Al-ko BMP 14001 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Al-ko BMP 14001 (131 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Al-ko BMP 14001 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Al-ko |
| Categorie: | Pomp |
| Model: | BMP 14001 |
Handleiding Al-ko BMP 14001 – volledige tekst
1 Spoelen van de pomp. 31 7. 2 Carburateur instellen. 31 7. 3 Ontstekingsvonk controleren. 31 7. 4 Luchtfilter vervangen. 31 7. 5 Olie verversen (07, 08). 31 7. 6 Bougies onderhouden. 32 7. 7 Motor reinigen. 32 7. 8 Onderhoudsintervallen. 32 8 Hulp bij storingen. 32 9 Transport. 33 10 Opslag. 33 11 Verwijderen. 34 12 Klantenservice/service centre. 34 13 Garantie. 34 1 OVER DEZEGEBRUIKERSHANDLEIDING■De Duitse versie is de originele gebruiksaan-wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing. ■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over het appa-raat nodig heeft. ■Draag het apparaat alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover. ■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1.
GebruiksaanwijzingGebruik het benzineapparaat niet inde buurt van open vlammen of hitte-bronnen. 1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoorden GEVAAR. Wijst op een direct gevaarlijke si-tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieelgevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme-den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kanleiden.
442754_a 27Productomschrijving VOORZICHTIG. Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei-den. LET OP. Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële schade kanleiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING LET OP. Gevaar voor schade aan het appa-raat. Zonder voorfilter kunnen vaste bestandde-len in de pomp terechtkomen die schade aan hetapparaat kunnen veroorzaken. ■Voor de veilige werking van de drukschake-laar moet er een voorfilter in de zuigleidinggemonteerd worden. 2. 1 Reglementair gebruikDe pomp is bestemd voor particulier gebruik inhuis en tuin. Hij mag alleen worden gebruikt bin-nen de grenswaarden en overeenkomstig detechnische gegevens.
De pomp is geschikt voor:■bewateren en gieten■het rond- en leegpompen van reservoirs (bijv. zwembassins)■onttrekken van water uit bronnen, regenton-nen en putten. De pomp is uitsluitend geschikt voor het pompenvan de volgende vloeistoffen:■schoon water, regenwater■chloorhoudend water (zoals in zwembassins)Elke andere of verder strekkende toepassingwordt beschouwd als niet overeenkomstig het ge-bruiksdoel. 2. 2 Mogelijk foutief gebruikDe pomp mag niet worden gebruikt voor continuewerking. De pomp is niet geschikt voor het ver-pompen van:■drinkwater■zout water■vloeibare levensmiddelen■vuilwater■bijtende vloeistoffen, chemicaliën■bijtende, brandbare, explosieve of gas produ-cerende chemicaliën of vloeistoffen■vloeistoffen die warmer zijn dan 35°C■zanderig water of schurende vloeistoffen. 2. 3 Symbolen op het apparaat Symbool BetekenisVereist extra voorzichtigheid tijdensgebruik.
Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing. Voorzichtig met giftige gassen. Alvorens te tanken het apparaat la-ten afkoelen. Niet laten werken in afgeslotenruimten. Brandgevaar. Ga met extra zorg tewerk, bij het hanteren van benzine.
NL 28 BMP 14001 | BMP 30000Veiligheidsinstructies Nr. Component 5 Pompuitgang / aansluiting perslei-ding 6 Pompingang / aansluiting zuiglei-ding 7 Wateraftapplug pomphuis 8 Olieaftapplug 9 Olievuldop met olievuldop/-peilstok 10 Contactschakelaar 11 Startkoord met handgreep 12 Chokehendel 13 Brandstofkraan (alleen bijBMP30000) 14 Luchtfilter 15 Gashendel 16 Oliesensor 17 Olie-alarmsysteem voor het stop-pen van de motor in geval van olie-gebrekWerkingDe benzinemotorpomp zuigt het te verpompenmedium aan via de pompinlaat (02/6, 03/6) enbrengt het naar de pompuitlaat (02/5, 03/5). 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES GEVAAR. Levensgevaar. Verstikkingsge-vaar door giftig koolmonoxide■Start en gebruik de motor uitsluitend in devrije buitenlucht. ■Het gebruik in gesloten ruimten is verboden,ook wanneer deuren en ramen geopend zijn. WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werking gestelde veiligheids-en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letselveroorzaken. ■Laat defecte veiligheids- en beschermingsap-paratuur repareren. ■De beschermings- en beveiligingsvoorzienin-gen nooit buiten werking stellen. WAARSCHUWING. Brand- en explosie-gevaar. Wanneer brandstof ontsnapt ontstaateen explosief benzine-luchtmengsel. Door eenondeskundige omgang met brandstoffen kunnendeze ontsteken, exploderen en ontbranden, wattot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden. ■Stal de motor nooit voor open vuur of warm-tebronnen. ■Gebruik de motor nooit in een omgeving metbrandbare stoffen. ■Neem de veiligheidsinstructies en waarschu-wingen in deze documentatie en op het pro-duct in acht. ■Gebruik het apparaat niet voor doeleindenwaarvoor het niet bedoeld is. ■Gebruik het apparaat uitsluitend in onbescha-digde toestand.
■Kinderen of andere personen die de ge-bruiksaanwijzing niet kennen, mogen de ma-chine niet gebruiken. ■Neem de plaatselijke voorschriften in acht in-zake de minimumleeftijd van de bediener. ■Neem de nationale voorschriften voor de ge-bruiksduur in acht. ■De motor mag uitsluitend worden gebruiktdoor personen die zich vertrouwd hebben ge-maakt met de instructies. ■Gebruik de motor nooit wanneer mensen –vooral kinderen – of dieren in de buurt zijn. ■Houd er rekening mee dat de gebruiker ver-antwoordelijk is voor ongevallen en schade,die andere personen of hun eigendommenkunnen betreffen. ■Gebruik nooit startsprays of soortgelijke mid-delen. ■Bij het dragen van de pomp erop letten datde aansluiting voor de persleiding naar het li-chaam wijst. ■Niet roken tijdens bijvullen van brandstof. ■Tankdop altijd stevig sluiten.
■De motor uitschakelen en laten afkoelenvoordat de tankdop wordt verwijderd. ■Wanneer er benzine is gemorst/overgelopen,mag de motor niet worden gestart. Het appa-raat moet worden gereinigd en mag niet wor-den ingeschakeld totdat de benzinedampenzijn verdampt.
442754_a 29Montage■De tank of tankdop bij beschadiging vervan-gen. ■Indien de brandstoftank moet worden ge-leegd, moet dit buiten gebeuren en als demotor koud is. ■Apparaat opslaan op een droge, vorstvrijeplaats. 4 MONTAGE WAARSCHUWING. Gevaren door onvol-ledige montage. De werking van een onvolledigapparaat kan ernstig letsel veroorzaken. ■Gebruik het apparaat alleen als het vollediggemonteerd is. ■Controleer voor het inschakelen of alle be-schermings- en beschermingsvoorzieningenaanwezig zijn en functioneren. 4. 1 Apparaat opstellen 1. Zorg voor een vlakke en stevige installatie-plek. 2. Plaats het apparaat horizontaal en zodanigdat het beschermd is tegen overstromingen. Opmerking:Het apparaat moet beschermdzijn tegen regen en directe waterstralen. 4. 2 Zuigleiding aansluiten (06) 1. Kies een zodanig lange zuigleiding dat depomp niet kan drooglopen.
De zuigleidingmoet zich altijd ten minste 30cm onder hetwateroppervlak bevinden. 2. Sluit de zuigleiding aan (06/1). Zorg daarbijvoor een goed afgedichte aansluiting, zonderde schroefdraad te beschadigen. Opmerking:We adviseren de installatie vanflexibele leidingen aan de pompinlaat (06/2). Hierdoor kan er geen mechanische druk oftrekkracht op de pomp wordt uitgeoefend. 3. De zuigleiding moet altijd omhoog lopendworden gemonteerd. 4. 3 Persleiding monteren (05) 1. Monteer de persleiding (05/1). Zorg daarbijvoor een goed afgedichte aansluiting, zonderde schroefdraad te beschadigen. 2. Open alle in de persleiding aanwezige afslui-ters (kleppen, sproeier, waterkraan). 5 INGEBRUIKNAME 5. 1 Controle vooraf aan gebruikVóór elke ingebruikname altijd een visuele con-trole uitvoeren.
Met loszittende, beschadigde ofversleten bedrijfs- en/of bevestingsonderdelenmag het apparaat niet gebruikt worden. Algemene staat van de motor controleren:■Tekenen van een olie- of benzinelekkage aande buiten- en onderzijde van de motor■Zichtbare beschadigingen■Alle bouten en moeren zijn aangedraaid.
■Alle afschermingen en afdekpanelen zijnaangebracht. ■Brandstofpeil■Motoroliepeil■Plaatsing van luchtfilter 5. 2 Vullen met gebruiksvloeistoffen WAARSCHUWING. Brand- en explosie-gevaar. Benzine en olie zijn zeer gemakkelijkontvlambaar. Een brand kan dodelijk letsel tot ge-volg hebben. ■Vul de motor uitsluitend in de vrije buitenluchtmet benzine en olie, uit de buurt van openvuur of warmtebronnen. ■Benzine uitsluitend bewaren in daarvoor be-stemde vaten. ■Alleen brandstof bijvullen in de openlucht. ■Niet roken tijdens bijvullen van brandstof. ■De tankdop niet openen wanneer de motordraait of nog heet is. ■De tank of tankdop bij beschadiging vervan-gen. ■Tankdop altijd stevig sluiten. ■Wanneer er benzine is uitgelopen:■De motor niet starten. ■Startpogingen voorkomen. ■De machine reinigen. LET OP. Gevaar voor beschadiging van demotor. Laag oliepeil kan motorschade veroorza-ken.
NL 30 BMP 14001 | BMP 30000BedieningAanbevelingen voor de olie:■Motorolie vervult een doorslaggevende rol bijde prestaties en de levensduur van de motor. Gebruik uitsluitend motorolie die voldoet aande eisen volgens API-serviceklasse SF of ho-ger (resp. gelijkwaardig). ■Controleer het API-service-etiket op de olie-verpakking om zeker te zijn dat hierop de let-ters SF of letters voor een hogere klasse(resp. gelijkwaardig) vermeld staan. ■SAE 10W-30 wordt aanbevolen voor alge-meen gebruik. Het aanbevolen bereik vooromgevingstemperatuur bij deze motor be-draagt 0°C tot 40°C. Controle van het oliepeil (08)Het motoroliepeil controleren wanneer de motoris gestopt en horizontaal staat. 1. De olievuldop/-peilstok eruit draaien enschoonvegen. 2. De olievuldop/-peilstok in de olievulopeningsteken totdat de olievuldop/-peilstok erop rust(niet vastdraaien) en weer verwijderen. 3.
Als het oliepeil in de buurt of onder het on-derste merkteken op de olievuldop/-peilstokstaat, vult u de aanbevolen olie tot aan hetbovenste merkteken. 4. Draai de olievuldop/-peilstok weer vast. 5. 2. 2 Benzine bijvullen 1. Tankdop (01/1, 03/1) eraf schroeven, op eenschone plaats bewaren. 2. Vul de benzine met een trechter bij. 3. Sluit de tankvulopening stevig af en reinig de-ze. Aanbevelingen voor de brandstof:■Gebruik schone, nieuwe, loodvrije benzinemet een octaangetal van minstens 90. ■De brandstof aanschaffen in hoeveelhedendie binnen 30 dagen kunnen worden opge-bruikt (zie onder Opslag). ■Benzine met een ethanolgehalte tot 10% ofeen MTBE-gehalte tot 15% (antiklopmiddel)is acceptabel. ■Benzine niet mengen met olie. 6 BEDIENING WAARSCHUWING. Explosiegevaar. Ben-zine en olie zijn zeer gemakkelijk ontvlambaar. ■Gebruik geen startspray of soortgelijke mid-delen. VOORZICHTIG.
■Houd rekening met een plotselinge ruk als uaan het startkoord heeft getrokken. ■Neem vóór de ingebruikname van de motorde gebruiksaanwijzing voor het apparaat inacht. ■Start en gebruik de motor alleen in de buiten-lucht; gebruik in afgesloten ruimten, ook metopenstaande deuren en ramen, is niet toege-staan. ■Start de motor uitsluitend wanneer deze hori-zontaal staat. 6. 1 Pomp vullen LET OP. Gevaar voor schade aan het appa-raat. Bij drooglopen raakt de pomp beschadigd. ■De pomp moet vooraf aan elk gebruik steedsworden gevuld met water tot hij overloopt, zo-dat hij direct kan aanzuigen. 1. Open de vulplug (02/4, 04/4). 2. Vul via de vulopening met water tot aan demarkering op het pomphuis. 3. Schroef de vulplug weer erin. 6. 2 Aanzetten van de pomp 1. Open alle in de persleiding aanwezige afslui-ters (klep, sproeier, waterkraan). 2. Brandstofkraan (04/13) openen (alleen bijBMP30000).
LET OP. Gevaar voor schade aan het appa-raat. Een gesloten drukleiding kan schade aande pomp veroorzaken. ■Laat de pomp nooit draaien terwijl de druklei-ding is afgesloten. Choke 1. Bij een koude start de chokehendel (01/12,04/12) sluiten. 2. Bij een bedrijfswarm apparaat de chokehen-del op halve stand zetten. OPMERKING Als het apparaat bij de twee-de startpoging nog steeds niet start, de choke-hendel volledig openen. Start de motor■Houd brandbaar materiaal uit de buurt van deuitlaat en de omgeving van de cilinder.
442754_a 31Onderhoud en verzorging■Laat de uitlaat, cilinder en koelribben afkoe-len, voordat u deze aanraakt. Starter met trekkoord 1. Startkoord (01/11, 04/11) snel eruit trekkenen vervolgens langzaam weer laten oprollen. OPMERKING Als het apparaat bij de twee-de startpoging nog steeds niet start, volgt u de in-structies voor de choke. 6. 3 Pomp uitschakelen 1. Gashendel (01/15, 04/15) op "SLOW" zetten. 2. Contactschakelaar (02/10, 03/10) op "OFF"zetten. 3. Brandstofkraan (04/13) sluiten (alleen bijBMP30000). 4. Alle in de persleiding aanwezige afsluitersdicht zetten. 7 ONDERHOUD EN VERZORGING WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Het onbedoeld inschakelen van het motor kan toternstig letsel leiden. ■Voor aanvang van afstel-, onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden moet de motor altijdworden uitgeschakeld en beveiligd tegen on-bedoeld opnieuw inschakelen.
■Bougiedop lostrekken en bij de bougie van-daan houden. ■Voorafgaand aan alle onderhouds- en reini-gingswerkzaamheden de bougiestekker ver-wijderen. ■Spuit het apparaat niet schoon met water. Binnendringend water (ontstekingsinstallatie,carburateur. ) kan tot storingen leiden. ■Het apparaat reinigen na elk gebruik. ■Onderhoudsschema in acht nemen. ■Neem de onderhoudsintervallen in acht, het-zij voorgeschreven in bedrijfsuren of jaarlijks,naargelang wat zich het eerst voordoet. ■Bij gebruik onder zwaardere omstandighedenmoet vaker onderhoud worden verricht. 7. 1 Spoelen van de pomp OPMERKING Na het verpompen vanchloorhoudend zwembadwater of vloeistoffen dieresten achterlaten, moet de pomp met schoonwater worden doorgespoeld. 7. 2 Carburateur instellen OPMERKING Het instellen van de carbu-rateur mag uitsluitend worden uitgevoerd dooreen erkende onderhoudswerkplaats. 7.
Het con-troleren van de ontstekingsvonk bij gedemonteer-de bougie kan tot zwaar letsel door een elektri-sche schok leiden en kan brand veroorzaken. ■Controleer de ontstekingsvonk nooit wanneerde bougie is gedemonteerd. Gebruik in plaatsdaarvan een vonktester. ■Een geschikte vonktester gebruiken. 7. 4 Luchtfilter vervangenHet luchtfilter regelmatig reinigen. Beschadigdluchtfilter vervangen. 1. Luchtfilterkap verwijderen. Daartoe deschroef losdraaien en de kap afnemen. 2. Het schuimplastic filter uitnemen enschoonspoelen in een warm zeepsopje. Uit-sluitend in gedroogde toestand weer terug-plaatsen. 3. De luchtfilterkap weer terugplaatsen. 7. 5 Olie verversen (07, 08)■Het oliepeil regelmatig controleren. ■Het oliepeil elke 8 bedrijfsuren of dagelijksvoor het starten van de motor controleren. WAARSCHUWING. Brand- en explosie-gevaar.
NL 32 BMP 14001 | BMP 30000Hulp bij storingen 3. Een geschikte opvangbak gebruiken om deolie in op te vangen. 4. Olievuldop/-peilstok (07/1) eruit schroeven. 5. Olieaftapplug (01/8, 03/8) eruit schroeven. 6. Alle olie laten uitstromen in de opvangbak. 7. Olieaftapplug (01/8, 03/8) weer indraaien,controleren of de afdichting goed is geplaatsten stevig vastdraaien. 8. Bijvullen met nieuwe olie. 9. Met de olievuldop/-peilstok (08/1) controlerenof het oliepeil bij de merkstreep "MAX" staat. 10. De dop weer stevig vastdraaien en alle even-tueel gemorste olie verwijderen. 7. 6 Bougies onderhouden WAARSCHUWING. Gevaar voor persoon-lijk letsel door een elektrische schok. Het con-troleren van de ontstekingsvonk bij gedemonteer-de bougie kan tot zwaar letsel door een elektri-sche schok leiden en kan brand veroorzaken. ■Controleer de ontstekingsvonk nooit wanneerde bougie is gedemonteerd.
Gebruik in plaatsdaarvan een vonktester. LET OP. Gevaar voor beschadiging van demotor. Het gebruik van de motor met een onjuis-te bougie of zonder bougie leidt tot ernstige be-schadiging van de motor. ■Gebruik altijd het voorgeschreven type bou-gie. ■Probeer nooit om de motor te starten zonderbougie. Elektrode-afstand van de bougie: zie de techni-sche gegevens. 7. 7 Motor reinigen WAARSCHUWING. Brand- en explosie-gevaar. Vreemde voorwerpen op de motor kun-nen het apparaat in brand zetten. Een brand kandodelijk letsel tot gevolg hebben. ■Verwijder brandbare vreemde voorwerpen(bijv. gras, bladeren, vet) van de motor, voor-al in de gebieden rondom de uitlaat en de ci-linder. ■Controleer en reinig de gebieden rond de uit-laat en de cilinder regelmatig. LET OP. Gevaar door water. Binnendringendwater (ontstekingsinstallatie, carburateur. ) kantot storingen leiden.
8 OnderhoudsintervallenDe intervallen per uur/per jaar volgen, naarge-lang wat zich het eerst voordoet. Bij gebruik on-der zwaardere omstandigheden moet vaker on-derhoud worden verricht. Vooraf aan elk gebruik:■Motoroliepeil controleren■Luchtfilter controlerenNa de eerste 20 bedrijfsuren of 1maand na deingebruikname:■Olie verversenNa elke 50 bedrijfsuren of na elke 3 maanden:■Luchtfilter reinigen1)Na elke 100 bedrijfsuren of na elke 6 maanden:■Olie verversen■Bezinkselhouder bij de benzinekraan reinigen■Bougie reinigenNa elke 300 bedrijfsuren of eenmaal per jaar:■Luchtfilter vervangen2)■Bougie vervangen■Stationair toerental instellen3)■Klepspeling afstellen3)■Brandstoftank en brandstoffilter schoonspoe-len3)Bovendien na elke 300 bedrijfsuren:■Cilinderkop reinigen3)Bovendien na elke 2 jaar:■Benzineslang vernieuwen3)1) Vaker reinigen bij verontreinigde lucht en in stoffige omstan-digheden.
442754_a 33Transport OPMERKING Neem contact op met onzeklantenservice bij storingen die niet in deze tabelstaan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storingen aan de motor OplossingMotor slaat niet aan. ■Brandstofkraan openen. ■Benzine tanken. ■Choke inschakelen. ■Bougies controleren, eventueel vervangen. ■Natte bougies laten drogen en weer terugplaatsen. ■Luchtfilter reinigen. ■Slechte, te lang opgeslagen benzine laten uitstromen en vervan-gen door nieuwe, schone benzine. Motorvermogen is onvol-doende. Luchtfilter reinigen. Motor draait onregelmatig Werkplaats klantenservice bezoeken. Storingen in de hydraulica OplossingVerpompte waterhoeveel-heid is gering■Breng de drukslang in orde. ■Verwijder de vervuiling aan de aanzuigzijde. ■Max. opvoerhoogte in acht nemen, zie de technische gegevens. ■Aanzuighoogte controleren. Max. aanzuighoogte in acht nemen,zie de technische gegevens.
■Zuigslang vervangen. 9 TRANSPORT■De motor uitsluitend met lege brandstoftanktransporteren. ■De motor altijd met de bougie naar boventransporteren, anders veroorzaakt u: Rook-ontwikkeling, zware start, roetachtige bougie. 10 OPSLAG 1. Aanzuig- en persleiding legen. 2. Aftapplug eruit schroeven en het water uit depomp weg laten stromen. 3. Aftapplug weer erin schroeven en pomp enaccessoires vorstvrij bewaren. OPMERKING Bij gevaar voor vorst moethet systeem volledig geleegd en de pomp op eenvorstvrije plaats bewaard worden. ■Vóór het opbergen van de motor de gebruiks-aanwijzing voor het apparaat in acht nemen. ■Laat de motor afkoelen. ■Motor opbergen in een goed geventileerderuimte, uit de buurt van open vuur of warmte-bronnen.
■Vermeid de volgende omgevingen voor stal-ling:■Nabijheid van open vuur■Nabijheid van warmtebronnen■Waar elektromotoren worden gebruikt■Waar elektrisch gereedschap wordt ge-bruikt■Bij motoren die langer dan 30 dagen wordenopgeslagen, moet de brandstof worden af-getapt of worden beschermd met een brand-stofstabilisator, aangezien zich anders be-zinksel vormt in het brandstofsysteem. ■Apparaat opslaan op een droge, vorstvrijeplaats.
NL 34 BMP 14001 | BMP 30000Verwijderen 11 VERWIJDEREN■Benzine en motorolie horen niet bijhet gewone huisvuil of in de riolering,maar moeten afzonderlijk wordenweggedaan!■Voordat het apparaat wordt afgedabkt moe-ten de brandstof- en de motorolietank wordengeleegd!■Verpakking, apparaat en toebehoren zijn ver-vaardigd van materialen die voor hergebruikgeschikt zijn. Verwijder deze daarom dien-overeenkomstig. 12 KLANTENSERVICE/SERVICECENTREVoor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met hetdichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindtu op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts 13 GARANTIEEventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou-ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le-vering van een vervangend apparaat.
De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval afvan de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.Onze garantie geldt alleen bij:■naleving van deze gebruikershandleiding■Deskundig gebruik■Gebruik van originele reserveonderdelenDe garantie vervalt bij:■Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen■Eigenhandig aangebrachte technische wijzi-gingen■Gebruik voor andere doeleinden dan het ge-bruiksdoelVan de garantie zijn uitgesloten:■lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik■Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid■Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo-torfabrikant)De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da-tum op de kassabon.
Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naarde dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens deverkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Al-ko BMP 14001 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Pomp Al-ko
Handleiding Pomp
Nieuwste handleidingen voor Pomp