Bernette b37 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bernette b37 (60 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 242 mensen. Heb je een vraag over Bernette b37 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bernette |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | b37 |
Handleiding Bernette b37 – volledige tekst
4Ter bescherming tegen brandwonden, brand, elektrische schokken en letsel van personen:1. De machine mag niet worden gebruikt door kinderen jonger dan 8 jaar of door mensen met een lichamelijke, sensorische of geeste-lijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bedienen. In dat geval mag de machine alleen worden gebruikt als de bediening ervan is toegelicht door degene die verantwoordelijk is voor de veiligheid. 2. De machine mag niet als speelgoed worden gebruikt. Voorzichtigheid is geboden wan-neer deze machine door kinderen, in de nabijheid van kinderen of door mensen met een visuele beperking wordt gebruikt. 3. Deze machine mag alleen worden gebruikt voor het doel dat in deze handleiding wordt beschreven. Er mag alleen gebruik worden gemaakt van accessoires die door de fabri-kant worden aanbevolen. 4.
Er moet toezicht worden gehouden op kin-deren om te voorkomen dat ze met de machine spelen. 5. Deze machine mag onder geen enkele voor-waarde worden gebruikt wanneer de kabel of de stekker beschadigd is of wanneer de machine niet storingsvrij werkt, gevallen of beschadigd is of in het water is gevallen. Breng de machine naar een geautoriseerde dealer of een servicecentrum bij u in de buurt voor controle, reparatie of elektrische of mechanische kalibratie. De machine mag niet worden gebruikt wanneer de ventilatie-openingen zijn geblokkeerd. Houd de venti-latieopeningen en de naaivoet vrij van pluis-jes, stof- en draadresten. 6. Houd uw vingers op voldoende afstand van alle bewegende delen.
Pas vooral op in de Neem bij gebruik van een elektrisch apparaat beslist de volgende belangrijke veiligheidsvoor-schriften in acht:Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een geschikte plaats bij de machine of overhandig deze wanneer u de machine door iemand anders laat gebruiken. buurt van de naald van de naaimachine. 7. Gebruik altijd de juiste steekplaat.
Bij gebruik van een verkeerde steekplaat kan de naald breken. 8. Gebruik geen kromme naalden. 9. Trek tijdens het naaien niet aan de stof en verschuif deze niet. Hierdoor kan de naald breken. 10. Schakel de machine altijd uit bij alle hande-lingen binnen het bereik van de naald, zoals inrijgen of vervangen van de naald, inrijgen van de spoel of vervangen van de naaivoet (zet hiervoor de hoofdschakelaar op "O"). 11. Koppel de machine altijd los van de netvoe-ding vóór reiniging en onderhoud, zoals bij het vervangen van het lampje of andere onderhoudswerkzaamheden die in deze handleiding worden beschreven (trek hier-voor aan de stekker van het netsnoer). Reiniging en onderhoud mogen door kinde-ren alleen onder toezicht worden uitge-voerd. 12. Steek geen voorwerpen in de openingen van de machine en laat niets in de machine vallen. 13.
Deze machine mag alleen in droge, veilige ruimten worden gebruikt. Gebruik de machine nooit in een vochtige of natte omgeving. 14. Gebruik de machine niet in de buurt van zuurstof- of drijfgasproducten (sprays). 15. Schakel de machine uit door de hoofdscha-kelaar op "O" (Uit) te zetten en de stekker uit het stopcontact te trekken. Trek daarbij altijd aan de stekker en nooit aan het snoer. 16. Wanneer het netsnoer is beschadigd, moet het door de fabrikant, een verantwoorde-lijke servicemonteur of iemand met verge-lijkbare kwalificaties worden vervangen om risico's te voorkomen. Ter bescherming tegen elektrische schokken:1. Laat de machine nooit onbeheerd achter terwijl deze op de netvoeding is aangeslo-ten. 2. Koppel de machine altijd onmiddellijk na gebruik of voordat u deze reinigt los van de netvoeding. 3. LED-STRALING: Niet rechtstreeks met optische instrumenten bekijken.
5Een dubbelgeïsoleerd product is uitgerust met twee isolatie-eenheden in plaats van een aar-ding. Bij een dubbelgeïsoleerd product is geen aarding inbegrepen en mag deze ook niet wor-den toegepast. Onderhoud van een dubbelge-isoleerd product vereist uiterste zorgvuldigheid en kennis van zaken en mag daarom alleen door gekwalificeerd personeel worden uitge-voerd. Voor een dubbelgeïsoleerd product mogen alleen reserveonderdelen worden gebruikt die identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbelgeïsoleerd product is met de woorden "DUBBELE ISOLATIE" OF "DUBBELGEÏSOLEERD" gemarkeerd. Het product kan ook met het symbool zijn gemarkeerd. Om technische redenen en ten behoeve van de verbetering van het product kunnen te allen tijde en zonder voorgaande kennis-geving wijzigingen in de uitrusting van de machine of de acces-soires worden doorgevoerd.
Ook kunnen accessoires per land verschillen. 17. Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal. 18. Vervang het lampje altijd door een lampje van hetzelfde type. 19. De machine mag alleen in combinatie met een voetpedaal van type YC-485-EC-1 (100-240 V) worden gebruikt. 20. Het geluidsdrukniveau is tijdens normaal gebruik lager dan 75 dB(A). 21. De machine wordt met dubbele isolatie geleverd (niet in de Verenigde Staten en Canada). Er mag alleen gebruik worden gemaakt van identieke reserveonderdelen. Neem de instructies voor onderhoud van dubbelgeïsoleerde producten in acht.
Kinderen jonger dan 8 jaar en mensen met een lichame-lijke, sensorische of geestelijke beperking of met onvol-doende kennis of ervaring om de machine te bedienen, mogen de machine alleen gebruiken onder toezicht en met aanwijzingen over veilig gebruik van het apparaat en alleen wanneer ze de mogelijke risico's hebben begrepen. Kinderen mogen het apparaat niet als speelgoed gebrui-ken. Reiniging en door gebruikers uit te voeren onderhoud mogen door kinderen alleen onder toezicht worden uitge-voerd.
Mensen (en kinderen) met een lichamelijke, sensorische of geestelijke beperking of met onvoldoende kennis of ervaring om de machine te bedienen, mogen de machine alleen gebruiken onder toezicht en met aanwijzingen over veilig gebruik van het apparaat door degene die verant-woordelijk is voor de veiligheid. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Als de machine in een koude ruimte is opgeslagen, moet deze circa 1 uur vóór gebruik in een warme ruimte worden geplaatst. Dit product moet conform de nationale richtlijnen met betrekking tot elektrische/elektronische apparaten naar behoren bij het afval worden gedeponeerd of wor-den gerecycled. Neem bij twijfel contact op met een speciaalzaak voor meer informatie. (Alleen EU)Deze machine is bedoeld voor gebruik door particulieren.
Bij intensief of commercieel gebruik is regelmatige reini-ging en speciaal onderhoud vereist. Tekenen van slijtage als gevolg van intensief of commerci-eel gebruik vallen niet automatisch onder de garantie, zelfs niet wanneer deze binnen de garantieperiode optreden. De beslissing hoe in dergelijke gevallen wordt gehandeld, wordt uitsluitend genomen door lokale geautoriseerde ser-vicemedewerkers.
6 Naaitafel (opbergvak voor accessoires) Steekplaat Inrijger Draadafsnijder Bovendeksel Draadhendel Draadspanning Kloshouder Draadgeleidingsschijf groot Spoelpen Spoelstopper Uitsparing voor tweede kloshouder Instellingstoetsen Cursortoetsen LCD-display Snelheidsregelaar Toets Naaldstopper omhoog/omlaag Toets Automatisch afhechten Toets Achteruitnaaien Toets Starten/stoppen Lade voor overzicht van steken Spoelafdekklepje Naaivoet (zigzagvoet) Naaivoethouder Naaldbevestigingsschroef Naald Ontgrendelingstoets voor spoelafdekklepje Aansluiting voor netsnoer Aansluiting voor voetpedaal Hoofdschakelaar Handwiel Draagbeugel Draadgeleider Naaivoethendel Knoopsgathendel Vrije arm Transporteurhendel Voetpedaal Netsnoer* Balans* Het meegeleverde netsnoer kan anders zijn dan in de afbeel-ding.Houd bij het vervoeren van de machine met één hand de draagbeugel vast en gebruik de andere hand om de machine aan de onderkant te ondersteunen.Ontwerp en specificaties kunnen te allen tijde zonder voor-afgaande kennisgeving worden gewijzigd.
7 zigzagvoet A (op machine) Satijnsteekvoet F Knoopsgatenvoet R Ritsvoet E Knoopaanzetvoet T Spoel (x4) (1 op machine) Klosviltje Naaldenset Tweede kloshouder Tornmesje (knoopsgatenpons) T-schroevendraaier Kwastje Draadgeleidingsschijf (klein) (x1) Draadgeleidingsschijf (groot) (x1) (op machine) Spoelgaasje StofkapMeer informatie over optionele accessoires vindt u op onze web-site:http://www.mybernette.com/accessoriesTrek de tafel weg van de machine.Trek de poten van de aanschuiftafel* uit elkaar.Houd de tafel met beide handen vast en schuif deze voorzichtig naar rechts.Draai de stelknoppen van de poten met een schroevendraaier (optioneel).* Speciale onderdelenInstructies voor het naaien van uw eigen persoonlijke stofkap vindt u op: www.mybernette.com/
8Het overzicht van steken wordt in de lade onder in de naaimachine bewaard. Lade voor overzicht van steken Overzicht van stekenTrek de lade met de vinger tot aan de aanslag naar buiten.Op de pagina's vindt u een overzicht van steken.Met de naaitafel wordt het naaioppervlak vergroot. Als u met de vrije arm wilt naaien, kunt u de naaitafel verwijderen. Naaitafel Pen OpeningTrek de tafel weg van de machine (zie afbeelding).Schuif de naaitafel zo ver in de machine totdat deze vastklikt. Steek daarbij de pen in de opening .Accessoires worden in de naaitafel bewaard. Open het opberg-vak voor accessoires door de deksel los te trekken . Opbergvak voor accessoiresNaaien met de vrije arm is handig voor het stoppen van sokken of het verstellen van knieën of ellebogen van kinderkleding.
9Schakel de hoofdschakelaar uit. Sluit de stekker van het voet-pedaal op de bus van het voetpedaal aan. Bevestig de kabelstekker in de aansluiting voor het netsnoer . Steek de stekker in het stopcontact . Schakel de hoofdschakelaar in. Het voetpedaalpictogram wordt weergegeven als het voet-pedaal op de machine is aangesloten. Hoofdschakelaar Stekker van voetpedaal Bus van voetpedaal Kabelstekker Aansluiting voor netsnoer Stekker Stopcontact VoetpedaalpictogramSchakel de hoofdschakelaar uit. Bevestig de kabelstekker in de aansluiting voor het netsnoer .Steek de stekker in het stopcontact .Schakel de hoofdschakelaar in.
Hoofdschakelaar Kabelstekker Aansluiting voor netsnoer Stekker Stopcontact Toets Starten/stoppenDe toets Starten/stoppen werkt niet als het voetpedaal is aangesloten.Let tijdens gebruik goed op de naald en zorg ervoor dat u geen bewegende delen aanraakt, zoals de draadhendel, het handwiel of de naald.Schakel in de volgende gevallen altijd de hoofdschakelaar uit en haal de stekker uit het stopcontact:- Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.- Wanneer u onderdelen bevestigt of verwijdert.- Wanneer u de machine reinigt.Plaats geen voorwerpen op het voetpedaal.Leg voordat u de naaimachine voor de eerste keer gebruikt een lapje stof onder de naaivoet en laat de machine een paar minu-ten zonder draad lopen.
Veeg de olie af die hierbij mogelijk vrij-komt.Het symbool "0" op een schakelaar geeft de positie "Uit" aan.Voor apparaten met een gepoolde stekker (een van de pennen is breder dan de andere): Om het risico op een elektrische schok te verkleinen kan deze stekker maar op één manier in een gepoold stopcontact worden gestoken. Als dit niet mogelijk is, moet u door een gekwalificeerd elektri-cien een geschikt stopcontact laten installeren. Er mogen geen wijzigingen in de stekker worden aangebracht (alleen VS en Canada).*Op deze naaimachine wordt voetpedaalmodel YC-485EC-1 gebruikt.
10Met de snelheidsregelaar kunt u de naaisnelheid naar behoefte aanpassen.Schuif de regelaar naar rechts voor een hogere naaisnelheid.Schuif de regelaar naar links voor een lagere naaisnelheid.Druk het voetpedaal in om de machine te starten.Hoe dieper u het voetpedaal indrukt, hoe sneller de machine werkt.De maximale naaisnelheid is afhankelijk van de instelling van de snelheidsregelaar.
11Bepaalde functies voor de toets Achteruitnaaien zijn beschikbaar als u steekpatroon 714 21 22 hebt geselec-teerd. Instructies vindt u op pagina 26, 36 en 37,Bij selectie van steekpatroon 1 2 5 6(01, 02, 05, 06)De machine naait achteruit zolang u de toets Achteruitnaaien ingedrukt houdt. Laat de toets los als u in voorwaartse richting wilt naaien.Als de machine wordt gestopt en het voetpedaal wordt losgekop-peld, naait de machine langzaam achteruit zolang u de toets Achteruitnaaien ingedrukt houdt. Laat de toets los om de machine te stoppen.Bij selectie van andere stekenAls u de toets Achteruitnaaien indrukt terwijl u andere steekpa-tronen naait, wordt onmiddellijk overgegaan op het naaien van paspelsteken waarna de machine automatisch stopt.Bij selectie van steekpatroon 1 2 5 6(01, 02, 05, 06)Druk op de toets Automatisch afhechten om onmiddellijk een paspelsteek te naaien.
De machine stopt automatisch.Druk op de toets Automatisch afhechten om na het huidige steekpatroon een paspelsteek te naaien. De machine stopt auto-matisch.Druk op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag om de naald omhoog of omlaag te zetten.Wanneer u met naaien stopt, blijft de naald in de gewenste posi-tie staan totdat u de toets Naaldstopper omhoog/omlaag opnieuw indrukt.Druk op deze toets om de machine te starten of te stoppen.De machine start en de eerste steken worden langzaam gemaakt. Vervolgens loopt de machine met de snelheid die u met de snelheidsregelaar hebt ingesteld.De machine loopt langzaam zolang u deze toets ingedrukt houdt. De toets Starten/stoppen kan niet worden gebruikt als het voetpedaal op de machine is aangesloten.
12Met deze toetsen wordt de cursor verplaatst .Druk op de toets om de cursor naar rechts te verplaatsen.Druk op de toets om de cursor naar links te verplaatsen.Met deze toetsen kunt u een gedefinieerde waarde wijzigen.Zet de cursor onder de waarde die u wilt wijzigen.Druk op de toets om een hogere waarde in te stellen.Druk op de toets om een lagere waarde in te stellen.
13Met de naaivoethendel zet u de naaivoet omhoog en omlaag.Het is mogelijk om de naaivoet circa 0,6 cm (1/4˝) boven de normale hoge positie zetten, zodat u deze eenvoudig kunt ver-wijderen of zware stoffen gemakkelijker onder de voet kunt plaatsen. Naaivoethendel Normale hoge positie Hoogste positieDraai het handwiel tegen de klok in om de naald in de hoogste positie te zetten. Zet de naaivoet omhoog en duw op de hendel aan de achterkant van de naaivoethouder. HendelPositioneer de gewenste naaivoet zodanig dat de pen op de voet direct onder de gleuf van de naaivoethouder is gericht. Zet de naaivoethendel omlaag om de voet te vergrendelen. Gleuf PenSchakel de hoofdschakelaar uit voordat u de naaivoethou-der verwijdert of bevestigt.
Verwijder de stelschroef door deze met een schroevendraaier tegen de klok in te draaien.Houd het gat in de naaivoethouder tegenover het schroefgat in de voetstang. Bevestig de stelschroef in het gat. Draai de stelschroef vast door deze met een schroevendraaier met de klok mee te draaien. Stelschroef Naaivoethouder Opening SchroefgatSchakel de hoofdschakelaar uit voordat u de voet ver-vangt. Gebruik altijd een voet die geschikt is voor het geselecteerde steekpatroon. Bij gebruik van een verkeerde voet kan de naald breken. Elke voet is met een identificatieletter gemarkeerd. Identificatieletter
14 Schakel de hoofdschakelaar uit. Draai het handwiel tegen de klok in om de naald in te hoogste positie te zetten en zet de naaivoet omlaag. Verwijder de naaldbevestigingsschroef door deze tegen de klok in te draaien. Verwijder de naald uit de naaldklem. Plaats een nieuwe naald in de naaldklem en zorg ervoor dat de vlakke kant van de naald naar achteren wijst. Bij het plaatsen van de naald in de naaldklem moet u deze zo ver mogelijk naar boven duwen. Zet de naaldbevestigings-schroef vast door deze met de klok mee te draaien. Controleer of de naald recht is door deze met de platte kant op een vlakke ondergrond te leggen, zoals een steekplaat, glazen plaat, enzovoort. De afstand tussen de naald en de vlakke ondergrond moet overal gelijk zijn. Gebruik nooit een verbogen of stompe naald.
Met een beschadigde naald kunnen gebreide artikelen, fijne zijde en met zijde vergelijk-bare stoffen gaan rafelen of ladderen. Naaldbevestigingsschroef NaaldklemSchakel de hoofdschakelaar uit voordat u de naald ver-vangt. DunLinonGeorgetteTricotOrganzaCrêpeZijde nr. 80-100Katoen nr. 80-100Synthetisch nr. 80-100Nr. 9/65-11/75MiddelzwaarLinnenJerseyLos gewevenFleeceZijde nr. 50Katoen nr. 50-80Synthetisch nr. 50-80Nr. 11/75-14/90DikDenimTweedWolGewatteerde stofZijde nr. 30-50Katoen nr. 40-50Synthetisch nr. 40-50Nr. 14/90-16/100Tabel met stoen en naaldenGebruik voor gangbaar naaiwerk naalden met een grootte van 11/75 of 14/90. Gebruik voor dunne stoffen fijn garen en een dunne naald om te voorkomen dat de stof beschadigd raakt. Voor zware stoffen is een naald nodig die voldoende groot is om de stof te doorboren zonder dat de naalddraad gaat rafelen.
Test de naaldgrootte altijd op een proeflapje van de stof die u voor het naaiwerk wilt gebruiken. Doorgaans moet u voor de naald en de spoel hetzelfde garen gebruiken. De naaldenset bevat 3 naalden nr. 14/90. Voor een optimaal resultaat wordt gebruikvan Organ-naalden aanbevolen.
Gebruik een naald met blauwe kolk bij het naaien van elastische stoffen, heel dunne stoffen en synthetische stoffen (afzonderlijk verkrijgbaar). De naald met de blauwe kolk is een effectief hulpmiddel om verkeerde steken te voorkomen. De hendel van de transporteur bevindt zich onder het bed van de vrije arme aan de achterkant van de machine. Druk de hendel in de richting van de pijl om de transporteur omlaag te zetten. Druk de hendel in de richting van pijl (zie afbeelding) en draai het handwiel tegen de klok in om de transporteur omhoog te zetten. Voor normaal naaien moet de transporteur zich in de hoogste positie bevinden.
15Schuif de ontgrendelingstoets van het afdekklepje van de grijper voorzichtig naar rechts en verwijder het afdekklepje.Verwijder de spoel. Ontgrendelingstoets van afdekklepje van grijper Afdekklepje van grijper SpoelZet de kloshouder omhoog. Zet een klosje garen op de kloshou-der.Bevestig de grote draadgeleidingsschijf en duw het klosje garen tegen de houder. Kloshouder Klosje garen Grote draadgeleidingsschijf HouderDe kleine draadgeleidingsschijf wordt gebruikt voor smalle of kleine klosjes garen. Kleine draadgeleidingsschijfDe tweede kloshouder dient voor het opwinden van spoelen zonder dat daarvoor de machine hoeft te worden uitgeregen.Plaats de tweede kloshouder in de uitsparing.De tweede kloshouder moet in de richting van de spanningschijf van de spoelwinder wijzen.Trek de draad van het klosje en leg deze zoals afgebeeld om de spanningschijf van de spoelwinder.
Tweede kloshouder Uitsparing voor tweede kloshouder Spanningschijf van spoelwinderPolyester- of dikker nylondraad gaat bij het afwikkelen losser zitten. Schuif het spoelgaasje over de spoel zodat de draad gelijkmatig wordt afgewikkeld.Gebruik de kunststof spoel "J" voor de horizontale grijper (gemarkeerd met "J ). Bij gebruik van andere spoelen, bijvoorbeeld een vooraf opgewonden papieren spoel, wor-den steken mogelijk niet correct gemaakt of kan het spoel-huis beschadigd raken.
16Zet de snelheidsregelaar in de positie voor de snelste spoelopwinding. Trek de draad van het klosje en leg deze zoals afgebeeld om de spanningschijf van de spoelwinder. Spanningschijf van spoelwinder Geleid de draad van binnen naar buiten door de opening in de spoel. Zet de spoel op de spoelpen. Druk de spoel naar rechts. In de LCD-display wordt het spoelpictogram weergegeven. Spoelpictogram Houd het vrije uiteinde van de draad vast met de hand en start tegelijk de machine. Zet de machine stil zodra een paar lagen zijn opgewonden en knip de draad bij de ope-ning in de spoel af.Om veiligheidsredenen stopt de machineautomatisch 1,5 minuten nadat is begonnen met het opwinden van de spoel. Start de machine. Als de spoel volledig is opgewonden, wordt de procedure automatisch gestopt. Stop de machine en zet de spoel weer in de oorspronkelijke positie. Schuif hiervoor de spoelpen naar links.
17 Plaats een spoel in het spoelhuis. Controleer of de draad tegen de klok in wordt afgewikkeld. Uiteinde van draad Voer de draad door de eerste inkeping aan de voorkant van het spoelhuis. Inkeping Trek de draad naar links en laat deze daarbij tussen de spanningsveren glijden. Trek voorzichtig verder aan de draad totdat deze in de tweede inkeping glijdt . Trek een draad met een lengte van circa 15 cm (6˝) eruit. Inkeping Bevestig het afdekklepje van de grijper. Controleer de inrij-ging. Kijk hiervoor naar het diagram op het afdekklepje van de grijper. Inrijgdiagram
18 Trek het uiteinde van de draad om de bovenste draadgelei-der.Schakel de hoofdschakelaar uit voordat u machine inrijgt. Houd de draad bij het klosje garen vast en trek het uit-einde van de draad om de veerhouder . Klosje garen Veerhouder Trek de draad strak omhoog en van rechts naar links door de draadhendel en omlaag door het oogje van de draad-hendel. Geleid de draad om de onderste draadgeleider. Geleid de draad achter de draadgeleider van de naaldstang aan de linkerkant. Rijg de draad van voor naar achter door de naald of gebruik de inrijger.Zet de naaivoet omhoog. Druk op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag om de draadhendel in de hoogste positie te zetten. Toets Naaldstopper omhoog/ omlaag
19Schakel de hoofdschakelaar uit wanneer u de inrijger gebruikt.De inrijger kan voor naalden nr. 11 tot nr. 16 of voor een naald met een blauwe kolk worden gebruikt. Draad met een grootte van 50 tot 90 wordt aanbevolen. Zet de naaivoet omlaag. Zet de naald in de hoogste positie. Trek de inrijger zo ver mogelijk omlaag. Inrijger Draai de inrijger naar achteren zodat de haak naar buiten komt en in het naaldoog kan worden geplaatst. Trek de draad om de geleider en onder de haak . Geleider Haak Draai de inrijger tegen de klok in om de draad door het naaldoog te trekken. Houd de inrijger in de richting van de pijl zodat het lusje van de draad door de naald wordt getrok-ken. Trek de draad door het naaldoog.
21In de LCD-display wordt bij het inschakelen van de machine de volgende informatie weergegeven. Nummer van het steekpatroon Cursoren Steekbreedte Steeklengte Aanbevolen naaivoet Druk op de cursortoetsen om de cursor onder het nummer van het steekpatroon te plaatsen. De cursoren staan bij het inschakelen onder de beide cij-fers. Druk op de instellingstoetsen om het nummer van een ander steekpatroon te selecteren en houd de toetsen net zo lang ingedrukt tot het nummer van de gewenste steek wordt weergegeven. Telkens wanneer u op de instellingstoets drukt, wordt het nummer met 1 verhoogd of verlaagd. Druk op de toets om de cursor onder de decimaal van het nummer van het steekpatroon te plaatsen. Telkens wanneer u op de instellingstoets drukt, wordt het nummer met 10 verhoogd of verlaagd.
22De machine wordt uitgeschakeld wanneer deze niet wordt gebruikt gedurende de periode die via deze timer wordt vastge-legd.Met de timer voor automatisch uitschakelen kunt u een periode tussen 1 en 12 uur instellen.Standaard is de timer voor automatisch uitschakelen ingesteld op 7 uur. Dit wordt aangegeven met het cijfer 07 op de display. Activeer de instelmodus door de toets Naaldstopper omhoog/omlaag ingedrukt te houden en de hoofdscha-kelaar in te schakelen totdat het instelscherm "Timer voor automatisch uitschakelen" (01) wordt weergegeven. Druk op de toets of om een hogere of lagere waarde in te stellen. Houd de toets of ingedrukt totdat het woord "oFF" in de display verschijnt, om de timer te deactiveren.
23 Naalddraad (bovendraad) Spoeldraad (onderdraad) Lagere spanning instellen Hogere spanning instellenBij de ideale rechte steek zijn de draden, zoals afgebeeld, tus-sen twee lagen stof ingesloten (voor de duidelijkheid is dit groter afgebeeld).Aan de boven- en onderkant van de naad is te zien dat de steken gelijkmatig zijn verdeeld.Hoe hoger het getal dat u voor de draadspanning instelt, hoe hoger de spanning van de bovendraad.De resultaten hangen af van het volgende:- Stijfheid en sterkte van de stof- Aantal lagen stof- Type steek Naalddraad (bovendraad) Spoeldraad (onderdraad) Hogere spanning instellen Voorkant (bovenkant) van de stof Achterkant (onderkant) van de stofDe naalddraad is aan de achterkant van de stof zichtbaar en de steek voelt ongelijkmatig aan. Stel het wieltje op een hoger getal in om een hogere draadspanning in te stellen.
Naalddraad (bovendraad) Spoeldraad (onderdraad) Lagere spanning instellen Voorkant (bovenkant) van de stof Achterkant (onderkant) van de stofDe spoeldraad is aan de voorkant van de stof zichtbaar en de steek voelt ongelijkmatig aan. Stel het wieltje op een lager getal in om een lagere draadspanning in te stellen.
24Bij een optimale zigzaksteek is de spoeldraad aan de voorkant (bovenkant) van de stof niet zichtbaar, terwijl de naalddraad aan de achterkant (onderkant) van de stof minimaal zichtbaar is.In de afbeeldingen ziet u hoe u een correcte steek eruitziet.Stel hiervoor de naaldspanning zo nodig in.De hoek van elke zigzag wordt aan de voorkant van de stof samengetrokken. Voorkant (bovenkant) van de stof Achterkant (onderkant) van de stofDe hoek van elke zigzagpunt wordt aan de achterkant van de stof samengetrokken. Voorkant (bovenkant) van de stof Achterkant (onderkant) van de stofDe naaldraad moet aan de achterkant (onderkant) van de stof zo min mogelijk zichtbaar zijn, zonder dat de stof al te veel rimpelt of zonder dat de spoeldraad aan de goede kant (bovenkant) van de stof zichtbaar is.De resultaten verschillen per stof, draad of de omstandigheden waaronder wordt genaaid.
25 Steekpatroon: 01 of 02 Draadspanning: 2 t/m 6 Naaivoet: Zigzagvoet Zet de naaivoet omhoog en plaats de stof zodanig dat deze langs een van de naadgeleidingslijnen op de steekplaat loopt (meestal 1,6 cm (5/8˝). Zet de naald omlaag op het punt waar u wilt beginnen. Zet de naaivoet omlaag en trek de draden naar achteren. Start de machine. Voer de stof voorzichtig langs de geleidingslijn zodat deze wordt ingevoerd zonder dat u iets hoeft te doen. Stop de machine en druk op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag om de naald in de stof te laten zakken. Zet de naaivoet omhoog. Draai de stof om de naald in de gewenste naairichting. Zet de naaivoet omlaag. Toets Naaldstopper omhoog/omlaagDruk voor het afhechten van de draad op de toets Achteruit-naaien en naai een paar steken achteruit. Zet de naaivoet omhoog. Verwijder de stof, trek de draden naar achteren en snijd ze af met de draadafsnijder.
Snijd de draden op de juiste lengte af zodat u met de volgende naad kunt beginnen. Toets Achteruitnaaien DraadafsnijderAls u de naairichting wilt veranderen bij hoeken, plaatst u de stofrand tegen de naadgeleiding van 5/8˝ zodat u op dezelfde afstand van de rand kunt doorgaan met naaien. Stop de machine wanneer de voorkant van de stof zich bij de lijn van de hoekge-leider bevindt. Druk op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag om de naald in de stof te laten zakken. Zet de naaivoet omhoog en draai de stof 90° tegen de klok in. Zet de naaivoet omlaag en begin met naaien in de nieuwe rich-ting. Hoekgeleider Toets Naaldstopper omhoog/omlaagGebruik de zwarte knop op de zigzagvoet om de voet in hori-zontale positie te vergrendelen. Dit is handig als u begint met het naaien vanaf de rand van een zware stof of wanneer u over een zoom naait.
Laat de naald in de stof zakken op het punt waar u met naaien wilt beginnen. Zet de voet omlaag terwijl u de zwarte knop ingedrukt houdt. De voet wordt in horizontale positie vergrendeld zodat deze niet van de stof kan glijden.
26Met de naadgeleidingslijnen op de steekplaat en het afdekklepje van de grijper kunt u gemakkelijk meten hoeveel extra stof voor de naad nodig is. Met cijfers op de steekplaat wordt de afstand tussen de middelste naaldpositie en de stofrand aangege-ven. Middelste naaldpositie StofrandGetalAfstand(cm)Afstand(inch)10 15 30 40 3/8 1/2 5/8 1 1 1/21,0 1,5 3,0 4,03/8 1/2 5/8 1 1 1/2— — — —— — — — —Druk op de cursortoetsen om de cursor onder de waarde voor de steeklengte "2,4" te plaatsen (standaardin-stelling).Druk op de toets om een kleinere steeklengte in te stellen.Druk op de toets om een grotere steeklengte in te stellen.U kunt een steeklengte tussen 0,0 en 5,0 instellen.
27 Steekpatroon: 07 Draadspanning: 2 t/m 6 Naaivoet: Zigzagvoet Toets AchteruitnaaienDeze steek wordt gebruikt om het begin en einde van een naad te verstevigen door achteruit te naaien.Druk eenmaal op de toets Achteruitnaaien wanneer u bijna bij het einde van de naad bent. De machine naait vier steken ach-teruit, vier steken vooruit en stopt vervolgens automatisch. Steekpatroon: 14 Draadspanning: 2 t/m 6 Naaivoet: Zigzagvoet Toets AchteruitnaaienHiermee maakt u een onzichtbare paspelsteek.Laat de naald aan de voorkant in de stof zakken.De machine naait ter plekke meerdere paspelsteken en gaat dan door met vooruitnaaien.Wanneer u bij het einde van de naad op de toets Achteruitnaaien drukt, worden op die plaats meerdere paspelsteken genaaid waarna de machine automatisch stopt.
Steekpatroon: 01 of 02 Draadspanning: 2 t/m 6 Naaivoet: Zigzagvoet Deze steek wordt gebruikt voor het omzomen van bekleding, het inzetten van ritssluitingen, enzovoort. Steekpatroon: 04 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: ZigzagvoetDit is een smalle stretchsteek waarmee rimpeling van breisels en schuine naden wordt voorkomen, terwijl de naad volledig kan worden open- en platgedrukt.1 27144
28 Steekpatroon: 36 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: Zigzagvoet Steekpatroon: 35 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: SatijnsteekvoetVoor het afstikken en afwerken met designs. Langzaam naaien bij randen.De zadelsteek bestaat uit één steek vooruit, twee steken achter-uit en een vierde steek vooruit.De zadelsteek ziet eruit als handwerk en wordt gebruikt voor het afwerken van kostuums, blazers, pullovers en denim kleding-stukken. Steekpatroon: 03 Draadspanning: 2 t/m 6 Naaivoet: ZigzagvoetDeze stabiele, duurzame steek wordt aanbevolen wanneer elas-ticiteit en stabiliteit is vereist om comfort en een lange levens-duur te waarborgen. Wordt gebruikt om spienaden en naden van armsgaten te verstevigen. De steek is ook geschikt voor het aanbrengen van extra versteviging bij het naaien van voorwer-pen zoals rugzakken.3 35 36
29De zigzagsteek is een van de meest handige en veelzijdige ste-ken.Deze steek kan worden gebruikt voor afwerken, stoppen, aan-brengen van applicaties en ook als decoratieve steek.Gebruik bij het naaien op stretchstoffen zoals breisels, jersey of tricot een versteviging.
Steekpatroon: 05 Draadspanning: 2 t/m 6 Naaivoet: Zigzagvoet Druk op de cursortoetsen om de cursor onder de waarde voor de steekbreedte "3,5" te plaatsen (standaardin-stelling).Druk op de toets om een kleinere steekbreedte in te stellen .Druk op de toets om een grotere steekbreedte in te stellen.U kunt een steekbreedte tussen 0,0 en 7,0 instellen.Druk op de cursortoetsen om de cursor onder de waarde voor de steeklengte "1,5" te plaatsen (standaardin-stelling).Druk op de toets om een kleinere steekbreedte in te stellen .Druk op de toets om een grotere steeklengte in te stellen .U kunt een steeklengte tussen 0,2 en 5,0 instellen.5
30 Steekpatroon: 06 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: ZigzagvoetDeze steek wordt gebruikt voor het afwerken van naden van synthetische en andere stoffen die snel rimpelen. De steek is ook bij uitstek geschikt voor het verfraaien en repareren van scheuren.Plaats de stof zodanig dat een zoom van 1,5 cm (5/8˝) ontstaat. Knip een teveel aan stof direct naast de steken af. Let daarbij op dat u niet door de steken knipt. Steekpatroon: 10 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: ZigzagvoetPlaats de stof zodanig dat een zoom van 1,5 cm (5/8˝) ontstaat. Knip een teveel aan stof direct naast de steken af. Let daarbij op dat u niet door de steken knipt.610 Steekpatroon: 8 of 11 Draadspanning: 3 t/m 7 Naaivoet: ZigzagvoetVoer de stof voorzichtig door zodat de naald bij het draaien naar rechts naast de rand omlaag gaat.118
31 Knoopsgat voor rekbare stoffenDit knoopsgat wordt meestal voor dunne tot middelzware stoffen gebruikt. De grootte van het knoopsgat wordt automatisch bepaald wanneer u een knoop in de knoopsgatenvoet legt. Rond knoopsgatDit knoopsgat wordt voor middelzware tot zware stoffen gebruikt, vooral voor blouses en kinderkleding. OogknoopsgatHet oogknoopsgat wordt meestal voor middelzware tot zware stoffen gebruikt. Het is ook geschikt voor grotere en dikke kno-pen. StretchknoopsgatDit knoopsgat is geschikt voor stretchstoffen.
Het kan ook als decoratief knoopsgat worden gebruikt.0181920Voor het naaien voor knoopsgaten 18 t/m 20 gaat u pre-cies zo te werk als bij een knoopsgat voor rekbare stoffen (zie pagina 32 t/m 33).De grootte van het knoopsgat wordt automatisch bepaald wanneer u een knoop op de achterkant van de knoopsga-tenvoet R legt.In de knoophouder van de voet past een knoop met een diameter van maximaal 2,5 cm (1˝).Soms moet u de grootte van een knoopsgat veranderen wanneer u met zwaar of specifiek materiaal of garen werkt.Maak een testknoopsgat op een proeflapje om de instellin-gen te controleren.Plaats de knoop op het proeflapje en markeer de boven- en onderkant om de positie van het knoopsgat op de stof te bepalen.Gebruik bij stretchstoffen versteviging.
32Knoopsgat voor rekbare stoen Steekpatroon: 00 Draadspanning: 1 t/m 5 Naaivoet: Knoopsgatenvoet Pictogram voor knoopsgathendel Druk op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag om de naald omhoog te zetten. Bevestig knoopsgatenvoet R zoda-nig dat de pen in de gleuf van de voetschacht vast-klikt. Gleuf Pen Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag. Knoopsgathendel Trek de knoophouder naar achteren en leg de knoop erop. Druk de knoophouder stevig dicht en tegen de knoop.Bij een zeer dikke knoop moet u een testknoopsgat op een proeflapje maken.Gaat de knoop maar moeilijk door het testknoopsgat, maak het knoopsgat dan groter door de knoophouder iets terug te trekken. Het knoopsgat wordt dan groter. Voer de hoek van de stof onder de voet in. Druk tweemaal op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag. Trek de stof naar links om de naalddraad door de opening van de voet te trekken.
Plaats de stof onder de voet en laat de naald bij het beginpunt van de knoopsgatmarkering in de stof zak-ken. Zet vervolgens knoopsgatenvoet R omlaag. Knoopsgatmarkering Beginpunt LipjeControleer of er tussen het lipje en de stopper geen ope-ning is. Anders wordt het knoopsgat niet op de gewenste positie genaaid.0 Knoophouder Extra opening Stopper Geen opening Naaiopening
33 Start de machine om het knoopsgat te naaien. Het knoopsgat wordt automatisch genaaid. De machine naait eerst de linkerkant. De machine naait vervolgens de achterste paspel en de rechterkant. De machine naait de voorste paspel en stopt daarna auto-matisch.Als u het knoopsgat begint te naaien zonder dat de knoopsgathendel omlaag is gezet, wordt in de LCD-dis-play het bericht "bL" weergegeven en knippert het picto-gram van de knnoopsgathendel .Zet de knoopsgathendel omlaag en start de machine ver-volgens opnieuw. Verwijder de stof en bevestig aan beide uiteinden van het knoopsgat direct vóór de paspel een speld om open-scheuren van de steken te voorkomen. Maak de opening met een tornmesje open . Pen Tornmesje Druk zodra u klaar bent met de knoopsgaten de knoops-gathendel zo ver mogelijk omhoog. Knoopsgathendel
34Druk op de cursortoetsen om de cursor onder de waarde voor de steekbreedte "5,0" te plaatsen (standaardinstelling).Druk op de toets om een kleinere breedte voor het knoopsgat in te stellen .Druk op de toets om een grotere breedte voor het knoopsgat in te stellen .Afhankelijk van het geselecteerde knoopsgat kunt u een steek-breedte tussen 2,5 en 7,0 instellen.Druk op de cursortoetsen om de cursor onder de waarde voor de steekdichtheid "0,4" te plaatsen (standaardinstelling).Druk op de toets om een dichtere knoopsgatsteek in te stellen .Druk op de toets om een minder dichte knoopsgatsteek in te stellen .Afhankelijk van het geselecteerde knoopsgat kunt u een steek-dichtheid tussen 0,2 en 0,8 instellen.
35 Steekpatroon: 18 Draadspanning: 1 t/m 4 Naaivoet: Knoopsgatenvoet De werkwijze is gelijk aan die voor een knoopsgat voor rekbare stoffen.U kunt een steekbreedte tussen 2,5 en 5,5 instellen.Meer informatie over het wijzigen van de steekbreedte of -dicht-heid vindt u op pagina 34. Steekpatroon: 19 Draadspanning: 1 t/m 4 Naaivoet: Knoopsgatenvoet Steekpatroon: 20 Draadspanning: 1 t/m 4 Naaivoet: KnoopsgatenvoetDe werkwijze is gelijk aan die voor een knoopsgat voor rekbare stoffen.Open het knoopsgat met een tornmesje en een pons .
Pons*U kunt een steekbreedte tussen 5,5 en 7,0 instellen.Meer informatie over het wijzigen van de steekbreedte of -dicht-heid vindt u op pagina 34.* Speciale onderdelen181920De machine naait eerst de voorste paspel en de linkerkant.De machine naait de achterste paspel en de rechterkant en stopt vervolgens automatisch.U kunt een steekbreedte tussen 2,5 en 7,0 instellen.U kunt een steekdichtheid tussen 0,5 en 1,0 instellen.Meer informatie over het wijzigen van de steekbreedte of -dicht-heid vindt u op pagina 34.
36 Steekpatroon: 00 Draadspanning: 1 t/m 5 Naaivoet: Knoopsgatenvoet Ga op dezelfde manier te werk als voor een knoopsgat voor rekbare stoffen. Pas de steekbreedte aan de sterkte van het gebruikte garen aan. Zet de knoopsgatenvoet omhoog en bevestig een verstevi-gingsdraad aan het haakje aan de achterkant van de knoopsgatenvoet. Trek de uiteinden onder de knoopsgaten-voet zo ver naar u toe totdat deze aan de voorkant niet meer zichtbaar zijn. Haak de verstevigingsdraad in de uit-sparingen aan de voorkant van de knoopsgatenvoet, zodat deze vastzit. Laat de naald in het kledingstuk zakken op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en zet de voet omlaag. Haakje Uitsparingen Start de machine en naai het knoopsgat. Beide kanten van het knoopsgat en de paspels worden over de verstevigings-draad genaaid. Haal de stof van de machine en knip alleen de naalddraad af.
Naalddraad (bovendraad) Spoeldraad (onderdraad)Knip de verstevigingsdraad aan beide kanten af zodra deze aan de stof is afgehecht en niet meer kan verschui-ven.0 Trek aan het losse uiteinde van de verstevigingsdraad om deze te bevestigen. Rijg het uiteinde van de draad in een handnaald. Haal de draad vervolgens door de stof en leg er een knoopje in.
37 Steekpatroon: 21 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: Knoopsgatenvoet Trek de knoophouder naar achteren. Plaats het kledingstuk onder de voet. Druk tweemaal op de toets Naaldstopper omhoog/omlaag. Beweeg de stof naar links om beide draden onder de voet te trekken. Zet de voet omlaag en start de machine. De machine naait afhechtingssteken, 16 stopsteken en dan weer een afhech-tingssteek en stopt automatisch. Draai de stof om en voer de bewerking opnieuw uit. Knoophouder Beginpunt 2 cm (3/4˝) 0,7 cm (9/32˝)Als u een stopvlak wilt naaien dat korter is dan 2 cm (3/4˝), stopt u machine nadat de vereiste lengte is genaaid en drukt u vervolgens op de toets Achteruitnaaien .Hierdoor wordt de vereiste lengte bepaald.Start de machine opnieuw en ga door met naaien totdat de machine automatisch stopt.
Toets Achteruitnaaien Vereiste lengte BeginpuntStart de machine om nog een stopvlak van dezelfde grootte te naaien.Corrigeer de gelijkmatigheid van het stopvlak als volgt:Druk op de cursortoetsen om de cursor onder de waarde "d5" te plaatsen (standaardinstelling).Als de rechterkant van het stopvlak lager is dan de linkerkant: druk op de toets om een waarde tussen "d6" en "d9" in te stellen en de stopplek gelijk te maken.Als de linkerkant van het stopvlak lager is dan de rechterkant: druk op de toets om een waarde tussen "d1" en "d4" in te stellen en de stopplek gelijk te maken.21
38 Steekpatroon: 22 Draadspanning: 3 t/m 6 Naaivoet: Satijnsteekvoet De paspel dient voor het verstevigen van zakken, inzetstukken en ceintuurlussen waarvoor extra stabiliteit is vereist.Start de machine en naai totdat de machine automatisch stopt. De machine naait een paspel met een lengte van 1,5 cm (5/8˝). 1,5 cm (5/8˝)Stel met de snelheidsregelaar een lagere snelheid in.Als u een paspel wilt naaien die korter is dan 1,5 cm (5/8˝), stopt u machine nadat de vereiste lengte is genaaid en drukt u vervolgens op de toets Achteruitnaaien .Hierdoor wordt de lengte van de paspel bepaald.Start de machine opnieuw en ga door met naaien totdat de machine automatisch stopt. Vereiste lengte Toets Achteruitnaaien Lengte van paspel BeginpuntStart de machine om nog een paspel van dezelfde grootte te naaien.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bernette b37 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Bernette
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine