Yamaha YZF-R7 (2024) Handleiding

Yamaha Motor YZF-R7 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Yamaha YZF-R7 (2024) (102 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Yamaha YZF-R7 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/102
DIC183
YZF690/YZF690-U (YZF-R7)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
HANDLEIDING
MOTORFIETS
Lees deze handleiding
aandachtig door voordat u deze
machine gaat gebruiken.
Gebruikersinformatie
Index
Specificaties
Verzorging en stalling van de motorfiets
Beschrijving
Veiligheidsinformatie
Periodiek onderhoud en afstelling
Gebruik en belangrijke rij-informatie
Voor uw veiligheid – controles
voor het rijden
Functies van instrumenten en
bedieningselementen
BVA-F8199-D0
[Dutch (D)]

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Motor
Model: YZF-R7 (2024)

Handleiding Yamaha YZF-R7 (2024) – volledige tekst

DIC183YZF690/YZF690-U (YZF-R7)12345678910HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsBeschrijvingVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBVA-F8199-D0[Dutch (D)]

DAU81566Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81572Conformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,BEB-00, in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBVAD0D0.book Page 1 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

DAU94372Voor het Verenigd KoninkrijkConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,BEB-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBVAD0D0.book Page 2 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

InleidingDAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de YZF690 / YZF690-U profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van hetontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw YZF690 /YZF690-U. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelfen anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzeldan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.

En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA10032Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.UBVAD0D0.book Page 1 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBVAD0D0.book Page 1 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

1-11VeiligheidsinformatieDAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze motorfiets tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden.  Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding.  Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken.  Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.

 Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 4-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden.  Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier.  Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien.

Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met motor-fietsen zich namelijk het meestvoor.

• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonderhoudvan een motorfiets. Bepaalde on-derhoudswerkzaamheden kunnenalleen worden uitgevoerd door ge-diplomeerd personeel.  Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBVAD0D0. book Page 1 Friday, August 25, 2023 1:09 PM.

Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het motorrijden teoefenen op plekken waar geen ver-keer is, totdat u grondig bekendbent met de motor en zijn bedie-ning.  Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien.  De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.

• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten.  Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs.  Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel.  Draag altijd een goedgekeurde helm.  Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.

 Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken.  Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken.  De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.

Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN.  Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus.  Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages.  Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden.

Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren.  Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.

• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunjezak-ken of tenten, kunnen een instabielweggedrag of een te trage reactieop het stuur veroorzaken.  Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.

Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:162 kg (357 lb)UBVAD0D0. book Page 3 Friday, August 25, 2023 1:09 PM.

Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.

 Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmotor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van demotor. De motor kan door rijwindworden opgetild of bij zijwind insta-biel worden.

Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.

Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden.  Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 6-15voor de bandenspecificaties en informatieover het onderhouden en vervangen vanuw banden.

Veiligheidsinformatie1-51 Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvork-klem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvuldigom te voorkomen dat deze tijdens hettransport schuurplekken op de lakveroorzaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.UBVAD0D0.book Page 5 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-13DAU1097BStartblokkeersysteemDit voertuig is voorzien van een startblok-keersysteem waarmee diefstal kan wordenbemoeilijkt door de codering van de stan-daardsleutels te wijzigen. Het systeem be-staat uit de volgende onderdelen: een codeersleutel twee standaardsleutels een transponder (in elke sleutel) een startblokkeereenheid (op hetvoertuig) een ECU (op het voertuig) een controlelampje voor het systeem(pagina 3-5)Over de sleutelsDe codeersleutel wordt gebruikt om destandaardsleutels te coderen. Bewaar decodeersleutel op een veilige plaats. Ge-bruik een standaardsleutel voor uw dage-lijkse ritten. Ga als een sleutel opnieuw moet wordengecodeerd of vervangen met de codeer-sleutel en resterende standaardsleutelsnaar een Yamaha dealer om de codering telaten uitvoeren.

OPMERKING Bewaar de standaardsleutels en desleutels van andere startblokkeersy-stemen altijd op een andere plek dande codeersleutel.  Houd sleutels van andere startblok-keersystemen altijd uit de buurt vanhet contactslot, want anders kunnenze signaalstoring veroorzaken. LET OPDCA11823ZORG DAT U DE CODEERSLEUTELNIET VERLIEST. NEEM DIRECT CON-TACT OP MET UW DEALER ALS U HEMVERLOREN HEBT. Als u de codeersleu-tel bent verloren, kan de machine nogworden gestart met de bestaande stan-daardsleutels. Het is echter niet meermogelijk om een nieuwe standaardsleu-tel te registreren. Als alle sleutels zijnverloren of beschadigd, moet het volle-dige startblokkeersysteem worden ver-vangen. Ga daarom zorgvuldig met desleutels om.  Dompel ze niet onder in water.  Stel ze niet bloot aan hoge tempe-raturen.  Plaats ze niet in de buurt van mag-neten.

 Plaats ze niet in de buurt van appa-raten die elektrische signalen uit-zenden.  Ga er niet ruw mee om.  Probeer ze niet te slijpen of te wijzi-gen.  Probeer ze niet uit elkaar te halen.  Hang nooit twee sleutels van eenstartblokkeersysteem aan dezelfdesleutelring. 1.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-23DAU10474Contactslot/stuurslotVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssy-stemen bediend en wordt het stuur ver-grendeld. De diverse standen wordenhierna beschreven.OPMERKINGGebruik de standaardsleutel (zwarte greep)voor regelmatig gebruik van de machine.Bewaar de codeersleutel (rode greep) opeen veilige plaats en gebruik deze uitslui-tend voor hercodering om het risico op ver-lies te minimaliseren.DAU84035ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start.

De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKING De koplamp(en) gaan branden als demotor wordt gestart. Laat om ontladen raken van de accute voorkomen het contactslot niet inde stand “ON” staan zonder dat demotor draait.DAU10664OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.WAARSCHUWINGDWA10062Draai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU73803LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kanworden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3.

Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.ONOFFLOCK1. Drukken.2. Draaien.12UBVAD0D0.book Page 2 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

Laat als dit niet het geval is de machi-ne nakijken door een Yamaha dealer.LET OPDCA21211Als het waarschuwingslampje gaatbranden terwijl de motor draait, stop dande motor en controleer het olieniveau.Vul als het olieniveau laag is voldoendeolie van het aanbevolen type bij. Als hetwaarschuwingslampje na het bijvullen1. Drukken.2. Draaien.121. Controlelampje linker richtingaanwijzer “ ”2. Vrijstandcontrolelampje “ ”3. Controlelampje grootlicht “ ”4. Waarschuwingslampje koelvloeistoftempe-ratuur “ ”5. Storingsindicatielampje “ ”6. Waarschuwingslampje oliedruk “ ”7. ABS-waarschuwingslampje “ ”8. Controlelampje schakelmoment9. Controlelampje startblokkering “ ”10.Controlelampje rechter richtingaanwijzer “”1 2 3 4 5 6 7 8 109UBVAD0D0.book Page 3 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-43van olie blijft branden, stop dan de motoren laat de machine nakijken door eenYamaha dealer. DAU88880Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur “ ”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde motor oververhit raakt. Zet in zo’n gevalde motor onmiddellijk af en geef deze detijd om af te koelen. (Zie pagina 6-35. )Bij machines met een of meer radiatorkoel-vinnen schakelt de radiatorkoelvin automa-tisch in of uit op basis van dekoelvloeistoftemperatuur. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, gaatdit lampje enkele seconden branden engaat het vervolgens weer uit. Als het lampjeniet gaat branden of blijft branden, vraagdan uw Yamaha dealer om de machine tecontroleren. LET OPDCA10022Laat de motor niet draaien terwijl dezeoververhit is.

DAU91840Storingsindicatielampje (MIL) “ ”Dit lampje gaat branden of knipperen als ereen storing wordt gedetecteerd in de motorof een regelsysteem van de machine. Vraagin dat geval een Yamaha dealer het boord-diagnosesysteem te controleren. Het elek-trische circuit van hetwaarschuwingslampje kan worden gecon-troleerd door de machinevoeding in teschakelen. Het lampje moet enkele secon-den oplichten en dan uitgaan. Als het lamp-je niet gaat branden wanneer demachinevoeding wordt ingeschakeld ofblijft branden, vraag dan uw Yamaha dealerom de machine na te kijken. LET OPDCA26820Verlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen. OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert.

Daardoor kan het MIL ook gaanbranden of knipperen als gevolg van aan-passingen, gebrek aan onderhoud of over-matig/onjuist gebruik van de motorfiets. Neem om dit te voorkomen het volgende inacht.  Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen.  Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden.

 Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc.  Wijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ).  Breng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem (kata-lysatoren of EXUP etc. ), en verwijderdeze niet.  Onderhoud de aandrijfketting goed.  Zorg dat de banden op de juiste span-ning blijven.  Zorg dat de rempedaalhoogte correctafgesteld blijft om slepen van de ach-terrem te voorkomen.  Vermijd extreem gebruik van de ma-chine. Bijvoorbeeld herhaaldelijk ofovermatig openen en sluiten van deUBVAD0D0. book Page 4 Friday, August 25, 2023 1:09 PM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-53gasgreep, racen, burnouts, wheelies,langdurig gebruik met half geopendegasgreep etc. DAU93230ABS-waarschuwingslampje “ ”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde machine wordt ingeschakeld, en gaat uitals u begint te rijden. Als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaat bran-den, werkt het ABS-systeem mogelijk nietgoed. WAARSCHUWINGDWA21120Als het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat als u een snelheid van 5 km/h (3mi/h) hebt bereikt of als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaatbranden:  Rijd extra voorzichtig om te voorko-men dat de wielen blokkeren bij eennoodstop.  Laat de machine zo snel mogelijkcontroleren door een Yamaha dea-ler. DAU92970Controlelampje schakelmomentDit controlelampje kan zo worden ingestelddat het bij geselecteerde motortoerentallenaan- of uitgaat. (Zie pagina 3-11.

)OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje knipperen en vervolgens uitgaan. Als het lampje niet gaat knipperen of blijftbranden, vraag dan uw Yamaha dealer omde machine te controleren. DAU92710Controlelampje startblokkering “”Als het contactslot wordt uitgeschakeld,gaat het controlelampje na 30 secondencontinu knipperen om aan te geven dat hetstartblokkeersysteem is ingeschakeld. Hetcontrolelampje stopt na 24 uur met knippe-ren, maar het startblokkeersysteem blijft in-geschakeld. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan. Als het lampje niet gaat bran-den of blijft branden, vraag dan uw Yamahadealer om de machine te controleren.

Storing in het transpondersignaalAls het controlelampje startblokkeringknippert in het patroon 5 keer langzaam ge-volgd door 2 keer snel, betreft dit mogelijkeen storing in het transpondersignaal. Alsdeze fout zich voordoet, probeer dan hetvolgende. 1. Houd andere startblokkeersleutels uitde buurt van het contactslot. 2. Start de motor met behulp van de co-deersleutel. 3.

Als de motor start, zet deze dan weeruit en probeer hem opnieuw te startenmet de standaardsleutels. 4. Als de motor niet kan worden gestartmet een of beide standaardsleutels,breng dan de machine en alle 3 sleu-tels naar een Yamaha dealer en laatde standaardsleutels opnieuw code-ren. UBVAD0D0. book Page 5 Friday, August 25, 2023 1:09 PM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-63DAU92981Multifunctionele meterDe multifunctionele meter is ook voorzienvan een instelmodus voor de displayhel-derheid en het controlelampje schakelmo-ment.WAARSCHUWINGDWA12423Zorg dat de machine stilstaat voordat uwijzigingen in de instellingen van demultifunctionele meter gaat aanbren-gen. Het aanbrengen van wijzigingen tij-dens het rijden kan u afleiden envergroot het risico op een ongeval.DAU92992OPMERKINGDe functies van de multifunctionele meterworden geregeld met de schakelaar“SEL/RES”. Zie pagina 3-13 voor meer in-formatie.DAU93001De weergave-eenheden wisselenU kunt de weergave-eenheden wisselentussen kilometers en mijlen.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-73DAU87170ToerentellerMet de toerenteller kan de bestuurder hetmotortoerental controleren en dit binnenhet ideale bereik houden.LET OPDCA10032Laat de motor niet draaien terwijl de toe-renteller in de rode zone wijst.Rode zone: 10000 tpm en hogerDAU86842BrandstofniveaumeterDe brandstofniveaumeter geeft aan hoe-veel brandstof in de brandstoftank aanwe-zig is. De displaysegmenten van debrandstofniveaumeter verdwijnen van “F”(vol) naar “E” (leeg) naarmate het brand-stofniveau verder daalt. Als er ongeveer 2.5L (0.66 US gal, 0.55 Imp.gal) brandstof inde brandstoftank over is, gaat het laatstesegment knipperen.

Vul zo snel mogelijkbrandstof bij.OPMERKINGAls er een probleem wordt gedetecteerd inhet elektrische circuit, gaan de segmentenvan de brandstofniveaumeter knipperen.Als dit zich voordoet, vraag dan eenYamaha dealer de machine te controleren.LET OPDCAE0121Voorkom volledig leegrijden van de tank.Dit kan schade aan de uitlaatkatalysatorveroorzaken.DAU93011KlokDe klok maakt gebruik van een 12-uursy-steem.De klok instellen1. Zet de machine uit.2. Houd de schakelaar “RES” ingedrukten schakel de machine in. Blijf deschakelaar “RES” ingedrukt houdentotdat de urenaanduiding begint teknipperen.1. Toerenteller2. Rode zone toerenteller1 21. Brandstofniveaumeter11. Klok1UBVAD0D0.book Page 7 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

De vrijstand wordtaangegeven door “–” en door het vrijstand-controlelampje.DAU93021Indicator snelschakelen “QS” (indien aanwezig)Deze indicator gaat branden als het snel-schakelsysteem wordt ingeschakeld.DAU93730Multifunctioneel displayHet multifunctionele display toont de vol-gende voorzieningen: een kilometerteller (ODO) twee rittellers (TRIP 1 en TRIP 2) een brandstofreserve-ritteller (TRIP F) een weergave van het huidige brand-stofverbruik (km/L, L/100 km of MPG) een weergave van het gemiddeldebrandstofverbruik (AVE_ _._ km/L,AVE_ _._ L/100 km of AVE_ _ _._ MPG) een weergave koelvloeistoftempera-tuur (_ _ °C) een weergave luchttemperatuur (Air__ °C)Druk op de schakelaar “SEL” om de weer-gave te wisselen in de onderstaande volg-orde:ODO → TRIP 1 → TRIP 2 → TRIP F → km/Lof L/100 km of MPG → AVE_ _._ km/L ofAVE_ _._ L/100 km of AVE_ _._ MPG → _ _°C → Air_ _ °C → ODOOPMERKING De brandstofreserve-ritteller wordt al-leen weergegeven wanneer hetbrandstofniveau laag is. Gebruik de schakelaar “RES” om deweergave in de omgekeerde volgordete wisselen.1.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-93DAU86891KilometertellerDe kilometerteller toont de totale afstanddie door de machine is afgelegd. OPMERKINGDe kilometerteller wordt vergrendeld bij“999999” en kan niet worden teruggesteld. DAU89142RittellersDe rittellers tonen de afgelegde afstandsinds de tellers voor het laatst werden te-ruggesteld. Stel om een ritteller terug te stellen het dis-play in op de betreffende ritteller en houdde schakelaar “RES” ingedrukt totdat deterugstelling plaatsvindt. OPMERKINGDe rittellers worden teruggesteld en blijventellen nadat 9999. 9 is bereikt. DAU89152Brandstofreserve-rittellerAls het laatste segment van de brandstofni-veaumeter begint te knipperen, wisselt deweergave automatisch naar de brandstof-reserve-ritteller “TRIP F” en wordt de afge-legde afstand vanaf dat punt aangegeven.

Om de brandstofreserve-ritteller terug testellen, wisselt u naar de weergave van debrandstofreserve-ritteller en houdt u deschakelaar “RES” ingedrukt totdat de te-rugstelling plaatsvindt. OPMERKINGAls u de brandstofreserve-ritteller niethandmatig terugstelt, wordt deze automa-tisch teruggesteld en verdwijnt deze vanhet display zodra u na het tanken 5 km (3mi) hebt gereden. DAU89181Weergave huidig brandstofverbruikDeze weergave toont het brandstofverbruikonder de huidige rijomstandigheden. Deweergave kan worden ingesteld op “km/L”of “L/100 km”, of “MPG” wanneer mijlenworden gebruikt. Houd om te wisselen tus-sen de eenheden voor het brandstofver-bruik de schakelaar “SEL” ingedrukt totdatde eenheid wordt gewijzigd.  “km/L”: de afstand die kan worden af-gelegd op 1. 0 L brandstof.  “L/100 km”: de hoeveelheid brandstofdie nodig is om 100 km af te leggen.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-103DAU89194Weergave gemiddeld brandstofverbruikDeze weergave toont het gemiddeldebrandstofverbruik sinds de weergave opnul is teruggezet. De weergave van het ge-middelde brandstofverbruik kan worden in-gesteld op “AVE_ _._ km/L” of “AVE_ _._L/100 km”, of “AVE_ _._ MPG” wanneermijlen worden gebruikt.

Houd om te wisse-len tussen de eenheden voor het brand-stofverbruik de schakelaar “SEL” ingedrukttotdat de eenheid wordt gewijzigd. “AVE_ _._ km/L”: de gemiddelde af-stand die kan worden afgelegd op 1.0L brandstof. “AVE_ _._ L/100 km”: de gemiddeldehoeveelheid brandstof die nodig is om100 km af te leggen. “AVE_ _._ MPG”: de gemiddelde af-stand die kan worden afgelegd op1.0 Imp.gal brandstof.OPMERKING Om de weergave terug te stellen, wis-selt u naar de weergave voor het ge-middelde brandstofverbruik en houdtu de schakelaar “RES” ingedrukt tot-dat de terugstelling plaatsvindt. Nadat de weergave is teruggesteld,wordt “- -.-” weergegeven totdat eni-ge afstand met de machine is gere-den.DAU93210Weergave koelvloeistoftemperatuurDeze weergave toont de koelvloeistoftem-peratuur van 40 °C tot 116 °C in stappenvan 1 °C.Als de melding “HI” knippert, stop dan demachine, stop vervolgens de motor en laatde motor afkoelen.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-113OPMERKINGBij een temperatuur boven 51 °C of onder–9 °C wordt “_ _” weergegeven. DAU93241Instelmodus voor displayhelderheid en controlelampje schakelmomentDe volgende instellingen kunnen achter-eenvolgens worden aangepast: Displayhelderheid Controlelampje schakelmoment ON /FLASH / OFF Toerental voor activering controle-lampje schakelmoment Toerental voor deactivering controle-lampje schakelmoment Helderheid van controlelampje scha-kelmomentOm de instelmodus te verlaten1. Zet de machine uit. 2. Houd de schakelaar “SEL” ingedrukt,schakel de machine in blijf de schake-laar “SEL” ingedrukt houden totdathet display wisselt naar de regelmo-dus voor de displayhelderheid. 3. Gebruik de schakelaar “RES” om deinstelwaarden te wijzigen. 4.

Druk op de schakelaar “SEL” om degeselecteerde instelwaarde te beves-tigen en naar de volgende instelling tegaan, in de hierboven vermelde volg-orde. OPMERKINGDe instelmodus wordt afgesloten nadat alleinstellingen zijn bevestigd. DisplayhelderheidEr verschijnt een indicatiebalk voor het hel-derheidsniveau onderaan het display. Ge-bruik de schakelaar “RES” om hetgewenste helderheidsniveau te selecterenen druk op de schakelaar “SEL” om het tebevestigen. Controlelampje schakelmomentHet controlelampje schakelmoment heeft 3instellingen:  Instelling ON: het controlelampjeschakelmoment gaat branden als hetingestelde motortoerental wordt be-reikt. Als deze instelling wordt gese-lecteerd, gaat het controlelampjebranden en blijft het aan totdat de vol-gende instelling wordt geselecteerdmet de schakelaar “RES” of bevestigdmet de schakelaar “SEL”.

Als deze instelling wordt ge-selecteerd, knippert het controlelamp-je schakelmoment 4 keer per secondetotdat de volgende instelling wordtgeselecteerd met de schakelaar“RES” of bevestigd met de schakelaar“SEL”.  Instelling OFF: het controlelampjeschakelmoment is gedeactiveerd. Alsdeze instelling wordt geselecteerd,knippert het controlelampje schakel-moment elke 2 seconden totdat devolgende instelling wordt geselec-teerd met de schakelaar “RES” of be-vestigd met de schakelaar “SEL”. 1. Displayhelderheid1UBVAD0D0. book Page 11 Friday, August 25, 2023 1:09 PM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-123Toerental voor activering controlelamp-je schakelmomentHet controlelampje schakelmoment kanworden ingesteld tussen 6000 tpm en12000 tpm in stappen van 200 tpm. Tijdenshet wijzigen van deze instelling gaat hetcontrolelampje schakelmoment brandenen blijft het aan en wordt de geselecteerdestap weergegeven op de toerenteller.Gebruik de schakelaar “RES” om het ge-wenste motortoerental te selecteren vooractivering van het controlelampje schakel-moment.Toerental voor deactivering controle-lampje schakelmomentHet controlelampje schakelmoment kanworden ingesteld tussen 6000 tpm en12000 tpm in stappen van 200 tpm.

Tijdenshet wijzigen van deze instelling gaat hetcontrolelampje schakelmoment knipperenen wordt de geselecteerde stap weergege-ven op de toerenteller.Gebruik de schakelaar “RES” om het ge-wenste motortoerental te selecteren voordeactivering van het controlelampje scha-kelmoment.OPMERKINGDenk eraan dat het deactiveringspunt opeen hoger toerental moet worden ingestelddan het activeringspunt, anders zal hetcontrolelampje schakelmoment niet gaanbranden.Helderheid van controlelampje schakel-momentHet controlelampje schakelmoment gaatbranden en blijft aan totdat de instelling isbevestigd. Het helderheidsniveau van hetlampje verandert als het niveau wordt aan-gepast. Gebruik de schakelaar “RES” om het ge-wenste helderheidsniveau te selecteren endruk op de schakelaar “SEL” om het te be-vestigen.DAU1234TStuurschakelaarsLinks 1. Lichtsignaalschakelaar “ ”2. Schakelaar “SEL/RES”3.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-133Rechts DAU12352Lichtsignaalschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om de koplampeen lichtsignaal te laten afgeven. OPMERKINGAls de dimlichtschakelaar is ingesteldop “ ”, heeft de lichtsignaalschakelaargeen effect. DAU12402Dimlichtschakelaar “ / ”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht. DAU12461Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaannaar rechts aan te geven. Druk deze scha-kelaar naar “ ” om afslaan naar links aante geven. Na loslaten keert de schakelaarterug naar de middenstand. Om de rich-tingaanwijzers uit te schakelen wordt deschakelaar ingedrukt nadat hij is terugge-keerd in de middenstand. DAU12501Claxonschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven. DAU12664Noodstopschakelaar “ / ” Zet deze schakelaar op “ ” (run) alvorensde motor te starten.

Zet deze schakelaarop “ ” (stop) om de motor uit te schakelenin een noodgeval, zoals wanneer de machi-ne omslaat of als de gaskabel blijft hangen. DAU12713Startknop “ ” Druk deze knop in om via de startmotor demotor rond te draaien. Zie pagina 5-2 voorstartinstructies voordat u de motor start. DAU88273Schakelaar alarmverlichting “OFF/ ” Met deze schakelaar wordt de alarmver-lichting ingeschakeld (gelijktijdig knipperenvan alle richtingaanwijzers). De alarmver-lichting wordt gebruikt in een noodgeval ofom andere verkeersdeelnemers te waar-schuwen als uw machine stilstaat in eenmogelijk gevaarlijke verkeerssituatie. De alarmverlichting kan alleen worden in-of uitgeschakeld als het contactslot in destand “ON” staat. De ingeschakelde alarm-verlichting blijft knipperen als u het contact-slot naar de stand “OFF” of “LOCK” draait.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-143Als u de schakelaar “SEL” wilt gebruiken,draait u de schakelaar “SEL/RES” in derichting (a). Als u de schakelaar “RES” wiltgebruiken, draait u de schakelaar“SEL/RES” in de richting (b).DAU12823KoppelingshendelTrek om de aandrijflijn te ontkoppelen vande motor, bijvoorbeeld om te schakelen, dekoppelingshendel in. Laat de hendel los omde koppeling te laten aangrijpen, zodat ver-mogen wordt overgebracht op het achter-wiel.OPMERKINGVoor soepel schakelen moet de hendel snelworden ingetrokken en langzaam wordenlosgelaten. (Zie pagina 5-3.)DAU12876SchakelpedaalHet schakelpedaal bevindt zich aan de lin-kerzijde van de motor. Beweeg het scha-kelpedaal omhoog om te schakelen naareen hogere versnelling. Beweeg het scha-kelpedaal omlaag om te schakelen naareen lagere versnelling. (Zie pagina 5-3.)1. Schakelaar “SEL/RES”111(a)(a)(b)(b)(a)(b)1.

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-153DAU93080RemhendelDe remhendel bevindt zich aan de rechter-zijde van het stuur. Trek de hendel naar degasgreep toe om de voorrem te bekrachti-gen.De remhendel is voorzien van een stelknopvoor de positie van de remhendel. Om deafstand tussen de remhendel en de gas-greep af te stellen, moet u de stelknopdraaien terwijl u de hendel van de gasgreepvandaan houdt.Draai de stelknop in de richting (a) om deafstand te vergroten. Draai de stelknop inde richting (b) om de afstand te verkleinen.DAU12944RempedaalHet rempedaal bevindt zich aan de rechter-zijde van de motorfiets.

Trap op het rempe-daal om de achterrem te bekrachtigen.DAU93090ABSHet Yamaha ABS (anti-blokkeervoorzieningremsysteem) bestaat uit een dubbel uitge-voerd elektronisch regelsysteem dat devoorrem en achterrem onafhankelijk aan-stuurt.Gebruik de remmen met ABS net zoalsconventionele remmen. Bij activering vanhet ABS-systeem kan een pulsatie wordengevoeld in de remhendel of het rempedaal.Ga in dat geval door met remmen en laathet ABS-systeem het werk doen.

Ga niet“pompend” remmen, dit vermindert de re-meffectiviteit.WAARSCHUWINGDWA16051Houd altijd een veilige afstand tot voor-liggers, zelfs als uw voertuig is uitgerustmet ABS. Het ABS-systeem functioneert heteffectiefst over lange remwegen. Op bepaalde oppervlakken, zoalsslechte wegen of grindwegen, kande remafstand met het ABS-sy-steem langer zijn dan zonder ABS-systeem.Het ABS-systeem wordt bewaakt door eenECU die het systeem bij een storing laat te-rugkeren naar conventioneel remmen.1. Remhendel2. Afstand3. Stelknop voor afstelpositie van remhendel1112233(a)(a)(a)(b)(b)(b)1. Rempedaal111UBVAD0D0.book Page 15 Friday, August 25, 2023 1:09 PM

Functies van instrumenten en bedieningselementen3-163OPMERKING Het ABS-systeem voert een zelfdiag-nosetest uit telkens nadat de sleutelop “ON” is gezet en de machine eenrijsnelheid bereikt van 5 km/h (3 mi/h)of hoger. Tijdens deze test hoort u een“klikkend” geluid van de hydraulischeregeleenheid en wanneer u de rem-hendel of het rempedaal licht bedient,kan een trilling in de hendel of het pe-daal voelbaar zijn. Dit duidt niet op eenstoring. Dit ABS-systeem is uitgerust met eentestfunctie waarbij de bestuurder pul-saties kan voelen in de remhendel ofhet rempedaal terwijl het ABS-sy-steem actief is.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha YZF-R7 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden