Benning CM 11 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Benning CM 11 (83 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Benning CM 11 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/83
CAT IV
300V
COMV Ω
OFF
CM 11
20A
10A
TRUE RMS
Ω
/ Ω
ZERO MIN
MAX HOLD
300V
CAT IV
BENNING CM 11
DBedienungsanleitung
Operating manual
FNotice d‘emploi
EInstrucciones de servicio
vod k obsluze
Εγχειρίδιο λειτουργίας
IIstruzioni d’uso
Gebruiksaanwijzing
Instrukcja obsługi
Руководство по эксплуатации
Kullanma Talımati

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Benning
Categorie: Multimeter
Model: CM 11

Handleiding Benning CM 11 – volledige tekst

11/ 2014 BENNING CM 11 50GebruiksaanwijzingBENNING CM 11TRUE RMS Digitale stroomtang multimeter voor het meten van: - Gelijk-/ wissselspanning - Gelijk-/ wissselstroom - Weerstand. - doorgangstest Inhoud: 1. Opmerkingen voor de gebruiker2. Veiligheidsvoorschriften3. Leveringsomvang4. Beschrijving van het apparaat5. Algemene kenmerken6. Gebruiksomstandigheden7. Elektrische gegevens8. Meten met de BENNING CM 119. Onderhoud10. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset 11. Milieu1. Opmerkingen voor de gebruiker Deze gebruiksaanwijziging is bedoeld voor: - Elektriciens. - Elektrotechnici. De BENNING CM 11 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan CAT IV 300 V. (zie ook pt.

6: „Gebruiksomstandigheden“).In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 11 worden de volgende sym bolen gebruikt: Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.Dit symbool wijst op gevaarlijke spanning.Dit symbool verwijst naar mogelijke gevaren bij het gebruik van de BENNING CM 11 (zie gebruiksaanwijzing).Dit symbool geeft aan dat de BENNING CM 11 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II)Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.Dit symbool geeft de instelling „doorgangstest“ aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.(DC) gelijkspanning/ -stroom(AC) wisselspanning/ -stroom.Aarding (spanning t.o.v. aarde).

11/ 2014 BENNING CM 11 512. Veiligheidsvoorschriften Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften: DIN VDE 0411 deel 1/ EN 61010-1 DIN VDE 0411 deel 2-032/ EN 61010-2-032 DIN VDE 0411 deel 031/ EN 61010-031 en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaan-wijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig of deletsel dood tot gevolg hebben. Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken. De BENNING CM 11 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie III en IV met max.

300 V ten opzichte van aarde. Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III en IV mag het uitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op de veiligheidsmeetleidingen niet langer zijn dan 4 mm. Voor metingen binnen de meetcategorie III en IV moeten de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn. Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagezien te worden.

Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.

Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is: - wanneer het apparaat of de meetkabel zichtbare schade vertoont, - als het apparaat niet meer (goed) werkt, - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden, - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik, - het apparaat of de meetkabel vochtig zijn. 3. Leveringsomvang Bij de levering van de BENNING CM 11 behoren: 3. 1 Eén digitale stroomtang multimeter 3. 2 Eén veiligheidsmeetsnoer zwart, (L. = 1. 4 meter) 3. 3 Eén veiligheidsmeetsnoer rood, (L. = 1,4 meter) 3. 4 Eén compactbeschermingsetui 3. 5 Twee batterijen 1,5 V (micro/ IEC LR03/ AAA) 3. 6 Eén gebruiksaanwijzing. Opmerking t. a. v. aan slijtage onderhevige onderdelen: - De BENNING CM 11 wordt gevoed door twee microbatterijen 1,5 V (IEC LR03/ AAA).

- De bovengenoemde veiligheidsmeetkabels (getest toebehoren) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10 A. 4. Beschrijving van het apparaat De BENNING CM 11 is een digitale stroomtangmultimeter met een in de stroomkop ingebouwde Hallsensor. Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningsele-menten.  om rondom stroomvoerende aders te plaatsenMeettang2 om aanraken van aders te voorkomen. Kraag -Toets (geel), displayverlichting.

11/ 2014 BENNING CM 11 52 om de stroomtang te openen en te sluitenOpeningshendel5 voor functiekeuzeDraaischakelaar6 , voor nulafstelling c. q. differentiaalmetingZERO-toets7 voor opslag in het geheugen van de laagste en hoogste meetwaardeMIN/MAX-toets8 voor opslag in het geheugen van de weergegeven meetwaardeHOLD-toets9 Digitale weergave, voor de meetwaarde en de weergave van overschrijding van het bereikJ COM-bus, gemeenschappelijke bus voor spannings-, weerstandsmetingen en continuïteits-test, zwart gemarkeerdK V-Ω-bus (positive), gemeenschappelijke bus voor spannings-, weerstandsmetingen en continuïteitstest, rood gemarkeerdL , op de achterkant van de behuizingBatterijvakdeksel5. Algemene kenmerken 5. 1 Algemene kenmerken van de digitale stroomtang multimeter5. 1.

1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) 9 af te lezen met 4 cijfers van 12 mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst mogelijk af te lezen waarde is 5000. 5. 1. 2 De polariteitsweergave in de digitale weergave 9 werkt automatisch. Er wordt slechts één pool t. o. v. de contactbussen aangeduid met „-“. 5. 1. 3 De bereikoverschrijding wordt aangegeven met “0L. ”. Let op: Geen aanduiding of waarschuwing bij overbelasting. 5. 1. 4 De draaischakelaar 5 dient om de meetfunctie te selecteren. 5. 1. 5 ZERO-toets (nulinstelling) 6: Voor nulinstelling bij stroommetingen, maar kan ook gebruikt worden bij andere metingen. Door een druk op de knop wordt de op dat moment gemeten waarde als nul beschouwd. Verdere metingen worden dan daaraan gerelateerd. Deze relatieve waarden worden aangeduid met „ZERO“ in het display 9. 5. 1.

Door langer op de toets te drukken (2 seconden) keert het toestel terug naar de normale modus. In de meetfunctie wisselt u door op de MIN/MAX-toets / Ω 7 te drukken van de continuïteitstest met geluidssignaal naar de weerstandsmeting. 5. 1. 7 HOLD-toetsfunctie: Door de HOLD-toets 8 te bedienen, kan het meetresultaat worden opgeslagen. Op het display 9 verschijnt tegelijk het symbool “HOLD”. Door opnieuw op de toets te drukken, keert het toestel terug naar de meetmodus. 5. 1. 8 De gele verlichtingstoets  schakelt de verlichting van de display 9 in. De verlichting wordt uitgeschakeld door nogmaals op de toets te drukken of automatisch na ca. 30 seconden. 5. 1. 9 De meetfrequentie van de BENNING CM 11 bij cijferweergave bedraagt gemiddeld 2 metingen per seconde. 5. 1. 10 De BENNING CM 11 wordt in- en uitgeschakeld met de draaischakelaar 5. Uitschakelstand is „OFF“. 5. 1.

11 De BENNING CM 11 schakelt automatisch uit na ca. 15 minuten (APO A P, uto- ower- Off is actief wanneer het -pictogram op het display 9 staat). Het wordt opnieuw ingeschakeld als de draaischakelaar 5 vanuit de schakelaarstand „OFF“ opnieuw wordt ingeschakeld of als er op de gele verlichtingstoets  wordt gedrukt. De automati-sche uitschakeling kan worden gedeactiveerd door de HOLD-toets 8 te bedienen en de BENNING CM 11 tegelijk vanuit de schakelaarstand “OFF” in te schakelen. Het -pictogram op het display 9 verdwijnt. 5. 1. 12 De BENNING CM 11 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/ AAA/ micro). 5. 1. 13 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het bat-terijsymbool in het scherm 9. 5. 1. 14 De levensduur van de batterijen is afhankelijk van de gebruikte meetfunctie en bedraagt ca.

15 Temperatuurcoëfficiënt van de meetwaarde: 0,1 x (aangegeven meetnauwkeurigheid)/ °C < 18 °C of > 28 °C, op basis van de waarde op referentietemperatuur van 23 °C. 5. 1. 16 Afmetingen van het apparaat: L x B x H = 206 x 76 x 33,5 mm Gewicht: 262 gram (incl. batterijen)5. 1. 17 De meetsnoeren zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor het meten van de voor de BENNING CM 11 genoemde nominale spanning. De meetpennen kunnen met afdek-kappen worden beschermd. 5. 1. 18 Maximale opening van de stroomtang: 23 mm.

11/ 2014 BENNING CM 11 536. Gebruiksomstandigheden - De BENNING CM 11 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Categorie van overbelasting: IEC 60664/ IEC 61010 → 300 V categorie IV, - Beschermingsgraad stofindringing: 2 (EN 61010-1) - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529) Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid: Bij bedrijfstemperatuur van 0 °C tot 40 °C: relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %, niet-condenserend.

- Bewaartemperatuur: De BENNING CM 11 kan zonder batterijen worden bewaard bij tem-peraturen van - 10 °C tot + 60 °C, relatieve luchtvochtigheid kleiner dan 80 %. 7. Elektrische gegevens Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een aantal digits. Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 23 °C ± 5 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. 7. 1 Meetbereik voor gelijkspanningDe ingangsweerstand bedraagt ≥ 1 MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v. d. meting Beveiliging tegen overbelasting 50,00 V 0,01 V ± (1 % meetwaarde + 2 digits) 400 V AC/DC300,0 V 0,1 V ± (1 % meetwaarde + 2 digits) 400 V AC/DC7. 2 Meetbereik voor wisselspanningDe meetwaarde wordt als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkregen en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm.

Bij afwijkingen van deze golfvorm wordt de aangegeven waarde onnauwkeuriger. Crest-factor < 2,0 tot 100 % van de eindwaarde van het meetbereikCrest-factor < 4,0 tot 50 % van de eindwaarde van het meetbereik De ingangsweerstand bedraagt ≥ 1 MΩ Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v. d.

meting (40 Hz - 1 kHz)Beveiliging tegen overbelasting 50,00 V 0,01 V ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 400 V AC/DC300,0 V 0,1 V ± (1,2 % meetwaarde + 5 digits) 400 V AC/DC7. 3 Meetbereik voor gelijkstroomMeetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v. d. meting Beveiliging tegen overbelasting 300,0 mA 0,1 mA ± (1,0 % meetwaarde + 10 digits) 100 A AC/DC3,000 A 0,001 A ± (1,0 % meetwaarde + 10 digits) 100 A AC/DC10,00 A 0,01 A ± (3,0 % meetwaarde + 10 digits) 100 A AC/DCInvloed van het aardmagnetisme: < ± 1,0 mA Invloed van het openen en sluiten van de meettang: < ± 1,0 mA7. 4 Meetbereik voor wisselstroomDe meetwaarde wordt als echte effectieve waarde (TRUE RMS, AC-koppeling) verkregen en weergegeven. De kalibratie is afgestemd op een sinusvormige golfvorm. Bij afwijkingen van deze golfvorm wordt de aangegeven waarde onnauwkeuriger.

1 Voorbereiden van metingen Gebruik en bewaar de BENNING CM 11 uitsluitend bij de aangegeven werken opslagtempera-turen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 11 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen. - Controleer de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren en de meetpennen. Beschadigde meetsnoeren direct verwijderen. - Veiligheidsmeetsnoeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbro-ken is, het meetsnoer en/of meetpen direct verwijderen. - Voordat met de draaischakelaar 5 een andere functie gekozen wordt, die nen de meetsnoe-ren van het meetpunt te worden afgenomen. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 11 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten. 8.

De hoogste spanning die aan de contactbussen - COM-bus J, zwart - V-Ω bus (positief) K, voor het meten van spanningen, weerstan den en doorgangstest, rood,van de multimeter BENNING CM 11 ligt t. o. v. aarde, mag maximaal 300 V bedragen. - Kies met de draaischakelaar 5 de gewenste instelling of VV . - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus J van de BENNING CM 11. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω K van de BENNING CM 11. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 9 van de BENNING CM 11. Opmerking: - In het lage spanningsbereik zal bij een open circuit de 0-V-aanduiding moge lijk niet in het display verschijnen. Door de meetpennen even kort te sluiten kunt u de goede werking van het apparaat controleren. Zie fig.

11/ 2014 BENNING CM 11 558. 3 Stroommeting De ingangsbussen J en K van de BENNING CM 11 niet onder spanning zet-ten. Verwijder eventueel de aangesloten veiligheidsmeetleidingen. Houd bij gelijkstroommetingen rekening met de polariteit. De pijl op de meettang geeft de technische stroomrichting weer. + → – - Kies met de draaischakelaar 5 de gewenste instelling A of A van de BENNING CM 11. - Druk op de „ZERO“ toets 6 voor nulinstelling. - Druk op de openingshendel  en omvat de éénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel mogelijk in het midden van de tang . - Lees de gemeten waarde af in het display 9. Zie fig. 4: meten van gelijkstroom/ wisselstroom8. 4 Weerstandsmeting- Kies met de draaischakelaar 5 van de BENNING CM 11 de functie / Ω en druk op de MIN/MAX-toets 7. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus J van de BENNING CM 11.

- Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω K van de BENNING CM 11. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten van het circuit en lees de gemeten waarde af in het display 9 van de BENNING CM 11. Opmerking: - Controleer, om zeker te zijn van een juiste meting, dat er geen spanning staat op de meet-punten in het circuit. Zie fig. 5: weerstandsmeting8. 5 Doorgangstest met zoemer- Kies met de draaischakelaar 5 van de BENNING CM 11 de functie / Ω. - Het zwarte veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de zwart gemerkte COM-contactbus J van de BENNING CM 11. - Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de rood gemerkte contactbus V-Ω K van de BENNING CM 11. - Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunten. Als de weerstand tussen de meetpunten lager is dan 100 Ω, klinkt de in de BENNING CM 11 ingebouwde zoemer.

Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 11 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CM 11 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen. - Verwijder eerst de BENNING CM 11 en de beide veiligheidsmeetleidingen van het meetob-ject. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 11. - Zet de draaischakelaar 5 in de positie „OFF“. De stroomtangadapter BENNING CM 11 heeft geen zekering. 9. 1 Veiligheidsborging van het apparaat Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CM 11 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van: - zichtbare schade aan de behuizing. - meetfouten. - waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan digheden. - transportschade.

In dergelijke gevallen dient de BENNING CM 11 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt. 9. 2 Reiniging Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmidde len om de BENNING CM 11 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door.

11/ 2014 BENNING CM 11 56uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek. 9. 3 Het wisselen van de batterijenDe BENNING CM 11 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning. De BENNING CM 11 wordt gevoed door twee batterijen van 1,5 V (IEC LR03/ AAA). Als het bat-terijsymbool op het display 9 verschijnt, moeten de batterijen worden vervan gen. De batterijen worden als volgt gewisseld. - Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit. - Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 11. - Zet de draaischakelaar 5 in de positie „OFF“. - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef, uit het deksel van het batterijvak. - Neem het deksel van het batterijvak uit de achterwand.

- Vervang de lege batterijen door twee nieuwe batterijen van het type Micro (IEC LR03/ AAA). Let op de juiste polarisatie van de nieuwe batterijen. - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in. Zie fig. 7: vervanging van de batterijGooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de beken-de inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu. 9. 4 IJking Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt 10. Technische gegevens van veiligheidsmeetkabelset - Norm: EN 61010-031 - Maximale meetspanning t. o. v.

: 10 A - Beschermingsklasse II ( ), doorgaans dubbel geïsoleerd of versterkte iso latie - Vervuilingsgraad: 2 - Lengte: 1,4 m, AWG 18, - Omgevingsvoorwaarden: metingen mogelijk tot H = 2000 m, temperatuur: 0 °C tot + 50 °C, vochtigheidsgraad 50 % tot 80 %, - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn. - Gebruik de veiligheidsmeetkabelset niet als de isolatie is beschadigd of als er een bescha-diging/ onderbreking in de kabel of stekker is. - Raak tijdens de meting de blanke contactpennen niet aan. Alleen aan de handvaten vast-pakken. - Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat. 11. MilieuWij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Benning CM 11 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden