Yamaha FT8 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha FT8 (2024) (104 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 9 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Yamaha FT8 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Buitenboordmotor |
| Model: | FT8 (2024) |
Handleiding Yamaha FT8 (2024) – volledige tekst
DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamaha bui-tenboordmotor. Deze gebruikershandleidingbevat informatie over juiste bediening, on-derhoud en zorg. Een grondig begrip van de-ze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheidswaar-schuwingen. Het wordt gebruikt om u op mo-gelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg al-le veiligheidsmeldingen achter dit symboolop om mogelijke verwondingen of overlijdente voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.
DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan de buitenboordmotorof aan andere eigendommen te voorko-men. NOTA:Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodieke in-specties en onderhoud correct uitvoert vol-gens de instructies in de gebruikershandlei-ding, om een lang leven van het product teverzekeren.
Elke schade, veroorzaakt doorhet niet volgen van deze instructies, valt nietonder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.
Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtstbij-zijnde dealer voor herregistratie en om rechtte krijgen op de aangegeven diensten. NOTA:De F6DMH, F6DM, F8FMH, F8FE,FT8GMH, FT8GE, FT8GEP en de stan-daardaccessoires worden gebruikt als basisvoor de verklaringen en afbeeldingen in dezehandleiding. Daardoor kunnen sommige on-derdelen niet op ieder model van toepassingzijn. Belangrijke handleidingsinformatie.
43Controles na het starten van demotor. 49Koelwater. 49De motor laten warmdraaien. 50Modellen met manuele starter enelektrische starter. 50Controles na het warmdraaienvan de motor. 50Schakelen. 50Stopschakelaars. 50Schakelen. 50De boot stoppen. 52Motor uitschakelen. 52Procedure. 52Procedure. 53De buitenboordmotor trimmen. 53Afstelling van de trimhoek bijmodellen met eenhandbediendkantelmechanisme. 54Afstellen van de trimhoek(modellen metkantelbekrachtiging). 54Boottrim instellen. 55Naar boven en naar benedenkantelen. 56Procedure voor het naar bovenkantelen (modellen methandbediendkantelmechanisme). 57Procedure voor omhoog kantelen(modellen metkantelbekrachtiging). 58Procedure voor omlaag kantelen(modellen met handbediendkantelsysteem). 58Procedure voor omlaag kantelen(modellen metkantelbekrachtiging). 59Ondiep water. 59Varen in ondiep water (modellenmet handbediendkantelmechanisme).
DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen met depropeller. De propeller kan blijven bewegenwanneer de motor in neutraal staat, en descherpe randen van de propeller kunnen ooksnijwonden veroorzaken terwijl de propellerstilstaat. lSchakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. lHoud mensen uit de buurt van de propeller,zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige verwon-dingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het niet echtnodig is. Verwijder of installeer de motorkapnooit terwijl de motor draait.
Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedere aanra-king met onderdelen onder de motorkap totde motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bij hetstarten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU34791KantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.
Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhendelof ‐knop vergrendeld is. Als de buitenboord-motor per ongeluk valt, kunt u ernstig ge-wond raken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of over men-sen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhendelte verlaten terwijl de boot vaart. Bevestig deVeiligheidsinformatie1.
koord niet aan een kledingstuk dat los zoukunnen scheuren, en leid de koord niet langspunten waar ze verstrikt kan raken, zodat zehaar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt getrok-ken tijdens het varen, wordt de motor uitge-schakeld en kunt u de boot niet meer bestu-ren. De boot zou snel kunnen vertragen,waardoor passagiers en voorwerpen voor-waarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 42 omhet risico van brand en explosie zo klein mo-gelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen van ben-zineMors geen benzine. Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken. Werp de doeken weg zoalshet hoort.
Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater. Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u benzi-ne hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijd goedgeventileerd zijn. Vermijd het blokkeren vanuitlaatopeningen. DMU33781WijzigingenTracht geen wijzigingen aan te brengen aandeze buitenboordmotor.
DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alcoholof het innemen van verdovende middelen. Intoxicatie is een van de voornaamste facto-ren die bijdragen tot dodelijke ongevallen ophet water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenzwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-Veiligheidsinformatie2.
kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-neer er zich iemand in het water bevindt vlak-bij de boot, schakelt u in neutraal en legt u demotor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwemmerskunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlakbijde boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewis uervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental. Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in de bootvalt ten gevolge van golven, kielzog of plotsesnelheids- of richtingsveranderingen.
Zelfswanneer iedereen correct plaats heeft geno-men in de boot, dient u uw passagiers tewaarschuwen wanneer u een ongewoon ma-noeuvre dient te maken. Tracht opspringen-de golven en kielzog steeds te vermijden. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijk opde bootcapaciteitsplaat of raadpleeg de boot-fabrikant voor het toegestane maximumge-wicht en maximumaantal passagiers. Zorgervoor dat het gewicht naar behoren over deboot is verdeeld in overeenstemming met deinstructies van de bootfabrikant. Het overla-den of verkeerd verdelen van het gewichtover de boot kan de bestuurbaarheid van deboot in het gedrang brengen en leiden tot on-gevallen, kapseizen of vollopen. DMU33773Vermijd botsingenWees voortdurend op de uitkijk voor mensen,voorwerpen en andere boten. Wees op uwhoede voor omstandigheden die de zicht-baarheid beperken of uw zicht blokkeren.
lVermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat. lVermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. lKen uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. lReageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor of hetverminderen van de stuwkracht de wen-baarheid kunnen verminderen. Als u nietzeker bent dat u op tijd kunt stoppen omeen voorwerp te ontwijken, geef dan gas bijen stuur in een andere richting. Veiligheidsinformatie3.
DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend objectof een obstakel in het water raakt tijdens hetcruisen, kan het volgende gebeuren:lDe passagiers en enig loszittend materiaalof bagage kan mogelijk naar voren wordengegooid vanwege het plotselinge afrem-men.lDelen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomen envan de boot af worden gegooid.lDe boot of buitenboordmotor kan vanwegede botsing mogelijk beschadigd raken.Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoek vande buitenboordmotor afstelt, dat u vaart min-dert dat u de boot voorzichtig bedient.
Voormeer informatie, zie pagina 59.Als de buitenboordmotor een drijvend objectof obstakel in het water raakt, moet u er zekervan zijn dat zich er geen abnormaliteiten om-trent de boot en de buitenboordmotor voor-doen. Als er iets abnormaals wordt gecon-stateerd, keert u terug met lage snelheid te-rug naar de dichtsbijzijnde haven en laat ueen Yamaha-dealer de buitenboordmotor in-specteren.DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.DMU33881PassagiersopleidingZorg ervoor dat ten minste één andere pas-sagier opgeleid is in het besturen van de bootin geval van nood.DMU33891ScheepvaartveiligheidspublicatiesInformeer u over de scheepvaartveiligheids-voorschriften.
DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te gevenbij het bestellen van wisselstukken bij uwYamaha-dealer of als referentie in geval uwbuitenboordmotor wordt gestolen.ZMU0533511. BuitenboordmotorserienummerlocatieZMU0533611. Buitenboordmotorserienummerlocatie3412ZMU016921. Serienummer2. Modelnaam3.Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU25192SleutelnummerAls de motor is uitgerust met een hoofdsleu-telschakelaar, is het sleutelidentificatienum-mer ingestanst op uw sleutels zoals getoondop de afbeelding. Noteer dit nummer in deruimte voorzien als referentie in geval u eennieuwe sleutel nodig hebt.1ZMU016941.
Deze buitenboordmotor voldoet aan bepaal-de gedeelten van de Europese richtlijnen in-zake machines.Elke overeenkomstige buitenboordmotorwordt vergezeld van een EG DoC. De EGDoC bevat de volgende informatie;lFabrikantlModelnaamlMotorcodelToegepaste richtlijnenDMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboordmo-toren die voldoen aan de Europese voor-schriften.11. Positie van het CE-label11. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.Algemene informatie6
DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:lLees deze handleiding.lLees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.lLees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dealervoor vervanglabels.F6DMH, F6DM, F8FMH, FT8GMH123Algemene informatie7
6EE-G2794-406EE-G2794-506EE-H1994-406EE-H1994-506EE-H1995-406EE-H1995-50ZMU05706123DMU33913Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01692Bij een noodstart is er geen neutraal-start-beveiliging. Vergewis u ervan dat de scha-kelhendel in neutraal staat alvorens demotor te starten.2DWM01682lHoud handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.lBij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelen aan-raken of verwijderen.3DWM01672lLees de handleiding en de labels.lDraag een goedgekeurd zwemvest.lBevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.Algemene informatie9
researchoctaangetal (RON):90Brandstoftank inhoud:12 L (3.17 US gal, 2.64 Imp.gal)Aanbevolen motorolie:YAMALUBE 4 of 4-taktbuitenboordmotorolieAanbevolen motorolieklasse 1:SAE 10W-30/10W-40/5W-30API SE/SF/SG/SH/SJ/SLMotoroliehoeveelheid:0.8 L (0.85 US qt, 0.70 Imp.qt)Smeersysteem:OliecarterAanbevolen tandwielolie:YAMALUBE-tandwielolie voorbuitenboordmotoren of hypoïde-olieAanbevolen tandwieloliekwaliteit:SAE 90 API GL-4Tandwieloliehoeveelheid:0.150 L (0.159 US qt, 0.132 Imp.qt)(F6DM, F6DMH, F8FE, F8FMH)0.370 L (0.391 US qt, 0.326 Imp.qt)(FT8GE, FT8GEP, FT8GMH)Geluids- en trillingsniveau:Operatorgeluidsdrukniveau (ICOMIA39/94):78.2 dB(A)Trilling in stuurhendel (ICOMIA 38/94):7.2 m/s² (F6DMH, F8FMH, FT8GMH)DMU33556InstallatievereistenDMU33566Bootvermogen (pk)DWM01561Een boot te krachtig aandrijven kan ern-stige instabiliteit veroorzaken.Controleer voor het plaatsen van de buiten-boordmotor(en) of de totale paardenkrachtenvan uw buitenboordmotor(en) niet het maxi-Specificaties en vereisten12
male paardenkrachtvermogen van de bootoverschrijdt. Zie de capaciteitsplaat van deboot of neem contact op met de fabrikant. DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand. lAangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren. Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van decorrecte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina32. DMU33582AfstandsbedieningsvereistenDWM01581lAls de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen.
lWanneer de motor ooit in versnellingstart, werkt de neutraalstartbeveiligingniet correct en mag u de buitenboord-motor niet langer gebruiken. Neem con-tact op met uw Yamaha-dealer. De afstandsbedieningseenheid moet wordenuitgerust met (een) neutraal-startbeveili-ging(en). Dat systeem zorgt ervoor dat demotor uitsluitend in neutraal kan worden ge-start. DMU25695AccuvereistenDMU25723Technische gegevens van de accuAccucapaciteit (CCA/EN):347–411 A (F8FE, FT8GE, FT8GEP)Accucapaciteit (20HR/IEC):40 A/u (F8FE, FT8GE, FT8GEP)De motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is. DMU36293Monteren van de accuMaak de accuhouder stevig vast op een dro-ge, goed verluchte en trillingsvrije plaats inde boot. WAARSCHUWING. Plaats geenbrandbare items of losse, zware of meta-len voorwerpen in hetzelfde comparti-ment als de accu. Dat kan leiden tot brand,explosies of vonken.
DMU25733Gebruiken van de accuDCM01091Er kan geen accu worden gekoppeld aanmodellen die geen gelijkrichter of gelijk-richterregelaar hebben. Als u een accu wenst te gebruiken, moet uwbuitenboordmotor uitgerust zijn met de vol-gende onderdelen. lGelijkrichter of gelijkrichterregelaarlLichtspoelAls u niet weet of uw buitenboordmotor is uit-gerust met deze onderdelen, dient u uwYamaha-dealer te raadplegen. Specificaties en vereisten13.
Het gebruik van onderhoudsvrije accu’s ofgelaccu’s wordt niet aanbevolen aangezienze mogelijk niet compatibel zijn met hetYamaha-oplaadsysteem voor deze buiten-boordmotor. Installeer een optionele gelijkrichterregelaarof gebruik accessoires die bestand zijn tegen18 volt of meer met de bovengenoemde mo-dellen. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voorinformatie over het installeren van een opti-onele gelijkrichterregelaar. DMU34196PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propellereen van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen. Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor. Yamaha ontwerpt en vervaardigt propellersvoor iedere Yamaha-buitenboordmotor envoor alle mogelijke toepassingen.
Uw buitenboordmotor werd geleverd met eenYamaha propeller die is gekozen om goed tepresteren in een reeks van toepassingen,maar er kunnen toepassingen zijn waar eenandere propeller meer geschikt is. Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifiekebehoeften. Kies een propeller die de motor instaat stelt het middelste of bovenste gedeeltevan het toerentalbereik te bereiken bij volgasen maximumlading. In het algemeen geldtdat een propeller met een grotere spoed ge-schikt is voor geringere bedrijfsbelastingenen een propeller met een kleinere spoed voorgrotere belastingen.
Als u sterk uiteenlopen-de ladingen vervoert, selecteer dan een pro-peller die de motor in staat stelt te draaienbinnen het toerentalbereik voor uw maxi-mumbelasting, maar denk eraan dat u degashendelstand mogelijk moet aanpassenom binnen het aanbevolen motortoerental-bereik te blijven wanneer u lichtere ladingenvervoert. Voor het controleren van de propeller, zie pa-gina 77. ZMU04606-x1231. Propellerdiameter in inches2. Propellerspoed in inches3.
E5 E10NOTA:lDit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoals ge-specificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. lControleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken. GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor. Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanol bevat-ten, kunnen schade aan het brandstofsys-teem of motorstart- en ‐bedrijfsproblemenveroorzaken. Yamaha ontraadt het gebruikvan gasohol met methanol omdat die schadekan veroorzaken aan het brandstofsysteemof de motorprestaties kan aantasten.
Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt. Van ethanol isbekend dat het de absorptie van vocht inbrandstoftanks en ‐systemen van boten be-vordert. Vocht in de brandstof kan leiden totcorrosie van metalen brandstofsysteemon-derdelen en tot start- en werkingsproblemenen kan extra onderhoud van het brandstof-systeem noodzakelijk maken. DMU36881Modderig of zuurrijk waterYamaha raadt ten zeerste aan de optioneleverchroomde waterpompkit te laten installe-ren door uw dealer als u de buitenboordmo-tor in modderig of zuurrijk water moet gebrui-ken. Afhankelijk van het model is dat echtermisschien niet nodig. DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestaties vande boot.
De onderzijde van de boot moet zo-veel mogelijk vrij worden gehouden van aan-groeiing. Indien nodig kan de onderzijde vande boot worden bestreken met een voor uwstreek goedgekeurde anti-fouling ter voorko-ming van aangroeiing. Gebruik geen anti-fouling die koper of grafietbevat.
110 12 11 1391323457610 11 121481. Handgreep repeteerstarter*2. Chokeknop*3.Doorspoelplug4. Stuurfrictieafstelinrichting*5. Kantelvergrendelhendel*6. Kantelsteunknop*7. Veiligheidskabelbevestiging8. Knevelbout9. Waarschuwingslampje10.Motorstopknop*11.Schakelinrichtinghendel*12.Gashendelfrictieafstelling*13.Gashendelgreep*14.NoodstopkoordDMU25804BrandstoftankAls uw model werd uitgerust met een draag-bare brandstoftank, heeft die de volgendefunctie.DWM00021De brandstoftank die bij de motor wordtbijgeleverd, is het brandstofreservoir vande motor en mag niet worden gebruikt alseen container om brandstof in op te slaan.Commerciële gebruikers moeten voldoenaan de van toepassing zijnde licentie- ofgoedkeuringsvoorschriften.Componenten20
1231. Brandstofleiding koppelstuk2. Brandstoftankkap3.OntluchtingsschroefDMU25831BrandstofleidingkoppelstukDat koppelstuk wordt gebruikt om de brand-stofleiding te verbinden.DMU25851BenzinetankdopDeze dop sluit de brandstoftank af. Wanneerhij wordt verwijderd, kan de tank met brand-stof worden gevuld. Om de dop te verwijde-ren moet hij tegen de wijzers van de klok inworden gedraaid.DMU25861OntluchtingsschroefDeze schroef bevindt zich op de brandstof-tankdop. Om ze los te draaien moet ze tegende wijzers van de klok in worden gedraaid.DMU26182AfstandsbedieningskastDe afstandsbedieningshendel bedient zowelde schakelhendel als de gashendel. De elek-trische schakelaars bevinden zich op de af-standsbedieningskast.1235467ZMU017231. Kantelbekrachtigingsschakelaar2. Afstandsbedieningshendel3.Neutraalvergrendelingstrekker4. Neutraal-gashendel5. Hoofdschakelaar / chokeschakelaar6.
Motoruitschakelaar7. GashendelfrictieafstellingDMU26191AfstandsbedieningshendelDoor de hendel naar voor te duwen vanuit deneutrale stand wordt de vooruitversnelling in-geschakeld. Door de hendel naar achter tetrekken vanuit de neutrale stand wordt deachteruitversnelling ingeschakeld. De motorblijft in vrijloop staan tot de hendel ongeveer35° wordt verplaatst; (er is een palletje tevoelen). Door de hendel verder te duwenwordt de gasklep geopend en de motor be-gint te accelereren.12344556677FNRZMU017251. Neutraal “ ”2. Vooruit “ ”3.Achteruit “ ”Componenten21
4. Schakelen5. Volledig gesloten6.Gashendel7. Volledig openDMU26202Neutraal vergrendeltrekkerOm uit de neutrale stand te gaan moet u eerstde neutraal vergrendeltrekker omhoog trek-ken.1ZMU017271. NeutraalvergrendelingstrekkerDMU26213Neutraal gashendelOm de gasklep te openen zonder in achteruitof vooruit te schakelen, moet u de afstands-bedieningshendel in neutraal zetten en deneutraal gashendel omhoog zetten.12NZMU017281. Volledig open2. Volledig geslotenNOTA:De neutraal gashendel werkt alleen als deafstandsbedieningshendel in neutraal staat.De afstandsbedieningshendel werkt alleenals de neutraal gashendel in de geslotenstand is gezet.DMU26222ChokeschakelaarOm het chokesysteem te activeren, drukt ude hoofdschakelaar in terwijl de sleutel in de“” (aan)- of “ ” (start)-stand staat.
Hetchokesysteem levert dan het rijke brandstof-mengsel dat vereist is om de motor te starten.Als de sleutel wordt losgelaten, wordt de cho-ke automatisch uitgeschakeld.ONSTARTOFFZMU02206DMU25914Stuurhendel Om van richting te veranderen beweegt u destuurhendel naar links of naar rechts zoalsgewenst.ZMU07800Componenten22
ZMU05342Als u een constante snelheid wenst, moet ude afstelschroef aandraaien om de gewenstegashendelinstelling te behouden.DMU25996Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draaien.Bevestig de koord op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Als debestuurder over boord valt of het roer verlaat,trekt de koord de clip uit waardoor de ontste-king van de motor wordt uitgeschakeld. Opdie manier wordt voorkomen dat de boot on-bestuurd verder vaart. WAARSCHUWING!Bevestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uwarm of been. Maak de koord niet vast aankleren die kunnen worden losgetrokken.Zorg ervoor dat de koord nergens achterverstrikt raakt, waardoor ze haar functieverliest. Zorg ervoor dat u tijdens een nor-maal gebruik niet per ongeluk aan dekoord trekt.
DMU26015TrekchokeknopTrek de chokeknop uit om de motor te voe-den met een rijk brandstofmengsel.11. ChokeknopDMU26075Handgreep repeteerstarterDe repeteerstarter wordt gebruikt om demotor aan te zwengelen en te starten.DMU26092HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontstekings-systeem; de werking ervan wordt hieronderbeschreven.l“ ” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l“ ” (aan)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.l“ ” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “ ” (aan).ONSTARTOFFZMU01718Componenten25
DMU26103KantelbekrachtigingsschakelaarHet kantelbekrachtigingssysteem stelt dehoek van de buitenboordmotor ten opzichtevan de spiegel in. Door op de schakelaar op“ ” (up) te drukken wordt de buitenboord-motor naar boven gekanteld. Door op deschakelaar op “ ” (down) te drukken wordtde buitenboordmotor naar beneden gekan-teld. Als men de schakelaar loslaat, kanteltde motor niet verder.DNUPZMU01720NOTA:Voor instructies betreffende het gebruik vande kantelbekrachtigingsschakelaar, zie pagi-na 53 en 56.DMU31433StuurfrictieregelhendelEen frictie-inrichting geeft een instelbareweerstand aan het stuurmechanisme en kanworden afgesteld naargelang van de voor-keur van de bestuurder.
Onderaan op destuurhendelbracket bevindt er zich een in-stelhendel.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar bakboord “A”.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar stuurboord “B”.DWM00041Draai de wrijvingsafstelschroef niet tevast. Als er te veel weerstand is, kan hetmoeilijk zijn om te sturen, wat een onge-luk kan veroorzaken.Als de weerstand niet toeneemt, zelfs nietwanneer de hendel naar bakboord “A” wordtgedraaid, dient u na te gaan of de moer werdaangedraaid met het gespecificeerde aan-draaimoment.1111. MoerMoeraandraaimoment:8 N·m (0.8 kgf·m, 5.9 lb·ft)NOTA:lDe stuurbeweging is geblokkeerd wanneerde instelhendel in de stand “A” werd gezet.lControleer of de stuurhendel soepel be-weegt wanneer de hendel naar stuurboord“B” wordt gedraaid.lBreng geen smeermiddelen zoals vet aanop de wrijvingszones van de stuurfrictiere-gelhendel.Componenten26
DMU26263Trimstang (kantelpen)De stand van de trimstang bepaalt de mini-mumtrimhoek van de buitenboordmotor tenopzichte van de spiegel.11. TrimstangDMU30531KantelvergrendelingsmechanismeHet kantelvergrendelingsmechanisme wordtgebruikt om te voorkomen dat de buiten-boordmotor uit het water wordt getild bij hetachteruit varen.11. KantelvergrendelhendelOm te vergrendelen dient u de kantelver-grendelingshendel in de lock-stand te zetten.Om te ontgrendelen dient u de kantelver-grendelingshendel in de release-stand te du-wen.DMU26323KantelsteunknopOm de buitenboordmotor in de naar bovengekantelde stand te houden, dient u op dekantelsteunknop onder de zwenkbeugel tedrukken.DCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len.
Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, gebruikdan een bijkomend steunstuk om demotor in de gekantelde stand vast te zet-ten.DMU26334KantelsteunstangDe kantelsteunstang houdt de buitenboord-motor in de naar boven gekantelde stand.DCM01661Gebruik de kantelsteunstang niet bij hetslepen van de boot. De buitenboordmotorComponenten27
zou los kunnen trillen uit de kantelsteunen vallen. Als de motor niet kan wordengesleept in zijn normale bedrijfsstand,dient u een bijkomend ondersteunings-systeem te gebruiken om hem vast te zet-ten in de kantelstand.DMU26362KantelbekrachtigingseenheidDeze eenheid kantelt de buitenboordmotornaar boven en naar beneden en wordt be-diend met de kantelbekrachtigingsschake-laar.DCM00631Ga niet op de kantelbekrachtigingsmotorstaan en oefen er geen druk op uit. Dekantelbekrachtigingseenheid zou daar-door kunnen worden beschadigd.11212121. Kantelbekrachtigingseenheid2. KantelbekrachtigingsmotorDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len.
Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, gebruikdan een bijkomend steunstuk om demotor in de gekantelde stand vast te zet-ten.DMU39264MotorkapvergrendelhendelDe motorkapvergrendelhendel(s) wordt(worden) gebruikt om de motorkap vast tezetten.1ZMU078181. MotorkapvergrendelhendelDMU26464DoorspoelplugDit systeem wordt gebruikt om de koelwater-doorgangen van de motor te reinigen met be-hulp van een tuinslang en leidingwater.11. DoorspoelplugNOTA:Voor details over het gebruik, zie pagina66.Componenten28
DMU36016Verklikkers DMU36026OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag is, gaat dit waarschu-wingslampje aan. Voor meer informatie, ziepagina 31.DCM00024lLaat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis. Dat leidt tot ernstige motorschade.lHet waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om het olie-peil te controleren. Zie voor verdere in-formatie pagina 38.11. OliedrukwaarschuwingslampjeInstrumenten en verklikkerlampjes30
DMU26806WaarschuwingssysteemDCM00093Laat de motor niet draaien wanneer er eenwaarschuwing geactiveerd is. Raadpleeguw Yamaha-dealer als u het probleem nietkunt lokaliseren en oplossen.DMU26869OliedrukwaarschuwingAls de oliedruk te erg daalt, wordt het waar-schuwingssysteem geactiveerd.lHet toerental van de motor zal automatischzakken tot ongeveer 2000–3500 omw/min.lHet oliedrukwaarschuwingslampje zalcontinu branden of knipperen (indien voor-zien).ZMU07904lDe zoemer weerklinkt (indien voorzien).ZMU02360Als het waarschuwingssysteem werd geacti-veerd, dient u de motor uit te schakelen zodradat op een veilige wijze kan. Controleer hetoliepeil en vul indien nodig olie bij. Als hetoliepeil correct is, dient u uw Yamaha-dealerte raadplegen.Motorcontrolesysteem31
DMU26903InstallatieDe informatie in dit hoofdstuk wordt slechtsbij wijze van referentie verstrekt. Het is nietmogelijk complete instructies te verschaffenover iedere mogelijke boot/motor-combina-tie. Een correcte montage hangt gedeeltelijkaf van de ervaring en de specifieke boot/motor-combinatie.DWM01591lEen boot te krachtig aandrijven kan ern-stige instabiliteit veroorzaken. Instal-leer nooit een buitenboordmotor op uwboot met meer paardenkracht dan hetmaximale nominale paardenkrachtver-mogen op de capaciteitsplaat van deboot. Als de boot geen capaciteitsplaatheeft, neem dan contact op met de fa-brikant van de boot.lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand.
Modellen voor permanentemontage moeten worden gemonteerddoor uw dealer of door een andere per-soon met voldoende ervaring in het op-tuigen van boten.DMU34802De buitenboordmotor monterenDCM01681Pak de motor niet vast bij de motorkap bijhet monteren of demonteren van de bui-tenboordmotor. De motorkap zou los kun-nen komen, waardoor de buitenboordmo-tor zou vallen.(1) Monteer de buitenboordmotor uitslui-tend wanneer de boot zich aan land be-vindt. Als de boot op het water ligt, dientu hem eerst aan land te trekken.(2) Om stuurbeweging te voorkomen, draaitu de instelhendel naar “A” (indien uitge-rust met de instelhendel).
121. Stuurbeugel2. Handgreep(4) Monteer de buitenboordmotor op de kiel-lijn van de boot, en zorg ervoor dat deboot zelf goed in evenwicht ligt. Anderszal de boot moeilijk bestuurbaar zijn.Voor boten zonder kiel of voor asymme-trische boten dient u uw dealer te raad-plegen.11. Middellijn (kiellijn)DMU26927MontagehoogteOm uw boot zo efficiënt mogelijk te gebrui-ken, moet u ervoor zorgen dat de waterweer-stand van de boot en van de buitenboordmo-tor zo klein mogelijk is. De montagehoogtevan de buitenboordmotor heeft een grote in-vloed op de waterweerstand. Als de monta-gehoogte te groot is, kan er cavitatie ont-staan, waardoor de stuwkracht wordt vermin-derd; als de tippen van de propellerbladen delucht raken, zal het toerental van de motorabnormaal sterk toenemen waardoor demotor oververhit raakt.
0-25 mm(0-1 in)211. Leegloopopening2. Anti-cavitatieplaatDCM01635lZorg dat het leegloopgat hoog genoegis om te voorkomen dat er water demotor binnendringt, zelfs als de bootvastligt met de maximale lading. lOnjuiste motorhoogte of belemmerin-gen in de gelijkmatige doorstromingvan het water (zoals het ontwerp of detoestand van de boot, of accessoireszoals zwemtrappen of dieptesensoren)kunnen tijdens het varen met de bootwaternevel in de lucht veroorzaken. Alsde buitenboordmotor continu wordt be-diend met in de lucht aanwezige water-nevel, kan er via de luchtinlaatopeningin de motorkap genoeg water de motorbinnendringen om ernstige schade aande motor te veroorzaken. Neem de oor-zaak van in de lucht aanwezige water-nevel weg. NOTA:lDe optimale montagehoogte van de bui-tenboordmotor hangt af van de boot/motor-combinatie en van de gewenste toepas-sing.
Testvaarten met verschillende mon-tagehoogten kunnen u helpen bij het be-palen van de optimale montagehoogte. Raadpleeg uw Yamaha-dealer of bootfa-brikant voor meer informatie over het be-palen van de juiste montagehoogte. lVoor instructies betreffende het instellenvan de trimhoek van de buitenboordmotor,zie pagina 53. DMU26974Vastklemmen van de buitenboordmo-tor(1) Zet de buitenboordmotor zo op de spie-gel dat hij zo dicht mogelijk bij het mid-den staat. Draai de spiegelknevelboutengelijkmatig en stevig aan. Controleer tij-dens het varen af en toe of de klem-schroeven nog vast zitten, want zij kun-nen loskomen door het trillen van demotor. WAARSCHUWING. Met losseknevelbouten kan de buitenboordmo-tor afvallen van of verschuiven op despiegel. Dit kan leiden tot verlies vancontrole en ernstig letsel. Zorg ervoordat de knevelbouten stevig zijn aan-gedraaid.
kunt u de motor geheel verliezen wan-neer hij loskomt en van de spiegel in hetwater tuimelt.ZMU02013(3) Bevestig de klembeugel aan de spiegelmet behulp van de (eventueel) bijgele-verde bouten. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor meer details.WAARSCHUWING! Gebruik geen an-dere bouten, moeren en ringen dandie die in de verpakking van de motorzitten. Doet u dat toch, zorg er danvoor dat ze even sterk zijn en dat hetmateriaal ervan ten minste dezelfdekwaliteit heeft. Draai ze bovendienstevig aan. Laat na het vastdraaien demotor proefdraaien en controleer ofze nog steeds vastzitten. [DWM00652]1ZMU038061. BoutenInstallatie35
DMU36382Eerste gebruikDMU36393De motor met motorolie vullenDe motor wordt door de fabriek geleverd zon-der motorolie. Als uw dealer geen olie in demotor heeft gedaan, moet u dat doen alvo-rens de motor te starten. OPGELET: Ga naof de motor gevuld is met olie alvorenshem de eerste keer te gebruiken, om ern-stige motorschade te voorkomen. [DCM01782]De motor wordt geleverd met het volgendelabel, dat moet worden verwijderd nadat demotor voor het eerst met olie werd gevuld. Voor meer informatie over het controlerenvan het motoroliepeil, zie pagina 38. DMU30175Inlopen van de motorUw nieuwe motor vereist een inloopperiodeom de contactoppervlakken tussen bewe-gende onderdelen gelijkmatig te laten inlo-pen. Wanneer u de motor goed laat inlopenzal hij beter werken en langer meegaan.
OPGELET: Als men de inloopprocedureniet volgt, kan dat resulteren in een kor-tere levensduur van de motor of zelfs inernstige motorschade. [DCM00802]DMU27086Procedure voor 4-taktmodellenUw nieuwe motor vereist een inloopperiodevan 10 uur om de contactoppervlakken tus-sen bewegende onderdelen gelijkmatig te la-ten inlopen. NOTA:Laat de motor als volgt in het water draaien,onder belasting (in versnelling met geïnstal-leerde propeller). Om de motor te laten inlo-pen dient u gedurende 10 uur te lang draaienin vrijlooptoerental, ruw water en drukbeva-ren zones te vermijden. (1)Voor het eerste bedrijfsuur:Laat de motor draaien met verschillendetoerentallen tot maximaal 2000 omw/minof met het gas ongeveer half geopend.
(2) Voor het tweede bedrijfsuur:Verhoog het motortoerental zo veel alsnodig is om de boot over het water te la-ten scheren (maar vermijd volgas), enneem vervolgens een beetje gas terugterwijl de boot een scheersnelheid be-houdt. (3) Resterende 8 uren:Laat de motor draaien met om het evenwelk toerental. Laat de motor echternooit langer dan 5 minuten met volgasdraaien. (4) Na de eerste 10 uren:Gebruik de motor normaal. DMU36402Leer uw boot kennenAlle boten hebben unieke vaareigenschap-pen.
lende omstandigheden en met diverse trim-hoeken (zie pagina 53).DMU36414Controleert voordat de motorwordt gestartDWM01922Wanneer een onderdeel in “Controleertvoordat de motor wordt gestart” niet cor-rect werkt, laat u dit nakijken en herstellenalvorens de buitenboordmotor te bedie-nen. Anders zou er een ongeluk kunnengebeuren.DCM00121Start de motor niet als uit het water is.Oververhitting en ernstige motorschadezouden daarvan het gevolg kunnen zijn.DMU36561BrandstofpeilControleer of u voldoende brandstof hebtvoor uw trip. Een goede vuistregel is 1/3 vanuw brandstof te gebruiken om uw bestem-ming te bereiken, 1/3 om terug te keren en1/3 te houden als reserve voor noodgevallen.Controleer het brandstofpeil terwijl de boothorizontaal op een aanhangwagen of in hetwater ligt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha FT8 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Buitenboordmotor Yamaha
Handleiding Buitenboordmotor
Nieuwste handleidingen voor Buitenboordmotor