Barco QAWeb Enterprise Agent Handleiding

Barco Niet gecategoriseerd QAWeb Enterprise Agent

Bekijk gratis de handleiding van Barco QAWeb Enterprise Agent (87 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Barco QAWeb Enterprise Agent of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/87
UserGuide-QAWebEnterpriseAgent
Release2.18
K5902156/23
mrt.01,2025

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Barco
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: QAWeb Enterprise Agent

Handleiding Barco QAWeb Enterprise Agent – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Opmerkingen en waarschuwingen 12 Snelstartgids 32. 1 De installatie voorbereiden. 32. 2 Installatie van de agent. 42. 3 De installatie verifiëren. 42. 4 Hoe beeldschermkalibratie verifiëren of manueel starten. 42. 5 Hoe kalibratie- en scherminstellingen wijzigen. 52. 6 Hoe een QA-test verifiëren of manueel starten. 53 Links naar documentatie 74 Systeemvereisten agent 94. 1 Vereisten voor het besturingssysteem. 94. 2 Werkingsmodus van de agent. 94. 3 Netwerkvereisten voor werkstations. 104. 4 Certificaten. 114. 5 Ondersteunde beeldschermen. 114. 6 Ondersteunde externe optische sensoren. 125 Installeren van de QAWeb software-agent 135. 1 Installatieoverzicht. 135. 2 De software voor de installatie van de agent downloaden. 145. 3 De agent installeren met de grafische installatiewizard. 145. 4 Het installeren van de software-agent via de Command-Line. 165.

5 De installatie van de Agent ongedaan maken. 175. 6 De installatie van de Agent ongedaan maken via de command prompt. 175. 7 Stappen na de installatie. 175. 8 De agentinstellingen na de installatie wijzigen. 185. 9 Upgrade en onderhoud. 195. 10 Instructies voor ‘ghosting’. 196 Overzicht van de gebruikersinterface 216. 1 Pictogram in het systeemvak van Windows. 216. 2 Statuspaneel en details van het werkstation. 217 Het statuspaneel gebruiken 237. 1 Huidige QA-status. 247. 2 Uit te voeren taken die tussenkomst van de gebruiker vereisen. 247. 3 Indicatie van het huidige omgevingslicht. 247. 4 Het beeldschermmenu ontgrendelen. 25i.

16.8 Een beveiligingslek / incident rapporteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7816.9 Hoe de versie- en productlabelinformatie opvragen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7816.10 Een papieren versie van deze handleiding ontvangen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7916.11 Disclaimer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7916.12 Handelsmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7916.13 Copyright . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7916.14 Informatie voor Australië . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8016.15 Verklaring van symbolen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

HOOFDSTUK 1Opmerkingen en waarschuwingenDeze handleiding bevat opmerkingen en waarschuwingen.Notitie: Een opmerking omvat belangrijke informatie voor de gebruiker. Dit kan voor de arts zijn die het werksta-tion gebruikt waarop QAWeb Enterprise Agent is geïnstalleerd, of voor de IT’er die de toepassing installeert en/ofonderhoudt. Opmerkingen worden ook gebruikt om een aanbeveling te doen.Waarschuwing: Een waarschuwing omvat belangrijke informatie om de gebruiker te waarschuwen voor eenspecifiek geval dat zou kunnen leiden tot ongewenst gedrag van de toepassing.1

HOOFDSTUK 2Snelstartgids2.1 De installatie voorbereiden• Bepaal de werkingsmodus waarin u de QAWeb Enterprise agent wilt implementeren (zie Werkingsmodus vande agent (pagina 9)).• Voor online modus :– Aan de uitgaande netwerkvereisten voor het werkstation moet worden voldaan (zie Netwerkvereisten voorwerkstations (pagina 10)).– U hebt een geldig aanmeldingsaccount nodig voor de QAWeb Enterprise Portal.

Als u geen account hebt:∗ Als uw organisatie al is geregistreerd in QAWeb Enterprise, vraagt u een bestaand lid van uw QAWebEnterprise organisatie om een gebruikersaccount voor u aan te maken.∗ Als uw organisatie nog niet is geregistreerd in QAWeb Enterprise, dient u een aanmeldingsverzoekin op https://qaweb.healthcare.barco.com.– Documentatie over het gebruik van de Portal is hier beschikbaar: Gebruikershandleiding voor de QAWebEnterprise Portal (https://documentation-qaweb.healthcare.barco.com)– Zoek uw organisatie ID en registratiesleutel.

U hebt deze nodig in het installatieproces (navigeer in dePortal naar Mijn organisatie*in het kopmenu *Administratie)• Het wordt aanbevolen om alle Barco beeldschermen met een USB-kabel aan te sluiten op het werkstation.• Het wordt aanbevolen om de driver voor Barco MXRT grafische controllers bij te werken naar de nieuwstebeschikbare versie.• Zie voor meer details Systeemvereisten agent (pagina 9)3

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2. 182. 2 Installatie van de agent• Voer het uitvoerbare bestand van het installatieprogramma voor de qaweb agent uit. De grafische installa-tiewizard leidt u door het installatieproces. Zie voor meer details Installeren van de QAWeb software-agent(pagina 13)2. 3 De installatie veriërenNa een geslaagde installatie van de agent is het verwachte gedrag het volgende:• Het QAWeb statuspictogram is aanwezig in het systeemvak van de taakbalk van Windows. In eerste instantiegeeft het pictogram aan dat een aantal taken (kalibratie en QA-tests) worden uitgevoerd. Mogelijk zietu grijze of gekleurde patronen onder de I-Guard optische sensor van het beeldscherm of de beeldschermen. Uiteindelijk zouden alle taken moeten worden voltooid. Het pictogram wijzigt om een compliant QA-status aan te geven (zie Overzicht van de gebruikersinterface (pagina 21)).

• De volgende belangrijke standaardinstelling wordt toegepast:– Aan ondersteunde Barco beeldschermen wordt een standaard gebruik toegewezen, dat afhankelijk is vanhet beeldschermmodel (algemene radiologie, mammografie, digitale borsttomografie, nazicht, tandheel-kunde of pathologie). Het gebruik bepaalt welke kalibratie en QA-tests worden toegepast op het beeld-scherm en met welke frequentie deze worden gepland. Aan andere (niet-Barco) beeldschermen wordtstandaard een niet-klinisch gebruik toegewezen. – Dit betekent dat voor deze ondersteunde Barco beeldschermen met een I-Guard sensor automatisch dekalibratie wordt gestart, gevolgd door een of meer QA-tests. – Voor DICOM GSDF kalibratie wordt een standaard omgevingslicht van 35 lux (CT/MR/NM leesruimte)gebruikt om de hoeveelheid gereflecteerd omgevingslicht te berekenen.

– Voor Barco mammografiebeeldschermen vraagt de standaard Barco mammografie-conformiteitstest omeen visuele test te voltooien in het kader van de acceptatietest. – Het beeldschermmenu op het scherm wordt automatisch vergrendeld om te voorkomen dat eindgebruikersinstellingen wijzigen die door de agent zijn toegepast. (zie Het beeldschermmenu ontgrendelen (pagina 25))• Het wordt aanbevolen om het taakbalkgebied van Windows zodanig te configureren dat het QAWeb picto-gram altijd wordt weergegeven om de huidige QA-status altijd zichtbaar te maken voor de gebruiker van hetwerkstation. 2. 4 Hoe beeldschermkalibratie veriëren of manueel starten1. Klik op het QAWeb statuspictogram in de taakbalk van Windows ( ). 2. Klik op het pictogram om het venster voor details van het werkstation te openen. 3. In het venster Taakoverzicht klikt u op de taak Kalibratie. 4.

Voor elk beeldscherm wordt het tijdstempel van de laatste kalibratie aangegeven. 5. Klik op het tijdstempel om de details van de kalibratie te bekijken. 6. Om de kalibratie manueel te starten, klikt u op de knop Taak uitvoeren. 4 Hoofdstuk 2. Snelstartgids.

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.182.5 Hoe kalibratie- en scherminstellingen wijzigenIn de online modus ontvangt de agent de kalibratie- en QA-beleidslijnen zoals deze zijn gedefinieerd in de QAWebEnterprise Portal. De instellingen kunnen niet lokaal worden gewijzigd. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor dePortal voor meer informatie over dit onderwerp.In de stand-alone modus kunnen de kalibratie- en QA-beleidslijnen worden gewijzigd door gebruik te maken van degebruikersinterface van de agent. Zie De beleidseditor gebruiken (pagina 31)2.6 Hoe een QA-test veriëren of manueel starten1. Klik op het QAWeb statuspictogram in de taakbalk van Windows ( ).2. Klik op het pictogram om het venster voor details van het werkstation te openen.3. In het venster Taakoverzicht klikt u op de QA-test.4.

Voor elk beeldscherm worden het tijdstempel en het resultaat van de laatste uitvoering van de QA-test aange-geven.5. Klik op het tijdstempel om de gedetailleerde resultaten van de QA-test te bekijken.6. Om de QA-test manueel te starten, klikt u op de knop Taak uitvoeren.2.5. Hoe kalibratie- en scherminstellingen wijzigen 5

HOOFDSTUK 4Systeemvereisten agent4.1 Vereisten voor het besturingssysteemQAWeb Enterprise-agent wordt ondersteund op de volgende besturingssystemen:• Microsoft Windows 10 64-bit• Microsoft Windows 11 64-bitVoor een correcte weergave van diagnostische beelden op het gekalibreerde beeldscherm, dient u ervoor te zorgendat de nacht-licht functie in Windows 10 wordt uitgeschakeld.Het wordt aanbevolen om regelmatig beveiligingsupdates toe te passen op het werkstation en om een up-to-dateantivirus oplossing te gebruiken.4.2 Werkingsmodus van de agentBij het implementeren van QAWeb Enterprise houdt u rekening met de werkingsmodus die overeenstemt met uwbehoeften.• Online modus : De agent maakt gebruik van een netwerkverbinding om te communiceren met de QAWeb En-terprise online service, wat een gecentraliseerd overzicht en gecentraliseerde configuratie mogelijk maakt.

Ka-libratie en QA-tests worden aangestuurd door beleidslijnen. De resultaten worden opgeslagen in de online ser-vice, die toegankelijk is door de QAWeb Enterprise portal te openen met een ondersteunde webbrowser. Voormeer informatie, zie de Gebruikershandleiding voor het QAWeb Enterprise Portal (https://documentation-qaweb.healthcare.barco.com).• Stand-alone modus : In de stand-alone werkingsmodus maakt de agent geen gebruik van een netwerkverbin-ding. Configuratie, kalibratie en QA-tests zijn beperkt tot het niveau van het werkstation. Gebruik deze modusalleen wanneer er geen netwerkverbinding beschikbaar is.Notitie: De online modus van QAWeb Enterprise omvat de meeste functionaliteiten en voordelen om de diagnosti-sche beeldschermen van Barco te beheren.

De stand-alone modus moet worden gebruikt in scenario’s waarin alleenkalibratie en basis QA-tests zonder een gecentraliseerd overzicht en beheer vereist zijn.9

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.184.3 Netwerkvereisten voor werkstationsBij gebruik van de agent in de online modus vereist het werkstation toegang tot de volgende URL’s, die wordengehost door de Barco QAWeb Enterprise online service:https://qaweb.healthcare.barco.comhttps://qawebapi.healthcare.barco.comhttps://documentation-qaweb.healthcare.barco.comhttps://auth.barco.comhttps://qawebdata.healthcare.barco.comhttps://a3n9amleodurj6-ats.iot.eu-west-1.amazonaws.comVoor netwerken waar HTTP-verkeer alleen is toegestaan via een HTTP-proxyserver, moet u de informatie over deproxyserver verzamelen alvorens de software-agent te installeren. Als de proxyserver gebruikersauthenticatie vereist,raden we aan om één gebruikersnaam/wachtwoord aan te maken dat zal worden gebruikt voor alle installaties vanQAWeb Enterprise software-agents.

Merk op dat de QAWeb-agent moet uitgevoerd worden als een Windows lokalesysteemaccount - de software-agent kan niet uitgevoerd worden als een domeingebruiker en voer ook de proxy-verificatie uit.Als er geen proxyserver wordt gebruikt, maar firewallregels de uitgaande internetcommunicatie beperken, moet dewhitelist worden onderhouden op basis van de werkstation hostnames (en niet met behulp van gegevens van domein-gebruikers, omdat de QAWeb Enterprise-service moet worden uitgevoerd als een Windows lokale systeemaccountzoals hierboven beschreven)10 Hoofdstuk 4. Systeemvereisten agent

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18Notitie: Als de netwerkverbinding wordt onderbroken, blijft de agent de bestaande reeks taken uitvoeren. Taakresul-taten worden tot 30 dagen geregistreerd. De agent blijft proberen om de verbinding te herstellen. Als de verbindingwordt hersteld, worden eerdere taakresultaten gesynchroniseerd met de Portal. (deze functionaliteit is alleen relevantvoor de online modus).4.4 CerticatenQAWeb Enterprise Agent moet de serverhost vertrouwen om een netwerkverbinding tot stand te brengen.QAWeb Enterprise Cloud draait onder AWS. Informatie over de root-autoriteit van AWS is terug te vinden op AmazonTrust Services (https://www.amazontrust.com).Waarschuwing: Alle Agent-verbindingen zullen mislukken als het werkstation 1 of meer hosts van de QAWebEnterprise Portal niet vertrouwt.

Agenten met een bestaande configuratie blijven hun beleid uitvoeren, maar deresultaten worden niet gedeeld met de portal.4.5 Ondersteunde beeldschermenNotitie: Het wordt ten zeerste aanbevolen om alle schermen aan te sluiten op het werkstation met een USB-kabel.Dit verbetert de stabiliteit van de communicatie tussen software-agent en scherm, en verhoogt de uitvoeringssnelheidvan bepaalde operaties.Notitie: Voor de volgende beeldschermen is steeds een USB-verbinding nodig. MDNG-2120, MDNG-3220,MDNC-2221, MDRC-1219, MDRC-2122, MDRC-2221, MDRC-2222, MDRC-2224, MDRC-2321, MDRC-2324.Om de lijst met ondersteunde Barco-beeldschermen te bekijken:• Ga naar de Qaweb Enterprise supportpagina (https://www.barco.com/en/support/qaweb%20enterprise) endownload de technische richtlijn “QAWeb Enterprise ondersteunde Barco-beeldschermen”4.4. Certicaten 11

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18• U kunt dit document ook downloaden via een directe koppeling: https://www.barco.com/en/support/docs/TDE10174Als een verouderd Barco-display niet wordt ondersteund, wordt het behandeld als een display van een derde partij enis communicatie met de interne sensoren niet mogelijk. Voor alle QA-tests is een externe sensor vereist.4.6 Ondersteunde externe optische sensorenDe volgende optische sensoren voor schermmeting en -kalibratie worden ondersteund door QAWeb Enterprise:• Barco LCD-sensor MKII (P/N B4100035)• LXCan sensor (USB)• Raysafe X2Als u de Raysafe X2 wilt gebruiken, moet u .NET Framework 4.5 of hoger installeren en de computer opnieuwopstarten. Er moet vóór de meting ook een nulafstelling worden uitgevoerd.12 Hoofdstuk 4. Systeemvereisten agent

HOOFDSTUK 5Installeren van de QAWeb software-agent5.1 InstallatieoverzichtNotitie: Voordat u de software op een werkstation installeert, raadpleegt u de systeemvereisten. (Zie Systeemvereistenagent (pagina 9)). Houd er bovendien rekening mee dat voor het installeren van de QAWeb-agent beheerprivilegesop het werkstation vereist zijn.De installatie kan op twee manieren worden uitgevoerd:• Met behulp van de grafische installatiewizard.• De opdrachtregelinterface gebruiken. Hiermee kunt u de QAWeb agent installeren op een groot aantal werk-stations door gebruik te maken van tools voor geautomatiseerde software-implementatie.Als er al een oudere versie van de QAWeb Enterprise agent is geïnstalleerd, wordt deze automatisch geüpgraded doorhet installatieproces.

Het is niet vereist om eerst de oudere versie te de-installeren.De installatie van de QAWeb Enterprise agent bestaat uit twee fases: de installatie en de configuratie.• Installatie van de software: de agent wordt geïnstalleerd in het besturingssysteem.• Configuratie van de agent: de instellingen van de agent kunnen worden geconfigureerd.Notitie: Na de installatie is het op elk gewenst moment mogelijk om een andere configuratie toe te passen, zonderdat de software opnieuw moet worden geïnstalleerd. Een agent die in de stand-alone modus is geconfigureerd, kanbijvoorbeeld later worden geconfigureerd om in de online modus te werken.Wanneer de QAWeb agent voor gebruik in de online modus wordt geïnstalleerd, moet u de volgende informatie bijde hand houden:• Via de QAWeb Enterprise Portal haalt u de organisatie ID en de registratiesleutel van uw QAWeb Enter-prise organisatie op.

Deze worden gebruikt om het werkstation bij uw organisatie te registreren tijdens hetinstallatieproces.• Als een HTTP-proxyserver moet worden gebruikt om toegang te krijgen tot de online service, houdt u deconfiguratiedetails bij de hand (hostnaam of adres, poort, gebruiker en wachtwoord voor de server).13

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18Notitie: De installatie van QAWeb Enterprise Agent vereist dat u beschikt over rechten als Beheerder. Het kanworden gedaan door elke gemachtigde gebruiker met voldoende rechten. Het vereist geen specifieke training.5.2 De software voor de installatie van de agent downloadenDe nieuwste versie van de QAWeb agentsoftware kan op de QAWeb Enterprise Portal worden gedownload.1. Meld u aan bij de portal (https://qaweb.healthcare.barco.com).2. Klik op Administratie in het hoofdmenu.3. Klik op Mijn organisatie in het menu aan de zijkant.4.

Klik op de knop Downloaden om het installatiebestand van de QAWeb Enterprise agent te downloaden.De QAWeb agentsoftware kan ook op de ondersteuningspagina van Barco worden gedownload (https://www.barco.com/support/qaweb-enterprise).Dit is handig wanneer u de agent alleen in stand-alone modus gebruikt, omdat u zichniet moet aanmelden voor de QAWeb Enterprise Portal.5.3 De agent installeren met de grasche installatiewizardStart de grafische installatiewizard door qaweb-agent-installer.exe uit te voeren.1. Op de eerste pagina klikt u op de toets Volgende.2. Bevestig de gebruiksrechtovereenkomst (EULA).3. Wacht totdat de software-installatie is voltooid.14 Hoofdstuk 5. Installeren van de QAWeb software-agent

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.184. Houd de optie ‘QAWeb agent configureren’ geselecteerd en klik op de knop Volgende.Voltooi in de tweede fase de configuratiewizard.1. Selecteer de werkingsmodus.2. Configureer de instellingen van de HTTP-proxyserver. Deze stap wordt overgeslagen wanneer de stand-alonemodus werd geselecteerd en zowel ‘controleren op updates’ als ‘geanonimiseerde informatie delen’ werdengedeselecteerd.3. Voer de organisatie ID en registratiesleutel in. Deze stap wordt overgeslagen wanneer de stand-alone moduswerd geselecteerd.4. Bevestig uw instellingen.5.3. De agent installeren met de grasche installatiewizard 15

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2. 185. In de laatste stap worden de instellingen toegepast. 5. 4 Het installeren van de software-agent via de Command-LineVoor installatie via de opdrachtregel zijn de volgende argumenten vereist:qaweb-agent-installer. exe /S /ORG /REGKEY Houd er rekening mee dat alle opties hoofdlettergevoelig zijn. Bovendien kunnen de volgende opdrachtregelparameters worden gebruikt:• ‘’/MODE’’ selecteer de bedrijfsmodus. Opties: ‘’online’’/’’standalone’’/’’localserver’’ (standaard: ‘’online’’). • ‘’/PROXY’’ gebruik een proxyserver voor de verbinding. Opties: no/system/custom (standaard: no). • ‘’/PROXY_NAME’’ hostnaam van de proxyserver. (impliceert /PROXY custom). • /PROXY_PORT poortnummer van de proxyserver (impliceert /PROXY custom). • ‘’/PROXY_USR’’ optionele gebruikersnaam voor proxyverificatie (impliceert ‘’/PROXY custom’’).

• ‘’/PROXY_PWD’’ optioneel wachtwoord voor proxy-authenticatie (impliceert ‘’/PROXY custom’’). • ‘’/WORKSTATION_DETAIL_SHORTCUT’’ om een snelkoppeling naar het bureaublad toe te voegen om hetdetailvenster van het werkstation van de agent te openen (standaard: ‘’nee’’). • ‘’/SERVER’’ om de hostnaam van de lokale server op te geven. (impliceert /MODE localserver). • ‘’/UPDATES’’ maakt periodieke controle op updates mogelijk. Opties: yes/no (standaard: yes). Dit is alleenvan toepassing op stand-alone configuraties. • ‘’/SHARE_DIAGNOSTICS’’ maken het mogelijk om periodiek relevante informatie te delen om ons productte verbeteren. Opties: ‘’yes’’/’’no’’ (standaard: ‘’no’’). Dit is alleen van toepassing op stand-alone configuraties. • /QAWEB1_ACTION specificeer het gedrag wanneer MediCal QAWeb Agent wordt gevonden op het werk-station.

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.185.5 De installatie van de Agent ongedaan makenDe installatie van Agent kan op verschillende manieren worden ongedaan gemaakt:• Via ‘Programma’s toevoegen of verwijderen’ in het ‘Windows Configuratiescherm’: zoek ‘QAWeb EnterpriseAgent’ en verwijder de toepassing.• Via de toepassing ‘Uninstall’ in de installatiemap (standaard C:\Program Files\Barco\QAWeb).Waarschuwing: Als u de QAWeb Enterprise Agent verwijdert, worden alle configuratiegegevens verwijderd.Het gaat onder meer om:• Lokale configuratie• Persoonlijke voorkeuren• Registratie bij de QAWeb Enterprise Portal (indien van toepassing)• Logbestanden5.6 De installatie van de Agent ongedaan maken via de commandpromptOm de agent via de opdrachtregel te de-installeren, gebruikt u de volgende opdracht in de installatiemap (standaard‘C:\Program Files\Barco\QAWeb’):uninstall.exe /S5.7 Stappen na de installatieAls de installatie- en registratieprocedure succesvol is verlopen, verschijnt het pictogram van de QAWeb Enterprise-agent in het systeemvak van Windows.

Het wordt aanbevolen om Windows zo te configureren dat dit pictogramaltijd in het systeemvak wordt weergegeven.Direct na een succesvolle installatie en registratie kan de agent verschillende QA-tests starten en weergave-instellingentoepassen. De agent zal evalueren welke taken moeten worden uitgevoerd op basis van de volgende standaardwaarden:• De schermen die op het werkstation zijn aangesloten krijgen een standaard gebruik (gebaseerd op het Barcoschermtype).• Een standaard omgevingslichtwaarde van 35 lux wordt gebruikt om het gereflecteerde omgevingslicht te be-rekenen tijdens kalibratie en QA-tests.5.5. De installatie van de Agent ongedaan maken 17

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.185.8 De agentinstellingen na de installatie wijzigenEen aantal instellingen kan na registratie worden gewijzigd door gebruik te maken van het uitvoerbare bestand con-figurator.exe, dat zich in de installatiemap (standaard C:\Program Files\Barco\QAWeb) bevindt. Bij het uitvoerenvan deze toepassing wordt de configuratiefase van het installatieprogramma herhaald. Hierdoor kunnen de volgendeinstellingen opnieuw worden toegepast:• schakelen tussen werkingsmodi (bijvoorbeeld: overschakelen van stand-alone modus naar online modus).• de agent opnieuw bij een nieuwe organisatie registreren.• de instellingen van de HTTP-proxyserver wijzigen.• Wijziging van het inlogniveau is beschikbaar om technische problemen te onderzoeken.• Standaard gebruikt de agent de taal van het besturingssysteem.

Als alternatief kan een specifieke taal wordeningesteld.De configurator kan ook via opdrachtregelparameters worden gebruikt:• --mode opties: online/standalone/localserver• --server De hostnaam van de plaatselijke server (impliceert mode localserver)• --updates Controleer regelmatig op updates: yes / no (standaard: yes). Alleen van toe-passing op de modus ‘standalone’.18 Hoofdstuk 5. Installeren van de QAWeb software-agent

9 Upgrade en onderhoudQAWeb Enterprise Agent bevat een functie die de gebruiker waarschuwt wanneer er een nieuwe versie beschikbaaris. Als u op deze melding klikt, wordt de update van de toepassing gestart. Notitie: Barco raadt aan om te updaten naar de nieuwste versie van de Agent, zodra er een update beschikbaaris. Een update kan nieuwe functies, oplossingen voor defecten en oplossingen voor beveiligingsproblemen bevatten. Om adequate ondersteuning te kunnen bieden, vereist Barco Support dat uw installatie up-to-date tot op de nieuwsteversie. 5. 10 Instructies voor ‘ghosting’De term ‘ghosting’ verwijst naar de praktijk van het maken van een image van het gehele besturingssysteem en geïn-stalleerde software, die vervolgens wordt toegepast/hersteld op verschillende werkstations om de eindgebruikers eenbetrouwbare en gecontroleerde omgeving te bieden.

Bij het maken van een image van een werkstation is het belangrijk dat eerst de werkstationspecifieke lokale gege-vens worden verwijderd met de procedure sysprep.

Hierdoor worden de werkstationspecifieke identificatiemiddelenverwijderd die automatisch worden aangemaakt bij het opstarten van de agent. Als de sysprep-procedure wordt weg-gelaten, hebben alle gekloonde werkstations ongeldige identificatiemiddelen en kunnen ze geen juiste verbindingmaken met de online service/server. Ga als volgt te werk om images van werkstations te maken en te distribueren, inclusief de QAweb Enterprise Agent:1. Sluit de Barco QAWeb Agent af (stop de Windows-service). 2. Voer configurator. exe --sysprep uit. 3. Maak de image (zonder de agent opnieuw te starten). 4. Voer op elk gekloond werkstation, na het opstarten, configurator. exe uit (ofwel met behulp van de grafischegebruikersinterface ofwel met behulp van de opdrachtregelargumenten) om de agent op de server te registreren. 5. 9. Upgrade en onderhoud 19.

HOOFDSTUK 6Overzicht van de gebruikersinterface6.1 Pictogram in het systeemvak van WindowsHet pictogram in het systeemvak van het besturingssysteem geeft de huidige QA-status van het werkstation weer.• Compliant : alle toepasselijke QA-tests hebben een compliant QA-status. Er zijn momenteel geen uit tevoeren taken.• In behandeling : er is minstens één uit te voeren taak.• Niet compliant : Minstens één QA-test heeft een Niet compliant QA-status omdat het testen op voldoe-ning aan de testcriteria is mislukt.6.2 Statuspaneel en details van het werkstationDe gebruikersinterface van de QAWeb interface bestaat uit de volgende elementen:• Het statuspaneel van de QAWeb agent toont samengevatte informatie aan de gebruiker van het werkstation.Open het statuspaneel door met de linkermuisknop te klikken op het pictogram van de QAWeb agent in hetsysteemvak van Windows.

Zie Het statuspaneel gebruiken (pagina 23).• Het venster voor details van het werkstation is voornamelijk bedoeld voor gebruikers die meer gedetailleerdeinformatie nodig hebben over kalibratie, QA-tests of systeemconfiguratie. U kunt het vanuit het statuspaneelopenen door te klikken op het pictogram . Zie De details van het werkstation gebruiken (pagina 27).21

HOOFDSTUK 7Het statuspaneel gebruikenHet QAWeb-statuspaneel is toegankelijk door met de linkermuisknop te klikken op het pictogram van de QAWeb-agent in het systeemvak van de Windows-taakbalk.• Geeft de huidige QA-status aan. Zie Huidige QA-status (pagina 24)• Geeft het huidige gemeten omgevingslicht (illuminantie) aan. Zie Indicatie van het huidige omgevingslicht(pagina 24)• Als een huidige taak momenteel wordt uitgevoerd, wordt deze getoond in dit gebied.• Dit gebied toont uit te voeren taken die tussenkomst door een gebruiker vereisen.

Zie Uit te voeren takendie tussenkomst van de gebruiker vereisen (pagina 24)• Klik op om de details van het werkstation te openen.Het onderste gebied van het statuspaneel bevat een aantal toetsen:• Zie Het beeldschermmenu ontgrendelen (pagina 25)• Zie Het serverbeleid vernieuwen (pagina 26)• Zie Testpatronen tonen (pagina 26)• Zie Hoe de versie- en productlabelinformatie opvragen (pagina 78)23

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2. 187. 1 Huidige QA-statusDe gecombineerde status van kalibratie en QA-tests wordt samengevat in één QA-statusindicator. Deze kan de vol-gende waarden hebben:• Compliant : Alle QA-tests hebben een compliant QA-status. Er zijn momenteel geen uit te voeren QA-tests. • In behandeling : Er is minstens één uit te voeren taak. • Niet compliant : Minstens één QA-test heeft een Niet compliant QA-status omdat het testen op voldoe-ning aan de testcriteria is mislukt. • Waarschuwing : Er is een technisch probleem dat moet worden opgelost. 7. 2 Uit te voeren taken die tussenkomst van de gebruiker vereisenDe QAWeb agent voert geautomatiseerde taken automatisch uit op de achtergrond. Sommige taken vereisen echtertussenkomst van de gebruiker.

Typische voorbeelden van taken die tussenkomst van de gebruiker vereisen, zijn takenwaarbij een visueel testpatroon aan te pas komt, of taken waarbij metingen met een externe optische sensor wordengebruikt. Uit te voeren taken die tussenkomst van de gebruiker vereisen, worden vermeld in het statuspaneel. Klik met de linkermuisknop op een uit te voeren taak in het statuspaneel om de uitvoering ervan te starten. Wanneerde taak is voltooid, wordt deze verwijderd uit het statuspaneel tot de volgende keer dat deze moet worden uitgevoerd. Zie Taakoverzicht (pagina 27) voor meer informatie over het weergeven van de details van kalibratie en QA-taken. 7. 3 Indicatie van het huidige omgevingslichtNotitie: Indicatie van het omgevingslicht vereist een Barco beeldscherm met geïntegreerde sensor voor omgevings-licht.

De QAWeb agent meet periodiek het omgevingslicht (er wordt elke minuut een meting uitgevoerd en de laatste 3metingen worden gecombineerd om tijdelijke schommelingen te elimineren). Deze waarde wordt getoond op hetstatuspaneel. Als er meerdere beeldschermen met een ondersteunde sensor aanwezig zijn, wordt het gemiddelde vande metingen tussen meerdere beeldschermen berekend.

Optioneel kan een omgevingslichtbeleid worden geconfigureerd om de eindgebruiker te melden wanneer het omge-vingslicht een configureerbare grens overschrijdt. Wanneer dit omgevingslichtbeleid actief is voor de agent, verschijnter een pop-upvenster op het werkstation wanneer de grens wordt overschreden. Het herinnert de gebruiker eraan om24 Hoofdstuk 7. Het statuspaneel gebruiken.

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18het omgevingslicht te verminderen. De gebruiker heeft de mogelijkheid om deze pop-upwaarschuwingen voor de restvan de dag uit te schakelen (bijvoorbeeld als er voor deze dag geen diagnostische metingen meer worden uitgevoerd).Raadpleeg de gebruikershandleiding voor de QAWeb Enterprise Portal voor meer informatie over de configuratievan omgevingslichtbeleidslijnen.7.4 Het beeldschermmenu ontgrendelenDe QAWeb agent vergrendelt automatisch het beeldschermmenu (OSD-menu, On-Screen-Display-menu) om tevoorkomen dat gebruikers per ongeluk de kalibratie-instellingen wijzigen. Het beeldschermmenu kan tijdelijk wordenontgrendeld, bijvoorbeeld om serviceredenen of om een herstelling van de fabrieksinstellingen uit te voeren.Om het beeldschermmenu te ontgrendelen:1.

Open het paneel door te klikken op het pictogram van de QAWeb agent in het systeemvak van Windows.2. Klik op het pictogram .3. Klik op de toets ‘Ontgrendelen’ om te bevestigen.Het beeldschermmenu is nu ontgrendeld voor de duur van één uur of totdat de QAWeb agent opnieuw wordt gestart,waarna het beeldschermmenu automatisch opnieuw is vergrendeld.7.5 Het ontgrendelen van de beeldschermbediening via het sys-teemvak1. Klik met de rechtermuisknop om naar het QAWeb-systeemvakmenu te gaan.2. Klik op het pictogram .Er verschijnt een waarschuwingsscherm: het wijzigen van de beeldscherminstellingen kan een nieuwe kalibratie enQA-tests inhouden.7.4. Het beeldschermmenu ontgrendelen 25

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18De beschikbare beeldschermen worden gedetecteerd. Schermen die via USB zijn aangesloten, kunnen worden ver-grendeld en ontgrendeld. U kunt handmatig vergrendelen en sluiten. Als u niet handmatig vergrendelt en sluit, ver-grendelt het systeem zichzelf binnen 1 uur.7.6 Het serverbeleid vernieuwenWanneer de agent wordt gebruikt in de online modus, worden de kalibratie en het QA-beleid geconfigureerd doorgebruik te maken van de QAWeb Enterprise Web Portal. Wanneer er wijzigingen in een beleid worden aangebrachtdoor gebruik te maken van de portol, kan het tot één uur duren voordat de agent deze wijzigingen overneemt.

Aange-zien deze vertraging onhandig kan zijn tijdens tests of probleemoplossing, kan het opnieuw laden van de beleidslijnenworden geforceerd door te klikken op het pictogram .7.7 Testpatronen tonenTestpatronen kunnen worden gebruikt om de beeldschermeigenschappen te evalueren. Dat kan via visuele inspectieof door gebruik te maken van een externe luminantiesensor.Na het klikken op het pictogram verschijnt er een venster met de beschikbare testpatronen. Selecteer het patroondat moet worden getoond. Testpatronen worden op alle beeldschermen tegelijk weergegeven.De agent ondersteunt weergave van deze testpatronen:• Kleurverloop• TG18 MM1• TG18 MM2• TG18 CH• TG18 KN• JRS Chest• JIRA Chest-QC• Steady Color• TG18 MP• TG18 OIQ• TG18 LN12 1, …, 18• TG18 LPH10, 50, 89• TG18 LPV10, 50• TG18 UN10, 80• TG270 SQC• TG270 PQC26 Hoofdstuk 7. Het statuspaneel gebruiken

HOOFDSTUK 8De details van het werkstation gebruiken8.1 De Portal openenDit kenmerk is niet beschikbaar in de stand-alone modus.Klik op het pictogram (Openen in Portal) om de pagina voor de details van het werkstation in de QAWebEnterprise Portal te openen door gebruik te maken van de standaard internetbrowsertoepassing (vereist authenticatievan de Portal gebruiker).8.2 TaakoverzichtHet venster Taakoverzicht geeft aan welke kalibratietaken en QA-tests van toepassing zijn op het werkstation. Ditwordt bepaald door het van toepassing zijnde kalibratiebeleid, het van toepassing zijnde QA-beleid en het geconfi-gureerde gebruik van de op het werkstation aangesloten beeldschermen.27

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18Klik op het pictogram om meer informatie van elke taak te tonen.8.2.1 Een kalibratie of QA-test manueel starten1. Breid de details van de taak uit.2. Klik op de toets Taak uitvoeren.8.2.2 Om de resultaten van de laatste kalibratie of QA-test te bekijken1. Breid de details van de taak uit.2. Klik op het tijdstempel om de details van de kalibratie of QA-test te bekijken.Gebruik het QAWeb Enterprise Web Portal om de geschiedenis van vorige resultaten te bekijken. Dit kenmerk is nietbeschikbaar in de stand-alone modus.8.3 ComponentenHet venster componenten toont welke beeldschermen momenteel zijn aangesloten op het werkstation.

Voor elkbeeldscherm wordt het geconfigureerde gebruik aangegeven.Om te verifiëren op welke fysieke locatie de beeldschermen zijn gepositioneerd, klikt u op de toets Identificeren.Op elk beeldscherm wordt tijdelijk een indicatie van het beeldschermnummer getoond.28 Hoofdstuk 8. De details van het werkstation gebruiken

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.188.3.1 Het gebruik van een scherm wijzigenDe wijziging van het gebruik van een beeldscherm is alleen mogelijk in de stand-alone modus (in de online moduswordt het gebruik in het Portal gecontroleerd).Om het gebruik van een beeldscherm te wijzigen (alleen stand-alone modus), gebruikt u het vervolgkeuzemenu datbij elk beeldscherm hoort.8.3.2 De omgevingslichtomstandigheden wijzigenDe agent kan worden geconfigureerd om een bepaald niveau van omgevingslicht (omgevingsverlichting, symbool E,eenheid lx) in een leesruimte aan te nemen.

Tijdens kalibratie- en QA-tests wordt het gereflecteerde omgevingslicht(Lamb) berekend door de geconfigureerde omgevingsverlichting (E) te vermenigvuldigen met de verspreide reflectie-coëfficiënt van het beeldscherm (Rd) (Lamb= E * Rd).De standaardinstelling voor het omgevingslicht is 35 lux.Na de wijziging van de instelling voor het omgevingslicht moet een nieuwe kalibratie worden uitgevoerd.8.4 BeleidZie De beleidseditor gebruiken (pagina 31)8.4. Beleid 29

HOOFDSTUK 9De beleidseditor gebruikenDeze beleidseditor voor de agent is alleen beschikbaar in de stand-alone modus.9.1 Instellingen per ‘gebruik’Om goed te begrijpen hoe een beleidslijn wordt toegepast op de individuele beeldschermen, is het nodig om hetconcept van het gebruik van een beeldscherm te begrijpen.Het gebruik van een beeldscherm biedt een praktische manier om te bepalen welke kalibratie-instellingen en QA-testsmoeten worden toegepast op een of meer beeldschermen, ongeacht het model van deze beeldschermen.

Het gebruikvan een beeldscherm kan worden ingesteld op een van de volgende waarden:• Nazicht• Algemene radiologie• Mammografie• Borst Tomosynthese• Niet-klinisch (met dit gebruik kunnen geen QA-tests worden geassocieerd)• PathologieWanneer een nieuw beeldscherm aan het werkstation wordt toegevoegd, wordt automatisch een standaardgebruiktoegewezen op basis van het model van het beeldscherm. Aan niet-Barco beeldschermen wordt standaard altijd ‘niet-klinisch’ toegewezen. Om het gebruik van een beeldscherm te wijzigen, opent u het venster Componenten (zie Com-ponenten (pagina 28)).De kalibratie-instellingen en QA-testinstellingen worden per gebruik geconfigureerd (deze instellingen worden nietgeconfigureerd per individueel aangesloten beeldscherm).

Wanneer er dus meerdere beeldschermen met hetzelfdegeconfigureerde gebruik aanwezig zijn, probeert de agent om ze te kalibreren naar hetzelfde luminescentiedoel endezelfde geconfigureerde QA-tests toe te passen.In de beleidseditor voor de agent wordt één horizontaal tabblad weergegeven voor elk beschikbaar gebruik. Op elktabblad kunnen de kalibratie-instellingen en QA-testinstellingen worden geconfigureerd. Het instellingentabblad vooreen specifiek gebruik is alleen beschikbaar wanneer er minstens één beeldscherm is aangesloten waarvoor dat speci-fieke gebruik is geconfigureerd.31

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.18In de stand-alone modus kunnen de volgende taken worden geconfigureerd:• Kalibratie• DICOM luminantie-responstest• SteadyColor-responstest• sRGB luminantierespons-test• sRGB-kleurruimtetestVoor elk gebruik wordt een Barco standaardconfiguratie toegepastNotitie: Het is verplicht om kalibratie-instellingen te definiëren (behalve voor het gebruik niet-klinisch). QA-testszijn optioneel.9.2 PlanningsinstellingenElke taak heeft een planningsinstelling, die de uitvoeringsfrequentie voor de taak bepaalt.• Dagelijks: Elke dag• Wekelijks: Elke maandag• Tweewekelijks: Elke 1ste en 15de van de maand• Maandelijks: Elke eerste dag van de maand• Per kwartaal: Elke eerste dag van elk kwartaal• Halfjaarlijks: Elke eerste dag van elk semester• Jaarlijks: Elke 1ste januari32 Hoofdstuk 9. De beleidseditor gebruiken

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2.189.3 Standaard beleidHet standaard beleid is gebaseerd op ACR-aanbevelingen en de aanbevelingen van onze fabrikant.Kalibratie• Gebruik: nazicht, tandheelkunde– Planning: jaarlijks– Methode: standaard– Zwart punt luminantie: volgens de aanbeveling van het beeldscherm– Wit punt luminantie: volgens de aanbeveling van het beeldscherm– Gamut: native weergeven– Luminantieresponsfunctie: DICOM-GSDF– SteadyColor: standaard• Gebruik: radiologie, mammografie, borsttomosynthese– Planning: halfjaarlijks– Methode: standaard– Zwart punt luminantie: volgens de aanbeveling van het beeldscherm– Wit punt luminantie: volgens de aanbeveling van het beeldscherm– Gamut: native weergeven– Luminantieresponsfunctie: DICOM-GSDF– SteadyColor: standaard• Gebruik: pathologie– Planning: halfjaarlijks– Methode: standaard– Zwart punt luminantie: volgens de aanbeveling van het beeldscherm– Wit punt luminantie: volgens de aanbeveling van het beeldscherm– Gamut: sRGB– Luminantieresponsfunctie: sRGB– SteadyColor: uitLuminantieresponstest• Gebruik: nazicht, radiologie– Planning: per kwartaal– Fouttolerantie:

HOOFDSTUK 10Taken en werking10.1 KalibratieTijdens de kalibratie van het beeldscherm worden de luminantie- en kleurkenmerken van het beeldscherm uitgelijnd opde dichtstbijzijnde overeenkomst, zoals gespecificeerd in het beleid. Wanneer een beeldscherm niet aan het gewenstebeleid kan voldoen, wordt een doel gebruikt dat het meest overeenstemt. De kalibratietaak zal niet mislukken.Kalibratie-instellingen:Gamut :35

User Guide - QAWeb Enterprise Agent, Release 2. 18• Native : Het kleurengamma gebruiken zoals dat native beschikbaar is voor het beeldscherm. (standaard)• sRGB : Pas het vooraf gedefinieerde sRGB-kleurengamma toe. Luminantieresponsfunctie :• DICOM GSDF : De Greyscale Standard Display Function toepassen, zoals gedefinieerd in DICOM deel 14,met als doel om perceptuele lineariteit te realiseren. (standaard)• sRGB : Pas een sRGB luminantieresponsfunctie toe• Gamma 1. 8/2. 0/2. 2/2. 4 : Pas een gammatized luminantieresponsfunctie toe• Custom : Pas een arbitraire luminantieresponsfunctie toe. De bestandsindeling (*. gam-bestanden) van de aangepaste luminantieresponsfunctie moet overeenstemmen met on-derstaande syntaxis. De eerste kolom beschrijft de luminantiecomponent. De tweede en derde component beschrijvende kleurcomponent, die worden genegeerd door de toepassing. 0 0 00. 000434138 0.

Zwart punt luminantie :• Voorgeprogrammeerd /** Aanbevolen** : Een Barco gedefinieerde standaard voor het specifieke type beeld-scherm die de native zwarte punt van het beeldschermpaneel gebruikt.

(standaard: aanbevolen)• cd/m² : Hiermee kunt u kiezen voor een aangepaste black luminance-waarde tussen 0,01 en 10 cd/m²Wit punt chromaticiteit :• Voorgeprogrammeerd :– Aanbevolen : Een Barco gedefinieerde standaard voor het specifieke beeldschermmodel. (standaard)– Bluebase : Simuleert de bluebasefilmkleurtemperatuur. – Clearbase : Simuleert de clearbasefilmkleurtemperatuur. – D65 / D75 : Correspondeert bij benadering een kleurtemperatuur van 6500 of 7500 Kelvin. – Native white : De native, niet-gewijzigde kleurtemperatuur van het LCD-paneel. • Kelvin : Hiermee kunt u kiezen voor een aangepaste wit punt chromaticiteitswaarde tussen 4000 en 10000 K. • xy : Hiermee kunt u kiezen voor een aangepaste wit punt chromaticiteitswaarde gedefinieerd in xy-coördinaten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Barco QAWeb Enterprise Agent stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden