Ygnis Varino GRANDE Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ygnis Varino GRANDE (34 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen. Heb je een vraag over Ygnis Varino GRANDE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ygnis |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Varino GRANDE |
Handleiding Ygnis Varino GRANDE – volledige tekst
Afvoer van de verbrandingsproducten 20 7. Bedrijfsvoorwaarden 21 7.1. Brandstof 21 7.2. Verbrandingslucht 21 7.3. Vullen van de installatie en waterkwaliteit 21 7.4. Eisen aan het gebruik 21 8. Inbedrijfstelling van de hoog-rendement-unit 22 9. 23 Bediening 9.1. Uitleg bedieningseenheid 23 9.2. Bedrijfsniveau (statusaanduiding) 23 9.3. Parameterniveau 24 9.4. Informatieniveau 25 9.5. Verklaring aanduidingen van de uren- en de impulsmeters : 26 9.6. Aanduiding storingen in de hoog-rendement-unit 26 9.7. Startprocedure van de hoog-rendement-unit 26 9.8. Testprogramma / functie "schoorsteenveger" 27 9.9. Zelf verhelpen van storingen 28 9.10. Buiten werking stellen van de hoog-rendement-unit na het stookseizoen (zomerbedrijf) 29 9.11. In werking stellen van de ketel bij het begin van het stookseizoen 30 10. 30 Onderhoud / Reinigen 11. 30 Reserveonderdelen Annex 1: Storingscodes 32
TOESTEL De goede werking van het apparaat en de fabrieksgarantie zijn alleen gewaarborgd als montage, bediening en onderhoud in overeenstemming met deze gebruiksaanwijzing plaatsvindt. Houdt het toestel buiten het bereik van kinderen en onervaren personen. Het apparaat mag enkel aangewend worden voor het voorziene gebruik. Elke andere toepassing is ongeoorloofd en dus gevaarlijk. Het minimum en maximum debiet waarop de brander is afgesteld zoals alle drukken en temperaturen mogen de grenswaarden in deze handleiding niet overschrijden. Het is verboden het toestel te modificeren om het vermogen op te voeren of om het toestel voor andere doeleinden te gebruiken. Onderdelen mogen enkel en alleen geopend of aangeraakt worden tijdens het onderhoud van het apparaat. Raak de warme delen van het apparaat niet aan.
) kunnen zelfs na langdurige stilstand van het apparaat nog hitte uitstralen. Raak het apparaat nooit blootsvoets of met vochtige lichaamsdelen aan. Indien men het toestel, tijdens een bepaalde periode, niet wenst te gebruiken, schakel dan de hoofdschakelaar op het bedieningspaneel uit en sluit het handventiel op de brandstofaanvoerleiding. Het apparaat bevat onderdelen van synthetische siliciumhoudende minerale vezels (glasvezels, isolatiewol). Deze onderdelen moeten aan het einde van hun levenscyclus volgens de geldende voorschriften correct gedeponeerd worden. INSTALLATIE EN REGELING Het apparaat dient geïnstalleerd en afgesteld te worden uitsluitend door vakmensen conform deze handleiding en de geldende normen en voorschriften.
STOOKPLAATS De stookplaats moet afsluitbaar zijn en met een goede luchtaan- en afvoer worden voorzien, conform de geldende normen. Bij twijfel is toerental van de branderventilator te registreren, terwijl de brander op maximum debiet werkt en de stookplaats enkel verlucht wordt via de openingen voor de luchttoevoer van het toestel en daarna met geopende deur. Het toerental moet in beide gevallen gelijk zijn. Als er in de stookplaats verschillende apparaten geïnstalleerd zijn, die soms samen functioneren, moeten de testen uitgevoerd worden met alle toestellen in werking. Sluit de luchtaan- en afvoer, de ventilator van de brander en verluchtingsroosters van de stookplaats nooit af. Het apparaat moet beschermd worden tegen regen, sneeuw en vorst. Zorg ervoor dat de stookplaats schoon is en dat er geen stof blijft hangen.
Dit kan worden aangezogen door de ventilator en een verstopping veroorzaken in de interne delen van de brander of de branderkop. De verbrandingslucht moet vrij zijn van halogenen (chloor-, fluorverbindingen). Halogeenbelasting van de verbrandingslucht leidt tot grote corrosieschade.
In twijfelgevallen moet de goede kwaliteit van de verbrandingslucht met een externe luchtaanzuigvoorziening gewaarborgd worden. ELEKTRISCHE VOEDING Doe beroep op erkende vakmensen voor de elektrische aansluitingen en respecteer de geldende normen inzake elektrische aansluitingen. Zorg ervoor dat de elektrische spanning gelijk is aan die waarvoor het toestel voorzien is (zie ook verder in de handleiding). Zorg ervoor dat de installatie waarop het apparaat wordt aangesloten correct geaard is, zoals vereist door de geldende normen. Ga na of de aarding efficiënt werkt. Nulleider en fase niet omwisselen. Het apparaat mag alleen op het elektriciteitsnet worden aangesloten met een stekkeraansluiting die geen verwisseling tussen nulleider en fase toelaat; voorzie een hoofdschakelaar voor de warmtecentrale zoals vereist wordt door de geldende normen.
De elektrische installatie en de diameter van de kabels dienen aangepast te zijn aan het maximaal opgenomen vermogen van het apparaat zoals aangegeven in de handleiding. Doe, bij een defect van de voedingskabel van het apparaat, beroep op erkende vakmensen om de kabel te vervangen. Trek niet aan de elektrische kabels en houdt ze uit de buurt van alle warmtebronnen. BRANDSTOF Men dient het type brandstof te gebruiken waarvoor het toestel voorzien is. Dit wordt aangegeven op het toestel. De druk van de toegevoerde brandstof mag de waarden, zoals aangegeven in deze aanleiding, niet overschrijden. De maten van de toevoerleiding van de brandstof naar de brander moeten in overeenstemming zijn met de geldende normen en wetten.
De toevoerleiding moet volkomen dicht zijn en moet ook voorzien zijn van alle door de geldende normen voorgeschreven veiligheids- en controle-inrichtingen.
Zorg er, bij de installatie, bovendien voor dat er geen vuiltjes in de leidingen komen. Bij de inbedrijfneming en na elke verbreking van de verbinding moet de gasstraat op lekken gecontroleerd worden. DEFECT Indien het apparaat vergrendeld raakt, probeer het apparaat manueel te ontgrendelen. Na maximum 2 à 3 vergeefse pogingen niet proberen te repareren. Schakel het toestel uit en wendt u tot vakmensen. Het apparaat dient gerepareerd te worden door een installateur of service center, erkend door de fabrikant waarbij uitsluitend originele onderdelen gebruikt worden. Indien u geen rekening houdt met deze aanbevelingen, kan de fabrikant niet garant staan voor de veiligheid van het toestel. Storingen en schade die door onjuiste behandeling of gewelddadige beschadiging worden veroorzaakt, ontheffen de fabrikant van zijn garantieplicht.
ONDERHOUD Regelmatig of tenminste één maal per jaar dient u beroep te doen op een erkend vakman voor een onderhoudsbeurt. Voor elke tussenkomst dient de hoofdschakelaar van het toestel te worden uitgeschakeld en de brandstoftoevoer afgesloten. Alleen de onderdelen die vermeld staan in de onderdelencatalogus, kunnen worden vervangen. Om elk gezondheidsrisico te voorkomen, moeten bij werkzaam-heden met onderdelen van synthetische siliciumhoudende minerale vezels (glasvezels, isolatiewol) geschikte kleding en een ademhalingsmasker gedragen worden.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 3 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 2. Beschrijving 2. 1. Modulerende gas-hoog-rendement-unit De VARINO GRANDE hoog-rendement-unit brengt nieuwe mogelijkheden voor een bijzonder zuinige warmteproductie met aardgas. Het uitzonderlijke regelbereik van 1:12 maakt een nagenoeg permanente werking gedurende het grootste gedeelte van het stookseizoen mogelijk. De veel kleinere schakelverliezen die daaruit voortvloeien evenals de zeer lage gemiddelde belasting bieden enorme voordelen voor het milieu en het rendement. Bovendien kan zeer snel gereageerd worden op wisselende warmtebehoeften, omdat de hoog-rendement-unit dankzij de langere branderlooptijden nagenoeg permanent in werking is.
De aanpassing van het warmtevermogen in het uitzonderlijke regelbereik van 1:12 wordt gerealiseerd door een volledig voorgemengde brander met veranderlijk branderoppervlak dat in functie van de warmtevraag vergroot of verkleind wordt. Bij een grotere warmtebehoefte bijvoorbeeld wordt het actieve branderoppervlak, voorzien van vlamopeningen, verder naar buiten geschoven. Tezelfdertijd wordt het gas- en het luchtdebiet zodanig verhoogd dat de vlammen niet veranderen van vorm maar dat Het speciale, gepatenteerde enkel hun aantal toeneemt. gatenpatroon op het branderoppervlak zorgt voor minimale emissies van koolmonoxide en stikstofoxiden. De microprocessor-gestuurde branderregeling waarborgt een constante verbrandingskwaliteit. Installatiegebonden grootheden, zoals geografische hoogte, schoorsteen, luchttoevoerleidingen, enz.
worden bij de indienststelling automatisch geregistreerd en rekenkundig gecorrigeerd. Daarenboven worden alle invloeden die tijdens de dag kunnen veranderen, zoals luchtdruk, temperatuur, samenstelling van het aardgas enz. permanent bewaakt via de meting van het zuurstofgehalte in de verbrandingsproducten.
Dit gebeurt door middel van een zuurstofsonde die de snelheid van de ventilator regelt. Deze aanpassing van het ventilatortoerental resulteert ook in een daling van het elektrisch verbruik. Het regelsysteem kan, naast de ingebouwde weersafhankelijke sturing (optie) via optionele modules worden aangesloten op alle op de markt gangbare uitbreidingsvarianten (b. v. digitale sturing, 0-10 V of Bus). 1. Modulerende brander 2. Verbrandingsluchtventilator 3. Microprocessor-gestuurde regeling 4. Mengkamer 5. Branderoppervlak 6. Verbrandingskamer (roestvrij staal) 7. Warmtewisselaar in roestvrij staal 8. Condensor in roestvrij staal 9. Compacte gasregelunit 10. Gasstopkraan 11. Gasaansluiting 12. Retour lage temperatuur 13. Retour hoge temperatuur 14. Vertrek 15. Sifon condensaatafvoer 16. Afvoerstomp 17. O2-sonde 18. Warmte-isolatie 19. Condensaatopvangbak in roestvrij staal 20. Bekleding 21.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 4 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil Alle onderdelen van het ketellichaam die in contact komen met de verbrandingsproducten zijn vervaardigd uit hoogwaardig roestvrij staal. Daarom is de handhaving van een hoge retourtemperatuur niet vereist. De retourleidingen voor hoge en lage temperatuur maken een gelijktijdige voeding met retourwater op hoge en lage temperatuur mogelijk, zonder dat het rendement van de warmtewisselaar hieronder lijdt. Zowel de warmtewisselaar als de condensor zijn zo gebouwd dat hun werking bij iedere retourtemperatuurcombinatie mogelijk is. Het bij de verbranding gevormde condensaat wordt opgevangen in een opvangbak in roestvrij staal en via een sifon afgevoerd. De VARINO GRANDE is in twee uitvoeringsvarianten verkrijgbaar. De standaarduitvoering is een monoblok-versie.
Bij krappe situaties bij het inbrengen kan het ketelblok van de unit – optioneel – ook in meerdere delen geleverd worden (versie VG-TB). In deze versie is het inbrengen door deuren met maar 800 mm breedte nog mogelijk. Daar alle onderdelen van de VARINO GRANDE hoog-rendem reeds optimaal onderling ent-unit in de fabriek afgestemd zijn, is de hydraulische aansluiting en de inbedrijfstelling zeer eenvoudig. 2. 2. Conformiteit en homologaties Dit apparaat voldoet aan de eisen van de gasapparatenrichtlijn 2009/142/CE, de laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG, de EMV-richtlijn 89/336/EEG en de rendementsrichtlijn 92/42/EEG. - CE-ID-Nr 0063AT3524 - NOx AU021 (Nederlands Staatsblad 1995, 344) Dit apparaat is verder conform met artikel 5 van het Belgische Koninklijk Besluit van 08/01/04 tot regeling van de emissies van NOx en CO (geldend voor VARINO GRANDE 350 en 400).
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 6 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 4. Technische gegevens 4. 1. Basisgegevens/randvoorwaarden Bedrijfsoverdruk 6,0 bar Testoverdruk 9,0 bar Ketelvertrek- en retour-flenzen PN 6 Maximale bedrijfstemperatuur 100°C Minimale retourtemperatuur: geen beperking Maximaal CO2-gehalte bij aardgas E/LL 11. 7% (droog verbrandingsproduct) bij vloeibaar gas P 13. 7% 4. 2. Waterkwaliteit De volgende regels zijn van toepassing zodra de verwarmingsketel in gebruik wordt genomen en ze blijven geldig tot het einde van de levensduur van het product. Voorbereiding van het watercircuit voordat de verwarmingsketel in werking wordt gesteld: Voor elke installatie (renovatie of nieuwe installatie) moeten de leidingen van het watercircuit grondig worden schoongemaakt.
Dat is nodig om ziektekiemen en resten die aanleiding geven tot de vorming van bezinksel, te verwijderen. Vooral in het geval van een nieuwe installatie moeten vet, roest en kleine koperafzettingen worden verwijderd. Voor te renoveren installaties moet u het bezinksel en het roest dat zich geleidelijk aan heeft gevormd, verwijderen. U kunt de leidingen op twee manieren schoonmaken: een snelle oplossing die slechts enkele uren in beslag neemt en een geleidelijke aanpak, die enkele weken tijd vergt. In het 1e geval moet u de leidingen in elk geval schoonmaken voordat u de nieuwe verwarmingsketel aansluit. In het tweede geval plaatst u een filter op de retourleiding van de verwarmingsketel om het losgekomen bezinksel op te vangen.
Door de installatie schoon te maken voordat u die gebruikt, verbetert u het rendement, beperkt u bovendien het energieverbruik en gaat u de vorming van roest en kalkafzetting tegen. Daarvoor is echter de interventie van een professional nodig (waterbehandeling).
De installatie beschermen tegen kalkafzetting Water bevat van nature opgeloste calcium- en carbonaationen, die verantwoordelijk zijn voor de vorming van kalkaanslag (calciumcarbonaat). Om buitensporige afzetting te voorkomen, dient u de nodige voorzorgsmaatregelen te treffenmet betrekking tot het vulwater: TH < 10 °f Tijdens de levensduur van de verwarmingsketel, moet er af en toe water worden bijgevuld. Daardoor kan er kalkaanslag ontstaan in het circuit. De som van de hoeveelheid vulwater en suppletiewater mag tijdens de levensduur van de installatie niet meer bedragen dan driemaal de watercapaciteit van de verwarmingsinstallatie. Bovendien moet de hardheid van het suppletiewater onder controle worden gehouden. Suppletiewater: TH < 1 °f Een aanzienlijke aanvoer van niet-behandeld water veroorzaakt systematisch kalkaanslag.
Om deze parameter te controleren en anomalieën te detecteren, moet er verplicht een teller worden geïnstalleerd die de watertoevoer meet. Indien deze richtlijnen niet worden gerespecteerd (som van het vulwater en het suppletiewater hoger dan driemaal de watercapaciteit van de verwarmingsinstallatie), is een complete reiniging (verwijderen van bezinksel en kalkaanslag) nodig. Wat de werking betreft, zijn er extra voorzorgsmaatregelen nodig: Als u een onthardingsmiddel in de installatie gebruikt, moet de uitrusting regelmatig worden gecontroleerd om te vermijden dat er chloor vrijkomt in het circuit: de chloorconcentratie moet altijd minder dan 50 mg/liter bedragen.
Om kalkafzetting te vermijden (vooral op de warmtewisselingsoppervlakken), moet de installatie geleidelijk aan in werking worden gesteld: eerst op het minimale vermogen, in combinatie met een hoog waterdebiet in het primaire circuit. Als het water in het circuit niet de gewenste eigenschappen heeft (bv. : hoge waterhardheid), moet het behandeld worden.
Deze behandeling moet worden toegepast op het vulwater en wanneer het water wordt vervangen of indien er suppletiewater wordt bijgevuld. Bij installaties die uit meer dan 1 verwarmingsketel bestaan, moeten de verwarmingsketels gelijktijdig op het minimale vermogen in werking worden gesteld. Op die manier verhindert u dat er zich kalk uit het water afzet op de warmtewisselingsoppervlakken van de eerste verwarmingsketel. Om werken op de installatie uit te voeren, is het aan te bevelen om de secties van het circuit waarop de werken worden uitgevoerd, volledig af te laten. De bovenstaande richtlijnen werden opgesteld om in de mate van het mogelijke kalkaanslag op de warmtewisselingsoppervlakken te vermijden. Op die manier verhoogt u de levensduur van de verwarmingsketels. Om de werking van de uitrusting te optimaliseren, kunt u eventueel de kalkafzetting laten verwijderen.
Dit moet door een gespecialiseerd bedrijf gebeuren. Bovendien moet u, telkens wanneer u de installatie in werking wilt stellen, controleren of het circuit niet beschadigd is (bv. : door een lek). Indien overmatige kalkafzetting wordt.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 7 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil vastgesteld, is het belangrijk dat u de instellingen van de installatie en vooral de instellingen voor de waterbehandeling bijregelt. Bescherming van verwarmingsketels in staal en roestvrij staal tegen corrosie Als de ijzeren componenten in de verwarmingsketel of -installatie te kampen hebben met roestvorming, is dat rechtstreeks te wijten aan de aanwezigheid van zuurstof in het verwarmingswater. De opgeloste zuurstof die in de installatie binnendringt wanneer het circuit voor het eerst wordt gevuld met water, reageert met de materialen van de installatie en verdwijnt dus behoorlijk snel. Als u geen nieuwe zuurstof aanvoert door grote hoeveelheden water in het circuit te brengen, loopt de installatie geen enkele schade op.
Het is echter belangrijk om de richtlijnen met betrekking tot de dimensionering en de werking van de installatie te respecteren om te verhinderen dat er zuurstof in het vulwater terechtkomt. Te respecteren richtlijnen: Gebruik bij voorkeur een expansievat met een membraan in plaats van een open expansievat. Zorg dat de druk in de installatie minimaal 1 bar bedraagt bij koud water. Verwijder componenten die niet gasdicht zijn. Gebruik gasdichte componenten in de plaats. Door deze richtlijnen te respecteren, zorgt u ervoor dat het water in het circuit de vereiste kenmerken heeft om de levensduur van de installatie te garanderen: 8,2 < pH < 9,5 en gehalte aan opgelost zuurstof < 0,1 mg/liter. Indien het risico bestaat dat er zuurstof in het circuit binnendringt, dient u extra beschermingsmaatregelen te treffen.
We raden u aan om een beroep te doen op bedrijven die gespecialiseerd zijn in de behandeling van water; zij zullen in staat zijn om: - de gepaste behandeling voor te stellen volgens de kenmerken van de instalatie, - u een contract voor te stellen voor de opvolging en een resultaatsgarantie te bieden. Als het water in contact komt met verschillende soorten materialen, bijvoorbeeld koper en aluminium, is een specifieke behandeling aangewezen om de levensduur van de installatie te waarborgen. Voor deze behandeling worden er meestal corrosie-inhibitoren onder de vorm van chemische oplossingen toegevoegd aan het water. U wordt aangeraden om een beroep te doen op een specialist inzake waterbehandeling. Het gebruik van glycoloplossingen is verboden.
Opvolging van de installatie Indien u de hierboven vermelde voorschriften voor t (nieuwe of gerenoveerde ingebruikname respecteerinstallatie), beperkt de opvolging van de installatie zich tot: - controle van de hoeveelheid suppletiewater (volume vulwater + volume suppletiewater < 3 maal het volume van de installatie) - controle van de pH-waarde (stabiel of licht verhoogd) - controle van de TH-waarde (stabiel of licht verlaagd) We raden u aan om deze parameters 2 tot 3 maal per jaar te controleren. Merk op dat de opvolging van de parameter 'hoeveelheid suppletiewater' een grote invloed heeft op de levensduur van de installatie. Indien een van deze drie parameters afwijkt, dient u contact op te nemen met een waterbehandelingsspecialist, die de gepaste actie zal ondernemen om de parameters te normaliseren.
Installatie van een platenwisselaar Indien de hierboven vermelde voorschriften niet kunnen worden gerespecteerd, kunt u overwegen om een platenwisselaar te installeren tussen het primaire en het secundaire circuit om op die manier de verwarmingsketel tegen ongewenste effecten te beschermen.
Nominaal ketelvermogen, afhankelijk van de hoogte boven zeeniveau 808590951001050 500 1000 1500 2000H (m)qF (% nominal) De werkelijke correctie kan kleiner zijn; er is een marge aangehouden voor schommelingen in de barometerdruk. Verder is er rekening gehouden met het toepassen van het optionele aanzuigkanaal voor externe luchtaanzuiging (max. drukverlies volgens par. 4.4).
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 12 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 5. Beschrijving van het ketelschakelpaneel De regeling van de VARINO GRANDE unit bestaat uit de delen branderautomaat en verwarmingsregelaar. 5. 1. Branderautomaat: De brandermanager is een microprocessor gestuurd elektronisch systeem dat alle gegevens van de ketel en de brander registreert en stuurt. Alle metingen die relevant zijn voor de veiligheid worden geregistreerd en geanalyseerd. De brandermanager is verbonden met een zuurstofsonde die de partiële zuurstofdruk (O2-gehalte) in de verbrandingsproducten meet. Wanneer een afwijking van de instelwaarden wordt vastgesteld, corrigeert het elektronisch systeem het verbrandingsluchtdebiet naar de brander door middel van de toerentalregeling van de verbrandingsluchtventilator.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 13 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 6. Installatieaanwijzingen 6. 1. Algemene Installatieaanwijzingen 6. 1. 1. Basisprincipes De feilloze werking van de hoog-rendement-unit evenals de fabriekswaarborg zijn slechts gegarandeerd indien de installatie- en gebruiksvoorschriften zijn nageleefd en de hoog-rendement-unit en de brander regelmatig onderhouden worden. De installatie en de inbedrijfstelling van de elektrische uitrusting mag enkel door een erkend vakman conform de plaatselijk van kracht zijnde voorschriften worden uitgevoerd. Storingen en defecten, ver ikte behandeling, ontsloorzaakt door een verkeerde of niet gesch aan de fabrikant van zijn waarborgverplichtingen. 6. 1. 2.
Voorschriften De installatie van de hoog-rendement-unit en de verwarmingsinstallatie mag uitsluitend door bevoegd personeel worden uitgevoerd, conform de vigerende normen en bouwkundige voorschriften van het land. 6. 2. Opslag Indien de hoog-rendement-unit moet worden opgeslagen vóór deze in de stookplaats wordt binnengebracht, mag dit enkel gebeuren in een droog en vorstvrij lokaal. 6. 3. Stookplaats / stookplaatsventilatie De verbrandingsluchttoevoer moet gegarandeerd zijn (niet-afsluitbare luchtopening). Minimale luchtbehoefte: 1,6 m3/h per kW ketelvermogen. Minimale vrije dwarsdoorsnee voor de opening van de verbrandingslucht: 6 cm2 per kW ketelvermogen. Belangrijk: De verbrandingslucht mag geen hoge stofconcentraties hebben. De verbrandingslucht moet verder vrij zijn van halogenen (chloor-, fluorverbindingen).
Verder bestaat in de buurt van chemische reinigingen, kapsalons, zwembaden, drukkerijen en in dezelfde ruimte opgestelde wasmachines een grote kans op halogeenemissies. In twijfelgevallen moet de goede kwaliteit van de verbrandingslucht met een externe luchtaanzuigvoorziening gewaarborgd worden. Daarbij moet op minimale drukverliezen worden gelet, omdat deze het vermogen van de brander nadelig kunnen beïnvloeden. (zie paragraaf 4. 4). Een ingebouwde luchtkanaal voor de externe luchtaanzuiging is als optie verkrijgbaar. 6. 4. Binnenbrengen in de stookplaats De hoog-rendement-unit kan op verschillende manieren in de stookplaats worden binnengebracht. De hoog-rendement-unit wordt geleverd op houten paletten, die in de stookplaats kan worden binnengebracht met behulp van een vorkheftruck, een rollenbaan o. i. d. De hoog-rendement-unit is bovendien voorzien van hefringen.
Daarmee kan de ketel ook met een heflier in de stookplaats worden binnengebracht. De montage van de componenten mag alleen door opgeleid personeel worden uitgevoerd.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden! 14 Editie 01.03.2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 6.4.1. Binnenbrengen met behulp van de houten paletten Nadat de hoog-rendement-unit in de stookplaats is binnengebracht, moet de houten paletten weggenomen worden. 6.4.2. Binnenbrengen met behulp van een heflier De hoog-rendement-unit is bij de levering voorzien van hefringen. Daarmee kan de ketel met behulp van een heflier binnengebracht worden, waarna de ringen moeten verwijderd worden. 6.5. Dispositiematen 6.5.1. Benodigde ruimte A: Aanbevolen: 800 mm Minimaal: 600 mm B: 500 mm nodig voor monteren van de bekleding C: Minimaal: 1200 mm (vanaf bekleding) D: Minimaal: 2000 mm (vanaf voet)) E: 500 mm nodig voor monteren van de bekleding Voor demonteren van de gasstraat moet dit bekledingsdeel verwijderd worden 6.5.2.
Ketelsokkel Als de vloer van de stookplaats vochtig of los is, moet er voor een voldoende hoge ketelsokkel worden gezorgd. Vocht is niet goed voor elektrische apparaten! Verder is voor de unit geen sokkel vereist.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden! 15 Editie 01.03.2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 6.5.3. Ketelvoetstuk Het is mogelijk de unit op trillingsdempers te monteren. Deze elimineren het lawaai dat door vibraties kan ontstaan. VG 350-450 274 mm VG 500-600 346 mm Afmetingen en positie van de trillingsdempers (verdere afmetingen zie paragraaf 4.3) Als de unit correct geplaatst is, worden de dempers eronder geplaatst. Daarvoor wordt de unit met een hefinrichting aan één kant ca. 5 cm opgetild. Vervolgens wordt de ene helft van de demperelementen eronder geplaatst, waarbij de elementen aan de kopse kant gelijk moeten afsluiten met het grondframe. Er moet ook op worden gelet dat de elementen gelijk komen met de binnenkant van het grondframe. Nu kan men de unit voorzichtig op de elementen laten worden nu de overige dempers op zakken.
Aan de tegenoverliggende kantdezelfde manier geplaatst. Vervolgens kan met de montage van de verbindingsleidingen aan water- en rookgaszijde begonnen worden. Attentie: Bij het vullen van de ketel is een verdere invering van 2-3 mm te verwachten. 6.6. Montage van de unit De unit mag uitsluitend door een erkend vakman gemonteerd worden. Die is vertrouwd met het apparaat en kent de details van de montage. Voor elke component (brander, gasstraat, ventilator, bekleding, ketelschakelbord, enz.) is een aparte montagehandleiding bijgevoegd. Het is aan te bevelen deze samen met deze gebruiksaanwijzing te bewaren. Gedeeltelijk zijn deze handleidingen ook voor de inbedrijfstelling, de latere bediening en het onderhoud nodig (compacte gaseenheid, schakelpaneel, regelaar, ontstekingselektrode, O2-sonde).
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 16 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 6. 7. Hydraulische aansluiting 6. 7. 1. Algemene aanwijzingen Voor de hydraulische aansluiting van de verwarmingsinstallatie en eventuele waterverhitters – met name met betrekking tot de veiligheidstechnische inrichtingen zoals veiligheidsventielen, expansievat, etc. – verwijzen wij naar de algemeen geldige regels van de techniek en naar de betrokken nationale normen en voorschriften. Als ketels in dakverwarmingscentrales of op de hoogste plaats van de verwarmingsinstallatie worden geplaatst, moeten ze worden voorzien van extra veiligheidsorganen (b. v. watergebrekbeveiliging). Neem hiervoor de lokale veiligheidsvoorschriften van de overheid in acht. Verder moet de minimale bedrijfsdruk volgens paragraaf 4. 4 aangehouden worden.
De maximale bedrijfsvoorwaarden voor de unit (waterdruk en -temperatuur) zijn in paragraaf 4. 1 aangegeven. Een minimale hoeveelheid circulatiewater is niet vereist. 6. 7. 2. Waterkwaliteit De vereiste waterkwaliteit volgens paragraaf 4. 2 moet gehandhaafd worden. Vorstweermiddelen mogen niet gebruikt worden. Vóór de aansluiting van de ketel aan een oude installatie moet heel de verwarmingsinstallatie gespoeld worden. Het wordt aanbevolen, een slibvanger te installeren. Schade door corrosie kan optreden als er via open installaties, te kleine expansievaten, vloerverwarming met niet-zuurstofdichte buismaterialen, etc. voortdurend zuurstof in het verwarmingswater komt. Als dit niet kan worden voorkomen, zijn er extra maatregelen nodig in de vorm van vakkundig toegepaste zuurstofbindmiddelen of chemicaliën.
Als een installatie zonder het binnendringen van zuurstof niet realiseerbaar is, moet er een systeemscheiding met warmtewisselaar worden ingericht. 6. 7. 3. Ketelwater retour De hoog-rendement-unit is naast de gebruikelijke lagetemperatuur-retour ook voorzien van een hogetemperatuur-retour.
Op deze retour worden verwarmingsunits met het hoogste temperatuurniveau aangesloten. Om onder alle bedrijfsomstandigheden een hoog ketelrendement te waarborgen, moet erop gelet worden dat de lagetemperatuur-retour altijd gevoed wordt. De handhaving van de retourtemperatuur is niet vereist. 6. 7. 4. Condensaatafvoer De bij de condensatie ontstane condensaten bevatten meer of minder zure verbrandingsproducten. Een eventueel vereiste toelating om de condensaten naar de riolering af te voeren, moet bij de plaatselijk bevoegde autoriteiten worden aangevraagd. Een vereiste neutralisatieset voor condensaten is als optie verkrijgbaar. Als de condensaten direct naar de riolering worden afgevoerd, moet dit gebeuren via een open vultrechter. Belangrijk: De recuperator wordt met een binnen de bekleding geplaatste sifon geleverd.
Er moet worden voorkomen dat er een tweede sifon wordt geïnstalleerd, aangezien het afvloeien van de condensaten daardoor onmogelijk wordt. Voor de zelfde rede moet ervoor gezorgd worden, dat de gehele leiding licht hellend verloopt en geen doorhang vertoont.
Voor dit geval kan de VARINO GRANDE ook als 100-300 mbar versie geleverd worden. Deze versie omvat een direkt aan de gasstraat te monteren gasdrukregelaar met filter. De montage- en gebruiksaanleiding hiervoor wordt meegeleverd. Vóór het aansluiten aan de gasleiding moet ervoor worden gezorgd dat deze doorgeblazen is en vrij is van deeltjes en spanen. In de gastoevoerleiding naar de brander moet een afsluitventiel worden aangebracht. Wanneer de stookplaats zich op de kelderverdieping bevindt en geen drukontlastingsopeningen heeft, moet in de gasleiding, vóór de stookplaats, eventueel een door de brander gestuurd automatisch afsluitorgaan gemonteerd worden (neem de lokale voorschriften in acht). Daardoor wordt de gastoevoer onderbroken tijdens de stilstand van de brander. Een aansluitklem is hiervoor voorzien op de ketel (externe gasafsluiter).
Belangrijk: De volledige gasinstallatie mag enkel uitgevoerd worden door een erkend installateur. De installaties moeten gerealiseerd worden conform de plaatselijke voorschriften.
Bij de inbedrijfstelling en na elke demontage is de gasstraat op lekkage te testen (lekdetectorspray). De installatie mag alleen met de ervoor voorgeschreven gaskwaliteit worden gebruikt – kijk op het extra plaatje op de brander. 100-300 mbar versie: Vóór het aansluiten van de unit aan de gasleiding moet de meegeleverde gasdrukregelaar met filter direkt aan de gassstraat aangesloten worden. 6. 9. Elektrische installatie 6. 9. 1. Algemene aanwijzingen Die hele elektrische installatie van de verwarmingsinstallatie mag alleen door een vakman met vergunning uitgevoerd worden. De geldende regels van de techniek en de nationale voorschriften en normen dienen in acht genomen te worden. Veranderingen aan de interne bedrading van het apparaat zijn zonder onze schriftelijke toestemming niet toegestaan.
Als er in de bouw veranderingen worden aangebracht die bij het niet in acht nemen van deze aanwijzing tot een defect aan het apparaat of tot materiële schade aan delen van de installatie leiden, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Volg de montagehandleidingen die bij het schakelpaneel geleverd zijn. Belangrijk: Installaties ter plaatse (kabelkanalen, etc. ) mogen niet aan de ketelbekleding bevestigd worden. Elektrische aansluitingen, met name de aansluiting aan het net, mogen pas na het voltooien van alle andere montage- en installatiewerkzaamheden uitgevoerd worden.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 18 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 6. 9. 2. Algemeen Aansluiting op het net : Eenfasige wisselstroom 230 VAC +10%, 50 Hz +1% volgens EN50160. Beveiliging maximaal 16 ampère (traag). Stroomverbruik : (Zie "Technische gegevens"). Let erop dat de afzonderlijke aansluitingen van de pompen als er verwarmingsregelaars ingebouwd zijn het maximale stroomverbruik niet mogen overschrijden. Nauwkeurige gegevens over de afzonderlijke aansluitingen (pompen, mengkraan, enz. ) zijn in het meegeleverde elektrische schema te vinden. Interne bedrading : De brander en alle bewakingscomponenten worden volledig bedraad geleverd.
Bedrading installatie : Alle componenten die ter plaatse aan het apparaat moeten worden aangesloten, zoals voelers, pompen, mengkranen en externe beveiligingsinrichtingen, moeten aangesloten worden op de voorziene klemmenstrip van het schakelpaneel van de ketel. De controleplicht en de verantwoording voor de correcte werking van door anderen geleverde apparatuur liggen bij de installateur. Temperatuurvoelers : Alle in de bouw te monteren temperatuursensors (volgens de variant van het ketelschakelpaneel) worden met montage instructies meegeleverd. 6. 9. 3. Montage van de voelers Aftak- en contactdozen moeten vermeden worden, voeler- en laagspanningskabels moeten gescheiden van netleidingen worden gelegd. Een eigen voelerkabel met maximumlengte 100 m, kabel 2x1 mm2, niet afgeschermd gebruiken.
Vertreksonde Vertrek-contactsondeOnmiddellijk na de pomp (ca 0,5 m) in het vertrekdeel van de verwarming of, wanneer de pomp op de retour gemonteerd is, ongeveer 1,5 m na het mengorgaan monteren. Montage : Met bijgeleverde spanband op blanke buis, zonder warmtegeleidingspasta monteren. Vertrek-dompelsonde Onmiddellijk na de pomp (ca 0,5 m) in het vertrekdeel van de verwarming of, wanneer de pomp op de retour gemonteerd is, ongeveer 1,5 m na het mengorgaan monteren. Montage : In de buisbocht tegen de stroomrichting van het warmtemedium inbouwen. Kamerafstandsbedieningen In de woonkamer aan de binnenmuur monteren. Niet blootstellen aan zon of andere warmtebronnen (schoorsteenmuur, bij een radiator, tocht, TV-toestel, lampen). Niet afdekken met meubels of gordijnen, ca. vloer monteren. 1,2 – 1,5 m boven de Installatiebuis tegen tocht afdichten.
Alle kamersondes en afstandsbedieningen in kamers zijn "actief" en dus direct aan de apparaatbus aangesloten. De kabellengte van alle leidingen aan de apparaatbus mag niet groter zijn dan 200 m. Kabel 2x1 mm2 litze niet afgeschermd, gescheiden van netleidingen leggen, aftak- en contactdozen moeten vermeden worden. Retoursonde, ketelsonde, maximaalthermostaat en thermostaat worden in de fabriek gemonteerd en bedraad geleverd. De O2-sonde word separaat meegeleverd en pas bij de inbedrijfstelling gemonteerd. Hierdoor worden eventuele schaden aan de sonde tijdens de bouwperiode verhinderd.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden! 19 Editie 01.03.2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil De elektrische kabels en leidingen moeten gelegd en beveiligd worden zoals in de afbeelding is aangegeven. Om trekkrachten te voorkomen moeten de snoeren aan de schroefdraadstangen van het voorstuk van de ketel met kabelbinders bevestigd worden. Net- en laagspanningskabels (sensorleidingen, busleidingen, enz.) moeten gescheiden gelegd worden. Te lange kabellussen mogen niet binnen de ketelbekleding opgerold zijn.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 20 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 6. 10. Afvoer van de verbrandingsproducten De algemeen geldige regels van de techniek en de nationale normen en voorschriften moeten in acht genomen worden. 6. 10. 1. Eisen De afvoerkanalen van de verbrandingsproducten moeten corrosiebestendig, gas- en condensaatdicht zijn en moeten weerstand bieden aan de statische en mechanische inwerkingen waaraan zij blootgesteld zijn. De schoorsteenuitmonding moet een ongestoord uitstromen van de verbrandingsproducten waarborgen (een schoorsteenkap is niet aan te raden). De correcte keus van de diameters van het afvoersysteem hangt onder andere van de hoogte van het systeem en aantal bochtstukken af.
De dimensionering en berekeningen van het afvoersysteem worden door de producent van de installatie uitgevoerd, waarbij voor overdrukinstallaties (toestel van type B23P) de condities voor de vrije uitstroomdruk aangegeven in de tabel moeten worden. "Technische gegevens", paragraaf 4. 4, gerespecteerd Opgelet: Het type B23P geldt alleen, als de ketel met een CE gekentekend rookgas-afvoersystem is geïnstalleerd wat voldoet aan de norm EN1856-1 en als P is geclassificeerd (overdruk). 6. 10. 2. Uitvoering De hoog-rendement-unit moet zo dicht mogelijk bij de schoorsteen worden geïnstalleerd. De aansluitleiding tussen de hoog-rendement-unit en de schoorsteen moet met een licht oplopende helling worden geplaatst zodat het gevormde condensaat uit het afvoerkanaal kan terugvloeien naar de condensopvangbak van de ketel.
Deze aansluiting moet uitgevoerd worden met zo weinig mogelijk bochten en veranderingen van doorlaat. De verbinding van het schoorsteenkanaal met de ketel moet absoluut gas- en condensaatdicht zijn. Daarvoor is een in de handel gebruikelijk koppelstuk (b. v. Straub-koppeling) het best geschikt. De afvoerinstallaties moeten niet voorzien zijn van een eigen condensaatafvoerleiding.
De condensaatafvoer van de VARINO GRANDE is groot genoeg gedimensioneerd om alle gevormde condensaten en ook het regenwater probleemloos te kunnen afvoeren. Wanneer de rookgasleiding niet vervaardigd is uit materialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen, moet in de rookgasleiding een maximaalthermostaat tegen oververhitting worden geplaatst na de ketel. Deze kan als optie geheel gemonteerd geleverd worden of door de schoorsteenfabrikant geleverd worden (regelthermostaten zijn niet toegestaan). In het laatste geval moet het potentiaalvrij contact geleid worden over de voorziene klemmen van de ketelregeling, waardoor een uitschakeling met vergrendeling van de brander bij oververhitting gewaarborgd is (externe beveiligingen). Het is aan te bevelen rookgasleidingen van kunststof te aarden, omdat deze tijdens het gebruik statisch opgeladen worden. 6. 10. 3.
VARINO GRANDE 350 - 600 Maat- en constructiewijzigingen voorbehouden. 21 Editie 01. 03. 2012 © Copyright YGNIS AG CH-Ruswil 7. Bedrijfsvoorwaarden 7. 1. Brandstof Deze condensatieketel werd in de fabriek ingesteld om te werken op het type gas aangegeven op het etiket met de gasinstellingen. OPGELET: Om de ketel te laten werken op een ander type gas, gelieve hoofdstuk 6. 8 te raadplegen. Belangrijk: Het gebruik van andere brandstoffen, zoals biogas, is niet toegestaan. 7. 2. Verbrandingslucht De verbrandingslucht mag geen hoge stofconcentraties hebben. De ventilatoraanzuigopening is voorzien van een etiket dat hierop wijst. Dit etiket moet voor de inbedrijfstelling verwijderd worden. De persoon die het verwijdert, is er verantwoordelijk voor dat de verbrandingslucht stofvrij is of dat er een luchtfilter gemonteerd is.
De verbrandingslucht moet verder vrij zijn van halogenen (chloor-, fluorverbindingen). Een overmatige halogeenbelasting van de verbrandingslucht leidt tot grote corrosieschade. Let erop dat er geen verf, verdunner, reinigings-, ontvettings- of oplosmiddelen, chloor e. d. in de ketelruimte worden opgeslagen. 7. 3. Vullen van de installatie en waterkwaliteit Voor het definitief vullen van de installatie moet er grondig gespoeld worden. Controleer als er de eerste keer of later gevuld wordt de kwaliteit van het water volgens de richtwaarden in paragraaf 4. 2. Slechte waterkwaliteit leidt in verwarmingsinstallaties tot schade door steenvorming en corrosie. Met goed geconditioneerd water kunnen de levensduur, de werkingszekerheid en het economisch gebruik juist verbeterd worden.
Tijdens het vullen moeten de circulatiepompen uitgeschakeld zijn en moeten alle ontluchtingsventielen geopend zijn, zodat de in het systeem aanwezige lucht volledig kan ontsnappen. Het vulproces is voltooid als de bedrijfsdruk bereikt is. 7. 4. Eisen aan het gebruik De maximale bedrijfsdruk en de aan te houden minimale en maximale temperaturen zijn in paragraaf 4. 1 aangegeven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ygnis Varino GRANDE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Ygnis
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel