Yamaha MT09 (2024) Handleiding

Yamaha Motor MT09 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Yamaha MT09 (2024) (143 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 113 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Yamaha MT09 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/143
DIC183
MTN890-S (MT-09 Y-AMT)
MTN890-SU (MT-09 Y-AMT 35kW)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
HANDLEIDING
MOTORFIETS
Lees deze handleiding
aandachtig door voordat u deze
machine gaat gebruiken.
Gebruikersinformatie
Index
Specificaties
Verzorging en stalling van de motorfiets
Connectiviteitssysteem voor smartphone
Beschrijving
Speciale kenmerken
Veiligheidsinformatie
Periodiek onderhoud en afstelling
Gebruik en belangrijke rij-informatie
Voor uw veiligheid – controles
voor het rijden
Functies van instrumenten en
bedieningselementen
BRS-F8199-D0
[Dutch (D)]

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Motor
Model: MT09 (2024)

Handleiding Yamaha MT09 (2024) – volledige tekst

DIC183MTN890-S (MT-09 Y-AMT)MTN890-SU (MT-09 Y-AMT 35kW)123456789101112HANDLEIDINGMOTORFIETS Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.GebruikersinformatieIndexSpecificatiesVerzorging en stalling van de motorfietsConnectiviteitssysteem voor smartphoneBeschrijvingSpeciale kenmerkenVeiligheidsinformatiePeriodiek onderhoud en afstellingGebruik en belangrijke rij-informatieVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenFuncties van instrumenten en bedieningselementenBRS-F8199-D0[Dutch (D)]

Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81595Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart MITSUBISHI ELECTRIC CORPORATION, HIMEJI WORKS, dat het type radioapparatuur, Smart-sleutelsy-steem (SKEA7B-05, SKEA7B-04) in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:http://www.mitsubishielectric.com/bu/automotive/doc/re.htmlSmart-eenheid: SKEA7B-04Bedieningsfrequentie: 125 kHzMaximumuitgangsvermogen: 107 dBμV/m op 10 meterHandeenheid: SKEA7B-05Bedieningsfrequentie: 433.92 MHzMaximumuitgangsvermogen: 10 mWFabrikant:MITSUBISHI ELECTRIC CORPORATION, HIMEJI WORKS840, Chiyoda-machi, Himeji, Hyogo 670-8677, JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBRSD0D0.book Page 1 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

DAU94453Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart MITSUBISHI ELECTRIC CORPORATION, HIMEJI WORKS, dat de radioapparatuur van het type Smart-sleutelsysteem (SKEA7B-05, SKEA7B-04) in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:http://www.mitsubishielectric.com/bu/automotive/doc/ukgb.htmlSmart-eenheid: SKEA7B-04Bedieningsfrequentie: 125 kHzMaximumuitgangsvermogen: 107 dBμV/m op 10 meterHandeenheid: SKEA7B-05Bedieningsfrequentie: 433.92 MHzMaximumuitgangsvermogen: 10 mWFabrikant:MITSUBISHI ELECTRIC CORPORATION, HIMEJI WORKS840, Chiyoda-machi, Himeji, Hyogo 670-8677, JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA.

DAUA1990Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart NS Advantech Co.,Ltd. dat de radioapparatuur van het type Motorfietscluster, YA-1352, in overeenstem-ming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2400~2483.5 MHzUitzendvermogen: -6~-5 dBmFabrikant:NS Advantech Co.,Ltd.3-2-20, Jouoka, Nagaoka, NiigataPref., Japan, PostCode 9400021Importeur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandUBRSD0D0.book Page 5 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

DAUA2000Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart NS Advantech Co.,Ltd. dat de radioapparatuur van het type Motorfietscluster, YA-1352, in overeenstem-ming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2400~2483.5 MHzUitzendvermogen: -6~-5 dBmFabrikant:NS Advantech Co.,Ltd.3-2-20, Jouoka, Nagaoka, NiigataPref., Japan, PostCode 9400021Importeur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.UBRSD0D0.book Page 6 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

DAUA2011Voor OekraïneFrequentieband: 2400~2483.5 MHzUitzendvermogen: -6~-5 dBmHierbij verklaart NS Advantech Co.,Ltd. dat de radioapparatuur van het type Bluetooth in overeenstemming is met de DoCvan Oekraïne.De volledige tekst van de DoC van Oekraïne kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Voor MoldaviëFrequency Bank: 2400 to 2483.5 MHzTransmit Power: -6 dBm to 5 dBmPrin prezenta, NS Advantech Co., Ltd declară că tipul de echipamente radio Bluetooth este în conformitate cu Directiva 2014/53/UE.

InleidingDAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de MTN890-S / MTN890-SU profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied vanhet ontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw MTN890-S /MTN890-SU. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelfen anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzeldan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.

En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recenteproductinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.WAARSCHUWINGDWA10032Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.UBRSD0D0.book Page 1 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

Belangrijke informatie in de handleidingDAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlijden te voorkomen.Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan re-sulteren in ernstig letsel of overlijden.De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om scha-de aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.WAARSCHUWINGLET OPOPMERKINGUBRSD0D0.book Page 1 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

5-36Uitlaatkatalysator. 5-36Zadels. 5-37Positie bestuurdersvoetsteunen. 5-38Opbergcompartiment. 5-38Stand van het stuur. 5-39De voorvork afstellen. 5-39Afstellen van de schokdemperunit. 5-41Gelijkstroomstekkers. 5-42USB-aansluiting van type C. 5-43Zijstandaard. 5-44Startspersysteem. 5-44Voor uw veiligheid – controles voor het rijden. 6-1Gebruik en belangrijke rij-informatie. 7-1Inrijperiode. 7-1De motor starten. 7-2Schakelen. 7-3Tips voor een zuinig brandstofverbruik. 7-5Parkeren. 7-5Periodiek onderhoud en afstelling. 8-1Gereedschapsset. 8-2Periodieke onderhoudsschema’s. 8-3Periodiek onderhoudsschema van het uitstootcontrolesysteem. 8-3Algemeen smeer- en onderhoudsschema. 8-5De bougies controleren. 8-9Filterbus. 8-10Motorolie. 8-10Waarom Yamalube. 8-11Koelvloeistof. 8-11Luchtfilterelement. 8-13Stationair toerental controleren. 8-13Klepspeling. 8-13Banden. 8-14Gietwielen.

1-11VeiligheidsinformatieDAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgendevereisten alvorens met deze motorfiets tegaan rijden. Hij of zij moet: Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden.  Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding.  Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken.  Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen.

 Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies. Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 6-1 voor een lijst metcontroles voor het rijden.  Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier.  Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien.

Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren. • Wees extra voorzichtig bij het nade-ren en passeren van kruisingen,daar doen ongelukken met motor-fietsen zich namelijk het meestvoor.

• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonderhoudvan een motorfiets. Bepaalde on-derhoudswerkzaamheden kunnenalleen worden uitgevoerd door ge-diplomeerd personeel.  Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. UBRSD0D0. book Page 1 Monday, February 12, 2024 8:34 AM.

Veiligheidsinformatie1-21• We raden aan om het motorrijden teoefenen op plekken waar geen ver-keer is, totdat u grondig bekendbent met de motor en zijn bedie-ning.  Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheid inacht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat u af-slaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien.  De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.

• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of de hand-greep, indien aanwezig, met beidehanden vast te houden en beidevoeten op de passagiersvoetsteu-nen te houden. Neem nooit eenpassagier mee die niet in staat isom beide voeten stevig op de pas-sagiersvoetsteunen te zetten.  Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs.  Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel.  Draag altijd een goedgekeurde helm.  Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.

 Draag nooit loszittende kleding, dezekan blijven haken aan bedienings-handgrepen of door de wielen wordengegrepen en zo een ongeval of letselveroorzaken.  Draag altijd beschermende kledingdie uw benen, enkels en voeten be-dekt. De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken.  De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden.

Veiligheidsinformatie1-31symptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDISCHEHULP IN.  Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus.  Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages.  Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokken viaopeningen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden.

Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd. Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Let op het volgende wanneer u tot deze ge-wichtslimiet belaadt: Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren.  Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen.

• Pas de vering aan de te vervoerenbagage aan (alleen voor modellenmet instelbare vering) en controleerde toestand en spanning van uwbanden. • Bevestig nooit omvangrijke of zwa-re goederen aan het stuur, de voor-vork of het voorwielspatbord. Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunjezak-ken of tenten, kunnen een instabielweggedrag of een te trage reactieop het stuur veroorzaken.  Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen.

Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven produ-ceren. Om die reden kan Yamaha acces-soires die niet door Yamaha zijn verkocht ofwijzigingen die niet door zijn Yamaha zijnaangeraden niet goedkeuren of aanbeve-len, zelfs niet als deze zijn verkocht engeenstalleerd door een Yamaha dealer. Maximale belasting:165 kg (364 lb)UBRSD0D0. book Page 3 Monday, February 12, 2024 8:34 AM.

Veiligheidsinformatie1-41In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoordelijkvoor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires de on-derstaande richtlijnen en die vermeld onderhet kopje “Beladen”.

 Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadelige in-vloed hebben op de prestaties van uwmotor. Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effect vaninvloed zijn op de rijstabiliteit van demotor. De motor kan door rijwindworden opgetild of bij zijwind insta-biel worden.

Zulke accessoireskunnen ook instabiliteit veroorza-ken terwijl u grote voertuigen in-haalt of door deze wordt ingehaald. • Sommige accessoires dwingen debestuurder om een andere dan denormale zitpositie in te nemen.

Zo’nverkeerde zitpositie beperkt de be-wegingsvrijheid van de bestuurderen kan een comfortabele bedieninghinderen, zodat we dergelijke ac-cessoires sterk afraden.  Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden en vel-genDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatie vanrijprestaties, remvermogen en comfort. An-dere banden, velgen, maten of combinatieszijn mogelijk niet geschikt. Zie pagina 8-14voor de bandenspecificaties en informatieover het onderhouden en vervangen vanuw banden.

Veiligheidsinformatie1-51 Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvork-klem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvuldigom te voorkomen dat deze tijdens hettransport schuurplekken op de lakveroorzaken. Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.UBRSD0D0.book Page 5 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

Speciale kenmerken3-13DAUA2691YRC (Yamaha Ride Control)YRC is een systeem dat gebruikmaakt vanverschillende sensoren en regelingen omeen verbeterde rijervaring mogelijk te ma-ken. De machine registreert krachten inlangsrichting (voor/achter), dwarsrichting(links/rechts) en verticale richting (om-hoog/omlaag) en kan hierop reageren. Ookde leunhoek en G-krachten worden gede-tecteerd. Deze informatie wordt meerderemalen per seconde verwerkt en indien no-dig worden de gerelateerde fysieke syste-men automatisch bijgesteld. De volgendefuncties zijn afzonderlijke YRC-items diekunnen worden in- of uitgeschakeld of in-gesteld naargelang de wensen van de be-stuurder en de rijomstandigheden. Ziepagina 5-25 voor meer informatie over deinstellingen.

WAARSCHUWINGDWA18221Het Yamaha Ride Control (YRC)-sy-steem vormt geen vervanging voor hetgebruik van de juiste rijtechnieken of deervaring van de bestuurder. Het systeemkan geen controleverlies voorkomen datwordt veroorzaakt door fouten van debestuurder zoals sneller rijden dan deweg- en verkeersomstandigheden toe-staan, inclusief verlies van grip door eente hoge snelheid bij het ingaan vanbochten en hard optrekken bij eenscherpe leunhoek of tijdens het rem-men. Ook kan het systeem wegslippenof omhoogkomen van het voorwiel nietvoorkomen. Rijd zoals bij elke motor-fiets binnen uw mogelijkheden, houd re-kening met deomgevingsomstandigheden en pas uwrijgedrag aan deze omstandighedenaan. Zorg dat u grondig vertrouwd raaktmet de manier waarop de motorfiets re-ageert bij diverse YRC-instellingen alvo-rens moeilijkere manoeuvres teproberen.

SC (stabiliteitsregeling)SC bestaat uit TCS (tractieregeling), SCS(anti-uitbreekregeling), LIF (anti-liftsysteem)en BSR (anti-slipregeling achterwiel). Dezesystemen kunnen onafhankelijk worden in-gesteld via het menusysteem (zie pagina5-25), of allemaal tegelijk worden in- of uit-geschakeld door naar TCS in het menusy-steem te gaan (zie pagina 5-28).

Als een van de SC-systemen tijdens het rij-den wordt geactiveerd, gaat het controle-lampje stabiliteitsregeling “ ” knipperen(zie pagina 5-5). PWR (vermogensafgiftemodus)PWR bestaat uit vier verschillende kenvel-den voor regeling van de gasklepopening inrelatie tot de gasgreepbediening. Hierdoorkunt u kiezen uit diverse modi naargelanguw voorkeuren en de rijomgeving. Niveau 1 - Sportieve motorrespons. Niveau 2 - Gemiddelde motorrespons. Niveau 3 - Milde motorrespons. Niveau 4 - Regenachtige dagen of wanneereen lager motorvermogen gewenst is. OPMERKINGMachines die zijn begrensd op 35 kW heb-ben slechts twee PWR-niveaus:Niveau 1 - Gemiddelde motorrespons. Niveau 2 - Regenachtige dagen of wanneereen lager motorvermogen gewenst is. UBRSD0D0. book Page 1 Monday, February 12, 2024 8:34 AM.

Speciale kenmerken3-23TCS (tractieregeling)TCS helpt om grip te behouden tijdens hetoptrekken. Wanneer sensoren detecterendat het achterwiel begint te slippen (onge-controleerde slip), grijpt TCS in door hetmotorvermogen te reguleren totdat de gripis hersteld. De werking van TCS wordt automatischaangepast op basis van de leunhoek vande machine. Om een maximale acceleratiemogelijk te maken, wordt in de rechtop-stand minder tractieregeling toegepast. Inde bochten wordt meer tractieregeling toe-gepast. TCS heeft meerdere instellingsniveaus. Hoe hoger het instellingsniveau, hoe ster-ker de systeeminterventie. Niveau 1 - Geschikt voor sportief rijden. Niveau 2 - Geschikt voor rijden op de weg. Niveau 3 - Geschikt voor rijden op natte ofgladde oppervlakken. OPMERKING Het is mogelijk dat TCS wordt geacti-veerd wanneer de machine over eenhobbel rijdt.

 Er zijn mogelijk kleine veranderingenin het motor- en uitlaatgeluid waar-neembaar wanneer TCS of andereYRC-systemen worden geactiveerd.  Als het contactslot wordt ingescha-keld, wordt TCS automatisch inge-schakeld. TCS kan alleen handmatigworden in- of uitgeschakeld wanneerhet contactslot is ingeschakeld en demachine is gestopt.  Als de machine vast is komen te zittenin modder, zand of een ander zachtoppervlak, schakel TCS dan uit omvrijmaken van het achterwiel te verge-makkelijken. WAARSCHUWINGDWA15433De tractieregeling vormt geen vervan-ging voor verstandig rijgedrag dat isaangepast aan de omstandigheden. Detractieregeling biedt geen beschermingtegen gripverlies door te snel ingaan vanbochten, snel optrekken bij schuin over-hangen of door remmen, en kan wegglij-den van het voorwiel niet voorkomen.

Speciale kenmerken3-33SCS (anti-uitbreekregeling)SCS regelt de vermogensafgifte van demotor wanneer zijdelings wegschuiven vanhet achterwiel wordt gedetecteerd. De re-geling past de vermogensafgifte aan op ba-sis van de leunhoek van de machine. Ditsysteem ondersteunt TCS (tractieregeling)om bij te dragen aan een soepeler rijge-drag. SCS heeft meerdere instellingsniveaus. Hoe hoger het instellingsniveau, hoe ster-ker de systeeminterventie om laterale wiel-slip te verminderen. Niveau 1 - Geschikt voor sportief rijden. Niveau 2 - Geschikt voor rijden op de weg. Niveau 3 - Geschikt voor rijden op natte ofgladde oppervlakken. LIF (anti-liftsysteem)LIF vermindert de snelheid waarmee hetvoorwiel van de grond komt bij extreme ac-celeratie, zoals bij het wegrijden of optrek-ken uit de bocht.

Als voorwiellift wordtgedetecteerd, wordt het motorvermogengeregeld om de voorwiellift te vertragenmet behoud van een goede acceleratie. LIF kan worden ingesteld op 1, 2 en 3. Hoe hoger het instellingsniveau, hoe ster-ker de systeeminterventie om wiellift te ver-minderen. Niveau 1 - Minste liftcontrole. Geschiktvoor sportief rijden. Niveau 2 - Meer liftcontrole. Geschikt voorsportief rijden. Niveau 3 - Meeste liftcontrole. Geschiktvoor rijden op de weg. BC (remregeling)BC reguleert de hydraulische remdruk naarhet voor- en achterwiel als de remmen wor-den bediend. Dit systeem heeft twee instel-lingen: OFF: Alleen het standaard ABS (anti-blokkeervoorziening remsysteem), datde remdruk aanpast op basis van derijsnelheid en de wielsnelheidsgege-vens. Het standaard ABS (anti-blok-keervoorziening remsysteem) isontworpen om in te grijpen en de rem-kracht te maximaliseren bij rechtuit rij-den.

Afhankelijk van de leunhoekwordt de remkracht ook gereguleerdop basis van aanvullende informatievan de IMU om het stabiliteitsgevoelte verbeteren en blokkeren van dewielen te vermijden. Zie pagina 5-33 voor meer informatie overhet remsysteem. OPMERKINGVoor ervaren rijders of bij circuitgebruik kaneen scala aan omstandigheden ertoe leidendat het BC eerder actief wordt dan gewenstvoor een bepaalde bochtsnelheid of rijlijn. WAARSCHUWINGDWA22532 Zelfs met BC ingeschakeld kankrachtig remmen in bochten resul-teren in wielslip en balansverlies. Rem voldoende af alvorens boch-ten in te gaan.  Gebruik BC uitsluitend op de open-bare weg. Onder andere omstan-digheden werkt BC mogelijk nietgoed en bestaat een risico op onge-vallen. BSR (anti-slipregeling achterwiel)BSR helpt om grip te behouden bij het af-remmen en/of terugschakelen in omstan-digheden met weinig grip.

Speciale kenmerken3-43gint te slippen of blokkeert, grijpt BSR indoor het motorvermogen te reguleren tot-dat de grip is hersteld.OPMERKING Het is mogelijk dat BSR wordt inge-schakeld wanneer de machine overeen hobbel rijdt. Er zijn mogelijk kleine veranderingenin het motor- en uitlaatgeluid waar-neembaar wanneer BSR of andereYRC-systemen worden geactiveerd. Voor ervaren rijders of bij circuitge-bruik kunnen diverse omstandighe-den ertoe leiden dat BSR het gedragvan de machine op een onvoorzienemanier beïnvloedt.WAARSCHUWINGDWA22700De anti-slipregeling achterwiel vormtgeen vervanging voor verstandig rijge-drag dat is aangepast aan de omstan-digheden. De anti-slipregelingachterwiel kan niet elk gripverlies als ge-volg van overmatige snelheid bij het in-gaan van bochten of remmenvoorkomen, en kan ook slippen van hetvoorwiel niet voorkomen.

Rijd altijdvoorzichtig op oppervlakken die moge-lijk glad kunnen zijn en vermijd bijzondergladde oppervlakken.LET OPDCA28580Gebruik uitsluitend de voorgeschrevenbanden. (Zie pagina 8-14.) Bij gebruikvan banden met een andere maat zal detractieregeling de wielrotatie niet nauw-keurig kunnen regelen.DAUA2702Y-AMT (Yamaha-Automated Ma-nual Transmission)Deze machine is voorzien van een sequen-tiële geautomatiseerde versnellingsbak(Yamaha-Automated Manual Transmissi-on, Y-AMT) met 6 versnellingen. Hierdoorkan de machine schakelen zonder dat derijder een koppelingshendel of schakelpe-daal bedient.Er zijn twee Y-AMT-modi:“AT” - Automatisch schakelen.“MT” - Schakelen door middel van deschakelhendel op het stuur.Met de Y-AMT-schakelaar “AT/MT” wordtgewisseld tussen de “AT”- en “MT”-mo-dus. (Zie pagina 5-3.)De momenteel geselecteerde Y-AMT-mo-dus wordt weergegeven door de Y-AMT-indicator “AT”/“MT”.

Speciale kenmerken3-53Er zijn vijf YRC-modi voor “MT” en tweevoor “AT”. (Zie pagina 5-25. )Als met de Y-AMT-schakelaar “AT/MT”wordt gewisseld tussen “AT” en “MT”,wordt de YRC-modus overeenkomstig ge-wijzigd. OPMERKINGAls van “AT” naar “MT” wordt gewisseld, isde YRC-modus “STREET”. Als van “MT”naar “AT” wordt gewisseld, is de YRC-mo-dus de vorige instelling. In zowel de “AT”- als “MT”-modus wordtde schakelhendel gebruikt om te schake-len. De Y-AMT schakelt automatisch naar de 1eversnelling wanneer de machine wordt ge-stopt, zelfs als deze in de “MT”-modusstaat. Als de machine stilstaat in de 1e ver-snelling, wordt de koppeling automatischontkoppeld totdat de gasgreep wordt be-diend. Zo kan de motor bij stilstand statio-nair draaien zonder dat naar de vrijstandwordt geschakeld. Als de motor wordt uit-geschakeld, wordt de koppeling automa-tisch gekoppeld zodat de machine niet kangaan rollen.

Als u de machine in de vrijstand wilt houdenterwijl de machinevoeding is uitgeschakeld,schakel dan naar de vrijstand voordat u hetcontactslot uitschakelt. Zie pagina 7-3 voor meer informatie overschakelen. OPMERKING Als de schakelhendel wordt gebruiktom handmatig te schakelen in de“AT”-modus, keert de machine terugnaar de “AT”-modus nadat de scha-kelactie is voltooid.  De Y-AMT verhindert handmatigeschakelacties bij te hoge of te lagemotortoerentallen.  Als de machinevoeding wordt inge-schakeld terwijl de transmissie in eenversnelling staat, kunt u pas schake-len nadat de remhendel of het rempe-daal is ingedrukt.  In de “MT”-modus schakelt de Y-AMTautomatisch terug wanneer het toe-rental te laag wordt. WAARSCHUWINGDWA22740Duw de machine niet terwijl de motordraait. Onbedoeld draaien van de gas-greep en/of indrukken van de schakel-hendel kan ongelukken veroorzaken.

Speciale kenmerken3-63DAUA2711Cruise controlDit model is uitgerust met cruise control,dat een ingestelde kruissnelheid handhaaft. De cruise control kan alleen worden geacti-veerd tijdens het rijden in de 3e of een ho-gere versnelling met een snelheid tussenongeveer 40 km/h (25 mi/h) en 180 km/h(110 mi/h) of 140 km/h (87 mi/h) bij machi-nes die zijn begrensd op 35 kW. WAARSCHUWINGDWA20950 Onjuist gebruik van de cruise con-trol kan leiden tot verlies van decontrole over de machine met mo-gelijk een ongeval tot gevolg. Ge-bruik geen cruise control in drukverkeer, slechte weersomstandig-heden of op bochtige, gladde, heu-velachtige of slechte wegen ofgrindwegen.  Wanneer u heuvelopwaarts of heu-velafwaarts rijdt, kan de cruise con-trol de ingestelde kruissnelheidmogelijk niet aanhouden.

 Wanneer u de cruise control nietgebruikt, moet u deze uitschakelenom te voorkomen dat u deze perongeluk inschakelt. Controleer ofhet controlelampje voor cruisecontrol “ ” uit is. Cruise control inschakelen1. Druk op de aan-uitschakelaar van decruise control “ ” om het systeemin te schakelen. De indicator cruisecontrol “ ” en de indicator ingestel-de snelheid “ ” lichten op om aan tegeven dat het systeem stand-by is. 2. Druk op de “SET/–”-zijde van de in-stelschakelaar voor cruise control omde cruise control te activeren. De hui-dige snelheid van de machine wordtde ingestelde kruissnelheid en wordtgroen weergegeven in de indicator in-gestelde snelheid “ ”. De indicatorcruise control “ ” wordt ook groen. OPMERKINGAls de indicator cruise control “ ” oranjeoplicht, vraag dan een Yamaha dealer demachine te inspecteren.

Zo-wel de rijsnelheid als de snelheid die in deindicator ingestelde snelheid “ ” wordtgetoond, veranderen overeenkomstig. OPMERKINGAls u de instelschakelaar eenmaal indrukt,wordt de ingestelde snelheid in stappenvan 1. 0 km/h (1. 0 mi/h) gewijzigd. Als u de“RES/+”- of “SET/–”-zijde van de instel-schakelaar voor cruise control ingedrukthoudt, wordt de snelheid doorlopend ver-hoogd of verlaagd totdat u de schakelaarweer loslaat. U kunt de rijsnelheid ook handmatig verho-gen met de gasgreep. Nadat u gas hebt ge-geven, kunt u een nieuwe kruissnelheidinstellen door op de “SET/–”-zijde van deinstelschakelaar te drukken. Als u geen1. Instelschakelaar cruise control “RES/+/SET/–”2. Aan-uitschakelaar cruise control “ ”11122UBRSD0D0. book Page 6 Monday, February 12, 2024 8:34 AM.

Speciale kenmerken3-73nieuwe kruissnelheid instelt en gas terug-neemt, remt de machine af tot de eerder in-gestelde kruissnelheid. Cruise control uitschakelenVoer een van de volgende acties uit om decruise control te deactiveren en in destand-bymodus te zetten. Als het systeemnaar de stand-bymodus gaat, verliezen zo-wel de indicator cruise control “ ” als deindicator ingestelde snelheid “ ” hungroene status.  Draai de gasgreep voorbij de vollediggesloten stand in de deceleratierich-ting.  Bekrachtig de voor- of achterrem.  Schakel handmatig. OPMERKINGDe rijsnelheid gaat dalen zodra cruise con-trol wordt uitgeschakeld, als tenminste nietaan de gasgreep wordt gedraaid. De hervattingsfunctie gebruikenDruk op de “RES/+”-zijde van de instel-schakelaar voor cruise control om de cruisecontrol opnieuw te activeren. De rijsnelheidkeert dan terug naar de eerder ingesteldekruissnelheid.

Zowel de indicator cruisecontrol “ ” als de indicator ingesteldesnelheid “ ” worden groen. WAARSCHUWINGDWA16351Het is gevaarlijk de hervattingsfunctie tegebruiken wanneer de eerder ingesteldekruissnelheid te hoog is voor de huidigeomstandigheden. Cruise control uitschakelenDruk op elk gewenst moment op de aan-uitknop van de cruise control “ ” om decruise control helemaal uit te schakelen. Zowel de indicator cruisecontrol “ / ” als de indicator inge-stelde snelheid “ / ” gaan dan uit. OPMERKINGAls de cruise control of machinevoedingwordt uitgeschakeld, wordt de eerder inge-stelde kruissnelheid gewist. U kunt de her-vattingsfunctie pas weer gebruiken nadat ueen nieuwe kruissnelheid hebt ingesteld. Automatische uitschakeling van cruisecontrolDe cruise control wordt elektronisch gere-geld en is gekoppeld aan andere regelsy-stemen.

De cruise control wordt onder devolgende omstandigheden automatischuitgeschakeld: De cruise control kan de ingesteldekruissnelheid niet aanhouden (bijvoor-beeld als u een steile helling oprijdt).

 Er is een wielslip of wielspin gedetec-teerd. (Als de tractieregeling is inge-schakeld, treedt deze in werking. ) Schakelaar Stop/Run/Start“ / / ” wordt ingesteld op “ ”.  De motor wordt afgezet.  De zijstandaard wordt uitgeklapt.  De tractieregeling wordt uitgescha-keld. Als de cruise control onder de bovenstaan-de omstandigheden wordt uitgeschakeld,knipperen de indicator cruise1. Deceleratierichting111UBRSD0D0. book Page 7 Monday, February 12, 2024 8:34 AM.

Speciale kenmerken3-83control “ / ” en de indicator ingestel-de snelheid “ / ” 4 seconden alvorensuit te gaan.Druk om de cruise control opnieuw te ge-bruiken op de aan-uitknop van de cruisecontrol “ ” om het systeem in te schake-len. OPMERKINGAls u heuvelop of heuvelaf rijdt, kan decruise control in sommige gevallen de inge-stelde kruissnelheid mogelijk niet aanhou-den. Wanneer u heuvelopwaarts rijdt metde machine, kan de werkelijke rijsnel-heid lager worden dan de ingesteldekruissnelheid. Als dit gebeurt, accele-reert u met de gasgreep tot de ge-wenste rijsnelheid. Wanneer u heuvelafwaarts rijdt met demachine, kan de werkelijke rijsnelheidhoger worden dan de ingesteldekruissnelheid. Als dit gebeurt, kunt ude instelschakelaar niet gebruiken omde ingestelde kruissnelheid aan tepassen. Als u de rijsnelheid wilt verla-gen, gebruikt u de remmen.

Wanneeru de remmen gebruikt, wordt decruise control uitgeschakeld.DAUA1773ESS (waarschuwingslichtsy-steem)Bij plotseling krachtig remmen laat dit sy-steem automatisch alle richtingaanwijzerstegelijk snel knipperen.Dit biedt een extra waarschuwing aan om-ringende weggebruikers dat uw machinesnel vertraagt.Het ESS-systeem wordt onder de volgendeomstandigheden weer gedeactiveerd: Als de remmen worden losgelaten. Als plotseling krachtig remmen nietmeer wordt gedetecteerd.WAARSCHUWINGDWA22680Het ESS-systeem is geen pre-crashsy-steem.

Vermijd onnodig hard remmenen rijd altijd zo veilig mogelijk.OPMERKING Het ESS-systeem wordt alleen geacti-veerd wanneer het plotseling krachtigremmen detecteert terwijl de machine50 km/h (31 mi/h) of sneller rijdt. ESS wordt niet geactiveerd als dealarmverlichting al is geactiveerd. Als ESS wordt geactiveerd terwijl eenvan de richtingaanwijzers al knippert,krijgt ESS voorrang en gaan alle rich-tingaanwijzers snel knipperen. ESS werkt niet wanneer het ABS-con-trolelampje brandt.UBRSD0D0.book Page 8 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

Speciale kenmerken3-93DAUA2501Smart-sleutelsysteemDankzij het Smart-sleutelsysteem kunt u demachine bedienen zonder gebruik van eenmechanische sleutel.WAARSCHUWINGDWA14704 Houd geïmplanteerde pacemakersof hartdefibrillators, alsmede ande-re elektrische medische apparatenuit de buurt van de op het voertuiggemonteerde antenne (zie afbeel-ding). Door de antenne uitgezonden ra-diogolven kunnen de werking vandergelijke apparaten beïnvloedenindien deze in de nabijheid zijn. Als u drager bent van een elektrischmedisch apparaat, raadpleeg daneen arts of de fabrikant van het ap-paraat voordat u dit voertuig gaatgebruiken.LET OPDCA24080Het Smart-sleutelsysteem gebruiktzwakke radiogolven.

Het Smart-sleutel-systeem werkt in de volgende situatiesmogelijk niet. De Smart-sleutel is geplaatst in eenlocatie die is blootgesteld aan ster-ke radiogolven of andere elektro-magnetische ruis Er bevinden zich faciliteiten in debuurt die sterke radiogolven uitzen-den (televisie- of radiotorens, ener-giecentrales, uitzendstations,luchthavens, etc.) U draagt of gebruikt communicatie-apparaten zoals radio’s of mobieletelefoons dicht bij uw Smart-sleutel De Smart-sleutel maakt contactmet of wordt bedekt door een me-talen voorwerp Andere voertuigen die zijn uitgerustmet een Smart-sleutelsysteem be-vinden zich in de nabijheidVerplaats de Smart-sleutel in zulke situ-aties naar een andere locatie en voer debewerking opnieuw uit. Als het nogsteeds niet werkt, bedien de machinedan in de noodmodus.

(Zie pagina 8-35.)OPMERKINGOm accuvermogen te sparen, wordt hetSmart-sleutelsysteem ongeveer 9 dagenna het laatste gebruik van de machine uit-geschakeld. Om het Smart-sleutelsysteemweer in te schakelen, hoeft u slechts op deknop van het contactslot te drukken.1. Schakelaar “ON/OFF”2. Controlelampje Smart-sleutel3. Mechanische sleutel1231. Antenne op de machine1UBRSD0D0.book Page 9 Monday, February 12, 2024 8:34 AM

Speciale kenmerken3-103DAUA2510Bereik van het Smart-sleutelsy-steemHieronder wordt het bereik van het Smart-sleutelsysteem bij benadering getoond.Als de Smart-sleutel is uitgeschakeld, zalde machine de Smart-sleutel niet herken-nen, ook niet als deze zich binnen het ont-vangstbereik bevindt.

Als de batterij van deSmart-sleutel ontladen raakt, werkt hetSmart-sleutelsysteem mogelijk niet of kanhet bereik ervan zeer klein worden.OPMERKING Plaats de Smart-sleutel niet in een op-bergcompartiment. Neem de Smart-sleutel altijd met umee. Schakel de Smart-sleutel uit als u demachine achterlaat.DAUA2522De Smart-sleutel en mechani-sche sleutel gebruikenDe machine wordt geleverd met éénSmart-sleutel (met een geïntegreerde me-chanische sleutel) en één mechanische re-servesleutel met een identificatiekaart.Bewaar de mechanische reservesleutel ende kaart afzonderlijk van de Smart-sleutel.Als de Smart-sleutel beschadigd of verlo-ren raakt, of wanneer de batterij ontladenis, kunt u in plaats daarvan de mechanischesleutel gebruiken. Het identificatienummervan het Smart-sleutelsysteem kan hand-matig worden ingevoerd, waarna de machi-ne kan worden gebruikt.

Speciale kenmerken3-113Als de Smart-sleutel en de identificatiekaartvan de mechanische sleutel beide verlorenof beschadigd zijn geraakt en het identifica-tienummer niet is genoteerd, moet het ge-hele Smart-sleutelsysteem wordenvervangen. LET OPDCA21573De Smart-sleutel bevat elektronischeprecisieonderdelen. Neem de volgendevoorzorgsmaatregelen om storingen ofschade te voorkomen.  Plaats of bewaar de Smart-sleutelniet in een opbergcompartiment. De Smart-sleutel kan beschadigdraken door rijtrillingen of overmati-ge hitte.  Laat de Smart-sleutel niet vallen,buig deze niet en stel deze nietbloot aan harde schokken.  Dompel de Smart-sleutel niet onderin water of andere vloeistoffen.  Plaats geen zware voorwerpen opde Smart-sleutel en stel deze nietbloot aan overmatige druk.  Plaats de Smart-sleutel niet in eenomgeving met direct zonlicht, hogetemperaturen of een hoge vochtig-heidsgraad.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha MT09 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden