-gaan, zoals intravasculaire toegang, intravasculaire therapie of een arterioveneuze shunt. • Breng de manchet niet aan bij personen die een borstampu-tatie hebben ondergaan. • Plaats de manchet niet over wonden, omdat dit kan leiden tot meer verwondingen. • Breng de manchet uitsluitend om de bovenarm aan.

Breng de manchet niet om andere delen van het lichaam aan. • De bloeddrukmeter werkt uitsluitend op batterijen. • Om de batterijen te sparen, wordt de bloeddrukmeter auto-matisch uitgeschakeld als er 3 minuten lang geen toets inge-drukt wordt. • Het apparaat is alleen bedoeld voor het in deze gebruiksaan-wijzing beschreven gebruik. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of verkeerd gebruik. Aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van batterijen• Als vloeistof uit een batterijcel in aanraking komt met de huid of de ogen, moet u de betreffende plek met water spoelen en een arts raadplegen. • Gevaar voor inslikken. Kleine kinderen kunnen batte-rijen inslikken, met verstikking als gevolg. Bewaar batterijen daarom buiten bereik van kleine kinderen. • Neem de aanduiding van de polariteit (plus (+) en min (-)) in acht.

6• Als er een batterij is gaan lekken, moet u veiligheidshand-schoenen aantrekken en het batterijvak met een droge doek reinigen. • Bescherm batterijen tegen overmatige hitte. • Explosiegevaar. Werp batterijen niet in vuur. • Batterijen mogen niet worden opgeladen en niet worden kortgesloten. • Haal de batterijen uit het batterijvak als u het apparaat lange-re tijd niet gebruikt. • Gebruik alleen hetzelfde of een gelijkwaardig type batterij. • Vervang altijd alle batterijen tegelijk. • Gebruik geen accu’s. • Haal batterijen niet uit elkaar, open ze niet en hak ze niet in stukken. Aanwijzingen met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit• Het apparaat is geschikt voor gebruik in alle omgevingen die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld, waaronder de thuisomgeving.

• Het apparaat kan bij de aanwezigheid van elektromagneti-sche storingen onder omstandigheden mogelijk slechts be-perkt worden gebruikt. Als gevolg daarvan kunnen bijv. fout-meldingen ontstaan of kan het display/apparaat uitvallen. • Het gebruik van dit apparaat direct naast andere apparaten of opgestapeld met andere apparaten moet worden vermeden, omdat dit een onjuiste werking tot gevolg kan hebben. Als ge-bruik op de hiervoor beschreven wijze noodzakelijk is, moeten dit apparaat en de andere apparaten in de gaten worden ge-houden om er zeker van te zijn dat ze correct werken. • Het gebruik van andere toebehoren dan de toebehoren die de fabrikant van dit apparaat vastgelegd of beschikbaar ge-steld heeft, kan verhoogde elektromagnetische storingen of een verminderde bestandheid tegen storingen tot gevolg hebben, waardoor het apparaat mogelijk niet correct werkt.

• Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan dit de prestatiekenmerken van het apparaat negatief beïnvloeden. 5. Beschrijving van het apparaat1. Manchet2. Manchetslang3. Manchetstekker4. Display5. START/STOP-toets 6. Geheugentoets M+ 7. Insteltoets SET 8. Functietoetsen - +/ 9.

7Weergaven op het display: 1. Systolische druk 2. Eenheid mmHg 3. Diastolische druk 4. Symbool polsslag en gemeten waarde 5. Tijd en datum 6. Symbool hartritmestoornissen 7. Gemiddelde waarden van de laatste drie metingen AVG 8. Oppompen, lucht weg laten lopen 9. Risico-indicator10. Symbool batterijen vervangen 11. Symbool voor gebruiker 6. IngebruiknameBatterijen plaatsen• Verwijder het deksel van het batterij-vak aan de achterzijde van het ap-paraat.• Plaats vier AA-batterijen van 1,5 V (alkaline type LR6) in het apparaat. Let goed op dat de batterijen met de juiste polariteit worden geplaatst, zoals aangeduid. Gebruik geen oplaadbare accu’s.• Sluit het deksel van het batterijvak weer zorgvuldig.Wanneer er vier akoestische signalen klinken en tegelijker-tijd het symbool op het display verschijnt, is een meting niet meer mogelijk en moeten alle batterijen worden vervan-gen.

Wanneer de batterijen uit het apparaat worden verwijderd, moet de tijd opnieuw worden ingesteld. De opgeslagen meet-waarden gaan niet verloren.Datum en tijd instellenDe datum en de tijd moeten absoluut worden ingesteld. Alleen zo kunnen uw meetwaarden met de juiste datum en tijd worden opgeslagen en later weer worden opgevraagd. De tijd wordt in 12-uursindeling weergegeven. Dat wil zeggen dat de tijd vanaf 13:00 uur wordt weergegeven als 01:00 PM. Om de datum en de tijd in te stellen, gaat u als volgt te werk:• Druk 2 keer op de insteltoets SET.• De maand knippert op het display. Stel nu met behulp van de functietoetsen /- + de gewenste maand in en bevestig met de insteltoets .SET51678910113424 x AA (LR6) 1,5 V

8• De dag knippert op het display. Stel nu zoals hierboven be-schreven met behulp van de functietoetsen de dag en - +/daarna de tijd in en bevestig telkens met de insteltoets SET.Druk op de toets om het instellingenmenu te verlaten.7. GebruikLaat het apparaat op kamertemperatuur komen voordat u met de meting begint. U kunt de meting bij de linker- of de rechterarm uitvoeren.Manchet aanbrengen1. Breng de manchet om de ontblote bovenarm aan. De doorbloeding van de arm mag niet worden belemmerd, bijvoorbeeld door te strakke kledingstukken. 2. De manchet moet zo om de boven-arm worden aangebracht dat de onderste rand 2 tot 3 cm boven de elleboog en boven de slagader ligt. De slang wijst naar het midden van de handpalm. 3. Breng nu het vrije uiteinde van de manchet nauwsluitend maar niet te strak om de arm aan en sluit de manchet met de klittenbandslui-ting.

De manchet moet zo strak worden aangebracht dat er nog twee vingers onder de manchet passen. 4. Steek nu de manchetslang in de aansluiting voor de manchet-stekker. 5. Deze manchet is geschikt voor u als de indexmarkering ( ) na het aanbrengen van de manchet binnen het OK-bereik ligt. Zorg ervoor dat uw arm niet op de slang ligt.De bloeddruk kan verschillen bij de rechter- en de linkerarm en daardoor kunnen de gemeten bloeddrukwaarden ook verschil-len. Voer de meting altijd bij dezelfde arm uit.Als het verschil tussen de waarden van beide armen zeer groot is, dient u met uw arts te overleggen welke arm u voor de me-ting moet gebruiken.Let op: het apparaat mag alleen met de originele manchet wor-den gebruikt. De manchet is geschikt voor een armomtrek van 22 tot 35 cm.

9Juiste lichaamshouding aannemen• Rust voorafgaand aan iedere meting ongeveer 5 minuten uit. Anders ontstaan er mogelijk afwijkingen. • U kunt de meting zittend of liggend uitvoeren. Let er in ieder geval op dat de manchet zich ter hoogte van het hart be-vindt. • Zorg ervoor dat u tijdens de bloeddrukmeting comfortabel zit. Ondersteun uw rug en armen. Ga niet met gekruiste be-nen zitten. Plaats uw voeten plat op de grond. • Om een juist resultaat te verkrijgen, is het belangrijk dat u tij-dens de meting rustig blijft en niet spreekt. • Wacht minstens 1 minuut voordat u een nieuwe meting uit-voert. Geheugen selecterenDruk op de toets. Selecteer de gewenste geheugenSET -plaats met behulp van de functietoetsen. U hebt vier ge- +/ -heugens met dertig geheugenplaatsen om de meetresultaten van vier verschillende personen of om metingen ’s ochtends en ’savonds afzonderlijk op te slaan.

Bevestig uw keuze met de toets. Bloeddrukmeting uitvoeren• Breng zoals eerder beschreven de manchet aan en neem de houding aan waarin u de meting wilt uitvoeren. • Start het meetproces door de toets langere tijd in te druk-ken. Na de controle van het display, waarbij alle cijfers op-lichten, wordt de manchet automatisch opgepompt. Tijdens het oppompen stelt het apparaat al meetwaarden vast, die dienen voor het schatten van de benodigde oppompdruk. Mocht deze druk niet voldoende zijn, dan pompt het appa-raat automatisch bij. • Vervolgens wordt de druk in de manchet langzaam verlaagd en de pols gemeten. • Wanneer de meting is voltooid, wordt de resterende lucht-druk zeer snel verlaagd. De polsslag en systolische en dia-stolische bloeddruk worden getoond. • U kunt de meting op elk moment afbreken door op de -toets te drukken.

• Als u over het algemeen een hogere oppompdruk nodig hebt, dan kunt u het napompen mijden door kort na aanvang van het oppompproces de toets ingedrukt te houden. M+Houd deze toets ingedrukt totdat de gewenste manchetdruk is bereikt.

Deze moet ca. 30 mmHg boven de systolische waarde liggen. • Het symbool verschijnt als de meting niet naar behoren Errkon worden uitgevoerd. Neem het hoofdstuk “Wat te doen bij problemen” in deze gebruiksaanwijzing in acht en herhaal de meting. • Het apparaat schakelt zichzelf na ca. 3 minuten automatisch uit.

10Wacht minstens 1 minuut voordat u een nieuwe me-ting uitvoert. Resultaten beoordelenHartritmestoringen:Dit apparaat kan tijdens de meting eventuele hartritmestoor-nissen identificeren. Indien dergelijke stoornissen worden vast-gesteld, wordt dit na de meting met het symbool aange-geven. Dit kan wijzen op aritmie. Aritmie is een aandoening waarbij het hartritme abnormaal is als gevolg van fouten in het bio-elek-trische systeem dat de hartslag stuurt. De symptomen (over-slaand hart of voortijdige hartslagen, langzame of te snelle hart-slag) kunnen onder meer het gevolg zijn van hartaandoeningen, ouderdom, lichamelijke aanleg, overmatig gebruik van genot-middelen, stress of slaapgebrek. Aritmie kan uitsluitend worden vastgesteld door medisch onderzoek. Herhaal de meting als het symbool na de meting op het display wordt weergegeven.

Let erop dat u 5 minuten rust moet nemen en dat u tijdens de meting niet spreekt of beweegt. Raadpleeg uw arts als het symbool vaak wordt weerge-geven. Zelf een diagnose stellen of een behandeling starten op basis van de meetresultaten kan gevaarlijk zijn. Volg altijd de aanwijzingen van uw arts op. Risico-indicator:De meetresultaten kunnen overeenkomstig de volgende tabel geclassificeerd en beoordeeld worden. Deze standaardwaarden mogen echter uitsluitend worden op-gevat als algemene richtlijn, omdat de bloeddruk per persoon en ook per leeftijdsgroep enz. kan verschillen of afwijken. Raadpleeg daarom regelmatig uw arts. Uw arts brengt u op de hoogte van uw persoonlijke waarden voor een normale bloed-druk en van de waarde vanaf wanneer de bloeddruk als ge-vaarlijk moet worden geclassificeerd.

systolisch in het gebied “hoog-normaal” en diastolisch in het gebied “normaal”), dan geeft de grafische classificatie op het apparaat altijd het hoogste gebied weer; in dit voorbeeld is dat “hoog-normaal”. Gebied van de bloeddrukwaardenSysto-lisch (in mmHg)Diasto-lisch(in mmHg)MaatregelNiveau 3: ernstige hyper tonieRood ≥ 180 ≥ 110 Raadpleeg een artsNiveau 2: gemiddelde hypertonieOranje 160 – 179 100 – 109 Raadpleeg een artsNiveau1: lichte hyper tonieGeel 140 – 159 90 – 99Regelmatige controle door een arts Hoog-normaal Groen 130 – 139 85 – 89Regelmatige controle door een artsNormaal Groen Zelfcontrole120 – 129 80 – 84Optimaal Groen Zelfcontrole< 120 < 80Bron:.

11Meetwaarden opslaan, opvragen en wissen • De resultaten van elke succesvolle meting worden samen met de datum en de tijd opgeslagen. Bij meer dan 30 meet-gegevens worden telkens de oudste meetgegevens over-schreven. • Kies met de toets en vervolgens met de toetsen het SET - +/gewenste gebruikersgeheugen en bevestig uw keuze met de toets. Door op de toets M+ te drukken, wordt de gemid-delde waarde AVG van de laatste drie opgeslagen meetwaar-den van het gebruikersgeheugen weergegeven. Wanneer u op de toets drukt, worden de meest recente meetresulta+-ten weergegeven. Door de toets in te drukken, verschijnen -de oudste. • De gemiddelde waarde AVG kan pas worden gegeven als er drie of meer waarden op het betreffende gebruikersgeheu-gen zijn opgeslagen. • Om het geheugen te wissen, moet u eerst een gebruikers-geheugen selecteren. Houd de toets ca. 3 seconden SETingedrukt.

Alle waarden van het huidige gebruikersgeheugen worden na drie korte geluidssignalen gewist. • Wilt u het gebruikersgeheugen wijzigen, raadpleeg dan het hoofdstuk “Geheugen selecteren”. 8. Reiniging en onderhoud• Reinig het apparaat en de manchet voorzichtig met alleen een licht bevochtigde doek. • Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. • Dompel het apparaat en de manchet nooit onder in water, omdat er anders vocht kan binnendringen, waardoor het ap-paraat en de manchet beschadigd kunnen raken. • Zorg ervoor dat er geen zware voorwerpen op het apparaat en de manchet worden geplaatst als u deze opbergt. Haal de batterijen uit het apparaat. De manchetslang mag niet wor-den geknikt. 9. Toebehoren en reserveonderdelen De toebehoren en reserveonderdelen zijn verkrijgbaar via het betreffende servicepunt (zie de lijst met servicepunten). Geef het bijbehorende bestelnummer op.

Wat te doen bij problemenPro-bleemMogelijke oorzaak OplossingDe manchet kon niet correct worden op-gepompt. Controleer bij een nieu-we meting of de manchet correct kan worden opge-pompt. Zorg ervoor dat de man-chetstekker correct op het apparaat is aangesloten en dat de slang niet geknikt is. Let er bovendien op dat uw arm niet op de slang ligt en dat er geen zware voorwer-pen op de slang liggen.

12Pro-bleemMogelijke oorzaak OplossingEr is een fout op-getreden tijdens de meting.Herhaal de meting na een pauze van een minuut.Let erop dat u tijdens de meting niet spreekt of be-weegt.De oppomp-druk is hoger dan 300mmHg of ligt buiten het meet-bereik.De batterijen zijn bij-na leeg.Plaats nieuwe batterijen in het apparaat.11. Verwijdering Reparatie en verwijdering van het apparaat• U mag het apparaat niet zelf repareren of afstellen. Wanneer u dit toch doet, kan een storingsvrije werking niet langer wor-den gegarandeerd.• Maak het apparaat niet open. Wanneer u deze instructie niet in acht neemt, vervalt de garantie. • Reparaties mogen alleen door de klantenservice of geauto-riseerde verkopers worden uitgevoerd.

Controleer voordat u een klacht indient altijd eerst de batterijen en vervang deze als dat nodig is.• Met het oog op het milieu mag het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil worden weggegooid. U kunt het apparaat inleveren bij gespecialiseerde inzamelpunten in uw land. Verwijder het apparaat conform de EU-richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equipment). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de verantwoordelijke instanties voor afvalverwijdering in uw gemeente. Batterijen verwijderen• Deponeer de gebruikte, volledig lege batterijen in de daar-voor specifiek bestemde afvalbakken of bied ze bij het afval-verwerkingsstation of de elektriciteitszaak aan als chemisch afval.

180 metingen, afhankelijk van de hoogte van de bloeddruk en de oppomp-drukClassificatie Interne voeding, IPX0, geen AP of APG, ononderbroken werking, toegepast deel type BFHet serienummer staat op het apparaat of in het batterijvak. Wijzigingen van de technische gegevens zonder kennisgeving zijn om actualiseringsredenen voorbehouden. • Dit apparaat voldoet aan de Europese norm EN 60601-1-2 (in overeenstemming met CISPR 11, IEC 61000-3-2, IEC 61000-3-3, IEC 61000-4-2, IEC 61000-4-3, IEC 61000-4-4, IEC 61000-4-5, IEC 61000-4-6, IEC 61000-4-8, IEC 61000-4-11) en is onderworpen aan bij-zondere veiligheidsmaatregelen op het gebied van elektro-magnetische compatibiliteit. Let er daarbij op dat draagbare en mobiele HF-communicatieapparatuur dit apparaat nega-tief kan beïnvloeden.

• De nauwkeurigheid van deze bloeddrukmeter is zorgvuldig gecontroleerd en het apparaat is ontwikkeld met het oog op een lange gebruiksduur. Wanneer het apparaat in de genees-kunde wordt gebruikt, moeten meettechnische controles met daarvoor geschikte middelen worden uitgevoerd. Uitgebreide informatie over het controleren van de nauwkeurigheid kan worden aangevraagd via het servicepunt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Beurer BM 26 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden