Bernina 5 Series 530 QE Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bernina 5 Series 530 QE (90 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen. Heb je een vraag over Bernina 5 Series 530 QE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bernina |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | 5 Series 530 QE |
Handleiding Bernina 5 Series 530 QE – volledige tekst
1Geachte BERNINA klant,Hartelijk gefeliciteerd! U heeft een BERNINA gekocht en hiermee een weloverwogen keuze gemaakt waarvan u jarenlang plezier zult hebben. Sinds meer dan honderd jaar legt onze familie de focus op tevreden klanten. Voor mij persoonlijk is het uitermate belangrijk om u Zwitserse precisie van de allerhoogste kwaliteit, een toekomstgerichte naaitechnologie en een alomvattende klantenservice aan te bieden.BERNINA lanceert met de 5-serie drie uiterst moderne producten. Naast de allerhoogste eisen aan de technologie hebben wij ons ook op het design geconcentreerd, want per slot van rekening verkopen wij onze producten aan creatieve mensen zoals u, die behalve hoge eisen aan kwaliteit en comfort ook veel waarde aan het design hechten. Geniet van het creatieve naaien met BERNINA en informeer bij uw BERNINA dealer naar de veelzijdige accessoires.
2VeiligheidsvoorschriftenBELANGRIJKE INFORMATIEBij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de gebruikelijke en navolgende veiligheidsvoorschriften absoluut in acht te worden genomen: Lees voor het gebruik van deze naaicomputer alle aanwijzingen zorgvuldig door. Bij niet-gebruik moet het apparaat altijd uitgeschakeld worden door de netstekker uit het stopcontact te trekken. GEVAAR. Om het risico van een elektrische schok te vermijden:1. Laat de naaicomputer nooit onbeheerd staan zolang deze nog op het stroomnet is aangesloten. 2. Na gebruik en voordat de naaicomputer wordt gereinigd, dient de stekker uit het stopcontact van het stroomnet te worden verwijderd. 3. LED-straling. Niet direct met optische instrumenten bekijken. LED-klasse 1M. WAARSCHUWING. Om het risico van verbrandingen, brand, elektrische schok of verwondingen van personen te vermijden:1.
Deze naaicomputer mag alleen voor de in de handleiding beschreven doeleinden worden gebruikt. Er mogen uitsluitend accessoires worden gebruikt die door de fabrikant worden aanbevolen. 2. Laat niet toe, dat de naaicomputer als speelgoed wordt gebruikt. Voorzichtigheid is vooral vereist wanneer de naaicomputer door of in de nabijheid van kinderen wordt gebruikt. De naaicomputer mag niet door personen (en kinderen) met beperkingen op lichamelijk, sensorisch of mentaal gebied, of indien de kennis voor het bedienen van de naaicomputer niet voorhanden is, worden gebruikt. In dit geval mag de naaicomputer alleen worden gebruikt, als een persoon, die voor de veiligheid van deze persoon verantwoordelijk is, de bediening van de naaicomputer heeft uitgelegd. Laat de naaicomputer in de nabijheid van kinderen nooit onbeheerd staan. 3.
Gebruik de naaicomputer niet als: █kabel of stekker zijn beschadigd, █deze niet storingvrij functioneert, █deze gevallen of beschadigd is, █deze in het water is gevallen. Breng uw naaicomputer naar uw BERNINA dealer voor een uitgebreide controle en eventuele reparatie. 4.
Let erop, dat de ventilatie-openingen tijdens het gebruik van de naaicomputer nooit geblokkeerd zijn. Verwijder pluisjes, stof- en draadresten regelmatig uit de openingen. 5. Houd uw vingers op voldoende afstand van alle bewegende delen. Voorzichtigheid is vooral vereist in de buurt van de naald. 6. Steek geen voorwerpen in de openingen van de naaicomputer. 7. Gebruik de naaicomputer nooit buiten. 8. Gebruik de naaicomputer niet in ruimtes waar aërosolproducten (sprays, spuitbussen) worden gebruikt. 9. Duw niet tegen en trek nooit aan de stof tijdens het naaien. Dit kan veroorzaken, dat de naald breekt. 10. Gebruik geen kromme naalden. 11. Gebruik altijd een originele BERNINA steekplaat. Een andere steekplaat kan veroorzaken, dat de naald breekt. 12. Om de naaicomputer uit te schakelen moet de hoofdschakelaar op «0» worden gezet en de netstekker uit het stopcontact worden getrokken.
Trek altijd aan de stekker en nooit aan de kabel. 13. Zet bij handelingen in het bereik van de naald - zoals naald verwisselen, naaivoet verwisselen, enz. - de hoofdschakelaar altijd op «0». 14. Bij de in de handleiding beschreven reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mag de naaicomputer nooit op het stroomnet zijn aangesloten. 15. Deze naaicomputer is dubbel geïsoleerd. Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen. Lees de aanwijzing voor het onderhoud van dubbel geïsoleerde producten. ONDERHOUD DUBBEL GEISOLEERDE PRODUCTENEen dubbel geïsoleerd product is van twee isoleereenheden in plaats van een aarding voorzien. Een dubbel geïsoleerd product bevat geen aardingsmiddel en dient ook niet te worden gebruikt.
Het onderhoud van een dubbel geïsoleerd product vereist grote zorgvuldigheid en een uitstekende kennis van het systeem en mag derhalve alleen door bevoegd personeel worden uitgevoerd. Voor service en reparatie mogen uitsluitend originele onderdelen worden gebruikt.
Een dubbel geïsoleerd product is op de volgende wijze gekenmerkt: «Dubbele isolering» of «dubbel geïsoleerd». Het symbool kan eveneens aangeven, dat een product dubbel geïsoleerd is. AANSPRAKELIJKHEIDDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schaden die door een verkeerde bediening van deze naaicomputer zijn veroorzaakt. Deze naaicomputer is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Deze naaicomputer voldoet aan de Europese Richtlijn 2004/108/EC met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. BEWAAR DEZE HANDLEIDING ZORGVULDIG. Milieubescherming BERNINA International AG neemt haar plichten omtrent milieubescherming waar. Wij streven ernaar, onze producten zodanig te vervaardigen, dat het milieu wordt ontzien. Om deze reden wordt de productietechniek steeds verbeterd.
Indien u deze naaicomputer niet meer gebruikt, verzoeken wij u deze op een voor het milieu verantwoorde manier af te voeren, overeenkomstig de nationale richtlijnen. bij het huishoudelijk afval Nietafvoeren. In geval van twijfel kunt u uw naaicomputer bij uw BERNINA dealer afgeven. Als de naaicomputer in een koude ruimte staat, moet deze ong. 1 uur voor gebruik in een warme ruimte worden gezet. 033471. 50. 05_1105_B530-550QE_NL.
Quilten uit de vrije hand met gelijkblijvende steeklengte binnen een bepaalde snelheidclr Instellingen of gegevens wissenGrijper Neemt de lus van de bovendraad en vormt samen met de onderdraad de steek LMS Lengtemeetsysteem bij het knoopsgat Memory Blijvend geheugenKordon Dichte zigzagsteekTrens Dwarsverbindingen bij knoopsgaten Verklaring tekensAlle rechten voorbehoudenOm technische redenen en ten behoeve van verbeteringen aan het product kunnen wijzigingen met betrekking tot de uitrusting van de naaicomputer of van de accessoires te allen tijde zonder vooraankondiging worden aangebracht. De accessoires kunnen eveneens, afhankelijk van het land, variëren.033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
10Pedaal █draai aan het handwiel (zie blz. 9) ►de naald wordt omhooggezet █duw de naaivoethevel omhoog1 ►de naaivoet wordt omhooggezetNaaicomputer gereedmakenAanschuiftafelADe aanschuiftafel dient ter vergroting van het werkoppervlak. Aanschuiftafel bevestigen █zet de naald en naaivoet omhoog █schuif de aanschuiftafel over de vrije arm naar rechts tot deze vastzit Aanschuiftafel verwijderen █zet de naald en naaivoet omhoog █druk knop naar benedenA █trek de aanschuiftafel naar links weg1Voorbereiding voor het naaien █rol de kabel af █steek de stekker van de kabel in het hiervoor bestemde stopcontact A █rol de kabel op de gewenste lengte uit en zet deze bij of B C vastABD CNaaisnelheid regelenDoor meer of minder druk op het pedaal wordt de naaisnelheid geregeld.
Naald omlaag- of omhoogzetten █door met de hak op het pedaal te drukken, kan de naald omhoog- of omlaaggezet worden Na beëindiging van het naaien █rol de kabel aan de onderkant op █zet de stekker van de kabel bij vastDKantliniaal █druk op de ontgrendelingsknop en schuif de kantliniaal van links of rechts in de geleiding van de aanschuiftafelDeze kan traploos over de gehele tafellengte worden ingesteld. 033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
11Naaicomputer gereedmakenKniehevel (FHS)De naaivoet wordt met behulp van de kniehevel omhoog- of omlaaggezet. Kniehevel bevestigen █bevestig de kniehevel in de openingNaaivoet omhoog-/omlaagzetten █duw de kniehevel met de knie naar rechtsU moet de kniehevel normaal zittend gemakkelijk kunnen bedienen. ►als de naaivoet omhooggezet wordt, wordt de transporteur gelijktijdig omlaaggezet; de draadspanning is gedeactiveerdNa de eerste steek staat de transporteur weer op de normale stand. De verticale garenkloshouder bevindt zich aan de zijkant achter het handwiel. Deze houder is noodzakelijk voor het naaien met verschillende draden, bijv. bij naaiwerk met de tweelingnaald, enz. Hij kan bovendien worden gebruikt om tijdens het naaien garen op te spoelen.
█duw de hendel tegen het spoeltjeA ►de garenwinder loopt automatisch ►het spoelen stopt wanneer het spoeltje vol is █neem het spoeltje weg █trek de draad over de draadafsnijder en snijd hem afAOnderdraad opspoelenSpoelen tijdens het naaien █zet het plaatje van schuimstof op de verticale garenkloshouder B █zet de garenklos op de verticale garenkloshouder █trek het garen in de richting van de pijl door het oog enC █ om de voorspanning AA █zet het plaatje van schuimstof op de garenkloshouder █zet de garenklos op de garenkloshouder █bevestig de passende garengeleidingsschijf █trek de draad van de garenklos in de richting van de pijl in de achterste draadgeleiding en om de voorspanning █wikkel het garen twee tot drie keer om het lege spoeltje █trek de resterende draad over de draadafsnijder en snijd hem afACPassende garengeleidingsschijfDiameter van de garenklos = grootte van de garengeleidingsschijf.
13Naaicomputer gereedmakenSpoeltje inzetten/onderdraad inrijgen █zet het spoeltje zodanig in, dat de draad met de wijzers van de klok mee A is opgespoeld █trek de draad van rechts in de gleuf Spoelhuls verwisselenSpoelhuls verwijderen █zet de naald omhoog █zet de hoofdschakelaar op «0» █open het spoelhuisdeksel █houd het klepje van de spoelhuls vast █neem de spoelhuls uit de naaicomputer Onderdraadafsnijder █trek de draad over de draadafsnijder en snijd hem afB █sluit het spoelhuisdekselSpoelhuls inzetten █houd de spoelhuls aan het klepje vast De vinger van de spoelhuls moet naar boven wijzen.A █duw de spoelhuls in de grijper tot hij vastzit De onderdraad moet niet naar boven worden gehaald, omdat de hoeveelheid van het ondergaren voor naaibegin voldoende is.B █trek de draad naar links onder de veer en █leg hem in de T-vormige gleuf aan het einde van de veer █trek aan de draad ►het spoeltje moet met de wijzers van de klok meedraaien AA033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
14 Naaicomputer gereedmakenBovendraad inrijgen █zet de naald en naaivoet omhoog █zet de hoofdschakelaar op «0» █zet het plaatje van schuimstof op de garenkloshouder █zet het garenklosje op de houder, zodat de draad met de wijzers van de klok mee van de klos loopt █bevestig de passende garengeleidingsschijf BACEFDNaald verwijderen █zet de naald omhoog █zet de naaivoet naar beneden of verwijder deze (zie blz. 10) █zet de hoofdschakelaar op «0» █draai de bevestigingsschroef los █trek de naald naar beneden Naald inzetten █houd de platte kant van de naald naar achteren █schuif de naald naar boven tot hij niet verder kan █draai de bevestigingsschroef vast Naald verwisselenPassende garengeleidingsschijfDiameter van de garenklos = grootte van de garengeleidingsschijf. Er mag geen speling tussen de garengeleidingsschijf en de garenklos zitten.
15Naaicomputer gereedmakenEerste draad inrijgen █zet de hoofdschakelaar op «0» █zet de tweelingnaald in █zet de naald en naaivoet omhoog █bevestig het plaatje van schuimstof op de horizontale garenkloshouder █zet de garenklos op de horizontale garenkloshouderC █bevestig de passende garengeleidingsschijf █houd de draad vast en trek deze in de achterste draadgeleiding B █trek de draad naar voren door de gleuf en aan de kant langs de rechterdraadspanningsschijf A █geleid de draad zoals gewoonlijk naar de naald en █rijg deze met de hand in de rechternaaldTweede draad inrijgen █bevestig het plaatje van schuimstof op de verticale garenkloshouder █zet de tweede garenklos op de verticale garenkloshouderD █houd de draad vast en trek deze in de achterste draadgeleiding B █trek de draad naar voren door de gleuf en aan de kant langs de linkerdraadspanningsschijf A █geleid het garen zoals gewoonlijk naar de naald en █rijg het garen met de hand in de linkernaaldDe draden mogen nooit in elkaar verdraaid zijn.
E Tweelingnaald inrijgenAHiervoor moeten twee klosjes garen en een vol spoeltje worden gebruikt. █zet de drielingnaald in █zet een garenklos op de horizontale garenkloshouder1 █zet het volle spoeltje en de tweede garenklos , gescheiden door een 2 3garengeleidingsschijf, op de verticale garenkloshouder (beide garenklossen moeten in dezelfde richting draaien) █rijg zoals gebruikelijk in en █trek twee draden links langs de draadspanningsschijf en A één draad rechts langs de draadspanningsschijf █geleid de draad zoals gewoonlijk naar de naald █rijg de draad met de hand in elke naaldDrielingnaald inrijgenABBij het gebruik van de verticale garenkloshouder moet altijd een plaatje van schuimstof worden bevestigd. Met behulp van de extra verkrijgbare geleider voor metallicgaren en zijde (speciaal accessoire) loopt het garen beter van de beide boven elkaar liggende klosjes.
16 Naaicomputer gereedmakenNaaivoetzool verwisselenNaaivoetzool verwijderen █zet de naald en naaivoet omhoog █zet de hoofdschakelaar op «0» █druk op het knopje van de naaivoetschacht ►de naaivoetzool laat losNaaivoetzool bevestigen █leg de naaivoetzool onder de schacht █de dwarspin moet onder de opening van de schacht liggen █zet de naaivoethevel naar beneden ►de zool zit vast3Naald inrijgen █zet de naald omhoog █zet de naaivoet omlaag █zet de hoofdschakelaar op «0» █houd de draad naar linksachter vast █duw de hendel naar beneden en houd deze naar beneden gedruktA █trek de draad om het haakje naar rechts voor de naaldB █trek de draad van voren in de draadgeleiding tot hij vastzit (in het haakje)CDBCAA █laat de hendel los A ►de naald is ingeregen █trek de draad naar achteren en █onder de naaivoet door en over de draadafsnijder op de bovenkap , snij Dde draad afDe draad laat bij naaibegin automatisch los.
17Naaicomputer gereedmakenNaaivoet verwisselenNaaivoet verwijderen █zet de naald en naaivoet omhoog █zet de hoofdschakelaar op «0» █duw de bevestigingshendel naar boven █neem de naaivoet weg Naaivoet bevestigen █schuif de naaivoet van onderen in de houder █duw de bevestigingshendel naar beneden SteekplaatMarkeringen op de steekplaat ̶de steekplaat is voorzien van lengte-, dwars- en diagonaalmarkeringen in mm inch en ̶markeringen zijn een hulpmiddel tijdens het naaien, bijv. bij exact doorstikken ̶dwarsmarkeringen zijn handig bij het naaien van hoeken, knoopsgaten, enz.
18 Naaicomputer gereedmakenDraadspanningBasisinstelling ̶de rode markering op de draadspanningsknop komt overeen met het teken A ̶bij normaal naaiwerk moet de draadspanning niet worden veranderd ̶bij speciaal naaiwerk kan de draadspanning met de draadspanningsknop worden aangepast Optimale steekvormingDe draadverstrengeling ligt in het midden van het materiaal.Bovendraadspanning te hoogDe onderdraad wordt hierdoor meer in het materiaal getrokken. █bovendraadspanning verminderen = draadspanningsknop op 3-1 zettenBovendraadspanning te laagDe bovendraad wordt hierdoor meer in het materiaal getrokken. █bovendraadspanning verhogen = draadspanningsknop op 5-10 zettenDe bovendraadspanning wordt in de BERNINA fabriek optimaal ingesteld en op de naaicomputer getest. Hiervoor worden als boven- en onderdraad Metrosene-/Seralongaren nr.
100/2 (Firma Mettler, Zwitserland) gebruikt.Als ander naai- of borduurgaren wordt gebruikt, kunnen afwijkingen op de optimale draadspanning ontstaan. Daarom is het eventueel noodzakelijk om de draadspanning aan het naaiwerk en de gewenste steek aan te passen. Voorbeeld: Spanning Naald Metallic garen ca. 3 90Monofil garen ca. 2-4 80 A033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
19Naaicomputer gereedmakenNaaivoetdruk verstellen De naaivoetdruk wordt met behulp van de naaivoetdrukknop aan de Alinkerkant van de bovenkap ingesteld. NaaivoetdrukStandaard = 46 ►de basisinstelling is altijd zichtbaar ̶voor normale werkzaamhedenNaaivoetdruk verhogen ̶voor stevig materiaal, bijv. spijkerstof ̶de stof wordt beter getransporteerdNaaivoetdruk verminderen ̶voor tricot, los gebreide stoffen ̶de stof rekt tijdens het naaien niet uit █verminder de naaivoetdruk met mate, zodat de stof nog goed wordt getransporteerd A033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
20 Naaicomputer gereedmakenTransporteur«Transporteur»-knop A gelijk met het frame. ►transporteur is gereed om te naaien Trekken, duwen of tegenhouden van de stof veroorzaakt onregelmatige steken.Laat het naaiwerk gelijkmatig onder de naaivoet doorglijden!Bij elke steek beweegt de transporteur één stap. De lengte van zo'n stap hangt van de gekozen steeklengte af. Bij een zeer korte steeklengte zijn de stappen ook heel klein. De stof glijdt maar langzaam onder de naaivoet door, ook bij maximale naaisnelheid. Knoopsgaten en kordonnaden worden bijvoorbeeld met een zeer korte steeklengte genaaid. Transporteur in naaipositie/omlaagTransporteur en stoftransportATTENTIE!Trekken, duwen of tegenhouden van de stof kan beschadiging van de naald en de steekplaat ten gevolge hebben. «Transporteur»-knop A ingedrukt.
21Naaicomputer gereedmakenBelangrijke informatie over het garen en de naaldHet garen wordt overeenkomstig de werkzaamheid gekozen. Voor een perfect resultaat speelt de kwaliteit van naald, garen en stof een belangrijke rol. Het is raadzaam om kwaliteitsmateriaal van een goed merk te gebruiken.
Katoen ̶katoen heeft de voordelen van natuurlijke vezels en is daarom bijzonder geschikt voor het naaien van katoenen stoffen ̶als katoen gemerceriseerd is, heeft het garen een lichte glans en veranderen de eigenschappen niet bij het wassen Polyester ̶garen van polyester is heel duurzaam, breekt zelden en is zeer kleurecht ̶polyester is elastischer dan katoen en het is daarom raadzaam dit garen voor duurzame en rekbare naden te gebruikenRayon/Viscose ̶rayon en viscose hebben de voordelen van natuurlijke vezels en hebben een mooie glans ̶rayon/viscose zijn vooral geschikt voor decoratieve steken en geven de steek een speciaal effect GarenNaald, garen en materiaalNaald en garen moeten zorgvuldig op elkaar worden afgestemd.De juiste naalddikte hangt zowel van het gekozen garen, als ook van de stof die hiermee wordt verwerkt af.
Hierbij bepaalt het stofgewicht en de stofsoort de dikte van het garen, de dikte van de naald en de vorm van de naaldpunt. ATTENTIE! Controleer de toestand van de naald regelmatig.Als richtlijn geldt: verwissel de naald voor elk nieuw naaiproject. Een defecte naald beschadigt niet alleen het naaiproject, maar ook de naaicomputer. 033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
22 Naaicomputer gereedmaken130/705 H-S/70 1 130 schachtlengte2 705 platte kolf3 H gleuf 4 S vorm naaldpunt (hier bijv. medium ball point/gemiddelde ronde punt)5 70 naalddikte (schachtdikte)Naald, garenJuiste verhouding naald-garenDe draad ligt tijdens het naaien precies in de lange gleuf van de naald. Het garen kan optimaal worden genaaid.Garen te dun of naald te dikHet garen ligt te los in de gleuf van de naald, er kunnen steekfouten ontstaan of het garen kan worden beschadigd. Garen te dik of naald te dun Het garen schuurt langs de rand van de naaldgleuf en kan klem raken. Hierdoor kan de draad breken. 12453Richtlijnen Materiaal en garen Naalddiktedunne stofkwaliteit:fijn garen (stopgaren, borduurgaren) 70-75 halfzware stofkwaliteit: naaigaren 80-90zware stofkwaliteit: naaigaren (quiltgaren, doorstikgaren) 100, 110, 120033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
24Steekkeuze« »Directkeuze -toetsen █kies met de overeenkomstige «directkeuze»-toets de gewenste steek ►de steek met bijbehorend nummer en de basisinstelling van steeklengte en steekbreedte worden op het beeldscherm weergegeven Met de «directkeuze»-toets 0 wordt steeknummer 51 (standaardknoopsgat) gekozen. Overzicht «functie»-toetsen naaicomputerFuncties - «Functie»-toetsen naaicomputer033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
25Functies █kies in het hoofdmenu met de «navigatie»-toetsen (zie blz. ) de 27gewenste steekcategorie █bevestig met «OK»Steekbreedte veranderen █druk op de linkertoets ►de steek wordt smaller █druk op de rechtertoets ►de steek wordt breder █houd de toets ingedrukt ►snelle veranderingIndividueel aanpassenNaaldstand veranderen █druk op de linkertoets ►de naald verschuift naar links █druk op de rechtertoets ►de naald verschuift naar rechts █houd de toets ingedrukt ►snelle veranderingSteeklengte veranderen █druk op de linkertoets ►de steeklengte wordt korter █druk op de rechtertoets ►de steeklengte wordt langer █houd de toets ingedrukt ►snelle veranderingSteekcategorieën █druk op de «home»-toets033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
26 Functies« »Functie -toetsen naaicomputer«Achteruit»-toetstijdelijk: █druk op de toets █zolang de toets ingedrukt blijft, wordt de steek achteruitgenaaidToepassing: ̶knoopsgatlengte programmeren ̶lengte stopprogramma programmeren ̶omschakelen in het afhechtprogramma met rechte steek nr. 5 ̶handmatig afhechten (naadbegin/naadeinde) ̶afhechten bij het Quilters afhechtprogramma nr.
1324voortdurend: █druk als de naaicomputer stilstaat op de toets tot een pieptoon hoorbaar is ►op het beeldscherm verschijnt een symbool ►de naaicomputer naait de gekozen steek voortdurend achteruit █achteruitnaaien beëindigen: druk als de naaicomputer stilstaat op de toets tot een pieptoon hoorbaar is ►het symbool op het beeldscherm verdwijnt«Motiefeinde/motiefherhaling»-toets █druk tijdens het naaien op de toets ►de naaicomputer stopt aan het einde van het geactiveerde enkelmotief of het geactiveerde motief in een combinatie (in het geheugen) █druk voor het naaien 1-9x op de toets ►op het beeldscherm verschijnt de motiefeinde-weergave met het overeenkomstige getalEen enkelmotief of een motiefcombinatiewordt het overeenkomstig aantal keren genaaid.
«Start/stop -toets» ̶starten en stopzetten van de naaicomputer met zonderof pedaal ̶starten en stoppen van de BSR-functie als de BSR-voet is bevestigd en aangeslotenSnelheidsregelaar ̶met de snelheidsregelaar kan de naaisnelheid traploos worden ingesteld ̶bij het opspoelen van de onderdraad kan bij stilstand van de naaicomputer de snelheid van de garenwinder worden geregeld «Home»-toets █druk op de toets ►het hoofdbeeldscherm wordt geopend«Terug»-toets ̶een bladzijde terugbladerenUitzonderingen: ̶decoratieve steken ̶alfabettenOverzicht «functie»-toetsen033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
█druk op de toets ►de naald wordt omhoog- of omlaaggezet █druk lang op de toets: ►de naald wordt omlaaggezet ►de pijl op het beeldscherm wijst naar beneden ►de naaicomputer stopt met naaldstand onder █druk opnieuw lang op de toets: ►de naald wordt omhooggezet ►de pijl op het beeldscherm wijst naar boven ►de naaicomputer stopt met naaldstand boven« »Afhechtfunctie -toets (3 afhechtsteken) █druk voor naaibegin op de toets ►het enkelmotief of een motiefcombinatie wordt bij het begin afgehecht █druk tijdens het naaien van een enkelmotief op de toets ►het enkelmotief wordt aan het einde afgehecht ►de naaicomputer stopt █druk tijdens het naaien van een motiefcombinatie op de toets ►de motiefcombinatie wordt aan het einde afgehecht ►de naaicomputer stopt«Spiegelbeeld»-toets (links/rechts) █druk op de toets ►de gekozen steek wordt in spiegelbeeld genaaid«Motiefbegin»-toets █druk op de toets ►de gekozen steek of het programma worden weer op motiefbegin gezet«Balans»-toetsVooruit- en achteruitgenaaide steken worden aangepast.«BSR»-toetsBij aangesloten BSR-voet wordt door een druk op de toets de BSR-modus 1 of 2 gekozen.
« »clr -toets █druk kort op de toets ►de tijdelijke naai-instellingen van de geactiveerde steek worden in de basisstand teruggezet ►geactiveerde functies worden uitgeschakeld █druk op de toets tot een signaal hoorbaar is ►de opgeslagen naai-instellingen van de geactiveerde steek worden in de basisstand teruggezet ►geactiveerde functies worden uitgeschakeldUitzondering: ̶naaldstop onder/bovenFuncties033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
28 overzicht beeldschermoverzicht beeldscherm1 «MEM»-weergave voor opgeslagen steken2 Steken: grafisch en numeriek3 Kordonnaad: dichte, korte zigzag4 Steeklengte: basisinstelling5 Steeklengte: effectieve instelling6 BSR: geeft de BSR-modus 1 of 2 aan7 Steekbreedte: basisinstelling8 Naaldstand: 11 mogelijkheden9 Steekbreedte: effectieve instelling10 Naaldstop onder/boven: stopt standaard boven/in de BSR-modus 1 onder, in de BSR-modus 2 boven11 Service-symbool: zichtbaar als de naaicomputer voor service naar uw BERNINA dealer gebracht moet worden 12 Reinigingssymbool: zichtbaar als de naaicomputer gereinigd/geolied moet worden 13 Naaivoetdruk: geeft de naaivoetdruk tijdens het verstellen weer14 Naaivoetdruk: basisinstelling15 Transporteursymbool: weergave of de transporteur omlaag staat of niet 16 Pijl- en naaivoetsymbool: verschijnen als de naaivoet omhoogstaat en de naaicomputer wordt gestart 17 Motiefbegin/-einde/-herhaling18 Achteruitnaaien permanent19 Spiegelen: links/rechts20 Afhechtfunctie21 Naaivoetindicator: geeft de passende naaivoet voor de gekozen steek weer 245678139101112131416151718192021033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
30 Setup-programmaSysteeminstellingenSetup-programma █kies met behulp van de «navigatie»-toetsen het «setup-programma» █bevestig met «OK»Overzicht «setup»-beeldscherm1 Beeldscherminstellingen2 Informatie3 Naaicomputer oliën4 Basisinstelling5 Signaaltoon voor BSRHelderheid en contrast █kies met de «navigatie»-toetsen onder/boven het gewenste veld █druk op «OK» █verander met de «navigatie»-toetsen links/rechts de helderheid of het contrast █druk op de «home»-toets21543033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
31Setup-programmaSoftwareversieDe actuele softwareversie van de naaicomputer is zichtbaar.Naaicomputer oliën ►het symbool verschijnt als de naaicomputer 360'000 steken heeft genaaid █kies met de «navigatie»-toetsen het «?»-veld █druk op «OK» ►een animatie geeft weer hoe de naaicomputer geolied moet worden █kies na het oliën met behulp van de «navigatie»-toetsen het «olie»-veld █druk op «OK» █de teller onder het «olie»-veld wordt op «0» gezetBasisinstelling █druk op «OK» ►alle naai-instellingen worden in de basisstand teruggezetSignaaltoon voor BSR █kies het linkerveld █bevestig met «OK» ►signaal is ingeschakeld █kies het rechterveld █bevestig met «OK» ►signaal is uitgeschakeld033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
34 BalansBalans █druk op de «balans»-toetsNuttige/decoratieve stekenDe naaicomputer wordt grondig getest en optimaal ingesteld, voordat deze de fabriek verlaat. Verschillende stoffen, garens en verstevigingsmaterialen kunnen de geprogrammeerde steken zodanig beïnvloeden, dat deze niet correct worden genaaid. Met de elektronische balans kunnen deze afwijkingen worden gecorrigeerd en de steken zodoende optimaal aan het materiaal worden aangepast. Nuttige/decoratieve steken corrigeren █druk op de linker «navigatie»-toets ►de steek wordt uit elkaar getrokken (max. 20 stappen)A █druk op de rechter «navigatie»-toets ►de steek wordt tegen elkaar geschoven (max. 20 stappen)B █druk op de «balans»- of «terug»-toets ►het balansbeeldscherm wordt gesloten ►de wijzigingen zijn opgeslagen █druk op de «clr»-toets ►de balans wordt in de basisstand teruggezet BA033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
36 Nuttige stekenSteekkeuze █kies de gewenste hoofdcategorie met behulp van de «navigatie»-1-4toetsen 1 Nuttige steken2 Decoratieve steken3 Alfabetten4 Knoopsgaten █bevestig met «OK» ►de beschikbare steken worden weergegevenAlle andere steken kunnen worden gekozen door met de «navigatie»-toetsen te scrollen. █kies het gewenste steeknummer met de «navigatie»-toetsen █bevestig met «OK» Met behulp van het steeknummer █kies het gewenste steeknummer met behulp van de «directkeuze»-toetsen ►steeknummer en basisinstelling van de steeklengte en steekbreedte worden op het beeldscherm weergegeven Met de «directkeuze»-toets 0 wordt steeknummer 51 (standaardknoopsgat) gekozen.1 2 3 4Met behulp van het menu █druk op de «home»-toets033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
37Tijdelijk persoonlijk geheugenHet persoonlijk geheugen is onbegrensd. Dit kan een willekeurig aantal steekwijzigingen bevatten (steeklengte, steekbreedte, naaldstand, spiegelfunctie en balans). Steek individueel aanpassenAfhankelijk van het materiaal en de toepassing kan een steek individueel worden veranderd. De hier beschreven aanpassingen kunnen op alle nuttige en vele decoratieve steken worden toegepast.Elke gewijzigde steeklengte en steekbreedte wordt automatisch opgeslagen. Voorbeeld: ̶naai een gewijzigde steek (bijv. zigzagsteek) ̶kies een andere steek (bijv. de rechte steek) en naai verder ̶bij het terughalen van de individueel gewijzigde zigzagsteek blijven de wijzigingen behouden Basisinstelling terughalenAfzonderlijke steken kunnen handmatig worden teruggezet.
█druk op de «clr»-toets of █zet de naaicomputer uit ►alle wijzigingen worden bij alle steken gewist Toepassing: ̶voor alle soorten steken ̶vooral handig bij toepassingen die afwisselend worden gebruikt Blijvend persoonlijk geheugenDe in de BERNINA fabriek geprogrammeerde basisinstellingen kunnen worden gewijzigd en opgeslagen en blijven ook dan in het geheugen behouden als de naaicomputer wordt uitgeschakeld. De oorspronkelijke instellingen zijn altijd zichtbaar. Basisinstellingen wijzigen █kies een steek (bijv.
38ToepassingenTerugtransportvoet/-zool nr. 1Rechte steek nr. 1Na het inschakelen van de naaicomputer verschijnt altijd de rechte steek. ToepassingGeschikt voor alle materialen.Terugtransportvoet/-zool nr. 1Drievoudige rechte steek nr. 6Open naadDuurzame naad voor harde en dicht geweven stoffen zoals denim en ribfluweel. Rechte steekDrievoudige rechte steekSteeklengte aan het naaiwerk aanpassenBijv. voor denim een lange steek (ca. 3-4 mm), voor fijne stoffen een korte steek (ca. 2-2.5 mm).Steeklengte aan het garen aanpassenBijv. een lange steek (ca. 3-5 mm) bij doorstikken met cordonnetgaren.Naaldstop onder activeren Het naaiwerk kan, wanneer dit bijvoorbeeld moet worden gedraaid, niet verschuiven. Bij harde of zeer dicht geweven stoffenEen jeansnaald en de jeansvoet nr. 8 vergemakkelijken het naaien van zware stoffen zoals denim en canvas.
39Nuttige stekenDrievoudige zigzagsteekTerugtransportvoet/-zool nr. 1Drievoudige zigzagsteek nr. 7In stevig materiaal, vooral denim, stof voor bijv. ligstoelen of luifels. Zomen in kleding die vaak wordt gewassen. Werk de zoomrand eerst af. Gebruik bij zeer harde stoffen een jeansnaald.033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
1Voorbereiding █sluit de naad tot aan het begin van de rits █naai een paar afhechtsteken █sluit de ritsopening met een paar lange steken █werk de naadtoeslag af █strijk de naad open █open de ritsopening █rijg de rits in █rijg de rits zó onder de stof, dat de stofranden in het midden van de rits tegen elkaar liggenRits inzetten █maak de rits een stukje open █verschuif de naaldstand naar rechts █begin linksboven te naaien █geleid de naaivoet zodanig, dat de naald langs de tandjes van de rits in de stof steekt █stop voor het lipje van de rits met naaldstand onder █zet de naaivoet omhoog █sluit de rits weer █zet de naaivoet omlaag █naai verder, stop voor het einde van de split met naaldstand onder █zet de naaivoet omhoog █draai het naaiwerk █zet de naaivoet omlaag █naai tot de andere kant van de rits, stop met naaldstand onder █zet de naaivoet omhoog █draai het naaiwerk opnieuw █zet de naaivoet omlaag █naai aan de andere kant van onder naar bovenVariant: de rits aan beide kanten van onder naar boven inzettenGeschikt voor alle stoffen met een vleug (bijv.
fluweel). █bereid de ritssluiting zoals boven beschreven voor █begin in het midden van de naad bij ritseinde te naaien █naai schuin naar de rij tandjes van de rits █naai de eerste kant van onder naar boven1 █verzet de naaldstand naar links █naai de andere kant op dezelfde wijze van onder naar boven2 RitssluitingEr kan niet langs het lipje van de rits worden genaaid ̶naai tot ong. 5 cm voor het lipje van de rits ̶zet de naald omlaag, de naaivoet omhoog, open de rits, zet de naaivoet omlaag, naai verder (gebruik de kniehevel) Transport bij naadbegin ̶houd het garen bij naadbegin goed vast en trek het naaiwerk aan het garen evt. lichtjes naar achteren (maar enkele steken) of ̶naai eerst ong. 1-2 cm achteruit, daarna zoals gewoonlijk verder naaien Harde ritsband of dicht geweven stoffenGebruik naald nr.
1Gaten of dunne versleten plekken verstellen«Vervangen» van lengte- en dwarsdraden in elk materiaal.Voorbereiding █ zet de transporteur omlaag █ bevestig de aanschuiftafel █ span de stof en eventueel verstevigingsmateriaal in de stopring (speciaal accessoire) ►het gedeelte dat gestopt wordt, blijft zo goed gespannen en trekt nergens Naaien ̶werk van links naar rechts, geleid het naaiwerk regelmatig met de hand en zonder druk ̶verander van richting door boven en onder rondingen te naaien (niet spits, omdat dan eventueel gaatjes ontstaan of de draad breekt) ̶naai de rijen op onregelmatige lengtes, de draad verdwijnt als het ware in de stof De steken zijn niet mooi ̶als de draad bovenop de stof schijnt te liggen, moet het naaiwerk langzamer worden verschoven ̶als knoopjes aan de onderkant van de stof ontstaan, moet het naaiwerk sneller worden verschoven Draadbreuk Als de draad steeds breekt, moet het naaiwerk gelijkmatiger worden geleid.Stoppen - handmatig1 Spandraden over het gat naaien █ naai de eerste spandraden niet te dicht op elkaar en over de beschadigde plek uit █ naai een onregelmatig lange rand █ draai het naaiwerk 90°2 Over de eerste spandraden naaien █ naai over de eerste spandraden, ook hier niet te dicht op elkaar █ draai het naaiwerk 180°3 Stopwerk afmaken █ naai nogmaals losjes een rij steken31 2033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
42 Nuttige stekenTerugtransportvoet/-zool nr. 1Zigzagsteek nr. 2 ̶voor alle materialen ̶voor het afwerken van randen ̶voor rekbare naden ̶voor decoratieve werkzaamheden Randen afwerken █ laat de stofrand onder het midden van de naaivoet doorlopen █ stel de steekbreedte niet te groot in █ stel de steeklengte niet te lang in █ de naald steekt aan één kant in de stof, aan de andere kant langs de stof ̶de stofrand moet platliggen en mag niet oprollen ̶gebruik bij fijne stoffen stopgarenKordonnaad ̶dichte, korte zigzag (steeklengte 0.5-0.7 mm) ̶kordonnaad voor applicaties, voor borduren, enz.A zigzag met gewijzigde steekbreedte B zigzag met gewijzigde steeklengte C stofranden afwerken met zigzagStoppen - automatischZigzagsteekTerugtransportvoet/-zool nr. 1Knoopsgatsledevoet nr. 3A Stopprogramma nr.
22Snelle stopmethode voor dunne plekken of scheurenVervangen van lengtedraden in alle materialen. Voorbereiding █ span fijne materialen in een stopring (speciaal accessoire) ►het gedeelte dat gestopt wordt blijft gelijkmatig gespannen en trekt niet Stoppen met de terugtransportvoet/-zool nr. 1 █ zet de naald links boven de beschadigde plek in de stof █ naai de eerste lengte █ zet de naaicomputer stil █ druk op de «achteruit»-toets ►de lengte is geprogrammeerd █ naai het stopprogramma verder af ►de naaicomputer stopt automatisch █ druk op de «clr»-toets ►de programmering wordt gewistStoppen met de knoopsgatsledevoet nr. 3A ̶bij scheuren en beschadigde plekken ̶stoplengte max. 3 cm ̶werkwijze zoals bij de terugtransportvoet/-zool nr. 1Versteviging tegen scheuren Leg of plak fijn materiaal onder de beschadigde plek. Het gestopte gedeelte is «scheefgetrokken» Corrigeer m.b.v.
43Nuttige stekenTerugtransportvoet/-zool nr. 1Dubbele overlock nr. 10Gesloten naad Dubbele overlocknaad in losse gebreide stoffen en voor dwarsnaden in gebreide stoffen. Dubbele overlockGebreide stoffen ̶gebruik een nieuwe jerseynaald om de fijne vezels niet te beschadigen ̶verminder eventueel de naaivoetdrukNaaien van rekbaar materiaalGebruik indien noodzakelijk een stretchnaald (130/705 H-S).033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
1Smal doorstikkenBuitenranden █ leg de rand van de stof links tegen de geleider van de blindzoomvoet/-zool █ kies naaldstand links op de gewenste afstand van de randBreed doorstikkenMateriaalgeleidingNaaivoet als geleiding: █ laat de rand van de naaivoet precies op de rand van de stof lopen Steekplaat als geleiding: █ laat de rand van de stof langs de markeringen op de steekplaat lopen (1 tot 2.5 cm)Randgeleider als geleiding: █ draai de schroef achter op de naaivoet los █ steek de randgeleider door het gat in de naaivoet █ stel de gewenste breedte in █ draai de schroef vast █ laat de rand van de stof langs de randgeleider lopen Naaivoetschacht/-zool █ steek de randgeleider door het gat in de naaivoetschacht █ stel de gewenste breedte in █ laat de rand van de stof langs de randgeleider lopenLaat voor het naaien van parallelle, zeer brede naden de randgeleider langs een reeds genaaide naad lopen.
45Nuttige stekenBlindzoomBlindzoomvoet/-zool nr. 5 Blindzoom nr. 9Voor «onzichtbare» zomen in halfzware tot zware materialen van katoen, wol of gemengde vezels. Voorbereiding █ werk de rand van de zoom af █ vouw de zoom om en rijg of speld hem vastvoorkant van de stofachterkant van de stofFijnafstelling steekbreedteLaat de stofvouw regelmatig langs de geleider van de naaivoet glijden = de steken zijn overal even breed.Maak een proeflapje en controleer, afhankelijk van de stofdikte, of de steekbreedte juist is, zodat de naald ook echt maar net in de stof steekt. Terugtransportvoet/-zool nr. 1Tricotsteek nr. 14Voor een zichtbare, rekbare zoom in tricot van katoen, wol, synthetische of gemengde vezels.
Voorbereiding █ strijk de zoom, kan eventueel ook worden geregen █ verminder eventueel de naaivoetdruk Naaien █ naai de zoom aan de voorkant op de gewenste breedte █ knip de resterende stof aan de achterkant afZichtbare zoom █ vouw de stof zodanig, dat de afgewerkte rand aan de rechterkant ligt █ leg de stof onder de naaivoet en █ schuif de omgevouwen zoomrand tegen het geleidingsplaatje van de naaivoet Naaien ̶door aan de schroef aan de rechterkant te draaien, kan de zijdelingse positie van de geleider van de blindzoomzool worden ingesteld ̶de naald mag maar net in de stofvouw steken, net als bij het naaien met de hand █ controleer de blindzoom na ong. 10 cm aan beide kanten van de stof, pas de steekbreedte evt. aan033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
46 Nuttige stekenRechtsteekvoet/-zool nr. 1Afhechtprogramma nr. 5 ̶voor alle materialen ̶afhechten van naadbegin en naadeindeNaaien van lange naden met een rechte steekGelijkmatig afhechten doordat het aantal steken is vastgelegd. Naadbegin █ druk op het pedaal ►de naaicomputer hecht het naaiwerk automatisch bij naadbegin af (5 steken vooruit, 5 steken achteruit) █ naai de naad met een rechte steek op de gewenste lengte Naadeinde █ druk op de «achteruit»-toets ►de naaicomputer hecht automatisch af (5 steken achteruit, 5 steken vooruit) ►de naaicomputer stopt automatisch aan het einde van het afhechtprogrammaAfhechtprogrammaStopvoet nr. 9 */**Rijgsteek nr. 30 ̶voor alle werkzaamheden, waarbij een zeer grote steeklengte noodzakelijk of gewenst is ̶voor het rijgen van naden, zomen, quilts, enz.
̶voor tijdelijk aan elkaar naaien ̶gemakkelijk te verwijderenVoorbereiding █ zet de transporteur omlaag █ speld de lagen stof met kopspelden dwars ten opzichte van de rijgrichting op elkaar ►dit verhindert dat de lagen verschuivenRijgen █ leg de stof onder de naaivoet █ houd de draden vast en naai een steek █ trek het naaiwerk op de gewenste steeklengte naar achteren █ naai een steek █ herhaal deze handelingDraden afhechten/fixerenZet de transporteur omlaag, naai bij begin en einde 3-4 rijgsteken op dezelfde plaats. GarenGebruik voor het rijgen fijn stopgaren; dit kan later gemakkelijker worden verwijderd. Rijgsteek033471.50.05_1105_B530-550QE_NL
48 Nuttige steken11De transporteur kan alleen goed functioneren, als de naaivoet horizontaal op de stof ligt.Als de naaivoet «schuin» staat, bijv. bij een dikke naad, kan de transporteur de stof niet goed geleiden. De stof wordt samengedrukt.Om het verschil in hoogte te compenseren, moeten één, twee of drie nivelleerplaatjes achter de naald onder de naaivoet worden gelegd.Om het verschil aan de voorkant van de naaivoet te compenseren, moeten één of meer plaatjes aan de rechterkant van de naaivoet, zo dicht mogelijk bij de naald worden gelegd. Naai tot de naaivoet het dikke gedeelte helemaal is gepasseerd en neem de plaatjes weg. Stoflagen aanpassenHoeken naaienNaaldstop onder.Naaldstop onder.Bij het naaien van hoeken wordt het naaiwerk niet zo goed getransporteerd, omdat maar een gedeelte van de stof op de transporteur ligt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bernina 5 Series 530 QE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Bernina
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine