Benning CM E1 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Benning CM E1 (38 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Benning CM E1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/38
HOLD
CAT III 300 V/ CAT II 600 V
TRUE RMS
FUNCREC
RE
REC NO.NOISE
m VA
AP
D Bedienungsanleitung
Operating manual
F Notice d‘emploi
Gebruiksaanwijzing
BENNING CM E1

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Benning
Categorie: Multimeter
Model: CM E1
Kleur van het product: Rood
Gewicht: 750 g
Breedte: 100 mm
Diepte: 47 mm
Hoogte: 276 mm
Stroombron: Batterij/Accu
Ondersteuning voor plaatsing: Draagbare multimeter
Opbergetui: Ja
Backlight: Nee
Type product: Digitale multimeter
Meetcategorie: CAT III 300V
Data hold: Ja
AC stroom bereik: 0.03 - 35 A
Weerstand bereik: 0.025 - 1500 Ohm

Handleiding Benning CM E1 – volledige tekst

09/ 2019 BENNING CM E125GebruiksaanwijzingBENNING CM E1Aardingsmeettang om de - weerstand van aardlussen te meten - wisselstroom-/lekstroommetingInhoud 1. Opmerkingen voor de gebruiker. 2. Veiligheidsvoorschriften. 3. Leveringsomvang. 4. Beschrijving van het apparaat. 5. Algemene kenmerken. 6. Gebruiksomstandigheden. 7. Elektrische gegevens. 8. Meten met de BENNING CM E1 9. Onderhoud.10. Milieu 1. Opmerkingen voor de gebruikerDeze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici.De BENNING CM E1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT III 300 V. (zie ook pt.

6: „Gebruiksomstandigheden“).In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM E1 worden de volgende symbolen gebruikt:Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.Let op de gebruiksaanwijzing!Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.CAT III Meetcategorie III is bruikbaar voor test- en meetcircuits die op de verdeelkring van het laagspan-ningsnet van het gebouw aangesloten zijn.Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 1-4 dubbel geïsoleerd is (bescherminingsklasse II).Zie de gebruikershandleiding.Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.AC: wisselspanning/-stroomAarding (spanning t.o.v. aarde)

09/ 2019 BENNING CM E1262. VeiligheidsvoorschriftenDit apparaat is vervaardigd en getest volgens de voorschriften:DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032DIN VDE 0413 deel 5/ EN 61557-5DIN VDE 0843-20 deel 1/ EN 61326-1en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig of de tot gevolg hebben. letsel doodWees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken. Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen.

Ook de veiligheidsmeetsnoeren moeten gecontroleerd te worden. Bij constatering dat het apparaat niet meer zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet meer gebruikt kan worden. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:- bij zichtbare schade aan de behuizing van het apparaat- als het apparaat niet meer (goed) werkt- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik, of- het apparaat vochtig zijn. Onderhoud:Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.

Reiniging:Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aanslui-tend goed droog. Gebruik geen schuurof oplosmiddelen. 3. LeveringsomvangBij de levering van de BENNING CM E1 behoren: 3. 1 Eén BENNING CM E1 3. 2 Eén transportkoffer met schouderriem (10217859) 3.

3 Eén referentieweerstand (10217860) 3. 4 Eén batterij van 9 V 3. 5 Eén gebruiksaanwijzing. Opmerking t. a. v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM E1 wordt gevoed door eén batterij van 9 V (IEC 6 L R61). 4. Beschrijving van het apparaat zie fig. 1: Voorzijde van het apparaatHieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen:1 , op de aard(leiding)aansluiting te plaatsenMeettang2 voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaardeHOLD-toets3 voor functiekeuzeDraaischakelaar4 Digitale weergave (LCD)5 , voor het activeren van de datalogger/opslagREC-toets6 ▼-toets, om de instelwaarde te verlagen7 om de stroomtang te openen en te sluitenOpeningshendel8 ▲-toets, om de instelwaarde te verhogen.

09/ 2019 BENNING CM E1279 FUNC-toets, functietoets voor het kiezen van de alarmdrempels, de bemonsteringssnelheid en het nummer van de geheugenlocatie zie fig. 2: Digitaal displayDe in afb. 2 aangegeven symbolen zijn de volgende: A onderdisplay, voor de functiebrowser en het nummer van de geheugenlocatie B , voor de meetwaarde, alarmdrempel, bemonsteringssnelheiddigitale weergave C Ω ohm, eenheid van de aardlusweerstandsmeting D mA, eenheid van de (lek)stroommeting E , aardlusweerstandsmeting met akoestische alarmfunctie F NOISE, stoorsignaal vastgesteld, meting kan beïnvloed zijn G meettang niet correct gesloten H weergave van de batterijcapaciteit I NO. nummer geheugenlocatie J REC, datalogger actief K AP, automatische uitschakeling actief (APO actief) 5. Functies van de aardingsmeettang5. 1 Algemene gegevens 5. 1.

1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) af te lezen met 4 cijfers van 11 mm hoog en Been komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 9999. 5. 1. 2 De bereiksoverschrijding wordt met „. OL“ of „-OL“. Let op: geen aanduiding en waarschuwing bij overbelasting. 5. 1. 3 De draaischakelaar 3 dient om de meetfunctie te selecteren. De keuze van het meetbereik gebeurt automatisch. 5. 1. 4 HOLD-toetsfunctie: Door de HOLD-toets 2 te bedienen, kan het meetresultaat worden opgesla-gen. Op het display 4 verschijnt tegelijk het symbool “H”. 5. 1. 5 REC-toets: Voor het activeren van de datalogger, resp. voor het opslaan van een meetwaarde in het interne geheugen. 5. 1. 6 FUNC-toets: Functietoets voor het kiezen van de alarmdrempels ‘HI’ (high), ‘LO’ (low), de bemon-steringssnelheid ‘SEC’ (seconden) en het nummer van de geheugenlocatie ‘NO. ’ (1-116). 5. 1.

4 tot 6 min. automatisch uit ( ff is geacAPO A P O, uto- ower- -tiveerd bij het verschijnen van het in de weergave AP-symbool K4). Deze functie kan gedeactiveerd worden door de draaischakelaar 3 in de ‘OFF’-stand te zetten. De automatische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de FUNC-toets 9 te bedienen en de BENNING CM E1 tegelijk vanuit de schakelaarstand “OFF” in te schakelen. Het AP-pictogram K op het display 4 verdwijnt. 5. 1. 10 De BENNING CM E1 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V (IEC 6 LR 61). 5. 1. 11 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterijsymbool H in het scherm 4. 5. 1. 12 De levensduur van de batterij is afhankelijk van de toegepaste meetfunctie en is goed voor ong. 3000 metingen. 5. 1.

13 De temperatuurcoëfficiënt van de gemeten waarde: 0,1 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ °C < 18 °C of > 28 °C, t. o. v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C 5. 1. 14 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 276 x 100 x 47 mm Gewicht: ongeveer 750 gram (incl. batterijen) 5. 1. 15 Maximale opening van de stroomtang: 38 mm5. 2 Alarmdrempels voor de aardlusweerstand instellenBij het meten van de aardlusweerstand kan een bovenste (HI) en onderste (LO) alarmdrempel ingesteld worden. Kies met draaischakelaar 3 de functie Ω en druk op de FUNC-toets 9 tot het HI- of LO-symbool in de onderdisplay A verschijnt. Met een druk op de ▼-toets 6 en ▲-toets 8 kan de alarmdrempel van 0 ohm tot 1510 ohm, resp. OL bijgesteld worden. Nadat u een of beide alarmdrempels hebt ingesteld, drukt.

09/ 2019 BENNING CM E128u op de FUNC-toets 9 tot de onderdisplay verdwijnt. A Zodra de draaischakelaar op de stand gezet wordt, vergelijkt de aardingsmeettang de afgelezen + Ωwaarde met de bovenste en onderste alarmdrempel. Wanneer de afgelezen waarde de bovenste alarmdrempel overschrijdt, weerklinkt een pulserend geluids-signaal en verschijnt het ‘HI--’-symbool. Wanneer de afgelezen waarde tot onder de onderste alarmdrempel zakt, weerklinkt een pulserend geluids-signaal en verschijnt het ‘LO--’-symbool. Tip: - Voor het deactiveren van de alarmdrempels kunt u de bovenste alarmdrempel (HI) op ‘OL’ en de onderste alarmdrempel (LO) op ‘0’ zetten. - De bovenste alarmdrempel (HI) kan niet lager zijn dan de onderste alarmdrempel (LO), en de onderste alarmdrempel (LO) kan niet hoger zijn dan de bovenste alarmdrempel (HI).

- Bij een actieve datalogger is de akoestische alarmfunctie gedeactiveerd. - De ingestelde alarmdrempels blijven van toepassing tot de volgende aanpassing. 5. 3 Datalogfunctie Dankzij de datalogfunctie kunnen een reeks metingen (Funktion ), mA/ A) met een vooraf gedefiniΩ/ Ω -eerd meetinterval (bemonsteringssnelheid) automatisch en manueel bewaard worden. Het is mogelijk om tot 116 meetwaarden op te slaan. Het meetinterval ligt tussen 1 s en 255 s. De meetwaarden kunnen op een later tijdstip worden afgelezen van de display 4. 5. 3. 1 Bemonsteringssnelheid afstellenDruk meermaals op de FUNC-toets 9 tot het ‘SEC’-symbool in de onderdisplay verschijnt. In de digitale Aweergave B wordt de bemonsteringssnelheid in seconden weergegeven. Met een druk op de ▼-toets 6 en ▲-toets 8 kan de bemonsteringssnelheid bijgesteld worden, van 1 s tot 255 s.

Met een lange druk op de knop kunt u het instellen versnellen. Druk vervolgens meermaals op de FUNC-toets 9 tot de onder-display A verdwijnt. Tip:Om slechts één meetwaarde te bewaren, kiest u voor een bemonsteringssnelheid van 0 s.

Bij iedere druk op de REC-toets 5 wordt de opeenvolgende meetwaarde in het interne geheugen getoond en verschijnt het nummer van de geheugenlocatie kortstondig in de onderdisplay A. 5. 3. 2 Start en stop de dataloggerMet een druk op de REC-toets 5 activeert u de datalogger en verschijnt gelijktijdig het REC-symbool J in de digitale weergave 4. De meetwaarden worden rekening houdend met de ingestelde bemonsterings-snelheid opgeslagen in het interne geheugen. De Datalogger wordt door het indrukken van de REC-toets 5 gestopt en stopt automatisch wanneer het meetwaardegeheugen vol is. Het REC-symbool in de digitale weergave J4 verdwijnt. 5. 3. 3 Meetwaarden ladenDruk meermaals op de FUNC-toets 9 tot het ‘NO. ’-symbool in de onderdisplay I4 verschijnt.

09/ 2019 BENNING CM E129 5.3.4 Meetwaarden wissenHet volledige meetwaardegeheugen kan gewist worden met een druk op de REC-toets 5 terwijl u de draai-schakelaar van de BENNING CM E1 uit de ‘OFF’-stand zet. Wanneer het ‘CL’-symbool in de weergave 4 verschijnt, is het meetwaardegeheugen gewist.5.4 Werkingsprincipe van de aardlusweerstandsmetingDe aardlusweerstandsmeting wordt gebruikt om de aardweerstand te meten en heeft het voordeel dat er geen extra sondes / hulpaardingen nodig zijn en de aarding zelf niet gesplitst hoeft te worden. Deze meting wordt gebruikt voor elektrische installaties met meerdere parallelle aardaansluitingen, zoals bijvoorbeeld bij bovengrondse hoogspanningsleidingen met mastaarding en bliksembeveiligings- en straatverlichtings-systemen. De BENNING CM E1 beschikt over een speciaal afgeschermde meettang 1 met geïntegreerde bekrach-tigings- en sensorwikkeling.

De bekrachtigingswikkeling induceert een stroom tegen een bepaalde wis-selspanning E in de omsloten aard(leiding)aansluiting. Via de sensorwikkeling wordt de stroom I gemeten. De BENNING CM E1 berekent en toont de weerstand van alle aardlussen Rs samen.Rs = E / I waarbij geldt dat: Rs = Rx + (R1 II R2 ... II RN) + Rb + Rlmet (R1 II R2 …II Rn) 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:

09/ 2019 BENNING CM E130 Bij bedrijfstemperatuur van 0 °C tot 50 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 85 %, nietcondense-rend. - Bewaartemperatuur: De BENNING CM E1 kan zonder batterijen worden bewaard bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 75 %. 7. Elektrische gegevens. Opmerking: De nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23 °C ± 5 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. 7. 1 Bereik aardlusweerstand Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v. d.

09/ 2019 BENNING CM E131 8. Meten met de BENNING CM E18. 1 Voorbereiden van de metingenGebruik en bewaar de uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM E1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten. 8. 2 AardlusweerstandsmetingLet op de maximale spanning t. o. v. aarde. Gevaarlijke spanning. - Open de meettang en controleer of de metalen contactoppervlakken langs de binnenkant vrij zijn van stof- en vuildeeltjes. - Laat de uiteinden van de meettang meermaals op elkaar klemmen (openen en sluiten), om zeker te zijn van een veilig contact. - Zet de draaischakelaar 3 op de functie (aardlusweerstand) of (aardlusweerstand met alarm). Ω Ω+Wacht tot het einde van de zelfkalibratie (CAL 7, CAL 6, …, CAL 2, CAL 1) wordt aangegeven met een geluidssignaal en het symbool ‘.

OL’ in de digitale weergave B. - Open de meettang en klem deze rond de aard(leiding)aansluiting die onderzocht moet worden. De uiteinden van de meettang moeten opnieuw meermaals op elkaar geklemd worden. - De meetwaarde van de aardlusweerstand kan in de digitale weergave afgelezen worden. BTip: - Tijdens de zelfkalibratie mag de meettang 1 niet op een leiding geklemd worden of geopend worden. - Wanneer er geen einde komt aan de zelfkalibratie moet u de metalen contactoppervlakken langs de binnenkant controleren op stof- en vuildeeltjes. - Wanneer tijdens de meting stoorsignalen (stroom > 3 A, spanning > 30 V) vastgesteld worden, ver-schijnt in de digitale weergave 4 het ‘NOISE’-symbool waarna de meting beïnvloed kan worden. F - Indien de meettang tijdens de meting niet correct gesloten werd, zal in de digitale weergave 4 het -symbool G verschijnen. zie fig. 3: Aardlusweerstandsmeting8.

- Open de meettang 1 en klem deze rond de aard(leiding)aansluiting die onderzocht moet worden. - De meetwaarde van de lekstroom kan in de digitale weergave afgelezen worden. B zie fig. 4: Wisselstroom-/lekstroommeting9. OnderhoudDe BENNING CM E1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning. 9. 1 Veiligheidsborging van het apparaatOnder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM E1 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - zichtbare schade aan de behuizing - meetfouten - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden - transportschadeIn dergelijke gevallen dient de BENNING CM E1 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.

09/ 2019 BENNING CM E1329. 2 ReinigingReinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezon-derd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM E1 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek. 9. 3 Het wisselen van de batterijVoor het openen van de BENNING CM E1 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning. De BENNING CM E1 wordt gevoed door eén batterij van 9 V (IEC 6 LR 61). Als het batterijsymbool op het display H4 verschijnt, moeten de batterijen worden vervangen (zie fig. 5). Bij inschakeling van de BENNING CM E1 gebeurt een batterijtest.

De batterij word als volgt verwisseld: - Schakel de BENNING CM E1 uit. - Leg de BENNING CM E1 op de frontzijde en draai de schroeven van de behuizing los. - Verwijder de behuizing van het front. - Neem de lege batterij uit het batterijvak en demonteer de aansluitdraden van de batterij. - Monteer de aansluitdraden op de juiste manier aan de nieuwe batterij en leg de bedrading zo terug dat het niet beklemd raakt in de behuizing. Plaats de nieuwe batterij op de hiervoor voorziene plek in het front. - Plaats de behuizing op het front en draai de schroeven vast. zie fig. 5: vervanging van de batterijGooi lege batterijen niet weg met het gewone husvuil, maar lever ze in op de bekende inza-melpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu. 9.

4 IJkingBENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Benning CM E1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden