Yamaha MT07 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha MT07 (2024) (104 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Yamaha MT07 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Motor |
| Model: | MT07 (2024) |
Handleiding Yamaha MT07 (2024) – volledige tekst
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken.HANDLEIDINGMOTORFIETSBTK-F8199-D1MTN690/MTN690-U (MT-07) 1234567891011VeiligheidsinformatieBeschrijvingSpeciale kenmerkenFuncties van instrumenten en bedieningselementenVoor uw veiligheid – controles voor het rijdenGebruik en belangrijke rij-informatiePeriodiek onderhoud en afstellingVerzorging en stalling van de motorfietsSpecificatiesGebruikersinformatieIndexBTK-F8199-D1_cover.indd 1BTK-F8199-D1_cover.indd 1 2023/09/21 17:19:002023/09/21 17:19:00
DAU81566 Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij demachine te blijven als deze wordt verkocht.DAU81572Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,BAT-00, in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, NederlandBTK-F8199-D1_cover.indd 2BTK-F8199-D1_cover.indd 2 2023/09/21 17:19:002023/09/21 17:19:00
DAU94372Voor het Verenigd KoninkrijkConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd dat de radioapparatuur van het type STARTBLOKKERING,BAT-00, in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 134.2 kHzMaximaal radiofrequentievermogen: 49.0 [dBμV/m]Fabrikant:YAMAHA MOTOR ELECTRONICS Co., Ltd1450-6 Mori, Mori-machi, Shuchi-Gun, Shizuoka, 437-0292 JapanImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.
DAUN3031Voor EuropaConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met Richtlijn 2014/53/EU.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.Koolhovenlaan 101, 1119 NC Schiphol-Rijk, 1117 ZN, Schiphol, Nederland
DAU94441Voor het VKConformiteitsverklaring:Hierbij verklaart YAMAHA MOTOR CO., LTD dat de radioapparatuur van het type Communicatieregeleenheid, Y08U-A00,in overeenstemming is met de voorschriften voor radioapparatuur 2017.De volledige tekst van de conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:https://global.yamaha-motor.com/eu_doc/Frequentieband: 2402~2480 MHzMaximaal radiofrequentievermogen:Bluetooth 4.2 2.75 dBm 1.88 mWBluetooth 5.0 2.59 dBm 1.82 mWFabrikant:PT Chao Long Motor Parts IndonesiaJL.MERANTI 1 BLOK, L2 NO. 5-6 DELTA SILICON INDUSTRIALPARK LIPPO CIKARANG BEKASI 17550, INDONESIËImporteur:YAMAHA MOTOR EUROPE N.V., BRANCH UKUnits A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey. GU21 5SA. Verenigd Koninkrijk.
DAU10103Welkom in de wereld van Yamaha!Als eigenaar van de MTN690 / MTN690-U profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van Yamaha op het gebied van hetontwerpen en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee Yamaha zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw MTN690 /MTN690-U. De Handleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de machine en beschrijft hoe u uzelf enanderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.Verder helpen allerlei tips in deze handleiding om uw machine in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn,aarzel dan niet en neem contact op met de Yamaha dealer.Het Yamaha team wenst u veilig en plezierig rijden toe.
En vergeet niet, veiligheid voor alles!Yamaha werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan soms sprake zijn vankleine tegenstrijdigheden tussen uw machine en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recen-te productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw Yamaha dealer.DWA10032WAARSCHUWING Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze machine gaat gebruiken.Inleiding
DAU10134Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op per-soonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel of overlij-den te voorkomen.WAARSCHUWINGEen WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan resulte-ren in ernstig letsel of overlijden.LET OPDe aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om schadeaan de machine of andere eigendommen te voorkomen.OPMERKINGDe aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken ofverhelderen.*Product en specificaties kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Belangrijke informatie in de handleiding
DAU1028CWees een verantwoordelijke eigenaarAls eigenaar van de machine bent u verant-woordelijk voor de veilige en juiste bedie-ning ervan. Motorfietsen zijn tweewielige voertuigen. Voor een veilig gebruik zijn de toepassingvan de juiste rijtechnieken en de ervaringvan de bestuurder van belang. Elke be-stuurder moet bekend zijn met de volgen-de vereisten alvorens met deze motorfietste gaan rijden. Hij of zij moet:l Door een competente informatiebrongrondig zijn ingelicht over alle aspec-ten van het motorrijden. l Zich houden aan de waarschuwingenen onderhoudseisen zoals vermeld indeze Gebruikershandleiding. l Grondig getraind zijn in veilige en cor-recte rijtechnieken. l Gebruikmaken van professioneletechnische service, zoals aangegevenin deze Gebruikershandleiding en/ofwanneer de mechanische conditiesdit vereisen. l Ga nooit rijden met een motorfietszonder passende rijopleiding of in-structies.
Neem rijlessen. Beginnersmoeten les krijgen van een gediplo-meerd instructeur. Neem contact opmet een bevoegde motorfietsdealervoor informatie over rijlessen bij u inde buurt. Veilig rijdenVoer vóór elke rit de controles voor het rij-den uit om u ervan te verzekeren dat demachine in veilige staat verkeert. Onvol-doende inspectie of onderhoud van de ma-chine vergroot het risico op ongeval ofschade. Zie pagina 5-1 voor een lijstmet controles voor het rijden. l Deze motorfiets is gebouwd voor hetvervoer van de bestuurder plus eenpassagier. l Het niet opmerken en herkennen vanmotorfietsen door andere weggebrui-kers vormt de belangrijkste oorzaakvan auto-/motorongevallen. Vaakworden ongevallen veroorzaakt door-dat een autobestuurder de motor nietheeft gezien. Zorg dat u opvalt, datblijkt het meest effectief om het risicoop een dergelijk type ongeval te ver-minderen. Dus:• Draag een jack in felle kleuren.
• Ga daar rijden waar andere wegge-bruikers u kunnen zien. Ga niet rij-den in de dode zichthoek van eenandere weggebruiker. • Pleeg nooit onderhoud aan eenmotorfiets zonder voldoende ken-nis. Neem contact op met een be-voegde motorfietsdealer voorinformatie over het basisonder-houd van een motorfiets. Bepaaldeonderhoudswerkzaamheden kun-nen alleen worden uitgevoerd doorgediplomeerd personeel. l Bij veel ongevallen zijn onervaren be-stuurders betrokken. Veelal zijn be-stuurders die bij een ongevalbetrokken waren zelfs niet in het bezitvan een geldig motorrijbewijs. • Zorg dat u bekwaam bent om te rij-den en leen uw motorfiets alleen uitaan ervaren motorrijders. • Weet wat u wel en niet aankunt. Door rekening te houden met uwbeperkingen helpt u ongelukkenvoorkomen. • We raden aan om het motorrijdente oefenen op plekken waar geenverkeer is, totdat u grondig bekendVeiligheidsinformatie1-11.
bent met de motor en zijn bedie-ning. l Ongelukken worden vaak veroorzaaktdoor een fout van de motorbestuur-der. Veel bestuurders houden bij hetingaan van een bocht een te hoge rij-snelheid aan of gaan onvoldoendeschuinliggen voor de rijsnelheid,waardoor ze wijd uit de bocht komen. • Neem altijd de maximumsnelheidin acht en rijd nooit sneller dan dewegcondities en het verkeer toe-staan. • Geef altijd richting aan voordat uafslaat of van rijstrook wisselt. Zorgdat andere weggebruikers u kun-nen zien. l De zithouding van de bestuurder ende passagier is belangrijk voor eengoede besturing. • De bestuurder moet tijdens het rij-den beide handen aan het stuurhouden en beide voeten op de be-stuurdersvoetsteunen, om zo demacht over het stuur te behouden.
• De passagier hoort steeds de be-stuurder, de zadelband of dehandgreep, indien aanwezig, metbeide handen vast te houden enbeide voeten op de passagiers-voetsteunen te houden. Neemnooit een passagier mee die niet instaat is om beide voeten stevig opde passagiersvoetsteunen te zet-ten. l Rijd nooit onder invloed van alcohol ofandere drugs. l Deze motorfiets is uitsluitend ontwor-pen voor gebruik op verharde wegen. De machine is niet bedoeld voor off-roadgebruik. Beschermende uitrustingMotorongelukken met dodelijke afloop be-treffen meestal hoofdletsel. Het dragen vaneen helm is de belangrijkste factor bij hetvoorkomen of reduceren van hoofdletsel. l Draag altijd een goedgekeurde helm. l Draag ook een vizier of een veilig-heidsbril. Zonder oogbeschermingkan uw zicht door de rijwind verslech-teren, waardoor u gevaren mogelijk telaat opmerkt.
De motor en het uitlaatsysteemkunnen tijdens en na het rijden zeerheet zijn en brandwonden veroorza-ken. l De hierboven vermelde voorzorgs-maatregelen gelden ook voor passa-giers. Voorkom koolmonoxidevergiftigingDe uitlaatgassen van verbrandingsmotorenbevatten koolmonoxide, een dodelijk gas. Inademing van koolmonoxide kan hoofd-pijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid,verwarring en uiteindelijk de dood veroor-zaken. Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijnals u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Hetkoolmonoxideniveau kan zeer snel oplo-pen, waardoor u het bewustzijn kunt verlie-zen en uzelf niet meer kunt redden. Inafgesloten of slecht geventileerde ruimteskunnen dodelijke hoeveelheden koolmono-xide dagenlang blijven hangen. Als usymptomen van koolmonoxidevergiftigingervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk,ga naar de open lucht en ROEP MEDI-SCHE HULP IN.
l Laat de motor niet binnen draaien. Zelfs als u ventileert met ventilatorenof open ramen en deuren kan de hoe-veelheid koolmonoxide snel oplopentot gevaarlijke niveaus. l Laat de motor niet draaien in slechtgeventileerde of deels afgeslotenruimtes zoals schuren of garages. l Laat de motor niet buiten draaien opplaatsen waar de uitlaatgassen in eengebouw kunnen worden getrokkenvia openingen zoals ramen en deuren. BeladenHet monteren van accessoires of het ver-voer van bagage kan een negatief effecthebben op de rijstabiliteit en het wegge-drag als hierdoor de gewichtsverdeling vande motor verandert. Wees uiterst voorzich-tig bij het monteren van accessoires of hetbeladen van uw motor, om zo mogelijkeongevallen te vermijden. Pas extra op wan-neer u op een motor rijdt die beladen is ofwaaraan accessoires zijn gemonteerd.
Hieronder volgen naast de informatie overaccessoires enkele richtlijnen voor het be-laden van uw motorfiets:Het totale gewicht van de bestuurder, pas-sagier, accessoires en bagage mag demaximale gewichtslimiet niet overschrij-den. Rijden met een te zwaar belastemachine kan leiden tot een ongeval. Maximale belasting:171 kg (377 lb)Let op het volgende wanneer u tot dezegewichtslimiet belaadt:l Het zwaartepunt van bagage en ac-cessoires moet zo laag mogelijk lig-gen en zo dicht mogelijk bij de motor. Bevestig zware goederen zo dichtmogelijk bij het midden van de machi-ne en verdeel het gewicht zo gelijkma-tig mogelijk over beide zijden omonbalans of instabiliteit te minimalise-ren. l Als gewicht gaat schuiven kan zicheen plotselinge onbalans voordoen. Controleer voordat u gaat rijden of ac-cessoires en bagage stevig aan demotor zijn bevestigd.
Dergelijke voorwerpen, inclusiefbagage als slaapzakken, plunje-zakken of tenten, kunnen een in-stabiel weggedrag of een te tragereactie op het stuur veroorzaken. l Deze machine is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhan-ger of bevestiging van een zijspan. Originele Yamaha accessoiresDe keuze van accessoires voor uw machi-ne vormt een belangrijke beslissing. Origi-nele Yamaha accessoires, die alleenverkrijgbaar zijn bij de Yamaha dealer, zijndoor Yamaha ontwikkeld, getest en goed-gekeurd voor gebruik op uw machine. Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aanYamaha produceren onderdelen en acces-soires of bieden aanpassingssets voorYamaha voertuigen. Yamaha kan niet alleproducten testen die deze bedrijven pro-duceren.
Om die reden kan Yamaha ac-cessoires die niet door Yamaha zijnverkocht of wijzigingen die niet door zijnYamaha zijn aangeraden niet goedkeurenof aanbevelen, zelfs niet als deze zijn ver-kocht en geïnstalleerd door een Yamahadealer. Veiligheidsinformatie1-31.
In de handel verkrijgbare onderdelen,accessoires en aanpassingssetsHoewel er producten verkrijgbaar zijn diequa ontwerp en kwaliteit sterk lijken op ori-ginele Yamaha accessoires, dient u te be-seffen dat sommige in de handelverkrijgbare accessoires of aanpassings-sets niet geschikt zijn vanwege mogelijkeveiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het monteren van in de handel verkrijgbareproducten of het verrichten van aanpassin-gen die de ontwerp- of bedieningskenmer-ken van uw machine wijzigen kan het risicoop ernstig letsel of overlijden van uzelf ofanderen vergroten. U bent verantwoorde-lijk voor letsel dat voortvloeit uit wijzigingenaan de machine. Volg bij de montage van accessoires deonderstaande richtlijnen en die vermeldonder het kopje “Beladen”. l Monteer nooit accessoires en vervoernooit bagage als deze een nadeligeinvloed hebben op de prestaties vanuw motor.
Inspecteer het accessoirezorgvuldig alvorens het te gebruikenom te waarborgen dat het de grond-speling of de hellinghoek op geen en-kele manier vermindert, de veerweg,de stuuruitslag of de bediening nietbeperkt en geen lampen of reflectorsafdekt. • Accessoires die aan of nabij hetstuur of de voorvork zijn gemon-teerd zullen mogelijk instabiliteitveroorzaken door een foutieve ge-wichtsverdeling of door aerodyna-mische effecten. Accessoires aanhet stuur of nabij de voorvork moe-ten zo licht mogelijk zijn en tot eenminimum worden beperkt. • Omvangrijke accessoires kunnendoor hun aerodynamisch effectvan invloed zijn op de rijstabiliteitvan de motor. De motor kan doorrijwind worden opgetild of bij zij-wind instabiel worden. Zulke ac-cessoires kunnen ook instabiliteitveroorzaken terwijl u grote voertui-gen inhaalt of door deze wordt in-gehaald.
Zo’n verkeerde zitpositie beperktde bewegingsvrijheid van de be-stuurder en kan een comfortabelebediening hinderen, zodat we der-gelijke accessoires sterk afraden. l Wees voorzichtig bij het aanbrengenvan elektrische accessoires. Als elek-trische accessoires de capaciteit vanhet elektrisch systeem van de motor-fiets te boven gaan, kan zich een ge-vaarlijke elektrische storing voordoenwaardoor de verlichting of de motoruitvalt. In de handel verkrijgbare banden envelgenDe banden en velgen die bij uw motorfietswerden geleverd, zijn ontworpen om demogelijkheden van de motorfiets te onder-steunen en bieden de beste combinatievan rijprestaties, remvermogen en comfort. Andere banden, velgen, maten of combi-naties zijn mogelijk niet geschikt. Zie pagi-na 7-14 voor de bandenspecificaties eninformatie over het onderhouden en ver-vangen van uw banden.
De motorfiets vervoerenVolg de onderstaande instructies als u demotorfiets in een ander voertuig wilt ver-voeren. l Verwijder alle loszittende voorwerpenvan de motorfiets. l Controleer of de brandstofkraan (in-dien aanwezig) in de uitstand staat ener geen brandstoflekkage is. l Schakel een versnelling in (bij model-len met een handgeschakelde ver-snellingsbak). Veiligheidsinformatie1-41.
l Zet de motorfiets vast met spanban-den of andere geschikte banden aanstevige delen van de motorfiets, zoalshet frame of de bovenste voorvor-kklem (en niet aan, bijvoorbeeld, hetstuur, de richtingaanwijzers of onder-delen die kunnen afbreken). Kies deplaats voor de spanbanden zorgvul-dig om te voorkomen dat deze tijdenshet transport schuurplekken op de lakveroorzaken.l Zorg indien mogelijk dat de vering ietsdoor de spanbanden wordt ingedrukt,zodat de motorfiets tijdens het trans-port niet overmatig kan stuiteren.Veiligheidsinformatie1-51
DAUM4722Snelschakelsysteem (indienaanwezig)Het snelschakelsysteem maakt bij volgasopschakelen zonder koppelingshendelmogelijk. Als de schakelschakelaar bewe-ging van het schakelpedaal detecteert,worden het motorvermogen en aandrijf-koppel tijdelijk aangepast om het opscha-kelen mogelijk te maken. OPMERKINGl Het snelschakelsysteem werkt bijsnelheden van minimaal 20 km/h (12mi/h) met een motortoerental van2000 tpm of hoger en alleen bij op-trekken. Het werkt niet als de koppe-lingshendel wordt ingetrokken. l Voor dit systeem moeten aanvullendeoptionele accessoires worden geacti-veerd. Neem voor informatie contactop met uw Yamaha dealer. DCA26261LET OP Gebruik om schade aan de aandrijflijnte voorkomen altijd de koppelingshen-del voor het schakelen bij lage snelhe-den, bij terugschakelen of als hetsnelschakelsysteem is uitgeschakeld.
DAUA0210CCU(Communicatieregeleenheid)Dit model is uitgerust met een CCU die u instaat stelt om uw smartphone aan de ma-chine te koppelen door middel van draad-loze Bluetooth-technologie en de MyRideApp. Via deze verbinding ontvangt u meldingenvan apps en inkomende en gemiste tele-foongesprekken, en wordt het accuniveauvan uw smartphone weergegeven. DWAN0070WAARSCHUWING l Zet de machine altijd stil alvorensuw smartphone te bedienen. l Neem uw handen nooit van hetstuur terwijl u rijdt. l Concentreer u altijd op het rijdendoor uw ogen en aandacht op deweg te houden. DCAN0150LET OP De Bluetooth-verbinding werkt moge-lijk niet in de volgende situaties. l Op een locatie die is blootgesteldaan sterke radiogolven of andereelektromagnetische ruis. l In de buurt van faciliteiten diesterke radiogolven uitzenden (te-levisie- of radiotorens, energie-centrales, uitzendstations,luchthavens etc. ).
De CCU en uw smartphone koppelen1. Installeer de MyRide App op uwsmartphone en activeer deze. OPMERKINGDe MyRide App kan worden gedownloaduit een appwinkel. 2. Verwijder het duozadel (Zie pagina4-20. ). 3.
accuniveaumeter voor de smartphoneop.OPMERKINGl Na koppeling is de smartphone gere-gistreerd in de CCU. De volgendekeer dat de machine wordt ingescha-keld en de MyRide App actief is,wordt de verbinding automatisch totstand gebracht.l Er kan slechts één smartphone tege-lijk met de CCU worden verbonden.l Als er meerdere telefoons in de CCUzijn geregistreerd, wordt verbindinggemaakt met de eerste telefoon diebinnen het bereik komt.Speciale kenmerken3-23
DAU1097BStartblokkeersysteem1. Codeersleutel (rood bovendeel)2. Standaardsleutels (zwart bovendeel)Dit voertuig is voorzien van een startblok-keersysteem waarmee diefstal kan wordenbemoeilijkt door de codering van de stan-daardsleutels te wijzigen. Het systeem be-staat uit de volgende onderdelen:l een codeersleutell twee standaardsleutelsl een transponder (in elke sleutel)l een startblokkeereenheid (op hetvoertuig)l een ECU (op het voertuig)l een controlelampje voor het systeem(pagina 4-5)Over de sleutelsDe codeersleutel wordt gebruikt om destandaardsleutels te coderen. Bewaar decodeersleutel op een veilige plaats. Ge-bruik een standaardsleutel voor uw dage-lijkse ritten. Ga als een sleutel opnieuw moet wordengecodeerd of vervangen met de codeer-sleutel en resterende standaardsleutelsnaar een Yamaha dealer om de codering telaten uitvoeren.
OPMERKINGl Bewaar de standaardsleutels en desleutels van andere startblokkeersys-temen altijd op een andere plek dande codeersleutel. l Houd sleutels van andere startblok-keersystemen altijd uit de buurt vanhet contactslot, want anders kunnenze signaalstoring veroorzaken. DCA11823LET OP ZORG DAT U DE CODEERSLEUTELNIET VERLIEST. NEEM DIRECT CON-TACT OP MET UW DEALER ALS UHEM VERLOREN HEBT. Als u de co-deersleutel bent verloren, kan de ma-chine nog worden gestart met debestaande standaardsleutels. Het isechter niet meer mogelijk om een nieu-we standaardsleutel te registreren. Alsalle sleutels zijn verloren of bescha-digd, moet het volledige startblokkeer-systeem worden vervangen. Gadaarom zorgvuldig met de sleutels om. l Dompel ze niet onder in water. l Stel ze niet bloot aan hoge tempe-raturen. l Plaats ze niet in de buurt vanmagneten.
l Plaats ze niet in de buurt van ap-paraten die elektrische signalenuitzenden. l Ga er niet ruw mee om. l Probeer ze niet te slijpen of te wij-zigen. l Probeer ze niet uit elkaar te halen. l Hang nooit twee sleutels van eenstartblokkeersysteem aan dezelf-de sleutelring.
DAU10474Contactslot/stuurslotONOFFLOCKVia het contactslot/stuurslot worden hetontstekingssysteem en de verlichtingssys-temen bediend en wordt het stuur vergren-deld. De diverse standen worden hiernabeschreven.OPMERKINGGebruik de standaardsleutel (zwarte greep)voor regelmatig gebruik van de machine.Bewaar de codeersleutel (rode greep) opeen veilige plaats en gebruik deze uitslui-tend voor hercodering om het risico op ver-lies te minimaliseren.DAU84035ONAlle elektrische circuits worden voorzienvan stroom en de voertuigverlichting wordtingeschakeld. De motor kan worden ge-start. De sleutel kan niet worden uitgeno-men.OPMERKINGl De koplamp(en) gaan branden als demotor wordt gestart.l Laat om ontladen raken van de accute voorkomen het contactslot niet inde stand “ON” staan zonder dat demotor draait.DAU10664OFFAlle elektrische systemen zijn uitgescha-keld.
De sleutel kan worden uitgenomen.DWA10062WAARSCHUWING Draai nooit de sleutel naar “OFF” of“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hier-door worden de elektrische systemenuitgeschakeld, wat mogelijk kan leidentot verlies van de controle of een onge-val.DAU73803LOCKHet stuur is vergrendeld en alle elektrischesystemen zijn uitgeschakeld. De sleutelkan worden uitgenomen.Om het stuur te vergrendelen1 21. Drukken.2. Draaien.1. Draai het stuur helemaal naar links.2.Druk de sleutel in de “OFF”-stand inen draai deze dan naar “LOCK”.3. Neem de sleutel uit.OPMERKINGAls het stuur niet wordt vergrendeld, pro-beer het dan iets terug naar rechts te draai-en.Functies van instrumenten en bedieningselementen4-24
Het stuur ontgrendelen1 21. Drukken.2. Draaien.Druk de sleutel in en draai deze naar“OFF”.DAU66059StuurschakelaarsLinks11335522441. Lichtsignaalschakelaar “ ”2. Dimlichtschakelaar “ / ”3. Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”4. Schakelaar alarmverlichting “OFF/ ”5. Claxonschakelaar “ ”Rechts11221. Schakelaar Stop/Aan/Start “ / / ”2. Wielschakelaar “ ”DAU76731Lichtsignaalschakelaar “”Druk deze schakelaar in om met de ko-plampen een lichtsignaal te geven.OPMERKINGAls de dimlichtschakelaar is ingesteld op“”, heeft de lichtsignaalschakelaar geeneffect.DAU98390Dimlichtschakelaar “ / ”Zet deze schakelaar op “ ” voor groot-licht en op “ ” voor dimlicht.DAU66040Richtingaanwijzerschakelaar “ / ”Druk deze schakelaar naar “ ” om af-slaan naar rechts aan te geven. Druk dezeschakelaar naar “ ” om afslaan naar linksaan te geven. Na loslaten keert de schake-laar terug naar de middenstand.
DAU66030Claxonschakelaar “”Druk deze schakelaar in om een claxonsig-naal te geven. DAU66061Stop/Run/Start-schakelaar “/ / ”Om de motor te starten met de startmotor,zet u deze schakelaar op “” en drukt ude schakelaar vervolgens omlaag naar“”. Zie pagina 6-2 voor startinstruc-ties voordat u de motor start. Zet deze schakelaar op “” om de motordirect uit te schakelen in een noodgeval,zoals wanneer de machine omslaat of alsde gaskabel blijft hangen. DAU88273Schakelaar alarmverlichting “OFF/” Met deze schakelaar wordt de alarmver-lichting ingeschakeld (gelijktijdig knipperenvan alle richtingaanwijzers). De alarmver-lichting wordt gebruikt in een noodgeval ofom andere verkeersdeelnemers te waar-schuwen als uw machine stilstaat in eenmogelijk gevaarlijke verkeerssituatie. De alarmverlichting kan alleen worden in-of uitgeschakeld als het contactslot in destand “ON” staat.
De ingeschakelde alarm-verlichting blijft knipperen als u het con-tactslot naar de stand “OFF” of “LOCK”draait. Om de alarmverlichting uit te scha-kelen, draait u het contactslot weer naar destand “ON” en bedient u opnieuw de scha-kelaar van de alarmverlichting. DCA10062LET OP Gebruik de alarmverlichting niet gedu-rende langere tijd als de motor nietdraait omdat hierdoor de accu kanontladen. DAU98024Wielschakelaar “”Deze schakelaar bedient de informatie-weergave en het menusysteem. Bedien deze schakelaar als volgt:Draaien - draai het wiel omhoog/omlaag. Kort indrukken - druk het wiel kort naarbinnen. Lang indrukken - druk het wiel gedurendeeen seconde naar binnen. OPMERKINGl Zie pagina 4-6 voor meer informa-tie over het hoofdscherm en de bijbe-horende functies. l Zie pagina 4-12 voor meer informa-tie over het menusysteem en het wij-zigen van instellingen.
Dit lampje gaat rood branden wanneer dewaarschuwingsindicator koelvloeistoftem-peratuur “” of de waarschuwingsindica-tor oliedruk “” gaat branden. Als het lampje niet gaat branden wanneerde machinevoeding wordt ingeschakeld ofblijft branden, vraag dan uw Yamaha dea-ler om de machine na te kijken. DAU91850ABS-waarschuwingslampje “”Dit waarschuwingslampje gaat branden alsde machine wordt ingeschakeld, en gaatuit als u begint te rijden. Als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaat bran-den, werkt het ABS-systeem mogelijk nietgoed. DWA16043WAARSCHUWING Als het ABS-waarschuwingslampje nietuitgaat als u een snelheid van 10 km/h (6mi/h) hebt bereikt of als het waarschu-wingslampje tijdens het rijden gaatbranden:l Rijd extra voorzichtig om te voor-komen dat de wielen blokkeren bijeen noodstop. l Laat de machine zo snel mogelijkcontroleren door een Yamaha dea-ler.
DAUA0280Controlelampje startblokkering “”Als het contactslot wordt uitgeschakeld,gaat het controlelampje na 30 secondencontinu knipperen om aan te geven dat hetstartblokkeersysteem is ingeschakeld. Hetcontrolelampje stopt na 24 uur met knippe-ren, maar het startblokkeersysteem blijftingeschakeld. OPMERKINGAls de machine wordt ingeschakeld, moetdit lampje enkele seconden oplichten endan uitgaan. Als het lampje niet gaat bran-den of blijft branden, vraag dan uwYamaha dealer om de machine te controle-ren. Storing in het transpondersignaalAls het controlelampje startblokkeringknippert in het patroon 5 keer langzaamgevolgd door 2 keer snel, betreft dit moge-lijk een storing in het transpondersignaal. Als deze fout zich voordoet, probeer danhet volgende. 1. Houd andere startblokkeersleutels uitde buurt van het contactslot. 2. Start de motor met behulp van de co-deersleutel. 3.
DAU9982AHoofdscherm van weergaveHet hoofdscherm van de weergave heefttwee verschillende visuele thema’s: Streeten Touring. In beide thema’s zijn alle func-ties beschikbaar. U kunt het thema selec-teren in het menusysteem. (Zie pagina4-13.)DWA18210WAARSCHUWING Zet de machine stil alvorens instellingente wijzigen. Het aanbrengen van wijzi-gingen tijdens het rijden kan u afleidenen vergroot het risico op een ongeval.Thema Street1 2 3 4567181910111. Indicatorpictogrammen2. Indicator snelschakelen “QS” (indien aan-wezig)3. Eco-controlelampje “ECO”4. Luchttemperatuurweergave5. Snelheidsmeter6. Temperatuurmeter koelvloeistof7. Informatieweergave8. Klok9. Brandstofniveaumeter10.Aanduiding ingeschakelde versnelling11.ToerentellerThema Touring1 2 3 456179110111081. Indicatorpictogrammen2. Eco-controlelampje “ECO”3. Indicator snelschakelen “QS” (indien aan-wezig)4. Temperatuurmeter koelvloeistof5.
Aanduiding ingeschakelde versnelling6. Toerenteller7. Luchttemperatuurweergave8. Brandstofniveaumeter9. Klok10.Informatieweergave11.SnelheidsmeterOPMERKINGl Dit model is voorzien van een TFT-LCD (thin film transistor liquid crystaldisplay) voor een goede contrastwer-king en leesbaarheid onder uiteenlo-pende omstandigheden. Door deaard van deze technologie is het nor-maal dat een klein aantal pixels inac-tief is.l U kunt de weergave-eenheden wisse-len tussen kilometers/mijlen en Cel-sius/Fahrenheit. (Zie pagina 4-14.)Pop-upmenuDe eerste laag van het menusysteem iseen pop-upmenu dat aan de rechterkantvan het hoofdscherm verschijnt. Als hetpop-upmenu wordt weergegeven, wordendiverse andere weergave-items verplaatstof verborgen zoals aangegeven:Functies van instrumenten en bedieningselementen4-64
Thema Street11. SnelmenuThema Touring11. Aanduiding ingeschakelde versnelling(verplaatst)SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid vanhet voertuig aan.ToerentellerDe toerenteller geeft het motortoerentalaan op basis van meting van de draaisnel-heid van de krukas in omwentelingen perminuut (tpm).DCA10032LET OP Laat de motor niet draaien terwijl detoerenteller in de rode zone wijst.Rode zone: 10000 tpm en hogerBrandstofniveaumeterDe brandstofniveaumeter geeft aan hoe-veel brandstof in de brandstoftank aanwe-zig is. De displaysegmenten van de meterverdwijnen van “F” (vol) naar “E” (leeg)naarmate het brandstofniveau verder daalt.Als het laatste segment begint te knippe-ren, dient u zo snel mogelijk te tanken.DCAE0121LET OP Voorkom volledig leegrijden van detank.
Dit kan schade aan de uitlaatka-talysator veroorzaken.OPMERKINGAls alle displaysegmenten van de brand-stofniveaumeter knipperen, vraag dan uwYamaha dealer om de machine na te kij-ken.Temperatuurmeter koelvloeistofDe temperatuurmeter koelvloeistof geeftde koelvloeistoftemperatuur van de radia-tor aan.Wanneer de koelvloeistof te heet is, gaathet bovenste segment knipperen.OPMERKINGAls alle displaysegmenten van de tempera-tuurmeter koelvloeistof knipperen, vraagdan uw Yamaha dealer om de machine nate kijken.Klok “ ”De klok maakt gebruik van een 12-uursys-teem.OPMERKINGU kunt de tijd aanpassen in het menusys-teem. (Zie pagina 4-15.)Aanduiding ingeschakelde versnellingGeeft weer welke versnelling is ingescha-keld. Dit model heeft 6 versnellingen eneen vrijstand.
De vrijstand wordt aangege-ven door “”.OPMERKINGAls zich een storing voordoet, wordt “-”weergegeven.Functies van instrumenten en bedieningselementen4-74
“ECO”-indicatorpictogramDit pictogram wordt weergegeven als demachine op een milieuvriendelijke, brand-stofzuinige manier wordt gebruikt. Het pic-togram wordt niet weergegeven als demotor stationair draait. OPMERKINGHierna volgen enkele tips om het brand-stofverbruik te verlagen:l Voer het motortoerental tijdens acce-lereren niet te hoog op. l Rijd met een constante snelheid. l Selecteer de versnelling die geschiktis voor de snelheid van de machine. LuchttemperatuurweergaveDe luchttemperatuur wordt getoond van –9°C (16 °F) tot 50 °C (122 °F) in stappen van1 °C (1 °F). De weergegeven temperatuurkan afwijken van de werkelijke omgevings-temperatuur. OPMERKING“---” wordt weergegeven als de gedetec-teerde temperatuur hoger of lager is danhet weergavebereik. Waarschuwingspictogram koelvloei-stoftemperatuur “ ”Dit pictogram wordt weergegeven als dekoelvloeistoftemperatuur te hoog is.
Stopde machine en schakel de motor uit. Laatde motor afkoelen. DCA10022LET OP Laat de motor niet draaien terwijl dezeoververhit is. Waarschuwingspictogram oliedruk“ ”Dit pictogram wordt weergegeven als demotoroliedruk laag is. Als de machinevoe-ding net is ingeschakeld, moet nog olie-druk worden opgebouwd. Daarom wordtdit pictogram weergegeven totdat de mo-tor is gestart. OPMERKINGAls een storing wordt gedetecteerd, zal hetwaarschuwingspictogram oliedruk doorlo-pend knipperen. Als dit zich voordoet,vraag dan een Yamaha dealer de machinete inspecteren. DCA26410LET OP Laat de motor niet draaien als de olie-druk laag is. Storingsindicator (MIL) “ ”Dit pictogram licht op of knippert als er eenstoring wordt gedetecteerd in de motor ofeen ander regelsysteem van de machine. Als dit zich voordoet, vraag dan eenYamaha dealer de machine te inspecteren.
DCA26820LET OP Verlaag als het MIL begint te knipperenhet motortoerental om schade aan hetuitlaatsysteem te voorkomen. OPMERKINGDe motor wordt bewaakt door het boorddi-agnosesysteem, dat ook achteruitgang enstoringen in het uitstootcontrolesysteemdetecteert. Daardoor kan de storingsindi-cator (MIL) oplichten of knipperen als ge-volg van aanpassingen, gebrek aanonderhoud of overmatig/onjuist gebruikvan de machine. Neem om dit te voorko-men het volgende in acht:l Probeer niet om de software of demotorregeleenheid aan te passen. Functies van instrumenten en bedieningselementen4-84.
l Monteer geen elektrische accessoiresdie de motorregeling beïnvloeden. l Gebruik geen aftermarket-accessoi-res of -onderdelen zoals veringen,bougies, verstuivers, uitlaatsystemenetc. l Wijk niet af van de aandrijflijnspecifi-caties (ketting, tandwielen, wielen,banden etc. ). l Breng geen wijzigingen aan in de O2-sensor, het luchtinlaatsysteem of on-derdelen van het uitlaatsysteem(katalysatoren of EXUP etc. ), en ver-wijder deze niet. l Onderhoud de aandrijfketting goed. l Zorg dat de banden op de juistespanning blijven. l Zorg dat de rempedaalhoogte correctafgesteld blijft om slepen van de ach-terrem te voorkomen. l Vermijd extreem gebruik van de ma-chine. Bijvoorbeeld herhaaldelijk ofovermatig openen en sluiten van degasgreep, racen, burnouts, wheelies,langdurig gebruik met half geopendegasgreep etc.
Indicatorpictogram grootlicht “ ”Dit pictogram wordt weergegeven als dekoplamp is ingeschakeld voor grootlicht. Indicatorpictogrammen richtingaanwij-zers “”/“ ”Elk pictogram gaat knipperen wanneer debijbehorende richtingaanwijzer knippert. Indicatorpictogram accuniveau smart-phone “”Dit pictogram geeft het huidige batterijni-veau van de verbonden smartphone weer. l Pictogram uitgeschakeld: Geensmartphone verbonden. l “”: De middenbalk beweegt omh-oog en omlaag om het batterijniveauaan te geven. Als het batterijniveau lager is dan 11%,wordt het pictogram rood en knippert hetcontinu. Indicatorpictogram smartphoneverbin-ding “”Dit pictogram licht op wanneer een smart-phone correct is verbonden met de CCU. Indicatorpictogrammen inkomendeoproep/inkomend berichtHet indicatorpictogram inkomende oproepwordt weergegeven als de verbondensmartphone een oproep ontvangt.
Als de indicatorpictogrammen voor inko-mende oproep of inkomend bericht ver-schijnen terwijl het thema Street isgeselecteerd, wordt de aanduiding inge-schakelde versnelling verplaatst zoals aan-gegeven:11. Aanduiding ingeschakelde versnelling(verplaatst)OPMERKINGl Er kan slechts één indicatorpictogramtegelijk op het scherm actief zijn. Hetindicatorpictogram inkomende op-roep krijgt voorrangl Voor elke toepassing moeten meldin-gen vooraf op de verbonden smart-phone worden ingesteld. Indicatorpictogram gemiste oproep“ ”Het indicatorpictogram gemiste oproepwordt weergegeven als de verbondensmartphone een oproep mist. De indicatorblijft branden totdat de machinevoedingwordt uitgeschakeld of totdat “Cancel No-tification” wordt geselecteerd in het onder-deel “Telephone” van het menusysteem. (Zie pagina 4-13.
)Indicatorpictogram ongelezen bericht“”Het indicatorpictogram ongelezen berichtwordt weergegeven als de verbondensmartphone een bericht ontvangt. De indi-cator blijft branden totdat de machinevoe-ding wordt uitgeschakeld of totdat “CancelNotification” wordt geselecteerd in het on-derdeel “Message” van het menusysteem. (Zie pagina 4-13. )Pictogram snelschakelen (indien aan-wezig)Dit pictogram wordt weergegeven als hetsnelschakelsysteem actief is en er kan wor-den geschakeld. Als het pictogram nietzichtbaar is, werkt het snelschakelsysteemniet.
Hetbovenste (thema Touring) of meest linkse(thema Street) zichtbare item wordt blauwgemarkeerd. Als dat item niet kan wordenteruggesteld, wordt het andere zichtbareitem blauw gemarkeerd. Als beide zichtba-re items niet kunnen worden teruggesteld,heeft kort indrukken van de wielschakelaar“” geen effect. Functies van instrumenten en bedieningselementen4-104.
Druk lang op de wielschakelaar “” omhet blauw gemarkeerde item terug te stel-len. Druk kort op de wielschakelaar “” omeen blauw gemarkeerd item te deselecte-ren. OPMERKINGl De items “TRIP 1”, “TRIP 2”, “TRIP F”en “AVG FUEL” kunnen afzonderlijkworden teruggesteld. l Als er geen input is via de wielschake-laar “”, verdwijnt de blauwe mar-kering na enkele seconden. Kilometerteller “ODO”:De kilometerteller toont de totale afstanddie door de machine is afgelegd. OPMERKINGDe kilometerteller wordt vergrendeld bij999999 km (621370 mijl) en kan niet wor-den teruggesteld. Koelvloeistoftemperatuur “COOLANT”:De koelvloeistoftemperatuur wordt ge-toond van 40 °C (104 °F) tot 116 °C (242 °F)in stappen van 1 °C (1 °F). OPMERKINGl Als de koelvloeistoftemperatuur lageris dan 40 °C (104 °F) geeft de weerga-ve koelvloeistoftemperatuur “LowTemp” weer.
l Als de koelvloeistoftemperatuur hogeris dan 116 °C (242 °F) geeft de weer-gave koelvoeistoftemperatuur “HighTemp” weer. Rittellers “TRIP 1” / “TRIP 2”:“TRIP 1” en “TRIP 2” tonen de afgelegdeafstand sinds de rittellers voor het laatstwerden teruggesteld. OPMERKING“TRIP 1” en “TRIP 2” worden teruggesteldnaar 0. 0 nadat 9999. 9 is bereikt en gaanvervolgens weer tellen. Brandstofreserve-ritteller “TRIP F”:Wanneer het reservepeil in de brandstof-tank wordt bereikt, wordt automatisch“TRIP F” weergegeven en wordt de afge-legde afstand vanaf dat punt geregistreerd. Na het tanken en een bepaalde afstand tehebben gereden, zal “TRIP F” weer ver-dwijnen. Huidig brandstofverbruik “INST FUEL”:De weergave van het huidige brandstofver-bruik kan in het menusysteem worden in-gesteld op “km/L”, “L/100km” of “MPG”. (Zie pagina 4-14. )OPMERKINGBij snelheden onder 10 km/h wordt “--. -”weergegeven.
Gemiddeld brandstofverbruik “AVGFUEL”:De weergave van het gemiddelde brand-stofverbruik kan in het menusysteem wor-den ingesteld op “km/L”, “L/100km” of“MPG”. (Zie pagina 4-14. )OPMERKINGNadat u de weergave van het gemiddeldebrandstofverbruik hebt teruggesteld, wordt“--. -” weergegeven totdat 1 km met demachine is afgelegd. Functies van instrumenten en bedieningselementen4-114.
DAUM4795MenusysteemDe eerste laag van het menusysteem iseen pop-upmenu dat aan de rechterkantvan het hoofdscherm verschijnt. (Zie pagi-na 4-6. ) Alle andere menuschermen ver-vangen het hoofdscherm met eenweergave op volledig scherm. Als het me-nusysteem op volledig scherm wordt weer-gegeven, worden de items van hethoofdscherm verplaatst/verborgen zoalsaangegeven:OPMERKINGl Het menusysteem kan niet wordengeopend terwijl de machine rijdt ofwanneer bepaalde waarschuwings-lampjes/indicatorpictogrammen op-lichten. Als dit gebeurt wanneer hetmenusysteem al open is, keert deweergave terug naar het hoofd-scherm. l Als de wielschakelaar “” gedu-rende 10 seconden niet wordt be-diend, wordt het menusysteemgesloten en keert de weergave terugnaar het hoofdscherm.
Algemene bediening van het menusys-teem:U bedient het menusysteem voor deze ma-chine met de wielschakelaar “” rechtsop het stuur:l Terwijl het hoofdscherm wordt weer-gegeven, drukt u lang op de wielscha-kelaar “” om de bovenste laagvan het menusysteem te openen. l Draai de wielschakelaar “” omdoor verschillende items te bladeren,items te selecteren of verschillendeitemwaarden aan te passen. l Druk kort op de wielschakelaar “”om een gemarkeerde module te ope-nen of een blauw gemarkeerd item teselecteren/deselecteren. Als een itemis geselecteerd, wordt het grijs weer-gegeven. l Als een menu-item is geselecteerd,wordt bij lang indrukken van de wiel-schakelaar “” de instelling beves-tigd en keert het menu terug naar devorige module. l Als er geen menu-item is geselec-teerd, wordt bij lang indrukken van dewielschakelaar “” het menusys-teem gesloten en keert de weergaveterug naar het hoofdscherm.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha MT07 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Yamaha
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor