Benning MM 1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Benning MM 1 (104 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Benning MM 1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Benning |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | MM 1 |
Handleiding Benning MM 1 – volledige tekst
09/ 2013 BENNING MM 1 53GebruiksaanwijzingBENNING MM 1Digitale multimeter voor het meten van: - Gelijkspanning. - Wisselspanning. - Gelijkstroom. - Weerstand. - Stroomdoorgang. - Dioden.Inhoud 1. Opmerkingen voor de gebruiker. 2. Veiligheidsvoorschriften. 3. Leveringsomvang. 4. Beschrijving van het apparaat. 5. Algemene kenmerken. 6. Gebruiksomstandigheden. 7. Elektrische gegevens. 8. Meten met de BENNING MM 1. 9. Onderhoud.10. Gebruik van de beschermingshoes. 11. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset12. Milieu 1. Opmerkingen voor de gebruikerDeze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor:- Electriciens.- Electrotechnici.De BENNING MM 1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in electrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V AC/ DC. (zie ook pt.
6: "Gebruiksomstandigheden" )In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING MM 1 worden de volgende sym-bolen gebruikt:Dit symbool wijst op gevaarlijke spanning.Dit symbool verwijst naar mogelijke gevaren bij het gebruik van de BENNING MM 1 (zie gebruiksaanwijzing).Dit symbool geeft aan dat de BENNING MM 1 dubbel geïsoleerd is. (bescherminingsklasse II)Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.Dit symbool geeft de instelling "doorgangstest" aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.Dit symbool geeft de instelling weer van "diodecontrole" .DC: gelijkspanning/ -stroom.AC: wisselspanning/ -stroom.Aarding (spanning t.o.v. aarde).
09/ 2013 BENNING MM 1 542. Veiligheidsvoorschriften. Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar-schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. De BENNING MM 1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 600 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm.
Voor metingen binnen de meetcategorie III moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn. Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het apparaat - als het apparaat niet meer (goed) werkt - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik.
Om gevaar te vermijden - mogen de blanke meetpennen van de veiligheidsmeetsnoe-ren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten. 3. LeveringsomvangBij de levering van de BENNING MM 1 behoren: 3. 1 Eén BENNING MM 1. 3. 2 Eén veiligheidsmeetsnoer rood, (L = 1. 4 meter) 3. 3 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart, (L. = 1. 4 meter) 3. 4 Eén rubber beschermingshoes. 3. 5 Eén compactbeschermingsetui. 3. 6 Twee batterijen 1. 5 V (micro, ingebouwd. ) 3. 7 Eén gebruiksaanwijzing. Opmerking t. a. v. aan slijtage onderhevige onderdelen:De BENNING MM 1 wordt gevoed door twee micro-batterijen 1. 5 V (2 x 1. 5 V- IEC- LR03). 4. Beschrijving van het apparaat Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat. Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
09/ 2013 BENNING MM 1 55 7 Range-toets. 8 Hold-toets. 9 Rubber beschermingshoes. 5. Algemene kenmerken 5. 1 Algemene gegevens van de BENNING MM 1. 5. 1. 1 De nummerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met 3. 5 cijfers van 10,5 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 3200. 5. 1. 2 De polariteitsaanduiding 2 werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t. o. v. de contactbussen aangeduid met "-". 5. 1. 3 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met een knipperende "-1" of een "1" en tevens met een akoestisch signaal. 5. 1. 4 Met de "Range-toets" kunnen de verschillende meetbereiken 7worden ingesteld, waarbij tegelijkertijd het symbool "Range" in het scherm verschijnt. Door de knop langer in te drukken (2 seconden) wordt het bereik automatisch ingesteld. (aanduiding "Range" verdwijnt uit het scherm).
Staat de draaischakelaar in de positie diodecontrole/ doorgangstest ( ), maakt de "Range-toets" wisseling tussen deze ,twee functies mogelijk. 5. 1. 5 Door het indrukken van de toets "Hold" , wordt de gemeten waarde 8in het geheugen opgeslagen. In het display verschijnt het symbool "H". Door een herhaald indrukken verdwijnt de "H" en de gemeten waarde wordt weer in het scherm afgebeeld. 5. 1. 6 De meetfrequentie bij cijferweergave van de BENNING MM 1 bedraagt gemiddeld 2 metingen per seconde, de meetfrequentie van de staaf-diagramuitlezing is ongeveer 12 metingen per seconde. 5. 1. 7 De BENNING MM 1 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischake-laar. 4 Uitschakelstand is "Off". 5. 1. 8 Na ca. 10 minuten in rust schakelt de BENNING MM 1 zichzelf auto-matisch uit. Hij wordt weer ingeschakeld door het indrukken van de „Range-toets“ 7 5. 1.
5 V (IEC LR03/ micro). 5. 1. 11. Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterij-symbool in het scherm. 5. 1. 12. De levensduur van de batterijen (alkaline) bedraagt ca. 300 uur. 5. 1. 13 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 155 x 80 x 26 mm (zonder beschermingshoes). L x B x H = 165 x 90 x 36 mm (met beschermingshoes). Gewicht: 170 gram (zonder beschermingshoes. ) 310 gram (met beschermingshoes. ) 5. 1. 14 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING MM 1 genoemde nominale spanning en stroom. De meetpennen kunnen met afdekkappen worden beschermd. 5. 1. 15 De BENNING MM 1 wordt beschermd tegen mechanische be scha-digingen door een rubber beschermingshoes. Deze be scher-9mingshoes maakt het tevens mogelijk de BENNING MM 1 neer te zetten of op te hangen. 6.
Gebruiksomstandigheden - De BENNING MM 1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal. - Kategorie van overbelasting/ installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1 → 600 V categorie III, - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Beschermingsgraad stofindringing: 2 - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij een omgevingstemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht.
09/ 2013 BENNING MM 1 56 - Opslagtemperatuur: de BENNING MM 1 kan worden opgeslagen bij tempe-raturen van - 20 °C tot + 60 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dienen wel de batterijen verwijderd te worden. 7. Elektrische gegevensOpmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits.Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een rela-tieve vochtigheid van de lucht < 75 %. 7.1 Meetbereik bij gelijkspanningDe ingangsweerstand bedraagt 10 MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v.d.
09/ 2013 BENNING MM 1 577. 6 DoorgangstestDe ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een weerstand < 20 Ω. 8. Meten met de BENNING MM 18. 1 Voorbereiden van metingen. - Gebruik en bewaar de BENNING MM 1 uitsluitend bij de aangegeven werk-en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direkt zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van no minale spanning en stroom. Origineel met de BENNING MM 1 mee ge le-verde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meet-snoeren direkt verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnoer direkt verwijderen. - Voor dat met de draaischakelaar een andere functie gekozen wordt, dienen de meetsnoeren van het meetpunt te worden afgenomen.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING MM 1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten. 8. 2 SpanningsmetingLet op de maxinale spanning t. o. v. aarde. Gevaarlijke spanning. De hoogste spanning die aan de contactbussen- COM-bus 6, zwart - bus voor V, , roodΩ, µA, 5van de multimeter BENNING MM 1 ligt t. o. v. aarde, mag maximaal 600 V bedragen. 8. 2. 1 Spanningsmeting - Kies met de draaiknop de gewenste te meten spanningssoorte4 - Eventueel met "Range-toets" het gewenste spanningsbereik instellen. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van 6de BENNING MM 1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, van Ω, µA 5de BENNING MM 1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun-ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 1. Zie fig. 2: meten van gelijkspaning. Zie fig.
- Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus 6 van de BENNING MM 1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, van Ω, µA 5de BENNING MM 1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun-ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 1. Zie fig. 4: meten van gelijkstroom. 8. 4 Weerstandsmeting - Kies met de draaiknop de gewenste instelling (4Ω) - Eventueel met "Range-toets" het gewenste spanningsbereik instellen. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van 6de BENNING MM 1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, van Ω, µA, 5de BENNING MM 1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpun-ten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 1. Zie fig. 5: weerstandsmeting8.
09/ 2013 BENNING MM 1 58de BENNING MM 1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit. Indien de gemeten weerstand in het circuit tussen de twee de contactbussen kleiner is dan 20 , wordt een akoestisch signaal afgegeven. Ω - Met de "Range-toets" kan er gewisseld worden tussen de functies "door-gangstest" en "diodecontrole". Zie fig. 6: doorgangstest met zoemer. 8. 6 Diodecontrole - Kies met de draaiknop de gewenste instelling 4 , - Stel met de "Range-toets" de gewenste functie in (diode). - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van 6de BENNING MM 1. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, van Ω, µA 5de BENNING MM 1. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de aansluitpunten van de diode en lees de gemeten waarde af in het display van de BENNING MM 1.
- Voor een normale, in stroomrichting gemonteerde Si-diode wordt een stroomspanning van 0,500 V tot 0,900 V aangegeven. De aanduiding "000 V" wijst op een kortsluiting in de diode, de aanduiding ca. "1,5 V" geeft een onderbreking in de diode aan. - Bij een in sperrichting gemonteerde diode wordt ca. "1,5 V" aangegeven. Bij een defekte diode wordt "000 V" of een andere waarde aangegeven. Zie fig. 7: diodecontrole 9. OnderhoudDe BENNING MM 1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning. Werken aan een onder spanning staande BENNING MM 1 mag uitsluitend gebeuren door electrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor-zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING MM 1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING MM 1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing. - Meetfouten. - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan-digheden. - Transportschade. In dergelijke gevallen dient de BENNING MM 1 direkt te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders te worden gebruikt. 9. 2 ReinigingReinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING MM 1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterij-vak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door electrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek. 9.
3 Het wisselen van batterijenVoor het openen van de BENNING MM 1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning. De BENNING MM 1 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V. Als het batterijsymbool 3 op het display verschijnt, moeten de batterijen worden ver-vangen. De batterijen worden als volgt gewisseld. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING MM 1. - Zet de draaischakelaar in de positie "Off". 4 - Neem de rubber beschermingshoes af van de BENING MM 1. 9 - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef uit de bodem. - Til de bodemplaat omhoog aan de kant van het schroefgat en verwijder de.
09/ 2013 BENNING MM 1 59achterplaat. - Neem de batterijen uit het batterijvak. - Plaats de nieuwe batterijen in de juiste poolrichting in de batterijhouder. - Klik de achterplaat weer op de behuizing en draai de schroef er weer in. - Plaats de rubber beschermhoes weer op de BENNING MM 1. 9 Zie fig. 8: vervanging van de batterijen. Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu. 9. 4 IjkingOm de aangegeven nauwkeurigheid van de meetresultaten te kunnen waar-borgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KGService CenterRobert-Bosch-Str. 20D - 46397 Bocholt 10.
Gebruik van de rubber beschermingshoes - U kunt de veiligheidsmeetsnoeren opbergen als u deze om de rubber beschermingshoes 9 wikkelt en de meetpennen van de meetsnoeren beschermd in de hoes vastklikt (zie fig. 9). - U kunt een veiligheidsmeetsnoer ook zodanig in de beschermingshoes 9 klikken, dat de contactpunt vrij komt te staan en deze, samen met de BENNING MM 1, naar een meetpunt kan worden gebracht. (zie fig. 10). - Een steun aan de achterzijde van de beschermingshoes maakt het mogelijk de BENNING MM 1 schuin neer te zetten of op te hangen (zie fig. 11). - De beschermingshoes 9 heeft een oog waaraan het apparaat eventueel kan worden opgehangen. Zie fig. 9: wikkelen van de veiligheidsmeetsnoeren. Zie fig. 10: beschermingshoes met vrijstaande contactpunt. Zie fig 11: opstelling van de BENNING MM 111.
: 10 A - Beschermingsklasse II () -, doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte isolatie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken. - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetappa-raat. 12. MilieuWij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Benning MM 1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Benning
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter