Yamaha F80 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F80 (2024) (114 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 6 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F80 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Buitenboordmotor |
| Model: | F80 (2024) |
Handleiding Yamaha F80 (2024) – volledige tekst
DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamaha bui-tenboordmotor. Deze gebruikershandleidingbevat informatie over juiste bediening, on-derhoud en zorg. Een grondig begrip van de-ze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheidswaar-schuwingen. Het wordt gebruikt om u op mo-gelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg al-le veiligheidsmeldingen achter dit symboolop om mogelijke verwondingen of overlijdente voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.
DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan de buitenboordmotorof aan andere eigendommen te voorko-men. NOTA:Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodieke in-specties en onderhoud correct uitvoert vol-gens de instructies in de gebruikershandlei-ding, om een lang leven van het product teverzekeren.
Elke schade, veroorzaakt doorhet niet volgen van deze instructies, valt nietonder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.
Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtstbij-zijnde dealer voor herregistratie en om rechtte krijgen op de aangegeven diensten. NOTA:De F80B, F100B en de standaardaccessoi-res worden gebruikt als basis voor de verkla-ringen en afbeeldingen in deze handleiding. Daardoor kunnen sommige onderdelen nietop ieder model van toepassing zijn. Belangrijke handleidingsinformatie.
43Oververhittingswaarschuwing. 43Oliedrukwaarschuwing. 43Waterafscheiderwaarschuwing. 44Installatie. 46Installatie. 46De buitenboordmotor monteren. 46Werking. 48Eerste gebruik. 48De motor met motorolie vullen. 48Inlopen van de motor. 48Leer uw boot kennen. 48Controleert voordat de motorwordt gestart. 49Brandstofpeil. 49Motorkap verwijderen. 49Brandstofsysteem. 49Bedieningselementen. 50Noodstopkoord. 50Motorolie. 50Buitenboordmotor. 51Doorspoelplug. 51Installeren van de motorkap. 51Trim- enkantelbekrachtigingssysteem. 52Accu. 53Brandstof bijvullen. 53De motor gebruiken. 55Brandstof verzenden (draagbaretank). 56Starten van de motor. 57Controles na het starten van demotor. 60Koelwater. 60De motor laten warmdraaien. 60Procedure voor het warmdraaienvan de motor. 60Controles na het warmdraaienvan de motor. 61Schakelen. 61Stopschakelaars. 61Schakelen. 61De boot stoppen. 63Inhoud.
DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen met depropeller. De propeller kan blijven bewegenwanneer de motor in neutraal staat, en descherpe randen van de propeller kunnen ooksnijwonden veroorzaken terwijl de propellerstilstaat. lSchakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. lHoud mensen uit de buurt van de propeller,zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige verwon-dingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het niet echtnodig is. Verwijder of installeer de motorkapnooit terwijl de motor draait.
Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedere aanra-king met onderdelen onder de motorkap totde motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bij hetstarten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU33662Trim- en kantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.
Houd mensen uit de buurt van deschakelaars tijdens werkzaamheden rondomde motor. Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhendelvergrendeld is. Als de buitenboordmotor perongeluk valt, kunt u ernstig gewond raken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of over men-sen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhendelte verlaten terwijl de boot vaart. Bevestig dekoord niet aan een kledingstuk dat los zouVeiligheidsinformatie1.
kunnen scheuren, en leid de koord niet langspunten waar ze verstrikt kan raken, zodat zehaar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt getrok-ken tijdens het varen, wordt de motor uitge-schakeld en kunt u de boot niet meer bestu-ren. De boot zou snel kunnen vertragen,waardoor passagiers en voorwerpen voor-waarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 55 omhet risico van brand en explosie zo klein mo-gelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen van ben-zineMors geen benzine. Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken. Werp de doeken weg zoalshet hoort. Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater.
Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u benzi-ne hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijd goedgeventileerd zijn. Vermijd het blokkeren vanuitlaatopeningen. DMU33781WijzigingenTracht geen wijzigingen aan te brengen aandeze buitenboordmotor. Wijzigingen aan uwbuitenboordmotor kunnen de veiligheid enbetrouwbaarheid aantasten, en de buiten-boordmotor onveilig of onwettig voor gebruikmaken.
DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alcoholof het innemen van verdovende middelen. Intoxicatie is een van de voornaamste facto-ren die bijdragen tot dodelijke ongevallen ophet water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenzwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-Veiligheidsinformatie2.
neer er zich iemand in het water bevindt vlak-bij de boot, schakelt u in neutraal en legt u demotor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwemmerskunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlakbijde boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewis uervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental. Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in de bootvalt ten gevolge van golven, kielzog of plotsesnelheids- of richtingsveranderingen.
Zelfswanneer iedereen correct plaats heeft geno-men in de boot, dient u uw passagiers tewaarschuwen wanneer u een ongewoon ma-noeuvre dient te maken. Tracht opspringen-de golven en kielzog steeds te vermijden. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijk opde bootcapaciteitsplaat of raadpleeg de boot-fabrikant voor het toegestane maximumge-wicht en maximumaantal passagiers. Zorgervoor dat het gewicht naar behoren over deboot is verdeeld in overeenstemming met deinstructies van de bootfabrikant. Het overla-den of verkeerd verdelen van het gewichtover de boot kan de bestuurbaarheid van deboot in het gedrang brengen en leiden tot on-gevallen, kapseizen of vollopen. DMU33773Vermijd botsingenWees voortdurend op de uitkijk voor mensen,voorwerpen en andere boten. Wees op uwhoede voor omstandigheden die de zicht-baarheid beperken of uw zicht blokkeren.
ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. lVaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. lVermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat.
lVermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. lKen uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. lReageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor of hetverminderen van de stuwkracht de wen-baarheid kunnen verminderen. Als u nietzeker bent dat u op tijd kunt stoppen omeen voorwerp te ontwijken, geef dan gas bijen stuur in een andere richting. Veiligheidsinformatie3.
DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend objectof een obstakel in het water raakt tijdens hetcruisen, kan het volgende gebeuren:lDe passagiers en enig loszittend materiaalof bagage kan mogelijk naar voren wordengegooid vanwege het plotselinge afrem-men.lDelen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomen envan de boot af worden gegooid.lDe boot of buitenboordmotor kan vanwegede botsing mogelijk beschadigd raken.Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoek vande buitenboordmotor afstelt, dat u vaart min-dert dat u de boot voorzichtig bedient.
Voormeer informatie, zie pagina 70.Als de buitenboordmotor een drijvend objectof obstakel in het water raakt, moet u er zekervan zijn dat zich er geen abnormaliteiten om-trent de boot en de buitenboordmotor voor-doen. Als er iets abnormaals wordt gecon-stateerd, keert u terug met lage snelheid te-rug naar de dichtsbijzijnde haven en laat ueen Yamaha-dealer de buitenboordmotor in-specteren.DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.DMU33881PassagiersopleidingZorg ervoor dat ten minste één andere pas-sagier opgeleid is in het besturen van de bootin geval van nood.DMU33891ScheepvaartveiligheidspublicatiesInformeer u over de scheepvaartveiligheids-voorschriften.
DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te gevenbij het bestellen van wisselstukken bij uwYamaha-dealer of als referentie in geval uwbuitenboordmotor wordt gestolen.11. Buitenboordmotorserienummerlocatie3412ZMU016921. Serienummer2.Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU25192SleutelnummerAls de motor is uitgerust met een hoofdsleu-telschakelaar, is het sleutelidentificatienum-mer ingestanst op uw sleutels zoals getoondop de afbeelding. Noteer dit nummer in deruimte voorzien als referentie in geval u eennieuwe sleutel nodig hebt.1ZMU016941.
DMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboordmo-toren die voldoen aan de Europese voor-schriften.11. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.DMU46133ConformiteitsmerklabelMotoren voorzien van dit label voldoen aande voorschriften van het betreffende land.Dit label bevindt zich op de klembeugel of dezwenkbeugel.11. Locatie conformiteitsmerklabelRegulatory Compliance Mark (RCM)Motoren voorzien van dit merkteken voldoenaan een bepaald gedeelte/aan bepaalde ge-deelten van de “Australian Radio Communi-cations Act”.ZMU0819011.
DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:lLees deze handleiding.lLees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.lLees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dealervoor vervanglabels.132Algemene informatie8
6EE-G2794-406EE-H1994-40126EE-G2794-506EE-H1994-50DMU34652Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01682lHoud handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.lBij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelen aan-raken of verwijderen.2DWM01672lLees de handleiding en de labels.lDraag een goedgekeurd zwemvest.lBevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.DMU33851Andere labels3Algemene informatie9
De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de buitenboordmotor wordt gekoppeld bijde uitvoering van controles of procedures voor service en onderhoud. Hoe gebruiken we uw gegevens. Yamaha gebruikt verzamelde gegevens van uw buitenboordmotor: (1) voor de uitvoering vanadequaat onderhoud, inclusief diagnose; (2) om garantieclaims te kunnen beoordelen; (3)voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden van de buitenboordmotor; (4) ten behoeve vande levering en verbetering van producten, functies en diensten; (5) om onze zakelijke doel-stellingen te ondersteunen; en (6) om te voldoen aan de vereisten van wet- en regelgeving. Hoe delen we uw gegevens.
zijn gezamenlijke verwerkingsver-antwoordelijken met betrekking tot de verzamelde gegevens. Als u vragen of klachten hebtover de verwerking van uw persoonsgegevens, kunt u deze schriftelijk richten aan:Yamaha Motor Europe N. V. /Digital Marketing & CRM– Postbus 75033 – 1117 ZN Schiphol – Nederland. De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGENOVER GEGEVENSVERWERKING EN ANDERE TYPEN VRAGEN ZULLEN NIET WOR-DEN BEANTWOORD. Geef de volgende informatie voor de juiste behandeling van uw vraag:(1) Uw naam; (2) uw e-mailadres; (3) uw woonland; en (4) uw buitenboordmotorserie-Algemene informatie12.
Aanbevolen motorolieklasse 1:SAE 10W-30/10W-40/5W-30API SG/SH/SJ/SLMotoroliehoeveelheid (zonderoliefiltervervanging):3. 0 L (3. 17 US qt, 2. 64 Imp. qt)Motoroliehoeveelheid (metoliefiltervervanging):3. 2 L (3. 38 US qt, 2. 82 Imp. qt)Smeersysteem:OliecarterAanbevolen tandwielolie:YAMALUBE-tandwielolie voorbuitenboordmotoren of hypoïde-olieAanbevolen tandwieloliekwaliteit:SAE 90 API GL-4 / SAE 80W API GL-5 /SAE 90 API GL-5Tandwieloliehoeveelheid:0. 760 L (0. 803 US qt, 0. 669 Imp. qt)Geluids- en trillingsniveau:Operatorgeluidsdrukniveau (ICOMIA39/94):78. 7 dB(A)DMU33556InstallatievereistenDMU33566Bootvermogen (pk)DWM01561Een boot te krachtig aandrijven kan ern-stige instabiliteit veroorzaken. Controleer voor het plaatsen van de buiten-boordmotor(en) of de totale paardenkrachtenvan uw buitenboordmotor(en) niet het maxi-male paardenkrachtvermogen van de bootoverschrijdt.
Zie de capaciteitsplaat van deboot of neem contact op met de fabrikant. DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand. lAangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren. Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van decorrecte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina46. DMU33582AfstandsbedieningsvereistenDWM01581lAls de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen.
DMU25695AccuvereistenDMU25723Technische gegevens van de accuAccucapaciteit (CCA/EN):430–1080 AAccucapaciteit (20HR/IEC):70 A/uDe motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is. DMU36293Monteren van de accuMaak de accuhouder stevig vast op een dro-ge, goed verluchte en trillingsvrije plaats inde boot. WAARSCHUWING. Plaats geenbrandbare items of losse, zware of meta-len voorwerpen in hetzelfde comparti-ment als de accu. Dat kan leiden tot brand,explosies of vonken. [DWM01821]AccukabelDe accukabelmaat en ‐lengte zijn essentieel. Raadpleeg uw Yamaha-dealer in verbandmet de accukabelmaat en ‐lengte. DMU41604PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propellereen van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen.
Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor. Yamaha ontwerpt en vervaardigt propellersvoor iedere Yamaha-buitenboordmotor envoor alle mogelijke toepassingen. Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifiekebehoeften. Kies een propeller die de motor instaat stelt het middelste of bovenste gedeeltevan het toerentalbereik te bereiken bij volgasen maximumlading. In het algemeen geldtdat een propeller met een grotere spoed ge-schikt is voor geringere bedrijfsbelastingenen een propeller met een kleinere spoed voorgrotere belastingen.
Als u sterk uiteenlopen-de ladingen vervoert, selecteer dan een pro-peller die de motor in staat stelt te draaienbinnen het toerentalbereik voor uw maxi-mumbelasting, maar denk eraan dat u degashendelstand mogelijk moet aanpassenom binnen het aanbevolen motortoerental-bereik te blijven wanneer u lichtere ladingenvervoert. Yamaha beveelt het gebruik aan van eenpropeller die geschikt is voor het “schakel-dempingssysteem (Shift Dampener Sys-tem) ”.
lZorg dat er geen water en vuil in debrandstoftank terechtkomen. Verontrei-nigde brandstof kan de prestaties vande motor aantasten of motorschadeveroorzaken. Gebruik uitsluitend versebenzine die zuivere bussen werd be-waard. E5 E10NOTA:lDit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoals ge-specificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. lControleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken. GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor.
Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanol bevat-ten, kunnen schade aan het brandstofsys-teem of motorstart- en ‐bedrijfsproblemenveroorzaken. Yamaha ontraadt het gebruikvan gasohol met methanol omdat die schadekan veroorzaken aan het brandstofsysteemof de motorprestaties kan aantasten. Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt. Van ethanol isbekend dat het de absorptie van vocht inbrandstoftanks en ‐systemen van boten be-vordert. Vocht in de brandstof kan leiden totcorrosie van metalen brandstofsysteemon-derdelen en tot start- en werkingsproblemenen kan extra onderhoud van het brandstof-systeem noodzakelijk maken.
DMU36881Modderig of zuurrijk waterYamaha raadt ten zeerste aan de optioneleverchroomde waterpompkit te laten installe-ren door uw dealer als u de buitenboordmo-tor in modderig of zuurrijk water moet gebrui-ken. Afhankelijk van het model is dat echtermisschien niet nodig. DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestaties vande boot. De onderzijde van de boot moet zo-veel mogelijk vrij worden gehouden van aan-groeiing.
DMU40302Buitenboordmotorafdankings-vereistenDank de buitenboordmotor nooit op een ille-gale manier af. Yamaha raadt u aan uw dea-ler te raadplegen in verband met het afdan-ken van de buitenboordmotor.DMU36353NooduitrustingHoud de volgende items aan boord voor hetgeval u motorpech krijgt.lEen gereedschapskit met verschillendeschroevendraaiers, tangen, sleutels (inclu-sief metrieke maten) en isolatietape.lWaterdichte zaklamp met extra batterijen.lEen extra motorstopschakelaarkoord metclip.lReserveonderdelen, zoals een extra setbougies.Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor details.DMU39001UitlaatregelingsinformatieDe volgende labels bevinden zich op buiten-boordmotoren die voldoen aan de US-voor-schriften.DMU25232Deze motor voldoet aan de reglementen vanhet Amerikaanse “Environmental ProtectionAgency” (EPA) voor SI scheepsmotoren.
DMU40331Een ster—Geringe uitstootHet label met één ster identificeert motorendie voldoen aan de uitlaatnormen van de AirResources Board voor “Personal Watercraftand Outboard marine engines” van 2001.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 75% geringere uitstoot dan con-ventionele tweetaktmotoren met carbura-teur. Deze motoren zijn equivalent met de2006 normen voor scheepsmotoren van deU.S. EPA.ZMU01702DMU40341Twee sterren—Heel geringe uitstootHet label met twee sterren identificeert mo-toren die voldoen aan de uitlaatnormen vande Air Resources Board voor “Personal Wa-tercraft and Outboard marine engines” van2004.
Motoren die voldoen aan deze normenvertonen een 20% geringere uitstoot dan mo-toren met een label met één ster.ZMU01703DMU40351Drie sterren—Ultrageringe uitstootHet label met drie sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor “Personal Water-craft and Outboard marine engines” van2008 of de uitlaatnormen voor “Sterndriveand Inboard marine engines” van 2003-2008.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 65% geringere uitstoot dan moto-ren met een label met één ster.ZMU01704DMU33862Vier sterren—Superultrageringe uitstootHet label met vier sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor 2009. Buiten-boordmotoren voor persoonlijke vaartuigenen voor zeevaartuigen voldoen mogelijk ookaan deze normen.
De brand-stoftank bestaat uit de volgende onderdelen.DWM00021De brandstoftank die bij de motor wordtbijgeleverd, is het brandstofreservoir vande motor en mag niet worden gebruikt alseen container om brandstof in op te slaan.Commerciële gebruikers moeten voldoenComponenten23
aan de van toepassing zijnde licentie- ofgoedkeuringsvoorschriften.1233541. Brandstofleiding koppelstuk2.Brandstofmeter3. Drukontlastlipje4. Brandstoftankkap5. OntluchtingsschroefKoppelstuk brandstofleidingDit verbindingsstuk wordt gebruikt om debrandstofleiding aan te sluiten.BrandstofmeterDeze meter toont de benaderende hoeveel-heid resterende brandstof in de brandstof-tank.DrukontlastlipjeDit lipje is bevestigd aan de vulopening vande brandstoftank.BrandstoftankdopDeze dop sluit de brandstoftank af. Doe hetvolgende om de dop los te draaien: houd hetdrukontlastlipje ingedrukt en draai de doplinksom.OntluchtingsschroefDeze schroef bevindt zich op de brandstof-tankdop. Wanneer u de ontluchtingsschroeflinksom draait, wordt deze losgedraaid enwordt de druk in de brandstoftank afgelatentot een bepaalde druk.
Er kan lucht in debrandstoftank worden gezogen terwijl demotor werkt.DMU46753Yamaha Security System (Y-COP/optioneel)DCM02461Het Yamaha Security System wordt ver-kocht in overeenstemming met de gelden-de wetten en voorschriften inzake het uit-zenden van radiogolven. Dat betekent datwanneer dit product wordt gebruikt bui-ten het land waar het werd gekocht, hetmogelijk niet voldoet aan de wetten ofvoorschriften inzake het uitzenden van ra-diogolven in het land waar het wordt ge-bruikt. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer gedetailleerde informatie.Het Yamaha Security System, een diefstal-beveiligingssysteem, bestaat uit een ontvan-ger en sleutelhangers. Het Yamaha SecuritySystem is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dea-ler. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor meerdetails.121. Sleutelhanger2.OntvangerDe motor kan niet worden gestart wanneerhet beveiligingssysteem zich in de vergren-delmodus bevindt.
meer informatie in de installatie- en gebrui-kershandleiding bij het beveiligingssysteem.DMU26183AfstandsbedieningskastDe afstandsbedieningshendel bedient zowelde schakelhendel als de gashendel. De elek-trische schakelaars bevinden zich op de af-standsbedieningskast.1235467ZMU017231. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar2.Afstandsbedieningshendel3. Neutraalvergrendelingstrekker4. Neutraal-gashendel5. Hoofdschakelaar6. Motoruitschakelaar7. Gashendelfrictieafstelling21341. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar2.Afstandsbedieningshendel3. Neutraalgashendel4. GashendelfrictieafstellingDMU26192AfstandsbedieningshendelDoor de hendel naar voor te duwen vanuit deneutrale stand wordt de vooruitversnelling in-geschakeld. Door de hendel naar achter tetrekken vanuit de neutrale stand wordt deachteruitversnelling ingeschakeld.
6. Gashendel7.Volledig openDMU26202Neutraal vergrendeltrekkerOm uit de neutrale stand te gaan moet u eerstde neutraal vergrendeltrekker omhoog trek-ken.1ZMU017271. NeutraalvergrendelingstrekkerDMU26213Neutraal gashendelOm de gasklep te openen zonder in achteruitof vooruit te schakelen, moet u de afstands-bedieningshendel in neutraal zetten en deneutraal gashendel omhoog zetten.12NZMU017281. Volledig open2.Volledig geslotenNOTA:De neutraal gashendel werkt alleen als deafstandsbedieningshendel in neutraal staat.De afstandsbedieningshendel werkt alleenals de neutraal gashendel in de geslotenstand is gezet.DMU26235Neutraal gas handelOm de gashendel te openen zonder in voor-uit of achteruit te zetten, moet u de vrijknopneutraal gas handel indrukken en de af-standsbedieningshendel verplaatsen.N1321. Volledig open2.Volledig gesloten3.
NeutraalgashendelNOTA:lDe vrijknop neutraal gas handel kan alleenworden ingedrukt als de afstandsbedie-ningshendel in neutraal staat.lNa het indrukken van de knop begint degasklep open te gaan nadat de afstands-bedieningshendel minstens 35° is ver-plaatst.lZet na gebruik van de neutraal gas handlede afstandsbedieningshendel weer in neu-traal. De vrijknop neutraal gas handel keertautomatisch terug naar de ingesteldestand. De afstandsbediening kan dan nor-maal in vooruit en achteruit worden gezet.DMU25914Stuurhendel Om van richting te veranderen beweegt u destuurhendel naar links of naar rechts zoalsgewenst.Componenten26
de wrijvingsafstelschroef niet te vast. Alser te veel weerstand is, kan het moeilijkzijn om de gashendel of de greep te be-wegen, wat een ongeluk kan veroorzaken.[DWM00033]ZMU01714ZMU04563Als u een constante snelheid wenst, moet ude afstelschroef aandraaien om de gewenstegashendelinstelling te behouden.DMU25996Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draaien.Bevestig de koord op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Als debestuurder over boord valt of het roer verlaat,trekt de koord de clip uit waardoor de ontste-king van de motor wordt uitgeschakeld. Opdie manier wordt voorkomen dat de boot on-bestuurd verder vaart. WAARSCHUWING!Bevestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uwarm of been.
Maak de koord niet vast aankleren die kunnen worden losgetrokken.Zorg ervoor dat de koord nergens achterverstrikt raakt, waardoor ze haar functieverliest. Zorg ervoor dat u tijdens een nor-maal gebruik niet per ongeluk aan dekoord trekt. Als de motoraandrijving weg-valt, wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar. Zonder motoraandrijving zalde boot ook snel vertragen. Daardoorkunnen personen en voorwerpen in deboot naar voren geslingerd worden.[DWM00123]ZMU017161231. Noodstopkoord2.Clip3. MotoruitschakelaarComponenten28
1231. Noodstopkoord2.Clip3. Motoruitschakelaar11122331. Noodstopkoord2.Clip3. MotoruitschakelaarDMU26004Motorstopknop De motorstopknop stopt de motor wanneerop de knoop gedrukt wordt.DMU26092HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontstekings-systeem; de werking ervan wordt hieronderbeschreven.l“ ” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l“ ” (aan)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.l“ ” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “ ” (aan).ONSTARTOFFZMU01718ONOFFSTARTZMU04567Componenten29
DMU26113Stuurfrictieafstelling Een frictie-inrichting geeft een instelbareweerstand aan het stuurmechanisme en kanworden afgesteld naargelang van de voor-keur van de bestuurder. Onderaan op destuurhendelbracket bevindt er zich een in-stelhendel.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar bakboord “A”.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar stuurboord “B”.DWM00041Draai de wrijvingsafstelschroef niet tevast.
Als er te veel weerstand is, kan hetmoeilijk zijn om te sturen, wat een onge-luk kan veroorzaken.NOTA:lControleer of de stuurhendel soepel be-weegt wanneer de hendel naar stuurboord“B” wordt gedraaid.lBreng geen smeermiddelen zoals vet aanop de wrijvingszones van de stuurfrictiere-gelhendel.DMU26144Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar op afstandsbediening of stuur-hendelHet trim- en kantelbekrachtigingssysteemstelt de buitenboordmotorhoek bij in verhou-ding tot de spiegel. Door de schakelaar “”(omhoog) in te drukken, wordt de buiten-boordmotor omhoog getrimd en vervolgensomhoog gekanteld. Als u de schakelaar “ ”(omlaag) indrukt, wordt de buitenboordmotoromlaag gekanteld en vervolgens omlaag ge-trimd.
DMU26156Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar aan onderkant motorkapDe trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarzit aan de zijkant van de onderkant van demotorkap. Het indrukken van de schakelaar“ ” (omhoog) trimt de buitenboordmotoromhoog en kantelt deze vervolgens omhoog.Het indrukken van de schakelaar “ ” (om-laag) kantelt de buitenboordmotor omlaag entrimt deze omlaag. Wanneer de schakelaarwordt losgelaten, stopt de buitenboordmotorin zijn huidige positie.Voor instructies over het gebruik van de trim-en kantelbekrachtigingsschakelaar, zie pagi-na 67.DWM01032Gebruik de aan de onderkant bevestigdetrim- en kantelbekrachtigingsschakelaaralleen wanneer de boot volledig tot stil-stand is met de motor uit.
Een poging tothet gebruik van deze schakelaar terwijl deboot in beweging is, kan de kans op over-boord vallen verhogen en kan de bestuur-der afleiden of de kans op een botsing meteen andere boot of ander obstakel verho-gen.1UPDN1. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarDMU30903Schakelaars voor het regelen van desnelheid voor stapvoets varen De snelheid voor stapvoets varen kan wor-den verhoogd of verlaagd terwijl uw bootstapvoets vaart. Druk op de schakelaar “ ”om de snelheid voor stapvoets varen te ver-hogen en druk op de schakelaar “ ” om desnelheid voor stapvoets varen te verlagen.111.
dat de motor werd uitgeschakeld en op-nieuw gestart, of wanneer het motortoe-rental wordt opgevoerd tot boven de 3000omw/min.lVoor instructies over het gebruik van deschakelaars voor het regelen van de snel-heid voor stapvoets varen, zie pagina 63.DMU26246Trimtap met anodeDWM00841Een verkeerd afgestelde trimtap kan er-voor zorgen dat het moeilijk is om te stu-ren. Laat de motor altijd proefdraaien na-dat een trimtap geïnstalleerd of vervan-gen is om er zeker van te zijn dat de be-sturing correct verloopt. Zorg ervoor dat ude bout vastdraait nadat de trimtap bijge-regeld is.De trimtap moet zo worden ingesteld dat erevenveel kracht moet worden uitgeoefendom de stuurinrichting naar rechts te draaienals om ze naar links te draaien.Als de boot de neiging heeft naar links (bak-boord) te draaien, dient u het achtereind vande trimtap naar bakboord te draaien (“A” in deafbeelding).
11. KantelsteunhendelDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len. Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, gebruikdan een bijkomend steunstuk om demotor in de gekantelde stand vast te zet-ten.DMU40762MotorkapvergrendelhendelDe kapvergrendelhendels worden gebruiktom de motorkap vast te zetten.11. Motorkapvergrendelhendel11. MotorkapvergrendelhendelDMU40803DoorspoelplugDe doorspoelplug wordt gebruikt om de koel-waterdoorgangen van de buitenboordmotorte reinigen met behulp van een tuinslang enleidingwater. Voor instructies over het ge-bruik van de doorspoelplug, zie pagina 75.11. DoorspoelplugDMU41312BrandstoffilterHet brandstoffilter dient om vreemde stoffentegen te houden en water van de brandstof tescheiden.
Als het van de brandstof afge-scheide water een bepaald volume over-schrijdt, wordt het waarschuwingssysteemgeactiveerd. Zie voor verdere informatie pa-gina 44.Componenten33
DMU36016Verklikkers DMU36026OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag is, gaat dit waarschu-wingslampje aan. Voor meer informatie, ziepagina 43.DCM00024lLaat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis. Dat leidt tot ernstige motorschade.lHet waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om het olie-peil te controleren. Zie voor verdere in-formatie pagina 50.11. OliedrukwaarschuwingslampjeDMU36034OververhittingwaarschuwingslampjeAls de temperatuur van de motor te hoog is,gaat dit verklikkerlampje aan. Voor meer in-formatie over het aflezen van het verklikker-lampje, zie pagina 43.DCM00053Laat de motor niet draaien wanneer hetoververhittingwaarschuwingslampjebrandt. Dat leidt tot ernstige motorscha-de.11.
OververhittingwaarschuwingslampjeDMU41391Digitale toerentellerDe toerenteller toont het motortoerental enheeft de volgende functies.Alle segmenten van het display lichten kortop na het inschakelen van de hoofdschake-laar en keren daarna terug naar de normaletoestand.15243671. Toerenteller2. Trimmeter3. Urenmeter4. Oliedrukwaarschuwingslampje5. Oververhittingwaarschuwingslampje6. Afstelknop7. ModusknopDMU36051ToerentellerDe toerenteller toont het motortoerental inhonderden omwentelingen per minuutInstrumenten en verklikkerlampjes35
(omw/min). Bijvoorbeeld, wanneer op hettoerentellerdisplay “22” wordt weergegeven,bedraagt het motortoerental 2200 omw/min.DMU26622TrimmeterDeze meter toont de trimhoek van uw bui-tenboordmotor.lLeer de trimhoeken die voor uw boot hetbest werken in de verschillende omstan-digheden uit het hoofd. Stel de trimhoeknaar wens in met behulp van de trim- enkantelbekrachtigingsschakelaar.lAls de trimhoek van uw motor het trimbe-drijfsbereik overschrijdt, zal het bovenstesegment van het trimmeterdisplay knippe-ren.ZMU01740DMU26652UrenmeterDeze meter toont het aantal bedrijfsuren vande motor. Hij kan worden ingesteld om hettotale aantal bedrijfsuren weer te geven ofhet aantal bedrijfsuren voor de huidige trip.Het display kan ook in en uit worden gescha-keld.ZMU01741Om het displayformaat te wijzigen, drukt u opde knop “ ” (modus).
Het display kan hettotale aantal bedrijfsuren of het aantal tripu-ren weergeven, of het kan worden uitgescha-keld.Om de tripuren terug op nul te zetten, drukt ugedurende 1 seconde gelijktijdig op de knop-pen “ ” (instellen) en “ ” (modus).Daardoor wordt de tripteller terug op 0 (nul)gezet.Het totale aantal bedrijfsuren van de motorkan niet terug op nul worden gezet.DMU26526OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag wordt, begint het waar-schuwingslampje te knipperen. Voor meerinformatie, zie pagina 43.DCM00024lLaat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis. Dat leidt tot ernstige motorschade.lHet waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om het olie-peil te controleren. Zie voor verdere in-formatie pagina 50.Instrumenten en verklikkerlampjes36
ZMU0173611. OliedrukwaarschuwingslampjeDMU26584OververhittingwaarschuwingslampjeAls de motortemperatuur te hoog wordt, be-gint het waarschuwingslampje te knipperen.Meer informatie over het aflezen van het ver-klikkerlampje vindt u op pagina 43.DCM00053Laat de motor niet draaien wanneer hetoververhittingwaarschuwingslampjebrandt. Dat leidt tot ernstige motorscha-de.ZMU0173711. OververhittingwaarschuwingslampjeDMU26603Digitale snelheidsmeterDeze meter toont de bootvaarsnelheid en an-dere informatie.TRIP TIME BATTkm/hknotmphkmmileSPEEDYAMAHAsetmode12431. Snelheidsmeter2.Brandstofmeter3. Tripmeter/klok/voltmeter4.
DMU26714BrandstofmeterHet brandstofniveau wordt door middel vanacht segmenten aangeduid. Wanneer allesegmenten zichtbaar zijn, is de brandstof-tank vol. ZMU07002De uitlezing van het brandstofniveau kandoor de positie van de sensor in de brand-stoftank en de stand van de boot in het wateronnauwkeurig zijn. Bediening met boeg-omhoog trim of continu ronddraaien kan ver-keerde uitlezingen geven. Pas niet de keuzeschakelaar voor de brand-stofsensor aan. Onjuiste instelling van demeterkeuzeschakelaar geeft foute uitlezin-gen. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor in-formatie over het juist instellen van de keu-zeschakelaar. OPGELET: Zonder benzinevallen kan de motor beschadigen. [DCM01771]DMU36072Tripmeter / klok / voltmeterHet display toont hetzij de tripmeter, hetzij deklok, hetzij de voltmeter.
Om het display te wijzigen, drukt u herhaal-delijk op de knop “” (modus) tot de indi-cator op de voorkant van de meter “ ”(tripmeter), “ ” (klok) of “ ” (voltmeter)aanwijst. DMU26692TripmeterDeze meter geeft de afstand weer die de bootheeft afgelegd sinds de meter voor het laatstterug op nul werd gezet. De tripafstand wordt in kilometer of mijl ge-toond afhankelijk van de voor de snelheids-meter gekozen meeteenheid. Om de tripmeter weer op nul te zetten, moetu de knoppen “ ” (instellen) en “ ” (mo-dus) tegelijk indrukken. De tripafstand wordt in het geheugen be-waard door accustroom. De opgeslagen ge-gevens gaan verloren wanneer de accuwordt losgekoppeld. TRIP TIME BATTkm/hknotmphkmmileSPEEDYAMAHAsetmodeZMU07003DMU26702KlokInstellen van de klok:(1) Ga na of de meter in de modus “”(tijd) staat. (2) Druk op de knop “ ” (instellen): heturendisplay begint te knipperen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha F80 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Buitenboordmotor Yamaha
Handleiding Buitenboordmotor
Nieuwste handleidingen voor Buitenboordmotor