Bartscher 1151163 Handleiding

Bartscher Oven 1151163

Bekijk gratis de handleiding van Bartscher 1151163 (22 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Bartscher 1151163 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/22
&8&,1(
ISTRUZIONI PER L’INSTALLAZIONE, USO E MANUTENZIONE
/HJJHUHVXELWROHLQIRUPD]LRQLJHQHUDOL
,7±&+
+(5'(
ANWEISUNGEN FÜR INSTALLATION, GEBRAUCH UND WARTUNG
Die Hinweise sollen sofort gelesen werden!
'(±$7±,7±%(±/8±&+
5$1*(
INSTRUCTIONS FOR INSTALLATION, OPERATION AND MAINTENANCE
Read the general informations immediately!
*%±,(±07
)251($8;
INSTRUCIONS POUR INSTALLATION, EMPLOI ET ENTRETIEN
Lire tout de suite averissements!
)5±%(±/8±&+
&2&,1$6
INSTRUCCIONES PARA INSTAKKACION, USO Y MANTENINIENTO
¡En primer lugar leer las advertencias!
(6
)2518,=(1
ISTRUCTIES VOOR INSTALLATIE, GEBRUIK EN ONDERHOUD
Lees de waarschuwingen onmiddellijk!
1/±%(
 
 &5DOC.NO
 EDITION
SERIE 650 SNACK

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bartscher
Categorie: Oven
Model: 1151163

Handleiding Bartscher 1151163 – volledige tekst

561 GEGEVENS VAN HET APPARAAT. 572 ALGEMENE AANWIJZINGEN. 57AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR. 57AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER. 57AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR. 57AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING. 573 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGEN. 573. 1 ELEKTRISCHE OVEN. 574 AFVOER VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAAT ALS AFVAL. 58INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE. 58AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR. 585 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTEN. 586 UITPAKKEN. 587 PLAATSING. 588 DAMPAFVOERSYSTEEM. 589 VERBINDINGEN. 5810 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS. 5910. 1 GASKOOKPLAAT. 5910. 2 GASOVEN. 5911 INBEDRIJFSTELLING. 59INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK. 59AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER. 5916 PERIODES WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKT. 61INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING. 61AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING. 61INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD. 62AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR.

5757ALGEMENE INFORMATIEIn dit hoofdstuk wordt de algemene informatie gegeven waar-van alle gebruikers van deze handleiding kennis moeten ne-PHQ 'H VSHFL¿HNH LQIRUPDWLH YRRU HONH JHEUXLNHU YDQ GH]Hhandleiding wordt vermeld in de hoofdstukken erna (“IN-STRUCTIES VOOR. " ). 1 GEGEVENS VAN HET APPARAAT Het plaatje met de gegevens van het apparaat zit aan de binnenkant van het bedieningspaneel.  Het model en het serienummer van het apparaat staan ook vermeld op de labels onder het merk en op de verpakking. 2 ALGEMENE AANWIJZINGENDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.  De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door JHNZDOL¿FHHUG SHUVRQHHO GDW KLHUWRH JHDXWRULVHHUG LV GRRUde fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.  Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.  Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.  Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.  Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.  Bewaar deze handleiding op een veilige, bekende plaats, om haar altijd te kunnen raadplegen zolang het apparaat mee-gaat.

 De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door JHNZDOL¿FHHUG SHUVRQHHO GDW KLHUWRH JHDXWRULVHHUG LV GRRUde fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.  Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabri-kant erkende technische centra, en sta op het gebruik van originele vervangingsonderdelen.  Laat minstens tweemaal per jaar onderhoud plegen op het apparaat. Geadviseerd wordt om een onderhoudscontract af te sluiten.  Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en moet worden bediend door opgeleide personen.  Het apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander gebruik is oneigenlijk.  Laat het apparaat niet gedurende lange periodes leeg werken.

Voor het gebruik moet het apparaat worden voor-verwarmd.  Houd het apparaat tijdens de werking in het oog.  In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de ho-ofdschakelaar van de elektrische voeding, die bovenstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld.  Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING".  Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het appa-raat. BRANDGEVAAR.  De kinderen zouden moeten worden gecontroleerd om ervo-or te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.

 Dit toestel is niet voorgenomen voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysieke, sen-sorische of geestelijke mogelijkheden, of onervarenheid en kennis, tenzij zij supervisie of instructie betreffende gebruik van het toestel door een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid zijn gegeven.  Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.

 Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.  De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door JHNZDOL¿FHHUG SHUVRQHHO GDW KLHUWRH JHDXWRULVHHUG LV GRRUde fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.  Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.  Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.  Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.  Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.

AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon.  Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-al per jaar schoonmaken door een geautoriseerd technicus.  Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk.  Gebruik geen bijtende producten om de vloer onder het ap-paraat schoon te maken. 3 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGEN3. 1 ELEKTRISCHE OVENVEILIGHEIDSTHERMOSTAATDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

 Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt.  Om de werking van het apparaat te hervatten moet de re-setknop van de thermostaat worden ingedrukt.

584 AFVOER VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAAT ALS AFVAL4. 1 VERPAKKINGDe verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen. De onderdelen van recyclebaar kunststof zijn: de transparante afdekking, de zakjes van de instructie-handleiding en van de inspuiters (van polyethyleen - PE).  de spansluitstrips (van polypropyleen – PP). 4. 2 APPARAATHet apparaat bestaat voor meer dan 90% van zijn gewicht uit recyclebare metalen materialen (roestvrij staal, gealumineerd staal, koper. ). Het apparaat moet worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende voorschriften.  Niet achterlaten in het milieu.  Maak het apparaat onbruikbaar voordat het wordt afgevoerd.

INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIEAANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEURDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.  Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.  De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door JHNZDOL¿FHHUG SHUVRQHHO GDW KLHUWRH JHDXWRULVHHUG LV GRRUde fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.  Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.

 Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.  Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.  Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. Apparatuuruit de serie DROP-IN (inbouw) Voer de installatie strikt volgens devoorschriften van de in de appendix bijgevoegde schema’s uit.

 Verricht de installatie uitsluitend op metalen meubels (geen hout en/of andere brandbarematerialen).  Let op de route van de voedingskabel: de doorgangen mo-gen geen scherpe randen en/of snijdende bramen vertonen. Bovendien mag de kabel op geen enkel punt warmer worden dan 50°C boven de omgevingstemperatuur. 5 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTENInstalleer het apparaat overeenkomstig de geldende veili-gheidsnormen. De installatie en de aansluiting van de apparatuur moet worde-nuitgevoerd overeenkomstig de geldende normen. Installeer het apparaat overeenkomstig de norm EN1717 en de nationale geldende reglementen inzake water. 6 UITPAKKENControleer de conditie van de verpakking. Als deze zichtbaar beschadigd is, moet de expediteur worden gevraagd om een inspectie van de goederen.  Verwijder de verpakking Verwijder de folie die de buitenpanelen beschermt.

Verwijder de eventueel achtergebleven lijm met een geschikt oplosmid-del. 7 PLAATSING De afmetingen van het ruimtebeslag van het apparaat en de positie van de aansluitingen worden aangegeven in het in-stallatieschema aan het begin van deze handleiding.  Het apparaat kan afzonderlijk of in combinatie met andere apparaten van dezelfde serie worden geïnstalleerd.  Het apparaat is niet geschikt voor inbouw.  Plaats het apparaat op minstens 10 cm van de wanden eromheen. Deze afstand mag kleiner zijn als de wanden onbrandbaar of thermisch geïsoleerd zijn. 7. 1 MONTAGE VAN HET APPARAAT OP EEN BASISVolg de instructies die worden gegeven bij het gebruikte type ondersteuning. 7. 2 VERBINDING VAN APPARATEN Zet de apparaten tegen elkaar en zet hen waterpas zodat de werkbladen op elkaar aansluiten.

Het “Type” wordt vermeld op het typeplaatje van het apparaat. 8. 1 APPARATUUR TYPE "A1" Plaats apparatuur van het type “A1” onder een afzuigkap, om te verzekeren dat rook en dampen die tijdens de voedselbe-reiding ontstaan worden afgevoerd. 8. 2 APPARATUUR TYPE "B21" Plaats apparatuur van het type "B21" onder een afzuigkap. 8. 3 APPARATUUR TYPE "B11" Monteer boven apparatuur van het type “B11” een geschikt rookkanaal, dat kan worden besteld bij de fabrikant van de apparatuur. Volg de bij het rookkanaal geleverde montage-instructies op.  Verbind een buis met een diameter van 150/155 mm, be-stand tegen een temperatuur van 300°C, met het rookkanaal.  Leid deze naar buiten of naar een schoorsteen waarvan u zeker weet dat hij goed functioneert. De buis mag niet langer zijn dan 3 meter.

9 VERBINDINGENDe positie en de afmeting van de aansluitingen worden vermeld in het installatieschema aan het begin van deze handleiding. 9. 1 VERBINDING MET HET ELEKTRICITEITSNETControleer of het apparaat geschikt is om te werken met de spanning en de frequentie waarmee het zal worden gevoed. Controleer dit aan de hand van de gegevens van het type-plaatje van het apparaat.

59 Installeer vóór het apparaat, op een gemakkelijk toegankelij-ke plaats, een meerpolige schakelaar met een geschikt ver-mogen, met een opening tussen de contacten van minstens 3 mm en een uiterst gevoelige beveiliging. De maximale lekstroom van het apparaat bedraagt 1 mA/kW.  Gebruik een buigzame voedingskabel met rubberen isolatie, met eigenschappen van minstens het type H05 RN-F.  Sluit de voedingskabel aan op het klemmenbord, zoals aan-gegeven in het schakelschema dat bij het apparaat geleverd is.  Zet de voedingskabel vast met de kabelklem.  Bescherm de voedingskabel buiten het apparaat met een buis van metaal of hard plastic. 9. 2 AARDING EN EQUIPOTENTIAALVERBINDINGVerbind elektrische apparaten met een deugdelijke aardingslei-ding. Sluit de aardgeleider aan op de klem met het symbo-ol dat naast het ingangsklemmenbord van de lijn zit.

Verbind de metalen structuur van het elektrische apparaat met een equipotentiaal knooppunt. Sluit de geleider aan op de klem met het symbool die op de buitenkant van de bodem zit. 9. 3 VERBINDING MET DE WATERLEIDINGVoed het apparaat met drinkwater. De voedingsdruk van het water moet tussen 150 kPa en 300 kPa liggen. Gebruik een drukverlager als de voedingsdruk hoger is dan de aangegeven maximumdruk.  Installeer bovenstrooms van het apparaat, op een gemakke-OLMN WH EHUHLNHQ SODDWV HHQ PHFKDQLVFK ¿OWHU HQ HHQ DIVOX-itkraan.  Tap eventuele ijzerdeeltjes af uit de aansluitleidingen alvo-UHQVKHW¿OWHUHQKHWDSSDUDDWWHYHUELQGHQ Maak de niet verbonden aansluitpunten dicht met een goed sluitende dop.  Controleer na de aansluiting of er geen lekken zijn op de ver-bindingspunten. 9.

De onderkant van het apparaat mag niet worden geraakt door de damp die veroorzaakt wordt door de afvoer van heet water. 10 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GASIn de tabel T1 worden, per land van bestemming, weergege-ven: de gastypes die kunnen worden gebruikt om het apparaat te laten werken.  de inspuiters en de instellingen voor elk gastype dat kan wor-den gebruikt. Bij de inspuiters is het getal dat wordt vermeld in de tabel T1 in het lichaam van de inspuiter zelf gestanst. Om het apparaat aan te passen aan het type gas waarmee het zal worden gevoed, moeten de aanwijzingen van de tabel T1 worden opgevolgd en moeten de volgende handelingen wor-den verricht: De inspuiter van de hoofdbrander (UM) vervangen.  De beluchter van de hoofdbrander op de afstand A plaatsen.  De inspuiter van de waakvlambrander (UP) vervangen.  De lucht van de waakvlambrander regelen (indien nodig).

 De minimum-inspuiter van de gaskraan (Um) vervangen.  Breng de sticker van het nieuwe gastype aan op het apparaat. De inspuiters en stickers worden bij het apparaat geleverd. 10. 1 GASKOOKPLAAT10. 1. 1 VERVANGING VAN DE INSPUITER VAN DE HO-OFDBRANDER Demonteer het bedieningspaneel.  Draai de moer van de leiding en de schroef V die de inspui-terhouder blokkeert los.  Demonteer de inspuiter UM en vervang hem door de inspui-ter die wordt aangegeven in tabel T1.  Draai de inspuiter UM helemaal vast.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 10. 1. 2 VERVANGING VAN DE MINIMUMSTELSCHROEF Demonteer het bedieningspaneel.  Demonteer de inspuiter Um en vervang hem door de inspui-ter die wordt aangegeven in tabel T1.  Draai de inspuiter Um helemaal vast.  Monteer alle onderdelen weer.

3 VERVANGING VAN DE INSPUITER VAN DE WAAKVLAMBRANDER Demonteer het bedieningspaneel.  Schroef het verbindingsstuk R los.  Demonteer de inspuiter UP en vervang hem door de inspuiter die wordt aangegeven in de tabel T1.  Schroef het verbindingsstuk R helemaal vast. Monteer alle andere onderdelen weer.  Doe dit door de werkzaamheden voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 10. 2 GASOVEN10. 2. 1 VERVANGING VAN DE INSPUITER VAN DE HO-OFDBRANDER EN REGELING VAN DE PRIMAIRE LUCHT.  Verwijder de ovenbodem.  Draai de schroef V los.  Demonteer de inspuiter UM en vervang hem door de inspui-ter die wordt aangegeven in tabel T1.  Draai de inspuiter UM helemaal vast.  Haal de bevestigingsschroef V los en stel de regelbus van de lucht in op de afstand A die wordt aangegeven in de tabel T1.  Draai de schroef V weer helemaal vast. 10. 2.

2 VERVANGING VAN DE MINIMUMSTELSCHROEF Demonteer het bedieningspaneel.  Demonteer de inspuiter Um en vervang hem door de inspui-ter die wordt aangegeven in tabel T1.  Draai de inspuiter Um helemaal vast.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 11 INBEDRIJFSTELLINGZie het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD". INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIKAANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKERDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

60 Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.  Bewaar deze handleiding op een veilige, bekende plaats, om haar altijd te kunnen raadplegen zolang het apparaat mee-gaat.  De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door JHNZDOL¿FHHUG SHUVRQHHO GDW KLHUWRH JHDXWRULVHHUG LV GRRUde fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.  Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabri-kant erkende technische centra, en sta op het gebruik van originele vervangingsonderdelen.  Laat minstens tweemaal per jaar onderhoud plegen op het apparaat. Geadviseerd wordt om een onderhoudscontract af te sluiten.

 Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en moet worden bediend door opgeleide personen.  Het apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander gebruik is oneigenlijk.  Laat het apparaat niet gedurende lange periodes leeg werken. Voor het gebruik moet het apparaat worden voor-verwarmd.  Houd het apparaat tijdens de werking in het oog.  In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de ho-ofdschakelaar van de elektrische voeding, die bovenstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld.  Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING".  Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het appa-raat. BRANDGEVAAR.

 Dit toestel is niet voorgenomen voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysieke, sen-sorische of geestelijke mogelijkheden, of onervarenheid en kennis, tenzij zij supervisie of instructie betreffende gebruik van het toestel door een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid zijn gegeven.  Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.  Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.  Doe geen water in de bak wanneer deze leeg en warm is, want hierdoor zouden de branders kunnen doven. 12 GEBRUIK VAN DE GASKOOKPLAATAANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK Het apparaat is bestemd voor de bereiding van voedsel in pannen en koekenpannen.  De waakvlambranders moeten met de hand worden ontsto-ken.  Controleer of de vlamverdelers van de branders goed in hun zitting zijn geplaatst.  Op de brander van 3.

5 kW moeten pannen worden gebruikt met een doorsnede van minimaal 150 mm en maximaal 300 mm.  Op de brander van 5. 5 kW moeten pannen worden gebruikt met een doorsnede van minimaal 150 mm en maximaal 350 mm. ONTSTEKEN EN UITZETTEN VAN DE BRANDERSDe bedieningsknop van de gaskraan kan in de volgende stan-den worden gebruikt:UitOntsteking waakvlamKleinste vlamGrootste vlamOntsteking waakvlamDruk de knop in en draai hem in de stand " ".  Duw de knop helemaal in en ontsteek de waakvlam door er een vlam bij te houden Houd de knop ongeveer 20 seconden ingedrukt en laat hem daarna los. Als de waakvlam uitgaat, moet de handeling wor-den herhaald. Ontsteking van de hoofdbranderDraai de knop van de stand " " in de stand " ". Draai de knop vervolgens, al naargelang de gewenste berei-ding, in een willekeurige stand tussen " " en " ".

13 GEBRUIK VAN DE GASOVENAANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK Het apparaat is bestemd voor de bereiding van voedsel dat op de meegeleverde roosters wordt gezet Laat de ovendeur tijdens het gebruik niet open of op een kier.  De piëzo-ontsteker heeft 1 batterij van het type AA/AM3/LR6. (niet bijgeleverd). ONTSTEKEN EN UITZETTEN VAN DE BRANDERSDe bedieningsknop van de gaskraan kan in de volgende stan-den worden gebruikt:0 Uit140 Laagste temperatuur280 Hoogste temperatuurOntsteking van de hoofdbrander Druk de knop van de gaskraan in en draai hem op een wil-lekeurige temperatuur.  Druk de knop helemaal in om de piëzo-elektrische ontsteker te activeren en de waakvlambrander te ontsteken.  Houd de knop ongeveer 20 seconden ingedrukt en laat hem dan los. Als de brander uitgaat, moet de handeling worden herhaald.  De brander is te zien door de kijkopening in de ovenbodem.

6114 GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE KOOKPLAATAANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK Het apparaat is bestemd voor de bereiding van voedsel in pannen en koekenpannen.  *HEUXLNSDQQHQPHWHHQYODNNHERGHP*HEUXLNGHVSHFL¿H-ke pan op de Wok.  Laat de platen niet ingeschakeld zonder pan of met een lege pan.  Giet geen koude vloeistoffen op de hete plaat. AAN- EN UITZETTEN VAN DE VERHITTINGDe bedieningsknop van de keuzeschakelaar kan in de volgen-de standen worden gebruikt:0 Uit1 Laagste temperatuur2 ÷5 Tussenliggende temperaturen6 Hoogste temperatuurAanzetten Draai de knop van de keuzeschakelaar in de gewenste ge-bruiksstand.  Het gele controlelampje gaat branden. Uitzetten Draai de knop van de keuzeschakelaar in de stand “ 0 ”.  Het gele controlelampje gaat pas uit als alle platen uitgescha-keld zijn.

15 GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE OVENAANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK Het apparaat is bestemd voor de bereiding van voedsel dat op de meegeleverde roosters wordt gezet Laat de ovendeur tijdens het gebruik niet open of op een kier.  Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt.  Ventilator in de ovenruimte, waardoor voedselontdooid (lucht op kamertemperatuur) ofgekookt kan worden met gedwon-gen convectie(warme lucht); (mod. Geventileerde oven). AAN- EN UITZETTEN VAN DE VERHITTINGDe werking van de elektrische oven wordt bestuurd met twee bedieningsknoppen (om het type verhitting en de bereiding-stemperatuur in te stellen). Een geel controlelampje signaleert dat de verwarmingselementen in werking zijn.

De bedieningsknop van de keuzeschakelaar kan in de volgen-de standen worden gebruikt:0 UitVerhitting bovenste element (gril) ingeschakeldVerhitting onderste element ingeschakeldVerhitting onderste + bovenste element ingeschakeldDe bedieningsknop van de thermostaat kan in de volgende standen worden gebruikt:0 Uit110 Laagste temperatuur280 Hoogste temperatuurAanzetten Draai de knop van de keuzeschakelaar in de gewenste ge-bruiksstand.  Draai de thermostaatknop op de stand van de gewenste be-reidingstemperatuur.  Het gele controlelampje gaat branden.  Als het gele controlelampje uitgaat, is de ingestelde tempe-ratuur bereikt. Uitzetten Draai de thermostaatknop in de stand “ 0 ”.  Draai de knop van de keuzeschakelaar in de stand “ 0 ”.

16 PERIODES WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKTDoe het volgende als het apparaat een tijd niet zal worden ge-bruikt: Maak het apparaat grondig schoon.  Wrijf alle roestvrij stalen oppervlakken in met een doek met vaselineolie, zodat er een beschermend laagje wordt aange-bracht.  Laat de deksels open staan.  Draai kranen dicht en zet hoofdschakelaars uit die vóór het apparaat zijn geplaatst. Doe het volgende als het apparaat lange tijd niet is gebruikt: Controleer het apparaat, alvorens het weer te gebruiken.  Laat elektrische apparaten gedurende minstens 60 minuten functioneren op de laagste temperatuur. Start ventilatie (Mod. Geventileerde oven)De schakelaar kan in de volgende standen worden gebruikt:1 Aan0 UitAanzetten Duw de schakelaar in de stand 1.  De schakelaar gaat aan. Uitzetten Duw de schakelaar in de stand 0.  De schakelaar gaat uit.

INSTRUCTIES VOOR DE REINIGINGAANWIJZINGEN VOOR DE REINIGINGDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.

 Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit, indien aanwezig, alvorens welke handeling dan ook te gaan ver-richten.  Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon.  Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-al per jaar schoonmaken door een geautoriseerd technicus.  Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk.  Gebruik geen bijtende producten om de vloer onder het ap-paraat schoon te maken.

62GESATINEERDE OPPERVLAKKEN VAN ROESTVRIJ STA-AL Maak de oppervlakken schoon met een doek of spons en water en gewone, niet-schurende reinigingsmiddelen. Wrijf de doek in de richting van de satinering. Spoel de doek vaak uit, en maak het apparaat vervolgens goed droog.  Gebruik geen schuursponzen of andere voorwerpen van ijzer.  Gebruik geen chemische producten die chloor bevatten.  Gebruik geen scherpe voorwerpen, die de oppervlakken kun-nen krassen of beschadigen. ELEKTRISCHE PLATEN Maak de oppervlakken schoon met een vochtige doek.  Schakel de plaat enkele minuten in om hem snel te laten dro-gen.  Wrijf de oppervlakken in met een dun laagje voedingsolie. Reiniging van de rotor van de oven (Geventileerde oven) Maak de rotor regelmatig schoon.

Wanneer er zich teveel vet op de bladen afzet,wordt de motor oververhit en de warmte slechtverdeeld, waardoor het voedsel niet gelijkmatiggaar word. INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUDAANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEURDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.  Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.  De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door JHNZDOL¿FHHUG SHUVRQHHO GDW KLHUWRH JHDXWRULVHHUG LV GRRUde fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.  Stel het model van het apparaat vast.

Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat.  Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie.  Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.

 Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. 17 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GASZie het hoofdstuk “Instructies voor het onderhoud". 18 INBEDRIJFSTELLINGNa de installatie, aanpassing aan een ander gastype of on-derhoudswerkzaamheden moet de werking van het apparaat worden gecontroleerd. In het geval van storingen moet de para-graaf “Oplossen van storingen”, verderop in deze handleiding, worden geraadpleegd. 18. 1 GASAPPARATENStel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-ofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK”, en controleer het volgende: de voedingsdruk van het gas (zie de volgende paragraaf).  de ontsteking van de branders en de goede werking van het dampafvoersysteem. 18. 1. 1 CONTROLE VAN DE VOEDINGSDRUK VAN HET GAS Gebruik een manometer met een resolutie van minstens 0,1 mbar.

 Demonteer het bedieningspaneel.  Verwijder de afdichtingsschroef van de drukaansluiting PP en verbind de manometer.  Voer de meting uit terwijl het apparaat in werking is. LET OP. Als de voedingsdruk van het gas niet binnen de limie-ten ligt (Min. - Max. ) die worden aangegeven in de tabel T2, moet de werking van het apparaat worden gestopt en moet u contact opnemen met het gasbedrijf.  Maak de manometer los en draai de afdichtingsschroef weer helemaal in de drukaansluiting. 18. 2 ELEKTRISCHE APPARATENStel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-ofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK”, en controleer het volgende: de stroomwaarden van elke fase.  de inschakeling van de verwarmingselementen. 19 OPLOSSEN VAN STORINGEN19.

De waakvlambrander blijft niet branden of gaat uit tijdens het gebruikMogelijke oorzaken: De voedingsdruk van het gas is onvoldoende.  De gaskraan of de gasklep is defect.  Het thermokoppel is defect of onvoldoende verhit.  Het thermokoppel is niet goed verbonden met de kraan of de gasklep.  De knop van de kraan of de gasklep wordt onvoldoende in-gedrukt. De hoofdbrander ontsteekt niet (ook al brandt de waakvlam)Mogelijke oorzaken: De voedingsdruk van het gas is onvoldoende.  De leiding of de inspuiter is verstopt.  De gaskraan of de gasklep is defect.  De brander is defect (uitgangsopeningen van het gas ver-stopt). 19. 2 GASOVENDe hoofdbrander ontsteekt nietMogelijke oorzaken: De voedingsdruk van het gas is onvoldoende.  De leiding of de inspuiter is verstopt.  Het thermokoppel is defect of onvoldoende verhit.

63 De gaskraan is defect.  De brander is defect (uitgangsopeningen van het gas ver-stopt).  Lege batterij van de piëzo-ontstekerDe verwarming kan niet worden geregeldMogelijke oorzaken: De gaskraan is defect. 19. 3 ELEKTRISCHE KOOKPLAATDe plaat wordt niet warm. Mogelijke oorzaken: De plaat is defect. 19. 4 ELEKTRISCHE OVENHet apparaat wordt niet warm. Mogelijke oorzaken: De regelthermostaat van de temperatuur is defect.  De verwarmingselementen zijn defect.  De veiligheidsthermostaat is geactiveerd.  De van de rotor is defect. ( mod. geventileerde oven). De verwarming kan niet worden geregeldMogelijke oorzaken: De regelthermostaat van de temperatuur is defect. 20 VERVANGING VAN ONDERDELENAANWIJZINGEN VOOR DE VERVANGING VAN ONDER-DELEN.  Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit, indien aanwezig, alvorens welke handeling dan ook te gaan ver-richten.

 Controleer telkens wanneer er een onderdeel van het gascir-cuit vervangen is of er geen lekken zijn op de verbindingspun-ten met het circuit zelf.  Controleer na de vervanging van een onderdeel van het elektrische circuit of de verbinding met de bedrading in orde is. 20. 1 GASKOOKPLAATVervanging van de gaskraan Demonteer het bedieningspaneel.  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de waakvlambrander en van het ther-mokoppel.  Demonteer het bedieningspaneel.  Verwijder de pannenroosters en de branders Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 20. 2 GASOVENVervanging van de gaskraan en van de piëzo-ontsteker.  Demonteer het bedieningspaneel.

 Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de brander en van het thermokoppel  Demonteer het bedieningspaneel aan de bovenzijde.  Verwijder de ovenbodem.  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de deurafdichting.  Maak hen los (ze zijn aan vastgeduwd aan de uiteinden).  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. VERVANGING/INSTALLATIE VAN DE BATTERIJ VAN DE PIËZO-ONTSTEKER Schroef de aan-uit-schakelaar op de bovenkant van de ont-steker los.  Plaats de batterij met de polen in de juiste richting (let op de tekens).  Schroef de schakelaar weer vast.

Let op Het is aanbevolen om de batterij minstens eenmaal per jaar te vervangen om een optimale prestatie van de piëzo-ont-steker te garanderen. 20. 3 ELEKTRISCHE KOOKPLAATVervanging van de keuzeschakelaar en het controlelampje Demonteer het bedieningspaneel.  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de plaat.  Verwijder de bodem van het apparaat.  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 20. 4 ELEKTRISCHE OVENVervanging van het verwarmingselement Werk vanuit de binnenkant van de ovenruimteof vanaf de achterkant van het fornuis. Koppelhet verwarmingselement ORVHQKDDOGHVFKURHYHQRSGHÀHQ]HQORV Demonteer en vervang het onderdeel.

Geventileerde oven) Verwijder de roosters en de interne roosterhouders,haal de bescherming van de rotor weg.  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging de motor van de rotor (mod. Geventileerde oven) Verwijder de bescherming van de rotor weg.  Demonteer het rugpaneel.  Demonteer en vervang het onderdeel.  Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren.

64Vervanging van de thermostaat voor temperatuurregeling, de keuzeschakelaar, het controlelampje en de veiligheids-thermostaat Trek de knop weg. Demonteer het frontpaneel. Maak het onderdeel los van de bedrading. Haal de bol weg uit de steunwinkelhaak in de ovenruimte (thermostaat).Vervanging van de deurafdichting.  Maak hen los (ze zijn aan vastgeduwd aan de uiteinden). Demonteer en vervang het onderdeel. Monteer alle onderdelen weer.

Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren.21 REINIGING VAN DE INWENDIGE DELEN Controleer de conditie van de inwendige delen van het ap-paraat. Verwijder eventuele vuilafzettingen. Controleer het dampafvoersysteem en maak het schoon.22 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN22.1 GASKOOKPLAAT Gaskraan Hoofdbrander Waakvlambrander Thermokoppel22.2 GASOVEN Gaskraan Hoofdbrander Thermokoppel Ontstekingsbougie Piëzo-elektrische ontsteker22.3 ELEKTRISCHE KOOKPLAAT Keuzeschakelaar Controlelampje22.4 ELEKTRISCHE OVEN Keuzeschakelaar Regelthermostaat Veiligheidsthermostaat Verwarmingselement Controlelampje Motor van de rotor (Geventileerde oven) Deurafdichting

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bartscher 1151163 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden