Yamaha YZF-R1 (2024) Handleiding

Yamaha Motor YZF-R1 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Yamaha YZF-R1 (2024) (136 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 7 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Yamaha YZF-R1 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/136
DIC183
YZF1000 (YZF-R1)
YZF1000D (YZF-R1M)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
HANDLEIDING
MOTORFIETS
Lees deze handleiding
aandachtig door voordat u deze
machine gaat gebruiken.
Gebruikersinformatie
Index
Specificaties
Verzorging en stalling van de motorfiets
Speciale kenmerken
Beschrijving
Veiligheidsinformatie
Periodiek onderhoud en afstelling
Gebruik en belangrijke rij-informatie
Voor uw veiligheid – controles
voor het rijden
Functies van instrumenten en
bedieningselementen
BMP-F8199-D1
[Dutch (D)]

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Motor
Model: YZF-R1 (2024)

Handleiding Yamaha YZF-R1 (2024) – volledige tekst

DIC183YZF1000 (YZF-R1) YZF1000D (YZF-R1M)1234567891011HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsSpeciale kenmerkenBeschrijvingVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBMP-F8199-D1[Dutch (D)]

DAU81566Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81572Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,B3L-00, in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBMPD1D0.book Page 1 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

DAU94372Voor het Verenigd KoninkrijkConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,B3L-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBMPD1D0.book Page 2 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

DAU81581Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat het type radioapparatuur, Communicatieregeleenheid, 2KS-85800-00, inovereenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2.4 GHzMaximaal radiofrequentievermogen: 50.12 mWFabrikant:YAMAHA MOTOR CO., LTD2500 Shingai, Iwata, Shizuoka, 438-8501 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBMPD1D0.book Page 3 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

DAU94431Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, 2KS-85800-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2.4 GHzMaximaal radiofrequentievermogen: 50.12 mWFabrikant:YAMAHA MOTOR CO., LTD2500 Shingai, Iwata, Shizuoka, 438-8501 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBMPD1D0.book Page 4 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

InleidingDAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de YZF1000 / YZF1000D profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van hetontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw YZF1000 /YZF1000D. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf enanderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzeldan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.

En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA10032Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.UBMPD1D0.book Page 1 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBMPD1D0.book Page 1 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

4-49Startspersysteem. 4-50Voor uw veiligheid – controles voor het rijden. 5-1Gebruik en belangrijke rij-informatie. 6-1Inrijperiode. 6-1De motor starten. 6-2Schakelen. 6-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 6-4Parkeren. 6-4Periodiek onderhoud en afstelling. 7-1Gereedschapsset. 7-2Periodieke onderhoudsschema’s. 7-3Periodiek onderhoudsschema van het uitstootcontrolesysteem. 7-3Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 7-5Stroomlijn- en framepanelen. 7-9Controleren van de bougies. 7-12Filterbus. 7-13Motorolie. 7-13Waarom Yamalube. 7-14Koelvloeistof. 7-15Luchtfilterelement. 7-16Stationair toerental controleren. 7-16Klepspeling. 7-17Banden. 7-17Magnesium gietwielen. 7-20Vrije slag van de koppelingshendel afstellen. 7-20Vrije slag van remhendel controleren. 7-21Remlichtschakelaars. 7-22Controleren van voor- en achterremblokken. 7-22Het remvloeistofniveau controleren.

1-11VeiligheidsinformatieDAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze motorfiets tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden.  Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding.  Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken.  Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.

 Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 5-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden.  Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier.  Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien.

Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met motor-fietsen zich namelijk het meestvoor.

• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonderhoudvan een motorfiets. Bepaalde on-derhoudswerkzaamheden kunnenalleen worden uitgevoerd door ge-diplomeerd personeel.  Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBMPD1D0. book Page 1 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM.

Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het motorrijden teoefenen op plekken waar geen ver-keer is, totdat u grondig bekendbent met de motor en zijn bedie-ning.  Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien.  De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.

• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten.  Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs.  Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel.  Draag altijd een goedgekeurde helm.  Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.

 Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken.  Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken.  De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.

Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN.  Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus.  Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages.  Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden.

Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren.  Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.

• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunjezak-ken of tenten, kunnen een instabielweggedrag of een te trage reactieop het stuur veroorzaken.  Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.

Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:185 kg (408 lb)UBMPD1D0. book Page 3 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM.

Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.

 Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmotor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van demotor. De motor kan door rijwindworden opgetild of bij zijwind insta-biel worden.

Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.

Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden.  Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 7-17voor de bandenspecificaties en informatieover het onderhouden en vervangen vanuw banden.

Veiligheidsinformatie1-51 Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvork-klem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvuldigom te voorkomen dat deze tijdens hettransport schuurplekken op de lakveroorzaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.UBMPD1D0.book Page 5 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

Speciale kenmerken3-13DAU6629DYRC (Yamaha Ride Control)Yamaha Ride Control is een systeem datgebruikmaakt van verschillende sensorenen regeleenheden om een verbeterde rijer-varing mogelijk te maken. De machine regi-streert krachten in langsrichting(voor/achter), dwarsrichting (links/rechts)en verticale richting (omhoog/omlaag) enkan hierop reageren. Ook de leunhoek enG-krachten worden gedetecteerd. Deze in-formatie wordt meerdere malen per secon-de verwerkt en indien nodig worden degerelateerde fysieke systemen automa-tisch bijgesteld. De volgende functies zijnafzonderlijke YRC-items die kunnen wor-den in- of uitgeschakeld of ingesteld naar-gelang de wensen van de bestuurder en derijomstandigheden. Zie pagina 4-12 en4-16 voor meer informatie over instellingen.

WAARSCHUWINGDWA18221Het Yamaha Ride Control (YRC)-sy-steem vormt geen vervanging voor hetgebruik van de juiste rijtechnieken of deervaring van de bestuurder. Het systeemkan geen controleverlies voorkomen datwordt veroorzaakt door fouten van debestuurder zoals sneller rijden dan deweg- en verkeersomstandigheden toe-staan, inclusief verlies van grip door eente hoge snelheid bij het ingaan vanbochten en hard optrekken bij eenscherpe leunhoek of tijdens het rem-men. Ook kan het systeem wegslippenof omhoogkomen van het voorwiel nietvoorkomen. Rijd zoals bij elke motor-fiets binnen uw mogelijkheden, houd re-kening met deomgevingsomstandigheden en pas uwrijgedrag aan deze omstandighedenaan. Zorg dat u grondig vertrouwd raaktmet de manier waarop de motorfiets re-ageert bij diverse YRC-instellingen alvo-rens moeilijkere manoeuvres teproberen.

PWRHet vermogensafgiftemodussysteem be-staat uit vier verschillende kenvelden voorregeling van de gasklepopening in relatietot de gasgreepbediening. Hierdoor kunt ukiezen uit diverse modi naargelang uwvoorkeuren en de rijomgeving. TractieregelingDe tractieregeling helpt bij het behoudenvan grip bij het optrekken.

Wanneer senso-ren detecteren dat het achterwiel begint teslippen (ongecontroleerde slip), grijpt detractieregeling in door het motorvermogente reguleren totdat de grip is hersteld. Hetcontrolelampje tractieregeling knippert omde bestuurder te laten weten dat de tractie-regeling is ingeschakeld. De werking van de tractieregeling wordt au-tomatisch aangepast op basis van de leun-hoek van de machine. Om een maximaleacceleratie mogelijk te maken, wordt in de1. PWR 12. PWR 23. PWR 34. PWR 45. Gasklepopening6. Bediening gasgreep564321UBMPD1D0. book Page 1 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM.

Speciale kenmerken3-23rechtopstand minder tractieregeling toege-past. In de bochten wordt meer tractierege-ling toegepast. OPMERKING Het is mogelijk dat de tractieregelingwordt geactiveerd wanneer de machi-ne over een hobbel rijdt.  Er zijn mogelijk kleine veranderingenin het motor- en uitlaatgeluid waar-neembaar wanneer de tractieregelingof andere YRC-systemen worden ge-activeerd.  Als de tractieregeling wordt uitge-schakeld, worden SCS, LCS en LIFautomatisch ook uitgeschakeld. WAARSCHUWINGDWA15433De tractieregeling vormt geen vervan-ging voor verstandig rijgedrag dat isaangepast aan de omstandigheden. Detractieregeling biedt geen beschermingtegen gripverlies door te snel ingaan vanbochten, snel optrekken bij schuin over-hangen of door remmen, en kan wegglij-den van het voorwiel niet voorkomen.

Rijd altijd voorzichtig op oppervlakkendie mogelijk glad kunnen zijn en vermijdbijzonder gladde oppervlakken. Als de sleutel naar “ON” wordt gedraaid,wordt de tractieregeling automatisch inge-schakeld. De tractieregeling kan alleenhandmatig worden in- of uitgeschakeldwanneer de sleutel in de stand “ON” staaten de machine is gestopt. OPMERKINGAls de machine vast is komen te zitten inmodder, zand of een ander zacht opper-vlak, schakel dan de tractieregeling uit omhet vrijmaken van het achterwiel te verge-makkelijken. LET OPDCA16801Gebruik uitsluitend de voorgeschrevenbanden. (Zie pagina 7-17. ) Bij gebruikvan banden met een andere maat zal detractieregeling de wielrotatie niet nauw-keurig kunnen regelen. SCSDe anti-uitbreekregeling regelt de vermo-gensafgifte van de motor wanneer zijde-lings wegschuiven van het achterwiel wordtgedetecteerd.

Het systeem past de vermo-gensafgifte aan op basis van gegevens vande IMU. Dit systeem ondersteunt de trac-tieregeling om bij te dragen aan een soepe-ler rijgedrag. EBMHet motorremmanagementsysteem ver-laagt het motorkoppel bij afremmen.

Speciale kenmerken3-33WAARSCHUWINGDWA20880Zorg dat de motor voldoende is ver-traagd voordat u naar een lagere ver-snelling schakelt. Als u naar een lagereversnelling schakelt bij een te hoog mo-tortoerental, kan het achterwiel grip ver-liezen. Dit kan leiden tot verlies van decontrole over de machine, een ongevalen letsel. Het kan ook resulteren in scha-de aan de motor of de aandrijflijn. LCSHet launch control-systeem helpt de be-stuurder om soepel en vlot op te trekkenvanaf de startlijn. Het voorkomt dat het mo-tortoerental toeneemt wanneer de gas-greep geheel wordt opengedraaid. HetLCS regelt de vermogensafgifte van de mo-tor in combinatie met de tractieregeling ende LIF-systemen voor een optimale grip enverminderde wiellift. LET OPDCA22950Zelfs bij gebruik van het LCS moet dekoppelingshendel geleidelijk wordenlosgelaten om schade aan de koppelingte voorkomen.

OPMERKINGLCS is uitsluitend bedoeld voor gebruik ophet circuit. SnelschakelsysteemHet snelschakelsysteem maakt elektro-nisch ondersteund schakelen zonder kop-pelingshendel mogelijk. Als de sensor opde schakelstang de juiste beweging van hetschakelpedaal waarneemt, wordt het mo-torvermogen kortstondig aangepast omschakelen mogelijk te maken. Het snelschakelsysteem werkt niet als dekoppelingshendel wordt ingetrokken, nor-maal schakelen is dus ook mogelijk als hetsnelschakelsysteem is ingeschakeld. Con-troleer de indicator snelschakelen voor ac-tuele status- en bruikbaarheidsinformatie. Opschakelomstandigheden Rijsnelheid ten minste 20 km/h (12mi/h) Motortoerental ten minste 2200 tpm Optrekken (gasklep open)Terugschakelomstandigheden Rijsnelheid ten minste 20 km/h (12mi/h) Motortoerental ten minste 2000 tpm Motortoerental ver genoeg verwijderdvan de rode zone1. EBM12. EBM23. EBM34.

Speciale kenmerken3-43 Afremmen en gasklep geslotenOPMERKING QS en QS kunnen individueelworden ingesteld. Schakelen naar of uit de vrijstandmoet gebeuren met de koppelings-hendel.LIFHet anti-liftsysteem vermindert de snelheidwaarmee het voorwiel van de grond komtbij extreme acceleratie, zoals bij het wegrij-den of optrekken uit de bocht. Als voorwiel-lift wordt gedetecteerd, wordt hetmotorvermogen geregeld om de voorwiel-lift te vertragen met behoud van een goedeacceleratie.BCHet remregelsysteem reguleert de hydrauli-sche remdruk naar de voor- en achterwie-len als de remmen worden bekrachtigd enblokkeren van de wielen wordt gedetec-teerd. Dit systeem heeft twee instellingen.BC1 is het standaard ABS, dat de remdrukaanpast op basis van de rijsnelheid en dewielsnelheidsgegevens.

BC1 is ontworpenom in te grijpen en de remkracht te maxi-maliseren bij rechtuit rijden.BC2 gebruikt aanvullende informatie vande IMU om de toegepaste remkracht inbochten te reguleren om laterale wielslip tebeperken.WAARSCHUWINGDWA20891Het remregelsysteem vormt geen ver-vanging voor het gebruik van de juisterij- en remtechnieken. Het remregelsy-steem kan niet elk gripverlies als gevolgvan overmatig remmen bij hoge snelhe-den of laterale wielslip bij remmen opgladde oppervlakken voorkomen.ERS (YZF-R1M)De elektronische racevering van ÖHLINS®bevat het OBTi-systeem (Objective-BasedTuning interface) voor vereenvoudigdeaanpassing van de modi van het automati-sche veersysteem op basis van de actuelerijsituatie. Daarnaast biedt het systeemhandmatige modi die een nauwkeurigeconventionele afstelling van het veersy-steem mogelijk maken.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-14DAU1097BStartblokkeersysteemDit voertuig is voorzien van een startblok-keersysteem waarmee diefstal kan wordenbemoeilijkt door de codering van de stan-daardsleutels te wijzigen. Het systeem be-staat uit de volgende onderdelen: een codeersleutel twee standaardsleutels een transponder (in elke sleutel) een startblokkeereenheid (op hetvoertuig) een ECU (op het voertuig) een controlelampje voor het systeem(pagina 4-7)Over de sleutelsDe codeersleutel wordt gebruikt om destandaardsleutels te coderen. Bewaar decodeersleutel op een veilige plaats. Ge-bruik een standaardsleutel voor uw dage-lijkse ritten. Ga als een sleutel opnieuw moet wordengecodeerd of vervangen met de codeer-sleutel en resterende standaardsleutelsnaar een Yamaha dealer om de codering telaten uitvoeren.

OPMERKING Bewaar de standaardsleutels en desleutels van andere startblokkeersy-stemen altijd op een andere plek dande codeersleutel.  Houd sleutels van andere startblok-keersystemen altijd uit de buurt vanhet contactslot, want anders kunnenze signaalstoring veroorzaken. LET OPDCA11823ZORG DAT U DE CODEERSLEUTELNIET VERLIEST. NEEM DIRECT CON-TACT OP MET UW DEALER ALS U HEMVERLOREN HEBT. Als u de codeersleu-tel bent verloren, kan de machine nogworden gestart met de bestaande stan-daardsleutels. Het is echter niet meermogelijk om een nieuwe standaardsleu-tel te registreren. Als alle sleutels zijnverloren of beschadigd, moet het volle-dige startblokkeersysteem worden ver-vangen. Ga daarom zorgvuldig met desleutels om.  Dompel ze niet onder in water.  Stel ze niet bloot aan hoge tempe-raturen.  Plaats ze niet in de buurt van mag-neten.

 Plaats ze niet in de buurt van appa-raten die elektrische signalen uit-zenden.  Ga er niet ruw mee om.  Probeer ze niet te slijpen of te wijzi-gen.  Probeer ze niet uit elkaar te halen.  Hang nooit twee sleutels van eenstartblokkeersysteem aan dezelfdesleutelring. 1.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-24DAU10474Contactslot/stuurslotVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssy-stemen bediend en wordt het stuur ver-grendeld. De diverse standen wordenhierna beschreven.OPMERKINGGebruik de standaardsleutel (zwarte greep)voor regelmatig gebruik van de machine.Bewaar de codeersleutel (rode greep) opeen veilige plaats en gebruik deze uitslui-tend voor hercodering om het risico op ver-lies te minimaliseren.DAU84035ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start.

De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKING De koplamp(en) gaan branden als demotor wordt gestart. Laat om ontladen raken van de accute voorkomen het contactslot niet inde stand “ON” staan zonder dat demotor draait.DAU10664OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld. De sleutel kan worden uitgenomen.WAARSCHUWINGDWA10062Draai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU73803LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kanworden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3.

Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.ONOFFLOCK1. Drukken.2. Draaien.12UBMPD1D0.book Page 2 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-44DAU66091Schakelaar Pass/LAP “ /LAP”Druk op deze schakelaar om een lichtsig-naal te geven met de koplampen en om destart van elke ronde te markeren bij gebruikvan de rondetimer. DAU98390Dimlichtschakelaar “ / ”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht. DAU66040Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om afslaannaar rechts aan te geven. Druk deze scha-kelaar naar “ ” om afslaan naar links aante geven. Na loslaten keert de schakelaarterug naar de middenstand. Om de rich-tingaanwijzers uit te schakelen wordt deschakelaar ingedrukt nadat hij is terugge-keerd in de middenstand. DAU66030Claxonschakelaar “ ”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven.

DAU66061Stop/Run/Start-schakelaar “ / / ”Om de motor te starten met de startmotor,zet u deze schakelaar op “ ” en drukt u deschakelaar vervolgens omlaag naar “ ”. Zie pagina 6-2 voor startinstructies voordatu de motor start. Zet deze schakelaar op “ ” om de motordirect uit te schakelen in een noodgeval,zoals wanneer de machine omslaat of alsde gaskabel blijft hangen. DAU88273Schakelaar alarmverlichting “OFF/ ” Met deze schakelaar wordt de alarmver-lichting ingeschakeld (gelijktijdig knipperenvan alle richtingaanwijzers). De alarmver-lichting wordt gebruikt in een noodgeval ofom andere verkeersdeelnemers te waar-schuwen als uw machine stilstaat in eenmogelijk gevaarlijke verkeerssituatie. De alarmverlichting kan alleen worden in-of uitgeschakeld als het contactslot in destand “ON” staat.

LET OPDCA10062Gebruik de alarmverlichting niet gedu-rende langere tijd als de motor nietdraait omdat hierdoor de accu kan ont-laden. DAU88401Modusschakelaar “MODE”Gebruik de modusschakelaar om de YRC-modus te wijzigen of om de PWR-, TCS-,SCS- en EBM-instellingen te wijzigen in hethoofdscherm. Deze schakelaar bestaat uitdrie toetsen. Toets omhoog - druk op deze toets om degeselecteerde YRC-instelling te verhogen. Middelste toets - druk op deze toets omvan links naar rechts door de MODE-,PWR-, TCS-, SCS- en EBM-items te blade-ren. Toets omlaag - druk op deze toets om degeselecteerde YRC-instelling te verlagen. OPMERKING De middelste toets wordt ook gebruiktvoor activering van het launch-con-trolsysteem. Houd de middelste toetsingedrukt wanneer het LCS-picto-UBMPD1D0. book Page 4 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-54gram grijs is. Het LCS-pictogram gaatknipperen en wordt wit wanneer hetsysteem is geactiveerd.  De tractieregeling kan alleen wordenuitgeschakeld vanuit het hoofd-scherm. Selecteer TCS met de mid-delste toets en houd vervolgens detoets omhoog ingedrukt totdat TCSOFF wordt weergegeven. Gebruik detoets omlaag om de tractieregelingweer in te schakelen.  Als de tractieregeling wordt uitge-schakeld, worden het SCS-, LCS- enLIF-systeem ook uitgeschakeld vooralle YRC-modi.  Zie “YRC Setting” op pagina 4-16voor meer informatie over het aanpas-sen van YRC-modi en de instelni-veaus van YRC-items. DAU66100Wielschakelaar “ ”Wanneer het hoofdscherm is ingesteld opSTREET MODE, gebruik dan de wielscha-kelaar om te schuiven en de items op de in-formatieweergave terug te stellen.

Wanneer het hoofdscherm is ingesteld opTRACK MODE, gebruik dan de wielschake-laar om te schuiven en de items op de infor-matieweergave terug te stellen en derondetimer te activeren. Wanneer de weergave is gewijzigd naar hetscherm MENU, gebruik dan de wielschake-laar om naar de instellingsmodulen te navi-geren en instellingen te wijzigen. Bedien de wielschakelaar als volgt. Omhoogdraaien - draai het wiel omhoogom naar boven/naar links te schuiven ofeen instellingswaarde te verhogen. Omlaagdraaien - draai het wiel omlaag omnaar beneden/naar rechts te schuiven ofeen instellingswaarde te verlagen. Kort indrukken - druk de schakelaar kortin om te selecteren en te bevestigen. Lang indrukken - druk de schakelaar eenseconde in om een item op een informatie-weergave terug te stellen of om het schermMENU te openen of af te sluiten.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-64DAU88280Controlelampjes richtingaanwijzers “” en“”Elk controlelampje gaat knipperen wanneerde bijbehorende richtingaanwijzer knippert. DAU88300Vrijstandcontrolelampje “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de versnel-lingsbak in de vrijstand staat. DAU88310Controlelampje grootlicht “ ”Dit controlelampje brandt terwijl de kop-lamp is ingeschakeld voor grootlicht. DAUA1290Waarschuwingslampje brandstofniveau “”Dit waarschuwingslampje gaat brandenwanneer het brandstofniveau daalt tot be-neden ca. 3. 0 L (0. 79 US gal, 0. 66 Imp. gal). Vul in dat geval zo snel mogelijk brandstofbij. Het elektrische circuit van het waarschu-wingslampje kan worden gecontroleerddoor de machine in te schakelen. Het waar-schuwingslampje moet enkele secondenoplichten en dan uitgaan.

OPMERKINGAls het waarschuwingslampje helemaalniet gaat branden, blijft branden na het bij-vullen van de brandstof of herhaaldelijkknippert, laat de machine dan nakijkendoor een Yamaha dealer. LET OPDCAE0121Voorkom volledig leegrijden van de tank. Dit kan schade aan de uitlaatkatalysatorveroorzaken. DAU88331Storingsindicatielampje (MIL) “ ”Dit lampje gaat branden of knipperen als ereen storing wordt gedetecteerd in de motorof een regelsysteem van de machine. Vraagin dat geval een Yamaha dealer het boord-diagnosesysteem te controleren. Het elek-trische circuit van hetwaarschuwingslampje kan worden gecon-troleerd door de machinevoeding in teschakelen. Het lampje moet enkele secon-den oplichten en dan uitgaan. Als het lamp-je niet gaat branden wanneer demachinevoeding wordt ingeschakeld ofblijft branden, vraag dan uw Yamaha dealerom de machine na te kijken.

LET OPDCA26820Verlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen. OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert.

Daardoor kan het MIL ook gaanbranden of knipperen als gevolg van aan-passingen, gebrek aan onderhoud of over-matig/onjuist gebruik van de motorfiets. Neem om dit te voorkomen het volgende inacht.  Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen.  Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden.  Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc.  Wijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ). UBMPD1D0. book Page 6 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-74 Breng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem (kata-lysatoren of EXUP etc. ), en verwijderdeze niet.  Onderhoud de aandrijfketting goed.  Zorg dat de banden op de juiste span-ning blijven.  Zorg dat de rempedaalhoogte correctafgesteld blijft om slepen van de ach-terrem te voorkomen.  Vermijd extreem gebruik van de ma-chine. Bijvoorbeeld herhaaldelijk ofovermatig openen en sluiten van degasgreep, racen, burnouts, wheelies,langdurig gebruik met half geopendegasgreep etc. DAU88342ABS-waarschuwingslampje “ ”Onder normale omstandigheden gaat hetABS-waarschuwingslampje branden als demachine wordt ingeschakeld en uit als meteen snelheid van 10 km/h (6 mi/h) of hogerwordt gereden.

OPMERKINGAls het waarschuwingslampje niet werktzoals hierboven beschreven of tijdens hetrijden gaat branden, werkt het ABS moge-lijk niet correct. Laat de machine zo snelmogelijk controleren door een Yamahadealer. WAARSCHUWINGDWA16043Als het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat als u een snelheid van 10 km/h (6mi/h) hebt bereikt of als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaatbranden:  Rijd extra voorzichtig om te voorko-men dat de wielen blokkeren bij eennoodstop.  Laat de machine zo snel mogelijkcontroleren door een Yamaha dea-ler. DAU67434Schakelcontrolelampje “ ”Dit controlelampje gaat branden als het tijdis om naar een hogere versnelling te scha-kelen. De motortoerentallen waarbij hetlampje aan- of uitgaat kunnen worden aan-gepast. (Zie pagina 4-26. )OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan.

DAU88350Controlelampje startblokkering “ ”Als het contactslot wordt uitgeschakeld,gaat het controlelampje na 30 secondencontinu knipperen om aan te geven dat hetstartblokkeersysteem is ingeschakeld. Hetcontrolelampje stopt na 24 uur met knippe-ren, maar het startblokkeersysteem blijft in-geschakeld. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan. Als het lampje niet gaat bran-den of blijft branden, vraag dan uw Yamahadealer om de machine te controleren. Storing in het transpondersignaalAls het controlelampje startblokkeringknippert in het patroon 5 keer langzaam ge-volgd door 2 keer snel, betreft dit mogelijkUBMPD1D0. book Page 7 Thursday, August 10, 2023 9:29 AM.

Functies van instrumenten en bedieningselementen4-84een storing in het transpondersignaal. Alsdeze fout zich voordoet, probeer dan hetvolgende. 1. Houd andere startblokkeersleutels uitde buurt van het contactslot. 2. Start de motor met behulp van de co-deersleutel. 3. Als de motor start, zet deze dan weeruit en probeer hem opnieuw te startenmet de standaardsleutels. 4. Als de motor niet kan worden gestartmet een of beide standaardsleutels,breng dan de machine en alle 3 sleu-tels naar een Yamaha dealer en laatde standaardsleutels opnieuw code-ren. DAU88391Controlelampje stabiliteitsregeling “ ”Dit controlelampje gaat branden wanneerde tractieregeling of het SCS- of LIF-sy-steem wordt ingeschakeld. Het gaat ookbranden wanneer de tractieregeling op“OFF” wordt gezet of tijdens het rijdenwordt gedeactiveerd.

OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan. Als het lampje niet gaat bran-den of blijft branden, vraag dan uw Yamahadealer om de machine te controleren. DAU88362Waarschuwingslampje oliedruk en koelvloeistoftemperatuur “ ”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde motoroliedruk laag is of de koelvloei-stoftemperatuur hoog is. Zet als dit gebeurtonmiddellijk de motor uit. OPMERKING Als de machine voor het eerst wordtingeschakeld, moet dit lampje gaanbranden en blijven branden totdat demotor is gestart.  Als een storing wordt gedetecteerd,gaat dit lampje branden en gaat hetwaarschuwingspictogram oliedrukknipperen. LET OPDCA22441Als het waarschuwingslampje oliedruken koelvloeistoftemperatuur niet uitgaatnadat de motor is gestart of gaat bran-den terwijl de motor draait, moet u on-middellijk de motor afzetten en demachine stoppen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha YZF-R1 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden