Zibro FF 55 T Handleiding

Zibro Heater FF 55 T

Bekijk gratis de handleiding van Zibro FF 55 T (24 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Zibro FF 55 T of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
INHOUD
Pagina nr.
HOOFDSTUK A:
Specificaties···························································· 73
Veiligheidsvoorzieningen········································· 74
HOOFDSTUK B:
Veiligheidsadviezen voor gebruik···························· 75
HOOFDSTUK C:
Brandstof································································· 76
HOOFDSTUK D:
Bedieningselementen en aanduiding van de onderdelen
··· 77
Bediening
Vóór het aansteken··············································· 79
Bediening······························································ 81
Verwarming uitschakelen······································ 86
Pagina nr.
HOOFDSTUK F:
Onderhoud······························································ 87
HOOFDSTUK G:
Storingen································································· 89
HOOFDSTUK H:
Langdurige opslag··················································· 90
HOOFDSTUK I:
Installatie
Standaard installatieonderdelen··························· 91
Adviezen voor de installatie·································· 92
Installatie van de kachel en het schoorsteenkanaal
··· 93
Verlengdraad voor de temperatuursensor············ 94
VENTILATORKACHEL
HANDLEIDING
MODEL FF 55T(Type B)
BELANGRIJK
1) LEES DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG DOOR EN ZORG ERVOOR DAT U ALLE INFORMATIE GOED
BEGRIJPT VOORDAT U DE KACHEL IN GEBRUIK NEEMT.
2) BEWAAR DE HANDLEIDING OP EEN VEILIGE PLAATS OM EVENTUEEL LATER TE KUNNEN RAADPLEGEN.
3) RAADPLEEG DE PLAATSELIJK GELDENDE VOORSCHRIFTEN EN BOUWVERGUNNINGEN VOOR DE
INSTALLATIE-EISEN.
72

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Zibro
Categorie: Heater
Model: FF 55 T

Handleiding Zibro FF 55 T – volledige tekst

HOOFDSTUK F:Onderhoud ······························································ 87HOOFDSTUK G:Storingen ································································· 89HOOFDSTUK H:Langdurige opslag··················································· 90HOOFDSTUK I:InstallatieStandaard installatieonderdelen ··························· 91Adviezen voor de installatie ·································· 92Installatie van de kachel en het schoorsteenkanaal··· 93Verlengdraad voor de temperatuursensor ············ 94VENTILATORKACHELHANDLEIDINGMODEL FF 55T (Type B)BELANGRIJK1) LEES DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG DOOR EN ZORG ERVOOR DAT U ALLE INFORMATIE GOED BEGRIJPT VOORDAT U DE KACHEL IN GEBRUIK NEEMT.

Model: FF 55TVerwarmingsrendement: 92.4% (1)Verwarmingsvermogen: Hoog - 5.50 kW (18,800 BTU/u)Medium - 3.74 kW (12,800 BTU/h)Laag - 1.88 kW (6,430 BTU/u)Brandstofverbruik: Hoog - 0.622 l/uMedium - 0.423 l/uLaag - 0.213 l/uBrandstofsysteem: Uitneembare brandstoftank (7.6 l)Type brandstof: Uitsluitend PetroleumAfmetingen (B x H x D): 496 x 600 x 339 mmGewicht: 20 kgGat voor het schoorsteenkanaal: Diameter 70 ~ 80 mmMaximale lengte van het schoorsteenkanaal: 3 m, 3 bochten of minderElektrische aansluiting: 230 Volt AC, 50 Hzvoorverwarming - 260 Wverwarming - 48 W(1) Door verbranden van de brandstof ontstaat warmte en waterdamp. Bij het bepalen van het verwarmingsvermogen is geen rekening gehouden met warmteverlies als gevolg van condensatie.HOOFDSTUK A:SPECIFICATIES73

VlamsensorOm overlopen van brandstof te voorkomen wordt de kachel automatisch volledig uitgeschakeld wanneer de ontsteking weigert of de vlam tijdens verbranding uitgaat. Op de digitale display wordt een storingscode weergegeven.Bescherming tegen oververhittingZorgt voor volledig uitschakelen om brand te voorkomen wanneer de kachel een abnormaal hoge temperatuur bereikt door een storing aan de motor of een ongewone verbranding.Herstelsysteem bij stroomstoringenBij een stroomstoring wanneer de kachel is ingeschakeld, zal de kachel worden uitgeschakeld.

Wanneer de stroomvoorziening wordt hersteld zal de kachel automatisch opnieuw worden ontstoken en de ingestelde temperatuur bereiken.Volledig geventileerd systeemVia het schoorsteenkanaal wordt voor de verbranding lucht van buitenaf aangezogen en worden alle verbrandingsproducten naar buiten afgevoerd.1.2.3.4.VEILIGHEIDSVOORZIENINGENUw Laser kachel is uitgerust met een aantal ingebouwde veiligheidsvoorzieningen. Maak uzelf s.v.p. vertrouwd met deze eigenschappen. Wanneer de Laser wordt uitgeschakeld door activering van een veiligheidsvoorziening, moet de storing zo snel mogelijk worden vastgesteld en verholpen.

LET OP: De kachel en het schoorsteenkanaal moeten vóór gebruik correct worden geïnstalleerd. Volg hiervoor de instructies onder “Installatie” in hoofdstuk I. HOOFDSTUK B:VEILIGHEIDSADVIEZEN VOOR GEBRUIK1. Gebruik nooit een andere brandstof dan Petroleum. GEBRUIK NOOIT BENZINE Gebruik van benzine kan leiden tot oncontroleerbare vlammen waardoor gevaar voor brand ontstaat. 2. Vanwege de hoge oppervlaktetemperatuur van de kachel, moeten kinderen, meubels en kleding uit de buurt worden gehouden wanneer de kachel in bedrijf is. (zie pagina 93. )• De kachel mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met fy-sieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis tenzij deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik. • Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat zij niet met het apparaat spelen.

• Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, door personen met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of door person-en met gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat en mits zij begrijpen wat de mogelijke gevaren zijn. • Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. • Kinderen mogen het apparaat niet schoonmaken of onderhoud uitvoeren als er geen toezicht is. 3. Om storingen in de werking te voorkomen en de levensduur te verlengen, moet er regelmatig onderhoud worden uitgevoerd. (zie pagina 87. )4. Sla brandstof uitsluitend op in een metalen of kunststof container die (1) is goedgekeurd voor brandstoffen en (2) duidelijk is gemarkeerd met “Petroleum”. Sla brandstoffen nooit op in een woonruimte. 5.

Punt A: Bij een buitentemperatuur van -29˚C de kamertemperatuur moet dan -18˚C of hoger zijnPunt B: Bij een buitentemperatuur van -43˚C de kamertemperatuur moet dan 16˚C of hoger zijn-18 -7 4 16-29ABRoom Temperature (˚C)Outside Temperature (˚C)-32-34-37-40-43Operating RangeRIGHT WRONGGASPARAFFINPARAFFINDanger75.

De FF 55T is ontworpen voor gebruik met Petroleum. Door gebruik van brandstof van mindere kwaliteit kunnen de prestaties van de brander teruglopen waardoor abnormale verbranding kan ontstaan en de levensduur van de kachel wordt verkort.Gebruik uitsluitend Petroleum in niet-rode jerrycans die exclusief zijn gereserveerd voor brandstof en markeer deze met “Petroleum”. Sla de brandstof op in een aparte omgeving waar geen benzine voor andere apparatuur wordt opgeslagen om verwisseling te voorkomen.Aanschaffen. .

.ALTIJD: Schone paraffine van goede kwaliteit.ALTIJD: De brandstof moet vrij zijn van verontreiniging, water of vlokken.NOOIT: Benzine, alcohol, wit gas, brandstof voor kampeertoestellen of toevoegingNOOIT: Zuur ruikende brandstof.OpslagALTIJD: Opslaan in een schone container die duidelijk is gemarkeerd met Petroleum.ALTIJD: Buiten direct zonlicht opslaan, uit de directe omgeving van warmtebronnen of extreme temperatuurschommelingen.NOOIT: In een glazen container of een container die is gebruikt voor andere brandstoffen.NOOIT: Langer dan zes maanden. Beging elk stookseizoen met verse brandstof; Voer de brandstof aan het einde van het seizoen af.NOOIT: In de woonruimte.Waarom is dit van belang. . .Zuivere, schone brandstof is essentieel voor veilige en efficiënte werking van de kachel.

De hoofdschakelaar schakelt de kachel aan of uit. Wanneer de schakelaar op AAN wordt gezet, wordt de kachel ingeschakeld en zal de verbranding na de opwarmperiode beginnen. Met deze toets worden de geprogrammeerde tijden in de weektimer in- en uitgeschakeld. Met deze toets wordt de weektimer in- of uitgeschakeld. TEMP/TIMER/CLOCK/DAY set modi kunnen worden ingesteld met behulp van de /MIN. knop of de ▲▼/HOUR toetsen. De knop schakelt de energiezuinige modus in of uit. Bij het instellen van de weektimer wordt deze knop gebruikt om de dag van de week te kiezen. Met deze knop wordt het kinderslot in- of uitgeschakeld. Bij het instellen van de weektimer wordt de CLEAR toets gebruik. ˚F/˚C omschakelaar. Aan - de kachel is in bedrijf. Knipperen - voorverwarming en voorreiniging. Aan - weektimer is actiefAan - weektimer wordt ingesteld. Aan - kachel in energiezuinige modus.

Aan - kinderslot ingeschakeld. Aan - kachel werkt op hoge, gemiddelde of lage verbranding. Aan - de digitale indicator toont de huidige temperatuur. Knipperen - de huidige temperatuur kan worden veranderd. Aan - de digitale indicator toont de huidige dag of de timerdag. De motor met drie snelheden levert een krachtige warme luchtstroom tijdens snelle verbranding om de ruimte snel op te warmen en een lage of gemiddelde luchtstroom tijdens de gemiddelde verbranding om een comfortabele temperatuur in de ruimte in stand te houden. Meet de temperatuur in de ruimte en levert informatie aan de kachel om de gewenste temperatuur in stand te houden. De sensor kan met behulp van de verlengdraad op een andere plaats worden gemonteerd (*optie) (zie pagina 94. )Voor gebruik in een 230 V/AC, 50 Hz stopcontact. 1. ON/OFF schakelaar:2. AUTO toets:3. TIMER toets:4. TEMP/TIMER/CLOCK/DAY set:5.

VOOR ONTSTEKINGempty full1: Brandstof vullen • Vul de tank niet in de woonkamer maar op een meer geschikte plaats (er is altijd kans op morsen). • Vul de kachel niet bij tijdens bedrijf of wanneer de kachel nog heet is. Volg de onderstaande procedure:1) Let erop dat de kachel is uitgeschakeld. 2) Open de tankdop en til de uitneembare tank uit de kachelOPMERKING: Het is mogelijk dat er enkele druppels uit de tank lekken. Zet de uitneembare tank neer (met de vulopening naar boven) en draai de dop los met behulp van de afdekking. 3) Neem de handpomp en plaats de gladde, stevigste buis in de voorraadtank. Zorg ervoor dat deze zich op een hogere positie dan de uitneembare tank bevindt. Plaats de geribbelde slang in de vulopening van de uitneembare tank. 4) Vergrendel de schakelaar boven op de pomp (met de klok mee draaien).

5) Knijp een paar keer in de pomp totdat de brandstof in de uitneembare tank begint te stromen. Wanneer dit gebeurt, hoeft u niet langer te knijpen. 6) Houd het brandstofpeil in de uitneembare tank tijdens het vullen in de gaten. Stop met vullen door de schakelaar boven op de pomp los (tegen de klok in) te draaien wanneer de meter aangeeft dat de tank vol is. Let erop dat het peil nooit te hoog komt, in het bijzonder wanneer de brandstof koud is (de brandstof zet uit wanneer de temperatuur stijgt). 7) Laat de resterende brandstof teruglopen in de voorraadtank en verwijder voorzichtig de pomp. Draai de dop voorzichtig weer op de tank met behulp van de afdekking. Na gebruik kan de afdekking achterop de kachel worden opgeborgen. Ruim eventueel gemorste brandstof op. 8) Controleer of de dop recht is geplaatst en goed is vastgedraaid.

Plaats de uitneembare tank weer in de kachel (dop naar beneden). Sluit de afdekking. 2: De kachel aansluitenSluit de kachel aan op een 230 V/AC, 50 Hz stopcontact. Op de digitale display worden twee streepjes weergegeven. OPMERKING: Sluit de kachel niet aan op een stopcontact dat met andere apparaten wordt gedeeld. 3.

Klok instellenBelangrijk: De klok op de kachel moet altijd op de juiste tijd en datum worden gezet. OPMERKING: De “ MIN. ” of “ HOUR” toets zal de tijd steeds met een (1) eenheid veranderen. Wanneer u de toets ▲ ▼ingedrukt houdt, zal de tijd snel worden versteld. OPMERKING: Bij een stroomstoring (langer dan ca. 30 min. ) worden de instellingen van tijd en datum mogelijk gewist. HOOFDSTUK E:GEBRUIK79.

4. De tijd en de dag van de week instellen. 1) De huidige tijd is niet ingesteld (alle symbolen lichten op)Druk op de “ MIN. ” toets of de “ HOUR” toets terwijl de kachel niet is ingeschakeld. (De hoofdschakelaar is uit ▲ ▼(OFF)) Op de display wordt 0:00 (middernacht) weergegeven. (alle symbolen behalve de punt/komma knipperen)2) De huidige tijd instellenDruk op de “ MIN. ” toets om de minuten in te stellen en druk op de “ HOUR” toets om de uren in te stellen. ▲ ▼Wanneer de “ HOUR” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen. ▼“0:00” “1:00” ··· “11:00” “12:00” “13:00” ··· “23:00” “0:00” ···➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞Wanneer de “ MIN. ” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen. ▲“0:00” “0:01” ··· “0:59” “0:00” ···➞ ➞ ➞ ➞ ➞Druk op de “SET” toets om het instellen van de huidige tijd af te ronden.

3) De dag van de week instellenHet “Day” symbool wordt op de display weergegeven en alle dagen van de week knipperen. Druk op de “ MIN. ” toets of de “ HOUR” toets om de dag van de week in te stellen. Een dag van de week zal ▲ ▼knipperen. (de eerste instelling is “SUN”. ) De andere dagen gaan uit. Kies een dag van de week met behulp van de “ MIN. ” of de “▲ ▼HOUR” toets. Wanneer de “ MIN. ” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt ▲veranderen. “SUN” “MON” “TUE” “WED” “THU” “FRI” “SAT”➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞Wanneer de “▲MIN. ” toets wordt ingedrukt op de “SAT” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “SAT” niet meer veranderen. Wanneer de “ HOUR” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen. ▼“SAT” “FRI” “THU” “WED” “TUE” “MON” “SUN”➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞Wanneer de “▼HOUR” toets wordt ingedrukt op de “SUN” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “SUN” niet meer veranderen.

Druk op de “SET” toets om het instellen van de dag af te ronden. De huidige tijd en de dag van de week zullen nu op de display worden weergegeven. OPMERKING: Wanneer de ON/OFF schakelaar tijdens het resetten van de huidige tijd en de dag van de week wordt ingedrukt nadat de tijd en de dag zijn ingesteld, wordt de instelmodus van de huidige tijd afgebroken en opnieuw gestart. Wanneer de dag van de week is ingesteld, wordt de tijd vastgezet op de resettijd. Wanneer de dag van de week niet is ingesteld, wordt de instelling gewist. 80.

Approx. +2˚CApprox. +1˚CSETTEMP. High Medium Low Off Re-lgnitionGEBRUIKHANDMATIGE BEDIENINGDe kachel wordt door de gebruiker direct bediend. De geleverde warmte zal echter automatisch worden aangepast aan de omgevingstemperatuur die wordt gemeten door de temperatuursensor. 1. De kachel inschakelen (ON)A. Zet de ON/OFF schakelaar in de “ON” positie. De huidige omgevingstemperatuur en de ingestelde temperatuur worden op de digitale display weergegeven. De indicator “ON” zal gaan knipperen en de ventilatormotor en de ontsteking worden ingeschakeld. De indicator zal gedurende de voorverwarming blijven knipperen. B. Na ca. 1. 5 - 4 minuten zal de kachel worden ontstoken. (*) Na het ontsteken zal de indicator stoppen met knipperen en permanent gaan branden. De circulatieventilator zal na ca. 2 minuten worden ingeschakeld. OPMERKING: (*) Het voorverwarmen hangt af van de omgevingstemperatuur.

Omgevingstemperatuur: lager dan 0 ˚C 4 minuten0 ˚C - 15 ˚C 2 minuten15 ˚C 1. 5 minuten 2. Instellen van de omgevingstemperatuurA. Druk op de “ MIN. ” of “ HOUR” toets. ˚F of ˚C gaat knipperen. ▲ ▼OPMERKING: Met de “ MIN. ” of “ HOUR” kan de temperatuur in stappen van 1 ˚C (2 ˚F) worden versteld. ▲ ▼B. Druk op de “ MIN. ” of “ HOUR” toets voor zover nodig. De omgevingstemperatuur kan worden ingesteld ▲ ▼tussen 10 ˚C (50 ˚F) en 32 ˚C (90 ˚F). (eerste instelling: 13 ˚C / 56 ˚F)OPMERKING: De instelling van de gewenste temperatuur zal op de display worden weergegeven tijdens het instellen van de omgevingstemperatuur. C. Wanneer de omgevingstemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt, zal de kachel automatisch worden omgeschakeld naar de “MED” of “LOW” modus om de gewenste temperatuur te handhaven. Wanneer de omgevingstemperatuur ca.

HighMediumLow OffRe-lgnitionApprox. +6˚CApprox. +1˚CSETTEMP. ENERGIEZUINIGE MODUSIn de energiezuinige modus wordt de frequentie van de ontsteking verlaagd om het energieverbruik te beperken. Druk op de POWER SAVER (DAY SELECT) toets “ON” terwijl de kachel in bedrijf is om de “POWER SAVER” modus in te schakelen. De indicatie “POWER SAVER” zal op de digitale display worden weergegeven. Wanneer de omgevingstemperatuur ca. 6 ˚C (10 ˚F) hoger wordt dan de ingestelde temperatuur, zal de kachel automatisch worden uitgeschakeld. Wanneer de omgevingstemperatuur lager wordt dan de ingestelde temperatuur, zal de kachel automatisch opnieuw worden ingeschakeld om de gewenste temperatuur in stand te houden. BRANDSTOFINDICATORWanneer het informatielampje gaat branden, fu 10 , wordt hiermee aangegeven dat er nog slechts voor ca. 10 minuten brandstof beschikbaar is.

De countdown van de resterende verwarmingstijd wordt op de informatiedisplay aangegeven. Verwijder nu de brandstoftank en vul deze buiten de woonkamer bij. Wanneer u de brandstoftank nu niet bijvult, zal het alarmsignaal elke 2 minuten klinken om aan te geven dat u de tank moet bijvullen. Na 10 minuten gaat de informatiedisplay, fu el, knipperen en zal de kachel automatisch worden uitgeschakeld,KINDERSLOTHoud de toets CHILD LOCK (CLEAR) langer dan 3 seconden ingedrukt. Het maakt hierbij niet uit of de kachel in bedrijf is of niet. De indicatie “CHILD LOCK” (kinderslot) zal op de digitale display worden weergegeven. Het kinderslot kan worden gebruik om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de instellingen van de kachel veranderen. Wanneer de kachel brandt en het kinderslot is ingeschakeld, kan de kachel alleen worden uitgeschakeld. Alle andere functies zijn dan geblokkeerd.

Wanneer de toets “TIMER” wordt ingedrukt tijdens het instellen van de weektimer, zal “TIMER” verdwijnen en worden de huidige tijd en de dag van de week op de display weergegevenOpmerking: U kunt de instelmodus voor de weektimer niet oproepen terwijl de kachel in de AUTO-modus staat. 1) Kies het programmanummerDruk op de “ MIN. ” of de “ HOUR” toets om het programmanummer te kiezen. ▲ ▼Het maximale aantal programma's is 30. Het gekozen programmanummer knippert op de display. Bij het instellen van de eerste instelling van de weektimer wordt “P01” knipperend op de display weergegeven. Wanneer het gekozen programmanummer op de display wordt weergegeven, gaan alle andere dagen van de week ook knipperen. Wanneer de “ MIN. ” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen. ▲“P01” “P02” ··· “P29” “P30”➞ ➞ ➞ ➞Wanneer de “▲MIN.

” toets wordt ingedrukt op de “P30” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “SAT” niet meer veranderen. Wanneer de “ HOUR” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen.

▼“P30” “P29” ··· “P02” “P01”➞ ➞ ➞ ➞Wanneer de “▼HOUR” toets wordt ingedrukt op de “P01” positie, klinkt er een geluidssignaal en zal “P01” niet meer veranderen. In principe wordt alleen het eerstvolgende hogere nummer naast het hoogste ingestelde programmanummer op de display knipperend weergegeven. Niet alle 30 programma's worden op de display weergegeven. Wanneer het programma al is ingesteld, wordt het eerstvolgende hogere programmanummer op de display weergegeven. Wanneer het programma tot en met “P30” is ingesteld, zal “P30” op de display knipperen. Wanneer het programma tot en met “P30” is ingesteld, wanneer er een andere programmanummer beschikbaar is, zal het laagste beschikbare programmanummer op de display worden weergegeven.

Voorbeeld:Wanneer “P01” en “P02” zijn ingesteld en “P03” nog niet, zal dit als volgt op de display worden weergegeven:“P01” - brandt “P02” - brandt “P03” - knippert 3⇔ ⇔Wanneer “P01” en “P04” zijn ingesteld en "P02" en “P03” nog niet, zal dit als volgt op de display worden weergegeven:“P01” - brandt “P02” - knippert 3 “P03” - knippert 3 “P04” - brandt “P05” - knippert 3⇔ ⇔ ⇔ ⇔Druk op de toets “SET” om naar de volgende stap te gaan (timer instellen). Het programmanummer wordt gewist door de “CLEAR” toets gedurende 3 seconden ingedrukt te houden. 83.

2) De timer instellenDe tijd voor de timer wordt op de display weergegeven. (wanneer de timer niet is ingesteld, worden de streepjes op de display weergegeven). Druk op de “ MIN. ” of de “ HOUR” toets om de tijd voor de timer in te stellen. Op ▲ ▼de display wordt “0:00” weergegeven. (alle symbolen behalve de dubbele punt knipperen). Wanneer de “ HOUR” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen. ▼“0:00” “1:00” ··· “11:00” “12:00” “13:00” ··· “23:00” 0:00” ···➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞Wanneer de “ MIN. ” toets wordt ingedrukt, zal het symbool als volgt veranderen. ▲“0:00” “0:10” “0:20” “0:30” “0:40” “0:50” “0:00” ···➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞Druk op de toets “SET” om het instellen van de timer af te ronden en naar de volgende stap te gaan (het programma instellen).

Wanneer de “SET” toets wordt ingedrukt terwijl de streepjes op de display worden weergegeven, klinkt er een geluidssignaal en kunt u niet naar de volgende stap. 3) De temperatuur voor het programma instellenDe ingestelde temperatuur “21” zal op de display knipperend worden weergegeven. Druk op de “ MIN. ” toets of de “ HOUR” toets om de temperatuur van het pr▲ ▼ogramma in te stellen. De “ MIN. ” of de “ HOUR” toets zal de temperatuur steeds met 1 ˚C (2 ˚F) verstellen. ▲ ▼Druk op de “SET” toets om het instellen van de temperatuur voor het programma af te ronden en verder te gaan met de volgende stap (de dag van de week voor het programma instellen). 4) De dag van de week voor het programma instellenHet “Day” symbool wordt weergegeven en “SUN” zal knipperen. Druk op de “ MIN. ” toets of de “ HOUR” toets ▲ ▼om de dag van de week voor het programma in te stellen. Door indrukken van de “ MIN.

Door indrukken van de “ HOUR” toets, wor▼dt de dag van de week gewist. Een dag van de week zal uitgaan. Nu gaat het symbool automatisch naar de volgende dag van de week. Door indrukken van de “DAY SELECT” toets, wordt de volgende dag van de week weergegeven zonder die dag in te stellen. Het symbool voor de dag van de week verandert als volgt:“SUN” “MON” “TUE” “WED” “THU” “FRI” “SAT” “SUN” ···➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞ ➞Druk op de toets “SET” om het instellen van de dag van de week voor het programma af te ronden en terug te gaan naar het kiezen van het programmanummer. Wanneer de dag van de week niet is ingesteld wanneer u op de "SET" toets drukt, klinkt er een geluidssignaal kunt u niet verder met de volgende stap. 84.

2. De modus weektimer inschakelenTijdens bedrijf (in de SW/ON positie), drukt u op de “AUTO” toets om de modus weektimer te starten. Op de display wordt het symbool “AUTO” weergegeven. Wanneer er echter geen programma is ingesteld, klinkt er een geluidssignaal en kan de modus weektimer niet worden ingeschakeld. Druk op de “ MIN. ” of de “ HOUR” toets ▲ ▼om de ingestelde temperatuur te wijzigen. Wanneer het volgende programma echter start, zal de temperatuur worden gewijzigd naar de temperatuur van het volgende programma. Druk tijdens bedrijf op de toets “TIMER” om de modus weektimer in te schakelen (kiezen van het programmanummer). Wanneer de toets “TIMER” wordt ingedrukt tijdens het instellen van de modus weektimer, wordt de modus weektimer uitgeschakeld. De gewijzigde instellingen worden van kracht zodra de modus AUTO wordt ingeschakeld.

HANDMATIGE VERBRANDINGBELANGRIJK: Deze functie is uitsluitend bedoeld voor testdoeleinden. De kachel kan ook op een gewenste verbrandingsmodus worden gehouden (hoog, gemiddeld, laag), ongeacht de omgevingstemperatuur. 1. Houd de “ MIN. ” en de “ HOUR” toetsen gelijktijdig gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt terwijl de ▲ ▼ON/OFF schakelaar op de stand “ON” staat. 2. P1, P2 of P3 worden op de digitale display weergegeven;P1 = lage modusP2 = gemiddelde modusP3 = hoge modusKies vervolgens de gewenste verbrandingsmodus met behulp van de “ MIN. ” of “ HOUR” toets. De ▲ ▼“ MIN. ” toets zet de verbrandingsmodus hoger, de “ HOUR” toets zet de verbrandingsmodus lager. ▲ ▼3. Om de instelling te wissen, houd u de “ MIN. ” en de “ HOUR” toetsen gelijktijdig gedurende 3 seconden ▲ ▼ingedrukt totdat de normale temperatuurweergave verschijnt.

Op de display wordt de reinigingscode weergegeven als cl:05 die terugloopt naar cl:01. Deze procedure om de brander automatisch te reinigen neemt 5 minuten in beslag. Gedurende deze tijd zal de brander op de laagste stand gaan branden. Wanneer de brander weer schoon is, zal de kachel automatisch terug gaan naar de hoogste stand. 85.

UIT GEHEUGENDe verbranding vanaf het begin uitvoeren. De ingestelde temperatuur wordt uit veiligheidsoverwegingen gewijzigd naar 13 C (56 F). ° °De ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur worden gewist als de stroomstoring langer dan 30 minuten heeft geduurd. Druk een willekeurige knop in om het knipperen van de ingestelde temperatuur en de omgevingstemperatuur uit te schakelen. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. De instelling wordt gewist. (zie pagina 85. )De instelling wordt gewist. (zie pagina 82. )KORTER DAN 3 SECONDENVerbranding opnieuw starten met dezelfde instellingen als voor de stroomstoringBehoud dezelfde instellingen als voor de stroomstoring. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. IN GEHEUGENDe verbranding vanaf het begin uitvoeren.

Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. Behoud dezelfde instelling als voor de stroomstoring. De instelling wordt gewist. (zie pagina 82. )IN GEHEUGENUIT GEHEUGENKinderslot (zie pagina 82. )Instellingen tijd en datum (zie pagina 79. )Automatische werking (zie pagina 85. )Kinderslot (zie pagina 82. )DUUR VAN DE STROOMSTORINGGEBRUIKENERGIEZUINIGEMODUSAUTOMATISCHE WERKINGKINDERSLOTHERSTELSYSTEEM BIJ STROOMSTORINGENDe kachel wordt uitgeschakeld, indien er zich tijdens de werking een stroomstoring voordoet. Zodra de stroomstoring is verholpen, zal het apparaat automatisch herstarten met de volgende instellingen. Stel gewiste instellingen opnieuw in zoals hieronder aangegeven. WANNEER DE KACHEL IN BEDRIJF ISAls de kachel niet in gebruik is en er doet zich een stroomstoring voor, dan zal het apparaat in principe opstarten met dezelfde instellingen als voor de stroomstoring.

LouverCiraulation air filterCirculation fanCheckVOOR OPTIMALE PRESTATIES MOETEN DE HIERONDER GENOEMDE ONDERDELEN REGELMATIG WORDEN GEREINIGD.1. Controleer de omgeving van het schoorsteenkanaal (eenmaal per week)Controleer of de verbindingen van het schoorsteenkanaal goed zijn bevestigd. 2. Deurtjes reinigen (eenmaal per week)Stof en vuil kan met een vochtige doek van de deurtjes worden geveegd.3. Circulatie luchtfilter reinigen (eenmaal per week)Aan de achterkant van de kachel is een rooster aangebracht. Schuif dit rooster eenmaal per week omhoog om het met een stofzuiger te reinigen.4. Reinig de fitting van de brandstofaanvoerWanneer stof of vuil zich bij de brandstofaanvoer heeft opgehoopt, moet dit worden verwijderd. Controleer tijdens het bijvullen altijd de fitting van de brandstofaanvoer.5.

Controleer op brandstoflekkageMaak er een gewoonte van om te controleren op tekenen van brandstoflekkage. Veeg alle gemorste brandstof bij de tankhouder en de uitneembare tank weg. Gemorste brandstof veroorzaakt stank en is een brandrisico.LET OP: De kachel moet worden losgekoppeld voordat er een inspectie of reiniging wordt uitgevoerd.LET OP: Laat de kachel volledig afkoelen voordat reiniging of onderhoud wordt uitgevoerd.HOOFDSTUK F:STANDAARD ONDERHOUD87

6. Aanbevolen periodiek onderhoudAls state-of-the-art apparaat moet uw kachel van tijd tot tijd worden gecontroleerd en onderhouden door een gekwalificeerde monteur om optimaal en veilig gebruik te kunnen waarborgen. Deze inspectie dient het volgende te omvatten: controle van de ontsteking; controle van het schoorsteenkanaal; controle van de brander; reiniging van alle noodzakelijke onderdelen en vervanging van de pakkingen waar nodig. Neem contact op met uw Toyostove dealer voor details en een afspraak.AUTOMATISCH REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKINGDe reinigingsmodus van de ontsteking zorgt voor een langere levensduur.Wanneer de kachel is ingeschakeld en de klok is ingesteld (zie “Klok instellen” op pagina 79), zal de kachel automatisch stoppen en de ontsteking elke dag om 2:00 reinigen. Tijdens de reiniging wordt “CL” op de digitale display weergegeven.

Nadat de reiniging is afgerond, zal de kachel automatisch opnieuw ontsteken en gaan branden.HANDMATIG REINIGINGSSYSTEEM VOOR DE ONTSTEKINGDe kachel zal de ontsteking gedurende 10 minuten handmatig reinigen.1. Wanneer de ON/OFF schakelaar in de “OFF” positie staat, houdt u de “SET” en de “CLEAR” toets gelijktijdig gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt.2. Op de display verschijnt “CL:10”. De reiniging wordt zonder verdere invoer uitgevoerd.OPMERKING: Het reinigen van de ontsteking is van belang om de levensduur van de ontsteking te verlengen. Het wordt aanbevolen om de ontsteking eenmaal per week te reinigen.88

De volgende symptomen zijn normaal gedurende normaal bedrijf van de kachel. VOORDAT U EEN BEROEP DOET OP DE SERVICEDIENSTWanneer de kachelwordt gestart of gedoofd. Wanneerde kachel inbedrijf is. GeurSymptoomWitte rook of stank wanneer de Laser voor het eerst wordt gebruikt. Heldere vlammen zichtbaar in het kijkvenster gedurende een paar minuten na ontsteking. Onregelmatige metalen 'kraak' geluiden wanneer de kachel wordt ontstoken of gedoofd. Er wordt geen warme lucht afgegeven na ontsteken. Regelmatig 'tikkend' geluid van de kachel. De verbrandingsruimte of de warmtewisselaar is zichtbaar door de luchtdeurtjes, roodgloeiend. Af en toe gele flikkering in de blauwe vlam.

Gemorste PetroleumGebruik van slechte kwaliteit PetroleumRedenMachineolie van de fabricage of stof verbrandt van het oppervlak van de brander of warmtewisselaarDe brander is koud en de ontsteking blijft nog een tijdje doorbranden. Uitzetten of krimpen van hete metalen onderdelen terwijl de Laser opwarmt of afkoelt. Er is een vertraging om te voorkomen dat er eerst koude lucht wordt afgegeven. Geluid van de brandstofpomp tijdens normaal bedrijf. NormaalNormaal— Veeg gemorste Petroleum van de tankhouder, uitneembare tank en opvangbakje. — verwijder de brandstof en gebruik heldere Petroleum. HOOFDSTUK G:PROBLEMENStoringscodeE-0E-2E-6E-8E-12E-13E-22E-23FUEL-- : --HiLoInformatieStroomstoring (laag voltage, onstabiele frequentie)De veiligheidsfunctie van de ontsteking is geactiveerd. Gedoofd tijdens normaal bedrijf.

Storing in de ventilatormotorDe beveiliging tegen oververhitting is geactiveerd. Storing in de thyristor van de branderOvermatige brandstof in de branderOntsteking 3-maal misluktPrimaire vlam (vlamsensor) werkt niet correct en/of is vuilGeen brandstofDe timer functioneert niet. De omgevingstemperatuur is hoger dan 35 ˚C. De temperatuursensor is niet correct gemonteerd. De omgevingstemperatuur is lager dan -10 ˚C. Temperatuursensor werkt niet correct of is losgeraakt.

Wanneer u van plan bent om de kachel gedurende een langere periode niet te gebruiken, wordt aangeraden om de kachel volgens de onderstaande stappen op te slaan:1. Bereken aan het einde van het seizoen uw brandstofaankopen zodat u alle aangeschafte brandstof kunt opgebruiken Wanneer de brandstof langer dan zes maanden wordt opgeslagen, kan de kwaliteit teruglopen. Gebruik van dergelijk lang opgeslagen brandstof heeft een ongunstig effect op de werking van de kachel. 2. Wanneer uw kachel onderhoud of reparatie nodig heeft is dit het juiste moment om contact op te nemen met uw leverancier om het onderhoud uit te voeren voordat u de kachel opslaat. Op deze manier is uw kachel meteen gereed voor gebruik wanneer het volgende stookseizoen begint. 3. Wanneer u van plan bent om de kachel op de gebruikslocatie op te slaan:(a) Koppel de stroomvoorziening af.

(b) Reinig de brandstoftoevoer en verwijder alle Petroleum, stof of achtergebleven water in de tankhouder en de uitneembare tank om corrosie te voorkomen. (zie pagina 87. )(c) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek. (d) Bedek de kachel volledig met een grote plastic zak ter bescherming tegen stof. 4. De kachel opslaan op een andere locatie:(a) Koppel alle aansluitingen af. (b) Verwijder alle brandstof uit de tankhouder en reinig de fitting van de brandstofaanvoer. (c) Koppel het schoorsteenkanaal los van de kachel. (d) Verwijder achtergebleven roet in het schoorsteenkanaal met behulp van een borstel en/of een stofzuiger. (e) Veeg alle vlekken of stof op de kachel af met een vochtige doek en veeg vervolgens na met een droge doek. (f) Plaats de kachel in de originele verpakking en sla deze op een droge plaats op.

Wanneer de originele verpakking niet beschikbaar is, kunt u de kachel volledig afdekken met een grote plastic zak ter bescherming tegen stof tijdens de opslag.

(3)ALGEMENE BESCHRIJVING De FF 55T is ontworpen voor installatie aan een buitenmuur zodat volledig gebruik kan worden gemaakt van de eenvoudige montage met behulp van het "schoorsteenkanaal" waardoor de noodzaak van een hoge schoorsteen komt te vervallen. Er is geen hitte- of brandbestendige bescherming noodzakelijk. Hoe-wel er verschillende uitbreidingen voor het schoorsteenkanaal beschikbaar zijn, wordt de Instalatie hierdoor gecom-pliceerder. Zorg ervoor dat u de mogelijkheden en beperkingen van de uitbreidingsmogelijkheden voor het schoorsteenkanaal heeft gelezen en begrepen.STANDAARD INSTALLATIEONDERDELENDe volgende standaardonderdelen voor de installatie worden met de kachel meegeleverd. Voor andere installatie-methoden moet u eventueel aanvullende accessoires aanschaffen bij uw TOYOTOMI leverancier. Zie “Aanvullende onderdelen”.HOOFDSTUK I:INSTALLATIEL-vormige slang (2) (ART. NR.

LongextensionkitSnowSnowSnowSnowSnowSnowMust behigher600mmWindbreakStrongwindBELANGRIJK:In omgevingen met zware sneeuwval moet de afstand tot de grond worden vergroot op basis van de gemiddelde sneeuwhoogte. BELANGRIJK:In open gebieden met sterke wind kan aanbrengen van een windbreker noodzakelijk zijn. GasolineParaffinGas pipe1. De luchtaanvoer en de afvoeropening van het schoorsteenkanaal moeten naar buiten altijd volledig open zijn. Het schoorsteenkanaal mag niet worden aangesloten op een bestaande schoorsteen, garage, kelder, kruipruimte, tussenplafond of een andere gesloten ruimte omdat het schoorsteenkanaal een "warmtewisselaar" is waarbij in de afvoer condens ontstaat die naar buiten moet worden afgevoerd. (zie afb. 2 pag. 93). 2. Installeer het schoorsteenkanaal (zie afb. 2 en 3, pag. 93.

) Let op dat het volume en de temperatuur van het gas dat via het schoorsteenkanaal naar buiten wordt afgevoerd minimaal is en normaal gesproken geen problemen oplevert. 3. Voordat u een gat in de wand aanbrengt voor het schoorsteenkanaal dient u ervoor te zorgen dat de wand geen holle ruimtes, elektriciteitsdraden, gasleidingen en andere obstakels bevat. Boor van binnenuit een gat van 5 mm voor de geleiding om de uiteindelijke opening van buitenaf te boren en op die manier rommel te voorkomen. 4. Instaleer het schoorsteenkanaal niet in de omgeving van de luchtaanvoer of op een plaats waar de afvoer bedekt kan worden met sneeuw, bladeren of direct is blootgesteld aan wind met een snelheid van meer dan 5. Installeer NOOIT de afvoerpijp onder de kachel zelf. 6.

De totale lengte van de verlengpijpen (accessoire L, M of S) tussen de kachel en het schoorsteenkanaal mag niet groter zijn dan 3 m, en niet meer dan drie 90 bochten bevatten. °OPMERKING: Wanneer u gebruik maakt van de verlengpijpen L, M, of S moet de hete afvoerpijp met het meegeleverde isolatiemateriaal worden bekleed. (meer isolatie kan nodig zijn in overeenstemming met de plaatselijk geldende voorschriften). 7.

Flue Pipe InstallationExhaust pipeNot lessthan 45 cmNot lessthan 45 cmNot less than 60 cmNot less than 60 cmNot less than 30 cmNot less than 20 cm*45˚Flammable objectFlammable objectNon-flammableobjectAfb. 1FF 55TMore than 30 cmMore than 1.5 mMore than 30 cmMore than 10 cmAfb. 2 Afb. 3More than 60 cmINSTALLATIE VAN DE KACHEL EN HET SCHOORSTEENKANAALA) Voordat u verder gaat met de installatiewerkzaamheden moet u controleren of de installatie voldoet aan de bouwvoorschriften en de geldende plaatselijke voorschriften op het gebied van verwarmingsinstallaties.

(raadpleeg de website van de plaatselijk autoriteiten of neem contact op met uw leverancier.)B) Het schoorsteenkanaal is ontworpen om door de muur van een conventioneel gebouw te worden gemonteerd, inclusief baksteen, celbeton, Linear, Gibraltar en gipsplaat, tegels, houten betimmering, polystyreen, metalen profiel etc.C) De FF 55T kachel is ontworpen voor gebruik tot een hoogte van 900 boven NAP. Voor installatie tussen 900 en 1800 meter moet de kachel door de servicedienst worden afgesteld. Neem contact op met uw leverancier voor advies.1. Kies de locatie voor de kachel. Houd de minimale afstanden aan tussen de kachel en de dichtstbijzijnde brandbare materialen zoals hieronder aangegeven. (zie afb. 1) Zorg voor toegang tot de achterste afscherming van de ventilator, de ingebouwde brandstoftank en de resetknop.2.

VERLENGDRAAD VOOR DE TEMPERATUURSENSORDe temperatuursensor bevindt zich vooraan, rechts op de kast. De temperatuursensor is in de sensorbehuizing aangebracht. Wanneer de gewenste kamertemperatuur niet kan worden bereikt, afhankelijk van de omstandigheden, kan de sensor met behulp van de (*optionele) verlengdraad op een andere plaats worden bevestigd. Volg hiervoor de onderstaande stappen:1. Draai de schroef los om de sensorbehuizing van de kachel los te maken.2. Verwijder de connector door deze met de vingers vast te houden en sluit de verlengdraad aan.3. Sluit de verlengdraad aan op de connector aan de zijkant van de thermistor.4. Bevestig de sensorbehuizing op de plaats waar de gewenste kamertemperatuur wordt bereikt.94

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Zibro FF 55 T stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden