Beurer BC 60 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Beurer BC 60 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Beurer BC 60 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/12
O
Bloeddruckmeter
Gebruikshandleiding
BC 60
0344
BEURER GmbH
Söflinger Str. 218
89077 Ulm (Germany)
Tel.: +49 (0) 731 / 39 89-144
Fax: +49 (0) 731 / 39 89-255
www.beurer.de
Mail: kd@beurer.de
NL

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Beurer
Categorie: Bloeddrukmeter
Model: BC 60

Handleiding Beurer BC 60 – volledige tekst

2Geachte klant,we zijn blij dat u hebt gekozen voor een product uit ons as-sortiment. Onze naam staat voor hoogwaardige en grondig gecontroleerde kwaliteitsproducten die te maken hebben met warmte, gewicht, bloeddruk, lichaams temperatuur, hartslag, zachte therapie, massage en lucht. Neem deze gebruikshandleiding aandachtig door, bewaar deze voor later gebruik, houd deze toegankelijk voor andere gebruikers en neem alle aanwijzingen in acht. Met vriendelijke groet, Uw Beurer-team1. IntroductieDe polsbloeddrukmeter is bestemd voor het niet-invasief meten en controleren van arteriële bloeddrukwaarden van volwassenen. U kunt hiermee snel en eenvoudig uw bloed-druk meten, uw meetwaarden opslaan en het verloop en het gemiddelde van de meetwaarden tonen. Bij eventueel aanwezige hartritmestoornissen wordt u ge-waarschuwd.

De gemiddelde waarden worden volgens de richtlijnen van de WHO ingedeeld en grafisch beoordeeld. Bovendien is deze bloeddrukmeter voorzien van een hemo-dynamische stabiliteitsweergave, die hierna de rustindicator wordt genoemd. Deze geeft aan of tijdens de bloeddrukme-ting voldoende rust in de bloedsomloop was en de bloed-drukmeting daarmee nauwkeuriger overeenkomt met uw rustbloeddruk. Meer informatie hierover op pagina 8– 9. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor later gebruik en zorg dat deze ook voor andere gebruikers beschikbaar is. 2. Belangrijke aanwijzingenAanwijzingen voor het gebruik• Meet uw bloeddruk altijd op hetzelfde tijdstip, om verge-lijkbare waarden te garanderen. • Rust voor elke meting ongeveer 5 –10 minuten uit. • Wacht 5 minuten tussen twee metingen. • De door u gemeten waarden dienen uitsluitend ter infor-matie – zij zijn geen vervanging voor een medisch onder-zoek.

• Gebruik het apparaat alleen bij personen met de voor het apparaat aangegeven polsomvang. • De bloeddrukmeter kan uitsluitend worden bediend met batterijen. Let op, gegevensopslag is alleen mogelijk als uw bloeddrukmeter stroom bevat. Zodra de batterijen leeg zijn, verdwijnen de datum en tijd uit de bloeddrukmeter. De opgeslagen meetwaarden blijven echter behouden. • Sluit dit apparaat in geen geval aan op een adapter of op netvoeding. Het apparaat werkt op batterijen. • Om de batterijen te sparen, schakelt de bloeddrukme-ter zichzelf automatisch uit als er drie minuten lang geen toets ingedrukt wordt. Aanwijzingen voor opslag en onderhoud• De bloeddrukmeter bestaat uit precisie- en elektronica-onderdelen.

De nauwkeurigheid van de meetwaarden en de levensduur van het apparaat zijn afhankelijk van zorg-vuldige hantering: – Bescherm het apparaat tegen stoten vocht, vuil, sterke temperatuursschommelingen en direct zonlicht. – Laat het apparaat niet vallen.

– Gebruik het apparaat niet in de nabijheid van sterke elektromagnetische velden en houd het uit de buurt van radiozendinstallaties en mobiele telefoons. – Gebruik alleen de meegeleverde of originele vervan-gende manchetten, anders worden foute meetwaarden berekend. • Druk niet op toetsen als de manchet niet is aangebracht. • Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt ge-bruikt, raden wij aan de batterijen te verwijderen.

4Aanwijzingen bij de batterijen• Batterijen zijn levensgevaarlijk, niet inslikken. Bewaar daarom batterijen en dergelijke producten buiten het be-reik van kinderen. Zoek onmiddellijk medische hulp als een batterij wordt ingeslikt. • Batterijen mogen niet geladen of met andere middelen gereactiveerd en niet uit elkaar gehaald, in het vuur ge-worpen of kortgesloten worden.• Verwijder batterijen uit het apparaat als deze leeg zijn of als u het apparaat niet langer gebruikt. Op die manier vermijdt u schade die kan ontstaan door lekken. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd.• Gebruik geen batterijen van verschillende types, merken of met verschillende capaciteit. Gebruik bij voorkeur alka-linebatterijen. Aanwijzingen voor reparatie en onderhoud• Batterijen horen niet bij het huisvuil. Breng uw gebruikte batterijen naar de aangewezen depots. • Het apparaat niet openen.

Bij het niet naleven van de aan-wijzingen vervalt de garantie. • Het apparaat mag niet door uzelf gerepareerd of afgesteld worden. In dit geval is foutloos functioneren niet meer ge-waarborgd.• Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice van Beurer of geautoriseerde dealers. Test vóór elke reclame eerst de batterijen en vervang deze indien nodig.• Verwijder het toestel conform het Besluit Afval van Elektrische en Elektronische Apparaten 2002/96/EC – WEEE (Waste Electrical and Electronic Equip-ment). Voor nadere informatie kunt u zich richten tot de bevoegde instanties voor afvalverwijdering.3. Omschrijving van het apparaatA Display B Start /stoptoets C Geheugentoets M1D Geheugentoets M2E BatterijenvakF Plaatsingsweergave (harthoogte)AEB C D F

5Weergaven op de display: 1 Geheugen (M1, M2) 2 WHO-niveau 3 Symbool Hartritme-storing 4 Rustindicator 5 Datum en tijd 6 Batterijwisselweergave 7 Pols 8 Systolisch/diastolisch 9 Geheugenplaats10 Hartslagsymbool 4. IngebruiknameBatterij plaatsen• Verwijder het klepje van het bat-terijvak.• Plaats de twee batterijen in het batterijvak (let op de polen!). • Gebruik uitsluitend merkbatte-rijen van het type: 2x1,5 V Micro (alkalibatterij type LR 03). Let er beslist op dat de batterijen overeenkomstig de aanduiding met de plus- en minpolen in de goede richting komen te liggen. Er mogen geen oplaadbare batterijen worden gebruikt.• Plaats het klepje op het batterijvak en schuif het vast.Wanneer de batterijwisselweergave knipperend wordt weergegeven, zijn de batterijen al bijna leeg.

Het is nog mo-gelijk één meting uit te voeren, maar de batterijen moeten snel worden vervangen.Als het batterijvervangsymbool permanent zichtbaar is, is meten niet meer mogelijk en moeten alle batterijen wor-den vervangen. Zodra de batterijen verwijderd zijn uit het apparaat, moet de tijdsaanduiding opnieuw worden inge-steld. De vastgestelde meetwaarden gaan verloren.Breng de lege batterijen naar een inzamelpunt voor lege batterijen en accu’s (klein en gevaarlijk afval), of geef ze af in een elektro-zaak. U bent wettelijk verplicht, de batterijen op te ruimen. Opmerking: Deze tekens vindt u op batterijen, die schadelijke stoffen bevatten: Pb = de batterij bevat lood, Cd = de batterij bevat cadmium, Hg = de batterij bevat kwik.Datum en tijd instellen• Vervolgens knippert het jaartal. Met de toets M2 kunt u in principe de instelbare waarde verhogen en met M1 kunt u de waarde verlagen.

6• Nu kunt u de tijd instellen. De tijd wordt weergegeven in de 24-uursmodus. Selecteer eerst de uren en bevestig met de start /stoptoets en stel vervolgens de minuten in. Na bevestiging met de start /stoptoets wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld en wordt de tijd weergegeven.5. Bloeddruk meten5.1 De manchet plaatsen• Ontbloot uw linkerpols. Let op dat de doorbloeding van de arm niet door nauwe kledingstukken of iets dergelijks wordt belemmerd.

Plaats de manchet op de binnenkant van uw pols.• Sluit de manchet met de klittenbandsluiting, zodat de bovenkant van het apparaat ongeveer 1 cm onder de bal van de hand zit.• De manchet moet strak rond de pols zijn gelegd, maar mag niet té strak zijn aangesnoerd.Let op: Het apparaat mag uitsluitend met de originele man-chet worden gebruikt.5.2 Bloeddrukmeting uitvoeren• Ga rustig zitten.• Breng, zoals hiervoor beschreven, de manchet aan en neem de positie in, waarin u de meting wilt uitvoeren.• Zorg dat uw arm steun heeft en draai deze zodat het ap-paraat zich op harthoogte bevindt (zie afb.). Als extra hulp is in het apparaat een OK-symbool geïntegreerd waarmee de juiste positie van de bloeddrukmeter wordt weergegeven.

Wanneer u op de weergave een OK-sym-bool ziet, bevindt het apparaat zich in de juiste positie.• Houd voor de meting een voldoende rustperiode van 5 – 10 minuten in acht.• Start het bloeddrukapparaat met de toets start /stop .• Na de zelftest, waarbij alle displayelementen kort worden weergegeven, begint de meting. De druk wordt verhoogd tot 190 mmHG. Mocht deze druk niet voldoende zijn, dan pompt het apparaat automatisch 30 mmHG bij (Fuzzy Logic).• Wanneer de meting is beëindigd, wordt de resterende druk zeer snel verlaagd. De pols, de systolische en dias-tolische bloeddruk en de rustindicator (zie hoofdstuk 5.4) worden weergegeven.1 2 31 cmWHOSYSmmHgDIAmmHgPUL/minokWHOSYSm mHgDIAm mHgPUL/minokWHOSYSmmHgDIAmmH gPUL/minok• • • • • • • • • • • • •

7• Kies nu door op de geheugentoetsen M1 of M2 te druk-ken het gewenste gebruikersgeheugen. Wanneer u geen gebruikersgeheugen kiest, wordt het meetresultaat op-geslagen in het laatst gebruikte gebruikersgeheugen. Het betreffende symbool „M1“ of „M2“ wordt in de display weergegeven. • Schakel de bloeddrukmeter met de start /stoptoets uit. Daarmee wordt het meetresultaat opgeslagen in het ge-selecteerde gebruikersgeheugen. Wanneer u vergeet het apparaat uit te schakelen, wordt het na ongeveer 3 minu-ten automatisch uitgeschakeld. Ook in dit geval wordt de waarde in het geselecteerde gebruikersgeheugen opge-slagen. • U kunt de meting altijd beëindigen door op de start /stop-toets te drukken. Wacht voor een nieuwe meting ten minste 5 minuten. 5.

3 Resultaten beoordelenHartritmestoornissen:Dit apparaat kan tijdens de meting eventuele stoornissen in het hartritme identificeren en wijst u daar eventueel na de meting op met het symbool. Dit kan een indicatie zijn voor aritmie. Aritmie is een aan-doening waarbij het hartritme op basis van een stoornis in het bioelektrische systeem, dat de hartslag stuurt, afwijkend is. De symptomen (opgewonden of vroegtijdige hartslagen, een langzame of te snelle pols) kunnen onder andere het gevolg zijn van hartaandoeningen, ouderdom, aanleg, over-matig gebruik van genotmiddelen, stress of slaapgebrek. Aritmie kan uitsluitend worden vastgesteld middels medisch onderzoek. Herhaal de meting wanneer het -symbool na de meting op de display verschijnt. Let op, u moet eerst 5 minuten rusten en tijdens de meting niet spreken of bewegen. Raad-pleeg uw arts als het -symbool vaker verschijnt.

8De balkgrafiek in de display en de schalen op het apparaat geven aan in welk bereik de gemiddelde bloeddruk zich bevindt. Als de waarden van systole en diastole zich in twee verschillende WHO-bereiken bevinden (bijv. systole in het bereik „hoog-normaal“ en diastole in het bereik „normaal“) dan wordt de grafische WHO-classificatie op het apparaat altijd weergegeven in het hoogste bereik (in het voorbeeld dus „hoog-normaal“). 5. 4 Meting van de rustindicator (met de HSD-diagnostiek)De meestvoorkomende fout bij bloeddrukmeting is dat bij het meten van de bloeddruk geen rustbloeddruk (hemody-namische stabiliteit) bekend is. Dit betekent dat zowel de systolische als de diastolische bloeddruk niet juist zijn. Dit apparaat controleert automatisch tijdens de bloeddrukme-ting of een bloedsomloop in rust ontbreekt of niet.

Wanneer er geen aanwijzingen zijn voor een ontbrekende bloedsomloop in rust, wordt het symbool (hemodyna-mische stabiliteit) weergegeven en het meetresultaat kan worden vastgelegd als aanvullende gekwalificeerde rust-bloeddrukwaarde. : Hemodynamische stabiliteit aanwezigDe meetresultaten van de systolische en diastolische druk zijn bij voldoende rust in de bloedsomloop vastgesteld en weerspiegelen met redelijke zekerheid de rustbloeddruk. Wanneer er echter aanwijzingen zijn voor ontbrekende rust in de bloedsomloop (hemodynamische stabiliteit), wordt het symbool weergeven. In dit geval moet de meting worden herhaald na een licha-melijke en geestelijke rusttijd.

9omdat dit het referentiepunt is voor de diagnostiek van de bloeddrukhoogte en daarmee bepalend kan zijn voor de medische behandeling van een patiënt. : Geen hemodynamische stabiliteit aanwezigHet is waarschijnlijk dat de meting van de systolische en diastolische druk niet is uitgevoerd bij voldoende rust in de bloedsomloop. Daarom wijken de meetresultaten af van de rustbloeddrukwaarde. Herhaal de meting na ten minste 5 minuten rust en ontspan-ning. Ga naar een voldoende rustige en comfortabele plek, blijf daar rustig zitten, sluit uw ogen en probeer u te ont-spannen en adem rustig en gelijkmatig. Wanneer de volgende meting nog steeds niet voldoende sta-biliteit weergeeft, kunt u na nog een rustperiode meting op-nieuw herhalen.

Wanneer de meetresultaten instabiel blijven, duidt u uw bloeddrukmeetwaarden als dusdanig aan omdat niet voldoende rust in de bloedsomloop te bereiken was tij-dens uw metingen. In dit geval kan het mogelijk zijn dat u van binnen niet voldoende rustig bent, en dit ook niet wordt door een korte rustperiode. Bovendien kunnen bestaande hartrit-mestoornissen leiden tot een instabiele bloeddrukmeting. Het ontbreken van een rustbloeddruk kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld lichamelijke belasting, geestelijke inspanning of afleiding, spreken of hartritme-stoornissen tijdens de bloeddrukmeting. In het grootste gedeelte van de gevallen biedt de HSD-diagnostiek goede informatie over de aanwezigheid van rust in de bloedsomloop bij een bloeddrukmeting.

De bloeddruk-meetresultaten die zijn bepaald met rust in de bloedsom-loop, zijn bijzonder betrouwbaar. 6. Geheugenwaarden ladenU kunt de geheugenwaarden van de 2 gebruikersgeheugen laden en de doorsneewaarde weergeven. • Druk op de geheugentoetsen M1 of M2. Vervolgens wordt de doorsneewaarde van alle in dit gebruikersgeheugen opgeslagen waarden weergegeven. Dit wordt aangeduid met de weergave „A“. • Door nogmaals op de geheugentoets te drukken worden de afzonderlijke meetresultaten weergegeven met WHO, aritmie en HSD. De laatst gemeten waarde wordt als eer-ste weergegeven. Deze afzonderlijke waarden worden aangeduid met de geheugenplaatsnummers 1 tot 60. Tijd en datum worden afwisselend na ongeveer 2,5 seconden weergegeven.

10• Wanneer het geheugen al 60 afzonderlijke waarden bevat, wordt de oudste waarde gewist om ruimte te maken voor de nieuwe meetwaarde. • Schakel het apparaat met de Start /Stoptoets uit of het apparaat wordt automatisch na ongeveer 30 seconden uitgeschakeld. Aanwijzing: U kunt de 2 gebruikersgeheugens ook ge-bruiken om meetresultaten (bijvoorbeeld ’s morgens en ’s avonds) afzonderlijk op te slaan. Het wissen van opgeslagen waardenU kunt afzonderlijke opgeslagen waarden wissen, of alle waarden ineens. • Om afzonderlijke waarden te wissen kiest u eerst de op-geslagen waarde en houdt u de geheugentoets M1 of M2 ingedrukt. De aangegeven waarde begint te knipperen. Houd de toets ingedrukt tot de aangegeven waarde ge-heel verdwijnt. • Om een compleet gebruikersgeheugen te wissen, selec-teert u het desbereffende gebruikersgeheugen. De gemid-delde waarde wordt aangegeven met symbool „A“.

Houd de geheugentoets M1 of M2 ingedrukt tot de aangegeven waarde knippert, en houdt u de toets verder ingedrukt tot-dat de aangegeven waarde geheel verdwijnt. 7. Reiniging en onderhoud• Reinig uw bloeddrukmeter voorzichtig met een licht voch-tige doek. • Gebruik geen reinigings- of oplosmiddel. • Houd in geen geval het apparaat onder water, omdat zo vocht binnen kan dringen en het apparaat kan beschadigen. • Plaats geen zware objecten op het apparaat. 8. Fouten oplossenFoutmeldingen kunnen optreden als • u tijdens het meten beweegt of praat (in het display ver-schijnt ERR 1, ERR 3),• het oppompen langer dan 25 seconden duurt (ERR 2),• niet voldoende is opgepompt, ondanks dat er bijgepompt is (ERR 2),• de oppompdruk hoger dan 300 mmHg is (ERR 300),• de batterijen zijn bijna leeg. Herhaal in deze gevallen de meting. Let erop dat u niet be-weegt of praat.

• Wanneer u het apparaat gebruikt voor industriële en we-tenschappelijke doeleinden moet u, in overeenstemming met de „Fabrikantenverordening voor medische hulpmid-delen“, regelmatig meettechnische controles uitvoeren. Ook bij privégebruik raden wij u om de 2 jaar een meet-technische controle bij de fabrikant aan.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Beurer BC 60 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden