Alde Compact 3020 HE - rev 1442 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Alde Compact 3020 HE - rev 1442 (18 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarming. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 73 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Alde Compact 3020 HE - rev 1442 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Alde |
| Categorie: | Verwarming |
| Model: | Compact 3020 HE - rev 1442 |
Handleiding Alde Compact 3020 HE - rev 1442 – volledige tekst
2Gebruiksaanwijzing 3Controle van het verwarmingssysteem voor gebruik 3De eerste keer dat u het verwarmingssysteem start 3 Starten van de verwarmingsketel 4Ruststand 4Instellingenmenu 4Geactiveerde functies 7Gereedschapsmenu 8Servicemenu 11Foutmeldingen 11Problemen oplossen 12Reset 12Het activeren van geïnstalleerde functies 13Verzorging en onderhoud 14Belangrijke informatie 15Kabelaansluiting tussen verwarmingsketel en bedieningspaneel en montage 16Monteer een Alde Compact 3020 High Efciency samen met Truma Aventa Comfort AC en krijg een compleet automatisch klimaatsysteem (ACC).Het paneel ondersteunt de automatische kli-maatsysteemfunctie al.
3NLLees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door voordat de verwarmingsketel in gebruik wordt genomen. Voor installatie-instructies zie aparte handleiding. Deze handleiding is goedgekeurd voor verwarmingsketel Alde Com-pact 3020 gemonteerd in voertuigen, boten en gebouwen conform CE 0402 nr. SC0653-13 en heeft een E5 markering voor installatie in voertuigen conform R122 en R10. Installatie en reparatie mogen alleen worden uitgevoerd door een specialist. Nationale voorschriften moeten worden opgevolgd. GEBRUIKSAANWIJZING ALDE COMPACT 3020 HIGH EFFICIENCY 1. CONTROLE VAN HET VERWARMINGSSYSTEEM VOOR GEBRUIK. • Controleer het glycolvloeistofniveau in het expansievat. Het niveau moet ca. 1 cm boven de mini-mumlijn liggen bij koud systeem. In nieuwe voertuigen kunnen luchtbubbels voorkomen die verdwijnen als u het systeem begint te gebruiken en dan daalt het vloeistofniveau in het expansievat.
Waarschuwing. De verwarmingsketel mag niet zonder glycolvloeistof starten. Waarschuwing. Meng geen verschillende soorten glycol, dat kan leiden tot het coaguleren van glycolvloeistof. Voor meer informatie over glycolvloeistof, zie paragraaf 12. • Controleer of er geen sneeuw en ijs etc. op de schoorsteen zit omdat de binnenkomende lucht van de verwarmingsketel door de schoorsteen komt bij gebruik van gas. Controleer ook of andere voorwerpen uitlaatgassen en luchttoevoer van de schoorsteen niet belemmeren of storen. Tips. Voor de dakschoorsteen is er een schoorsteenverlenging (art nr 3000 320) die wordt aangeraden bij winterkamperen. Waarschuwing. Let erop dat de schoorsteen niet in een gesloten ruimte terechtkomt, bijv. voor-tent, want dat kan het risico op koolmonoxidevergiftiging met zich meebrengen. • Controleer de luchttoevoer- en afvoeropening.
Het voertuig is vaak uitgerust met luchttoevoer- en afvoerventielen (zie instructie voor het voertuig) die niet geblokkeerd mogen worden, omdat dat de ef-fectiviteit van het verwarmingssysteem vermindert en de luchtkwaliteit in het voertuig verslechtert, wat tot koolmonoxidevergiftiging kan leiden. • Controleer de luchtcirculatie, let erop dat er niet iets is dat de luchtcirculatie belemmert (convectie). Om het principe van door water gedragen warmte zo goed mogelijk te benutten is het belangrijk dat de lucht vrij kan stromen onder bedladen en achter rugkussens en wandkasten. Als het voertuig is uitgerust met vloer-bedekking, moet u erop letten dat de vloerbedekking niet de luchttoevoer naar de convectoren bedekt. Net zo belangrijk is dat kussens en dekens niet afdichten en de luchtcirculatie achter de rugkussens belemmeren. 2. DE EERSTE KEER DAT U HET VERWARMINGSSYSTEEM START.
• Boiler: Spoel de boiler altijd door de eerste keer dat hij wordt gebruikt of als hij langere tijd niet gebruikt is. Vul de boiler daarna met water, zie aparte instructie voor het voertuig. De verwarmingsketel kan ook goed worden gebruikt zonder dat er drinkwater in de boiler zit. NB: Het warme water van de ketel mag niet gebruikt worden als drinkwater of om eten mee te koken. Waarschuwing. Het drinkwater in de boiler moet er altijd uitgehaald worden als het risico bestaat dat het graat vriezen want anders bestaat het risico dat de verwarmingsketel kapotvriest. De garantie dekt geen vorstschade. Om het risico van kapotvriezen te verminderen kan er een vorstbewaker geïnstalleerd worden. NB: Denk eraan dat het water in de boiler heet kan zijn. • Voer de controle volgens punt 1 uit (controle van verwarmingssysteem voor gebruik). • Start de verwarmingsketel volgens paragraaf 3.
• Als het verwarmingssysteem voor de eerste keer start of als er toebehoren geïnstalleerd worden, moet u controleren of de juiste toebehoren aangevinkt zijn in de lijst met geïnstalleerde functies, zie paragraaf 11. • Stel de gewenste gebruiksstand in (gas en/of elektriciteit) en de gewenste binnentemperatuur, zie para-graaf 5:1, 5:3 en 5:4. De gasketel en het verwarmingselementen kunnen gelijktijdig werken.
43. STARTEN VAN DE VERWARMINGSKETEL5. INSTELLINGENMENU Start het instellingenmenu door op de MENU-knop te drukken. De achtergrondverlichting gaat aan en de instelbare functies worden getoond. Het bedieningspaneel schakelt automatisch na 30 seconden over op de ruststand als het scherm niet wordt aangeraakt. 2. Bedieningspaneel in instellingenmenu. 1. Bedieningspaneel in ruststand. 1 kW+22°C22°C6°CFri 18. 303020High Efficiency2. Om de verwarmingsketel te starten, drukt u op de On-/Off-knop en de opstartafbeelding wordt getoond. De verwarmingsketel start met de laatst gekozen instellingen. 1. Het bedieningspaneel en de verwarmingsketel zijn afgezet. 4. RUSTSTANDA. Klok. De klok geeft dag en tijd aan (indien geactiveerd). De klok wordt ingesteld onder paragraaf 7:1 punt 2. B. *Buitentemperatuur. De buitentempe-ratuur wordt getoond. C. Binnentemperatuur. De binnentempe-ratuur wordt getoond. D.
Circulatiepomp. Dit symbool wordt getoond als de pomp in gebruik is. E. Automatische start van de ver-warmingsketel. Dit symbool wordt getoond als de functie geactiveerd is volgens paragraaf 7:1 punt 1. F. Automatisch dagsysteem. Dit symbool wordt getoond als de functie geactiveerd is en de tijd zich binnen de ingestelde tijdsperiode bevindt volgens paragraaf 7:1 punt 5. G. *Gases vol/leeg. Dit symbool wordt getoond als de sensor op DuoControl aangesloten en geactiveerd is volgens paragraaf 7:14 punt 18. Als EisEX geïnstalleerd is, worden de symbolen getoond voor de ingestelde stand samen met het essymbool. H. Automatisch nachtsysteem. Dit symbool wordt getoond als de functie geactiveerd is en de tijd zich binnen de ingestelde tijdsperiode bevindt volgens paragraaf 7:1 punt 4. I. 230 volt. Dit symbool wordt getoond als 230 V is aangesloten op de verwar-mingsketel. J. On-/Off-knop.
Screen ”in het Backlight menu is op Dark gezet, zet de display uit als deze in de ruststand gaat, maar hij gaat weer branden als u op het scherm drukt. Zie instellingen onder paragraaf 7. 1 punt 10. FGHDe functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig. Geactiveerde functies, zie paragraaf 6. Gereedschapsmenu zie, paragraaf 7.
5NL5:1 STEL DE GEWENSTE TEMPERATUUR IN De temperatuur kan worden ingesteld van +5°C tot +30°C met intervallen van 0,5°C. NB: Als het nacht of dag-systeem aan is, zie paragraaf 7:1 punt 4 en 5 kan de temperatuur niet worden ingesteld. De plus- en minte-kens worden dan grijs. 1. De temperatuur die wordt getoond, is de temperatuur die momenteel is ingesteld. 2. Verhoog de temperatuur door te drukken op +. Verlaag de tempera-tuur door te drukken op -. 3. De instellingen zijn klaar en de verwarmingsketel werkt naar de ingestelde temperatuur toe. 5:2 WARM WATER In de verwarmingsketel zit een ingebouwde boiler met een volume van circa 8,5 liter. De verwarmingsketel kan ook goed worden gebruikt zonder dat er drinkwater in de boiler zit.
Er zijn drie verschillende alternatieven voor de instellingen voor hoe de ketel geregeld kan worden voor wat betreft de behoefte aan warm water, geen warm water, normaal gebruik en meer water. 1. Geen warm water. Als u geen behoeft hebt aan warm water, drukt u op - (het symbool wordt leeg). NB: Als het nacht of dagsysteem aan is, zie paragraaf 7:1 punt 4 en 5 en als het warm water is afgesloten, kunnen er geen warmwaterinstellingen worden gedaan. De plus- en mintekens worden dan grijs. 1 kW+22°C+22°C1 kW1 kW+22°CDe functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig. Info. Als er alleen behoefte aan warm water is, bijv. zomertijd als er geen behoefte is aan warm water, hoeven er geen instellingen gedaan te worden, de verwarmingsketel regelt deze functie automatisch. 3. Meer warm water.
Hebt u meer warm water nodig, dan kunt u de watertemperatuur tijdelijk verhogen tot 65°C. Druk op + , zodat het symbool helemaal wordt gevuld (zwart). Als 30 minuten zijn verstreken, keert de verwarmingsketel terug naar normaal gebruik. Als u meer warm water hebt gekozen, stopt de circulatiepomp.
NB: Als de functie 7:1 punt 12 Pomp in gebruik op Cont gezet is, dan wordt de functie continu op pomp buiten werking gezet na 30 minuten met teruggaan daarna naar continu pomp in gebruik. 1 kW+22°C2. Normaal gebruik. Als drinkwater is bijgevuld en er behoefte is aan warm water, druk dan op + (het symbool wordt half gevuld). NB: Is de functie 7:1 punt 12 Pomp in gebruik op Cont gezet, dan kan deze keuze niet worden gemaakt.
65:4 OPWARMING MET GASGa op de volgende manier te werk om de opwarming met gas te activeren. Zowel bij de keuze voor elektriciteit en gas kunnen voorkeuren worden ingesteld, zie paragraaf 7:1 punt 8. 1. Start het gebruik van gas door te drukken op de gasvlam. Het gasvlamsymbool wordt geactiveerd en verandert van kleur in groen. 2. De instelling zijn klaar en de verwarmings-ketel werkt naar de ingestelde temperatuur. 3. Om het gebruik van gas af te sluiten, drukt u op de gasvlam, het symbool wordt blauw. 1 kW+22°C5:5 *COMPLEET AUTOMATISCH KLIMAATSYSTEEM (ACC)Als u een Truma Aventa Comfort geïnstalleerd hebt en het paneel hebt aangesloten, is de knop AC zichtbaar en is het mogelijk om AC vanaf het paneel te besturen. Deze functie maakt het mogelijk om een geheel automatisch klimaat-systeem te krijgen van zowel warmte, kou als warm water. 1 kW+22°C1.
Stel de gewenste temperatuur in, zie paragraaf 5:1. 2. Druk dan op de knop AC, deze wordt groen en de AC-functie is ingeschakeld maar het is niet noodzakelijk dat deze in gebruik is. Als het gas of de elektriciteit is ingeschakeld, werkt AC en de verwarmingsketel zodanig dat de ingestelde temperatuur bereikt wordt onafhankelijk van de behoefte aan warmte en kou in het voertuig. Bij een grote warmtebehoefte wordt ook de AC gebruikt als warmtebron. Er is echter een onderste temperatuurgrens die AC beperkt om warmte te geven. 3. Om de AC-functie af te sluiten, drukt u op de AC-knop, die wordt dan blauw. NB: Denk eraan dat de tempera-tuursensor die gebruikt wordt als het volledige automatische kli-maatsysteem in gebruik is zodanig geplaatst moet worden dat hij evenveel beïnvloed wordt door de warmte van Alde verwarmingssys-teem als de lucht van AC.
Zowel bij de keuze voor elektriciteit en gas kunnen voorkeuren worden ing-esteld, zie paragraaf 7:1 punt 8. De verwarmingsketel gebruikt niet meer vermogen dan nodig zelfs als er 3kW gekozen wordt. 1. Start en ga door de verschillende vermogenstanden (Off, 1kW, 2kW of 3kW) met + of –. De ingest-elde waarde wordt op het scherm getoond. Een geactiveerde stand wordt getoond doordat het plus-teken van kleur verandert in groen. Als *belastingbewaker geïnstal-leerd en ingesteld is, gebruikt de verwarmingsketel niet meer 1 kW+22°Celektriciteit dan hij kan, zelfs als er 3kW gekozen is. 2. De instellingen zijn klaar en de ketel werkt met de ingestelde tem-peratuur (punt 4). 3. Om het gebruik van elektriciteit af te sluiten, gaat u - naar Off. De functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
7NL1 kW+22°C6. GEACTIVEERDE FUNCTIES ADoor op A te drukken (zie guur 1) is het mogelijk om verder te gaan naar de geactiveerde functies (zie guur 2). Deze pagina laat de verschillende functies die geactiveerd zijn zien. Vanaf hier kunt u direct naar de respectievelijke functie gaan die geactiveerd is, en nieuwe instellingen doorvoeren. NB: Het symbool A is alleen zichtbaar als een van de functies die beneden getoond worden geactiveerd en/of geïnstalleerd zijn. Activated FunctionsAHet automatische nachtsysteem is geactiveerd. Toch hoeft deze niet binnen de ingestelde tijd /dag te zijn. Automatische start van de verwarmingsketel is geactiveerd. Toch hoeft deze niet binnen de ingestelde tijd te zijn. Deze functie wordt gebruikt in het geval dat een extern hoofdpaneel bepaalde functies van de verwarmingsketel zou kunnen besturen of als *Alde Smart Control geïnstalleerd is.
Wordt getoond indien een of twee externe ruim-tesensoren zijn aangesloten. Circulatiepomp is continu in gebruik. NB: Deze functie beperkt de toevoer van warm water, met name bij een geringe warmtebehoefte. Het automatische nachtsysteem is geactiveerd. Toch hoeft deze niet binnen de ingestelde tijd /dag te zijn. De verwarmingsketel is ingesteld om gestart te worden door een Externe start maar is noodza-kelijkerwijs niet geactiveerd. Belastingbewaker is aangesloten en ingesteld op een stroombegrenzing. Booster is ingeschakeld. AC is ingeschakeld op het paneel, maar het is niet noodzakelijk dat AC in gebruik is. EisEx is geïnstalleerd maar het is niet noodza-kelijk dat hij is ingeschakeld. DuoControl of DuoComfort is geïnstalleerd en aangesloten op Alde Compact 3020 HE Timer voor de motorverwarming is ingesteld, maar het is niet noodzakelijk dat dit binnen de ingestelde tijd/dag is.
Vloerverwarming is in gebruik. Hieronder volgt een beschrijving van wat de verschillende symbolen in het menu (Activated Functions) betekenen als deze getoond worden.
8Settings1615 1918Settings65123 4 1778Settings10911121314 207:1 GEREEDSCHAPSMENU - FUNCTIESAls u zich in het gereedschapsmenu bevindt, zijn er de volgende gereedschappen. Als een functieknop grijs is, is de functie niet geïnstalleerd en/of geactiveerd. 4. Automatisch nachtsysteem Deze functie wordt gebruikt voor het 's nachts automatisch wijzigen van bepaalde func-ties. Dat wordt dan iedere week gedurende dezelfde periode gedaan die u kiest. U kunt kiezen of dat iedere dag gebeurt of op een specieke dag iedere week. De functies die 's nachts gewijzigd kunnen worden, zijn:• Temperatuurwijziging• *Vervanging van ruimtesensor• De display omkeren• Warm water afsluiten• *AC in stille modus 5. Automatisch dagsysteem Deze functie wordt gebruikt voor het auto-matisch wijzigen van bepaalde functies bijv. als u overdag weg een tijdje weg bent.
Dat wordt dan iedere week gedurende een periode gedaan die u kiest. U kunt kiezen of dat iedere dag gebeurt of op een specieke dag iedere week. De functies die overdag gewijzigd kunnen worden, zijn:• Temperatuurwijziging• Warm water afsluiten1 kW+22°C7. GEREEDSCHAPSMENU Vanuit het instellingenmenu is het mogelijk verder te gaan naar het gereedschapsmenu. In het gereedschapsmenu kunnen de overige functies van het bedieningspaneel gewijzigd worden. 1. Bedieningspaneel in instellingenmenu. Druk op het gereedschapssymbool om in het gereedschapsmenu te komen. 1. Automatische start van de verwarmingsketel Deze functie wordt gebruikt voor het automa-tisch starten van de verwarmingsketel op een later tijdstip. Bij een automatische start werkt de verwarmingsketel 24 uur en slaat daarna af.
Daarna wordt de automatische start iedere week herhaald, op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip, zo lang de functie is geactiveerd. De verwarmingsketel moet uitgezet worden zodat er automatisch gestart kan worden. 2.
Klok De klok moet ingesteld zijn om de motorverwarming te starten, automatisch nacht en/of dagsysteem zodat er automatisch gestart kan worden. Bij het wegvallen van de 12 V spanning stopt de klok en wordt deze niet langer op het scherm getoond. Met gemonteerde *accuback-up wordt dat verhinderd. 3. Pijlsymbolen U kunt door de verschillende gereedschapsvel-den gaan door naar boven of beneden op de pijlsymbolen te drukken. U kunt het gereed-schapsmenu altijd verlaten met de MENU-knop of de returnknop. De functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
9NL6. Offset (temperatuurinstelling)Met deze functie kan de temperatuur op het paneel gekalibreerd wor-den, als u merkt dat de temperatuur (de gesta-biliseerde kamertemperatuur) niet overeenkomt met de temperatuur die het paneel aangeeft. Geldt ook voor het tonen van de buitentemperatuur. 7. Return Om terug te gaan naar het voorgaande menu, druk op het symbool. 8. Voorkeursinstelling Met deze functie kiest u of u in de eerste plaats de voorkeur (keuze) geeft aan elektriciteit of gas. 9. Knopgeluid Met deze functie wordt het knopgeluid in- en uitgeschakeld. 10. Achtergrondverlichting Ruststand (Standb. Screen) kan in drie verschillen-den standen gezet worden, dark, bright en invert. Donker (Dark): Wordt gebruikt om de achter-grondverlichting van het scherm uit te zetten, het scherm wordt uitgezet (wordt donker) in ruststand.
Als u op het scherm of de menu-knop drukt als de ruststand geactiveerd is, start het scherm, maar gaat terug naar donker na 30 seconden als u het paneel niet aanraakt. Licht (Bright): Wordt gebruikt om de achter-grondverlichting op het scherm te laten schijnen in ruststand. Omgekeerd (Invert): Wordt gebruikt om de achtergrondverlichting op het scherm geïnverte-erd (omgekeerd) te laten schijnen in ruststand. Ruststand wordt automatisch geactiveerd na 30 seconden als u het paneel niet aanraakt. De lichtsterkte (Bright. ) in de werkstand van het scherm kan ingesteld worden tussen 1-3. 11. Automatische temperatuurverhoging (legionella)Om 2 uur 's nachts (als de klok is ingesteld) start de verwarmingsketel en werkt conform ”Meer warm water” gedurende 30 minuten (zie paragraaf 5:2). Dit om het risico op legionella te verkleinen. 12.
*PWM gestuurde 12 V pomp, dat is een toerental gestuurde pomp die ingesteld kan worden in vijf verschillende standen (Level 1-5) via het paneel, normale stand is 2, wat in de meeste gevallen werkt. Zit op de ketel gemonteerd *Extra 12 V pomp, vaak in het expansievat geplaatst. *230 V pomp. Wordt vaak in combinatie met een extra 12 V pomp gebruikt die in het expansievat geplaatst is. Als u zowel een 230 V pomp als een extra 12 V pomp geïnstalleerd hebt, kan in het menu ook de stand AUTO gekozen worden. Auto: In deze stand werkt de *230 V pomp als de 230 V is aangesloten, als de 230 V afgekoppeld wordt, wordt de extra 12 V pomp geactiveerd. Pompinstelling: (Setting) Cont: als deze functie is geselecteerd, is de pomp constant in werking (N. B. : deze functie beperkt de toevoer van warm water, met name bij een geringe warmtebehoefte).
Therm: als deze functie is geselecteerd, wordt de pomp gestuurd door het paneel / de ruimtesensor. Dit is de normale gebru-iksstand om het voertuig te verwarmen en om een normale beschikbaarheid van warm water te krijgen. 13. Externe start Deze functie wordt gebruikt bij de start van de verwarmingsketel van buitenaf. Nu de externe start geactiveerd is, moet het paneel worden afgesloten. De externe start heeft drie standen, Off, Ext en 230 V. In de stand Off is de functie uitgeschakeld *Ext. Deze functie wordt gebruikt bij de start van de verwarmingsketel door een extern signaal. Als de functie Ext is geac-tiveerd, dan moet de on/off-knop op het bedieningspaneel worden uitgezet, maar 12 V moet zijn aangesloten (de hoofdscha-kelaar van het voertuig aangezet).
Voordat het bedieningspaneel is uitgezet met de on-/off-knop, moeten de parameters/func-ties ingesteld worden die de verwarmings-ketel volgens u moet hebben als deze start. NB: Om deze functie te gebruiken is een installatie van een toebehoren vereist die de externe start kan gebruiken. 230 V.
Deze functie wordt gebruikt bij de start van de verwarmingsketel omdat de aanslui-ting van 230 V op het voertuig van buitenaf plaatsvindt. Als de functie 230 V is geactive-erd, moet de on/off-knop op het bedienings-paneel worden uitgezet, maar 12 V moet zijn aangesloten (de hoofdschakelaar van het voertuig aangezet). Voordat u het bedienings-paneel uitzet met de on-/off-knop, moet u de parameters/functies instellen die de verwar-mingsketel volgens u moet hebben als deze start (230 V wordt aangesloten). Bepaalde voertuigen kunnen uitgerust zijn met een eigen oplossing, *WinterkoppelingDe functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
1019. *Motorverwarming Deze functie biedt de mogelijkheid om het verwarmingssysteem te gebruiken om de motor in een caravan, bus, etc. te verwarmen Start van de motorverwarming: Druk op de knop waar Off op staat, de tekst veran-dert naar On en de kop wordt groen. Stel daarna de gewenste starttijd en dag in. De motorverwarming start op de ingestelde tijd en dag, de opwarming duurt dan 60 minu-ten, daarna stopt de motorverwarming auto-matisch. NB: Denk eraan dat de klok in het paneel ingesteld moet worden zodat de functies werken zoals u wilt. 20. *Vloerverwarming Deze functie biedt de mogelijkheid om te stu-ren hoe de vloerwarmingspomp werkt in een watergedragen vloerverwarmingssysteem. Het gebruik van de vloerverwarmingspomp start tegelijkertijd met de circulatiepomp van het verwarmingssysteem.
Het sturen van de vloerverwarming heet een stroomspaarfunctie wat inhoudt dat de vloerverwarmingspomp in gebruik is gedurende 5 minuten en daarna met een interval van 5 minuten stilstaat zolang er behoefte aan warmte is. In gebruik (Modus): Druk op de pijlen zodat de Delay of cont. -stand geactiveerd is. In deze twee standen is de vloerverwarming ingeschakeld. In de Off-stand is de vloerver-warming uitgeschakeld. Vertraagde gebruikstop (Delay): De vlo-erverwarmingspomp is een bepaalde tijd in gebruik nadat de circulatiepomp gestopt is,. Deze vertraging Delay) kan ingesteld worden op 15 , 30, of 120 minuten. NB: In de cont. -stand kan het in het voertuig warmer zijn dan u wilt, omdat de verwar-mingsregelingen uitgeschakeld zijn. Om het gereedschapsmenu te verlaten, drukt u op OK of Menu14. Taal Deze functie wordt gebruikt om het scherm tussen verschillende talen te schakelen.
Beschikbare talen zijn; Engels, Frans en Duits. Het servicemenu daarentegen, is er alleen maar in het Engels (zie paragraaf 8). 15. *Booster Deze functie zorgt ervoor dat het mogelijk is om twee verschillende snelheden in te stellen op een booster.
Start en stop van de ventilator wordt door de ketel gestuurd. Als de circulatiepomp van de ketel start, dan start ook de ventilator op de boos-ter. Als de circulatiepomp stopt, gaat de ventilator nog 6 minuten door en stopt dan ook als de circulatiepomp niet opnieuw is gestart, d. w. z. een automatische regeling van de ventilator van de booster. 16. *Instelling ruimtesensor Met deze functie kan u kiezen welke tempe-ratuursensor actief moet zijn. U kunt instellen of de sensor in het woonge-deelte, slaapgedeelte of in het paneel actief moet zijn. Als Auto wordt gekozen, is de sensor in het paneel actief en schakelt deze automatisch over naar de ruimtesensor (bank en/of bed) als deze is aangesloten. Als er twee ruimtesensoren zijn aangeslo-ten, is het de sensor voor het woongedeelte die actief is (bank). 17.
*Belastingbewaker Deze functie wordt gebruikt om te verhin-deren dat zekeringen van 230 V overbelast raken. Als het totale stroomverbruik van het voertuig de ingestelde waarde overstijgt, wordt het elektriciteitseffect van de verwar-mingsketel automatisch minder. Dat geldt ook voor Truma Aventa Comfort AC als die op het paneel is aangesloten. Vanwege spanningsvariaties en toleranties kunt u ver-schillende regelingsniveaus kiezen (5-17 A). Als de zekering het niet houdt, kies dan een lager ingestelde waarde. NB: Om AC te laten werken met de belas-tingbewaker moet AC met het paneel zijn ingeschakeld en niet met de afstandsbe-diening van AC. 18.
*EisEX, 12 V ontdooier voor gasregulator Dit is een klein verwarmingselement dat ijsvorming in de regulator in de winter ver-hindert (past bij Mono Control CS, DuoCon-trol CS, DuoControl en DuoComfort) Als DuoControl CS of DuoControl geïnstalleerd en aangesloten is, worden de symbolen samen met het gasessymbool getoond in het rustmenu dat gekozen is.
11NL8. SERVICEMENUDoor op Service te drukken (zie guur 1) komt u in het Servicemenu. Deze functie laat de waarde van de verwar-mingsketel op het scherm zien (guur 2 en 3). Update van de waarden vindt iedere seconde plaats. SettingsError Log2 Connection fail ext. 1 Panel failure 23 Connection fail ext. 4 Connection fail ext. 5 Window open9. FOUTMELDINGEN EN PROBLEMEN OPLOSSENVan het servicemenu kunt u naar het foutlogbestand gaan door op de waarschu-wingsdriehoek te drukken, zie guur 1. Hier worden de laatste 20 foutmeldingen getoond (Error Log). U kunt met de pijlen op en neer scrollen. Als er een storing in het systeem ontstaat, wordt de oorzaak getoond op het scherm. Deze worden alleen getoond als het bedieningspaneel in de ruststand staat.
Om de fout te herstellen en om opnieuw te starten, moet u de verwarmingsketel van het paneel loskoppelen en ook de 230 V kabel eruit trekken als *AC samengekoppeld is met Alde Compact 3020 HE. Low battery:Low battery: Als het voertuig, de boot of het gebouw een accuspanning hebben lager dan 10,5 V, slaat de verwarmingsketel af. Dit wordt automatisch hersteld als de spanning weer boven 11 V komt. Fan failure: Onjuiste ventilatorsnelheid (automatische reset na 5 minuten). Een nieuwe startpoging wordt na 5 minuten gedaan als de fout nog aanwezig is. Gas failure: Het is de verwarmingsketel niet gelukt om de gasvlam aan te steken. Overheat red fail: Oververhittingsbeveiliging (rode kabel) geactiveerd. Overheat blue fail: Oververhittingsbeveiliging (blauwe kabel) geactiveerd. Overheat PCB: Er zit een oververhittingsbeveiliging op de besturingskaart van de ketel.
Als die te warm wordt, wordt de beveiliging in werking gezet. Laat de ketel afkoelen voor de reset. Window open: Raam open, de verwarmingsketel stopt met gas verbruiken. Het gasverbruik in de verwarmingsketel start als het raam wordt gesloten. Het draaien op elektriciteit functioneert.
Connection failure: Er is sprake van een verbindingsfout tussen de verwarmings-ketel en het bedieningspaneel. Connection fail ext: Communicatiestoring tussen het paneel van Alde en het externe paneel. Panel failure 1: Storing in het paneel. Panel failure 2: Storing in het paneel. No match Heater/Panel: De kaart in de verwarmingsketel is niet bedoeld voor Alde Compact 3020 HE en werkt niet samen met het 3020 HE paneel. Figuur 1 Figuur 2ServiceWater Temp: 55° CGlycol Temp: 80° CFan rotation: 0RPMCurrent: 0. 0AOverheat: DeactServiceWater Temp: 55° CGlycol Temp: 80° CFan rotation: 0RPMCurrent: 0. 0AOverheat: Deact Figuur 1 Figuur 2ServiceExt Switch: deactPCB Temp: 20° CBoiler:Panel: s737R300B Figuur 3De functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
12Settings9:1 PROBLEMEN OPLOSSENBegin altijd met het controleren van eventuele foutmeldingen. De verwarmingsketel start niet op gas• Is het gas op. • Staat de hoofdkraan volledig open. • Controleer of het gebruikte gastype geschikt is voor de heersende buitentemperatuur. Gebruik van butaan is bij temperaturen onder +10 °C niet aan te bevelen. Gebruik in plaats daarvan propaan. • Als de verwarmingsketel lang niet gebruikt wordt of als het een nieuwe gases is, duurt het langer dan normaal om de verwarmingsketel aan te steken. • Controleer of er spanning op de verwarmingsketel zit (> 11 V). • Controleer of de zekering van de verwarmingsketel intact is. • Controleer of de elektrische aansluitingen op de verwarmingsketel goed vastzitten. • Neem contact op met de servicewerkplaats als dat niet helpt.
Het verwarmingselement werkt niet • Controleer of er spanning (230 V) op het verwarmingselement is. • Controleer of de relais die in het verwarmingselement zitten, aanslaan (er is een zwak getik te horen van de relais als het verwarmingselement aanslaat op het bedieningspaneel). • Neem contact op met de servicewerkplaats als dat niet helpt. *ACC werkt niet• Als de gewenste temperatuur niet wordt bereikt met AC koeling , kan dat komen doordat iets de kalibrering van de AC gestoord heeft, schakel de AC uit met de AC-knop in het Alde paneel en zet hem daarna weer aan. Het kan er ook aan liggen dat het koeleffect niet voldoende is. 10. RESETDoor op Reset te drukken kan het paneel gereset worden naar de fabrieksinstelling. Na het resetten is het paneel als volgt ingesteld: de verwarmingsketel in Off-stand, elektrisch gebruik 1 kW, gasverwarming in On-stand en binnentem-peratuur 22°C.
De overige functies zijn uitgeschakeld. NB: De functies die aangevinkt zijn bij Geïnstalleerde functies (zie paragraaf 11) worden niet op nul gezet door een Reset. De foutmeldingen in het foutlogbestand worden ook op nul gezet bij een reset.
13NLInst AccGlykol pump tankExternal panelLoad limiter11. HET ACTIVEREN VAN GEÏNSTALLEERDE FUNCTIESDe eerste keer dat u het verwarmingssysteem gebruikt, moet u controleren of de juiste toebehoren/functies zijn geac-tiveerd. Dat geldt ook als u het verwarmingssysteem aanvult met toebehoren/functies. Activeer toebehoren/functies door op Installed Accessories te drukken, (zie guur 1) dan komt u bij het activeringsmenu voor toebehoren/functies, door het aanvinken van respectievelijke toebehoren/functies worden deze geactiveerd.Settings Figuur 1 Figuur 2Inst AccMain Remot 12VMain Manual 12VMain 230VInst AccDuo ControlBoosterLoad limiterInst AccAux Hot Water TankUnderfloor Heat PumpEngine Pre-Heat Pump Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5externe panelen hebt aangesloten of Alde Smart Control. een extra 12 V pomp op de ketel gemonteerd hebt, vaak in het expansievat geplaatst.
belastingbewaker hebt aangesloten.een extra 12 V pomp op de ketel gemonteerd hebt die traploos instelbaar is met een knop van een potentiometer. een PWM gestuurde 12 V pump hebt aangeslo-ten die toerental gestuurd is en wordt ingesteld vanaf het paneel.een 230 V Pomp hebt aangesloten.een Booster hebt aangesloten.een esschakelaar hebt aangesloten (Duocomfort of DuoControl).een ontdooier hebt aangesloten (EisEx).een 12 V pomp hebt aangesloten voor de vloerverwarming.een extra boiler hebt aangesloten om de warmwatercapaciteit te verhogen. en 12 V pomp hebt aangesloten om de motor van het voertuig te verwarmen door het Alde verwarmingssysteem.De respectievelijke ruit moet aangevinkt zijn als u;De functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
1412. VERZORGING EN ONDERHOUD• Controle en verversen van het glycolmengsel. Controleer regelmatig het vloeistofniveau van het verwarmings-systeem in het expansievat. Het niveau moet ca. 1 cm boven de minimale lijn liggen bij koud verwarmingssyste-em. Het verwarmingssysteem moet zijn gevuld met een vloeistofmengsel dat bestaat uit water en glycol. Gebruik volledig gemengde glycol van hoge kwaliteit (met inhibitoren) bedoeld voor verwarmingssystemen van aluminium. Bij gebruik van geconcentreerde glycol moet het mengsel bestaan uit 60% gedestilleerd water of water zonder zout en 40% glycol. Als de verwarmingsinstallatie aan een lagere temperatuur wordt blootgesteld dan -25°C moet het glycolgehalte verhoogd worden, echter niet meer dan 50%. Het glycolmengsel moet om het jaar ververst worden, omdat eigenschappen zoals bijv. corrosiebescherming verslechteren.
Als Alde Premium Antifreeze wordt gebruikt, kan het verversingsinterval worden verlengd tot max. 5 jaar bij normaal gebruik. Als het vloeistofniveau te laag is, dient het glycolgehalte gecontroleerd te worden voordat nieuwe koelvloeistof wordt bijgevuld. Dit om een te hoge concentratie van het glycolmengsel te verhinderen. Als u glycolmengsel bijvult, dient u dezelfde kwaliteit te gebruiken als al in het systeem aanwezig is, als alternatief kunt u Alde Premium Antifreeze gebruiken dat vere-nigbaar is met de meeste glycolsoorten die op de markt zijn. NB: De vaten waarin de vloeistof wordt gehante-erd moeten absoluut schoon zijn en de buizen in het verwarmingssysteem moeten vrij zijn van verontrei-nigingen. Dit om bacteriegroei en corrosie in het systeem te verhinderen. De verwarmingsketel mag niet zonder glycolvloeistof starten. • Bijvullen van glycolvloeistof.
Het bijvullen van het systeem wordt in het expansievat gedaan. Of handmatig of met behulp van Aldes bijvulpomp (1900811), die het systeem zowel bijvult als lucht.
Bij handmatig bijvullen wordt de moer van de circulatiepomp (R) eerst losgemaakt en daarna wordt de pomp *(S) uit het vat getild. Giet het glycolmengsel langzaam in het vat. Lucht het systeem. Vul meer bij als het niveau gedaald is door het luchten. Als het verwarmingssysteem net is bijgevuld, moet er de eerste dagen met regelmatige tussenpozen gelucht worden als de verwarming aan is. • Controle van het gassysteem. Laat een vakman het gassysteem regelmatig controleren zodat koppelingen en slangen dicht zijn. Gasslangen moeten vervangen worden volgens de datummarkering omdat ze uitdrogen en bar-sten, met eventuele lekkage tot gevolg. Om de veiligheid te vergroten wordt Aldes lekkagetester type 4071 aanbe-volen, die het dichtstbij wordt gemonteerd achter het reductieventiel. • Legen van de boiler.
In de verwarmingsketel zit een ingebouwde boiler met een volume van circa 8,5 liter drink-water. De boiler kan circa 12 liter 40°C water per halfuur produceren (bij 10°C koudwatertemperatuur). Als het verwarmingselement in plaats van gas wordt gebruikt om de boiler op temperatuur te brengen, wordt de capaci-teit iets minder. Het water in de boiler moet ten minste een keer per maand geleegd worden om een nieuw luchtkussen in de ketel te vormen. Het luchtkussen wordt gebruikt om drukslagen in de boiler op te vangen. Voor het legen van speciaal aangepaste verwarmingsketels en de rest van het drinkwatersysteem in het voertuig, zie de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. NB: Drinkwater in de boiler moet er altijd uitgehaald worden als het risico bestaat dat het gaat vriezen en als het voertuig niet wordt gebruikt. De garantie dekt geen vorstschade.
• Open daarna het veiligheids-/aftapventiel door de gele hendel (M) in een verticale positie te brengen, als alter-natief kunt u aan de knop draaien (K) 180°. De ketel wordt nu direct geleegd onder het voertuig via de slang van het veiligheids-/aftapventiel. Controleer of het water eruit stroomt (ca. 7-10 liter). Laat het ventiel open totdat de ketel weer gebruikt wordt. NB: Controleer of het automatische achterventiel (N) opengaat en er lucht ontsnapt in de boiler bij het aftappen en dat de slang niet geblokkeerd is. • Luchten van het systeem. Bij het vullen van glycolvloeistof in het systeem kunnen er luchtzakken ontstaan, wat afhangt van hoe het buissysteem geïnstalleerd is. Een kenmerk van lucht in het systeem is dat de warmte maar een paar meter in de buis van de verwarmingsketel naar buiten gaat ondanks dat de circulatiepomp aan staat.
Bij een net bijgevuld systeem kunnen er kleine luchtbubbels in het expansievat gevormd worden met een borrelend geluid tot gevolg. Stop de circulatiepomp een paar seconden zodat de bubbels verdwijnen. Lucht als volgt: Als de verwarmingsketel is uitgerust met een luchtschroef op de uitgaande leiding, open dan de schroef en laat hem open totdat de vloeistof eruit komt. Als de verwarmingsketel is uitgerust met een automatische ontluchting, vindt het luchten van de verwarmingsketel automatisch plaats. Start de gasketel. De circulatiepomp moet uitgeschakeld zijn. Open de overige luchtschroeven in het systeem (zie het instructieboek van het voertuig waar deze zich bevinden). Laat ze open totdat de glycolvloeistof uit de luchtschroef komt, sluit daarna af. Start de circulatiepomp en laat deze even gaan. Voel of de buis en de radiatoren overal warm worden in het voertuig.
Als dat niet helpt, kunt u als volgt te werk gaan: Caravan met één as Stop de circulatiepomp. Hel de wagen naar voren. Laat hem een paar minuten staan zodat de lucht omhoog trekt in het systeem. Open de luchtschroef op het hoogste punt.
Laat hem open totdat de glycolv-loeistof eruit komt. Doe hetzelfde met de wagen achterover hellend. Zet de wagen dan horizontaal neer en start de circulatiepomp. Voel of de buis en de radiatoren overal warm worden in het voertuig. Caravan of draaistelwagen. Hierbij is het het gemakkelijkst als de ondergrond bij het luchten schuin is of als het voertuig met een krik wordt opgehesen. Lucht op dezelfde manier als hierboven. De functies die met (*) gemerkt zijn, zijn toebehoren, die niet in alle voertuigen geïnstalleerd zijn, zie de gebruiksaanwijzing van het voertuig.
15NL13. BELANGRIJKE INFORMATIE• Schakel altijd de hoofdschakelaar van de verwarmingsketel uit als het voertuig niet gebruikt wordt.• Bij het wassen van het voertuig, niet direct tegen de schoorsteen aan spoelen.• Bij winterkamperen opletten datschoorsteen en ontluchtingsventielen vrij van sneeuw en ijs gehouden worden.• Het op temperatuur brengen van glycolvloeistof kan plaatsvinden zonder dat de boiler met drinkwater gevuld is.• De gasketel en het verwarmingselement kunnen gelijktijdig werken.• Ontdoe de boiler altijd van drinkwater als het risico bestaat dat het gaat vriezen en als het voertuig niet gebruikt wordt. • De gasketel mag niet in gebruik zijn als het voertuig getankt wordt in de garage of iets dergelijks.• Laat het verwarmingssysteem nooit zonder glycolvloeistof staan.
NB: Sluit het hoofdventiel van het gas in de volgende situaties.• Als het voertuig niet gebruikt wordt• Afhankelijk van nationale wetgeving in het land waar men zich bevindt moet de hoofdkraan van het gas worden afgesloten als het voertuig zich in het verkeer bevindt. • Bij reparatie van de verwarmingsketel.• Als er lekkage vermoed wordt i het gassysteem.GarantieDe garantie van Alde geldt voor twee jaar na leverdatum en omvat slechts materiaal - of fabricagefouten, vooropgest-eld dat de installatieinstructies en gebruiksaanwijzingen zijn opgevolgd. NB: De garantie dekt geen vorstschade.
16MONTAGEVOORSCHRIFT BEDIENINGSPANEEL 3020 113Bedieningspaneel 3020 113 is bedoeld voor verwarmingsketel Alde Compact 3020High Efciency.Het bedieningspaneel dient minstens op 1 meter hoogte boven de grond te worden geplaatst, maar niet te hoog naar het plafond. Het dient ook niet op een buitenwand of vlak bij warmte afgevende voorwerpen te worden geplaatst zoals bijv. een cd-speler, koelkast en lampen, omdat dit ertoe kan leiden dat verkeerde temperaturen worden aangeduid. De ruimte achter het paneel dient goed geventileerd te zijn. Wordt de kamerthermostaat op het paneel toch beïnvloed, dan dient een externe sensor te worden aangesloten op het paneel.Maak gaten voor het bedieningspaneel conform Afbeelding C. Schroef het bedieningspaneel vast en druk het frontdeel vast.Klem de bekabeling vast, zodat er geen spanningen kunnen ontstaan in de stiftenlijst op het paneel.C.B.A.
84 mm 73 mm R3(4x) 76 mm 87 mm 9 mm 38,5 mm 86 mm 97 mm KABELAANSLUITING COMPACT 3020 HIGH EFFICIENCY EN BEDIENINGSPANEEL 3020 113Sluit de toebehoren van het bedieningspaneel aan volgens onderstaande tekening. NB: Klem 12V-kabels of kabels voor sensoren niet samen vast met 230V kabels. Plaats de kabels bij voorkeur niet tegen elkaar.
Als de kabels samen worden gebonden, neemt het risico van gebruiksstoringen toe.Achterkant van bedieningspaneel*Truma Aventa Comfort AC wordt aangesloten op een van de TIN Bus stekkers.V-302013 Rev 1445 3020+Battery Back-up (3V DC)Remote Sensor 1 Remote Sensor 2SofaBedHeaterTIN BusExternal panelFuse 3,15 A12 V DC12 V pumpControl panel Tin busOption board/Mechanical panelExternal startWindow circuit breakerOverloadprotectionOutdoorsensorDEIFPrintkaart op verwarmingsketel Compact 3020 HEOUT 12V DCCONNECTED TO HEATER MAINBOARDFUSE 3,15 AEXTRA HOT WATER PUMPEIS EXHEATER MAINBOARD12 V DC+-Optiekaart voor Compact 3020Mechanisch paneel 3010 214
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Alde Compact 3020 HE - rev 1442 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarming Alde
Handleiding Verwarming
Nieuwste handleidingen voor Verwarming