Benning Duspol Analog Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Benning Duspol Analog (59 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Benning Duspol Analog of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Benning |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | Duspol Analog |
| Kleur van het product: | Black,Red |
| Gewicht: | 250 g |
| Stroombron: | AC |
| Beeldscherm: | LED |
| Ondersteuning voor plaatsing: | Draagbare multimeter |
| DC voltage bereik: | 12 - 1000 V |
| Type product: | Analoge multimeter |
| Meetcategorie: | CAT IV 600V |
| AC voltage bereik: | 12 - 1000 V |
| Continuiteit check: | Nee |
Handleiding Benning Duspol Analog – volledige tekst
Veiligheidsinstructies: - Het apparaat mag bij het gebruik alleen worden vastge-nomen aan de geïsoleerde handgrepen L1 6 en L2 7 en de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 mogen niet worden aangeraakt. - Controleer vlak voor en na het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie de spanningszoeker ten aanzien van zijn functionaliteit (zie hoofdstuk 3).
De spanningstester mag niet worden gebruikt, wanneer de functie van één of meerdere indicators uitvalt of wanneer er geen gebruiksklare toestand kan worden vastgesteld. De controle dient dan met een andere spanningszoeker te worden herhaald. - De spanningstester mag alleen binnen het aangegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 1. 000 V worden gebruikt. - De spanningstester mag alleen worden gebruikt in stroom-circuits van overspanningscategorie CAT III met maximum 1000 V of overspanningscategorie CAT IV met maximum 600 V geleider tegen aarde. - De spanningstester is voorzien voor gebruik door gespe-cialiseerde elektrotechnici in combinatie met veilige werk-methoden. - De graduele LED-indicator dient om het spanningsbereik weer te geven en is niet bestemd voor meetdoeleinden.
- Het creëren van een spanningstester voor meer dan 30 seconden spanning (maximaal toegestane inschakelduur ID = 30 seconden) - De spanningstester mag niet worden gedemonteerd. - De spanningstester moet worden beschermd tegen ver-ontreinigingen en beschadigingen van het behuizingop-pervlak. - Als bescherming tegen lichamelijke letsels moet na ge-bruik van de spanningstester de meegeleverde teststaaf-bescherming 1 worden aangebracht op de teststaven. - Merk op dat de impedantie (inwendige weerstand) van de spanningstester de weergave van stoorspanningen (capa-citief of inductief gekoppeld) beïnvloedt. Afhankelijk van de inwendige impedantie van de spannings-tester zijn er, in aanwezigheid van stoorspanning, verschil-lende mogelijkheden voor de weergave "bedrijfsspanning aanwezig" of "bedrijfsspanning niet aanwezig".
Laagohmige spanningstester (impedantie < 100 kΩ), stoor-spanning wordt onderdrukt of verlaagd:Een spanningstester met relatief lage inwendige impedantie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ niet alle stoorspanningen weergeven met een oorsprongwaarde boven ELV (50 V AC/120 V DC).
Bij contact met de te testen delen kan de spanningstester de stoorspanningen door ontlading tij-delijk tot een niveau onder ELV verlagen; na het verwijderen van de spanningstester zal de stoorspanning echter weer haar oorspronkelijke waarde aannemen. Wanneer de indicatie "spanning aanwezig" niet verschijnt, is het ten stelligste aan te bevelen de aardingsinrichting in te leg-gen voor met de werken wordt begonnen. Hoogohmige spanningstester (impedantie > 100 kΩ): Stoor-spanning wordt niet onderdrukt of verlaagd:Een spanningstester met relatief hoge inwendige impedan-.
02/ 2019 DUSPOL® analog 39 tie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ bij aanwezige stoorspanning "bedrijfsspanning niet aanwezig" niet eenduidig aangeven. Wanneer de aanduiding "spanning aanwezig" verschijnt bij een component die als gescheiden van de installatie geldt, is het dringend aan te bevelen met bijkomende maatregelen (bijvoorbeeld: gebruik van een ge-schikte spanningstester die een onderscheid kan maken tus-sen bedrijfsspanning en stoorspanning, visuele controle van het scheidingspunt in het elektrisch net, enz. ) de toestand "bedrijfsspanning niet aanwezig" van het te testen onderdeel aan te tonen en vast te stellen dat de door de spanningstester aangegeven spanning een stoorspanning is.
Spanningstesters die door belastingsbijschakeling een onderscheid kunnen maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning:Een spanningstester met vermelding van twee waarden van de inwendige impedantie, is geslaagd in de test van zijn uit-voering/constructie voor de behandeling van stoorspanningen en is (binnen de technische grenzen) in staat een onderscheid te maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning en het aanwezige spanningstype direct of indirect weer te geven. Elektrische symbolen op het apparaat: Symbool BetekenisBelangrijke documentatie.
Het symbool geeft aan dat de gids beschreven in de handleiding, om risico's te vermijdenApparaat of uitrusting voor het werken onder spanningDrukschakelaarAC wisselspanningDC gelijkspanningDC/ AC gelijk- en wisselspanningAarde (spanning naar aarde)Drukschakelaar (handbediening); wijst er op,dat de desbetreffende indicaties alleen plaatsvinden bij bediening van de beide druk-schakelaars Rechts draaiveld; de draaiveldrichting kan al-leen bij 50 of 60 Hz en in een geaard netwerk worden weergegevenDraaispoelindicatie 2.
Apparaatbeschrijving1 Teststaafbescherming2 Teststaaf L1/-3 Teststaaf L2/+4 Draaispoelindicatie5 Drukschakelaar6 Handgreep L17 Indicatorgreep L28 Graduele LED-indicator9 LC-display met „R“ symbool voor het testen van de buiten-geleider (faseweergave) en de draaiveldindicatie (rechts)J +/- LED´s van de polariteitsindicatie 3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie - Onmiddellijk voor en na het gebruik moet de spannings-tester worden gecontroleerd op zijn werking. - Test de spanningstester op bekende spanningsbronnen bijv. op een 230 V-contactdoos. - Gebruik de spanningstester niet, wanneer spanningsindi-cator, fase-indicator en vibratiemotor niet correct functio-neren. 4.
Controle van de installatie op spanningloosheid (af-beelding A/B)Bij de installatiecontrole dient u de spanningloosheid van de installatie te controleren door de spanningsindicator, de fase-indicator (fase-indicator functioneert alleen in het geaarde wisselspanningsnet) en de vibratiemotor (vibratiemotor wordt door bediening van beide druktoetsen geactiveer) te controle-ren. Van spanningloosheid van de installatie is alleen sprake, wanneer alle drie testkringen spanningloosheid aangeven (spanningsindicator, fase-indicator en vibratiemotor). - Leg de beide teststaven L1/+ 2 en L2/- 3 tegen de te testen installatieonderdelen. - De omvang van de aanwezige spanning wordt weergege-ven via de graduele LED-indicator 8. - Door bediening van de beide drukschakelaars 5 worden de draaispoelindicatie 4, de 12 V LED-indicator (+/-) en een interne last in de spanningstester ingeschakeld.
- Wisselspanningen (AC) worden weergegeven door het ge-lijktijdig oplichten van de + 24 V LED en van de - 24 V LED. - Gelijkspanningen (DC) worden weergegeven door het oplichten van de + 24 V LED of van de - 24 V LED. Via de polariteitsindicatie J wordt de op de teststaaf L2/+ 3 aanwezige + of - weergegeven.
polariteit - Om een onderscheid te maken tussen energierijke en energiearme spanningen (bijv. capacitief ingekoppelde stoorspanningen) kan door bediening van de beide druk-schakelaars een interne last in de spanningstester worden ingeschakeld. (zie hoofdstuk 5. ) 5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding A/B)De beide handgrepen L1 6 en L2 7 zijn voorzien van druk-schakelaars 5. Bij bediening van de beide drukschakelaars.
02/ 2019 DUSPOL® analog 40wordt er op een lagere inwendige weerstand geschakeld. Hier-bij wordt een vibratiemotor (motor met onbalans) onder span-ning gezet. Vanaf ca. 200 V wordt deze in een draaibeweging gebracht. Naarmate de spanning stijgt, verhogen ook het toe-rental en de vibratie. De duur van de test met een lagere inwen-dige weerstand (lasttest) is afhankelijk van de omvang van de te meten spanning. Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet ontoelaatbaar wordt verhit, is er een thermische beveiliging (te-rugregeling) voorzien. Bij deze terugregeling daalt het toerental van de vibratiemotor en stijgt de inwendige weerstand. De lastinschakeling (beide drukschakelaars zijn ingedrukt) kan worden gebruikt om … - blinde spanningen (inductieve en capacitieve spanningen) te onderdrukken - condensatoren te ontladen - een 10/30 mA aardlekschakelaar te activeren.
De active-ring van de aardlekschakelaar vindt plaats door middel van een test aan de buitengeleider (faseweergave) tegen PE (aarde). (afbeelding D) 6. Buitengeleider testen (faseweergave) (afbeelding C) - Neem de beide handgrepen L1 6 en L2 7 over het vol-ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen. - Leg de teststaaf L2/+ 3 tegen het te testen installatieon-derdeel. Zorg er daarbij in ieder geval voor dat bij de eenpolige bui-tengeleidertest (faseweergave) de teststaaf L1/- 2 niet wordt aangeraakt en deze contactvrij blijft. - Wanneer op het LC-display 9 een „R”-symbool ver-schijnt, dan ligt op dit installatieonderdeel de buitengelei-der (fase) van een wisselspanning. Opmerking:De eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) is mogelijk in het geaarde netwerk vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde).
Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden. Let op. Een spanningsvrijheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige test. 7.
Draaiveld testen (afbeelding E/F) - Neem de beide handgrepen L1 6 en L2 7 over het vol-ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen. - Leg de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen twee buitenge-leiders (fasen) van een draaistroomnet (zonder bediening de drukschakelaars 5) en controleer of er een buitenge-leiderspanning van bijv. 400 V aanwezig is. - Een rechts draaiveld (fase L1 voor fase L2) is aanwezig, wanneer op het LC-display 9 een „R“-symbool verschijnt. Het LC-display blijft zwart, wanneer er geen rechts draai-veld werd gedetecteerd. - Bij het testen van het draaiveld is steeds een tegencon-trole vereist. Wanneer het LC-display bijv. het rechtse draaiveld aangeeft via het „R”-symbool, dan moet het LC-display bij de tegencontrole met verwisselde teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 zwart blijven.
Wanneer het LC-display in beide gevallen een „R”-symbool weergeeft, dan is er een te zwakke aarding aanwezig. Opmerking:Het testen van het draaiveld is vanaf 400 V - 900 V, 50/60 Hz (fase tegen fase) in het geaarde draaistroomnet mogelijk. Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden 8. Technische gegevens - Voorschriften: DIN EN 61243-3: 2015, IEC 61243-3: 2014 - Nominaal spanningsbereik: 12 V tot AC/DC 1. 000 V - Nominaal frequentiebereik: 0 tot 60 Hz - Maximale indicatiefout: Un ±15 %, ELV Un +0% -15% - Impedantie (inwendige weerstand) meetcircuit/ lastcircuit: 200 kΩ/ 5 kΩ - Stroomopname meetcircuit: Is < 6,0 mA (1. 000 V) - Stroomopname lastcircuit: Is < 550 mA (1.
1000 mm - Temperatuurbereik voor werking en opslag: - 20 °C tot + 45 °C (klimaatcategorie N) - Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 % (klimaatcatego-rie N) - Terugregeltijden (thermische beveiliging): Spanning/tijd: 230 V/30 s, 400 V/9 s, 690 V/5 s, 1000 V/2 s 9. Algemeen onderhoudReinig de behuizing aan de buitenkant met een schone, droge doek. 10. MilieubeschermingLever het apparaat aan het einde van zijn levensduur in bij de beschikbare recycling- en inzamelsystemen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Benning Duspol Analog stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Benning
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter