Benning DUTEST pro Handleiding

Benning Multimeter DUTEST pro

Bekijk gratis de handleiding van Benning DUTEST pro (52 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Benning DUTEST pro of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
DBedienungsanleitung
Operating manual
FMode d‘emploi
EManuel de instrucciones
Návodkpoužití
zkoušečky
Betjeningsvejledning
Käyttöohje
Οδηγίεςχρήσεως
IIstruzioni per l’uso
Notkunarleiðbeiningar
N Bruksanvisning
Gebruiksaanwijzing
Instrukcjaobsługi
Инструкцияпо
эксплуатации
SBruksanvisning
Kullanma Talimati
DUTEST
®
pro
Mehrsprachige Anleitung unter
www.benning.de
Multilingual manuals at

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Benning
Categorie: Multimeter
Model: DUTEST pro
Kleur van het product: Black, Red
Gewicht: 130 g
Stroombron: Batterij/Accu
Beeldscherm: LED
Ondersteuning voor plaatsing: Draagbare multimeter
Waarschuwingssignaal: Ja
Accu/Batterij voltage: 1.5 V
Waterdicht: Nee
Ondersteund aantal accu's/batterijen: 3
Batterij bijna leeg-indicatie: Ja
Temperatuur bij opslag: -15 - 55 °C
DC voltage bereik: 6 - 400 V
Bedrijfstemperatuur (T-T): -15 - 55 °C
Relatieve vochtigheid in bedrijf (V-V): 20 - 80 procent
Type product: Digitale multimeter
Batterijtechnologie: Alkaline
Type batterij: AA
Meetcategorie: CAT III 300V
AC voltage bereik: 6 - 400 V
Weerstand bereik: 0 - 10000 Ohm
Continuiteit check: Ja
Diode test: Ja

Handleiding Benning DUTEST pro – volledige tekst

- Neem het toestel tijdens de controle alleen vast aan de geïsoleerde testpennen 7 en 8 en raak de blanke testelektroden 6 niet aan. - Controleer de goede werking van het toestel onmiddellijk voor en na het gebruik. (zie paragraaf 3). Het toestel mag niet worden gebruikt als de functie van een of meer indicatoren uitvalt of als er geen werkingsparaatheid kan worden vastge-steld. - Wanneer verondersteld mag worden dat gevaar-loos gebruik niet meer mogelijk is, moet toestel buiten gebruik worden genomen. - Vermijd in elk geval dat het toestel nat wordt of bedauwd raakt (condenswatervorming). Het toe-stel moet ook worden beschermd tegen verontrei-niging en beschadiging. - Als de batterij leeg is, werkt het toestel niet meer. - Het toestel mag alleen worden gebruikt in het opgegeven nominale spanningsbereik en in elek-trische installaties tot AC/DC 400 V.

Bij metingen binnen meetcategorie III mag het uitstekende, geleidende gedeelte van een testelektrode 6 van de meetka-bel niet langer zijn dan 4 mm. Vooraleer metingen in meetcategorie III worden uitgevoerd, moeten de meegeleverde, met CAT III gemerkte opsteek-kappen op de testelektroden 6 worden gestoken. Deze maatregel beschermt de gebruiker. - Merk op dat werken aan spanningsvoerende onderdelen en installaties altijd gevaarlijk zijn. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kun-nen levensgevaarlijk zijn voor de mens. - Gebruik het toestel niet met geopend batterijvak. - Het toestel is bedoeld voor gebruik door elektri-ciens in combinatie met veilige werkwijzen. - Het toestel mag niet uit elkaar worden genomen. Opgelet. Onmiddellijk voor het gebruik van het toestel moet altijd worden gecontroleerd of de installatiecompo-nent spanningsvrij is.

Gebruik daartoe een tweepolige spanningstester. Opgelet. Het toestel is uitgerust met een krachtige LED-zak-lamp. Kijk nooit direct of indirect via weerkaatsende oppervlakken in de LED-straal. De LED-straal kan onherstelbare schade aan het oog veroorzaken. Symbolen op het toestel: Symbool BetekenisOpgelet Documentatie opvolgen. Het symbool geeft aan dat de aanwijzin-gen in de bedieningshandleiding moeten worden opgevolgd om gevaar te vermij-denDC/AC gelijk- en wisselspanningAarde (spanning t. o. v. aarde)Dit symbool geeft de oriëntatie van de batterijen aan om ze met de juiste pola-risatie te plaatsen. Opgelet potentieel gevaarlijke optische straling. Kijk niet direct in de straal, gevaar voor het netvlies. Opgelet. Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en inge-plante defibrillatoren.

5 seconden inge-drukt om de werking van alle LED's, de LED-zak-lamp en de zoemer te controleren. - Sluit de testpennen 7 en 8 kort om de interne meetkring, de meetkabels en de batterijen te controleren. De zoemer moet weerklinken en de LED's 1, 2 en 3 voor de doorgangsmeting moe-ten oplichten. - De batterijen moeten worden vervangen zodra de LED's 1, 2 en 3 tijdens de doorgangsmeting knipperen. - Test de LED's van de stoorspanningsindicatie 4 en 5 en de werking van de eenpolige buitengelei-dercontrole (fase) 4 op bekende spanningsbron-nen, bijv. een 230 V stopcontact- Gebruik het toestel niet als niet alle functies per-fect werken.

05/ 2018 DUTEST® pro   354.  Doorgangs-endiodecontrole- De doorgangs- en diodecontrole moet worden uit-gevoerd op spanningsvrij geschakelde installatie-componenten, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - Plaats de twee testpennen 7 en 8 op de te con-troleren installatiecomponenten. - Bij doorgang (weerstandswaarde R ≤ 100 Ω -200 Ω) weerklinkt een geluidssignaal en de geleLED's 1, 2 en 3 lichten op. - Aan de hand van de LED-niveau-indicator 1, 2 en 3 kan de hoogte van de weerstandswaarde grof worden ingeschat. Weerstand (R)≤100Ω- 200Ω≤1kΩ ≤10kΩ>10kΩ≤100kΩZoemer: 1LED100Ω ● ●↓1. 2LED1kΩ ● ● ●↓2. 3LED10kΩ ● ● ● ●↓3. - Om de doorlaatrichting van een diode te bepalen, plaatst u de zwarte - testpen 8 tegen de kathode en de rode + testpen 7 tegen de anode van de diode.

De doorlaatrichting is bepaald wanneer de gele LED's 1, 2 en 3 als een looplicht oplichten. - Als op de controleplaats een spanning staat, waarschuwt het toestel door het oplichten van de rode LED's 4 en/of 5 voor de aanwezigheid van een stoorspanning. De controle moet onmiddel-lijk worden gestopt en de spanningsvrijheid moet worden verzekerd. InstellingvanhetzoemervolumeHet volume van de zoemer kan in vier standen worden ingesteld. Stand 1 (stil), stand 2 (gemiddeld), stand 3 (luid) en stand 4 (zeer luid). In stand 5, de zoemer: UIT, LED-zaklamp: AAN). Om het volume in te stellen, sluit u de testpennen 7 en 8 kort en houdt u de toets ingedrukt tot het gewenste volume ingesteld is. Het ingestelde zoemer-volume blijft opgeslagen tot het weer wordt gewijzigd. 5.

- De LED's voor de stoorspanningsindicatie 4 en 5 herkennen gelijk- ( ) en wisselspanningen ( ) in een bereik van 6 V - 400 V. - Wisselspanningen () worden aangegeven door het gelijktijdig oplichten van de + LED 4 en de - LED 5. - Gelijkspanningen ( ) worden aangegeven door het oplichten van de + LED 4 of de - LED 5. De + LED 4 licht op wanneer de pluspool van de spanningsbron aan de rode + testpen 7 en de minpool van de spanningsbron aan de zwarte - testpen 8 wordt aangelegd. Opgelet. De stoorspanningsindicatie vormt geen vervanging voor een tweepolige spanningstester om de span-ningsvrijheid vast te stellen. Bijkomendeindicatievoorstoorspanningsherken-ning(tweepolig)Als de zoemer tijdens de doorgangsmeting ingescha-keld is, waarschuwt een pulserend geluidssignaal voor de aanwezigheid van een stoorspanning.

Als de zoemer tijdens de doorgangsmeting uitgeschakeld is, knippert de LED-zaklamp als er een stoorspan-ning aanwezig is. De bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp ) kan worden uitgeschakeld. Plaats daartoe de twee test-pennen 7 en 8 op een spanningsbron (6 V - 400 V) en bedien de toets gedurende ca. 1 seconde. Om de bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp ) te activeren, herhaalt u de procedure. 6.  Eénpoligebuitengeleidercontrole(fase)- Leg de zwarte - testpen 8 of de rode + testpen 7 eenpolig tegen de te controleren installatiecom-ponent. Let er in elk geval op dat bij de eenpolige buitengeleidercontrole (fase) de blanke testelek-trode 6 niet in contact komt met de andere test-pen en deze contactvrij blijft.

- Als de rode LED  4 knippert, staat op deze installatiecomponent de buitengeleider (fase) van een wisselspanning. Bijkomende indicatie voor buitengeleidercontroleIndien nodig kan een bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp ) wor-den geactiveerd voor de buitengeleidercontrole.

Om deze functie te activeren, contacteert u eenpolig de zwarte - testpen 8 of de rode + testpen 7 met de bui-tengeleider (fase) van een stopcontact en bedient u de toets  gedurende ca. 1 seconde. Om de bijkomende indicatie uit te schakelen, bedient u toets nogmaals. De bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp ) is afhankelijk van het ingestelde zoemervolume van de doorgangsmeting. (zie hoofdstuk 4). Opmerking: De eenpolige buitengeleidercontrole (fase) is in het geaarde net mogelijk vanaf 230 V, 50 Hz / 60 Hz (fase t. o. v. aarde). 7. Kabelbreukdetector- De kabelbreukdetector  lokaliseert aanraakvrij kabelbreuken aan blootliggende en onder span-ning staande leidingen. - Beweeg de detector over een spanningsvoe-rende leiding (bijv. kabeltrommel of lichtketting) van de voedingsplaats (fase) in de richting van het andere leidinguiteinde.

- Zolang de leiding niet onderbroken is, knippert de rode LED 4. - De kabelbreukplaats is gelokaliseerd als de rode LED 4 uitgaat. Bijkomende indicatie voor kabelbreukdetectorEen geactiveerde bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp ) tij-dens de eenpolige buitengeleidercontrole (zie hoofd-stuk 6) is eveneens actief voor de kabelbreukdetector. Opmerking: De kabelbreukdetector kan worden gebruikt in een geaard net vanaf 230 V, 50 Hz/ 60 Hz (fase t. o. v. aarde). 8.  LED-zaklampOpgelet. Potentieelgevaarlijkeoptischestraling. Kijknietdirectofindirectviaweerkaats-ende oppervlakken in de straal, gevaar voorhetnetvlies. - Het toestel beschikt over een geconcentreerde, krachtige LED-zaklamp , die door bediening van de toets kan worden in- of uitgeschakeld. - De LED-zaklamp wordt automatisch uitgeschakeld na ca. 2 minuten.

05/ 2018 DUTEST® pro   36toets  ingedrukt tot de gewenste lichtsterkte inge-steld is. De hoogste stand 4 (100%) wordt bevestigd door een geluidssignaal. De ingestelde lichtsterkte blijft opgeslagen tot aan de volgende wijziging. 9. Batterij vervangen- Leg het toestel niet aan spanning terwijl het bat-terijvak geopend is. - Het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van het toestel. - Druk met een schroevendraaier de vergrendeling  lichtjes in en schuif tegelijk het deksel van het batterijvak langs onder weg. - Vervang de lege batterijen door drie nieuwe bat-terijen van het type Mignon (LR06/AA). Let op de juiste polarisatie van de nieuwe batterijen. - Schuif het deksel van het batterijvak weer op de behuizing tot de vergrendeling hoorbaar vergrendelt. Opmerking:In het deksel van het batterijvak zijn een magneet en een riemclip geïntegreerd voor de bevestiging van het toestel.

AlgemeenonderhoudReinig het toestel aan de buitenkant met een schone, droge doek. Als verontreinigingen of afzettingen ter hoogte van de batterij of de batterijbehuizing voorhan-den zijn. Reinig ook deze met een droge doek. Haal de batterijen uit het toestel als u het toestel gedu-rende lange tijd niet gebruikt. 12. MilieubeschermingBreng de lege batterijen en het toestel op het einde van zijn levensduur naar de daartoe bestemde inzamelpunten.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Benning DUTEST pro stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden