Bertazzoni P784I1M30NV Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bertazzoni P784I1M30NV (134 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Bertazzoni P784I1M30NV of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bertazzoni |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | P784I1M30NV |
Handleiding Bertazzoni P784I1M30NV – volledige tekst
1 Veiligheidswaarschuwingen Uw veiligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie voordat u uw kookplaat gebruikt. • Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen(inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke ,zintuiglijke of geestelijke vermogens, of met gebrekaan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staanof instructies hebben gekregen. Voorkom dat kinderenmet het apparaat spelen.• Waarschuwing: De oppervlakken van de kookplaatdie zijn gemaakt van glaskeramiek of soortgelij kematerialen beschermen onderdelen die onderspanning staan. Schakel het apparaat dus uit om dekans op een elektrische schok te voorkomen als hetoppervlak gebarsten is.• Waarschuwing: Gebruik geen stoomreiniger.
Leggeen metalen voorwerpen zoals messen, vorken,lepels en deksels op het oppervlak van de kookplaat,want deze kunnen heet worden.• Schakel het kookplaatelement na gebruik uit met debijbehorende bediening en vertrouw niet op depandetector. Het apparaat is niet bedoeld om teworden bediend met een externe timer of een apartafstandsbedieningssysteem.• Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op hetkookoppervlak.• LET OP: Het kookproces moet in het oog gehoudenworden. Een kort kookproces moet voortdurendworden bewaakt.
2 • WAARSCHUWING: Koken met vet of olie op eenonbewaakte kookplaat kan gevaarlijk zijn en brandveroorzaken.• Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze, omgevaren te vermijden, worden vervangen door defabrikant, diens servicevertegenwoordiger of anderepersonen met vergelijkbare kwalificaties.• Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderenvanaf 8 jaar en door personen met verminder delichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens ofdie gebrek aan ervaring en kennis hebben, als zijonder toezicht staan of instructies hebben gekr egenomtrent het veilige gebruik van het apparaat, en degevaren van het gebruik begrijpen. Kinderen mogenniet met het apparaat spelen.
Kinderen mogen hetapparaat niet schoonmaken of onderhoud er opuitvoeren zonder toezicht.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelij keonderdelen worden heet tijdens het gebruik.• Raak de verwarmingselementen niet aan.• Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt, tenzij zijvoortdurend onder toezicht staan.• WAARSCHUWING: Koken met vet of olie op eenonbewaakte kookplaat kan gevaarlijk zijn en br andveroorzaken.• Probeer NOOIT brand te blussen met water, maarschakel het apparaat uit en dek de vlammen af, bijv.met een deksel of een blusdeken.
3 • LET OP: Het kookproces moet in het oog gehoudenworden. Een kort kookproces moet voortdurendworden bewaakt.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: leg geenvoorwerpen op het kookoppervlak.• WAARSCHUWING: Gebruik alleenkookplaatbeschermers die zijn ontworpen door defabrikant van het kookapparaat of die in degebruiksaanwijzing van de fabrikant van het apparaatzijn aangegeven als geschikt of in het apparaat zij ningebouwd. Het gebruik van ongeschiktebeschermers kan leiden tot ongelukken.• De voedingskabel moet na de installatie niettoegankelijk zijn .
4 Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe inductiekookplaat.We raden u aan enige tijd te besteden aan het lezen van deze instructie-/installatiehandleiding, zodat u volledig begrijpt hoe u het product correct installeert en gebruikt. Lees voor de installatie het deel Installatie. Lees alle veiligheidsinstructies zorgvuldig door vóór het gebruik en bewaar deze instructie-/installatiehandleiding om hem later te kunnen raadplegen. Productoverzicht Bovenaanzicht Gebruikersinterface
7 Wat informatie over inductiekoken Inductiekoken is een veilige, geavanceerde, efficiënte en economische kooktechnologie. Het werkt door elektromagnetische trillingen te gebruiken die direct warmte opwekken in de pan in plaats van indirect door het verwarmen van het glasoppervlak. Het glas wordt alleen heet omdat de pan het uiteindelijk opwarmt.
Voordat u de nieuwe inductiekookplaat gebruikt • Lees deze handleiding en besteed vooral aandacht aan het gedeelte'Veiligheidswaarschuwingen'.• Verwijder eventuele beschermfolie die nog op uw inductiekookplaat zit.De aanraakbedieningen gebruiken • De bedieningselementen reageren op aanraking, u hoeft dus geen druk uit te oefenen.• Gebruik de bal van uw vingertop, niet de punt.• Telkens wanneer een aanraking wordt waargenomen, hoort u een pieptoon.• Zorg ervoor dat de bedieningselementen altijd schoon en droog zijn en dat er geenvoorwerpen (zoals keukengerei of een doek) op de bedieningselementen liggen. Zelfseen dun laagje water kan de bediening bemoeilijken.ijzeren pan magnetisch circuit keramische glasplaat inductiespoel geïnduceerde stromen
8 Het kiezen van de juiste pannen • Gebruik uitsluitend kookgerei met een bodem die geschiktis voor inductie. Kijk of het inductiesymbool op deverpakking of op de onderkant van de pan staat.• U kunt met een magneettest controleren of uw pan geschikt is. Houd eenmagneet bij de bodem van de pan. Als hij wordt aangetrokken, is de pangeschikt voor inductie.• Als u geen magneet hebt:1. Doe wat water in de pan die u wilt controleren.2. Als niet knippert op het display en het water wordt verwarmd, is de pan geschikt.• Kookgerei van de volgende materialen is niet geschikt: zuiver roestvrij staal, aluminium of koper zondermagnetische bodem, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk.Gebruik geen pannen met gekartelde randen of een kromme bodem. De bodem van uw pan moet glad zijn, goed aansluiten tegen het glas en even groot zijn als de kookzone.
Gebruik pannen met dezelfde diameter als de grafische aanduiding van de geselecteerde zone. Een iets grotere pan gebruikt de energie het meest efficiënt. De efficiëntie kan lager zijn dan verwacht als u een kleinere pan gebruikt. De kookplaat detecteert mogelijk geen pan die kleiner is dan 140 mm. Zet uw pan altijd midden op de kookzone. Til pannen altijd op van de inductiekookplaat. Verschuif ze niet, want dat zou krassen op het glas kunnen veroorzaken.
9 Speciale functies Beveiliging tegen oververhitting Er is een temperatuursensor geïnstalleerd om de temperatuur in de inductiekookplaat te bewaken. Als er een te hoge temperatuur wordt gedetecteerd, stopt de inductiekookplaat automatisch. Detectie van kleine voorwerpen Als er een ongeschikte maat of niet- magnetische pan (bijv. aluminium) of een ander klein voorwerp (bijv. mes, vork, sleutel) op de kookplaat is blijven liggen, schakelt de kookplaat binnen 1 minuut automatisch in stand by. De ventilator blijft de inductiekookplaat nog 1 -minuut afkoelen. Automatische uitschakelbeveiliging Automatische uitschakeling is een veiligheidsfunctie om uw inductiekookplaat te beschermen. Het systeem schakelt automatisch uit als u vergeet uw kookplaat uit te schakelen.
De standaardwerktijden voor verschillende vermogensniveaus staan vermeld in de onderstaande tabel: Vermogensniveau 1 tot 3 4 tot 6 7 tot 8 9 Standaard werktijd (min) 360 180 120 90 Als de pan wordt weggehaald, stopt de inductiekookplaat onmiddellijk met opwarmen en schakelt hij na 2 minuten automatisch uit. Mensen met een pacemaker moeten hun arts raadplegen voordat ze deze kookplaat gaan gebruiken. Automatische pandetectie Deze functie detecteert pannen automatisch. Brugfuncties worden automatisch geactiveerd, afhankelijk van de grootte van de pan. U hoeft alleen maar het vermogen in te stellen met de regelaar.
10 Gebruik van uw inductiekookplaat Beginnen met koken Na het inschakelen piept de zoemer één keer; op alle displaysverschijnt " - " om aan te geven dat de inductiekookplaat in de stand- bymodus is gezet.2. Zet een geschikte pan op de kookzone die u wiltgebruiken.• Zorg ervoor dat de bodem van de pan en het oppervlakvan de kookzone schoon en droog zijn.3. Pas de warmte-instelling aan door de vermogensregelaar (E) van de verwarmingszonewaar de pan staat aan te raken.• Als u niet binnen 20 seconden een warmtestand kiest, wordt de inductiekookplaatautomatisch uitgeschakeld. In dit geval moet u weer beginnen bij stap 1.
• U kunt de warmtestand tijdens het koken op elk gewenst moment veranderen.Als op het display knippert, afwisselend met de warmtestand Dit betekent: • dat u geen pan op de juiste kookzone hebt gezet of • dat de pan die u gebruikt niet is geschikt voor inductiekoken ofVERMOGEN OMLAAG VERMOGEN OMHOOG 1. Raak de AAN/UIT (A) toets econden an. A s 3 a
11 • dat de pan te klein is of niet goed in het midden van de kookzone staat.Er vindt geen verwarming plaats zolang er geen geschikte pan op de kookzone staat.Het display gaat na 1 minuut automatisch uit als er geen geschikte pan op staat.Als u klaar bent met koken 1. Raak de regelaar (E) aan om het vermogensniveau te verlagen naar “0”.2. Pas op voor hete oppervlakken“H” geeft aan welke kookzone heet is. Dit zal verdwijnen als het oppervlak is afgekoeldtot een veilige temperatuur. U kunt energie besparen door een nog hete zone tegebruiken als u meer pannen wilt verhitten.De boost- functie gebruikenDe boost- functie activerenRaak de boost -t -oets (F) aan; de zone indicator geeft “P.” aan en het vermogen bereiktMax. Ra ak de boost-toets (F) aan; de zone-indicator geeft d aan en het vermogen wordt verdubbeld.
(Linker brug) De boost- functie annulerenRaak de regelaar (E) aan om de boost-functie te annuleren. De kookzone keert dan terug naar het gewenste vermogen. • Deze functie kan in elke kookzone werken.• De kookzone keert na 5 minuten automatisch terug naar niveau 9.De kookfuncties gebruiken U kunt 3 handige kookfuncties kiezen door op de kookfunctietoets (G) te drukken; verplaatst zich van de ene functie naar de andere, telkens wanneer u op de toets drukt. - Smelten of ontdooien (ongeveer 50 °C)- Verwarmen of warm houden (ongeveer 70°C)- Sudderen, temperatuur dicht bij het kookpunt, handig voor langzaam koken
12 FLEXIBEL GEBIED • Dit gebied kan worden gebruikt als één zone, afhankelijk van uw kookbehoeften opelk moment.• Het flexibele gebied bestaat uit twee onafhankelijke inductiespoelen die afzonderlijkkunnen worden bediend. Als hij als één zone werkt, wordt de pan van de ene zone naarde andere binnen het flexibele gebied verplaatst, met behoud van hetzelf devermogensniveau in de zone waar de pan oorspronkelijk stond. Het deel dat niet door depan wordt bedekt, wordt automatisch uitgeschakeld.• Belangrijk: zorg ervoor dat de pan op de enkelvoudige kookzone staat. Een ovale ofrechthoekige steelpan is ideaal.Voorbeelden van goede en slechte plaatsing van pannen.
Om het flexibele gebied als één zone te activeren, drukt u minstens 2 secondentegelijkertijd op beide vermogensregelaars voor de verwarmingszoneDe indicator van de flexibele zone, naast de indicator van het vermogensniveau, gaat brandenPas de warmtestand aan door de regelaar (E) van de zone linksvoor of rechtsvoor aan te raken voor de verwarmingszone waar de pan staat.Als de pan van het voorste naar het achterste gedeelte wordt verplaatst (ofomgekeerd), detecteert het flexibele gebied automatisch de nieuwe positie en blijft het hetzelfde vermogen gehandhaafd
14 De kinderslotfunctie gebruiken • U kunt de bedieningselementen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen(bijvoorbeeld kookzones die per ongeluk worden ingeschakeld door kinderen).• Als de bedieningselementen zijn vergrendeld, zijn alle bedieningselementenbehalve de UIT-knop uitgeschakeld.Vergrendeling van de bedieningselementen Raak de toets voor het kinderslot sec aan. D indicator bov de (B) 3 onden e en kinderslottoet brandt en de timerindicator geeft “Lo” weers Ontgrendeling van de bedieningselementen 2. Houd de toetsvergrendeling even ingedrukt3. Nu kunt u uw inductiekookplaat gaan gebruiken.Als de kookplaat in vergrendelde stand staat, zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve UIT.
U kunt de kookplaat in een noodgeval altijd uitschakelen met de UIT-toets, maar daarna moet u de kookplaat ontgrendelen voordat u verder gaat De timer gebruiken U kunt de timer op twee verschillende manieren gebruiken: • Als een kookwekker. In dit geval schakelt de timer bij het verstrijken van deingestelde tijd geen enkele kookzone uit.• U kunt hem zo instellen dat één kookzone wordt uitgeschakeld bij het verstrijken van deingestelde tijd.• U kunt de timer instellen op maximaal 99 minuten.De timer gebruiken met alarm 1. Nadat u de kookzone en het vereiste vermogensniveau hebt geselecteerd, knippert destip naast de indicator van het vermogensniveau 5 seconden2. Als de stip niet meer knippert, raakt u de timertoets (D) ''+'' of ''-'' aan om de tijd in testellen van 1 tot 99 minuten.
15 Tip: Raak de timertoetsen '- ' of '+' één keer aan om de timer met 1 minuut te verlagen of te verhogen.Houd de timertoetsen '- ' of '+' ingedrukt om de timer met 10 minuten te verlagen of te verhogen.3. Wanneer de tijd is ingesteld, begint hij onmiddellijk af te tellen. Op het display wordt deresterende tijd weergegeven en de stip naast de timerindicator blijft knipperen.4. De zoemer piept en de timerindicator gaat uit wanneer de ingestelde tijd isverstreken.De timer instellen om zones uit te schakelen 1. geselecteerd door deNadat u de kookzone en het vereiste vermogensniveau hebt vermogensregelaar aan te raken, knippert de stip naast de indicator van hetvermogensniveau 5 seconden2.
Als de stip niet meer knippert, raakt u de timertoets (D) ''+'' of ''-'' aan om de tijd inte stellen van 1 tot 99 minuten.Tip: Raak de timertoetsen '- ' of '+' één keer aan om de timer met 1 minuut te verlagen of te verhogen.Houd de timertoetsen '- ' of '+' ingedrukt om de timer met 10 minuten te verlagen of te verhogen.3. Wanneer de tijd is ingesteld, begint hij onmiddellijk af te tellen. De indicator van detimerinstelling geeft de resterende tijd aan en de timerindicator (J) knippert 5 seconden.4. Als de indicator (J) daar blijft knipperen, betekent dit dat indicator v dena de an timerinstelling e esterende jd angeeft totdat de mer an e etreffende one d r ti a ti v d b zi s verstreken. Al s dit niet het geval is, blijft de indicator (J) br totdat tij isanden de d verstreken.5. de kooktimer is verstreken, wordt de bijbehorende kookzone automatischWanneer uitgeschakeld.
16 6 Wanneer u tegelijkertijd “de timer met alarm” en “de timer om zones uit te schakelen” gebruikt, toont het display de resterende alarmtijd als eerste prioriteit. Druk op de vermogensregelaar van de kookzone om de resterende tijd van de uitschakeltimer weer te geven. De pauzefunctie gebruiken De kookplaat heeft een handige herstartfunctie om het kookproces te stoppen en weer te starten als u wordt gestoord. 1. Als de kookplaat is ingeschakeld en werkt, drukt u op de pauzetoets (C) ; geenvan de brander werkt meer en alle ledindicator geven het symbool “=” weer. s s 2. Druk nogmaals op de pauzetoets (C) ; alle arameters eren rug aar un p k te n hvorige instellingen. Instructie om een beperkt vermogen in te stellen (1,5 kW / 2,8 kW / 3,7 kW / 4,5 kW / 6,0 kW / 6,5 kW / 7,2 kW) LET OP! : Alleen een geautoriseerd servicevertegenwoordiger mag deze afstelling uitvoeren!
Zorg ervoor dat de kookplaat is uitgeschakeld. Het vereiste vermogensniveau kan worden ingesteld door binnen 60 seconden de volgende stappen uit te voeren: Stap Bediening op het bedieningspaneel Weergave 1 Als de kookplaat is uitgeschakeld, drukt u op de temperatuurbeheertoets en op de timertoets. 2 Het led-display toont de vermogensniveaus. 3 Druk op de toetsen + en - om de vermogensbegrenzing te kiezen. Selecteer een van de mogelijkheden: 1,5kW/2,8kW/3,7kW/4,5kW/6,0kW/6,5KW/ 7,2kW 4 Druk op de pauzetoets om af te sluiten Instelling afsluiten
17 Storingsweergave en inspectie Als er een fout optreedt, schakelt de inductiekookplaat automatisch over naar de beveiligingsstatus en worden de bijbehorende foutcodes weergegeven: Foutbericht Mogelijke oorzaak Wat te doen Geen of ongeschikte pan; Zet een geschikte pan neer: ER03 Water of pan op het glas over het bedieningselement Reinig de gebruikersinterface F1E De verbinding tussen de displaykaart en het linker moederbord is defect (in de kookzone waarvoor de indicator “E” weergeeft) 1.De aansluitkabel is niet goed aangesloten ofdefect; Vervang het moederbord.F3E Defecte spoeltemperatuursensor. (in de kookzone waarvoor de indicator “E” weergeeft) Vervang de spoelsensor F4E Defecte moederbordtemperatuursensor.
(in de kookzone waarvoor de indicator “E” weergeeft) Vervang het moederbord E1E Temperatuursensor van de keramische glasplaat neemt een hoge temperatuur waar Start opnieuw op nadat de inductiekookplaat is afgekoeld. E2 E Temperatuursensor van de IGBT neemt een hoge temperatuur waar Start opnieuw op nadat de inductiekookplaat is afgekoeld. E3 E Abnormale voedingsspanning (te hoog) Controleer of de stroomvoorziening normaal is; schakel de stroom in als de stroomvoorziening normaal is. E4 E Abnormale voedingsspanning (te laag) Controleer of de stroomvoorziening normaal is; schakel de stroom in als de stroomvoorziening normaal is. E5 E Uitval temperatuursensor (in de kookzone waarvoor de indicator “E” weergeeft) De aansluitkabel is niet goed aangesloten of de montage is defect; Het bovenstaande zijn oorzaken en oplossingen van de meest voorkomende storingen.
18 Installatie De juiste apparatuur voor de installatie kiezen Zaag een uitsparing in het aanrecht met de afmetingen die in de tekening worden weergegeven. Laat ten minste 5 cm ruimte de opening vrij voor installatie en gebruik. Het aanrecht moet minstens 30 mm dik zijn. Kies een hittebestendig aanrecht om sterke vervorming als gevolg van de warmte die door de kookplaat wordt uitgestraald te voorkomen. Zoals hieronder weergegeven: L (mm) B (mm) H(mm) D(mm) A(mm) B(mm) X(mm) 780 520 60 56 755 495 50 min. Zorg er onder alle omstandigheden voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat en uitlaat niet afgedekt zijn. Controleer of de inductiekookplaat in goede -staat van werking verkeert, zoals hieronder weergegeven. Opmerking: Houd een veiligheidsafstand van ten minste 760 mm aan tussen de kookplaat en het kastje erboven. AFDICHTING
19 A(mm) B(mm) C(mm) D E 760 50 min. 20 min. Luchtinlaat Luchtuitlaat 5 mm Verzeker u ervan, voordat u de kookplaat installeert, dat • het aanrecht recht en vlak is, en de vereiste ruimte niet wordt gehinderd door structurele elementen• het aanrecht van hittebestendig materiaal is• als de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, de oven een ingebouwde koelventilator heeft• de installatie voldoet aan alle vereisten betreffende de vrije ruimte en de gel dendenormen en voorschriften• in de permanente bedrading een geschikte scheidingsschakelaar is ingebouwd di evolledige ontkoppeling van de netvoeding mogelijk maakt. Deze schakelaar moetgeïnstalleerd en geplaatst worden in overeenstemming met de lokale regels envoorschriften voor bedrading.
De scheidingsschakelaar moet van een goedgekeurd type zijn, met een afstand tussen decontacten van 3 mm (luchtspleet) op alle polen (of alle actieve [fase] geleiders als de lokalebedradingsregels deze variatie van de vereisten toestaan)• de klant de scheidingsschakelaar eenvoudig kan bereiken als de kookplaat i sgeïnstalleerd• u het plaatselijke bouw en woningtoezicht en de plaatselijke regelgevi- ngraadpleegt als u twijfelt over de installatie• er voor de wandoppervlakken rond de kookplaat hittebestendige afwerkingen wor dengebruikt die eenvoudig te reinigen zijn (bijv. keramische tegels).
Verzeker u ervan, nadat de kookplaat geïnstalleerd is, dat • de voedingskabel niet bereikbaar is via kastdeuren of laden• er frisse lucht van buiten door de kastjes stroomt naar de onderkant van de kookplaat• als de kookplaat boven een lade of kastruimte is geïnstalleerd, er een thermisc- hebeveiliging onder de onderkant van de kookplaat wordt aangebracht om te voorkomen datde bodem van de kookplaat kan worden aangeraakt.
20 Het plaatsen van de bevestigingsbeugels Het apparaat moet op een stabiele, gladde ondergrond worden geplaatst (gebruik de verpakking). Oefen geen kracht uit op de bedieningselementen die uit de kookplaat steken. afb. 1 01 [01] Trek de meegeleverde afdichting uit langs de onderrand van de kookplaat, zodat de uiteinden elkaar overlappen. afb. 3 Gebruik geen lijm om de kookplaat in het aanrecht te bevestigen. Nadat de afdichting is aangebracht, plaatst u de kookplaat in de uitsparing in het aanrecht. Duw de kookplaat met een lichte druk omlaag in het aanrecht en zorg voor een goede afdichting rond de buitenrand (afb. 3) afb. 2
21 1. De inductiekookplaat mag alleen door gekwalificeerd personeel of technici worden geïnstalleerd. Onze professionals staan tot uw dienst. Voer de montage nooit zelf uit. 2. Installeer de kookplaat niet direct boven een vaatwasser, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger, want de vochtigheid hiervan kan de elektronica van de kookplaat beschadigen 3. Installeer de inductiekookplaat zodanig dat een goede warmtestraling wordt gegarandeerd om de betrouwbaarheid ervan te vergroten. 4. De wand en de zone met inductieverwarming boven het plaatoppervlak moeten hittebestendig zijn. 5. Om schade te voorkomen moeten de sandwichlaag en het kleefmiddel hittebestendig zijn. Aansluiting van de kookplaat op de netvoeding Alleen een gekwalificeerde persoon mag deze kookplaat op het elektriciteitsnet aansluiten. Voordat u de kookplaat op het elektriciteitsnet aansluit, moet u controleren of: 1.
het bedradingssysteem in huis geschikt is voor het vermogen dat door de kookplaat wordt opgenomen. 2. de spanning overeenkomt met de waarde op het typeplaatje 3. de doorsnede van de voedingskabel de belasting kan weerstaan die op het typeplaatje is aangegeven. Gebruik geen adapters, verloopstukken of vertakkingen als u de kookplaat op het elektriciteitsnet aansluit, want deze kunnen oververhitting en brand veroorzaken. De voedingskabel mag geen hete onderdelen raken en moet zodanig worden geplaatst dat de temperatuur op geen enkel punt hoger is dan 75 °C. Check met een elektricien of het bedradingssysteem geschikt is zonder aanpassingen. Alleen een gekwalificeerd elektricien mag wijzigingen aanbrengen. • Als de kabel beschadigd is of moet worden vervangen, moet dat worden gedaan door een aftersales-vertegenwoordiger met speciaal gereedschap, om ongelukken te voorkomen.
22 • Als het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, installeer daneen alpolige vermogensschakelaar met een opening van minimaal 3 mm tussen decontacten.• De installateur moet verzekeren dat de juiste elektrische aansluiting wordt gemaakt endat deze voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.• De kabel mag niet worden verbogen of geplet.• De kabel moet regelmatig worden gecontroleerd. Alleen bevoegde monteurs m ogenhem vervangen.Voor dit apparaat is een minizekering van 40 ampère nodig. Dit apparaat is gelabeld in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2011/65/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE).
Door ervoor te zorgen dat dit apparaat op de juiste manier wordt afgevoerd, helpt u eventuele negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid te voorkomen die anders zou kunnen optreden als het apparaat op onjuiste wijze wordt afgevoerd. Het symbool op het product geeft aan dat het niet mag worden behandeld als normaal huishoudelijk afval. Het moet naar een inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische goederen worden gebracht. Dit apparaat vereist gespecialiseerde afvalverwerking. Voor meer informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, de afvalophaaldienst of de winkel waar u het product hebt gekocht. Voor gedetailleerdere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, de afvalophaaldienst of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bertazzoni P784I1M30NV stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Bertazzoni
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis